Loedermoeder. Een term die moeders vooral zichzelf en andere moeders geven, als er iets niet helemaal gaat zoals de Margriet of Libelle of een ander soort blad voor onzekere vrouwspersonen vinden dat het moet gaan.
Loedervader. Zelfde principe, maar dan (niet geheel verrassend) gericht op de vader die iets doet dat niet het geëigende paadje volgt.
Zowel Ilse als ik hebben best wel eens wat stunts uitgehaald ten aanzien van onze dochter, die in die categorie zouden kunnen horen.
En guess what: ons kind leeft nog steeds. Is behoorlijk gezond en een lekkere wijsneus die af en toe het bloed van onder onze nagels weet te tappen. Om nog geen kwartier later weer lekker charmant (en dus lomp) even aanhankelijk komt doen.
Er zijn ook zaken die we gezamelijk niet helemaal conform de algemene richtlijnen van het verbond der worstelend en bovenkomende ouders doen.
Het is einde van het schooljaar. Groep 7 zit er al weer bijna op. En boy, wat was het een klote jaar. Allemaal etterbakjes in de klas die het voor de standaard klasgenoot al verstierden, maar voor Jente, met haar ietwat anders aangelegde bedrading, helemaal. Etterbakjes waarvan ik de ouders, gewoon uit principe een opvoedcursusje uit mijn handboek op zou willen dringen. Iets met grof geweld. Tegen de ouders. Niet tegen hun kansarme kroost.
Heel wat gesprekken gehad, heel wat verregaande plannen gesmeed, die uiteindelijk, Goden-zij-dank, toch niet door gingen.
Deze week het schoolreisje. En dan was het dat ook wel.
Maar goed.
Het was vaderdag. En mijn eega had met haar vooruitziende blik er al voor gezorgd dat ik een leuk presentje in ontvangst mocht nemen. En Jente had een verzameling witte stenen beschilderd, die er behoorlijk geestig uit zien. Die krijgen uiteraard een plekje in mijn vitrine.
Vaderdag. We gingen naar ons domeintje. Want er was ook een bijeenkomst voor nieuwe en aspirant-tuinders.
Nee, ik zal niet ingaan op de inhoud daarvan, want dat heb ik al eens beschreven, lees gewoon de boekjes van Hendrik Groen maar.
Na afloop moest ik een kleine 110 dakpannen verplaatsen, want die had ik tijdelijk op de parkeerplaats geparkeerd. Niet voor het huisje zelf, maar om er (heel rustiek, heel Frans en heel erg "cottage") wat moestuin of plant-tuin bakken van te maken.
Die avond aten wij met mijn schoonouders een lekkere portie Chinees, toen het mijn schoonvader inviel om eens vol lof te zijn over het rapport van Jente. Het eindrapport.
Dat zat in haar schooltas, of wij het al gevonden hadden.
Wij wisten van niks.
Hakkelend stamelden wij: Huh?!?! Rapport?? Wanneer dan? Hoe dan?
Aiiiii
Wij hadden dus blijkbaar totaal gemist dat de rapportmap weer mee naar school moest, zodat het eindrapport erin gestoken kon worden.
Wij hadden totaal gemist dat, bij gebrek aan map, dat rapport in een insteekhoes terecht was gekomen.
En Jente, is Jente. Die was dat gewoon helemaal vergeten. Vooral ook omdat er maar liefst één (1) hele "M" op haar rapport was beland.
Men doet niet meer aan cijfers, en de "M" staat voor "Matig".
Daar was ze niet blij mee. Sterker nog: de keren dat ze aan dat rapport dacht, dacht ze alleen maar aan die éne "M".
Verder was alles Voldoende, Ruim Voldoende en Goed.
Compleet gemist. Dat hele rapport.
Dan sta je als ouder ook ineens met je neus gedrukt op het feit dat dit geen schoonheidsprijs voor betoonde interesse in je kind zou verdienen.
De tering. Wat slecht.
Bij thuiskomst, die avond, graaiden wij het rapport erbij, we lazen het door. Met groeiende en gloeiende trots.
Wat een kut-jaar heeft ons kind achter de rug. En wat een pracht van een rapport. Die ene "M"? Voor een piepklein onderdeel van taal. Spelling geloof ik.
Toen ze weer begon te mekkeren over die éne "M", zei ik streng dat ze niet moest mekkeren, maar juist trots moest zijn.
Ilse was veel cleverder (zoals wel vaker) en zei dat als er 1 O(nvoldoende) zou verschijnen, wij haar uit eten zouden nemen.
Dit onderstreept wel dat ze doorzettingsvermogen heeft. Want ondanks alles, doet ze haar ding. En laat zich dus misschien wel wat rondschudden, maar haar doel is duidelijk. Vooralsnog.
Dat heeft er uiteindelijk ook in geresulteerd dat haar tweede voorlopige advies een prettige verandering liet zien. Vorig jaar was het voorlopige advies VMBO-TL - HAVO. Dit jaar was het voorlopige advies HAVO-VWO.
En daar zijn wij verheugd mee, want onze inschatting is dat Jente best wel HAVO zou kunnen doen. Dan kan ze lekker kind zijn. Ze kan lekker al doende leren, op haar bek gaan en weer opstaan, zonder dat ze op de toppen van haar tenen moet lopen.
Als ze over een poosje nog steeds docent wil worden, is dat met HAVO een wat kortere weg dan als ze begint op VMBO.
Bovendien is ze wat dat betreft echt een mooie mix van Ilse en mij. Ilse heeft HBO gedaan, maar heeft absoluut een veel pienterder denkniveau. Ik heb HBO gedaan, maar kwam daar met te veel hangen en wurgen en ongelukkig vandaan.
Dus wellicht is Jente dat mooie gemiddelde van ons twee, en kan zij makkelijker (en met mogelijk wat meer inzicht) haar doelen bereiken.
En voor de rest: heeft ze ons.
Ik ben in elk geval mateloos trots op haar. Wat een beest.
Meestal lees ik mijn blogs voor, als Jente meeluistert, bij deze doe ik dat niet. Jente is niet zo van de complimenten, dus zal ik dit haar besparen.
2026
Ik realiseerde het me niet, maar dit is een jaar van een aantal jubilea.
In december zijn we 12,5 jaar getrouwd. Voorwaar een mooi, maar niet al te lastig bereikt jubileum. Het ging eigenlijk best wel vanzelf.
Een heel ander jubileum, veel meer bitterzoet: het is een heel lustrum geleden dat ik definitief stopte als muzikant.
5 jaar geleden raakte ik voor het laatst mijn trompet aan, ik borg hem op, bracht hem naar de berging, en ik heb het ding sindsdien niet meer aangeraakt.
Dat is niet helemaal waar.
Toen ik een poosje terug in de berging was, zag ik de koffer, en ik besloot het ding eens uit te pakken.
Om de een of andere niet-herleidbare reden, liggen de bijbehorende mondstukken thuis, dus erop spelen kon sowieso niet, en was in het kader van de nationale veiligheid ook een slecht plan geweest. Die trompet leek me in prima staat verder, en omdat ik wel wat meer te doen had, dan mijmeren, verpakte ik hem weer en vertrok. Niet de minste behoefte voelend om er iets meer mee te doen dan er een blik op werpen.
Inmiddels heb ik wat hulp gezocht om bepaalde trauma's met betrekking tot de diepere oorsprong van die trompet eens in kaart te brengen, vooral ook omdat ik wil voorkomen dat ik onbewust en vooral ongewenst delen uit mijn opvoeding in praktijk breng bij het grootbrengen van mijn dochter.
5 jaar geleden ging ik dus weg bij Defensie. Is mijn leven nu zoveel beter geworden?
Ja.
En nee.
Mijn oud-collega's mis ik. Het waren bijna allemaal leuke lui, met wie de omgang altijd erg makkelijk ging. Maar ook weer niet, aangezien musici vaak tegen te weinig waardering, te veel van zichzelf en hun omgeving eisen. Dat maakt het lastig. En ik merk dat ik dat tot op heden nog steeds wel doe. Ik werk nagenoeg foutloos, en stiekem verwacht ik dat anderen om me heen dat ook doen. Maar omdat bij mijn huidige werk andermans fouten mijn werk niet aantasten (in tegenstelling tot het werken in orkestverband, waar dat wel zo is), heb ik moeten leren om dat los te laten.
Dat neemt niet weg dat ik qua collega's en sociale omstandigheden eigenlijk even zo tevreden ben. Als mijn oud-collega's meegekomen waren, was het net zo, zo niet mooier geweest. Maar ja. Om nu een heel orkest achter het stuur van een bus te zetten, gaat misschien wat ver.
Wat werk zelf betreft ben ik er absoluut op vooruit gegaan. Ik ben zeker geen gepassioneerde buschauffeur. Maar het hele takenpakket met alle uitdagingen en alle gekkigheidjes past me veel beter. Ik heb relatief gezien veel meer krenten in de pap, dan bij mijn werk als muzikant.
Bovendien: als ik klaar ben, wandel ik de poort uit, en hoef er geen seconde meer mee bezig te zijn (work in progress, want je neemt altijd wel iets van werk mee naar huis en vice versa. Ook iets dat aandacht blijft behoeven). Dat was als musicus wel anders. Want ik moest altijd wel met die verrekte hoerentrompet bezig zijn. Toegegeven: op routine kwam ik een heel eind, maar niet all-the-way, zeg maar.
Men zegt altijd dat het gras bij de buren echt niet groener is, tenzij het kunstgras is, of gespoten. En daar ben ik achter gekomen: dat klopt.
Defensie was al niet de meest menselijke, empathische werkgever. Maar daar kon je bij het middenkader nog het geluk hebben dat je leidinggevenden de boel probeerden te breken voor je. Dat geluk heb ik gehad, bij defensie. Maar vaak ook en zeker op het laatst was het gewoon armoe troef, wat leidinggevenden betreft.
Daarin ben ik er absoluut niet op vooruit gegaan. Want waar defensie dan niet afhankelijk was van winsten, kosten en aandeelhouders, mijn huidige werk is dat wel, en die factoren zijn vele malen belangrijker dan de mensen die met hun werk zorgen voor die aandeelhouders en winsten.
Dat is geen aanname mijnerzijds, dat is simpelweg de ervaring die ik in die vijf jaar heb opgedaan. Ik ben een onkostenpost, en omdat ik een menselijke onkostenpost ben, met een mening, vinden ze me vaak maar lastig.
Dus inmiddels geleerd dat het beter is om onder te duiken, mijn werk te doen met veel plezier en voor de rest: ik ga lekker naar huis. Genieten van dat wat het belangrijkst is in mijn leven: en dat is alles behalve werk.
Hierin heb ik gelukkig op mijn werk een aantal "leermeesters" gevonden die me een beetje coachen in de richting van het "onder duiken". Kerels die hun werk goed doen, en zich voor de rest focussen op andere dingen. En die doen het toch niet onaardig, naar ik zo zie. Laat ik dan hun maar als voorbeeld nemen.
Dat klinkt cynisch, maar ik beschouw het allerminst als achteruit-gang. Het heeft me veel geleerd. En langzaam begint dat wat ik leerde ook daadwerkelijk in te dalen.
En dat is waar ons domeintje zo'n ongelooflijk goede leerschool blijkt te zijn, in nagenoeg alles. Geduld, doorzetten, en vooral: genieten. Genieten van de mooie dingen, van de missers, de fouten en de onvolkomenheden. Genieten van de tijd.
Dat had nooit gekund als ik muzikant was gebleven, en doodongelukkig in dat vak, en er toch hoe dan ook tijd in had moeten steken, buiten de betaalde tijd.
Dus ja: ik ben er in die vijf jaar op vooruit gegaan.
Want de rust die ik nodig had en heb, heb ik gekregen. En daarmee dus ook de ruimte om mijn rugzak maar weer eens leeg te gaan halen, en weer eens ordentelijk in te pakken.
En dan gaat er vast wel weer wat ruimte ontstaan voor iets nieuws?
Wie weet.
Iets nieuws in elk geval, is dat ik met alle goedbedoelde en enthousiast (veel te enthousiast, het is een leercurve) geplantte kruiden, eigenlijk niet zo goed weet wat ik ermee aanmoet.
De vorige eigenaar van ons domeintje had Citroenmelisse geplant. Een lekker en gezond kruid, met als extraatje dat je er nooit meer om verlegen zal zitten: het ding plant zich sneller voort dan een roedeltje konijnen.
Ikzelf deed daar nog oregano bij, en ook dat is niet echt van het subtiel blijvende groen.
De salie die ik plantte blijft aardig op één plek, maar ontploft daar net zo goed.
De enige struikjes die echt beschaafd blijven, zijn de tijmstruikjes en de rozemarijn.
Die zullen volgend jaar de feestvreugde wel op komen leuken. Vooral de citroentijm verheug ik me op, samen met de dragon, want dat zijn mijn favorieten, naast de knoflook, uiteraard.
Goed, een heleboel gezonde, zelf uitgezette kruiden. Veel te veel. Ik kan niet álles naar die meuk laten smaken. Dat kan ik mijn meiden niet aandoen.
Verloren laten gaan, vind ik ook zonde.
Dus kwam ik zwetend als een os en meurend naar zijn stal, thuis, nadat ik wat handenarbeid had verricht.
Met een zooi kruiden.
Vers geplukte kruiden ruiken heerlijk. Maar als je ze dan in de oven droogt (ja, dat is compleet knetter), gaat die geur het hele huis door. En vooral de citroentijm en dragon verspreiden een heerlijke frisse geur.
Dus de volgende keer dat ik er weer ben, neem ik weer wat mee, dat ga ik dan ook drogen, gelukkig heb ik een collega die wel wat van me wil.
Ja, maar je moet planten wat je nodig hebt.
Goeie tip, die je op veel plekken leest, als je aan kruiden gaat beginnen.
Het ding is alleen dat ik wel één takje dragon kan planten. Dikke prima. Maar één goeie zomer, goeie grond en dat éne takje.... Enfin. U snapt het.
Kortom: ik voel me soms net Neville Longbottom uit Harry Potter. Sociaal wat awkward, maar goed met kruiden (verwerking).
Het behoeft geen verdere introductie: de zomer. En die heeft behoorlijk ongenadig toegeslagen. Het is dusdanig warm, dat het huisje op ons domeintje niet minder dan een volledig operationeel crematorium is geworden.
Ik ging er een paar keer naar toe om wat kleine dingetjes te doen. Dingetjes waarvan ik achteraf dacht: dát had ook op een minder heet moment gekund. Mijn lijf werd een soort hete gletsjer waar het zweet in bulderende stromen vanaf denderde. Om vervolgens even naar binnen te gaan voor een koel drankje.
Het koelkastje, op gas, is namelijk als dat éne Gallische dorpje uit Asterix en Obelix: dapper houdt dat kleine kreng als enige de boel, in elk geval aan de binnenkant koel. Er lagen zelfs van die bevroren limonade staafjes in.
Maar verder: niet te doen. Dan maar in de schaduw gaan zitten puffen, en hopen dat de zweetstromen een beetje opdrogen. (En gedroogd zweet meurt zo lekker scherp, dus hopen dat er niemand langskomt om aan me te snuffelen).
Want bij gebrek aan goede stroom, is het installeren van een ventilator die daadwerkelijk iets menselijks doet, een utopie.
Kleren draag ik alleen voor de vorm, en zodra het kan, wil ik die warme lappen van mijn lijf hebben. Zweten op zich is al vervelend. Maar als die half lauwe, klamme lappen dan nog om mijn lichaam gedrapeerd zitten, is het helemaal ongemakkelijk.
Komt iets bij dat, had je me dit een jaar geleden verteld, ik nooit voor mogelijk gehouden had.
Ál mijn korte broeken zijn te groot geworden. Er kan nog een Marnix naast.
De meeste van mijn korte broeken, gaan dicht met een veter. Of touwtje. Was destijds blijkbaar hip. Geen riem nodig, gewoon de touwtjes aansnoeren en gaan met die banaan.
Maar ja. Er zit een eind aan die touwtjes, en dan zitten ze op hun strakst. Dat wil niet noodzakelijkerwijs zeggen dat die broek dan ook over mijn kont blijft zitten. Want als er te veel ruimte zit, glijdt die zonder pardon naar beneden, waardoor ik er nogal bescheten uit zie. Stuntelend met mijn broek.
Op zich heb ik het idee losgelaten dat ik volledig gekleed buiten moet zijn. Ook niet als ik in de voortuin mijn planten water sta te geven. Eventuele passanten die gek genoeg zijn om in deze hitte hun hondje uit te laten, verdienen het zicht op mijn blote bast, en anders moeten ze als ze langs ons huis lopen, maar even tegen de zon in kijken of zo.
Maar om nu bezig te zijn met het bewateren van mijn planten, terwijl ik ineens mijn broek op mijn enkels voel glijden, gaat zelfs mij wat ver. Ik draag over het algemeen keurige boxershorts, al dan niet voorzien van een gezellige print, maar om de hier pas woonachtige buurvrouw met haar twee peuters nu gelijk te confronteren met dat soort aanblikken, lijkt me sociaal gezien wat minder wenselijk. Krijg je ook weer zo'n imago van.
En heel veel eten, lukt met deze hitte sowieso niet. Met het spulletje dat ik voor diabetes spuit, was de eetlust al nihil, maar deze hitte doet daar dus nog een schepje bovenop vanaf.
Ik zou bijna overwegen om te stoppen met roken, en op die manier weer een beetje richting mijn ouwe, corpulente zelf te komen. Al was het maar een kilootje of 7.
Ik kan weer een paar pareltjes van het platform noemen.
Het was natuurlijk stom van mij, ik had de glijdende schaal niet in de gaten. Dat is een beetje het ding met glijdende schalen, die zie je pas, als het te laat is.
De warmste dag sinds het bestaan van metingen. En ik moest werken. Shit happens.
Helaas is het zo dat veel van onze nieuwe bussen één klein probleempje hebben: Om het rijbereik te garanderen, hebben de Duitse ingenieurs bedacht dat het prima zou zijn om de functie van de airco af te knijpen. Met alle goed doorbakken gevolgen van dien.
Gevolg is dat we zonder mankeren op elke plek van bestemming komen, en dat zowel chauffeur als reiziger goed gaar zijn.
En dat op de heetste dagen van het jaar. Recept voor ellende.
Die airco's doen maar wat, zo is onze ervaring.
Ik had de laatste dienst van de dag, en was helemaal verguld met de desillusie dat mijn bus een werkende airco had.
Met de tijd, begon die airco steeds laffer en muffer te werken.
Ik had natuurlijk af moeten stappen, en een andere bus moeten zoeken, maar ik ben ik, en ik vond oprecht dat nog één ritje wel kon.
Dat klopte.
Het laatste ritje brak aan, ik liet de mensen uitstappen, en de terminal betreden. Ik voelde al wel wat desoriëntatie.
Toen ik naar mijn bus terug liep, leek het me verstandig om eventjes pas op de plaats te maken. Eventjes rust. Ik leunde tegen mijn bus, maar aangezien dat wat wankeltjes ging, besloot ik in de deuropening te gaan zitten.
Ik werd wakker van een vriendelijke, bezorgde stem van een collega die zich terecht zorgen maakte. Heel veel kon ik niet uitbrengen, en dat was het moment dat de regie gebeld werd om de BHV op te trommelen.
De collega in kwestie gaf me veel water, vooral over mijn gezicht en nek, en ik kwam wat meer bij.
Toen als eerste de busco arriveerde kon zij gaan, en ruimte maken voor doorgaande vluchten. Fijn dat er een collega was om me even weer bij te brengen.
De busco nam het over en toen kwam er een BHV'er. Samen lapten ze me op.
Hitte-stress of zo iets.
Met dank aan al deze mensen, kon ik een paar uurtjes bijkomen, op krachten komen.
En nog stommer: ik had tintelende handen, en hyperventilatie. Hyperventilatie. Ik was ooit trompettist, als iemand adem kan halen op een efficiënte manier, ben ik het. Dat ik dan toch iemand anders nodig heb, om me te vertellen hoe ik moet ademen, is een beetje ironisch, nietwaar?
Toen ik weer wat "geland" was, besloot ik, vooral om logistieke redenen, maar gewoon door te werken. Ik voelde me wel weer senang, en terug naar huis gaan, was op dat moment net zo onpraktisch. Om Ilse op te trommelen, leek me met die hitte voor nog minder mensen erg plezant.
Goed, meer drinken. Ik ga toch iets minder geuniformeerd aan het werk, en ga nog kritischer zijn op de staat van de airco. Het moet wel gezond blijven.
Hoe dan ook: verguld met de hulp die ik kreeg. Wij staan nogal kritisch ten op zichte van de "Papa's " op het platform, maar in heel erg korte tijd, heb ik nu al 2 heel erg positieve ervaringen met die mensen op gedaan. En los van mijn fysieke stunt, was dat fijner dan ik me realiseerde.
En onze busco's zijn over het algemeen hun gewicht ook wel in goud waard.
Maandag moet ik maar weer een bontjas meenemen, ik begreep dat het dan maar 24 graden wordt.
Dit alles maar geschreven hebbende: ik wens eenieder weer een mooi weekend toe: veel drinken, koelen en relaxen, dan ga ik er weer voor de volle 74% tegenaan.
zaterdag 27 juni 2026
Stuntjes
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Stuntjes
Loedermoeder. Een term die moeders vooral zichzelf en andere moeders geven, als er iets niet helemaal gaat zoals de Margriet of Libelle of ...
-
Het doet gewoon pijn aan mijn oren. En net als ik denk dat grof fysiek geweld de enige uitweg is, wordt het zwart. Ik ben hersendood geklets...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten