donderdag 25 augustus 2016

Over dieren, en kinderen.

Het is bij de wilde beesten af.
Een mooie uitdrukking die mij te binnen schoot na een aantal berichten van de dierenbescherming, en de diverse asiels.
Dat zit zo: men wordt erop attent gemaakt dat men hun hond niet in de auto moet laten zitten met dit weer. Dieren raken dan oververhit, en kunnen er uiteindelijk aan sterven. Omdat er blijkbaar nog steeds hondenbezitters zijn met een IQ lager dan de inhoud van mijn portemonnee, moeten dit soort berichten nog steeds via social media verspreid worden.
Ook wordt er gemeld hoe men dient te handelen als men een hond in een auto aantreft. Bel 144 (blijkbaar het nummer van de dierenpolitie. Ik moet daar altijd een beetje om grijnzen, want bij dierenpolitie denk ik aan een aap in een politiepakje die driftig bonnetjes staat uit te schrijven voor ongeoorloofd banaanbezit, of illegale pindahandel of zo.) en als het lang duurt, sla één ruit in van de betreffende auto en zorg dat de hond in kwestie kan drinken, en koel hem op de borst met natte lappen.
Tot daar ben ik helemaal akkoord. Als je zo dom bent dat je je hond een gruwelijke dood gaat laten sterven, verdien je ook best wel een kapot autoruitje. Die hond vind ik waardevoller dan een stukje gelaagd glas.
Waar ik echter koude rillingen van krijg, zijn de "beloftes" van de reaguurders steevast onder dat soort berichten.
De hele auto willen ze het liefst aan gort trappen. En de eventuele eigenaar, wordt doodgewenst, op de meest gruwelijke manieren.
En dat gaat mij dan weer een straat te ver. Mijn fantasie (toch al zeer ruim aanwezig) begint te draaien.
En ik zie voor me dat zo'n kort-pittig-behaarde huistrut een hond in een auto aantreft. Wild van razernij ziet ze hoe de hond nog maar amper leeft. Vol haat en agressie vergeet ze de dierenpolitie (gniffel) te bellen, en begint gelijk een ruit in te rossen. Dat bleek iets makkelijker gezegd dan gedaan, dus met 10 ferme meppen weet ze uiteindelijk de ruit kapot te krijgen. Badend in haar eigen zweet, legt ze de hond op de stoep. Water had ze niet bij zich, dus noch kan ze de hond te drinken geven, noch kan ze het arme dier verkoelen. Maar dat boeit niet, de goede daad is gedaan. Maar er moet ook een voorbeeld gesteld worden.
Terwijl de hond steeds verder verzwakt, begint deze griezelig opgepoetste dierenliefhebster de rest van de ruiten van de auto te molesteren. Heeft totaal geen nut, maar hey: het gaat om het idee, nietwaar?
Nadat ze klaar is met de auto, is de hond inmiddels dood. Maar hey: de eigenaar zal wel nooit meer een hond nemen...
Dit soort griezelige dieren-tokkies hebben totaal geen interesse in het redden van het dier. Het geeft dit soort losgeslagen apen een min of meer legaal sausje om gewoon eens wat van een ander te slopen. Dat dat dan toevallig "mag" om een dierenleven te redden, is dan een perfecte smoes om wel de mentaal totaal weggerotte vandaal uit te hangen, zonder daarvoor gestraft te worden.

Jente.
Jaha, daar is ze weer!
Voor Jente haar reflux hebben wij een medicijn. Omeprazol. Klinkt wel bruut.
"Wij geven ons kindje al brinta".
"Ja, maar Pietje eet al biefstuk!!!".
"Maar Jente die krijgt omeprazol om al die shit die jullie kinderen eten, binnen te houden".
Beat that.
Of liever niet, want reflux is heel erg naar.
Dus elke 2 weken staan wij bij de apotheek om nieuwe omeprazol te halen, zodat het maagzuur een beetje geneutraliseerd wordt.

Gisteren gingen wij voor de tweede keer in Almere de medicijnen ophalen. Dat wil zeggen, dat deed Ilse, want ik was naar een BBQ met mijn trompetcollegae.
En omdat ik dus 's avonds niet thuis kwam, gaf Ilse Jente haar laatste flesje, met daarin dus 10 milliliter omeprazol. Althans, dat was de bedoeling.
Die omeprazol, zuig je met een spuitje uit het flesje. Maar als de omeprazol niet is aangemaakt, en dus slechts poeder is, kun je er gif op innemen (pun intended) dat het niet goed gaat.
Ilse moest daarom dus wederom naar de spoed-apotheek om het prutswerk van de eigen apotheek te laten oplossen (letterlijk en figuurlijk). En, heel gek, als je de volgende dag om 4:30 op moet om naar je werk te gaan, zit je daar niet zo heel erg op te wachten.

Ilse was dus naar haar werk, en ik werd door het opgewekte geklets van Jente wakker gemaakt. Ik had gisteren beloofd dat ik even wat verbaal vuurwerk zou gaan afsteken bij de apotheker. Ik hanteer namelijk een zero-tolerance beleid aangaande de gezondheid van mijn dochter. Er is lang genoeg aangekeken met betrekking tot de reflux, en als zelfs de apotheker gaat blunderen, is mijn lontje praktisch niet bestaand.
Daarnaast ben ik van mening dat een apotheker een fabelachtig salaris verdient, juist om dit soort gepruts te voorkomen.
En dit kwakte ik (en hier verdien ik een schouderklop van jewelste) zonder verder te schelden of te vloeken, zo op de toonbank van de apotheker.
Ik moet toegeven: de apotheker wist mijn toorn op magistrale wijze te doorstaan, bleef kalm, bood haar verontschuldigingen aan, en meldde dat de hele procedure voor dit medicijn aangepast wordt. Hoppa. Dat hoor ik graag. Daar hebben wij niks aan, nu. Maar wel prettig om te weten dat andere ouders (en wijzelf) niet meer met dit soort gekkigheid geconfronteerd worden.

Dus nu maar zien wat er van gaat komen.



maandag 22 augustus 2016

Kreeftenissen.

Los van het feit dat ik mijn mancave (ik vind het woord zó gruwelijk ranzig, dat ik het mijn terugtrekhok ga noemen) gebruik om daar mijn hobby/beroep te kunnen bijhouden, uitvoeren en onderhouden, heb ik dus een aquarium.
Daar heb ik al meermalen over geschreven.

Maar omdat ik als mens in herhaling val: bij dezen.

Toen ik mijn bakje zo rond mijn verjaardag (door alle verhuis-shizzle lijkt dat al weer bijna vorig jaar) kreeg, begon ik er vol goede moed aan. Waterwaarden regelmatig controleren, plantjes erin, visjes erin, en blauwe garnalen erin. Vet cool.
In Rotterdam hadden we de keuze om het bakje (het is een nano-aquarium, dus heel klein) op het toilet te zetten, of in de woonkamer naast het raam. (En dat zegt wellicht ook wat over de grootte van ons vorige hokje).
Beide opties waren sub-optimaal. Op het toilet zou betekenen dat in elk geval de fauna zou sterven van de giftige dampen die wij er uitstoten. Maar naast het raam had ook zo zijn nadelen.
Dat bleek al snel.
Binnen de kortste keren was mijn bakje niet alleen vol van leven dat ik er wél in wenste, maar vooral ook met leven dat ik er zeer zeker niet in wenste. Ik noem alg. Groene aanslag. Maar ook draadalg. Van die ranzige groene, slijmerige draden, die van plant naar plant zweefden, en zomaar een beetje in het rond plakte.
Uren ben ik bezig geweest met het verwijderen van die rotzooi. Had ik het links verwijderd, kwam het rechts in volle hevigheid terug.
Zeer demotiverend. Ook niet echt iets waar je je bezoekers vol trots mee lastig valt. Een bak vol ongewenste levensvormen.
De vissen en de garnalen leken er best goed mee te kunnen leven. Okee, toegegeven: 1 exemplaar wist zich door middel van een kloeke sprong langs het spleetje tussen deksel en bak naar buiten te wurmen, maar voor de rest weinig aan de hand.
Hoewel...
Nadat ik blij en trots mijn vers gekochte garnalen in de bak had losgelaten, leek het wel alsof de helft van het setje (het waren er 6) permanent verstoppertje speelden.
Als we geluk hadden zagen we er per dag 1. Als we heel veel geluk hadden, en de maan stond precies in een lijn met mercurius en Pluto, zagen we er 2. We hebben er ook eens 3 gezien tegelijk, maar dat zou te maken kunnen hebben met het feit dat we die avond een lekkere fles rode wijn dronken.

Ondertussen kwam de verhuizing steeds meer naderbij, en mijn aandacht werd getrokken door reisjes naar Noorwegen, Curacao, verhuizingen en dat soort zaken meer. Dus af en toe snel wat voer in de bak, af en toe snel even wat water verversen. Af en toe snel even proberen een algdraad te grazen te nemen.
Het was een treurig gezicht.
Zo treurig dat Ilse een beetje knorrig werd. Mijn verjaardagskado kreeg niet de aandacht die het nodig had. En ze vroeg zich af of het experiment (help Marnix nu eindelijk eens aan een leuke hobby) wel kans van slagen had zo.

In het midden van alle verhuizingen, had ik eigenlijk geen flauw benul hoe ik die bak met fauna op een fatsoenlijke manier zou moeten vervoeren.
Ik zag eigenlijk al voor me hoe ik die bak op de voorstoel zou zetten, een noodstop moest maken, en vervolgens geplette vissen en garnalen van mijn voorruit los zou moeten krabben.
Op de dag van het verhuizen zelf, stond ik te kijken. Te peinzen. En te overwinnen. Ik pakte een achtergebleven pan, goot die vol met wat water uit mijn bak, en wilde daar dus mijn vissen in vervoeren.
Dan bak leeg, goed schoonmaken, en thuis in Almere opnieuw opbouwen.
Het vangen van de vissen ging redelijk soepel. Dus die zwommen al snel (een beetje verbijsterd) rond in een pan. (En ja, hier kun je vele rare dingen bij opmerken, en nee, niet één vis is gekookt).
De algeneetbeesten (die op zich niet echt nuttig, maar wel komisch bleken) waren wat lastiger, maar ook die kreeg ik in de pan. De kannibaalslakken lukte ook. Maar tijdens het ontmantelen van het aquarium bleken alle garnalen gewoonweg verdwenen. Het grind was zwart, de garnalen lichtblauw, dat moet opvallen, zeker bij daglicht. Ik alle grind gezeefd. Maar geen garnaal te bekennen. Ik heb zelfs een stukje van het laminaat opgetild om te kijken of ze alle 6 misschien ontsnapt waren, en onder het laminaat terecht waren gekomen. Maar niks. Gewoon weg. 6 x 6,95 euro gewoon verdwenen. Alsof ze nooit bestaan hebben. Ik gok dat de vissen er prima van gegeten hebben, maar dan zou je haast zeggen dat je schaalresten zou moeten vinden. Maar niks hoor. Geen enkel bewijs was er dat ik ooit garnalen in die bak heb gedaan.

Heel bijzonder.

De reis naar het Almeerse ging voorspoedig, zonder dat ik als een oud lijk hoefde te rijden. En zonder ook maar één druppeltje uit de pan te morsen kwam ik aan.
Bak opnieuw inrichten (is erg leuk, zo leuk dat ik bijna zou hopen....) ging erg soepel. Toen ik alle spullen klaar had gelegd, bedacht ik me dat het vast geen kwaad zou kunnen om nogmaals alles goed schoon te maken.

De eerste stap: grind op de bodem. Toen een kleine hoeveelheid water zodat de lucht goed tussen het grind vandaan kon komen. Daarna het water waarin ik de vissen vervoerde erbij, samen met de vissen. Toen aangevuld tot 20 liter, met alle additieven waarvan de aquarium-speciaal-zaak vindt dat het goed is voor de flora en fauna. (Waarbij ik alsnog bijna de dood van al mijn beesten op mijn geweten had, omdat ik vergat dat het water niet koud moest wezen, maar warm. Als de wiedeweerga water er weer uit en aanvullen met warm water. Je zou toch bijna een heel stukje biotoop aan gort schenken op die manier. Ging er bijna van zweten, maar dat was waarschijnlijk ook niet goed voor mijn waterige vriendjes).
Omdat ik inmiddels proefondervindelijk had vastgesteld dat een plaats in direct zonlicht niet echt optimaal te noemen is, hadden we samen een mooie plek in de schaduw gevonden. Pomp erin, warmte-element erin, en gaan.
Na een paar dagen zag het er gewoon prima uit. Op aanraden van wat kennissen en de aquarium-speciaal-zaak-meneer heb ik de belletjesblaaspomp eruit gedaan, en heel veel planten erin, en toen bleek het een heel erg mooi levend bakje te zijn.
Ik werd weer helemaal trots op en blij met mijn verjaardagskado.

Maar het gemis van mijn garnalen zat me dwars. Daarvoor wilde ik nu eenmaal een aquarium. Die vissen zijn leuk. Maar garnalen zijn leuker.
Dus twee weken later ging ik met een klein potje van mijn aquarium als testflacon naar de aquariummeneer om te kijken of de waarden goed waren voor wat garnalen. En ik kreeg het groene licht. Joechei!!! De meneer wees mij op twee kleine, tamme zoetwaterkreeftjes. Die waren zeer geschikt voor mijn bakje, en zouden het goed doen.
Gaaf. Toch een slagje groter, dan de kleine garnalen en wat minder schichtig. En ze zouden nog maar iets groeien.
Tof man, die doen we.
Beesten mee, extra plantjes mee, want dat vinden kreeftjes helemaal te gek, en wat broodnodige verstopplekjes in de vorm van een sierlijk buizenstelseltje. En uiteraard voer voor de beesten mee, en blij als een dolle gup stapte ik in de auto.

Inmiddels zijn we ruim twee maanden verder, en mijn blijdschap is er nog steeds. Elke keer als ik naar de keuken moet, staar ik even ontroerd en trots naar mijn bakkie vol planten- en dierenleven. En geen alg te bekennen, heh. Hoppa!

De kreeftjes (ze heten Frits en Michiel, maar we zijn er achter dat het mannetje en vrouwtje zijn, dus Frits en Michaela) vinden planten inderdaad leuk. Maar niet helemaal op de manier waarop ik dat ook leuk vind. Ze klauteren er heel graag in, en halen dan de meest acrobatische toeren uit. Hangen ondersteboven, springen van tak naar tak en knabbelen zo eens aan wat blaadjes. Tot daar vind ik het acceptabel.
Minder acceptabel vind ik dat ik nu tot drie keer toe nieuwe planten heb moeten kopen, omdat ze het ook enig vinden om aan de wortels te knagen. Heel enig, ja. En lekker in de buurt van de wortels te wroeten. Dan gaan die planten dood. Of ze komen los uit de bodem, en gaan drijven. En reken maar dat je ze dan niet meer terug kan duwen, want ze knagen lustig verder. De krengen.

Ook hun tafelmanieren liegen er niet om. Verschikkelijk, wat een naargeestige monsters! Als ze met hun calcium-rijke voertjes gaan slepen, ziet het er nog wel koddig uit. Want die verdedigen ze dan met hun schaartjes. Maar laatst ging er een vis dood. En dan kennen ze totaal geen fatsoen. Het overleden dier wordt ter plekke uit elkaar gerukt, en gescheurd en eenieder die er te dichtbij in de buurt komt, wordt met vervaarlijk zwaaiende scharen en sprongen weggejaagd. Alsof ze er als een stel aasgieren op hebben zitten wachten. Overigens: dat is vrij normaal in de natuur, maar toch. Het ziet er wat onopgevoed uit. Zo tam zijn die kreeftjes dus niet.

De aquariummeneer zei dat het kleine kreeftjes waren. En op zich, met een centimeter of 4 kun je ze inderdaad niet bijzonder groot noemen. Maar toen ik ze in mijn bakje deed, waren ze maximaal 2 centimeter. En minimaal 2 keer per week slaat de schrik me om het lijf, als ik weer een leeg kreeftenvelletje op de bodem van mijn bakje ontdek. Angst dat er 1 is dood gegaan, en opgepeuzeld is. Niks is dan minder waar. Het betreffende dier is gewoon uit zijn vel gesprongen, om weer wat groter te worden.
Als ze zo doorgaan, denk ik met kerst, of uiterlijk pasen een heerlijk gerecht met tamme kreeft van een centimeter of 20 te kunnen serveren. De kleine, schattige schaartjes, beginnen een beetje groot te worden, en als ik bij het verschonen van de bak niet oppas, ben ik bang dat ze uit pure agressie mijn vingers eraf rukken. Je weet maar nooit, ten slotte.

Het schoonmaken van mijn bak is nu ook plezieriger geworden. Bij het ontbreken van alg, kan ik me namelijk concentreren op het werkelijk leuke: eens een nieuw plantje toevoegen (met enige wrok, dat wel), de rotzooi van de bodem zuigen met mijn zuigertje (het is geen electrisch pompje dus ik moet eraan zuigen om het water op te pompen, dus met grote regelmaat verslik ik me in te enthousiast opgezogen aquariumwater, en alles wat daar dus bij meekomt, dus een electrisch stofzuigertjes staan nog op mijn wensenlijst), filter en huis een poetsbeurt geven, de zijkanten van het bakje uitboenen, het warmte element afnemen en vers water bereiden om toe te voegen aan mijn bakje.
Daar waar ik eerst te horen kreeg dat ik toch wel 1/4 tot 1/3 van mijn bak moest verversen, kreeg ik de tip om gewoon de helft te verversen, en dat werkt erg goed. Ook het filterpompje heb ik iets verplaatst, zodat de oppervlakte goed beweegt.

Het is inmiddels een gezonde bak, en dat is rustgevend. Gewoon even genieten van mijn kreeften, vissen en planten in een mooie bak.
Dus een bijzonder geslaagde hobby, kan ik iedereen die een beetje ruimte en tijd overheeft aanraden.



vrijdag 19 augustus 2016

Vakantie?

Vakantie. Je weet wel: één, twee, drie en sommige geluksvogels zelfs vier keer per jaar naar verre oorden om uit te rusten.
En dat dan varierend van twee dagen tot twee weken.
Onze vakantie dit jaar bestond uit twee dagen naar Duitsland (ergens in mei, voordat we alle verhuisperikelen begonnen), en gisteren. Een hele dag naar Belgie.
Ilse moest doorwerken, want haar collega's gaan met vakantie. En ik had weliswaar vakantie, maar vanwege alle verhuiszut geen tijd, ruimte of rust om te gaan. Nog even los van het feit dat ik eigenlijk helemaal geen zin had om alleen met Jente op reis te gaan.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen: zittend in mijn achtertuin, kijkende tegen mijn tuinhaard, en de groene achtergrond, is het geen straf om thuis te blijven. Jente die kirt op de achtergrond van blijdschap omdat ze inmiddels doorheeft hoe ze met haar loopwagentje door de kamer moet scheuren, is ook een erg prettig gezelschap.
Als ze niet lastig gevallen wordt door reflux.
Want met bijna anderhalf jaar, is de reflux nog niet weg. Integendeel. Met grote regelmaat (met korte tussenpozen) liggen we de godganse nacht wakker om Jente te troosten. Anderhalf jaar lang moesten we aanhoren van de artsen in Rotterdam:"we kijken het nog even aan". En inmiddels ben ik het aankijken zat.
Omdat we verhuisd waren, wilden we sowieso maar naar een ziekenhuis dichterbij, en de arts in Rotterdam zou het dossier doorsturen naar het AMC. Inmiddels ook al weer ruim een week geleden.
Je zou dan denken, dat zo'n pakje papier per mail of post met twee dagen toch wel over zou zijn.
Niks is minder waar.
Zoiets simpels als een pakketje verzenden kost in het ziekenhuis een week. De secretaresse heeft een hele week nodig om een dossier van Rotterdam naar Amsterdam te krijgen. Het moest namelijk VER-WERKT worden. Een hele fucking week?! Dus 5 dagen van 8 uur = 32 uur heeft zo'n mens nodig om een paar a4'tjes te scannen en te mailen? Wat de fuck??? Moet die juf dan alle woorden apart inscannen? Moet ze de postzegel zelf uitpoepen? Zit ik soms in een cynische banana-split? Mijn dochter heeft ellendige nachten (en wij dus ook) maar het ziekenhuis neemt rustig de tijd voor het verzenden van een dossier. Een hele fucking week. En tel daar dan nog de wachttijd in het AMC op, en je begrijpt: de hele zorgsector is door en door rot. Ik kan geen enkele vorm van respect opbrengen voor een instantie die een hele week nodig heeft voor het doormailen van een dossier. Echt niet. Dat samen met "we-kijken-het-nog-maar-eens-even-aan" en mijn aanvankelijke tevredenheid over het Fransiscus gasthuis in Rotterdam verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Gelukkig is Jente door de band genomen een erg vrolijk en lief kind.

Dus we aarzelen ook niet om opa en oma af en toe eens op te laten passen, zodat wij even een dagje wat leuks kunnen gaan doen.
Zoals bijvoorbeeld voor een ceremonie van 15 minuten ruim 8 uur in de auto te zitten.
Plaats van handeling is Ieper. Een stad in Belgie die enorm heeft geleden onder de eerste wereldoorlog. Daar in Ieper (een vestingstad) heeft men meerdere poorten, en een van die poorten is gewijd aan mannen die in de eerste wereldoorlog vochten, en nooit zijn teruggekeerd. Stomweg verdwenen. Nooit meer gevonden. Te zeer gebombardeerd om nog resten te vinden, of weggezakt in de drassige loopgraven, of gewoon in rook opgegaan.
Elke avond wordt er onder die poort om klokslag 20:00 uur het signaal Last Post gespeeld. Elke dag weer. Weer of geen weer. En elke dag staan er padvinders of militairen in een ere haag opgesteld.
En elke dag ziet het er zwart van de mensen. Wij waren er gisteren, en gisteren stond er een ere wacht van padvinders. Van amper kniehoog tot giechelig puberaal. En die moesten dus ook keurig netjes in de houding staan. Heel schattig, want een van die snotneuzen had blijkbaar nog niet zo goed in de gaten dat in de houding staan, ook stilstaan is. Om maar te zwijgen van het feit dat een vlag die half stok moet hangen, ook niet echt de grond mag raken.
De drie mannen die samen het signaal Last Post zouden spelen... Daar laat ik me verder niet over uit. Feit is wel dat de hele ceremonie toch best indrukwekkend is. De stilte. Het signaal. De stilte. Even overdenken hoe je zelf zou zijn als je rond die tijd in verplicht in het leger moest. Vrijwel zeker van een walgelijke dood, op een walgelijk slagveld.

Vakantie.
Mijn andere dagje uit was met drie heren op pad naar ICCCR. Dat is een internationale bijeenkomst van allemaal mensen en bedrijven die op wat voor manier dan ook verband houden met het illustere automerk Citroën.
Deze drie heren (één ervan kende ik al een beetje) waren: twee beroepschauffeurs en een begrafenisondernemer. Voeg daar een trompettist met een voorkeur tot politieke incorrectheid aan toe, en je krijgt een machtig mooie dag. Wat hebben we een lol gehad. En wat hebben we mooie dingen gezien. En elkaar geplaagd. En mooie auto's en aanverwante zaken gezien. Sowieso is zo'n evenement de moeite waard vanwege alle prachtige oldtimers. Maar met dit gezelschap was het niet alleen geweldig leuk, maar ook nog eens leerzaam. (Je kunt wel opscheppen over de hydropneumatische vering, maar als je niet helemaal goed weet hoe het werkt, sta je toch voor lul. Nu weet ik wat beter hoe die veerbollen werken. Bram, bedankt). 

Zoals men wellicht weet: ik ben een beetje citrofiel. Dat houdt in dat ik zeer gecharmeerd ben van het automerk Citroën. En ik ben trompettist. Ook dat is geen geheim. En helemaal gek met mijn aquarium.
Om nu de eerste twee dingen een beetje in te tomen, en een plaatsje te geven (buiten het zicht van de bezoeker en zijzelf), stelde Ilse voor om van de berging boven een soort man-cave te maken. Een ruimte waar ik mij kan terugtrekken. Mijn boeken staan er. Mijn modelletjes staan er. Mijn trompetaangelegenheden staan er (en komen er te staan). Het aquarium mag beneden blijven staan. Ik denk dat ze die wel mooi vindt.
En dus ook een bank. Ik had namelijk in mijn oneindige spontaniteit besloten om nog een bank te kopen. Een hippe bank. Een achterbank van een Citroen Xantia. Want dat zou zo leuk staan, en handig voor als we heel veel bezoek zouden krijgen. Ilse was (on)begrijpelijkerwijs wat minder enthousiast. Dus zo gezegd, zo gedaan. Morgen werk ik de bank af, om hem wat steviger te krijgen. En dan: genieten maar!
Ik kan er een beetje toeteren. Ik kan er genieten van mijn modelauto's, ik kan er lekker lezen. Of andere dingen doen.
En omdat ik zo gecharmeerd ben van het mooie merk citroen, ben ik aan het kijken of het mogelijk is om een leuk klein oldtimertje te kopen. Geen enkel mens met een beetje intelligentie gaat voor de zomaar een oude auto kopen. Onderhoud, reparaties, onkosten. En nog eens onkosten. Maar soms gaat een gevoel verder dan alleen maar de dorre administratieve kant. En begint je "gut-feeling" een beetje los te komen. Ik vermoed dat dat hetzelfde is als rammelende eierstokken bij vrouwen. Je wil iets, en dat wil je heel graag. Ofzo.

 Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers.
Wij waren naar de intratuin gegaan voor de aanschaf van wat plantjes in de tuin. Ik wilde dolgraag een braamloze doornstruik. Pardon een doornloze braamstruik.
Nee, dat wilde Ilse graag, ik wilde gewoon een braamstruik. Want ik vind bramen goddelijk. En omdat ik uitga van de praktische leerschool, leek het mij logisch dat Jente vanzelf wel in de gaten zou krijgen dat ze bij bramenplukken toch wat voorzichtiger moest zijn. Maar goed, Ilse is iemand die ik graag te vriend hou, dus een braamloze doornloze braamstruik. En omdat ik ook een fruitboom wilde, hebben we uiteindelijk gekozen voor pruimen. Want die is zelfbestuivend en dus hoef ik niet met een kwastje over de blaadjes te strijken in de hoop dat er ooit nog vruchten aankomen.
En voor de voortuin (alwaar we inmiddels een prachtig hekje hebben) een trompetplant. Ik weet de naam niet van het ding, maar als het ooit gaat bloeien heeft het bloemen in de vorm van een trompetbeker, dus zat er in de naam een trompet. Dikke prima.
Toen we die buit op het karretje hadden geladen, zijn we even bij de aquarium-toebehoren gaan kijken. Want mijn kreeften zijn superleuk. Maar ze groeien als kool, en knagen zich ongans aan mijn planten. En die planten zijn weer goed voor het water. En dus de vissen. En dus de kreeften. Omdat ik een beetje narrig werd van het ongewenste tuinier-gedrag van mijn fauna, wilde ik even wat advies van de locale specialist.
Ik zette mijn volgeladen kar aan de kant, en knoopte een gesprek aan met het betreffende personeelslid. En omdat ik de diverse opties tegen elkaar moest afwegen, bleef ik niet als een hondsdolle waakhond bij mijn winkelwagen staan.
Dat had ik beter wel kunnen doen.
Want toen ik voldoende voorlichting had gehad, en mijn keuze tot planten gemaakt had, bleek mijn kar verdwenen. Zomaar. Poefffff. Weg.
Heel die verrekte winkel door gezocht. Maar mijn kar was weg. De meneer van de buitenplanten zocht mee. De mevrouw van de aquarium-afdeling zocht mee. Maar mijn kar was en bleef zoek.
Tot hij ontdekt werd bij de kassa. De kassajuf wist te vertellen dat er een of ander mens allemaal aquarium spullen bij haar kwam afrekenen, en de kar (met MIJN spullen erop) liet staan. Snel rekende dit sekreet af, en smeerde hem. Niet even het fatsoen om zelf een kar te halen. Of de kar terug te brengen. Nee, gewoon met alles erop laten staan. Iemand anders ruimt het wel op.
Hoe kom je als mens toch zo gedegenereerd dat je zoiets doet? Waarom niet even het fatsoen of respect voor een ander om zelf je zaakjes te regelen. Of om hulp te vragen. Had ook gekund. Dik kans dat ik ja gezegd had.
Dit soort mensen gun ik uiteraard geen dodelijke ziekte. Nee, zo ben ik niet (meer). Wel gun ik ze levenslange jeuk op onfatsoenlijke plaatsen.
Overigens: het sekreet had zoveel haast om weg te komen, dat ze de kortingsactie miste. Wij kregen dan nog (na 1800 uur) 20% korting op onze hele rekening. Zij niet (en zij waren met al die aquariumzooi veeeeeeel duurder uit).


Over een week beginnen de eerste lessen alweer. Dan zit de vakantie er al weer op. Ik heb er wel zin in, maar merk wel dat ik volgend jaar gewoon op vakantie wil. Geen gedoe met orkesten, of half zachte uitjes. (Die overigens echt wel leuk zijn). Maar gewoon een week of twee, drie lekker naar een warme camping in zonnige oorden.
Gaan we doen.






zaterdag 6 augustus 2016

Klusjes...

Met Jente boodschappen doen.
Dat is een soort van spitsroeden lopen tussen de schappen van de winkels, want elke 30 centimeter ziet ze wel iets dat ze hebben wil, of van dichtbij wil bekijken (lees: belikken, betasten, bekwijlen).
Om in de winkel te komen, moeten we uiteraard wel eerst de deur uit.

[Tussenstuk
Nu ben ik niet echt een vader die zo even heel handig zo'n doek omslaat, Jente erin knoopt en wegloopt.
Tegen de tijd dat ik heb uitgevonden waar het einde van dat doek zit, en of Jente haar billetjes wel goed in dat doek zitten, is ze al helemaal uitgeput van boosheid, ongeduld en mogelijk ook pijn.
Groots respect voor die mensen die heel nonchalant zo'n 20 kilometer lang doek over hun schouder draperen, dat kind erin frommelen en wegwandelen, alsof ze niks anders doen.
Dan heb je ook nog van die dragers. Dat zijn stoffen zitjes, met rugzakbanden. Dat kan ik al wat beter, want daarvan is duidelijk waar mijn armen moeten, en waar die van Jente moeten. En voor de draag-gestapo (ja, die bestaat echt: van die totaal van de pot gerukte wijven, die andere moeders aanspreken op het al dan niet slechte draagmateriaal. Net waar je op zit te wachten als je boodschappen aan het doen bent: een van de pot gerukte huisvrouw die met je in discussie wil gaan over je duur aangeschafte drager. Dood aan dat bemoeizuchtige rotvolk!) hun smoeltjes openen: wij hebben een ergonomisch verantwoorde drager (voor het kind, voor papa valt het wat tegen) dus blijf uit mijn buurt!
Maar goed, vaak is een drager me ook wat onhandig. Want ik draag Jente dan voor mijn buik, om de wel heel simpele reden, dat ik met mijn aangeboren lompheid het niet zo ziet zitten om Jente in mijn eentje op mijn rug te krijgen. Ilse kan dat wel, die hangt Jente dan op haar heup, en in één zwierige zwaai, schuift ze Jente dan door naar achter. Ik zou het niet durven...]

Meestal verliet ik het pand dan ook met de kinderwagen. Jente vastsnoeren, en rollen maar.
In Rotterdam moest ik dan 5 traptreden af, hetgeen toch niet heel erg makkelijk was, en helemaal onhandig was dat de puberende etterzoon van een van de bovenburen het haakje van de buitendeur had afgerost in een boze puberbui. Moest je dus met 1 hand die deur openhouden, terwijl je met je andere hand een kinderwagen over een drempel heen moest werken.

Hier in Almere was het ongemak van heel andere aard.
Het paadje van de stoep naar de voordeur was namelijk een grindpad (en dan niet met lekker fijn aangestampt riviergrind, maar met van die dikke losse stenen) met daarin grote ronde betonschijven, die moesten lijken op afgezaagde boomstronken. Te kitsch voor onze smaak, en een totale hel als je erover heen moest met kinderwagen of vuilcontainer. Want als je niet klem kwam te zitten achter een dik stuk grind, dan rammelden Jente's melktandjes wel los over die lullige betonnen-boomstam-tegels.  En dat nog even los van het feit dat als je je voet net verkeerd zette, je het risico liep om je enkels te verstuiken, waarbij scherpe grind-hompen je kuit in werden gedreven.

Dus gisteren heb ik mezelf een hele harde schop onder mijn kont gegeven, en ben ik een rijtje tegels gaan halen. De buren van de schoonouders wilden af van hun tegels, en omdat wij wél een praktisch paadje wilden, maar geen zin hadden om heel veel geld aan die gekkigheid uit te geven, was dit een mooie oplossing.
Grind eruit scheppen. (Dat ging relatief makkelijk). Lullige betonnen-boomstam-tegels eruit. (Ging ook redelijk soepel, want minder zwaar dan gevreesd). Worteldoek eruit. (Appeltje-eitje, opvouwen en klaar. Gezien het feit dat er allemaal onkruid tussen die grindkorrels zat, geef ik geen cent voor de meerwaarde van worteldoek, dus dat hebben we niet hergebruikt).
Maar dan...
Zand halen, egaliseren. De betonnen afsluit-banden, die het grind en de lullige-betonnen-boomstam-tegels op hun plek moesten houden, waren niet zozeer scheef gezakt. Die waren alvast begonnen met een complete ontsnappingspoging. Dus die recht zetten.
Het oude zand, dat onder het worteldoek vandaan kwam, hebben we hergebruikt, dus ik heb wat zakken zand over. Maakt niet uit, de tuin is nog lang niet klaar.
Na een paar uur noeste arbeid, met veel hamerslagen, veel improvisatie en zweet en tranen (gelukkig geen bloed) hebben de schoonvader en ik kunnen constateren dat we de ervaring missen om zo'n paadje in een kort tijdsbestek te leggen. Maar dat we wél een mooi (niet waterpas en perfect) en functioneel pad hebben weten te creëren dat geheel volgens de gouden tip van de praxis meneer afloopt van deur naar straat. Dus bij onze voordeur geen plassen water als het regent.

Er bleek hoe dan ook wel dat er een verbijsterende hoeveelheid onbruikbare zooi in die tuin lag. Platen, planken, beton, klinkers, troep en nog wat troep. Toen ik de tegels voor het paadje uit het gehuurde aanhangertje had gegooid, kon dat er mooi op.
Maar bij het afronden van de werkzaamheden ( ik had het aanhangertje reeds terug gebracht) lag er nog een enorme hoop zand (los van de zandzakken die ik eerder had gekocht), nog meer tegels, nog meer grind en nog meer troep. Gelukkig komt vriendje Michiel ook nog even een dagje helpen met de tuin. De achtertuin heb ik naar een later plan geschoven. Eerst de voortuin. Die gaat iets makkelijker, en smoelt meteen wat beter voor de buurt. Liguster heg eruit. Mooi hekje erin. Een of andere struik eruit, tegel erin om de container op neer te zetten. Het terrasje iets verkorten en ophogen, want ik geloof dat die de neiging heeft om van schaamte door de grond te zakken. Letterlijk dus. Gras een beetje kortwieken.

Ik merk dat ik na ruim 5 weken een beetje klusmoe begin te raken. Dit moet, dat moet, zus moet, zo moet net ff anders, en opnieuw want dit had anders gemoeten, dat had zo gemoeten, zus had weer heel anders zo gemoeten en Jente vind spelen met speelgoed leuk, maar opruimen wat minder dus dat moet ook.
Aan de andere kant: als het niet gaat, zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. De neiging om alles heel gecontroleerd te doen, begint bij mij wat te zakken. En omdat je met een eigen huis toch nooit echt klaar bent, is het zaak om de urgente dingen met enige urgentie te doen en de wat minder urgente dingen, gewoon zoals ze komen. En laat de tuin toch net wat minder urgent zijn dan de (afgelopen week nieuw geleverde en geinstalleerde) vaatwasser.
Dus het feit dat we nu gewoon rustig aan de tuin kunnen gaan doen, zegt al wel dat we aanbeland zijn bij de woon-genot-verhogende-zaken. Hulde voor ons!!!! En uiteraard met dank aan allen die daaraan hebben bijgedragen.





Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...