Loedermoeder. Een term die moeders vooral zichzelf en andere moeders geven, als er iets niet helemaal gaat zoals de Margriet of Libelle of een ander soort blad voor onzekere vrouwspersonen vinden dat het moet gaan.
Loedervader. Zelfde principe, maar dan (niet geheel verrassend) gericht op de vader die iets doet dat niet het geëigende paadje volgt.
Zowel Ilse als ik hebben best wel eens wat stunts uitgehaald ten aanzien van onze dochter, die in die categorie zouden kunnen horen.
En guess what: ons kind leeft nog steeds. Is behoorlijk gezond en een lekkere wijsneus die af en toe het bloed van onder onze nagels weet te tappen. Om nog geen kwartier later weer lekker charmant (en dus lomp) even aanhankelijk komt doen.
Er zijn ook zaken die we gezamelijk niet helemaal conform de algemene richtlijnen van het verbond der worstelend en bovenkomende ouders doen.
Het is einde van het schooljaar. Groep 7 zit er al weer bijna op. En boy, wat was het een klote jaar. Allemaal etterbakjes in de klas die het voor de standaard klasgenoot al verstierden, maar voor Jente, met haar ietwat anders aangelegde bedrading, helemaal. Etterbakjes waarvan ik de ouders, gewoon uit principe een opvoedcursusje uit mijn handboek op zou willen dringen. Iets met grof geweld. Tegen de ouders. Niet tegen hun kansarme kroost.
Heel wat gesprekken gehad, heel wat verregaande plannen gesmeed, die uiteindelijk, Goden-zij-dank, toch niet door gingen.
Deze week het schoolreisje. En dan was het dat ook wel.
Maar goed.
Het was vaderdag. En mijn eega had met haar vooruitziende blik er al voor gezorgd dat ik een leuk presentje in ontvangst mocht nemen. En Jente had een verzameling witte stenen beschilderd, die er behoorlijk geestig uit zien. Die krijgen uiteraard een plekje in mijn vitrine.
Vaderdag. We gingen naar ons domeintje. Want er was ook een bijeenkomst voor nieuwe en aspirant-tuinders.
Nee, ik zal niet ingaan op de inhoud daarvan, want dat heb ik al eens beschreven, lees gewoon de boekjes van Hendrik Groen maar.
Na afloop moest ik een kleine 110 dakpannen verplaatsen, want die had ik tijdelijk op de parkeerplaats geparkeerd. Niet voor het huisje zelf, maar om er (heel rustiek, heel Frans en heel erg "cottage") wat moestuin of plant-tuin bakken van te maken.
Die avond aten wij met mijn schoonouders een lekkere portie Chinees, toen het mijn schoonvader inviel om eens vol lof te zijn over het rapport van Jente. Het eindrapport.
Dat zat in haar schooltas, of wij het al gevonden hadden.
Wij wisten van niks.
Hakkelend stamelden wij: Huh?!?! Rapport?? Wanneer dan? Hoe dan?
Aiiiii
Wij hadden dus blijkbaar totaal gemist dat de rapportmap weer mee naar school moest, zodat het eindrapport erin gestoken kon worden.
Wij hadden totaal gemist dat, bij gebrek aan map, dat rapport in een insteekhoes terecht was gekomen.
En Jente, is Jente. Die was dat gewoon helemaal vergeten. Vooral ook omdat er maar liefst één (1) hele "M" op haar rapport was beland.
Men doet niet meer aan cijfers, en de "M" staat voor "Matig".
Daar was ze niet blij mee. Sterker nog: de keren dat ze aan dat rapport dacht, dacht ze alleen maar aan die éne "M".
Verder was alles Voldoende, Ruim Voldoende en Goed.
Compleet gemist. Dat hele rapport.
Dan sta je als ouder ook ineens met je neus gedrukt op het feit dat dit geen schoonheidsprijs voor betoonde interesse in je kind zou verdienen.
De tering. Wat slecht.
Bij thuiskomst, die avond, graaiden wij het rapport erbij, we lazen het door. Met groeiende en gloeiende trots.
Wat een kut-jaar heeft ons kind achter de rug. En wat een pracht van een rapport. Die ene "M"? Voor een piepklein onderdeel van taal. Spelling geloof ik.
Toen ze weer begon te mekkeren over die éne "M", zei ik streng dat ze niet moest mekkeren, maar juist trots moest zijn.
Ilse was veel cleverder (zoals wel vaker) en zei dat als er 1 O(nvoldoende) zou verschijnen, wij haar uit eten zouden nemen.
Dit onderstreept wel dat ze doorzettingsvermogen heeft. Want ondanks alles, doet ze haar ding. En laat zich dus misschien wel wat rondschudden, maar haar doel is duidelijk. Vooralsnog.
Dat heeft er uiteindelijk ook in geresulteerd dat haar tweede voorlopige advies een prettige verandering liet zien. Vorig jaar was het voorlopige advies VMBO-TL - HAVO. Dit jaar was het voorlopige advies HAVO-VWO.
En daar zijn wij verheugd mee, want onze inschatting is dat Jente best wel HAVO zou kunnen doen. Dan kan ze lekker kind zijn. Ze kan lekker al doende leren, op haar bek gaan en weer opstaan, zonder dat ze op de toppen van haar tenen moet lopen.
Als ze over een poosje nog steeds docent wil worden, is dat met HAVO een wat kortere weg dan als ze begint op VMBO.
Bovendien is ze wat dat betreft echt een mooie mix van Ilse en mij. Ilse heeft HBO gedaan, maar heeft absoluut een veel pienterder denkniveau. Ik heb HBO gedaan, maar kwam daar met te veel hangen en wurgen en ongelukkig vandaan.
Dus wellicht is Jente dat mooie gemiddelde van ons twee, en kan zij makkelijker (en met mogelijk wat meer inzicht) haar doelen bereiken.
En voor de rest: heeft ze ons.
Ik ben in elk geval mateloos trots op haar. Wat een beest.
Meestal lees ik mijn blogs voor, als Jente meeluistert, bij deze doe ik dat niet. Jente is niet zo van de complimenten, dus zal ik dit haar besparen.
2026
Ik realiseerde het me niet, maar dit is een jaar van een aantal jubilea.
In december zijn we 12,5 jaar getrouwd. Voorwaar een mooi, maar niet al te lastig bereikt jubileum. Het ging eigenlijk best wel vanzelf.
Een heel ander jubileum, veel meer bitterzoet: het is een heel lustrum geleden dat ik definitief stopte als muzikant.
5 jaar geleden raakte ik voor het laatst mijn trompet aan, ik borg hem op, bracht hem naar de berging, en ik heb het ding sindsdien niet meer aangeraakt.
Dat is niet helemaal waar.
Toen ik een poosje terug in de berging was, zag ik de koffer, en ik besloot het ding eens uit te pakken.
Om de een of andere niet-herleidbare reden, liggen de bijbehorende mondstukken thuis, dus erop spelen kon sowieso niet, en was in het kader van de nationale veiligheid ook een slecht plan geweest. Die trompet leek me in prima staat verder, en omdat ik wel wat meer te doen had, dan mijmeren, verpakte ik hem weer en vertrok. Niet de minste behoefte voelend om er iets meer mee te doen dan er een blik op werpen.
Inmiddels heb ik wat hulp gezocht om bepaalde trauma's met betrekking tot de diepere oorsprong van die trompet eens in kaart te brengen, vooral ook omdat ik wil voorkomen dat ik onbewust en vooral ongewenst delen uit mijn opvoeding in praktijk breng bij het grootbrengen van mijn dochter.
5 jaar geleden ging ik dus weg bij Defensie. Is mijn leven nu zoveel beter geworden?
Ja.
En nee.
Mijn oud-collega's mis ik. Het waren bijna allemaal leuke lui, met wie de omgang altijd erg makkelijk ging. Maar ook weer niet, aangezien musici vaak tegen te weinig waardering, te veel van zichzelf en hun omgeving eisen. Dat maakt het lastig. En ik merk dat ik dat tot op heden nog steeds wel doe. Ik werk nagenoeg foutloos, en stiekem verwacht ik dat anderen om me heen dat ook doen. Maar omdat bij mijn huidige werk andermans fouten mijn werk niet aantasten (in tegenstelling tot het werken in orkestverband, waar dat wel zo is), heb ik moeten leren om dat los te laten.
Dat neemt niet weg dat ik qua collega's en sociale omstandigheden eigenlijk even zo tevreden ben. Als mijn oud-collega's meegekomen waren, was het net zo, zo niet mooier geweest. Maar ja. Om nu een heel orkest achter het stuur van een bus te zetten, gaat misschien wat ver.
Wat werk zelf betreft ben ik er absoluut op vooruit gegaan. Ik ben zeker geen gepassioneerde buschauffeur. Maar het hele takenpakket met alle uitdagingen en alle gekkigheidjes past me veel beter. Ik heb relatief gezien veel meer krenten in de pap, dan bij mijn werk als muzikant.
Bovendien: als ik klaar ben, wandel ik de poort uit, en hoef er geen seconde meer mee bezig te zijn (work in progress, want je neemt altijd wel iets van werk mee naar huis en vice versa. Ook iets dat aandacht blijft behoeven). Dat was als musicus wel anders. Want ik moest altijd wel met die verrekte hoerentrompet bezig zijn. Toegegeven: op routine kwam ik een heel eind, maar niet all-the-way, zeg maar.
Men zegt altijd dat het gras bij de buren echt niet groener is, tenzij het kunstgras is, of gespoten. En daar ben ik achter gekomen: dat klopt.
Defensie was al niet de meest menselijke, empathische werkgever. Maar daar kon je bij het middenkader nog het geluk hebben dat je leidinggevenden de boel probeerden te breken voor je. Dat geluk heb ik gehad, bij defensie. Maar vaak ook en zeker op het laatst was het gewoon armoe troef, wat leidinggevenden betreft.
Daarin ben ik er absoluut niet op vooruit gegaan. Want waar defensie dan niet afhankelijk was van winsten, kosten en aandeelhouders, mijn huidige werk is dat wel, en die factoren zijn vele malen belangrijker dan de mensen die met hun werk zorgen voor die aandeelhouders en winsten.
Dat is geen aanname mijnerzijds, dat is simpelweg de ervaring die ik in die vijf jaar heb opgedaan. Ik ben een onkostenpost, en omdat ik een menselijke onkostenpost ben, met een mening, vinden ze me vaak maar lastig.
Dus inmiddels geleerd dat het beter is om onder te duiken, mijn werk te doen met veel plezier en voor de rest: ik ga lekker naar huis. Genieten van dat wat het belangrijkst is in mijn leven: en dat is alles behalve werk.
Hierin heb ik gelukkig op mijn werk een aantal "leermeesters" gevonden die me een beetje coachen in de richting van het "onder duiken". Kerels die hun werk goed doen, en zich voor de rest focussen op andere dingen. En die doen het toch niet onaardig, naar ik zo zie. Laat ik dan hun maar als voorbeeld nemen.
Dat klinkt cynisch, maar ik beschouw het allerminst als achteruit-gang. Het heeft me veel geleerd. En langzaam begint dat wat ik leerde ook daadwerkelijk in te dalen.
En dat is waar ons domeintje zo'n ongelooflijk goede leerschool blijkt te zijn, in nagenoeg alles. Geduld, doorzetten, en vooral: genieten. Genieten van de mooie dingen, van de missers, de fouten en de onvolkomenheden. Genieten van de tijd.
Dat had nooit gekund als ik muzikant was gebleven, en doodongelukkig in dat vak, en er toch hoe dan ook tijd in had moeten steken, buiten de betaalde tijd.
Dus ja: ik ben er in die vijf jaar op vooruit gegaan.
Want de rust die ik nodig had en heb, heb ik gekregen. En daarmee dus ook de ruimte om mijn rugzak maar weer eens leeg te gaan halen, en weer eens ordentelijk in te pakken.
En dan gaat er vast wel weer wat ruimte ontstaan voor iets nieuws?
Wie weet.
Iets nieuws in elk geval, is dat ik met alle goedbedoelde en enthousiast (veel te enthousiast, het is een leercurve) geplantte kruiden, eigenlijk niet zo goed weet wat ik ermee aanmoet.
De vorige eigenaar van ons domeintje had Citroenmelisse geplant. Een lekker en gezond kruid, met als extraatje dat je er nooit meer om verlegen zal zitten: het ding plant zich sneller voort dan een roedeltje konijnen.
Ikzelf deed daar nog oregano bij, en ook dat is niet echt van het subtiel blijvende groen.
De salie die ik plantte blijft aardig op één plek, maar ontploft daar net zo goed.
De enige struikjes die echt beschaafd blijven, zijn de tijmstruikjes en de rozemarijn.
Die zullen volgend jaar de feestvreugde wel op komen leuken. Vooral de citroentijm verheug ik me op, samen met de dragon, want dat zijn mijn favorieten, naast de knoflook, uiteraard.
Goed, een heleboel gezonde, zelf uitgezette kruiden. Veel te veel. Ik kan niet álles naar die meuk laten smaken. Dat kan ik mijn meiden niet aandoen.
Verloren laten gaan, vind ik ook zonde.
Dus kwam ik zwetend als een os en meurend naar zijn stal, thuis, nadat ik wat handenarbeid had verricht.
Met een zooi kruiden.
Vers geplukte kruiden ruiken heerlijk. Maar als je ze dan in de oven droogt (ja, dat is compleet knetter), gaat die geur het hele huis door. En vooral de citroentijm en dragon verspreiden een heerlijke frisse geur.
Dus de volgende keer dat ik er weer ben, neem ik weer wat mee, dat ga ik dan ook drogen, gelukkig heb ik een collega die wel wat van me wil.
Ja, maar je moet planten wat je nodig hebt.
Goeie tip, die je op veel plekken leest, als je aan kruiden gaat beginnen.
Het ding is alleen dat ik wel één takje dragon kan planten. Dikke prima. Maar één goeie zomer, goeie grond en dat éne takje.... Enfin. U snapt het.
Kortom: ik voel me soms net Neville Longbottom uit Harry Potter. Sociaal wat awkward, maar goed met kruiden (verwerking).
Het behoeft geen verdere introductie: de zomer. En die heeft behoorlijk ongenadig toegeslagen. Het is dusdanig warm, dat het huisje op ons domeintje niet minder dan een volledig operationeel crematorium is geworden.
Ik ging er een paar keer naar toe om wat kleine dingetjes te doen. Dingetjes waarvan ik achteraf dacht: dát had ook op een minder heet moment gekund. Mijn lijf werd een soort hete gletsjer waar het zweet in bulderende stromen vanaf denderde. Om vervolgens even naar binnen te gaan voor een koel drankje.
Het koelkastje, op gas, is namelijk als dat éne Gallische dorpje uit Asterix en Obelix: dapper houdt dat kleine kreng als enige de boel, in elk geval aan de binnenkant koel. Er lagen zelfs van die bevroren limonade staafjes in.
Maar verder: niet te doen. Dan maar in de schaduw gaan zitten puffen, en hopen dat de zweetstromen een beetje opdrogen. (En gedroogd zweet meurt zo lekker scherp, dus hopen dat er niemand langskomt om aan me te snuffelen).
Want bij gebrek aan goede stroom, is het installeren van een ventilator die daadwerkelijk iets menselijks doet, een utopie.
Kleren draag ik alleen voor de vorm, en zodra het kan, wil ik die warme lappen van mijn lijf hebben. Zweten op zich is al vervelend. Maar als die half lauwe, klamme lappen dan nog om mijn lichaam gedrapeerd zitten, is het helemaal ongemakkelijk.
Komt iets bij dat, had je me dit een jaar geleden verteld, ik nooit voor mogelijk gehouden had.
Ál mijn korte broeken zijn te groot geworden. Er kan nog een Marnix naast.
De meeste van mijn korte broeken, gaan dicht met een veter. Of touwtje. Was destijds blijkbaar hip. Geen riem nodig, gewoon de touwtjes aansnoeren en gaan met die banaan.
Maar ja. Er zit een eind aan die touwtjes, en dan zitten ze op hun strakst. Dat wil niet noodzakelijkerwijs zeggen dat die broek dan ook over mijn kont blijft zitten. Want als er te veel ruimte zit, glijdt die zonder pardon naar beneden, waardoor ik er nogal bescheten uit zie. Stuntelend met mijn broek.
Op zich heb ik het idee losgelaten dat ik volledig gekleed buiten moet zijn. Ook niet als ik in de voortuin mijn planten water sta te geven. Eventuele passanten die gek genoeg zijn om in deze hitte hun hondje uit te laten, verdienen het zicht op mijn blote bast, en anders moeten ze als ze langs ons huis lopen, maar even tegen de zon in kijken of zo.
Maar om nu bezig te zijn met het bewateren van mijn planten, terwijl ik ineens mijn broek op mijn enkels voel glijden, gaat zelfs mij wat ver. Ik draag over het algemeen keurige boxershorts, al dan niet voorzien van een gezellige print, maar om de hier pas woonachtige buurvrouw met haar twee peuters nu gelijk te confronteren met dat soort aanblikken, lijkt me sociaal gezien wat minder wenselijk. Krijg je ook weer zo'n imago van.
En heel veel eten, lukt met deze hitte sowieso niet. Met het spulletje dat ik voor diabetes spuit, was de eetlust al nihil, maar deze hitte doet daar dus nog een schepje bovenop vanaf.
Ik zou bijna overwegen om te stoppen met roken, en op die manier weer een beetje richting mijn ouwe, corpulente zelf te komen. Al was het maar een kilootje of 7.
Ik kan weer een paar pareltjes van het platform noemen.
Het was natuurlijk stom van mij, ik had de glijdende schaal niet in de gaten. Dat is een beetje het ding met glijdende schalen, die zie je pas, als het te laat is.
De warmste dag sinds het bestaan van metingen. En ik moest werken. Shit happens.
Helaas is het zo dat veel van onze nieuwe bussen één klein probleempje hebben: Om het rijbereik te garanderen, hebben de Duitse ingenieurs bedacht dat het prima zou zijn om de functie van de airco af te knijpen. Met alle goed doorbakken gevolgen van dien.
Gevolg is dat we zonder mankeren op elke plek van bestemming komen, en dat zowel chauffeur als reiziger goed gaar zijn.
En dat op de heetste dagen van het jaar. Recept voor ellende.
Die airco's doen maar wat, zo is onze ervaring.
Ik had de laatste dienst van de dag, en was helemaal verguld met de desillusie dat mijn bus een werkende airco had.
Met de tijd, begon die airco steeds laffer en muffer te werken.
Ik had natuurlijk af moeten stappen, en een andere bus moeten zoeken, maar ik ben ik, en ik vond oprecht dat nog één ritje wel kon.
Dat klopte.
Het laatste ritje brak aan, ik liet de mensen uitstappen, en de terminal betreden. Ik voelde al wel wat desoriëntatie.
Toen ik naar mijn bus terug liep, leek het me verstandig om eventjes pas op de plaats te maken. Eventjes rust. Ik leunde tegen mijn bus, maar aangezien dat wat wankeltjes ging, besloot ik in de deuropening te gaan zitten.
Ik werd wakker van een vriendelijke, bezorgde stem van een collega die zich terecht zorgen maakte. Heel veel kon ik niet uitbrengen, en dat was het moment dat de regie gebeld werd om de BHV op te trommelen.
De collega in kwestie gaf me veel water, vooral over mijn gezicht en nek, en ik kwam wat meer bij.
Toen als eerste de busco arriveerde kon zij gaan, en ruimte maken voor doorgaande vluchten. Fijn dat er een collega was om me even weer bij te brengen.
De busco nam het over en toen kwam er een BHV'er. Samen lapten ze me op.
Hitte-stress of zo iets.
Met dank aan al deze mensen, kon ik een paar uurtjes bijkomen, op krachten komen.
En nog stommer: ik had tintelende handen, en hyperventilatie. Hyperventilatie. Ik was ooit trompettist, als iemand adem kan halen op een efficiënte manier, ben ik het. Dat ik dan toch iemand anders nodig heb, om me te vertellen hoe ik moet ademen, is een beetje ironisch, nietwaar?
Toen ik weer wat "geland" was, besloot ik, vooral om logistieke redenen, maar gewoon door te werken. Ik voelde me wel weer senang, en terug naar huis gaan, was op dat moment net zo onpraktisch. Om Ilse op te trommelen, leek me met die hitte voor nog minder mensen erg plezant.
Goed, meer drinken. Ik ga toch iets minder geuniformeerd aan het werk, en ga nog kritischer zijn op de staat van de airco. Het moet wel gezond blijven.
Hoe dan ook: verguld met de hulp die ik kreeg. Wij staan nogal kritisch ten op zichte van de "Papa's " op het platform, maar in heel erg korte tijd, heb ik nu al 2 heel erg positieve ervaringen met die mensen op gedaan. En los van mijn fysieke stunt, was dat fijner dan ik me realiseerde.
En onze busco's zijn over het algemeen hun gewicht ook wel in goud waard.
Maandag moet ik maar weer een bontjas meenemen, ik begreep dat het dan maar 24 graden wordt.
Dit alles maar geschreven hebbende: ik wens eenieder weer een mooi weekend toe: veel drinken, koelen en relaxen, dan ga ik er weer voor de volle 74% tegenaan.
zaterdag 27 juni 2026
Stuntjes
donderdag 18 juni 2026
Dat zit wel snor
Mijn hart stond 2 keer stil, in één dienst, binnen anderhalf uur tijd.
Ik had, aardig en collegiaal als ik ben, een pendeldienstje over genomen van een collega.
Doe ik wel eens. Niet vaak, maar vaak genoeg om dus aardig en collegiaal gevonden te worden. Bij tijd en wijle vind ik het nodig dat ik een aardige en collegiale zweem over mijn aanwezigheid heb.
Dat pendeltje, en zeker op die tijd, betekent dat ik gedurende anderhalf uur rondjes aan het dansen ben, want heel veel animo is er dan niet meer voor dat lijntje.
Tijdens één van mijn rondjes ging mijn telefoon. Ik vind dat ik als buschauffeur niet bellend kan rijden. En ook andersom vind ik het not-done. Krijg je zo'n imago van. Moet je niet willen. Plus daarbij het feit dat het volk dat we vervoeren al klagend aan lijn hangt, als je naar hun smaak eventjes te lang over je ronde doet, laat staan als ze je dan op bellen achter het stuur betrappen. Dan is de boot helemaal aan. Erg prettig volk is het soms niet.
Dus ik wachtte braaf af tot mijn bus leeg was, en zag dat Jente gebeld had.
Jente belt nooit, want Jente stuurtm berichten. Dus alle, maar dan ook écht ALLE alarmbellen gingen af. Talloze horrorscenario's in mijn hoofd. Ilse was vast van de trap gesodemieterd, en haar hoofd stond in een onnatuurlijke hoek op haar nek.
Ons huis was in de fik gegaan, en Ilse lag als een veel te doorbakken biefstuk achter de deur.
Er was een vrachtwagen over Ilse heen gereden, en louter haar fiets had het overleefd.
Kortom: Mijn kind belt, er is ellende.
Met enigszins trillende handen bel ik haar terug.
Met dat ze opnam, begon ze meteen te rebbelen. Niet eens een "hoi pap". Nee, gewoon meteen te kakelen alsof er niks aan de hand was. (Doet ze ook als we incidenteel bellen, en we gaan ophangen. Geen "dag pap". Of iets dergelijks aan beleefdheidsfrasen. Gewoon, plop. Weg verbinding).
De horrorscenario's in mijn hoofd, en haar casual stem kwamen op geen enkele manier overeen. En pas nadat ze uitgesproken was, daalde het besef langzaam, heel langzaam dat ze louter en alleen gebeld had om een mopje over Harry Potter te vertellen.
En dat was ook het enige dat ik ervan meekreeg, het hele mopje ontging me ten ene male. Ik stond in standje Als-een-gek-die-bus-weg-en-naar-huis-met-4-krijsende-banden.
Het bleek om een mopje te gaan.
De tering.
Mijn hart zat in mijn keel.
Het is dan ook best nieuw dat mijn dochter me belt. En meestal is dat om wat zaakjes te regelen. Maar simpelweg gebeld worden door mijn dochter puur voor een mopje, is nieuw.
Zal ik ook aan moeten wennen.
Want toen ik eenmaal weer wat gekalmeerd was, moest ik er best om lachen. Niet om dat mopje, dat moet ze me bij gelegenheid nog maar eens vertellen. Maar wel om het idee dat ik schrik van het feit dat mijn dochter me casual belt om mijn dag op te fleuren met een mopje.
De tweede was ook al lachwekkend, ware het niet dat ikzelf het "slachtoffer" was, dus bij mij duurde het wat langer voor ik erom kon lachen.
Ik was klaar met mijn avondmaaltje, en bracht mijn spullen naar mijn bus.
Die had ik naast een brandmuur gezet.
Voor die brandmuur, heeft men een prullenbak geplaatst. Want rond-dartelende rotzooi is nu eenmaal niet bijster gezond voor vliegtuig motoren waar het in terecht kan komen.
Met dat ik mijn bus naderde, hoorde ik een welhaast onchristelijk hard geritsel uit die prullenbak.
Nu zijn ritselende prullenbakken mij niet onbekend, talloze vormen van ongewenste knaagdieren die in die prullenbakken hun eigen avondmaaltje bij elkaar sprokkelen.
Maar dit geritsel klonk wel serieus veel harder en woester dan ik ooit eerder had gehoord. Veel minder stiekem. Ratten ritselen zachtjes, beslist, maar heel stiekem.
Dit was gewoon open en bloot, ongegeneerd gewoel, gestommel en gegraaf, door iets dat zich op geen enkele manier stiekem wilde gedragen.
En als je dan een stamp tegen zo'n prullenbak gaf, dan kwam er vaak met een prachtige, acrobatische sprong een rat uit die langs je heen een goed en veilig heenkomen zocht.
Omdat mijn nieuwsgierigheid door dit veel woestere gedoe getriggerd was, besloot ik niet om de vertrouwde stamp te geven, maar om eens te kijken wát het was dat daar zo lomp aan het fourageren was.
Ik naderde voorzichtig, keek eens.
Ik kwam naderder bij en keek nog eens.
Nóg een stapje...
En toen kwam er toch een enorme zwarte vlek recht op me af.
Vlak langs mijn snufferd vloog het me aan.
Ik schrok mezelf de tandjes.
En op 2 meter afstand, op de grond landde het beest.
Verontwaardigd zat hij me aan te staren, waar ik het gore lef toch vandaan haalde om zijn maaltijd te verstoren.
Een kauwtje.
Al krassend leek hij te willen melden dat ik op moest sodemieteren, want hij was nog niet klaar met eten.
Als hij minder goed had gemikt, was die zo mijn bakkes binnen gevlogen en had ik toch nog verse kip als avondmaal gehad.
Ik stond serieus even te trillen op mijn poten.
Even verderop stond een collega die deze hele akte op de eerste rang had kunnen volgen, en die smakelijk stond te lachen.
Ik ben in de ontkenningsfase. Al dik een jaar. Zo niet langer.
Ik loop namelijk enorm te klootzakken met mijn bril. Ik zie prima. Zolang ik recht vooruit kijk en in de verte kijk.
Maar inmiddels kan ook ik niet meer ontkennen dat lezen toch serieus een probleem is. Met bril kan ik gewoon niks meer lezen. Ook het tikken van mijn blogs, is een uitdaging. Ik kan blind typen, maar dan blijft het een gok of er ook daadwerkelijk staat wat ik wil. In elk geval grammaticaal.
Klootvogelen met mijn bril op en af, als ik werkstukjes van hout maak, en dan maar hopen dat de ADHD er niet voor zorgde dat mijn bril in de vuurlinie van mijn zaag lag.
Boordcomputer lezen in mijn bus? Niet te doen. Mensen foutief ergens afzetten omdat ik simpelweg niet meer kon lezen wat er staat, begint serieus een risico te worden, als ik mijn bril niet even afzet.
Maar dat scherm zit zover weg, dat ik zonder bril ook niet kan lezen wat er staat.
Dus dan is de excersitie dat ik mijn bril afzet, naar het scherm toebuig, de informatie opneem, bril weer opzet, krakend weer omhoog kom (ten slotte word ik er niet jonger op) en vervolgens tegen een pilaar aan rij. Of zo.
Zover is het gelukkig niet gekomen, ik ben namelijk best intelligent. Ik heb helemaal zelf bedacht dat ik eerst de ritopdracht goed bekijk, in me opneem, onthou, en dan pas ga rijden. Dat kan ik.
Maar goed. Stuntelen met een leesbrilletje is om veel redenen en dan vooral het kwijtraken van het ding niet helemaal praktisch. Bovendien heb ik geen enkel exemplaar gehad dat daadwerkelijk voldeed. Die maakten het probleem alleen maar erger.
Dus varifocus.
Ik ben dus 45. Wil mijn motorrijbewijs, én moet dus eigenlijk een varifocus bril.
De rest van de midlife-crisis heb ik tot op heden nog buiten de deur weten te houden, maar ik kan er maar niet over uit dat dit soort flauwekul mij ook overkomt.
Vooral ook omdat ik dik 500 euro voor een bril een erg zware straf vind voor deze midlife onzin.
En de opticieën wist het niet beter te maken. Los van de prijs van zo'n kreng, waar spontaan de schellen van mijn ogen vielen, meldde ze meelevend dat ik minimaal 3 weken zou moeten wennen. Dat zijn dus 21 dagen dat ik dat kreng van pure ellende in de prullenbak zou willen flikkeren. (De bril, niet de opticieën).
En mezelf kennende, is dat niet ondenkbeeldig.
Met al dit medische modderen, is die midlife-crisis maar half leuk, kan ik dat jonge mokkel ook wel schudden. Dus Ilse zit nog safe.
En over modderen gesproken: ik begon mijn 11 vije dagen met een dijk van een verkoudheid. Aangestoken door Ilse, Jente of allebei. En wellicht in combinatie met een proestende reiziger die te dicht in mijn aura kwam.
Volle kop, de dikke slijmerige brokken vliegen mijn huisgenoten om de oren als ik hoest, en mijn neus lekt weer eens als een goeie ouwe Citroën DS. Spieren doen pijn, en mijn hoofd ook.
Kortom: mannengriep, ik ben mijn testament en mijn crematie maar weer eens aan het updaten.
Ik was de afgelopen maanden bezig met het opkweken van niet alleen knoflook, maar ook van een snor. En ik was best wel trots op mijn streepje struik onder mijn neus. Het begon dus best ergens op te lijken.
Oké, ik geef toe: er zit meer grijs in dan me lief is, maar ik ben voor mezelf best wel content met wat harigs in mijn gezicht. Een geitensik-streepje-beflapje onder mijn onderlip, en een lekker fout pornosnorretje erboven. Helemaal prima.
Geeft me een beetje een fout aura. Hou ik van.
Maar met een lekkende neus, vind ik zo'n snor toch een beetje een risico.
Ik wil er namelijk wel enigszins toonbaar uitzien, en als mijn neus zo lekt, ben ik als de dood dat de ontsnapte vloeistoffen in mijn snor blijven plakken, en dan zo'n ranzig geel-groen achtig korsten-plakkaat onder mijn neus oplevert. Dan gaan mensen zo vol walging naar me staren, en voel ik me gewoon een beetje onzeker.
Of dat ik vanwege de keelpijn niet voluit durf te niezen, en de dikkige brokjes wat lafjes naar buiten kledderen en nét zichtbaar tussen mijn snorharen plakken, en daar opdrogen.
Conclusie is dus dat ik nu snorloos door het leven ga. Het beflapje onder mijn lippen heb ik nog. Ik ben nog niet betrapt op hoestsel of snot in mijn geitensik, dus dat is aardig in goede staat gebleven.
Het is zo intens jammer dat mijn gezichtshaar er net zo lang over doet om acceptabele lengte te krijgen als de knoflook in de tuin. En dat ik daar dus eigenlijk het geduld niet voor heb. Ik ga dus nu enigszins blote-billen-gezicht-erig door het leven.
Maar goed, dat overleven we ook wel weer. Misschien dat ik ervoor kies om een weelderige baard en snor te laten tattooëren. Vrouwen doen dat vaak met hun wenkbrauwen, waarom zou ik dat niet met snor en baard kunnen.
Mijn betere helft moest dus voor de tweede keer aan een voet geopereerd worden. Iets met een zenuw. Ze hadden haar ene voet een jaar of wat geleden al verholpen, ten tijde van mijn mannengriep moest de tweede voet er aan geloven.
Helaas, of gelukkig (afhankelijk van of je cynisch of juist optimistisch bent) viel ook dat tijdens mijn 11 vrije dagen. Ik kon dus al snot-spuitend en hoestsel-sproeiend voor haar redderen.
De operatie ging op zich best aardig, en toen ik het bericht kreeg dat ik haar levend kon op komen halen, stapte ik in Po de Panda, en racete naar het ziekenhuis.
Ongeveer een uur te vroeg, en dat leverde me een uur gratis parkeren bij het ziekenhuis op. Dat is ook een unicum, zullen we maar zeggen.
Ondertussen gaat het gewone gezinsleven door. Jente naar school, en na school naar haar creatieve knutsel club.
Daar gaat ze met een vriendinnetje heen, en meestal weten ze dusdanig op tijd te komen, dat ze kunnen 'shoppen'. Meestal behelst dat een ijsje, waar ze elkaar op trakteren, soms ook wat prullaria uit diverse prullaria winkels.
Deze keer kwam ze thuis, met een papieren tasje. Gevuld met een zeepje, een speciaal soort thee en nog wat. Als een soort van fruitmandje voor haar moeder. Speciaal voor haar moeder.
Mijn hart klapte uit mijn borstkas van pure vertedering en ontembare trots.
11 jaar is dat kind, en zonder dat iemand haar moest instrueren of een hint moest geven, ging ze zelf op jacht naar een paar hartverwarmende hartversterkingen voor en omdat haar moeder in de geplande kreukels lag. En dit dus van haar eigen zakgeld. Vanuit zichzelf.
Dat is enorm attent, en mezelf kennende, moet ik toegeven dat ze dat niet van mij heeft. Maar ik vind het helemaal geweldig.
Dit geschreven hebbende, heb ik weekend. En het uwe begint aanstonds ook. Ik wens eenieder een beste toe.
vrijdag 12 juni 2026
Groen, Roze, Blauw, Grijs en Wit.
Hendrik Groen schreef er al over: volkstuintjes. Zijn boekjes erover zijn enorm geestig geschreven, en een must voor iedereen die een volkstuin heeft, mensen die mensen kennen die zoiets hebben, of mensen die er meewarig grinnikend naar kijken.
Rust en Vreugd. En de opvolger: de slag om Rust en Vreugd.
Voor wat betreft mezelf: ik las die boekjes met dank aan mijn vader, in sneltreinvaart, vóór dat wij als "tuinders" onze eerste Algemene Leden Vergadering meemaakten.
Men spreekt over tuinders, maar als tuinder ben je lid van de vereniging.
Dus om het verwarrend te maken, heet het niet de Algemene Tuinders Vergadering.
Ten teken van onze goede wil, en inzet voor deze vereniging, voldoen wij (of eigenlijk Ilse, want ik ben op zaterdag zelden in staat om aanwezig te zijn) aan onze verplichtingen: Tuindienst. De openbare delen van het park dienen bijgehouden te worden door de leden tuinders. En dus twee keer per jaar een Algemene Tuinder Leden Vergadering.
En heel officieel ging dat eraan toe. Het bestuur (mensen die ik na het tekenen van de verplichte documenten nooit weer gezien of gehoord heb) zat heel plechtig op een verhoging aan tafels. Links (voor het gepeupel dat aanwezig was, rechts) had men een katheder opgesteld met een hilarisch slecht werkende microfoon.
Mochten leden tuinders het woord willen om het bestuur toe te spreken, dienden zij naar dat katheder te lopen, zichzelf even plechtig voor te stellen met vermelding van het tuinnummer, om vervolgens het bestuur en de overige aanwezigen toe te spreken.
Ik zei al: die microfoon werkte hilarisch slecht, en veruit het overgrote deel van de sprekers, waren niet voorbereid om te spreken en te kluiven op die microfoon tegelijkertijd.
Want blijkbaar wilde die microfoon alleen maar verstaanbare klanken produceren als de spreker het ding tot ver achter zijn huig duwde.
Iets dat met grote regelmaat vergeten werd.
Op het moment dat de vergadering begon, begon ook het grote feest der herkenning. Nagenoeg alle "vinkjes" werden gezet, met betrekking tot de beschrijving van meneer Groen in zijn boekjes.
Iedere spreker had wel iets aan te merken op het bestuur, en één ervan zo frequent en langdradig dat één der bestuursleden uiteindelijk uit wanhoop die toch al lachwekkend slecht werkende microfoon simpelweg bij het versterkingspaneel maar gewoon uitzette.
Aan de ene kant: zoiets had ik kunnen doen. De betreffende man had absoluut op veel punten gelijk. Maar was weinig vatbaar voor het concept achter "efficiënt vergaderen".
Ik smulde van het vanuit het bestuur geëtaleerde gebrek aan talent om hier op fatsoenlijke wijze een eind aan te maken.
Als dit om betaalde bestuurlijke functies had gegaan, had ik zeker niet nagelaten om deze stunt (hoe lachwekkend ook) te kwalificeren als "onbehoorlijk bestuur".
Maar goed, ook deze bestuursleden zijn gewoon vrijwilligers die keihard hun best doen om ons park zo goed mogelijk te besturen. En aangezien het vrijwilligers zijn, kun je ze ook weer niet echt verwijten dat ze geen professionele vergadertijgers zijn, met bijbehorende kwaliteiten.
Ze doen hun best.
Sowieso is communicatie van het bestuur wel een dingetje.
Bij mijn weten, is de laatste keer dat ik de bestuursleden zag of sprak, bij de overdracht van ons huisje geweest. Daarna niet meer. Vind ik raar. Als je nieuwe leden tuinders aan je vereniging toe kan voegen, lijkt het me dat je als bestuur in het begin een vinger aan de pols houdt. Mensen wegwijs maakt. Mensen op positieve manier meeneemt in het dagelijkse reilen en zeilen op je park.
Niets van dat al.
Goddank hebben mijn schoonouders ook een tuin, die maken ons wegwijs. En er is een Facebook pagina. Hoewel dat dan ook weer typisch facebook is, met alle oeverloze duizenden meningen en gemekker, welke als "feit" gepresenteerd worden.
Maakt ons de pis niet lauw, in tegendeel. Hoewel ik net wat te anti-sociaal ben voor verenigingen, en zeker voor dit soort vergaderingen, heb ik mijn hart opgehaald aan de vele herkenningen van totaal kleurloze figuren, tot bestuursleden die juist op heel erg kleurrijke wijze iemand de mond snoeren. En los daarvan: we genieten ons natuurlijk helemaal suf op ons domeintje.
Als beloning voor het uitzitten van een vergadering die in 30 minuten afgerond had kunnen worden, besloten wij om te kijken of er een pizzakoerier zijn eetwaren zou willen afleveren op dat adres.
Zowaar vonden we die.
Omdat Jente godenzijdank de leeftijd gepasseerd is waarop ze een speeltje blieft bij een kinderpizza, konden we voor een wat 'echtere' pizza gaan.
Sowieso krijgen mijn darmen het op hun heupen als ik Domino's of New York pizza laat komen. En terecht. Zijn best lekker, hoor, daar niet van. Maar alle ultra-processed zooi die er in die wannabe-pizza's gaat, wil mijn lijf sneller uit dan in. En levert me krampen op waarmee ik het glazuur van de pot schijt.
Doen we niet meer.
Een echte pizza dus.
Ik wilde wel weer eens een calzone.
Ik wilde een calzone. Zo'n dubbelgeklapte, gevulde pizza. Die dan zo lekker bol staat.
Dat bolle, dat was een beetje mislukt. Ik kreeg iets dat leek op een pastei die een Surinaams bezorg restaurant komt brengen, maar dan in het groot. Maar niks bols aan. Gewoon een homp platgeslagen deeg, beleg erop gemikt en dubbelgeslagen.
En de kok was blijkbaar vergeten dat er kaas bij had gemoeten, want bovenop lag een plak gesmolten cheddar of zo. Voegde werkelijk niks toe. Geen smaak, zo ontdekte ik, geen aantrekkelijk beeld. Gewoon niks.
"Kut, ik ben de kaas vergeten, weet je wat: hier! Er gewoon bovenop. Kaas, geleverd!"
Ik opende vol verwachting mijn doos. Eindelijk weer eens een echte pizza. Lekker! Zin in!.
Ik opende de doos, keek naar wat misschien wel de meest inspiratieloze calzone in de geschiedenis van de calzone is, en schoot in de lach.
Normaliter als eten er wat minder attractief uitziet, kan ik behoorlijk goed ventileren dat die kutzooi mislukt is, of anderzins kut.
Niet fucken met dat wat mijn maag moet betreden: mijn smaakpapillen én mijn ogen willen wel iets memorabels. In de positieve zin dus.
Maar deze treurnis in een pizzadoos, deze ongeïnspireerde gevulde deegbal, paste zó enorm goed bij de voorgaande dag, dat mijn sardonische humor het overnam, en me luidkeels liet grinniken.
En oke, ik was hongerig, dus met een onkarakteristieke hoeveelheid "laisser faire" viel ik aan op mijn calzone, die tot mijn grote verrassing, niet onaardig smaakte. Eigenlijk smaakte die best prima.
Een echt Italiaanse chefkok had waarschijnlijk eerder zelfmoord gepleegd dan dat hij dit zijn keuken zo laten verlaten, maar soit. De smaak was vele malen beter dan het droevige uiterlijk.
En uiteindelijk gaat het daarom.
Mijn dochter. Een niet aflatende bron van verbijstering, verbazing, vertedering en liefde. En vooruit: irritatie. Soms.
Lange tijd zat in haar koppie dat ze konijnen wilde. En eigenlijk wil ze dat nog steeds.
Nu ben ik alleszins voorstander van het feit dat kinderen leren om verantwoordelijkheid te nemen, alleen ben ik niet overtuigd van het feit dat huisdieren daar een goede leerschool in bieden. En helaas, helaas: het kán niet op mijn rekening gezet worden, aangezien ik allergisch ben voor knaagdieren. En in tegenstelling tot wat er in kinderhoofdjes voor fantasieën zitten: konijnen zijn zelden knuffelig. En als je ze buiten houdt, worden het geen binnen dieren, en binnen... Nies ik me de tering, vooropgesteld dat ik überhaupt nog lucht krijg om te niezen, gezien het feit dat de allergie mijn luchtwegen dicht doet klappen.
Daarmee dacht ik dit pleit beslecht te hebben...
Dácht ik.
Blijkt dat ratten allergie-technisch beter zijn, en dus wilde madammeke wel ratjes. En niet één. En eigenlijk ook niet twee. Het zijn groepsdiertjes, dus er moeten er minimaal, en maar liefst drie komen.
Met Ilse is ze helemaal naar een of ander knaagdieren-warenhuis gereisd om daar zich te laven aan allemaal knaag- en vliegbeesten. Kooien te bekijken. En zich voor te laten lichten over het wel en wee van ratjes, konijnen etc.
Een passend hok is met dik 120 euro nog goedkoop.
Gelukkig meldde Ilse dat ze betaald gaat worden voor klusjes...
En dan heeft ze drie van die oversized muizen, en blijkt de allergie toch nog te heftig voor die diertjes.
Goed. Ze zijn er dus nog niet.
Sardonische doemdenker die ik ben, voorzie ik dat hetzij de ratjes, hetzij uw nederige scribent dezes, op niet geheel daartoe ingerichtte plekken dienen te bivakkeren, gedurende het bestaan van die beesten.
Nog even los van het feit dat we een poes hebben. Ze is weliswaar niet echt een briljante jaagster, maar ze kreeg het ooit eens voor elkaar om een rondfladderende duif met een werkelijk spectaculaire sprong uit de lucht te plukken. Mocht het gebeuren dat één van die ratten ontsnapt, en toevallig over de tenen van de poes struikelt, hebben we een trauma waar we nog jarenlang EMDR op los moeten laten.
Driemaal raden wie dan de ellende op mag ruimen, voor zover Colette het niet in haar roofdieren-maag heeft laten glijden.
Wat dat betreft zou een konijn wel beter zijn.
Of: een capibara. Maar dat schijnt dan weer verboden te zijn.
Vind ik oprecht jammer. Al het leuks is verboden. En een capibara is gewoon een enorm leuk beest.
Maar goed. Ratten dus.
Moeten we er dus verdomd goed voor zorgen dat het 3 mannetjes worden. Of 3 vrouwtjes. Want anders denk ik dat we in no time Almere trakteren op een rattenplaag waar je u tegen zegt. En dan moet je oppassen voor de Habsburgse kin bij die beesten, want ook bij ratten is inteelt niet per se heel gezond.
Ik hoop dan maar dat zo'n knaagdieren-groothandel weet hoe je het geslacht van zo'n beest bepaalt, want eerlijk gezegd zie ik mezelf niet echt in staat om dat te doen. Ik weet denk ik wel ongeveer waar het plassertje van zo'n beest zit, maar gezien het feit dat zo'n dier van mij geen harde plasser zal krijgen, en ik niet weet hoe ik dat zou op moeten wekken, kom ik niet verder dan het vriendelijk vragen. En antwoord krijgen, zal wel niet.
En dan ben je er nog niet, want dan begint het pas: als je dan drie mannetjes hebt (die zijn schijnbaar knuffeliger dan vrouwtjes exemplaren) dan moet je ze dus wél laten castreren, anders vechten ze elkaar de tent uit. En ik meen me te herinneren dat die beesten elkaar ook doodleuk opeten. Oorzaak nummer 2 voor jarenlange EMDR.
Driemaal raden wie dan de ellende op mag ruimen, voor zover ze de restanten niet in hun kannibalistische maag hebben laten glijden.
Het schoonmaken van het hok, is dus wel echt haar ding. Want zelfs als het goed gaat, ga ik de goden niet verzoeken. Ver uit de buurt van die dingen, om te voorkomen dat de allergie alsnog toeslaat.
Plus dat ik weinig fiducie heb in mijn subtiliteit.
Ik ga minimaal 2 maal per jaar per ongeluk op Colette staan. Meestal haar staart. Ze gilt het dan uit van de pijn, en kijkt me de rest van de dag niet meer aan. Maar zij overleeft het dan nog, mij achterlatend met een roffelend hart, omdat ik me de tyfus schrok van het feit dat zij ergens ging staan waar ze niet had moeten staan.
Als dat met zo'n rat gebeurt, zijn de gevolgen niet te overzien.
Oorzaak nummer 3 voor jarenlange EMDR, en dan aangevuld met relatietherapie voor vaders en kinderen.
Kortom: ondanks het feit dat er nog niet één beest over de drempel is gekomen, maak ik me een heel klein beetje zorgen om de mogelijkheid.
En dan heb ik het nog niet gehad over de dierenarts rekeningen. Hoewel ik me dan afvraag of zo'n dierenarts uit pure goedertierenheid zo'n dier niet gewoon de nek omdraait, simpelweg omdat 1000-den euro's pompen in de behandeling van een dier van 10 euro, met een levensverwachting van een jaar of 3 toch ook echt een beetje te gortig is. Aan de andere kant: Jente heeft een mooi gevulde spaarrekening, dus mijn zegen zal ze wat dat aangaat ook wel hebben.
En als ze dan eenmaal dood zijn, heb ik er ook een bestemming voor: toen Claus overleed en in de tuin begraven werd, hadden we op een heel andere plek een zieltogend vijgenboompje staan. Niet lang na het overlijden van Claus besloot ik om dat vijgenboompje pal naast zijn graf te plaatsen. En zonder dollen: die vijgenboom begint nu echt vijgen te produceren.
Ik vraag me dan wel af of die vijgen naar ouwe poes smaken, maar feit is dat een dood beest in de grond best gezond is voor het struweel. Vele voedingsstoffen die dan los komen.
Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat een paar ratten onder de kersenboom ook wel eens het gewenste resultaat kunnen geven.
En gesproken over die kersenboom: we hadden dit jaar maar liefst één (1) hele kers.
En die ene kers werd zelfs een beetje rood.
Ik was dus van plan om het ding in te pakken, en te beschermen tegen vogels en ander ongedierte dat mijn kers zou kunnen jatten of aanvreten.
Toen ik had bedacht hoe dat zou moeten, trof ik die ene kers aan. Op de grond.
Misschien moet ik alleen al daarom die ratten maar gewoon oogluikend toestaan. Opdat we er later maar opzichtig grote oogsten aan kersen van kunnen krijgen.
Ik heb een aantal collega's, die ik oprecht en in de positieve zin van het woord "pareltjes" noem. En een daarvan is getrouwd met een kerel, die verrekt handig is, daar een bedrijf in heeft opgezet en een paar jaar geleden ons toilet renoveerde.
Helemaal mooi. Lekker in een modern en comfortabel toilet zitten kakken, is altijd prettiger dan op een ouwe, niet zo hippe pot.
Toen al waren we gecharmeerd van het werk van de beste man, zowel qua uiterlijk als qua kwaliteit. Dus was het voor ons betrekkelijk makkelijk: we laten die kerel ook onze badkamer doen.
Het mooie van zoiemand is dat we niet naar allemaal sanitaire supermarkten hoeven om "inspiratie" op te doen.
Wij geven aan wat we willen, hij zegt dat dat niet kan, of juist wel, levert de spullenboel en gaat aan de slag. Aan het einde van de rit, hebben wij een toilet dat bij onze smaak past.
Dus wij hebben hem langs laten komen, samen met zijn vrouw want ten slotte: een collega die een pareltje is, is altijd welkom voor een lekkere lunch en wat gezelligheid.
Maar goed, aangezien we toch wel een wat aparte smaak hebben, besloten we dat wij de tegels uit gingen zoeken, voor de rest kwam er een offerte met zoveel mogelijk standaard spullen, die we op een later moment nog eventueel aanpassen kunnen.
En dan ontkom je er niet aan: we moeten toch naar zo'n sanitaire supermarkt. De ene walgelijk kitsche tegel na de andere braakopwekkende badkamerkraan. VT-wonen "approved".
De hel.
Ik kijk nooit VT-wonen, en als ik die meuk geëtaleerd zie, weet ik gelijk waarom: mijn maag trekt dat niet en mijn ADHD-brein al helemaal niet. Recept voor gelijktijdig projectiel braken en meeslepende spuitpoep. Zo'n winkel.
En omdat er te veel keuze is, en al die keuze in eigenlijk iets te kleine en iets te magertjes verlichtte showrooms opgesteld staan, gaat mijn brein al na 10 minuten op slot. Komt niks zinnigs meer uit. Ja, ontluchting in de vorm van winderigheid en overige oprispingen.
Pas na het innemen van een voor mij doen overdosis aan ritalin, lukte het om enigszins coherent aan te geven wat ik vooral niet bliefde.
Gelukkig mag ik dit niet alleen doen, ten slotte vindt Ilse het ook haar huis en vindt ze dat zij mede moet bepalen wat er wél en vooral niet in komt, en zo stiefelden we, amper een uur verder, trots die tent weer uit. We hebben tegels.
En we denken dat het best een mooie combinatie van vrolijk en ingetogen is, maar vooral niet te klinisch. Want puur wit, voelt alsof je in een ziekenhuis onder de douche staat, en dat is op zich leuk, maar niet als je thuis bent.
En over badkamers gesproken: ons huisje heeft ook een badkamertje. En ik had al gemeld dat ik daar een kastje voor zou maken.
Dat kastje is dus nu bijna af.
Omdat ik dat van hout maakte, moest ik er wel wat lagen verf overheen sodemieteren.
Dus terug naar mijn matties bij de Gamma. Beslist geen straf.
En omdat ik toch ergens wat vrekkig ben, keek ik bij de koopjeshoek voor verf die tegen bodemprijzen weg ging. Vaak hebben ze dat wel. Ook de Gamma heeft van die VT-wonen meuk, en aangezien dat mode is, is het na één jaar al niet meer hip.
Of gewoon verkeerd gemengd, of te veel gemengd van een bepaalde kleur en dus niet meer voor de volle prijs te verkopen.
Die verven kun je dus voor een prikkie meenemen, en aangezien het toch maar om ons domeintje gaat, vond ik het de moeite om daar eventjes te neuzen.
[Nota Bene: die goedkope verf kun je dus niet meer ruilen, om voordehand liggende reden].
Ik neusde, vond een waterbestendige verf, en vertrok, een paar eurootjes maar armer naar huis.
Ik blubberde de kast eerst in met een witte grondlaag.
En toen die droog was, en ik na een paar dagen werken weer tijd had voor de toplaag, bekeek ik dat blik eens wat kritischer.
Ik kwam toen tot de niet verrassende, doch wel enigszins teleurstellende ontdekking dat die toplaag weliswaar geschikt was voor buiten en natte ruimten, maar zeer zeker niet wit was. In tegendeel zelfs. Hij was licht grijs.
Niet helemaal wat ik in gedachten had.
En het spul is ook zeker niet geschikt voor de wegwerp kwasten die ik koop, omdat ik te bedonderd ben om die kwasten schoon te maken. Het is namelijk op terpentinebasis, en dat kostte me dus meer rollertjes dan strikt genomen goedkoop is. Want dat spul is zó stug en dik, dat die goedkope wegwerp rolletjes gewoon van hun asje af draaien, en dan halverwege het werkstuk met een doffe, natte klets op de grond ploffen.
En de kwasten?
Laat ik volstaan met melden dat als je ze niet meteen in de terpentine zet om schoon te maken, dan heb je een uitgeharde Duitse Steelgranaat waar je je tokkie-buren mee dood kan gooien.
Daarom heb ik die ook nog maar niet weggegooid.
Ten tijde van het plaatsen van deze blog, 13-06-2026, is het natuurlijk weer die dag van het jaar. Een jubileumsdag. 12 jaar geleden was het een vrijdag. Vrijdag de 13e.
12 jaar geleden gaven mijn echtgenote en ik elkaar stralend het ja-woord, tijdens een ceremonie waarvan we nu, 12 jaar verder, nog steeds een lachstuip krijgen omdat de trouwambtenaar zo enorm enthousiast faalde. En dat in combinatie met de aan walgelijkheid grenzende kitschheid van de trouwzaal, was een recept voor ongebreideld amusement. Het leek wel een slapstick.
En tot op heden hebben we in al die 12 jaar slechts een paar keer "er iets aan gedaan".
Meestal omdat het in ons beider hoofden gewoon niet opkwam om op voorhand "wat" te regelen, het verloren ging in de vaart der volkeren.
Mede ook omdat al die jubilea wel bestaan, maar blijkbaar ook weer geen echte mijlpalen zijn.
Neem nu dit jaar. Men noemt het een "linnen" jubileum. Linnen. Dat klinkt leuk, maar echt schoon is dat linnen na 12 jaar intensief gebruik niet meer. Kan ook niet, in ons Jan Steense huishouden. En het geeft ook een beetje aan dat het leuk is, maar dat je er nog niet echt bent. Of zo. Linnen. Tja.
In die 12 jaar hebben we:
-20 auto's gehad (een ruwe schatting, dit was hobby in combinatie met flink wat pech).
-3 huizen mogen bewonen (badkamer-renovatie aanstaande).
-2 caravans (waarvan 1 actueel)
-2 aanhangers (waarvan 1 te koop)
-3 katten (waarvan er nog één over is).
-Talloze vissen en garnalen in een bakkie.
-2 honden (hoewel de ene al was gaan hemelen voor we het definitieve ja-woord gaven, en de ander uit pure angst alles en iedereen opvrat, en we dat met een kind onderweg toch wat ongemakkelijk vonden)
-1 kind (leeft nog wel).
-1 lidmaatschap van een volkstuinvereniging (mét bezit van een huisje).
-Ontelbare (medische) uitdagingen aangegaan, overleefd en er over het algemeen niet slechter uitgekomen.
Maar vooral een onuitputtelijke hoeveelheid liefde, respect, steun en ongebreidelde, terugkerende verbazing.
Doen we niet onaardig, zou ik zo zeggen.
Maar goed, ik moet gewoon werken (ik was weer eens niet vooruitziend genoeg) en toch veel meer zeggend is dat 12,5 jarige jubileum. Koper. En als voormalig koperblazer moet ik toegeven dat dat ergens toch wel meer appelleert aan mijn karakter. Of zo.
Met als extraatje: zondag 13 december is dan niet alleen ons 12,5 jarig jubileum, het valt ook nog eens samen met 'wereld lichtjes dag'.
Als dat geen recept is voor een leuk dagje, weet ik het niet meer.
Eens kijken of we hier wat mee kunnen.
Hoe dan ook: nog één weekendje werken. Het uwe is begonnen, hierna mag ik wederom gaan genieten van 11 dagen vrij. En dan heb ik niet eens vakantie.
Ik wens u een beste toe.
donderdag 4 juni 2026
Knutselen en pure verdorven ranzigheid.
Adèle zong het al: "It's like raiaiaiaiaiaiaiainnnnn, on your wedding dayyyyyyyy". "Isn't it ironic".
De afgelopen weken was het natuurlijk best droog. Defensie kwam daar ook achter toen ze ettelijke hectaren heide in brand schoten.
Om mijn voedzame struweel in leven te houden, moest ik dus met grote regelmaat wat water bijvoeren.
En dat was een uitdaging. Want in de achtertuin hebben wij een kraan. Aan de voorzijde niet. We hebben ook een pracht van een tuinslang, met zo'n multifunctionele sproeikop. Heel hip. Alleen mooi dat die slang ongeveer 2 meter tekort komt. Ik kan er niet mee in de voortuin komen. Gelukkig maar, want met zo'n slang door je woonkamer om de voortuin te kunnen sproeien, is vragen om lekkage op plekken waar je dat allerminst blieft.
Een gieter hadden we ook niet. Ja, zo'n klein lullig huiskamer-gietertje waar net geen centiliter water in kan.
Dus liep ik te redderen met een maatbeker. Voor de knoflook, de appelboom, de fruitjes, de kruiden en mijn vers geplantte zonnebloemen en vergeet-me-nietjes, moest ik al gauw 5 keer op en neer.
Tot een van mijn meiden besloot om die maatbeker te gebruiken om een vies geworden fietszadel-hoes erin te weken.
Ik heb het toen nog met een andere bak geprobeerd, maar elk ander stuk gereedschap dat ik daarvoor gebruikte, voelde lulliger aan dan de vorige.
Dus hoppakee, op naar de Gamma om wat planken te halen (voor een andere klus, niet om een gieter van te maken) en daar een gieter kopen. 6 piek voor een 10 liter gieter. Mooi.
Rap naar huis, want dit is een week waarin ik veel in mijn eentje moet doen, dus ik moest me al luierend voorbereiden op die situatie.
Glimmend van trots parkeerde ik de auto waar hij hoort, en de nieuwe gieter 'for the time being' op de klapkar.
Ik moest namelijk wat boodschappen uitruimen om daarna helemaal in mijn sas het struweel te gaan bewateren.
Uiteraard loopt het leven anders: met dat ik vol goede moed aan die slag wilde gaan, begon het uitgelaten te regenen. Om de rest van de dag niet meer te stoppen. En dus staat die mooie, nieuwe gieter voorlopig compeet nutteloos nat te worden aan zijn buitenkant in plaats van zijn binnenkant.
Wij moesten dus wat.
En dat 'wat' was buitenshuis en uiteraard gedurende de voor vele gezinnen zo verafschuwde 'ochtendspits'. Kind moet naar school, met alle uitdagingen. U kent het wel.
Daarbovenop moest schoonvader even verplaatst worden naar een dorp verderop en nog zo wat.
Dus mijn betere helft vertrok redelijk spoorslags en daarna had ik even een paar momentjes rust, alvorens ik ging doen wat ik moest.
Na het bouwen van de kast voor boven, was het volgende op mijn lijstje om een bedframe te maken voor de klapkar. We vermoedden terecht dat Jente toch nog even liever niet in een tentje buiten zou willen slapen, terwijl wij lekker liggen te snurken in de klapkar. De opdracht luidde dus: maak een framepje zodat ons kind toch binnen kan slapen, terwijl dat eigenlijk net niet past.
De Gamma wrijft zich in de handen van pure vreugde als ze een witte Panda hun parkeerplek op zien rijden. Ze rollen nog net de rode loper niet voor me uit.
Ik moest dus al een gieter, en wat planken.
Die planken hebben dus als nadeel dat ze eigenlijk niet goed in mijn auto passen.
Mijn oorspronkelijke plan was om dus die spullenboel te halen en dan via 's lands grootste kruidenier weer naar huis te gaan. Bij het uitzoeken van het hout concludeerde ik dat ook deze planken niet in mijn auto zouden passen, en dat ik dus toch eerst naar huis zou gaan, omdat ik het niet echt een prettig idee vind om mijn auto met geopende ramen te parkeren.
Ondertussen had Ilse gemeld dat zij alle sleutels had meegenomen, maar niet haar huissleutels. Of ik thuis wilde zijn als zij thuis zou komen.
En zo hielden we elkaar op de hoogte van onze respectieve vorderingen.
Tot ik dus de planken en de gieter in mijn auto propte en tot mijn onuitsprekelijke vreugde merkte dat die planken wél pasten. Helemaal blij appte ik Ilse dat ik toch via de supermarkt naar huis zou gaan. Dit maakte de communicatie lekker onoverzichtelijk, maar ik ging er vanuit dat ik toch wel thuis zou zijn voor ik Ilse binnen moest laten.
Eind goed, al goed. Toch?
Nou.... Niet helemaal.
Thuis gekomen, nog helemaal euforisch van het feit dat ik alle benodigdheden in één rit had weten te volbrengen, graaide ik in mijn broekzak naar mijn sleutels.
Links. Rechts.
Ik heb meestal broeken en vesten aan met meerdere zakken. Linksboven, rechtsonder. Rechtsboven, linksonder. Linkervestzak, rechtervest..... Godverdegodver.
Waar zijn mijn fucking sleutels.
Kakkedetouwtering...
In mijn haast om naar mijn favoriete winkel te gaan, mepte ik dus (net als Ilse) de voordeur dicht zonder mijn sleutels mee te nemen.
Hoe groot is die kans? Dat beide sleutelbewaarders van het huis hun sleutels binnen laten liggen.
Maar voordat ik en plein public mezelf volstrekt te schande zou maken met een verbale scheldkannonnade waar nog jarenlang over gesproken zou worden, bedacht ik me dat we Jente via de achtertuin naar school laten fietsen, en dat er mogelijk een kleine kans was, dat ik niet alleen vergeten was mijn sleutels mee te nemen, maar dat ik óók vergeten was om de deur achter Jente op slot te gooien.
Met het angstzweet in grote stromen richting mijn bilnaad wandelde ik door de brandgang, de achtertuin in, langs de brandnetels, en bijna verlegen probeerde ik de achterdeur.
Die was los.
Een juichkreet kon ik niet tegenhouden.
Wordt er toch nog schande gesproken over nummer 49.
Goed, het bedframe voor de klapkar was gereed, en Ilse verbleef een paar dagen in ons huisje. Lekker rustig voor haar, en ook ik kon eventjes wat rust nemen.
Dat is uiteraard een relatief begrip, zoals uit voorgaande alinea's blijkt.
Ilse liet zich ontvallen dat het badkamerkastje in ons huisje een vreselijk onding is, er past net niks echt lekker in, en....
"SAY NO MORE!!!!"
Met de opgedane ervaring van voorgaande kasten, en de overgebleven stukken hout, maak ik in een oogwenk een ander kastje!
Ik stond (nog net niet) te likkenbaarden.
Laten we in een eerdere episode het keukenkastje uit de klapkar gesloopt hebben. En ik had het lumineuze idee om de railtjes van de schuifdeurtjes (en andere kleine parafernalia) te bewaren. Zouden altijd van pas kunnen komen.
Bijvoorbeeld voor de gangkast die er uiteindelijk toch niet kwam.
Hoe dan ook: ik had best wel wat hout over, dus vol goede moed ging ik aan de gang. Maatvoering werd een klein dingetje. Want bij gebrek aan duimstok of rolmaat, kreeg ik de volgende maten door: 3 A4'tjes lang, 2 A4'tjes breed en een half A4'tje diep.
Of was het nu andersom? En waarom dan? Superduidelijk.
Ik flikkerde de twijfel mijn hoofd uit en begon met het zagen van de planken.
Dát ging top.
En zo eindigde ik met 4 planken, van dezelfde diepte. 2 voor de horizontale en 2 voor de verticale buitenkant. En toen moest ik dus die railtjes erin krijgen. Niets makkelijker dan het jezelf zo makkelijk mogelijk maken: ik pakte een van de planken, hield het railtje erop tekende de maat aan en zaagde het geheel op maat van de plank. Ook weer helemaal perfect.
Superstrak. Ik hou daarvan. Helemaal top.
Ja, wel jammer dat ik in mijn haast en enthousiasme de verkeerde plank had gepakt om dat railtje voor op maat te zagen.
Met als gevolg dat dat kastje dus een kwartslag gedraaid in onze badkamer komt te hangen. Scheelt maar 5 centimeter.
Een plank voor het midden was zó gemaakt.
En de deurtjes?
Ja, ik heb alles netjes in elkaar, alleen die deurtjes... Ik had op zich wel plaatmateriaal, maar niet genoeg en ook niet dun genoeg. Want die deurtjes moeten dus in railtjes schuiven. 18 milimeter dikke plaat, is te dik. Dus ik moet nog eventjes een klein plaatje halen. En wat latjes ter afwerking. En dan kan die in de verf, en heb ik wederom een praktische en leuke kast in elkaar gedraaid.
Lachen man, hobbies.
Een andere hobby die zo zoetjes aan tot een hoogtepunt komt: de knoflook.
In weerwil tot alles wat iedereen zegt: ik heb het overgrote deel de grond uit getrokken.
9 maanden moet je over het algemeen wachten. Dat is regel 1.
Maar als het loof doodslaat en slap wordt, zijn ze rijp. Dat is regel 2.
En die gaan niet altijd goed samen.
Kortom: het moet op gevoel, en laat ik nu eens een gevoelsmens zijn. Ja, je zou het niet zeggen.
Hoe dan ook: de tweede 'batch' heb ik ook maar uit de grond getrokken. Mooie bollen. Waar ik de vorige 'batch' verhakseld heb, en ingevroren, heb ik deze lekker te drogen gehangen. Met als hoop dat ik wat tenen overhou om door te poten.
Wat mij dit groeiproces opviel: er kwamen aan een aantal stengels een soort van knoppen.
Mijn redenatie was: weg met die knoppen, want ze remmen de groei van de bollen.
Uiteraard was dat voordat ik las dat die knoppen zogenaamde broedbollen bevatten, en die broedbollen, zitten vol met zaadjes die je weer kan doorplanten. Oke, die doen er 2 jaar over om goeie bollen op te leveren, maar goed, zo kweek je je eigen voorraad.
Dus, hoppa.... Met een royaal gebaar kwakte ik waardevolle knoppen de groenbak in. Ook daar moet je mij voor zijn.
Gelukkig was er één knop die mijn ongebreidelde verspillings-drang ontsprong. Die koester ik alsof het in een vitrine thuis hoort.
Want ja: als je gratis knoflook kan krijgen, moet je het niet zo nonchalant behandelen.
Die mag dus met de laatste 'batch' de grond uit, drogen en op een speciaal plekje later weer in geplant worden.
Zoals gezegd: mijn betere helft nam de mogelijkheid om lekker eventjes wat "her-time" te genieten. Jente en ik rooiden het samen wel.
Hoewel: ze gaat steeds meer haar eigen gangetje.
En 99% van de keren gaat dat goed. En hebben we het gezellig samen.
Die ene % was niet eens ongezellig, doch wel volstrekt onaangenaam.
Zoals het een kind betaamt, heeft ze een rijke fantasie en bijbehorende verzameling aan attributen die ze her en der vindt en mee meent te moeten nemen.
Die attributen worden vervolgens naar goed kunstzinnig gebruik verwerkt in knutsels. Of stomweg vergeten. En dat laatste is een uitdaging.
Mevrouw vond namelijk een complete schelp. En een, door een niet hongerig genoege meeuw gedemonteerde, krabbenpoot. Die moesten uiteraard mee, want ja, een hele schelp en een gedemonteerde krabbenpoot. Je zal het maar net nodig hebben...
Helaas was er in dit geval geen sprake van goed kunstzinnig gebruik, maar van stomweg vergeten.
In een tas.
Die ze wekenlang niet aanraakte.
Ja, tot dus deze ochtend, en zowel zij als ik ons kokhalzen niet in kon houden. Rottende schaaldieren. Of restanten daarvan. Wát een meur. Zelfs de geur van vers drogende knoflook kon dat niet beteugelen of maskeren.
Mijn arme maag maakte meer salto's dan Adriaantje gedurende alle seizoenen van Bassie en Adriaan.
Ik heb geen seconde geaarzeld: weg met die tas. Geen haar op mijn hoofd die er zelfs maar aan denkt om die tas te legen, en mijn handen te verwoesten met het aanraken van die gorigheid. De uitgelopen lichaamssappen en rottende visrestanten waren in de stof van dat tasje getrokken, schimmelend, geurend, en gewoon weer tot leven gekomen.
Weg ermee. En nee, ik ga niet aan Ilse vragen of ze die tas wil wassen. Dat doe ik haar niet aan. Om nog maar te zwijgen van het feit dat ik ervan overtuigd ben dat onze wasmachine van pure ellende dan ook maar doodgaat.
Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, heb ik na mijn vier vrije dagen nog één enkele vrije zaterdag en dan moet ik maar weer wat gaan doen. Ik wens eenieder een best weekend toe.
Marktplaats- en keukengepruts.
Marktplaats. Een niet aflatende bron van leuke spullen. Niet altijd even realistisch geprijsd, en sommige lieden... Mijn ervaringen zijn er...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Het doet gewoon pijn aan mijn oren. En net als ik denk dat grof fysiek geweld de enige uitweg is, wordt het zwart. Ik ben hersendood geklets...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...