vrijdag 12 juni 2026

Groen, Roze, Blauw, Grijs en Wit.

 Hendrik Groen schreef er al over: volkstuintjes. Zijn boekjes erover zijn enorm geestig geschreven, en een must voor iedereen die een volkstuin heeft, mensen die mensen kennen die zoiets hebben, of mensen die er meewarig grinnikend naar kijken. 
Rust en Vreugd. En de opvolger: de slag om Rust en Vreugd. 
Voor wat betreft mezelf: ik las die boekjes met dank aan mijn vader, in sneltreinvaart, vóór dat wij als "tuinders" onze eerste Algemene Leden Vergadering meemaakten. 
Men spreekt over tuinders, maar als tuinder ben je lid van de vereniging. 
Dus om het verwarrend te maken, heet het niet de Algemene Tuinders Vergadering. 
Ten teken van onze goede wil, en inzet voor deze vereniging, voldoen wij (of eigenlijk Ilse, want ik ben op zaterdag zelden in staat om aanwezig te zijn) aan onze verplichtingen: Tuindienst. De openbare delen van het park dienen bijgehouden te worden door de leden tuinders. En dus twee keer per jaar een Algemene Tuinder Leden Vergadering. 
En heel officieel ging dat eraan toe. Het bestuur (mensen die ik na het tekenen van de verplichte documenten nooit weer gezien of gehoord heb) zat heel plechtig op een verhoging aan tafels. Links (voor het gepeupel dat aanwezig was, rechts) had men een katheder opgesteld met een hilarisch slecht werkende microfoon.
Mochten leden tuinders het woord willen om het bestuur toe te spreken, dienden zij naar dat katheder te lopen, zichzelf even plechtig voor te stellen met vermelding van het tuinnummer, om vervolgens het bestuur en de overige aanwezigen toe te spreken. 
Ik zei al: die microfoon werkte hilarisch slecht, en veruit het overgrote deel van de sprekers, waren niet voorbereid om te spreken en te kluiven op die microfoon tegelijkertijd. 
Want blijkbaar wilde die microfoon alleen maar verstaanbare klanken produceren als de spreker het ding tot ver achter zijn huig duwde. 
Iets dat met grote regelmaat vergeten werd. 
Op het moment dat de vergadering begon, begon ook het grote feest der herkenning. Nagenoeg alle "vinkjes" werden gezet, met betrekking tot de beschrijving van meneer Groen in zijn boekjes. 
Iedere spreker had wel iets aan te merken op het bestuur, en één ervan zo frequent en langdradig dat één der bestuursleden uiteindelijk uit wanhoop die toch al lachwekkend slecht werkende microfoon simpelweg bij het versterkingspaneel maar gewoon uitzette. 
Aan de ene kant: zoiets had ik kunnen doen. De betreffende man had absoluut op veel punten gelijk. Maar was weinig vatbaar voor het concept achter "efficiënt vergaderen". 
Ik smulde van het vanuit het bestuur geëtaleerde gebrek aan talent om hier op fatsoenlijke wijze een eind aan te maken. 
Als dit om betaalde bestuurlijke functies had gegaan, had ik zeker niet nagelaten om deze stunt (hoe lachwekkend ook) te kwalificeren als "onbehoorlijk bestuur". 
Maar goed, ook deze bestuursleden zijn gewoon vrijwilligers die keihard hun best doen om ons park zo goed mogelijk te besturen. En aangezien het vrijwilligers zijn, kun je ze ook weer niet echt verwijten dat ze geen professionele vergadertijgers zijn, met bijbehorende kwaliteiten. 
Ze doen hun best. 
Sowieso is communicatie van het bestuur wel een dingetje. 
Bij mijn weten, is de laatste keer dat ik de bestuursleden zag of sprak, bij de overdracht van ons huisje geweest. Daarna niet meer. Vind ik raar. Als je nieuwe leden tuinders aan je vereniging toe kan voegen, lijkt het me dat je als bestuur in het begin een vinger aan de pols houdt. Mensen wegwijs maakt. Mensen op positieve manier meeneemt in het dagelijkse reilen en zeilen op je park. 
Niets van dat al. 
Goddank hebben mijn schoonouders ook een tuin, die maken ons wegwijs. En er is een Facebook pagina. Hoewel dat dan ook weer typisch facebook is, met alle oeverloze duizenden meningen en gemekker, welke als "feit" gepresenteerd worden. 
Maakt ons de pis niet lauw, in tegendeel. Hoewel ik net wat te anti-sociaal ben voor verenigingen, en zeker voor dit soort vergaderingen, heb ik mijn hart opgehaald aan de vele herkenningen van totaal kleurloze figuren, tot bestuursleden die juist op heel erg kleurrijke wijze iemand de mond snoeren. En los daarvan: we genieten ons natuurlijk helemaal suf op ons domeintje. 
Als beloning voor het uitzitten van een vergadering die in 30 minuten afgerond had kunnen worden, besloten wij om te kijken of er een pizzakoerier zijn eetwaren zou willen afleveren op dat adres. 
Zowaar vonden we die. 
Omdat Jente godenzijdank de leeftijd gepasseerd is waarop ze een speeltje blieft bij een kinderpizza, konden we voor een wat 'echtere' pizza gaan. 
Sowieso krijgen mijn darmen het op hun heupen als ik Domino's of New York pizza laat komen. En terecht. Zijn best lekker, hoor, daar niet van. Maar alle ultra-processed zooi die er in die wannabe-pizza's gaat, wil mijn lijf sneller uit dan in. En levert me krampen op waarmee ik het glazuur van de pot schijt. 
Doen we niet meer. 
Een echte pizza dus. 
Ik wilde wel weer eens een calzone. 
Ik wilde een calzone. Zo'n dubbelgeklapte, gevulde pizza. Die dan zo lekker bol staat. 
Dat bolle, dat was een beetje mislukt. Ik kreeg iets dat leek op een pastei die een Surinaams bezorg restaurant komt brengen, maar dan in het groot. Maar niks bols aan. Gewoon een homp platgeslagen deeg, beleg erop gemikt en dubbelgeslagen. 
En de kok was blijkbaar vergeten dat er kaas bij had gemoeten, want bovenop lag een plak gesmolten cheddar of zo. Voegde werkelijk niks toe. Geen smaak, zo ontdekte ik, geen aantrekkelijk beeld. Gewoon niks.
"Kut, ik ben de kaas vergeten, weet je wat: hier! Er gewoon bovenop. Kaas, geleverd!"
Ik opende vol verwachting mijn doos. Eindelijk weer eens een echte pizza. Lekker! Zin in!. 
Ik opende de doos, keek naar wat misschien wel de meest inspiratieloze calzone in de geschiedenis van de calzone is, en schoot in de lach. 
Normaliter als eten er wat minder attractief uitziet, kan ik behoorlijk goed ventileren dat die kutzooi mislukt is, of anderzins kut. 
Niet fucken met dat wat mijn maag moet betreden: mijn smaakpapillen én mijn ogen willen wel iets memorabels. In de positieve zin dus. 
Maar deze treurnis in een pizzadoos, deze ongeïnspireerde gevulde deegbal, paste zó enorm goed bij de voorgaande dag, dat mijn sardonische humor het overnam, en me luidkeels liet grinniken. 
En oke, ik was hongerig, dus met een onkarakteristieke hoeveelheid "laisser faire" viel ik aan op mijn calzone, die tot mijn grote verrassing, niet onaardig smaakte. Eigenlijk smaakte die best prima. 
Een echt Italiaanse chefkok had waarschijnlijk eerder zelfmoord gepleegd dan dat hij dit zijn keuken zo laten verlaten, maar soit. De smaak was vele malen beter dan het droevige uiterlijk. 
En uiteindelijk gaat het daarom. 

Mijn dochter. Een niet aflatende bron van verbijstering, verbazing, vertedering en liefde. En vooruit: irritatie. Soms. 
Lange tijd zat in haar koppie dat ze konijnen wilde. En eigenlijk wil ze dat nog steeds. 
Nu ben ik alleszins voorstander van het feit dat kinderen leren om verantwoordelijkheid te nemen, alleen ben ik niet overtuigd van het feit dat huisdieren daar een goede leerschool in bieden. En helaas, helaas: het kán niet op mijn rekening gezet worden, aangezien ik allergisch ben voor knaagdieren. En in tegenstelling tot wat er in kinderhoofdjes voor fantasieën zitten: konijnen zijn zelden knuffelig. En als je ze buiten houdt, worden het geen binnen dieren, en binnen... Nies ik me de tering, vooropgesteld dat ik überhaupt nog lucht krijg om te niezen, gezien het feit dat de allergie mijn luchtwegen dicht doet klappen. 
Daarmee dacht ik dit pleit beslecht te hebben... 
Dácht ik. 
Blijkt dat ratten allergie-technisch beter zijn, en dus wilde madammeke wel ratjes. En niet één. En eigenlijk ook niet twee. Het zijn groepsdiertjes, dus er moeten er minimaal, en maar liefst drie komen. 
Met Ilse is ze helemaal naar een of ander knaagdieren-warenhuis gereisd om daar zich te laven aan allemaal knaag- en vliegbeesten. Kooien te bekijken. En zich voor te laten lichten over het wel en wee van ratjes, konijnen etc. 
Een passend hok is met dik 120 euro nog goedkoop. 
Gelukkig meldde Ilse dat ze betaald gaat worden voor klusjes... 
En dan heeft ze drie van die oversized muizen, en blijkt de allergie toch nog te heftig voor die diertjes. 
Goed. Ze zijn er dus nog niet. 
Sardonische doemdenker die ik ben, voorzie ik dat hetzij de ratjes, hetzij uw nederige scribent dezes, op niet geheel daartoe ingerichtte plekken dienen te bivakkeren, gedurende het bestaan van die beesten. 
Nog even los van het feit dat we een poes hebben. Ze is weliswaar niet echt een briljante jaagster, maar ze kreeg het ooit eens voor elkaar om een rondfladderende duif met een werkelijk spectaculaire sprong uit de lucht te plukken. Mocht het gebeuren dat één van die ratten ontsnapt, en toevallig over de tenen van de poes struikelt, hebben we een trauma waar we nog jarenlang EMDR op los moeten laten. 
Driemaal raden wie dan de ellende op mag ruimen, voor zover Colette het niet in haar roofdieren-maag heeft laten glijden. 
Wat dat betreft zou een konijn wel beter zijn. 
Of: een capibara. Maar dat schijnt dan weer verboden te zijn. 
Vind ik oprecht jammer. Al het leuks is verboden. En een capibara is gewoon een enorm leuk beest. 
Maar goed. Ratten dus. 
Moeten we er dus verdomd goed voor zorgen dat het 3 mannetjes worden. Of 3 vrouwtjes. Want anders denk ik dat we in no time Almere trakteren op een rattenplaag waar je u tegen zegt. En dan moet je oppassen voor de Habsburgse kin bij die beesten, want ook bij ratten is inteelt niet per se heel gezond. 
Ik hoop dan maar dat zo'n knaagdieren-groothandel weet hoe je het geslacht van zo'n beest bepaalt, want eerlijk gezegd zie ik mezelf niet echt in staat om dat te doen. Ik weet denk ik wel ongeveer waar het plassertje van zo'n beest zit, maar gezien het feit dat zo'n dier van mij geen harde plasser zal krijgen, en ik niet weet hoe ik dat zou op moeten wekken, kom ik niet verder dan het vriendelijk vragen. En antwoord krijgen, zal wel niet. 
En dan ben je er nog niet, want dan begint het pas: als je dan drie mannetjes hebt (die zijn schijnbaar knuffeliger dan vrouwtjes exemplaren) dan moet je ze dus wél laten castreren, anders vechten ze elkaar de tent uit. En ik meen me te herinneren dat die beesten elkaar ook doodleuk opeten. Oorzaak nummer 2 voor jarenlange EMDR. 
Driemaal raden wie dan de ellende op mag ruimen, voor zover ze de restanten niet in hun kannibalistische maag hebben laten glijden. 
Het schoonmaken van het hok, is dus wel echt haar ding. Want zelfs als het goed gaat, ga ik de goden niet verzoeken. Ver uit de buurt van die dingen, om te voorkomen dat de allergie alsnog toeslaat. 
Plus dat ik weinig fiducie heb in mijn subtiliteit. 
Ik ga minimaal 2 maal per jaar per ongeluk op Colette staan. Meestal haar staart. Ze gilt het dan uit van de pijn, en kijkt me de rest van de dag niet meer aan. Maar zij overleeft het dan nog, mij achterlatend met een roffelend hart, omdat ik me de tyfus schrok van het feit dat zij ergens ging staan waar ze niet had moeten staan. 
Als dat met zo'n rat gebeurt, zijn de gevolgen niet te overzien. 
Oorzaak nummer 3 voor jarenlange EMDR, en dan aangevuld met relatietherapie voor vaders en kinderen. 
Kortom: ondanks het feit dat er nog niet één beest over de drempel is gekomen, maak ik me een heel klein beetje zorgen om de mogelijkheid. 
En dan heb ik het nog niet gehad over de dierenarts rekeningen. Hoewel ik me dan afvraag of zo'n dierenarts uit pure goedertierenheid zo'n dier niet gewoon de nek omdraait, simpelweg omdat 1000-den euro's pompen in de behandeling van een dier van 10 euro, met een levensverwachting van een jaar of 3 toch ook echt een beetje te gortig is. Aan de andere kant: Jente heeft een mooi gevulde spaarrekening, dus mijn zegen zal ze wat dat aangaat ook wel hebben. 
En als ze dan eenmaal dood zijn, heb ik er ook een bestemming voor: toen Claus overleed en in de tuin begraven werd, hadden we op een heel andere plek een zieltogend vijgenboompje staan. Niet lang na het overlijden van Claus besloot ik om dat vijgenboompje pal naast zijn graf te plaatsen. En zonder dollen: die vijgenboom begint nu echt vijgen te produceren. 
Ik vraag me dan wel af of die vijgen naar ouwe poes smaken, maar feit is dat een dood beest in de grond best gezond is voor het struweel. Vele voedingsstoffen die dan los komen. 
Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat een paar ratten onder de kersenboom ook wel eens het gewenste resultaat kunnen geven. 
En gesproken over die kersenboom: we hadden dit jaar maar liefst één (1) hele kers. 
En die ene kers werd zelfs een beetje rood. 
Ik was dus van plan om het ding in te pakken, en te beschermen tegen vogels en ander ongedierte dat mijn kers zou kunnen jatten of aanvreten. 
Toen ik had bedacht hoe dat zou moeten, trof ik die ene kers aan. Op de grond. 
Misschien moet ik alleen al daarom die ratten maar gewoon oogluikend toestaan. Opdat we er later maar opzichtig grote oogsten aan kersen van kunnen krijgen. 

Ik heb een aantal collega's, die ik oprecht en in de positieve zin van het woord "pareltjes" noem. En een daarvan is getrouwd met een kerel, die verrekt handig is, daar een bedrijf in heeft opgezet en een paar jaar geleden ons toilet renoveerde. 
Helemaal mooi. Lekker in een modern en comfortabel toilet zitten kakken, is altijd prettiger dan op een ouwe, niet zo hippe pot. 
Toen al waren we gecharmeerd van het werk van de beste man, zowel qua uiterlijk als qua kwaliteit. Dus was het voor ons betrekkelijk makkelijk: we laten die kerel ook onze badkamer doen. 
Het mooie van zoiemand is dat we niet naar allemaal sanitaire supermarkten hoeven om "inspiratie" op te doen. 
Wij geven aan wat we willen, hij zegt dat dat niet kan, of juist wel, levert de spullenboel en gaat aan de slag. Aan het einde van de rit, hebben wij een toilet dat bij onze smaak past.
Dus wij hebben hem langs laten komen, samen met zijn vrouw want ten slotte: een collega die een pareltje is, is altijd welkom voor een lekkere lunch en wat gezelligheid. 
Maar goed, aangezien we toch wel een wat aparte smaak hebben, besloten we dat wij de tegels uit gingen zoeken, voor de rest kwam er een offerte met zoveel mogelijk standaard spullen, die we op een later moment nog eventueel aanpassen kunnen. 
En dan ontkom je er niet aan: we moeten toch naar zo'n sanitaire supermarkt. De ene walgelijk kitsche tegel na de andere braakopwekkende badkamerkraan. VT-wonen "approved".  
De hel. 
Ik kijk nooit VT-wonen, en als ik die meuk geëtaleerd zie, weet ik gelijk waarom: mijn maag trekt dat niet en mijn ADHD-brein al helemaal niet. Recept voor gelijktijdig projectiel braken en meeslepende spuitpoep. Zo'n winkel. 
En omdat er te veel keuze is, en al die keuze in eigenlijk iets te kleine en iets te magertjes verlichtte showrooms opgesteld staan, gaat mijn brein al na 10 minuten op slot. Komt niks zinnigs meer uit. Ja, ontluchting in de vorm van winderigheid en overige oprispingen. 
Pas na het innemen van een voor mij doen overdosis aan ritalin, lukte het om enigszins coherent aan te geven wat ik vooral niet bliefde. 
Gelukkig mag ik dit niet alleen doen, ten slotte vindt Ilse het ook haar huis en vindt ze dat zij mede moet bepalen wat er wél en vooral niet in komt, en zo stiefelden we, amper een uur verder, trots die tent weer uit. We hebben tegels. 
En we denken dat het best een mooie combinatie van vrolijk en ingetogen is, maar vooral niet te klinisch. Want puur wit, voelt alsof je in een ziekenhuis onder de douche staat, en dat is op zich leuk, maar niet als je thuis bent. 

En over badkamers gesproken: ons huisje heeft ook een badkamertje. En ik had al gemeld dat ik daar een kastje voor zou maken. 
Dat kastje is dus nu bijna af. 
Omdat ik dat van hout maakte, moest ik er wel wat lagen verf overheen sodemieteren. 
Dus terug naar mijn matties bij de Gamma. Beslist geen straf. 
En omdat ik toch ergens wat vrekkig ben, keek ik bij de koopjeshoek voor verf die tegen bodemprijzen weg ging. Vaak hebben ze dat wel. Ook de Gamma heeft van die VT-wonen meuk, en aangezien dat mode is, is het na één jaar al niet meer hip. 
Of gewoon verkeerd gemengd, of te veel gemengd van een bepaalde kleur en dus niet meer voor de volle prijs te verkopen. 
Die verven kun je dus voor een prikkie meenemen, en aangezien het toch maar om ons domeintje gaat, vond ik het de moeite om daar eventjes te neuzen. 
[Nota Bene: die goedkope verf kun je dus niet meer ruilen, om voordehand liggende reden].
Ik neusde, vond een waterbestendige verf, en vertrok, een paar eurootjes maar armer naar huis. 
Ik blubberde de kast eerst in met een witte grondlaag. 
En toen die droog was, en ik na een paar dagen werken weer tijd had voor de toplaag, bekeek ik dat blik eens wat kritischer. 
Ik kwam toen tot de niet verrassende, doch wel enigszins teleurstellende ontdekking dat die toplaag weliswaar geschikt was voor buiten en natte ruimten, maar zeer zeker niet wit was. In tegendeel zelfs. Hij was licht grijs. 
Niet helemaal wat ik in gedachten had. 
En het spul is ook zeker niet geschikt voor de wegwerp kwasten die ik koop, omdat ik te bedonderd ben om die kwasten schoon te maken. Het is namelijk op terpentinebasis, en dat kostte me dus meer rollertjes dan strikt genomen goedkoop is. Want dat spul is zó stug en dik, dat die goedkope wegwerp rolletjes gewoon van hun asje af draaien, en dan halverwege het werkstuk met een doffe, natte klets op de grond ploffen. 
En de kwasten? 
Laat ik volstaan met melden dat als je ze niet meteen in de terpentine zet om schoon te maken, dan heb je een uitgeharde Duitse Steelgranaat waar je je tokkie-buren mee dood kan gooien. 
Daarom heb ik die ook nog maar niet weggegooid. 

Ten tijde van het plaatsen van deze blog, 13-06-2026, is het natuurlijk weer die dag van het jaar. Een jubileumsdag. 12 jaar geleden was het een vrijdag. Vrijdag de 13e. 
12 jaar geleden gaven mijn echtgenote en ik elkaar stralend het ja-woord, tijdens een ceremonie waarvan we nu, 12 jaar verder, nog steeds een lachstuip krijgen omdat de trouwambtenaar zo enorm enthousiast faalde. En dat in combinatie met de aan walgelijkheid grenzende kitschheid van de trouwzaal, was een recept voor ongebreideld amusement.  Het leek wel een slapstick. 
En tot op heden hebben we in al die 12 jaar slechts een paar keer "er iets aan gedaan".  
Meestal omdat het in ons beider hoofden gewoon niet opkwam om op voorhand "wat" te regelen, het verloren ging in de vaart der volkeren. 
Mede ook omdat al die jubilea wel bestaan, maar blijkbaar ook weer geen echte mijlpalen zijn. 
Neem nu dit jaar. Men noemt het een "linnen" jubileum. Linnen. Dat klinkt leuk, maar echt schoon is dat linnen na 12 jaar intensief gebruik niet meer. Kan ook niet, in ons Jan Steense huishouden. En het geeft ook een beetje aan dat het leuk is, maar dat je er nog niet echt bent. Of zo. Linnen. Tja. 
In die 12 jaar hebben we: 
-20 auto's gehad (een ruwe schatting, dit was hobby in combinatie met flink wat pech).
-3 huizen mogen bewonen (badkamer-renovatie aanstaande).
-2 caravans (waarvan 1 actueel)
-2 aanhangers (waarvan 1 te koop)
-3 katten (waarvan er nog één over is).
-Talloze vissen en garnalen in een bakkie.
-2 honden (hoewel de ene al was gaan hemelen voor we het definitieve ja-woord gaven, en de ander uit pure angst alles en iedereen opvrat, en we dat met een kind onderweg toch wat ongemakkelijk vonden)
-1 kind (leeft nog wel). 
-1 lidmaatschap van een volkstuinvereniging (mét bezit van een huisje).
-Ontelbare (medische) uitdagingen aangegaan, overleefd en er over het algemeen niet slechter uitgekomen. 
Maar vooral een onuitputtelijke hoeveelheid liefde, respect, steun en ongebreidelde, terugkerende verbazing.
Doen we niet onaardig, zou ik zo zeggen.
Maar goed, ik moet gewoon werken (ik was weer eens niet vooruitziend genoeg) en toch veel meer zeggend is dat 12,5 jarige jubileum. Koper. En als voormalig koperblazer moet ik toegeven dat dat ergens toch wel meer appelleert aan mijn karakter. Of zo. 
Met als extraatje: zondag 13 december is dan niet alleen ons 12,5 jarig jubileum, het valt ook nog eens samen met 'wereld lichtjes dag'. 
Als dat geen recept is voor een leuk dagje, weet ik het niet meer. 
Eens kijken of we hier wat mee kunnen. 

Hoe dan ook: nog één weekendje werken. Het uwe is begonnen, hierna mag ik wederom gaan genieten van 11 dagen vrij. En dan heb ik niet eens vakantie. 
Ik wens u een beste toe. 








Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Groen, Roze, Blauw, Grijs en Wit.

 Hendrik Groen schreef er al over: volkstuintjes. Zijn boekjes erover zijn enorm geestig geschreven, en een must voor iedereen die een volks...