donderdag 9 juli 2026

Auto-errors en andere vermakelijkheden

 Auto-errors. 

Ik geef vaak hoog over mezelf op, zeker als buschauffeur. Ik ben nu eenmaal erg goed in mijn vak. En hey: als niemand het zegt, moet je het zelf zeggen, nietwaar? Een beetje waardering op zijn tijd is echt geen overbodige luxe, en dus geef ik mezelf vrij vaak een compliment. 
Wil dat zeggen dat ik nooit rariteiten uithaal? Nee, zeker niet. Geloof het of niet: ik ben ook maar een mens, en ook ik zie kans om nog dingen te leren. En goddank heb ik hele fijne collega's die daar erg goed in zijn. 
Zoals gezegd: ook ik haal wel eens rariteiten uit, en nog niet zo lang geleden, leidde dat bijna tot 2 in puinpoeier gereden automobiele gebakjes. 
Po de Panda had namelijk weer behoefte aan vloeibaar goud in zijn tank, en dus moest ik, voor ik collega F. oppikte even wat van dat spul rijkelijk van de ene naar de andere tank laten stromen. Zelfs met Po de Panda is het tegenwoordig slikken, dus nadat ik had afgerekend, startte ik Po weer op en reed het tankstation af. 
Dan heb je geen voorrang. Dus links kijken, rechts kijken en gas erop. 
Gas erop om vervolgens oog in oog te staan met een gebakje op wielen dat van rechts was gekomen. En waar die vandaan kwam, mag Joost weten (en als die het weet, mag die het mij vertellen) maar ik had die hele Aygo totaal over het hoofd gezien. Hij mij niet. Goddank. 
Gillende remmen. Geen getoeter. Dat geef ik hem na. 
Grote schrik en een stoot adrenaline waar mijn restanten haar van recht overeind gingen staan, kippenvel en zweet dat uitbrak op plaatsen waarvan ik niet eens had kunnen vermoeden dat er porieën zaten. 
En dat neem ik aan keer 2. 
Ik stak mijn hand op. Een gebaar van spijt. Van sorry. Trok op, en parkeerde meteen op een plek waar dat kon, om eventjes tot mezelf te komen. Eventjes op adem te komen. (Het was die knallend hete dag). 
Ik stak nogmaals mijn hand naar de beste man op. Sorry gozer, voor de schrik. Sorry, ik keek echt blijkbaar niet goed uit. 
Verwachtte half en half dat de man zou stoppen om me de les te lezen, maar dat deed hij niet. In een flits zag ik een hand opsteken, en niet eens met een (eigenlijk ook wel terechte) middelvinger. 
Soit. Gebeurt, mensen maken fouten. Alles en iedereen nog heel, no harm, no foul. 

Jente heeft een fiets. En daarop fietst ze heel de wijk door op weg naar haar vriendinnen. En buiten de wijk. Naar opa en oma. Of daar woonachtige vriendinnen. Dat betekent dat de banden slijten. Lekke band: daar is gelukkig een opa voor of een Ilse, want banden plakken is iets dat ik voor het laatst deed in mijn pubertijd. Nu niet meer. Ik kan dat niet. Heb daar geen geduld voor. Een kast kan ik maken. Een band plakken: mij niet bellen. 
Goed, opa belde: Jente heeft een lekke band. Die is geplakt, maar er moeten wel 2 nieuwe buitenbanden op, want dit kan echt niet meer. 
Ik had naar de fietsenjuwelier kunnen gaan, waar ik mijn nieuwe fiets kocht, maar dan moet ik mijn hypotheek nogmaals verhogen. In onze wijk zit echter een dagbesteding alwaar men voor veel vriendelijker prijzen banden vernieuwt. Win-win. 
Fiets achterin Po de Panda en hoppa. 
Op de terugweg draaide ik mijn straat in, en wilde lekker naar huis knorren. 
Dát was buiten de waard gerekend van een dame die achteruit haar parkeervak uitreed. En doordrukte. 
Ik moest dus best wel even in mijn remmen. 
De logische actie van haar zou zijn geweest: er komt verkeer aan, ik heb geen voorrang, krijg het ook niet, en dus trap ik hem naar voren. 
Ja. Maar logica is soms ver te zoeken. Dan anticipeer ik wel, en wacht even. Niks aan de hand. 
Niks aan de hand, maar mevrouw vond het niet nodig om te erkennen dat ze fout zat, even een handje op te steken en door te rijden. 
Neeeeeee, mevrouw maakte de zaak nóg vervelender en ging tergend langzaam, kruipend de straat door. 
Leek vervolgens verbaasd dat ik daar dan weer niet echt op kon anticiperen, en eigenlijk ook: dat ik gewoon door naar huis wilde, en kwam weer tot stilstand. 
Wat nu alweer. 
De rechterdeur ging open, en er stapte niet minder dan een soort van princess Fiona uit Shrek uit, maar dan bleek. En eerlijk gezegd: nóg lelijker dan de originele Oger waar ze op leek.
Die kwam verhaal halen. 
Waarom ik er zo dicht op bleef rijden. 
Haar dochter was beginnend bestuurder en zou mij vast wel over het hoofd hebben gezien. 
Ik meldde haar dat het bizar is dat ze voorrang neemt waar ze het niet heeft, en vervolgens blijft treiteren. En dat ik vriendelijk genoeg ben om haar gebakje niet in puin te rijden, deels ook uit eigenbelang natuurlijk en in mijn auto te blijven zitten, maar dat mijn engelengeduld met onzin niet oneindig is, met daaraan het nu nog vriendelijke verzoek om als de weerlicht in te stappen en weg te wezen. 
Goddank geen directe buren. 
Damn. Waar een maandag morgen al niet goed voor is. 

Het WK voetbal. Een evenement dat ik nauwelijks volg. Ik volg dat hele voetbal nooit. Er was een duistere tijd waarin ik als 7-jarige bij de F-jes van de Struchter-Boys in Schin op Geul een balletje trapte. 
De waarheid gebiedt me te zeggen dat ik toen al weinig geldingsdrang had, en als we al wonnen, was het doordat ik vriendschappelijke banden aanknoopte met de keeper van de tegenstanders, die daardoor zó afgeleid raakte, dat mijn teamgenootjes de bal ongehinderd in het doel konden proppen. 
Mijn grootste wapenfeit was dat ik per ongeluk (dat dan weer wel) in bal bezit was gekomen, en dat ding van pure verbijstering zó enorm hard en vooral ongecontroleerd weg poeierde, dat die met een ziekmakend kletsende klap tegen het nogal omvangrijke achterwerk van de scheidsrechter smakte, die daardoor een sprongetje van pijn en schrik maakte. Sociaal gezien had ik ook al een achterstand, omdat alle teamgenootjes op de lagere school van Schin op Geul zaten, en ik niet. Dat in combinatie met mijn nogal vlinderende aanwezigheid (ik denk dat de ADHD toen ook al wel aanwezig was, alleen was niemand zo bij de pinken om mij eens te laten controleren), maakte dat mijn teamgenootjes mij nogal raar vonden. Ik denk wel enigszins terecht. Een hele lange carriere als voetballer leek voor mij niet weggelegd.
En toen moest ik op muziekles, en was mijn lot bezegeld. 
Uiteraard volgden wij thuis wél alle Europese en Wereldwijde kampioenschappen, welke het Nederlands elftal diende te voltooien. En mijn moeder was een zeer luid uitgesproken lid van die 16 miljoen bondscoaches. 
Tot aan mijn pubertijd, vond ik daar weinig van. 
Tijdens mijn pubertijd (en waarschijnlijk daarvoor ook al wel) vond de hele straat er wel wat van. Bij elk gemist schot op doel, en dat waren er nogal wat, kon niet zozeer het huizenblok, niet alleen de straat, maar de hele godvergeten regio meegenieten van de uitgekrijste mening van één dametje. De teleurstelling als Pieter Hoogenband toch weer een bal langs de doellijn liet razen. De oprechte woede. Of de oprechte blijdschap als Erben Wennemars eindelijk doel had gevonden. Het was genant. En daags na de wedstrijd, als ik de hond moest uitlaten, kreeg ik de blikken. De opmerkingen. Men had alleen maar ramen en deuren open hoeven zetten om aan mijn moeders ongecontroleerde gekrijs te horen hoe de wedstrijd verliep. 
Mijn moeder vond haar gelijke in de buurman. De buurman was een wat simpele kerel, niet onaardig, en zeer voetbalfan. Zo'n Limburgse semi-profclub of zo. Rodo-KV? Uit Kerkrade. 
Dus bij die man was het niet alleen de EK's en de WK's die zorgden voor aan strafbaarheid grenzend burengerucht, maar ook elke wedstrijd van zijn clubje. 
De buurman keek al die wedstrijden, en gilde net zo hard mee. Maar dan met een veel lagere bas-stem. Het ding met de buurman was, dat hij elke wedstrijd de dag erna, wéér keek. En zich dan verbaal wederom niet in kon houden. 
Zie dan maar eens met droge ogen huiswerk te maken. 
Anno 2026 is er weer eens een WK. En wat ik ervan meekrijg, is dat het Nederlandse team al lekker aan een welverdiende vakantie begonnen is. Ik zou willen dat ik een dergelijk arbeidscontract had. Je hoeft niet je best te doen, je mag blunderen en falen. En als beloning krijg je een zak geld mee waar je U tegen zegt, en eerder vakantie. Met die hoeveelheid arbeidstijd, red ik het met mijn huidige conditie en spelkennis ook nog wel. 
De organiserende organisatie, stond onder leiding van Sjef Bladder al niet bekend als een organisatie waar nooit enige vorm van corruptie plaats vond, de huidige baas van dit schimmelige clubje, een of andere vent met een nogal infantiele naam, liet zich door de Amerikaanse president verleiden om een rode kaart van een Yanken-speler ongeldig te laten verklaren. 
Uiteraard is de man omgekocht. Zo gaat dat in die kringen, en tegenwoordig hoeft dat niet eens meer verdekt en verstopt. Dat gaat gewoon zo. 
Dat hele voetbal is al jarenlang moreel zo failliet als een van de vele bedrijfjes van Trump. 
De Belgen protesteerden daar fel tegen, het Belgische team deed het veel beter: veeg dat Yanken-team gewoon van de kaart, en vier die overwinning met een parodie op die bespottelijke dansjes van redneck Trump. Opgelost. Prachtig. Ik hoop dat Belgie wereldkampioen wordt. Mijn zegen hebben ze. En als de Europese voetbalbond ook maar enige kloten heeft, verrekken ze het om ooit nog één WK te spelen als die infantiele Infantino nog aan het hoofd staat. 
Maar hey: wat weet ik er nu van. 
Veel meer dan wat ik langs zie komen van collega's of de NOS, godenzijdank niet. 
Maar smullen van dit soort stunts doe ik dan wel weer. 

Smullen.... 
De eerste 'batch' knoflook is reeds geoogst. Hangt te drogen. Of is inmiddels ingevroren. En uiteraard via mijn smullende smaakpapillen richting de plaatselijke waterzuiveringsinstallaties gegaan. 
De bak die ik vorig jaar maakte, stond een week of wat leeg, wachtend op wat komen gaat. 
(De laatste 'batch' zou gaan om Spaanse knoflook, en die doet geheel het tegenovergestelde als wat ik zou verwachten van iets of iemand met Spaans temperament: het hangt er wat verdrietig bij, ondanks alle goede zorgen. Futloos en slap, nog voor het zijn tijd is om geoogst te worden. Vreemd). 
Het plan is inmiddels om de knoflook-teelt naar ons domeintje te verplaatsen, daartoe kocht ik een hele stapel dakpannen, om daar, heel erg 'cottage-style' verantwoord een paar moestuinbakken mee te maken. Dat heeft als voordeel dat ik qua schaal iets kan vergroten: ik zet in op 500 bollen oogsten. Geen flauw benul wat ik ermee zou moeten, maar het zal wel op raken, aangezien ik knoflook als ontbijt zou kunnen eten, door de koffie doen, en wellicht gebruiken als massa-vernietigingswapen.
De bak thuis, is nog niet ingestort, er staan wat kruiden in die ik zelden eet, en een Japanse Wijnbes die nog een jaartje nodig heeft om vruchten te gaan dragen. 
Een mooi bloemenperkje zou leuk zijn, en ook zeker geen onlogische keuze, ware het niet dat er een of andere gruwelijk vervelende kutstruik in de buurt staat, die het plan heeft opgevat om de hele wijk over te nemen. De enige reden dat die er nog staat, is dat mijn eega het ding zo leuk vindt, ik zie alleen maar de nadelen van het woekerende kreng. 
Nu wil het ding, dat mijn kornuiten van de Gamma een rekje hebben staan in de winkel met allemaal zaden. Eén zo'n zakje kost geloof ik een euro, en daartussen trof ik een zakje met struikbonen aan. Op het plaatje was een laag soort sperzieboon afgebeeld, en laten wij nu met ons drieën een milde voorkeur voor die groene rakkers hebben. Pik in, 't is winter. Zo dacht ik. 
Minder dan een week geleden, had ik eventjes tijd en ruimte, en ik begon die boontjes kwistig in de grond te stoppen. Eigenlijk niet echt in de verwachting dat er iets op zou komen uit een zakje zaad van 1 euro bij een bouwmarkt. 
Dus lekker rijkelijk gestrooid. Minder dan een week geleden, dus. En inmiddels ziet de bruine aarde groen van alle opkomers. Met een aan waanzin grenzend enthousiasme zijn die boontjes uit hun boontjes-stadium gekropen, en sieren de bruine vlakte met flink dikke groene uitlopers. 
Mooi. Alleen, als die plantjes net zo enthousiast boontjes gaan geven, als dat ze opkomen, heb ik wel een probleem. Want om nu tot mijn pensioen elke dag sperziebonen te eten, gaat me wat ver. Dan moeten we serieus gaan omzien naar een oud vriezertje om de zooi in te vriezen, want het zou ook zonde zijn om de hele meuk weg te gooien. 

De airline met de groene letters. Bekend van 'goedkope' vakantievluchten. En bij ons wijd en zijd berucht om de wijze van afhandelen. 
Het was een vlucht waarbij mensen niet eens heel erg begonnen te mekkeren dat ze hun (tijdens hun vakantie opgedane, nieuwe) energie niet meteen kwijt waren aan hectometers lange wandelingen. Volgzaam stapten ze in de bus, en achter mij hoorde tijdens het wegrijden wat hilariteit en vrolijkheid. Mooi. Die zijn echt uitgerust van hun vakantie teruggekomen, zo dacht ik. 
Een rit zonder bijzonderheden. 
Tot ik aan kwam bij de terminal, de bus stil zette en de deuren opende. Toen klonk er ineens een oorverdovend applaus. In mijn richting. En een netjes in de maat gescandeerd: Dank je wel, buschauffeur!
Ik was verbluft. 
In al die 8 jaar, is me dat nog nooit overkomen. 
En uiteraard, in die verbluffing, wist ik me geen houding te geven. Normaal als ik iets dergelijks meemaak, weet ik wel ongeveer een passende reactie te geven. Ik kwam niet veel verder dan een nonchalante, zwierige zwaai en de mensen vrolijk een behouden thuiskomst te wensen. 
Leuk. Een vlucht vol vrolijke mensen. 
Zoals ik al zei: de afhandeling van deze airline, is nog wel eens reden tot gemekker aan onze kant. Hoewel de afhandelaar van deze maatschappij mijns inziens enorme stappen heeft gezet en serieus veel soepeler is gaan werken, vergeleken met het begin. 
De tweede vlucht van de week, werd begeleid door een heel klein, ielig manneke, die na het aankoppelen van de trap naar boven stormde en de stewardess opdracht gaf om in contact met me te blijven. 
Zijn woorden bij terugkomst beneden:" Ze zei dat ze het zou proberen". 
Meestal betekent dat iets in de zin van: "Barst maar, als ze beneden staan, is het jouw probleem". 
De afhandelaar was echter niet voor één gat te vangen, en zei me dat hij er wel bij zou blijven, mocht het toch gierend uit de klauwen escaleren. 
De stewardess echter, werkte soepel mee, en nadat ik ze beiden wel kon zoenen (hetgeen ik om heel veel praktische en morele bezwaren na ampel beraad met mezelf, toch maar niet heb gedaan) kon ik gaan. 
(Eigenlijk is het vreemd dat je zo blij wordt van het feit dat de andere partij zijn of haar werk doet, zoals het in de werkinstructies staat. Zou normaal moeten zijn...).

Het was een wat strak, zakelijk uitziend heerschap. De piloot met wie ik een serie ongemakkelijke, onherkenbare signalen uitwisselde. We begrepen elkaar totaal niet. En dat duurde zeker 2 minuten. 
Twee minuten wachten, duurt lang, met name voor wachtende passagiers. 
Maar de piloot stak wat vingers op, en ik begreep daaruit dat er nog x-tal pax aan boord waren. 
Ik gaf een duimpje terug, ten teken dat ik het begrepen had, en bleef op mijn gemakje staan wachten. 
De piloot keek naar me, trok wat vragend zijn wenkbrauwen op, en stak nogmaals zijn vingers op. Ik gaf nogmaals mijn duimpje. 
De piloot begon te praten, en wat ik daaruit opmaakte, was niet meer dan een herhaling van eerdere vingertjes, dus ik grijnsde en knikte. Geen zorgen, ik wacht wel, makker. 
Vervolgens praatte hij nog wat, en toen begon ik te vermoeden dat we elkaar toch niet helemaal snapten. 
Ik liep omhoog en meldde hem dat ik het vage vermoeden had dat we een heel klein beetje mis aan het communiceren waren. Ik was toch van de assistentie? Hij had nog wat klantjes voor me. 
Ik schoot in de lach, en zei dat de pakjes wel op elkaar leken, maar dat ik de buslul was. (En ja, vanwege de verbindingen in mijn hoofd, kwam dat er echt zo ongegeneerd uit, lang leve de ADHD). Dat was voer voor een lachsalvo van de strakke, zakelijke piloot en zijn cabincrew. We kwamen er achter dat het soms wat lastig communiceren is, met dergelijke hoogte verschillen, maar na een paar gegrinnikte opmerkingen konden we allen ons weegs. 

En zo loopt mijn werkweek tot een einde en heb ik weer eens weekend. 
Nog 6 dagen werken, en ik heb FUKANSIEEEEEEEEE. 
Ik wens eenieder een beste.  




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Auto-errors en andere vermakelijkheden

 Auto-errors.  Ik geef vaak hoog over mezelf op, zeker als buschauffeur. Ik ben nu eenmaal erg goed in mijn vak. En hey: als niemand het zeg...