dinsdag 27 december 2016

Geleuter.

Ik heb een klein moreel dilemma.
En dat dilemma zit in kerstkaartjes, of beter: de tekst erop.
Je wenst iemand middels zo'n kerstkaartje fijne feestdagen en een gelukkig 2017. Klinkt leuk. Is leuk. Om te geven en om te krijgen.
Maar ik sta er toch niet helemaal achter. Want de mensen die zo'n kaartje van ons ontvangen, wens ik niet alleen het beste voor 2017, maar ook 2018. En 19 en 20. Ik wens ze het beste voor de rest van hun leven, en dus is 2017 veel te beperkt.

Want het had niet veel gescheeld of ik was een paar dagen geleden van de brienenoordbrug in Rotterdam af gereden.
En dat had niks te maken met andere verkeersdeelnemers. Hoewel: misschien toch een beetje. Ik haalde een vrachtwagen in, en direct nadat ik die vrachtwagen voorbij was, kreeg ik een enorme klap van de wind, waardoor ik bijna de macht over het stuur verloor. Gelukkig was het niet druk, dus ik kon via een paar rijbanen de controle wel weer terugkrijgen. Ik was er totaal niet op bedacht. Die trucker moet waarschijnlijk wel even met zijn hoofd geschud hebben.

Was ik dus bijna dood.
En had ik nooit meer de mogelijkheid gehad om mensen alle goeds voor 2018 en verder te wensen.
Zou het toch jammer zijn als ik de mensen niet een mooi 2018 (en verder) had kunnen wensen.

Het voordeel aan de beperking van kerstkaarten is wel: als ik mensen ineens niet meer lust, kan ik gewoon een kaartje met de beste wensen voor het komende jaar niet meer sturen. Dan wens ik diegene gewoon niet meer het beste voor het volgende jaar. Stik er maar in. Dat idee.

Tegenwoordig heeft PostNL concurrentie van facebook en twitter. Veel makkelijker is het om de kerstwens gewoon online te pletteren, al dan niet voorzien van kazige (familie)foto's. Ja, ook daar hebben we wel eens aan meegedaan. Met van die foute truien en zo.
Ik moet zeggen: hier ben ik dan wel weer een behoorlijk traditioneel ingestelde ouwe lul, ik vind kaartjes gewoon mooi om te krijgen en te sturen.
Geeft ook enig cachet aan het interieur, zullen we maar zeggen.

Maar goed. Misschien moet ik volgend jaar gewoon zelf een kerstkaart ontwerpen met de tekst: Fijne kerstdagen, en ik wens je het beste voor 2018 en verder. Of zo. Dan kan ik voor het volgende jaar die beste wensen voor volgende jaren gewoon weglaten. Want die had ik dan al gewenst, en dan is er ruimte voor andere, leuke teksten of figuren.

Overigens en Nota Bene: ik ben lichtelijk koortsig, lichtelijk ziekjes, dus deze blog kan een beetje geinfecteerd zijn met wat geraaskal van iemand die teveel snot in zijn neus heeft, en last heeft van compleet afgevulde holtes, en oogleden die een eigen leven leiden, en vooral op elkaar willen donderen.

De kerstdagen hebben we doorgebracht in Oosterhout, bij Breda. Met vader, zuster, nichtje, vrouwlief en Jente.
In een huisje. Van alle gemakken voorzien, en in sommige gevallen van een open haard, zo kwijlde de folder.
Nadat ik me de hele maand december verheugd had op een huisje met open haard, viel het dus nogal tegen dat juist ons huisje geen open haard had.
Ons huisje had wel meer gebreken.
Zo was het ronduit ouwe meuk. Stoelen en banken die in de jaren '60 van 2 eeuwen geleden nog in de mode waren. (Met brandgaten erin, maar dat even terzijde). Schoongemaakt door iemand die waarschijnlijk niet in de gaten had, dat de stakingen in die branche al voorbij waren. Ik zal niet al te diep in gaan op interessante schimmelculturen in badkamer en toilet. Ik zal ook niet al te diep ingaan op vetlagen in de keuken, die echt niet in 2 jaar tijd zó dik hebben kunnen worden. En ook zal ik niet ingaan op de ranzige bagger die op de bubbelstralers van het bubbelbad zat. Ook zal ik niet te moeilijk doen over een bescheiden spinnenkolonie die er een thuis had gevonden.
Ik kan de naam van dit park best noemen, want de winst is binnen, en met klachten doet men daar toch niks: Roompot, de Katjeskelder in Oosterhout.
Als je hygiëne wil, moet je daar wellicht niet naar toe. Ik denk dat Rob Geus er nog nachtmerries van zou krijgen.
Maar als ik alleen maar ga lopen jammeren over hoe slecht het was, doe ik de hele vakantie toch wel ernstig te kort.
Want het was gezellig. (Even los van het feit dat iemand mij daar dus weer een kanjer van een verkoudheid cadeau gaf). We hebben ontzettend lekker gegourmet, gewokt, frieten gegeten (om de een of andere reden zijn Chinese restaurants in Oosterhout op tweede kerstdag dicht of absurd lastig te bereiken).  En waarschijnlijk sleep ik kilo's meer mee naar huis, dan toen we gingen.
En ik heb zowel mijn vader als mijn zus overgehaald om niet 1, niet 2, niet 3 en zelfs geen 4, maar wel 8 of 9 potjes Kolonisten van Catan te spelen. Waarvan ik er slechts 2 verloor, maar dat doet niet ter zake. Ze vonden het een geweldig spel.
Mooi ook om de generatiekloof te zien. Waar de oudere generatie puur voor zichzelf speelde, en weinig tot geen interesse leek te tonen voor handelen, of samen spelen, was het de jongere generatie die dat dus wel deed. Toch wel een interessant gegeven....
Overigens mag ik daar wel aan toevoegen dat van de twee keer dat ik verloor, ik in één ook echt een loeder was, want doordat ik het geluk tegen had, werd ik een wat slechte verliezer. Maar dat mocht de pret niet drukken, want zuslief was zo 'hooked' aan dat spel dat het zwaard van damocles in de vorm van 'mens-erger-je-niet' al snel verdween als sneeuw voor de zon.
Jente is er gruwelijk verwend, waarbij de favoriet een poppenwagen was. Trots als een aapje stapte Jente ermee door het huisje. Echter niet met de bedoeling om er haar pop of haar broer Knijn in te vervoeren, maar gewoon, om erachter aan te stappen, en door de kamer te racen.
Het was een prima tijd om even lekker te relaxen. Even lekker wat minder te doen. En hoe fijn: als je met meer volwassenen bent, is er altijd wel iemand die heel even ingrijpt als Jente in haar jeugdige onschuld iets doet wat echt niet de bedoeling is.

Toch nog even wat beroepsmatig reutelen.
11 jaar geleden kocht ik van Hans Govaart (Brassimport, een helaas ter ziele gegane onderneming in trompetten en aanverwante parafernalia) een geweldig mondstuk. Toen nog niet op de hoogte van de exacte maat, bleek het een perfect mondstuk voor me te zijn. Hans wist met zijn kennis over trompetten wat ik nodig had, gaf me het mondstuk mee, en ik kon weer vooruit.
De afgelopen 11 jaar heb ik met veel plezier en gemak op dit mondstuk gespeeld. Ik heb andere mondstukken bespeeld, en zelfs een mondstuk voor mezelf laten maken, maar toch kwam ik altijd weer terug bij dit GR mondstuk. Altijd weer. Als een oude vriend, met wie het goed tafelen is, greep ik toch weer terug naar mijn vertrouwde potje.
Tot ik het ding in een vlaag van verbijsterende lompheid (zelfs voor mijn doen) op de grond liet pletteren. Snel kijken, maar de rand was goden zij dank onbeschadigd. Het uiteinde echter was niet meer rond. Bijna vierkant.
En toen kwam ik er dus achter dat een beschadigd mondstuk gewoon slecht speelt. Hij paste nog maar ternauwernood in mijn trompetten, en in mijn nieuwe c trompet bleek het ding gewoon dramatisch te zijn geworden.
Heel Nederland afgezocht naar een nieuw exemplaar. Niet te krijgen. Toen via Pfeiffer maar een heel erg gelijkend mondstuk gekocht. Die bood ze met een lekkere korting aan, nieuw.
En als sneeuw voor de zon verdwenen veel van de problemen met mijn nieuwe trompet. En past het weer allemaal goed.
Er is wel wat verschil, maar het speelt weer als vanouds, en dat is toch wel heel erg fijn.
Mijn oude GR 66L heeft het 11 jaar heel erg goed bij me gedaan, maar in verband met technische onbruikbaarheid moet ik er toch maar afstand van doen. Mijn nieuwe GR 66C** (wat dit allemaal betekent, weet ik niet en boeit me niet, want het speelt subliem) moet het de komende 11 jaar en liefst langer maar met me uit gaan houden.
 Ik zal proberen een beter baasje te zijn, en hem niet te laten pletteren op een prachtige marmeren vloer.

Wellicht komt er nog een blog, maar voor nu wens ik alle lezers (wederom) een prima jaarwisseling toe (en dit is dan weer een mooi compromis in verband met mijn geleuter in de eerste alinea's).





zondag 18 december 2016

Hard geworden zacht.



Als ik met het kwintet van het TkKMar op pad ga, is er altijd wel tijd voor diverse lachbuien, gezelligheid en onverwachte aangelegenheden.
En het jaarlijkse optreden in het Marechausseemuseum in Buren bevatte alle drie deze componenten.
Buren bij Kaarslicht. Ik doe het nu voor de 6e of 7e keer.
Het schilderachtige dorpje Buren, wordt nog schilderachtiger gemaakt door de straten te verlichten met potten gevuld met waxine lichtjes, fakkels en andere brandbare spulletjes.
Bezoekers volgen de kaarsen en onderweg komen ze langs diverse muzikale, geestelijke en fysieke 'versnaperingen'.

De locatie, hoewel prachtig, is niet echt optimaal voor het spelen van een concert. De deuren staan wagenwijd open, dus spelen is altijd weer "op hoop van stemming". Zwaar, want qua akkoestiek niet helemaal jofel.
We hebben er staan spelen terwijl het buiten sneeuwde, en vroor dat het kraakte (en binnen dus ook). We hebben er gespeeld terwijl het regende. Eigenlijk alle beroerde weersomstandigheden zijn langsgekomen, behalve misschien 35 graden, felle zon en smog, maar goed het gaat om een kerstconcert, dus dat ligt ook niet echt geheel in de lijn der verwachtingen.
Maar de sfeer onderling en de sfeer die bezoekers meebrengen, zijn echt superleuk. En los daarvan is het Marechaussee museum, gevestigd in het oude weeshuis, echt wel een heel mooi karakteristiek pand, met een ruime verzameling aan Marechaussee-gerelateerde zaken, die best wel de moeite is om eens te bezichtigen.

Sinds 3 jaar hebben we met het kwintet besloten om voorafgaand aan dit optreden lekker uit eten te gaan in een restaurant om de hoek. Lekker genieten van een zeer intieme sfeer. (Het restaurantje is zó klein, dat het gevoel van intimiteit nog vergroot wordt door het feit dat je a) nauwelijks door het restaurant kan lopen zonder de borden van de andere gasten mee te sleuren en b) dat je, als je eenmaal zit, praktisch bij elkaar op schoot zit, en moet eten met je armen door die van je buurman/vrouw gehaakt).
We hebben elk jaar een beetje haast. Want om 1930 begint het feest, en om 1700 sluit het dorp. En dan willen we dus ook wel om 1700 uur eten.
Reserveren is een vereiste op die dag, dus ik reserveer ook voor die tijd.
Toen we gisteren binnenkwamen, werden we in eerste instantie vakkundig genegeerd door het personeel. Daar sta je dan. Met je neus op de borden van etende gasten. En als er een ober langs moest met voedsel, stond je met je neus in de borden van gasten. Er zal maar een ongelukkig snotje op het verkeerde moment je neus uitvallen. Dat idee.
Toen we eenmaal mochten gaan zitten, werden we opnieuw genegeerd. En de obers die langskwamen, hadden zeer specifieke taken. De ene was er voor het brengen van de drankjes, maar die mocht beslist geen orders aannemen. Daar was ook zeer zeker niet over te onderhandelen. De ander was er voor het bezorgen van het eten, maar die deed zeker niet aan het ophalen van de glazen. Naja, in mijn ogen inefficient, want als elke ober gewoon alle taken kon doen, hadden er ook minder mensen hoeven rondlopen.
Om even door te zeuren: voor het eerst in die drie jaar, was ik niet zo heel erg blij met hetgeen er geserveerd werd.
De stoofpeertjes leken direct vanuit de vriezer, via de "defrost" van de magnetron, op tafel gezet. Normaal vind ik stoofpeertjes heerlijk, maar deze kwamen gewoon uit een blikje van de lidl. Weinig smaak, en de nattigheid was dun, ijskoud en lafjes.
De kip met spek. Tja. Ik moet bekennen: daar had ik me veel van voorgesteld. Maar dat lag ook wel aan mij. Dat bleken gewoon goedkope kipworstjes van de Aldi te zijn. Je kent het wel: van die wat wazig uitziende vingertjes, waarvan je maar moet hopen dat wat er in zit, ook daadwerkelijk kip is, en niet de restanten van een verdwenen kat of zo. Die worstjes bevatten ongelooflijk veel resten kraakbeen. Waardoor je bij het kauwen de rare sensatie kreeg alsof je kaken ineens uitgerust zijn met schokbrekers. Je denkt lekker te kunnen kauwen, maar je kaken krijgen een terugslag, omdat kraakbeen zich nu eenmaal niet echt lekker laat vermalen tussen je kiezen. Zoals Jurgen dit zou noemen: hard geworden zacht. 
Gelukkig heeft Pepe weinig gevoel voor smaak, dus die wilde mij wel afhelpen van mijn worstjes en at ze genoeglijk op.
Toen we af wilden rekenen, werden we niet genegeerd, dat kon vrijwel meteen.
Ik overdrijf een beetje, want het meisje dat de gerechten uitserveerde was heel lief, vlot en zag er nog best leuk uit ook. Maakt ook wat goed, toch?
Toen we ons gingen omkleden voor aanvang van het concert, viel het me op dat mijn vest meurde alsof we in de keuken van het restaurant hebben zitten eten. 

De nieuwe directeur van het Marechaussee museum wilde eigenlijk non-stop muziek. Maar dat is met een koperkwintet eigenlijk niet te doen. Ik ben zelf niet echt een officiele prater, dus in aankondigingen ben ik niet zo goed (ik schrijf er liever over, maar dat gaat wat lastig bij een live-concert). En omdat we dus redelijk non-stop spelen, moeten we wel wat pauzeren. En dat was niet helemaal zoals de directeur het voor zich zag. Op zich ook wel logisch. Want als wij pauzeerden, liepen de mensen weg.
Dit jaar speelde er daarom een ensemble als wij zouden pauzeren.
Het effect daarvan was dat er minder mensen wegliepen als wij gingen pauzeren. Maar niet veel.
Als wij speelden, zag het zwart van de mensen.
Mensen die oprecht "bravo!!!" brulden als we klaar waren met een liedje.
Mensen die er geen bezwaar tegen hadden als wij speelden terwijl zij praatten (lees: krijsten) tegen elkaar.
Mensen die een soort van dansje deden.
Mensen die, als wij pauze hadden, op onze stoelen plaats namen, onze glaasjes water omstootten, en niks deden om dat op te ruimen, of te vervangen.
Mensen die met een fototoestel tussen het ensemble kwamen staan, als wij wilden inzetten.
Mensen die met of zonder geluisterd te hebben een daverend applaus gaven.

Het was, kortom,  een waardige afsluiter van 2016 voor wat betreft de kapel. 

Nog een paar werkzaamheden om het jaar helemaal af te sluiten, en ik kan ook uitpluggen.

Ik weet niet of er nog een blog volgt, 2016 was niet echt een jaar waarin ik veel inspiratie had om te tikken. Dat had te maken met heel veel dingen, waaronder een verhuizing, en een bovengemiddeld hoog aantal reisjes naar de diverse buitenlanden. En ook heb ik een heel aantal leuke nieuwe mensen mogen ontmoeten.
Ik wil iedereen vanaf deze plek alvast een goed kerstfeest wensen en het allerbeste voor 2017.

(Maar wellicht volgt er nog een blog, je weet t nooit met die inspiratie van tegenwoordig, en dan wens ik iedereen gewoon weer het beste ;) ).







vrijdag 16 december 2016

Lompheid.

Met een zak aardappelen mepte ik Ilse per ongeluk tegen haar hoofd. Daags erna zei ze haar huur op, en trok bij mij in.
Een goed jaar later (we waren net wel of niet getrouwd) klopte Ilse mij tegen mijn harses en molde definitief mijn oh-zo-hippe bril.
Er is geen wiskundediploma nodig om te beseffen dat ons kind dus ook last krijgt van dezelfde lompheid.
En jawel.
Inmiddels overweeg ik niet alleen een toque maar ook een kuisheidsgordel aan te schaffen. En dat laatste niet zozeer voor Jente, als wel voor mezelf aangezien ik begrepen heb dat die dingen van staal gemaakt zijn.
De keren dat Jente met haar knuisjes of haar voeten in mijn edele delen trapte, kan ik niet meer op de vingers van twee handen tellen, en dan ben ik nog optimistisch. En nee, dat doet ze niet expres, en als ze al eens boos is, dan kan ze onmogelijk weten wat de impact van haar verkeerd geplante ledematen is. En zie maar eens in beschaafde termen uiting aan je pijn te geven. Dan zijn woorden als "sapperloot" toch niet helemaal toereikend. Voor zover er in mijn keel ruimte is om meer geluid voort te brengen dan gekreun van de pijn.
Ze is net als de meeste andere kinderen dol op lezen. En de wens om voorgelezen te worden maakt ze kenbaar door met een boekje naar ons toe te hobbelen.
Dat boekje wordt dan zonder enig gevoel voor mededogen op, tegen of in je gezicht geprakt. Lezen, kreng!
En owee als het niet snel genoeg gaat: dan gaat madam met het boekje zwaaien, waardoor de voorlezer het risico loopt zijn (kunst) gebit te verliezen.
De i-pad draagt ook de littekens van een iets te enthousiaste Jente, die het ding tegen de grond kwakte, in de hoop dat er dan een Woezel of een Pip uit gekropen kwam.
De poezen zijn inmiddels redelijk veilig. Claus hield en houdt afstand, en mept van zich af als dat levensgevaarlijke kind te dicht in zijn buurt komt. Zielig voor haar, maar zielig voor Claus als hij het niet doet.
Colette, het scharminkel is wat minder bang, en laat zich soms verleiden tot stoeien. Dat is nog best sneu, want per stoeipartij zien we de staart van Colette langer worden, en de vacht uitrekken tot proporties waar een gezonde leeuw jaloers op zou zijn. Maar het kan ook anders: dan horen we tevreden gespin en gekraai, en dan zijn Colette en Jente rondjes om elkaar heen aan het kruipen, en elkaar kopjes aan het geven.
Ook het eten gaat met dezelfde lompheid. Zeker sinds ze ontdekt heeft dat ze met van alles kan gooien. Het verdwijnt in haren, ogen, oren, kleren en soms met meer geluk dan wijsheid in haar mond. En als ze het niet blieft, dan verdwijnt het met een mooie boog op de grond (waar soms een kat zich er tegoed aan doet).

Zelf had ik laatst ook wat lomps, waarvan ik hoop dat het een beetje in de vergetelheid verdwijnen zal.
Ik had er een lange dag op zitten, toen we in de avond nog een concert moesten spelen. Dus vele uren lang stil zitten op een stoel, en dan inzetten.
Toen het dan eindelijk pauze was, en er applaus kwam, mocht het orkest gaan staan. Omdat ik nogal de neiging heb om met mijn voeten onder mijn stoel te zitten, kwam ik dus ook vanuit die positie omhoog. En daardoor drukten mijn kuiten zo hard tegen de zitting van de stoel dat die met een doffe klap omviel. Aangezien mijn stoel de enige was die was gaan liggen, kon ik ook niet doen alsof mijn neus bloedde. Niet te negeren lag die stoel namelijk achter mij. En zo heel druk op het podium was het ook niet dat ik anderen de schuld kon geven.

Een ander lompigheidje was niet zozeer helemaal mijn schuld, als wel dat ik toch min of meer verantwoordelijk gehouden zal kunnen worden voor een eventuele rode muggenplaag in mijn huis.
Het is namelijk heel leuk om levend voer in mijn vissenbak te gooien. De vissen vinden het leuk, Ilse en Jente vinden het leuk, en ik eigenlijk ook wel.
Dus koop ik zo af en toe een zakje levende watervlolarven. Die gooi ik erin en de vissen en kreeft hebben een culinair feestje.
Van de week leek het me leuk om larven van de rode mug in die bak te gooien. Dat zou leuk kleuren met de rest van de bak, zo leek me.
Jammer alleen was dat die larven meteen naar de bodem doken, en de vissen dreven erbij en keken er naar.
En die larven wroetten zich tussen de grindkorreltjes en verdwenen uit beeld.
Een paar vissen hebben zich er rond aan kunnen eten, de kreeft heeft een poosje heel erg enthousiast in de bodem zitten wroeten, maar ik vrees dat we van de zomer een ware rode muggenplaag in huis gaan hebben.
Dat doen we dus niet meer. De volgende keer worden het weer gewoon watervlooien, want die kunnen (naar ik hoop) niet opgroeien tot creaturen die ons het leven zuur maken.



maandag 12 december 2016

Verkeers- en geluidsperikelen.

Afgelopen week dompelde ik mezelf onder in de wondere wereld van de klassieke kerstmuziek.
Een Messiah, en een Weihnachts. Händel en Bach.
Om op de concertlocaties te komen, maak ik uiteraard gebruik van mijn (ruim) 13 jaar oude Madame Jeanette. In de volksmond ook wel Citroen C5 Break, 2.0 16V genaamd. Maar dat laatste bekt wat minder soepel, dus gewoon Madame Jeanette.
Het laatste concert was in Oudewater. Het dorp waar de kunstenaar Jan Montyn geboren is.
De heenreis was werkelijk prachtig.
Vlak na Utrecht werd ik door Garmin de snelweg afgestuurd, om vervolgens ettelijke kilometers over een heel erg oud veendijkje te rijden.
Spannend, want deze route had ik echt niet verwacht, en het dijkje was op de meeste plaatsen maar nét breed genoeg voor mijn auto. Er waren elke 100 meter weliswaar passeer-plaatsen gecreëerd, maar dan moeten de medeweggebruikers wél zo clever zijn om daar gebruik van te maken.
Gelukkig deden ze dat ook, en nog gelukkiger kwam ik geen 12-tons combinaties tegen, want dan had ik de keuze tussen een 1,5 meter lager gelegen weiland of een sloot.
Los daarvan: het was werkelijk prachtig om daar te rijden. Nederland kent zulke mooie plekjes, en ik ben oprecht blij dat ik deze route naar Oudewater kon nemen. Om te genieten van mooie omgevingen, hoeft men echt niet met een vliegtuig 1000-den kilometers verderop te gaan kijken. Gewoon eens in de auto stappen, en de mooie stukken land, liggen bijna letterlijk voor het oprapen.
Oudewater zelf is een klein dorpje met smalle straatjes en oude huisjes en gebouwen. Ziet er allemaal heel erg leuk uit. En het heeft een heel erg leuk eethuisje, dat echt leuke sfeer uitstraalt (voeding voorafgaand aan een concert is waanzinnig belangrijk, en als dat in goede ambiance gebeurt, is dat alleen maar een pluspunt).
Alleen, als je niet bekend bent in het dorp, doet de verkeers-inrichting niet altijd even logisch aan. Zo dacht ik oprecht dat mijn Garmin vreselijk in de war was, toen die me over een wel heel erg smal en fragiel ogend bruggetje leidde.
Dat zag er zó smal en fragiel uit (mede met dank aan de extra versmalling die er was aangebracht) dat ik voor het eerst in mijn leven ben uitgestapt om te kijken of ik daar uberhaupt doorheen paste. Dat leverde me uiteraard getoeter op van locals die zich ongetwijfeld ergerden aan weer zo'n toerist die het allemaal niet weet, en het voelde ook echt ongelooflijk knullig, maar ik heb al genoeg schade aan mijn auto, dat dat me even niet zoveel kon schelen. 
Liever 3 seconden later thuis zonder schade, dan 3 uur later thuis zonder auto. Denk ik dan maar.
Uiteraard paste het wel, en kon ik mijn weg (met een klein beetje schaamtezweet op voorhoofd en rug) vervolgen.

Gesproken over schaamte.
Ik sta nogal ambivalent tegenover banden. Een beetje vrouwelijk wellicht. Maar soms vind ik het belachelijk om meer dan 100 euro voor een band uit te geven. Ten slotte kun je tweede hands vaak meer dan prima banden kopen, voor echt een fractie van de prijs. En dat inclusief montage en balanceren.
Omdat ik meende dat ik Madame Jeanette eens lekker op kon fluffen met een setje lichtmetaal, kocht ik er prima banden bij. Tweede hands, 80%, en perfect gebalanceerd door de bandenboer. Ik was helemaal het heertje, en de auto reed er fantastisch op.
Dat is inmiddels een jaar en 50.000 kilometer geleden.
De voorbanden waren reeds eerder aan vervanging toe. Want slecht uitgelijnd, waren ze scheef afgesleten. Op advies van velen, besloot ik tot de aanschaf van twee gloedjenieuwe Michelin banden. En inderdaad: de voorkant reed heerlijk comfortabel, stil en stabiel.
Na een goeie 40.000 kilometer begon de achterkant wat instabiel te worden, en zeker lawaaierig.
Nu moest ik dus afgelopen vrijdag naar de jongens van Ronald van Rootselaar voor de schade (ontstaan door een ietwat lompe BMW bestuurder), en omdat ik zekerheid wilde, vroeg ik ze gelijk om even te kijken of mijn achterbanden, zoals ik verwachtte, aan vervanging toe waren, en indien ja; of ze die dan wilden vervangen voor dezelfde set als die ze voor er eerder al om hadden gelegd.
Aan het einde van de dag was de schade-expert klaar, en kon ik de auto weer ophalen.
Alex, de monteur liet me de oude banden zien. Helemaal enthousiast liet hij zien hoe gelijkmatig en egaal de banden tot op de draad toe versleten waren. Aan de uitlijning of balancering lag het niet. Die was perfect.
Vervolgens kreeg ik een hele vriendelijke uitbrander van hem, want de oude banden waren niet zozeer een kwestie van afkeur, maar van wachten op een glijpartij, met een potentiele afloop die niet noodzakelijkerwijs in mijn voordeel zou zijn (vrij naar de Japanse keizer na de atoomaanval van de USA).
Normaal gesproken ben ik van het veilige rijden, zeker met mijn dochter achterin. Maar toen ik zag in welke deplorabele staat de oude banden verkeerden, voelde ik toch wel wat schaamte op mijn wangen verschijnen.
Ik moet daarbij wel aangeven: de oude (dus tweedehands) banden hebben het voortreffelijk gedaan. Maar nu ik merk hoe stil, comfortabel de auto rijdt (ik kan klaverbladen gewoon weer op volle snelheid ronden) heb ik mezelf voorgenomen om de volgende keer iets vlotter te zijn met het plaatsen van nieuwe banden.
Want mopperen op medeweggebruikers kan ik erg goed, maar het is natuurlijk nogal hypocriet om te doen, als je zelf gevaarlijk bezig bent met versleten sloffen voor je eigen kar.

Uit het nieuws:
Minister Schultz wil appen op de fiets strafbaar stellen...
Ha
Ha
Ha
Ha
Ha
Wat een grap, ik lach me slap.
Bij wet dienen fietsers deugdelijke verlichting te voeren. Doen ze zelden tot nooit. In deze donkere tijd van het jaar moet ik maar hopen dat ik ze op tijd zie. Blijkbaar wil een fietser liever niet gezien worden, of doodgereden worden. Een andere reden kan ik niet verzinnen voor dergelijk stupide gedrag. En ja, ik hoop oprecht dat ik ze op tijd zie, want het is zo zonde van mijn auto als er een afdruk van zo'n half-aap in mijn motorkap gestanst wordt.
Bij wet dienen fietsers zich te houden aan fietspaden en verkeerslichten. Doen ze zelden tot nooit. Met een aan arrogantie-grenzende doodswens, negeren ze opgewekt alle voorrangsregels. En maar hopen dat de automobilist wel op tijd stil staat.
En nu dus bij wet niet meer met het 06-lulijzer spelen tijdens het fietsen. Alsof ze zich daar dan wel aan gaan houden. Er is al nauwelijks capaciteit om alle andere overtredingen van fietsers te bekeuren. Laat staan voor zo'n nieuwe wet. Kan dus niet gehandhaafd worden en is dus per definitie een lachertje.
Maar lieve minister, ik heb een beter idee: neem fietsers hun beschermde status af, als ze de leeftijd van 15 hebben bereikt. Vanaf 15 jaar mag je geacht worden de regels te kennen. En als ze toch onder auto's komen omdat ze zich niet aan de regels houden, laat ze gelijk opdraaien voor hun eigen medische kosten.
Dat is eerlijker tegenover de andere weggebruikers, en waarschijnlijk leren ze het dan wél.

Als straf voor het feit dat ik zo vreselijk genoten heb van de afgelopen muzikale week, kreeg Jente gisteren van Paul een aantal speeltjes.
Een pianootje, en een autobus waaruit een liedje komt als ze er mee speelt.

 Dit liedje:

"De wielen van de bus die draaien rond
Draaien rond, draaien rond
De wielen van de bus die draaien rond
Als de bus gaat rijden

De deuren van de bus gaan open en dicht
Open en dicht, open en dicht
De deuren van de bus gaan open en dicht
Als de bus gaat rijden

De wissers van de bus gaan heen en weer
Heen en weer, heen en weer
De wissers van de bus gaan heen en weer
Als de bus gaat rijden

De lichten van de bus gaan aan en uit
Aan en uit, aan en uit
De lichten van de bus gaan aan en uit
Als de bus gaat rijden

De toeter van de bus gaat toet toet toet
Toet toet toet, toet toet toet
De toeter van de bus gaat toet toet toet
Als de bus gaat rijden

De mensen in de bus gaan op en neer
Op en neer, op en neer
De mensen in de bus gaan op en neer
Als de bus gaat rijden

De mama’s in de bus die kletsen maar
Kletsen maar, kletsen maar
De mama’s in de bus die kletsen maar
Als de bus gaat rijden

De kindjes in de bus gaan hobbel, hobbel, hobbel
Hobbel, hobbel, hobbel
Hobbel, hobbel, hobbel
De kindjes in de bus gaan hobbel, hobbel, hobbel
Als de bus gaat rijden

De pappa’s in de bus die slapen maar
Slapen maar, slapen maar
De pappa’s in de bus die slapen maar
Als de bus gaat rijden

De baby’s in de bus gaan op en neer
Op en neer, op en neer
De baby’s in de bus gaan op en neer
Als de bus gaat rijden

De buschauffeur zegt dag, dag dag
Dag dag dag, dag dag dag
De buschauffeur zegt dag dag dag
Als de bus gaat rijden"

En dat dus urenlang, als Jente met dat ding gaat spelen.
Nu ben ik jegens mijn dochter niet bijzonder gewelddadig aangelegd, maar de eerste die nog komt met een geluidsproducerend cadeau voor mijn dochter, wordt standrechtelijk geëxecuteerd. Door middel van verdrinking in mijn aquarium. Of met een bot mes. Of met een pianokruk. Of met een speelgoedbus.



vrijdag 9 december 2016

Messiah in White Satin.

Er zijn een aantal stukken waar trompet inzit waar veel trompettisten niet echt op zitten te wachten.
Mijn persoonlijke lijst bestaat uit praktisch alles van Verdi, Paulus Passion van Mendelssohn en nog meer van die urenlange werken waar je als trompettist niet veel meer doet dan rusten tellen.

Je telt hoofdzakelijk rusten.
Vervolgens moet je na ruim een uur een keer inzetten.
Je zit op een net iets te oncomfortabele stoel.
Je instrument is koud.
Je instrument is redelijk ontstemd, want de kerk waar je speelt, is niet voorzien van een verwarming die op zijn taak is berekend.
Je loopt dus het grootste risico dat de noot die je in gaat zetten, niet helemaal zuiver meer is. En daar is weinig aan te doen, want als je hem speelt, is het reeds te laat. Vervolgens krijg je (tot mijn verbazing ook van beroepsmusici, die mijns inziens beter zouden moeten weten) allemaal loos kritiek dat het vals is. Ja.... Hallo... Alsof ik heb verzonnen dat ik onder dergelijke lullige omstandigheden eens een liedje moet inzetten in zo'n stuk.

Onder deze categorie valt dus ook de Messiah van mijnheer Händel. Prachtig stuk. Dat vond mijnheer Händel zelf ook, want elk deeltje wordt tot in den treuren herhaald.
En voor de pauze, zit je als musicus een dikke anderhalf uur op je stoel. En specifiek: voor de pauze zit je als trompettist een dikke anderhalf uur op je stoel, waarvan je precies 4 minuten wat mag spelen. En daarna moet je dus weer in een soort van coma wegzakken, tot je mag opstaan om daadwerkelijk pauze te houden. (Ter verdediging van mijnheer Händel: als het glorieus en vrolijk moet zijn, schrijft hij trompetten voor. Daaraan kun je volgens mij vermoeden dat die hele Messiah geen vrolijk mopje is, want dat komt precies 5 keer voor, gedurende bijna 3 uur.)

Afgelopen week mocht ik een Messiah spelen, voor de Evangelische Omroep. Dat betekende dus een week met veel wachten, en af en toe wat nootjes schieten.
Alles wat ik hierboven over de Messiah schreef, ging ook voor deze editie op, met dat verschil dat ik een waanzinnig gezellige sectie had, en het orkest voor de (mijn) verandering eens onder leiding stond van een dirigent die wel een bepaalde visie had, en dat kon uitdragen. Een dirigent die gewoon voor de verandering eens geen moeite had met koor en orkest. Een dirigent die zijn vak gewoon verstaat. Ook wel eens fijn.
Met dat verschil dat het orkest en koor gewoon ontzettend goed speelden. Dat heb ik in de afgelopen jaren, bij andere orkesten veel erger meegemaakt. Erg prettig ook.
En met dat verschil dat ik nu nog een beetje buikpijn heb van het lachen.  Mijn collega, Maurice, speelde niet alleen een heel mooie aria, maar was in staat om met weinig woorden met grote regelmaat mij een enorme lachstuip te bezorgen. Vaak door net op ongepaste momenten iets te hard iets te zeggen of te doen, dat eigenlijk net niet kon.
Typisch van die gevalletjes waar je bij had moeten zijn.
Het feit dat het zo gezellig was, en dat het kwalitatief goed was om mee voor de dag te komen, maakt alle bovenstaande punten eigenlijk al geen issue meer.

Wat ik erg grappig vond: iedereen moest voor de concerten langs de visagisten. Dus ook ik. Want er werden tv-opnames gemaakt, en dan moet iedereen er op zijn paasbest uitzien. Dus ook ik.
Kansloze missie als je het mij vraagt, want ik had al weken geleden naar de kapper gemoeten. Mijn haar had last van verregaand escapisme. Of een paar volt teveel door mijn lijf, dat kan ook.
Aanvankelijk dacht ik nog dat ze een grapje maakten, maar nee. Ik moest in zo'n stoel plaatsnemen. Die dame dacht daar de eerste avond het hare van, pakte een poedertje en een kwast en bepoederde uitgebreid de inhammen op mijn voorhoofd. Wellicht om de kaalslag aldaar nog wat te accentueren. (Kale mensen zien er altijd wat intelligent uit, zeker in mijn geval). Dat was het dan ook. Met een opgemaakt voorhoofd kon ik nog net een peuk roken, voor we het compleet witte podium moesten betreden.
De tweede dag van de opnames, waren de visagistes veel serieuzer. Mijn voorhoofd werd niet alleen bepoederd, maar ook mijn wangen, en er werd heel achteloos met een potlood een streep door mijn wenkbrauwen gezet. Heel casual. En er werd ook een spulletje op mijn haar gespoten, waardoor dat plat zou gaan liggen. Want zo zei de dame:"de camera gaat daar dwars doorheen".  Juist.
En om nu te zeggen dat het veel beter was: Nee. Zoals ik al zei: kansloze missie.
Sowieso. Er zaten best wat appetijtelijke meiden in het orkest, maar ik durfde spontaan niet meer te zeggen dat ze er leuk uitzagen. Ik bedoel: de meeste vrouwen hebben al die make-up niet nodig. Dus als je dan zegt dat ze er na de visagie mooi uitzien, is dan toch een beetje alsof je bedoelt dat ze voor de visagie er uitzagen als een stel trollen.

Door de aankleding van het geheel (helaas: met de muziek werd niet echt rekening gehouden, want het koor en orkest zaten mijlenver uiteen, en ook het orkest was nogal verbrokkeld opgesteld, waardoor stemming en samenspel alleen maar lastiger werden) zagen we eruit alsof we op gingen treden op het Sensation-White feest. Alles was (in elk geval de eerste dag) sneeuw-wit. We kregen een witte broek (welke voor mij een marteling was, aangezien het een slim-fit broek was, die ik dus al nauwelijks over mijn kuiten kreeg, en toen dat eenmaal gelukt was, bleek het onmogelijk om dat ding met goed fatsoen dicht te krijgen. Iets met het overschatten van maten), de stoelen waren wit, de microfoons waren wit, het podium was wit, alles was wit.
Om het podium te beklimmen had men provisorisch trapjes gemaakt. Maar die waren wel elk een halve meter hoog.
Zie daar maar eens charmant op of af te klimmen als je broek zo strak zit, dat elke stap of ademhaling de doodssteek kan betekenen voor het ding.
Dat lukte dus niet. Gelukkig hadden we het zo voor elkaar dat de cameraman even ergens anders ging wieberen met dat ding, zodat wij na ons eerste liedje redelijk op het gemakje voorzichtig en zo charmant mogelijk het podium konden verlaten.

Maar wat was het leuk. En wat heb ik gelachen. En wat was het eten lekker! Elke avond weer de lekkerste gerechten opgediend gekregen. En niet 1, maar wel twee keer mogen opscheppen.
Zo wil ik elke dag wel een Messiah in white satin spelen.

Morgen staat met hetzelfde orkest een Weihnachts op het programma. Meer te spelen, iets andere trompetsectie, maar desalniettemin: ik verheug me er nu al op.





zaterdag 3 december 2016

Koelkasten en andere zaken.

Toen ik in Ede woonde, had ik geen koelkast, dus die moest er komen. Omdat ik aan een tafelmodelletje wel genoeg had, kwam er een tafelmodelletje van de kringloop winkel. Dat was voor toen een prima oplossing: het werkte, kostte niet veel en was handig verplaatsbaar.
Dat dingetje heeft de verhuizing naar Tiel goed doorstaan.
Maar ja. Het leven gaat verder, en omdat er een vrouw in mijn leven kwam, die ook bepaalde zaken wilde koelen, bleek dat mijn kleine tafelmodelletje toch niet helemaal afdoende was.
Op marktplaats ermee, want het kleine koelkastje was nog helemaal prima.
Werd opgehaald door een bezorgde moeder, die het ding voor haar pas studerende dochter wilde hebben.
Inmiddels zal het apparaat wel vol schimmel en andere ellende zijn laatste dagen slijten in een door studenten totaal verwaarloosde keuken, waar meer ratten en ander ongedierte zit, dan gezonde voedingsmiddelen.
Daarvoor in de plaats kwam een werkelijk gigantische koelvries-combinatie van Bosch. Ook uit de kringloop winkel. Deze keer niet omdat we ons geen nieuwe konden permitteren, maar de keuken in Tiel was een samenraapsel van multiplex, mdf en spaanplaat, en de electra was zó sleets dat ik wilde voorkomen dat het huis korte metten zou maken met een nieuwe Amerikaanse koelkast.
Dus liever een wat goedkopere optie, die het nog een paar jaar uit zou houden.

En dat deed de Bosch dus ook.
Deze Bosch overleefde maar liefst 2 verhuizingen, waarbij we (toegegeven) niet heel erg secuur met hem omgingen.
De Bosch had ook zo zijn eigenaardigheidjes. Het afwater-gaatje verstopte zó snel, dat er zich wekelijks hele plassen water op de bodem vormden. Vooral in de ochtend niet prettig als je even snel het pak melk tegen je mond zette. In eerste instantie dacht ik dan dat ik het pak melk te vroeg kantelde, en er dus melk over mijn kleren gulpte, (dit is me serieus meermaals gebeurd, zowel met melk als met koffie: met je slaperige hoofd denken dat de tuit of je beker al aan je lippen is, en dus het geheel kantelen ten einde een lekkere slok te nemen, maar dat dan blijkt dat je mond nog enkele centimeters verderop zit...) maar dat was dus dat water dat niet meer weg wilde stromen.
Dat was nog wel op te lossen met een trekveer. Geen flauw benul waar die veer uitkwam als ik hem helemaal door dat gaatje roste, maar het hielp wel. Tijdelijk. Zelfs meermaals uitsoppen hielp niet.

FFW naar het heden:
Vorige week (is eigenlijk al verleden) begon Bosch met een grootscheepse oefening in afsterven. Ineens was hij zomaar uit. Alsof hij geen stroom meer pakte. Een paar keer in en uit het stopcontact trekken, leek te helpen. Maar toen er uit de aan/uit-knop een vonk kwam, hield ik het voor gezien. Dat leek me niet zo veilig.
Dus Ilse en Jente in mijn auto geladen, en naar een kringloop.
We zouden ook kunnen kiezen voor een nieuwe koelkast, maar omdat we volgend jaar een nieuwe keuken willen, vind ik het zonde om nu 600 euro voor een nieuwe, hipper dan hippere koelkast te kopen. In een complete keuken, zit namelijk vaak al zo'n nieuwe, hipper dan hippere koelkast. (En als je dan vervolgens je paar maanden oude, hipper dan hippere koelkast wil verkopen, krijg je van die smoezelige lui aan de telefoon die voor een appel en een ei denken te scoren. Van dat tuig dat een ander een poot uit wil draaien, zo is mijn ervaring).
De eerste kringloop die we vonden, bleek gesloten en/of verhuisd.
Bij de tweede keken we naar een geschikt model, ik pakte mijn portemonnee om het ding af te rekenen.
Dat bleek niet zo eenvoudig. Want er moest eerst een belletje gedaan worden naar een klant die misschien wel interesse had. En die klant had interesse. De baliejuffrouw meldde me dat het ding verkocht was, en negeerde me vervolgens compleet.
Dat ze het ding onder mijn neus verkocht aan iemand die nog niet betaalde, terwijl ik daar ter plekke wilde afrekenen, vond ik raar, maar netjes van de verkoper. Maar dat ik vervolgens volslagen genegeerd werd, en dat er niet gewezen werd op andere koelkasten, vond ik raar. En bijzonder onvriendelijk naar mij als klant.
Weg daar. Ik was al enigszins geïrriteerd door de falende koelkast, laat staan dat ik heel veel tijd wilde doorbrengen in een winkel waar klanten botweg genegeerd worden.
Bij de tweede kringloop stuitten we op een man, die ons na het binnenkomen meldde dat ze gesloten waren. Oh... vandaar dat de deur nog open was...
Ik ben niet snel nijdig, maar dit was toch wel de druppel. Ik ben nu van mening dat kringloopwinkels (die toch behoorlijk dik gesubsidieërd worden), in Almere gewoon volkomen KUT zijn.
Onverrichter zake keerden we huiswaarts. Toch maar de stekker van Bosch er weer in doen, en verrek: hij lijkt het wel weer te doen.
Gisteren echter, was de koelkast weer uit. Sakker! Uiteraard net na sluitingstijd dat het ding zijn laatste zuchtje koude lucht uitblaast.
Marktplaats openen en even rap kijken naar een koelkast die in elk geval een vriesvak heeft, die ik nu nog kan ophalen. En die was er.
Een Zanker. Een of ander Duits C merk. Maar hij was niet duur, en de verkoper klonk aan de telefoon aardig.
Ook bij het ophalen, was de man heel behulpzaam en vriendelijk. Nu ga ik niet uit van garantie, of zelfs maar een lange levensduur van het ding.
Maar Bosch heeft het toch 3 jaar uitgehouden.
En deze Zanker hoeft het maar een paar maanden uit te houden.
Bij Zanker denk ik wanker. En dat betekent zoiets als rukker.
Zanker staat nu op de plek van Bosch, tot rust te komen. Vanavond, als we thuis zijn van een avondje Snieklaas, zullen we hem inrichten.
Bosch staat buiten in de vrieskou, met alle spullen erin, om toch enigszins koude en ingevroren spullen te houden.
Daarna mag iemand hem komen ophalen. Voor het oud ijzer. Bosch heeft ons ondanks al ons gebrek aan secuur gebruik en verhuizen, toch nog lang gediend.

Een kleine, doch trotse update wat betreft mijn dochter: Toen ik haar vroeg of ze automonteur wilde worden, zei ze vrolijk:"Ja!". Toen ik haar vroeg of ze Citroën wilde zeggen, kwam er iets uit dat erop leek...
Zo indoctrineer je je kind...

Een andere update in mijn huis, is tegelijk een upgrade.
Toen ik 35 werd, kreeg ik van mijn betere helft een aquarium. Een nano-bakje. Heel leuk, en zeker toen het in Almere echt goed ging draaien, was en ben ik er helemaal mee in mijn sas. Het voegt zoveel sfeer toe in je huis.
Maar een klein nadeel: 30 liter is niet veel. Is zelfs heel weinig. En mijn vissenbestandje werd door meneer Kreeft (Michiel genaamd) stelselmatig opgepeuzeld. Ook mijn planten leken elke maand vernieuwd te moeten worden, want wortelschieten wilden ze maar niet, en ook hier had Michiel de Kreeft de onweerstaanbare drang tot moorddadigheid.
Dus half en half was ik bezig met kijken of en hoe dat anders kon.
Gelukkig zit hier in de buurt een aquariumzaak. Die vroeg me ten eerste of ik voedingsbodem had voor de planten. Aangezien ik er van uit ging dat het om dat gewone bodemgrind ging, antwoordde ik met ja. (Deze vraag kreeg ik vaker, dus ik zag geen reden om een ander antwoord te geven).
Maar toen de man doorvroeg, en mij wees op echte voedingsbodem voor planten, viel mij de bek los. Nooit ook maar 1 seconde stil gestaan bij het feit dat plantenvoedingsbodem iets anders was dan het standaard grind als bodembedekker. Je kunt je voorstellen hoe dom dat ik me voelde.
Toen het gehad over het feit dat Michiel de Kreeft zichzelf meerdere malen fèteerde op een feestmaal van vis, planten, en het kleine bakje.
Na voor mijn doen lang nadenken (toch wel 10 minuten), besloot ik toch tot de aanschaf van een grotere bak. En die gelijk maar eens even goed inrichten. Dus met plantenvoedingsbodem, planten, nieuwe planten, en allemaal gavigheden.
Toen dat liep, ben ik mijn vissenbestand wezen uitbreiden. Met hele kleine gevlekte rasboraatjes, een paar extra algeneters, en een paar extra neontetra's.
En wat ziet het er mooi uit. Wat is het sfeervol. En wat is het rustgevend om daar naar te kijken, zoekend naar waar de beestjes zich verstopt hebben.
Ilse was in eerste instantie wat teleurgesteld. Want het zou niet goed genoeg zijn, haar verjaardagskado.
Ik redeneerde anders: het gaat niet om de grootte van het verjaardagskado, ze heeft me een hele toffe en mooie hobby gegeven, waar ik onwijs veel plezier van heb. Dus het is absoluut goed genoeg. Hoeveel plezier kan je iemand geven? Ik ben er echt helemaal mee in mijn sas.



Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...