Adèle zong het al: "It's like raiaiaiaiaiaiaiainnnnn, on your wedding dayyyyyyyy". "Isn't it ironic".
De afgelopen weken was het natuurlijk best droog. Defensie kwam daar ook achter toen ze ettelijke hectaren heide in brand schoten.
Om mijn voedzame struweel in leven te houden, moest ik dus met grote regelmaat wat water bijvoeren.
En dat was een uitdaging. Want in de achtertuin hebben wij een kraan. Aan de voorzijde niet. We hebben ook een pracht van een tuinslang, met zo'n multifunctionele sproeikop. Heel hip. Alleen mooi dat die slang ongeveer 2 meter tekort komt. Ik kan er niet mee in de voortuin komen. Gelukkig maar, want met zo'n slang door je woonkamer om de voortuin te kunnen sproeien, is vragen om lekkage op plekken waar je dat allerminst blieft.
Een gieter hadden we ook niet. Ja, zo'n klein lullig huiskamer-gietertje waar net geen centiliter water in kan.
Dus liep ik te redderen met een maatbeker. Voor de knoflook, de appelboom, de fruitjes, de kruiden en mijn vers geplantte zonnebloemen en vergeet-me-nietjes, moest ik al gauw 5 keer op en neer.
Tot een van mijn meiden besloot om die maatbeker te gebruiken om een vies geworden fietszadel-hoes erin te weken.
Ik heb het toen nog met een andere bak geprobeerd, maar elk ander stuk gereedschap dat ik daarvoor gebruikte, voelde lulliger aan dan de vorige.
Dus hoppakee, op naar de Gamma om wat planken te halen (voor een andere klus, niet om een gieter van te maken) en daar een gieter kopen. 6 piek voor een 10 liter gieter. Mooi.
Rap naar huis, want dit is een week waarin ik veel in mijn eentje moet doen, dus ik moest me al luierend voorbereiden op die situatie.
Glimmend van trots parkeerde ik de auto waar hij hoort, en de nieuwe gieter 'for the time being' op de klapkar.
Ik moest namelijk wat boodschappen uitruimen om daarna helemaal in mijn sas het struweel te gaan bewateren.
Uiteraard loopt het leven anders: met dat ik vol goede moed aan die slag wilde gaan, begon het uitgelaten te regenen. Om de rest van de dag niet meer te stoppen. En dus staat die mooie, nieuwe gieter voorlopig compeet nutteloos nat te worden aan zijn buitenkant in plaats van zijn binnenkant.
Wij moesten dus wat.
En dat 'wat' was buitenshuis en uiteraard gedurende de voor vele gezinnen zo verafschuwde 'ochtendspits'. Kind moet naar school, met alle uitdagingen. U kent het wel.
Daarbovenop moest schoonvader even verplaatst worden naar een dorp verderop en nog zo wat.
Dus mijn betere helft vertrok redelijk spoorslags en daarna had ik even een paar momentjes rust, alvorens ik ging doen wat ik moest.
Na het bouwen van de kast voor boven, was het volgende op mijn lijstje om een bedframe te maken voor de klapkar. We vermoedden terecht dat Jente toch nog even liever niet in een tentje buiten zou willen slapen, terwijl wij lekker liggen te snurken in de klapkar. De opdracht luidde dus: maak een framepje zodat ons kind toch binnen kan slapen, terwijl dat eigenlijk net niet past.
De Gamma wrijft zich in de handen van pure vreugde als ze een witte Panda hun parkeerplek op zien rijden. Ze rollen nog net de rode loper niet voor me uit.
Ik moest dus al een gieter, en wat planken.
Die planken hebben dus als nadeel dat ze eigenlijk niet goed in mijn auto passen.
Mijn oorspronkelijke plan was om dus die spullenboel te halen en dan via 's lands grootste kruidenier weer naar huis te gaan. Bij het uitzoeken van het hout concludeerde ik dat ook deze planken niet in mijn auto zouden passen, en dat ik dus toch eerst naar huis zou gaan, omdat ik het niet echt een prettig idee vind om mijn auto met geopende ramen te parkeren.
Ondertussen had Ilse gemeld dat zij alle sleutels had meegenomen, maar niet haar huissleutels. Of ik thuis wilde zijn als zij thuis zou komen.
En zo hielden we elkaar op de hoogte van onze respectieve vorderingen.
Tot ik dus de planken en de gieter in mijn auto propte en tot mijn onuitsprekelijke vreugde merkte dat die planken wél pasten. Helemaal blij appte ik Ilse dat ik toch via de supermarkt naar huis zou gaan. Dit maakte de communicatie lekker onoverzichtelijk, maar ik ging er vanuit dat ik toch wel thuis zou zijn voor ik Ilse binnen moest laten.
Eind goed, al goed. Toch?
Nou.... Niet helemaal.
Thuis gekomen, nog helemaal euforisch van het feit dat ik alle benodigdheden in één rit had weten te volbrengen, graaide ik in mijn broekzak naar mijn sleutels.
Links. Rechts.
Ik heb meestal broeken en vesten aan met meerdere zakken. Linksboven, rechtsonder. Rechtsboven, linksonder. Linkervestzak, rechtervest..... Godverdegodver.
Waar zijn mijn fucking sleutels.
Kakkedetouwtering...
In mijn haast om naar mijn favoriete winkel te gaan, mepte ik dus (net als Ilse) de voordeur dicht zonder mijn sleutels mee te nemen.
Hoe groot is die kans? Dat beide sleutelbewaarders van het huis hun sleutels binnen laten liggen.
Maar voordat ik en plein public mezelf volstrekt te schande zou maken met een verbale scheldkannonnade waar nog jarenlang over gesproken zou worden, bedacht ik me dat we Jente via de achtertuin naar school laten fietsen, en dat er mogelijk een kleine kans was, dat ik niet alleen vergeten was mijn sleutels mee te nemen, maar dat ik óók vergeten was om de deur achter Jente op slot te gooien.
Met het angstzweet in grote stromen richting mijn bilnaad wandelde ik door de brandgang, de achtertuin in, langs de brandnetels, en bijna verlegen probeerde ik de achterdeur.
Die was los.
Een juichkreet kon ik niet tegenhouden.
Wordt er toch nog schande gesproken over nummer 49.
Goed, het bedframe voor de klapkar was gereed, en Ilse verbleef een paar dagen in ons huisje. Lekker rustig voor haar, en ook ik kon eventjes wat rust nemen.
Dat is uiteraard een relatief begrip, zoals uit voorgaande alinea's blijkt.
Ilse liet zich ontvallen dat het badkamerkastje in ons huisje een vreselijk onding is, er past net niks echt lekker in, en....
"SAY NO MORE!!!!"
Met de opgedane ervaring van voorgaande kasten, en de overgebleven stukken hout, maak ik in een oogwenk een ander kastje!
Ik stond (nog net niet) te likkenbaarden.
Laten we in een eerdere episode het keukenkastje uit de klapkar gesloopt hebben. En ik had het lumineuze idee om de railtjes van de schuifdeurtjes (en andere kleine parafernalia) te bewaren. Zouden altijd van pas kunnen komen.
Bijvoorbeeld voor de gangkast die er uiteindelijk toch niet kwam.
Hoe dan ook: ik had best wel wat hout over, dus vol goede moed ging ik aan de gang. Maatvoering werd een klein dingetje. Want bij gebrek aan duimstok of rolmaat, kreeg ik de volgende maten door: 3 A4'tjes lang, 2 A4'tjes breed en een half A4'tje diep.
Of was het nu andersom? En waarom dan? Superduidelijk.
Ik flikkerde de twijfel mijn hoofd uit en begon met het zagen van de planken.
Dát ging top.
En zo eindigde ik met 4 planken, van dezelfde diepte. 2 voor de horizontale en 2 voor de verticale buitenkant. En toen moest ik dus die railtjes erin krijgen. Niets makkelijker dan het jezelf zo makkelijk mogelijk maken: ik pakte een van de planken, hield het railtje erop tekende de maat aan en zaagde het geheel op maat van de plank. Ook weer helemaal perfect.
Superstrak. Ik hou daarvan. Helemaal top.
Ja, wel jammer dat ik in mijn haast en enthousiasme de verkeerde plank had gepakt om dat railtje voor op maat te zagen.
Met als gevolg dat dat kastje dus een kwartslag gedraaid in onze badkamer komt te hangen. Scheelt maar 5 centimeter.
Een plank voor het midden was zó gemaakt.
En de deurtjes?
Ja, ik heb alles netjes in elkaar, alleen die deurtjes... Ik had op zich wel plaatmateriaal, maar niet genoeg en ook niet dun genoeg. Want die deurtjes moeten dus in railtjes schuiven. 18 milimeter dikke plaat, is te dik. Dus ik moet nog eventjes een klein plaatje halen. En wat latjes ter afwerking. En dan kan die in de verf, en heb ik wederom een praktische en leuke kast in elkaar gedraaid.
Lachen man, hobbies.
Een andere hobby die zo zoetjes aan tot een hoogtepunt komt: de knoflook.
In weerwil tot alles wat iedereen zegt: ik heb het overgrote deel de grond uit getrokken.
9 maanden moet je over het algemeen wachten. Dat is regel 1.
Maar als het loof doodslaat en slap wordt, zijn ze rijp. Dat is regel 2.
En die gaan niet altijd goed samen.
Kortom: het moet op gevoel, en laat ik nu eens een gevoelsmens zijn. Ja, je zou het niet zeggen.
Hoe dan ook: de tweede 'batch' heb ik ook maar uit de grond getrokken. Mooie bollen. Waar ik de vorige 'batch' verhakseld heb, en ingevroren, heb ik deze lekker te drogen gehangen. Met als hoop dat ik wat tenen overhou om door te poten.
Wat mij dit groeiproces opviel: er kwamen aan een aantal stengels een soort van knoppen.
Mijn redenatie was: weg met die knoppen, want ze remmen de groei van de bollen.
Uiteraard was dat voordat ik las dat die knoppen zogenaamde broedbollen bevatten, en die broedbollen, zitten vol met zaadjes die je weer kan doorplanten. Oke, die doen er 2 jaar over om goeie bollen op te leveren, maar goed, zo kweek je je eigen voorraad.
Dus, hoppa.... Met een royaal gebaar kwakte ik waardevolle knoppen de groenbak in. Ook daar moet je mij voor zijn.
Gelukkig was er één knop die mijn ongebreidelde verspillings-drang ontsprong. Die koester ik alsof het in een vitrine thuis hoort.
Want ja: als je gratis knoflook kan krijgen, moet je het niet zo nonchalant behandelen.
Die mag dus met de laatste 'batch' de grond uit, drogen en op een speciaal plekje later weer in geplant worden.
Zoals gezegd: mijn betere helft nam de mogelijkheid om lekker eventjes wat "her-time" te genieten. Jente en ik rooiden het samen wel.
Hoewel: ze gaat steeds meer haar eigen gangetje.
En 99% van de keren gaat dat goed. En hebben we het gezellig samen.
Die ene % was niet eens ongezellig, doch wel volstrekt onaangenaam.
Zoals het een kind betaamt, heeft ze een rijke fantasie en bijbehorende verzameling aan attributen die ze her en der vindt en mee meent te moeten nemen.
Die attributen worden vervolgens naar goed kunstzinnig gebruik verwerkt in knutsels. Of stomweg vergeten. En dat laatste is een uitdaging.
Mevrouw vond namelijk een complete schelp. En een, door een niet hongerig genoege meeuw gedemonteerde, krabbenpoot. Die moesten uiteraard mee, want ja, een hele schelp en een gedemonteerde krabbenpoot. Je zal het maar net nodig hebben...
Helaas was er in dit geval geen sprake van goed kunstzinnig gebruik, maar van stomweg vergeten.
In een tas.
Die ze wekenlang niet aanraakte.
Ja, tot dus deze ochtend, en zowel zij als ik ons kokhalzen niet in kon houden. Rottende schaaldieren. Of restanten daarvan. Wát een meur. Zelfs de geur van vers drogende knoflook kon dat niet beteugelen of maskeren.
Mijn arme maag maakte meer salto's dan Adriaantje gedurende alle seizoenen van Bassie en Adriaan.
Ik heb geen seconde geaarzeld: weg met die tas. Geen haar op mijn hoofd die er zelfs maar aan denkt om die tas te legen, en mijn handen te verwoesten met het aanraken van die gorigheid. De uitgelopen lichaamssappen en rottende visrestanten waren in de stof van dat tasje getrokken, schimmelend, geurend, en gewoon weer tot leven gekomen.
Weg ermee. En nee, ik ga niet aan Ilse vragen of ze die tas wil wassen. Dat doe ik haar niet aan. Om nog maar te zwijgen van het feit dat ik ervan overtuigd ben dat onze wasmachine van pure ellende dan ook maar doodgaat.
Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, heb ik na mijn vier vrije dagen nog één enkele vrije zaterdag en dan moet ik maar weer wat gaan doen. Ik wens eenieder een best weekend toe.
donderdag 4 juni 2026
Knutselen en pure verdorven ranzigheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Knutselen en pure verdorven ranzigheid.
Adèle zong het al: "It's like raiaiaiaiaiaiaiainnnnn, on your wedding dayyyyyyyy". "Isn't it ironic". De afgel...
-
Ik schrijf vaak over pareltjes van het platform. Dat kan positief en negatief zijn. De negatieve pareltjes, noem ik dus ook cynisch "pa...
-
Het doet gewoon pijn aan mijn oren. En net als ik denk dat grof fysiek geweld de enige uitweg is, wordt het zwart. Ik ben hersendood geklets...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...