De belasting ontwijker.
Met dank aan ouwe-zus-lief, ben ik dus een gedeeltelijke belasting ontwijker geworden.
Zij was zo wakker om mij te wijzen op het feit dat tabak in Duitsland zoveel goedkoper is, en na een net-niet kloppende rekensom, en een gezellig bezoekje in Limburg, beschouw ik mezelf dan maar als iemand die de kleine geneugten des levens niet geheel wil bekostigen met een bedrag dat nagenoeg even hoog is als mijn hypotheek.
Die net-niet-kloppende rekensom, is best belangrijk. En dat zat hem in het feit dat ik behoorlijk minutieus na ging wat ik per dag verstook, bepalen hoeveel er uit één emmer gehaald zou kunnen worden, en hoeveel emmers ik nodig zou hebben.
Samen kwamen we op 2 emmers uit. En dan ging ik uit van 5 weken.
Dat bleek niet helemaal te kloppen: ik kwam uit op krap 4.
En ja: dat is belangrijk, want ik wil maximaal 1x per maand naar Duitsland rijden voor mijn rookwaar, anders ben ik straks aan brandstof kwijt wat ik in Nederland aan tabak kwijt zou zijn, en dan vervalt het argument van de bespottelijke belastingen.
Goed, het was een probeersel, dus ik doe mijn uiterste best niet al te zeer agressieve gedachten te koesteren aan ouwe-zus-lief, die ook alleen maar haar best deed om me te helpen. Ik kreeg zelfs zo'n hulzenschieter van haar kado, en een nauwelijks werkende aansteker. Da's ook wat waard.
En ik moet zeggen: nadat ik jaren verstokt Lucky Strike rookte, ben ik over gestapt op Camel, en dat smaakt me ook prima. Zeker in de wetenschap dat het allemaal behoorlijk veel goedkoper is.
Maar dat dus allemaal daargelaten: ik raakte dus wel een pietsie in paniek toen mijn tweede pot sneller leeg ging dan ik op had geanticipeerd.
En het prikken van een datum om naar Duitsland af te reizen, bleek ook al geen sinecure. Kortom: mijn zenuwen lieten zich niet meer kalmeren door een peukje, want die voorraad slonk zienderogen. (Het bijeffect van een verslaving, zogezegd).
Geforceerd een vrije dag geprikt. Afgelopen maandag. Niet dat we niks beters te doen hadden, met de verbouwing van de badkamer, maar goed, Ilse was terecht bang dat er met mij geen land te bezeilen zou zijn als ik niet snel een oplossing voor dit allesoverheersende probleem zou vinden, dus zij stuurde me op pad.
En eigenlijk ging het tot een kilometer of 10 voor Arnhem best voorspoedig allemaal. Maar toen ging er ineens zo'n oranje lampje op mijn dashboard aan. Po vond namelijk dat hij benzine nodig had. Het aangegeven rijbereik was nog 100 kilometer, de eindbestemming was nog maar 35 kilometer, dus ik vond er niet zoveel van.
Ik vond er slechts heel erg kort niet zo veel van, want dat aangegeven rijbereik liep niet omlaag, het rénde omlaag.
Heel erg hard.
En juist toen ik Duitsland niet eens in de verte zag liggen, kreeg ik, vlak voor diezelfde grens een file voor mijn kiezen, waarvan me niet heel erg duidelijk was waarom die er stond, en hoe lang die zou duren.
Het continu afremmen en optrekken, maakte dat de vrije val van het rijbereik alleen maar voor een nattere bilnaad zorgde.
Nu ken ik wel iemand in het dorpje Zetten, redelijk kortbij, en ik vroeg me al af of ik hem na jaren met een belletje moest verblijden, teneinde een paar litertjes peut te komen brengen naar de kant van de snelweg, waar ik in mijn gruwelendste fantasie zou stranden.
Gelukkig was er, vlak voor de grens nog een Nederlands pompstation, alwaar ik met klotsende oksels tegen een afgrijselijke prijs mijn auto, die inmiddels op resterende benzine dampen aan het voorthoesten was, kon afvullen.
Mijn initiële bestemming was het dorpje Emmerich, vlak over de grens bij Arnhem, maar direct na de grensovergang stond er in twee talen een heus Tabaks-depot aangekondigd, op nog geen 5 minuten rijden. Zelfs nog geen 2.
En daar reed ik naartoe. Die bleek om 10:00 uur open te gaan, en mijn tijd van aankomst was 10:05. De parkeerplaats was voor de helft gevuld met Nederlanders, die net als ik geen enkele behoefte hebben om de staatskas meer te spekken dan strikt genomen noodzakelijk is.
En niet alleen dat: men sprak er redelijk accentloos Nederlands.
Blijkbaar zijn ze er aan rook-asielzoekers gewend. Alleen de obligate kadootjes die je krijgt bij aanschaf van veel rookwaar, hielden ze waarschijnlijk zelf, want ik kreeg ze niet. Dat vond ik wat karig, en iets té zeer geënt op de rook-asielzoeker van de Nederlandse cultuur. Maar soit. Al die kadootjes kun je toch niet oproken, dus heel erg teleurgesteld was ik nu ook weer niet.
Uiteraard had de Aral er ook een vestiging, maar tot mijn milde en magere teleurstelling (of eigenlijk wrokkige opluchting) was de benzine prijs er helemaal niet zoveel voordeliger.
Hoe dan ook: ik hoop dat ik nu voor de komende maand voldoende geurig brandende plantenresten tot mijn beschikking heb om zonder zorgen op mijn gemakje de volgende datum in te kunnen plannen.
Onze dochter is een buitencategorie wat betreft knuffels. En daarmee doel ik niet op de fysieke bezigheid, maar op die zachte, fluffy, pluche beesten in allerlei vormen een voorkomens.
Ze heeft er dusdanig veel dat ze geen matras meer nodig heeft op haar bed, ze kan er op, in en tussen liggen, en heeft dan een comfortabeler bed dan wij.
Er is dus al een paar jaar geleden door ons besloten dat ze geen knuffels meer krijgt, en sinds ze zelf deels kan beslissen en beschikken over haar zakgeld, mag ze ze van ons ook niet meer kopen.
En vrij vaak gaat dat best goed.
Ja, los van die keer dat ik per ongeluk een knuffelbeest uit Engeland meenam. En los van de keren dat ooms, tantes, opa's en oma's ons veto opgewekt negeren, natuurlijk. Maar de aanwas die eerst heel erg gestaag ging, is wel aardig opgedroogd, vooral omdat Ilse haar poot (vaak ook op momenten dat mij dat totaal niet uitkomt, maar dat geheel terzijde) goed stijf kan houden: geen knuffels, is geen knuffels.
Van het weekend was er kermis in het Almeerse, en Jente mocht met haar opa mee erheen.
Uiteraard was er weer voldoende te zwieren en zwaaien (zó heftig dat ze haar ijsje met slagroom niet weg kreeg) en te winnen. En uiteraard won madammeke een knuffel.
Daar werd Ilse dan weer knorrig om, want we waren ondubbelzinnig duidelijk: géén knuffels meer.
Zonder blikken of blozen wist Jente de zaken volledig naar haar eigengereide handje te zetten: er zit immers een lusje aan het ding, dus het is geen knuffel, het is een sleutelhanger ter grootte van een knuffel. En daarmee was de kous voor (de extreem verblufte en overtroefde) moeder en dochter af.
Ik deed er, zij het grinnikend, het zwijgen toe. Maar mooi dat het ding wel aan de verzameling knuffels sleutelhangers aan haar tas gaat.
En over knuffels gesproken:
Afgelopen vrijdag was het de dag der dagen voor wat betreft onze veestapel.
Jente heeft haar ratjes in huis.
Dat begon in de ochtend met toch maar het verplaatsen van de kooi voor die drie dieren. Die zouden als het puur alleen aan mij had gelegen, op Jente's kamer komen. Maar de aangeschafte kooi bleek ongeveer even groot als onze badkamer te zijn (daarover straks meer) en dus niet praktisch in haar kamer. Dat zag ik zelfs wel in.
Omdat die kooi zo groot is als de badkamer, bleek het naar beneden verplaatsen geen sinecure, maar door slim afbraak- en opbouwwerk, lukte het nog voor ik naar mijn werk moest, om die kooi dan maar in de woonkamer te zetten.
Ik vind daar wat van.
Maar wat ik er ook van vind: niks ter wereld maakt mijn dochter zo blij als die drie tamme ratten in de woonkamer.
Ze moeten nog wennen, maar ik heb goeie hoop dat Jente er straks heel veel extra plezier aan ontleent.
Ik moet ook nog wennen. Vooral aan de wat aparte geur die die dieren verspreiden. En het feit dat ik niet meer ongehinderd richting de kast kan kijken, omdat er een enorme kooi met allemaal levende have voor staat.
Ook Colette moet eraan wennen.
De eerste avond zat ze gelijk compleet gebiologeerd naar die kooi met levende have te staren, we kregen heel erg het idee van een klant die bij de Febo-snack-muur staat te besluiten of het een goulash- of een rundvleeskroket moet worden.
Of een hobbykok die zijn favoriete Gordon Ramsay show op tv zit te bekijken.
We moeten er dus verrekt goed voor zorgen dat er geen direct fysiek contact mogelijk is, om trauma's te voorkomen.
En ja: 2 tegen 1, leg ik het als vader met part-time ruggengraat gewoon af.
Overigens moest ik ook heel erg wennen aan de namen van die beesten. Noodles (een albino, een bijzonder uitziend diertje met die rode ogen), Soya en Chopstick. Ons kind blijft toch fan van Aziatisch eten. Dus wellicht op later moment een mooi recept voor babi ratgang, Rat-Tjoi, of Fou-Rat-Hai.
Dus, even verder over onze badkamer.
Die is af. Donderdag al. En vrijdag na de lunch konden we er gebruik van maken. Dat was qua timing dusdanig ruk, dat ik pas zaterdagmiddag voor het eerst een maand lang van onze nieuwe douche heb mogen genieten.
Er is geen bouwtekening aan te pas geweest. Gewoon wat wensen op papier. De tegels uitgekozen. Gedurende het proces de verdere spullenboel uitgekozen, en René zette het er allemaal in.
De electra was volkomen kut, die is vakkundig opnieuw gedaan.
De afvoeren waren volkomen kut, die zijn vakkundig opnieuw gedaan.
En nu is het af.
Uiteraard wilde ik niet alleen groots en meeslepend gaan douchen, ik wilde ook de WC pot inwijden, met een wanstaltig grote drol, maar Jente was me voor. Die eer had zij zichzelf succesvol toebedeeld.
We zijn enorm blij met hoe de tegels met elkaar matchen, met de begeleiding wat aanschaf van meubels, bakken, potten, kasten en enorm blij met hoe het allemaal verlopen is.
Het duurde voor mijn gevoel erg lang, maar het was absoluut de moeite waard.
Blij met zo'n René. Blij met de badkamer.
Extra blij, want ik had sinds het lidmaatschap van onze volkstuinvereniging nog geen tuindienst gedaan. En dat moest er maar eens van komen.
Ik had me aangemeld voor het takken transport. Nee, dat is geen scheldwoord, mensen op dat park kunnen tegen vergoeding aan de verenigingskas gebruik maken van wat hand- en spandiensten, waaronder het afvoeren van de takken welke zij in hun tuin weggesnoeid hebben.
Goed, dat bleek een nattige, klus te zijn met deze regen. En toen de regen voorbij was, werd het een nattige vieze klus vanwege het zweten.
Gezellig was het wel, ondanks het feit dat ik elke vorm van menselijk contact voor 9 uur, en anders dan met mijn meiden, als volstrekt onverantwoordelijk beschouw ten aanzien van alle betrokkenen.
Dus kwam ik meurend als een gesmolten, erg oude geitenkaas thuis, en kon ik zomaar onder onze nieuwe douche stappen. Deze is voorzien van een werkelijk enorme douchekop, waardoor ik niet meer met mijn lijf hoef te zoeken naar de meest ideale straal, maar ik kan gewoon staan en het lauwwarme water over mijn lijf laten klateren.
Fijn. Heel fijn.
Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, is mijn weekend in volle gang. Ik wens eenieder een beste toe.
zaterdag 29 augustus 2026
Van de rokende ratten besnuffeld en bedouched.
vrijdag 21 augustus 2026
Over peinzingen over pijn, en een beetje fijn.
En zo kwam er ook een einde aan de vakantie van ons kind.
Niet helemaal de vakantie die maakt dat er sprake is van vakantie, maar soit.
De volkstuinvereniging waar ons hutje staat, organiseert enorm veel leuke dingen om het verenigingsgevoel in stand te houden, te vergroten en aan te wakkeren. De meeste van die evenementen blijf ik verre van, ik vind mensen vaak al irritant als ze ademhalen zonder mijn toestemming, laat staan dat ik me er tussen ga mengen voor de lol. En dan heb ik het over mensen die me op zich nog niet eens wat hebben misdaan.
Maar goddank is ons kind een stuk socialer, en geniet ze enorm van alle evenementen, en ik moet zeggen: ze doen het dan ook erg leuk.
Het afgelopen weekend was het laatste weekend van de zomervakantie, en dus werd er (onder andere) een kinderbingo georganiseerd. ALTIJD PRIJS!!!, zo kwaakte de aankondiging.
Dat klopt. Voor kind én vader, zij het voor die laatste niet direct op een manier die sociaal erg aanvaardbaar zou zijn.
Jente won namelijk (onder andere) een speelgoed make-up-beauty-setje. Zo'n doos vol plastic troep waarmee ze kan spelen dat ze een kapsalon annex beautysalon runt.
En of ik maar even 18,50 wilde ophoesten voor een verplichte behandeling.
God, wat was ik blij dat het om plastic tinnef ging, anders had ik me van pure ellende een jaar moeten verstoppen.
Ik kreeg van allerhande plastic meuk tegen (en door) mijn gezicht geduwd. Mijn gemillimeterde haar werd (hardhandig, ik vermoed hier toch enige wraakgevoelens) geborsteld, er werd blush, rouge, lippenstift en gezichtsmasker gesmeerd en een of ander soort 'oogdruppel' werd bekant door mijn ogen gepropt.
Toen werd het tijd voor wat gedetailleerder werk: mijn gezichtshuid werd aan een nadere inspectie onderworpen.
"IEWLLL!!! IK ZIE EEN PUIST!!!!!"
Frutsel-knijp-wrijf
"Zo die is weEEGHUAAARG"
Kokhalzend onderzocht ze me verder.
"Er zit er nog één. Ja, DAHAAG, Daar krijg ik niet genoeg voor betaald hoor. 18,50 alsjeblieft!".
En met die opmerking was mijn schoonheids-sessie afgelopen.
Van wie zou dat kind dat besliste en ietwat ambivalente arbeidsethos hebben?
Dan zeggen ze dat je er zoveel voor terugkrijgt. Ik begin me steeds vaker af te vragen wát dat dan is, dat je terugkrijgt, en of dat wat je dan terugkrijgt wel recht doet aan alles dat je er in investeert. En wanneer?
Inmiddels volgt de verbouwing een mooi en gestaag pad. Er wordt steeds meer zichtbaar, en steeds meer wordt duidelijk dat we de juiste keuze maakten. Zonder enige vorm van bouwtekening begint er iets te ontstaan dat nagenoeg volledig aan onze wensen en verwachtingen voldoet. Hoewel ik nog steeds enigszins te autistisch lijk te zijn om er heel erg van te genieten.
Dat komt wel op het moment dat ik mijn steeds minder vol-romige lichaam voor het eerst onder onze nieuwe douche takel teneinde het eens grondig te reinigen.
Het gebruik van de douche in ons tuinhuisje is toch meer a la camping: snel, efficiënt en weinig luxe.
Daarbij kwam de zoveel-jaarlijkse controle van ons gas-systeem, waaruit bleek dat we er goed aan deden, en heel erg veel geluk hadden dat we met open deuren sliepen, aangezien er nogal een lekkage werd geconstateerd van gas in ons huisje. Daar moet iets mee.
Ook vond men enigszins terecht dat we de elektra opslag van het "oude" systeem toch wel moesten scheiden van de geiser. Dat zou beter zijn.
Dus tja, ook daar echt nog wel wat aan de klus, zeg maar.
Maar goed: de tegels zitten in onze nieuwe badkamer, en de combinatie die we maakten, is op zijn zachtst gezegd enorm persoonlijk, en zal waarschijnlijk geen extra koopargument worden voor ons huis. Als we het ooit gaan verkopen. Maar wat wordt het mooi. Wat zijn we er blij mee. De indeling. De kleuren. De nisjes. De mooie en kwalitatief goeie spullen. Nog een klein weekje en alles is af. De woonkamer staat letterlijk vol met de laatste zaken die erin en erop moeten. Het levert me wel een bos hout voor de deur op, die ik niet meer hoef te kopen, waar ik naar alle hartelust mee kan knutselen. En een boel karton voor de tuin. En een overschot aan tegels, die we elders (lees: ons domeintje) kunnen inzetten.
Uit het nieuws.
Ik had me eigenlijk voorgenomen om weinig tot niks meer uit het nieuws in mijn blogs te verwerken. Ik word er namelijk niet vrolijk van. Sociale media staat er al vol van. Meningen, halve waarheden, complete verdraaiingen en allemaal nonsens worden voor feiten verkondigd, en overgoten met een sausje van haat, moreel gelijk en misselijkmakende lol om andermans leed.
Maar sommige zaken, kan ik niet helemaal negeren. Daar wil ik mijn mening ook wel over kwijt. Omdat het me dan toch meer aan het hart gaat. Omdat ik vader ben. Omdat ik mens ben. Omdat ik leven, maar ook dood een onvervreemdbaar recht van zelfbeschikking vind.
En dan gaat het over: De medische gestapo, en de conservatief-gristelijke bruinhemden.
Er was een meisje van 17, ze was ziek. Heel erg ziek.
Zó ziek dat ze geen andere uitweg zag(en) dan er op humane wijze een einde aan maken.
Enorm verdrietig, iets dat je als ouders gewoon simpelweg niet wil. Niet kan, ook.
Het betrokken team van artsen zal alles uit de kast hebben getrokken om dat meisje vlot te trekken. Eruit te trekken.
Maar hartverscheurend genoeg was niks afdoende, en er bleef een zwart gapend gat achter voor alle nabestaanden.
Tijd om de wonden te likken, en een heel klein beetje in het reine te komen met dit enorme verlies.
Tijd om in alle rust en zonder ellende en poespas een poging te wagen om dit een plekje te geven.
Althans, menselijkheid, respect, fatsoen en empathie zouden dicteren dat alle andere mensen, de nabestaanden zouden gunnen om in alle rust en zonder bemoeienis deze episode op wat voor manier en hoe dan ook af te ronden.
Helaas, dit stukje fatsoen, werd de nabestaanden niet gegund.
Want een stelletje artsen heeft een onderzoek geeist naar de toedracht en de afwikkeling van deze trieste zaak.
6 van deze artsen deden dat op eigen naam, de overigen anoniem.
Ik vind dat een gotspe.
Doe het dan helemaal anoniem, en laat de ouders van het meisje erbuiten. Onderzoek het proces, compleet geanonimiseerd.
En nog erger vind ik dat je, als je overtuigd bent van je grote gelijk, en je wil per sé die nabestaanden nog een extra mes in hun rug proppen, dat je dat dan anoniem doet. Wat een intense lafheid. Wat een gore achterbakse bende.
Ik ga er vanuit dat dit soort lieden geen familie heeft, want die zouden vast niet heel trots zijn geweest op dit verraderlijke, walgelijk stiekeme gedrag.
En dat zijn dan 8 universitaire psychologen en psychiaters. U weet wel: van die hoogopgeleide zielenknijpers die getraind zouden moeten zijn in menselijk gedrag, de consequenties daarvan en hoezeer bepaalde zaken mentaal traumatiserend kunnen zijn. Die lieden, vinden hun eigen mening over euthanasie wel heel erg veel belangrijker dan het peilloze leed van de nabestaanden. Maar hebben dan niet het fatsoen en lef om dat open en op eigen naam te doen, maar doen dat stiekumpjes, lekker anoniem, want dat is veilig. Diezelfde veiligheid die ze dus de nabestaanden niet gunnen. Dat blijkt.
Ik vraag me af of die mensen geschikt zijn voor hun vak. Want enige empathie voor de nabestaanden ontbreekt ten ene malen.
En dan die conservatief-gristelijke bruinhemden die er lucht van gekregen hebben. Die menen de nabestaanden van dat meisje met de dood te moeten bedreigen. Vast ook niet heldhaftig genoeg om dat op eigen naam te doen. Vast ook van achter hun toetsenbordje gedaan.
Is dat dan die Nederlandse cultuur waar we zo trots op moeten zijn? Die fantastische Nederlandse cultuur die door Wilders, Baudet en die honden van de SGP en CU zo worden opgehemeld?
Die in hun morele verontwaardiging vinden dat ze rouwende nabestaanden moeten lastig vallen met onzinnig onderzoek en doodsbedreigingen?
Wauw.
Dan zijn we diep gezonken.
Heel erg diep.
Ik hoop dat de nabestaanden de kracht vinden om die anonieme medische SS'ers en billenlikkende conservatieve, gristelijke bruinhemden te achterhalen, en ze openbaar te maken. Als straf voor hun walgelijke anonieme lafheid. En dat we als normaal denkende groep mensen ze kunnen nawijzen. Uitlachen. Belachelijk maken. En wellicht een beetje pijn doen. Gewoon omdat dat leuk zou zijn.
Of zo.
Ik begrijp best dat euthanasie een heftig onderwerp is. En ik begrijp ook best dat daar over gesproken moet worden. Want er zijn altijd mensen die dit in de praktijk moeten brengen.
Maar dit is niet de manier. Lafjes en anoniem een onderzoekje eisen over de rug van een overleden patient en haar nabestaanden.
Doodsbedreigingen aan het adres van de nabestaanden. Het is zo platvloers. Zó onmenselijk. Zo walgelijk.
Laat die mensen met rust. Alsjeblieft.
Maar goddank mocht ik ook weer wat prima onbekenden ontmoeten.
Tijdens mijn werk probeer ik altijd vriendelijk en afstandelijk te zijn. Ten slotte: niemand zit op een (gratis) sight-seeing te wachten met een bus, van of naar zijn of haar vliegtuig.
Als mensen toevallig beleefd genoeg zijn om me te begroeten, groet ik vriendelijk terug, en als ze iets van informatie nodig hebben, en ik weet toevallig wat ze willen weten, geef ik in helder Nederlands of Engels een antwoord waar ze wat mee zouden kunnen.
En als het uitkomt, wijs ik mensen op de verplichting van het volgen van de door de luchthaven opgestelde regels.
Ik doe dit zo professioneel mogelijk. Iets anders heeft geen zin.
En toch blijkt maar weer dat ook ik een mens ben.
Het was een vrolijk stel waarvan ik de jongedame moest wijzen op het feit dat haar geopende blikje bier niet mee kon de bus in. Dit om de reden dat als het valt, de overige passagiers een ongewilde bierdouche zouden krijgen (iets dat in het leger een traditie is bij het stijgen door de rangen) en ik de plakkerige en meurende restanten na afloop op moet ruimen, beiden zaken waar niemand op zit te wachten.
Ondanks de waanzinnige prijs van een halve liter blik op de luchthaven, en de daarbij behorende spijt bij de toch wel vriendelijk blijvende, drinkers, ontstond er een gesprek over de mores en merites op luchthavens, en waren ze bereid om staande waar ze stonden dat biertje weg te klokken.
Dát ging toch echter minder snel dan ze verwachtten, en blijkbaar waren het ook weer niet van die geoefende drinkers, dat ze hun strotteklepje open konden zetten om zo'n halve liter in één teug naar binnen te gieten.
Ergo: er bleef wat over. Waarop de jongeman van het stel al grappend zei dat ik het dan maar moest opdrinken.
En in een verbijsterende, en voor mijzelf ook al extreem onverwachte vlaag van verbroedering, pakte ik dat blikje aan, deed (nogal overdreven nep) alsof ik een ferme slok nam en na de standaard mededeling dat ik af kon rijden van de grond-stewardess, knipoogde ik naar het stel, en deed alsof ik dronken naar mijn stuur banjerde. Dat leverde me een lachsalvo op, en dat niet alleen van het betreffende stel, maar ook van de omstanders die getuige waren van dit korte en gezellige tafereel.
Dat lachsalvo werkte blijkbaar zó aanstekelijk, dat toen ik eenmaal weg reed, de halve bus stond te grinniken.
Achteraf realiseerde ik me dat dat wellicht toch niet heel handig was, want als er reizigers waren die werkelijk dachten dat ik dat bier had gedronken, hadden die serieus alle recht om enorm te steigeren, en mogelijk moet je dit soort grappen als serieuze buschauffeur nu weer niet maken. Maar ach. Ook ik ben wel eens een mens.
Een mens dat ooit koos voor de relatieve rust van de avonddiensten. Blijkt dat de naweeën van het hoogseizoen ongebruikelijk druk zijn, met ongebruikelijke ritopdrachten. Zozeer, dat ik de busregie verzuchtte dat dit soort fratsen nu precies de reden zijn dat ik in de avond was gaan werken.
Gelukkig zijn de regisseurs toppers die hun pappenheimers wel zo'n beetje kennen.
En dit alles maar weer geschreven hebbende, begint uw weekend. Ik moet nog even wachten tot maandag. Ik wens u allen een beste toe.
donderdag 13 augustus 2026
Het was er weer zoéén.
Dit is alweer blogje 801!
Ik had me totaal niet gerealiseerd dat ik 800 x een heleboel woorden en bandbreedte zou verkwisten aan gekke verhalen. Afwijkende, en dus rare meningen. Idiote avonturen. Gevoelige bekentenissen.
Als ik bij 1000 kom, ga ik de lezers verrassen met een wedstrijdje. Iemand maakt kans op iets. Of zo. Misschien dat ik na 1000 keer persoonlijke muizenissen, over ga op literaire of lecturaire verhalen. Of soft-erotische gedichten. Moderne sprookjes in een ouderwets jasje gehesen.
Of misschien ga ik wel gewoon zo door.
En door.
Want we zijn er nog niet. Wat verbouwen betreft.
Omdat we dus voor de douche aangewezen zijn op ons huisje, en ik niet per se stinkender dan strikt noodzakelijk is, naar mijn werk wil (alleen knoflookmeur is voor mijn collegas en voor de pax meer dan voldoende, vind ik), reis ik via ons domeintje naar mijn werk.
Ik kan er ff lekker douchen. Iedereen, en vooral ikzelf blij.
Nu is mijn lijf met allerhande defecten gezegend, en een daarvan is PDS.
Prikkelbaar darm syndroom.
Vervelend, doch leefbaar. Betekent dat ik voor mijn werk vaak 3 maal al het toilet van dichtbij heb kunnen bewonderen.
En dit dus ook in het badkamer annex toiletje op ons domeintje.
Die indeling is wat anders. Want veel kleiner. Tegenover de pot, hangt namelijk een spiegeltje, met eronder een plankje waarop deodorant van mij en mijn meiden staat.
Zo voor de grijp.
De afstand tussen die twee zaken, is iets waar ik nog niet helemaal aan gewend ben. En dat leverde me een debacle op, waar ik toch wel met enige walging op terug kijk.
Met opgeluchte darmen wilde ik dus opstaan. Was me niet meer echt goed bewust van dat plankje (over het hoofd gezien, letterlijk), want: BOEM!!! Mijn knar tegen dat plankje.
Het ogenblikkelijke gevolg was dat mijn bus deo gelanceerd werd, tegen, óp en over mijn hoofd, langs mijn nek, schouders en rug, zó de pot in.
Op mijn nog vers gelegde, nog dampende drol.
SHIT.
Doorspoelen kan niet. Dus doen alsof er niks gebeurd is, kan al helemaal niet. Dat trekt het riool niet. Walgend, en kokhalzend en mogelijk wat bijpassend omwelriekend taalgebruik bezigend, trok ik de bus deo uit de verse mest. Gelukkig hebben we een nieuwe en lekvrije buitenkraan, en flink wat desinfectiedoekjes verder, kon ik door met mijn dagelijkse beslommeringen.
Nu even wat eerlijkheid: ik heb de afgelopen week iets over mezelf ontdekt, waar ik nog niet zo goed van weet of ik het allemaal wel zo positief of handig vind. Mijn meiden waren heerlijk op de camping terwijl ik al deels moest werken, en ik ter plaatse zou blijven voor poes en de vakman. Dat kwam nu eenmaal zo uit.
Vooral ook omdat ik mezelf weinig senang voel op een "blote billen camping".
Zo gezegd, zo gedaan. Alles verliep zoals het verliep.
En zondagavond waren mijn meiden thuis, de vakman kwam maandag weer, we overlegden wat.
En dat was het moment dat mijn ziel heel even uitplugde.
Alsof er heel wat spanning van de afgelopen dagen los kwam. Ik was gewoonweg even mezelf niet, en ben zo snel ik sociaal en praktisch kon, naar het huisje gevlucht. Tuurlijk: het is allemaal prima geweest en gegaan, maar het is wel zo dat het voor mij pas veilig en vertrouwd voelt, als ik mijn meiden om me heen heb.
Als alles weer normaal is. Mijn meiden en dan vooral Ilse maakt ons huis, thuis. En ondanks dat ik prima kan bestaan in mijn eentje, vind ik 7 dagen zonder mijn meiden toch wel erg lang.
Alsof ik dan toch de aarding mis of zo. Ik vind het ook moeilijk om daar mijn meiden (en dan vooral Ilse) mee lastig te vallen, want het laatste dat ik wil, is er druk op leggen. Ze moet(en) vooral ook lekker dingen doen zonder mij. En zich daar onbezwaard en vrij in voelen. Vind ik.
En dan het volgende:
Ik heb mezelf deze week ontpopt tot heuse Bassie en Adriaan in één.
Dat zit zo:
Het hele spektakel van de zonsverduistering heb ik genoeglijk ondergaan in het domeintje van mijn schoonouders.
Heel gezellig met een hapje en een drankje met later nog aanvulling van alhier opgeduikelde vriendinnen van Jente en hun ouders.
We aten wat.
We dronken wat.
En zo op gezette tijden gristen we de beschikbare zonsverduistering-brilletjes uit elkaars handen, ten einde toch een stukje te zien van iets dat dan niet meer zichtbaar was.
Na afloop van dit fenomeen togen wij huiswaarts, om en route geconfronteerd te worden met een langsrennende poes, welke ook door kon gaan voor vos. Zeker op die afstand, ik had mijn bril niet op. Zo'n dier loslopend op ons park is redelijk uniek, dus in mijn enthousiasme om een wilde vos te zien, stoeide ik met mijn bril, en (hoe ironisch, als je je bril probeert te graaien om beter te zien) keek dus niet uit mijn doppen.
Daardoor miste ik een in het gras verscholen, doch verhoogde put, en in een complete slap-stick was ik gierend onderweg ter aarde te smakken. Oh nee heh... Daar gaan we dan.
Ik was onderweg om op spectaculaire wijze mijn neus kennis te laten maken met de aarde, maar mijn uitzinnige en gefrustreerde karakter verrekte het om mezelf zó voor lul te zetten.
Het zag er bijzonder komisch uit, als ik Ilse moet geloven, maar ik bleef overeind.
Dat wil zeggen: mijn woest maaiende armen, mijn uitzinnig stampende benen, mijn wél horizontaal hangende bovenlijf, en mijn onderlijf dat wanhopig verticaal bleef: potsierlijk is het juiste woord.
En doordat ik zo manmoedig overeind bleef, moet ik stellen: het was Bassie de clown en Adriaan de acrobaat in één.
Dat is ook een talent. Miskend, absoluut. Maar de wilskracht die ik hier ten toon stelde, vond ik groots, al zeg ik het zelf.
Gewoon keihard, maaiend met alle beschikbare ledematen de zwaartekracht en die verrekte, geniepige kut-put weten te weerstaan. Niks van BAM-Jonghuh!!! Gewoon niet vallen. Hopaa!!!
Een gierende lachbui van mijn meiden was mijn deel. En terecht. Ik lach een ander ook uit als diegene al dan niet spectaculair ter aarde stort. Is gewoon een feestje voor mijn (en ieders, neem ik aan) ziel.
En na mijn initiële gesakker kon ik er de humor ook wel van inzien.
Goed, na een heel erg gezellige BBQ (ja, wij zijn van die gekken die een BBQ organiseren als de mussen niet zozeer dood, als wel compleet gaar van het dak storten, BBQ onnodig, zou je zeggen) is het weer tijd om iets aan de economie toe te voegen.
Het frequente verblijf in ons domeintje verlengt het vakantiegevoel op hartverwarmende wijze. Ik kan het iedereen aanraden. De trip van domein naar werk is nagenoeg gelijk, dus ik kom (naar mijn bescheiden mening) veel zen'nerder aan voor ik moet beginnen. Voor de meesten zal het weekend wel beginnen. Ik wens u allen wederom een beste.
vrijdag 7 augustus 2026
Aanpakken!
De verbouwing is begonnen.
Ilse is met Jente naar een camping in Brabant 'gevlucht', en pakt nog net een weekje rust die ze zo hard verdient heeft.
Ik blijf hier, niet om onze aannemer te controleren (ten slotte: hij is de expert, en heeft ons volle vertrouwen), maar omdat het handig is om hier te blijven, omdat ik mezelf weinig senang voel op een naturisten-camping, omdat er op ons domeintje genoeg te doen is.
En niet in de laatste plaats omdat Poes haar pilletje 2x daags moet hebben, en het nu gewoon even zo uitkomt.
Het komt zo uit, omdat Jente eigenlijk met mijn schone-ouders naar die camping zou gaan, maar dat vanwege een ongelukje niet door kon gaan, en dus Ilse ging.
Volgt u het nog?
Ik in elk geval maar matig, en dat heeft voornamelijk met mijn andere bedrading te maken.
Ik ben bijna blij dat ik dit weekend weer mag werken....
We ontdekten bij de sloop van de oude badkamer, dat onze eerdere reparatie van de lekkage, niet denderend goed stand heeft gehouden, die laatste jaren.
We ontdekten ook dat bepaalde afvoer delen, op zijn zachtst gezegd nogal nonchalant aangelegd waren, en zorgden voor heel andere uitdagingen. (Waar Ilse veel beter in is dan ik, moet ik bekennen).
Goed, godenzijdank is er iemand met verstand van zaken en meer talent bezig, en dat kan geen kwaad. Die man heeft ook de intelligentie om bepaalde zaken niet te doen, en er gewoon een ander voor te laten komen: de elektra. Die was al aangelegd door een dronken malloot met minder denkvermogen dan een garnaal, helaas is dat er nooit beter op geworden.
Nu gaat dat dus wél gebeuren. Eindelijk. Fijn.
Maar die lekkages heh? Dat was de afgelopen week een soort van trauma-thema, waar ik serieus grijze haren van kreeg. En niet alleen grijze haren, maar als frustratie tastbaar was geweest, had ik de hele puincontainer er op kunnen laten leunen.
Akte 2 van deze blog, verplaatst zich dan even naar ons domeintje.
Het was al een flutkraantje uit de jaren '60. Of '70. Misschien wel ouder. Niet jonger.
En de aansluiting van de Gardena tuinslang, was niet heel veel jonger. Die brokkelde af, als ik er naar keek.
Erger was het dat het kraantje meer water over het huisje sproeide dan dat hij door het tuitje of door de tot al gammel aangesloten tuinslang perste. Het lekte als een malle.
En omdat het huisje van hout is, vond ik dat een vervelende gedachte. Heel vervelend.
Hoe moeilijk kan het wezen. Sluit de hoofdkraan af, draai het kraantje los van de muurplaat, wikkel teflon om een nieuw kraantje, draai het kraantje er goed op, sluit de hoofdkraan weer aan, en problem fixed.
Ja, dat was de theorie.
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger.
Dat nieuwe kraantje, bleek namelijk helemaal zo lekker niet te passen. Sterker nog: er zat veel te veel ruimte op.
En die muurplaat: was ook niet al te fris meer.
Volgens een meneer moesten we een muurplaat nemen, met knelkoppeling, maar omdat die een andere maat had, moesten we een verloopstukje nemen, en dan zou het goed komen.
Wederom: dat was de theorie. Een hele mooie theorie. Dat zeker.
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger.
Dat hoereknelkoppeling wenste maar niet lekvrij te worden. Oke, het lek was kleiner, maar veel spectaculairder spoot het nu met een heel erg scherp straaltje bekant de schuur in.
Goed. Die theorie gaat de prullenbak in, op naar een andere muurplaat. Gewoon één van de juiste maat, dan gaan we die wel gewoon solderen.
Dicht is dicht.
Dat was, althans, de theorie.
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger.
Mijn schoonvader heeft niet één, niet twee, niet drie, maar vier keer opnieuw de leiding aan dat plaatje moeten solderen.
Na al deze ellende, zei ik al bij de tweede keer dat als het nog zou lekken, ik de soldeerbrander op het huis zou houden, maar zulks werd door hem afgekeurd. Begrijpelijk ook wel
Na de derde keer raakte mijn frustratie op een onmeetbare hoogte. Ik geloof dat ik krachttermen heb gebezigd waarvan mijn schoonvader kramp in zijn wenkbrauwen kreeg van verbazing.
Maar de vierde keer: victorie!!!!!!
Lekvrij. Mooi kraantje. Hoppa. Als een kind zo blij stond ik te juichen.
Die hoerenkutkraan heeft het op moeten geven. Dicht is dicht. BAMMM!!!! En zo stond ik te kakelen en te kwaken.
Hulde.
Toen kon ik aan de slag met de gootsteen eronder. Een mooie en goed bruikbare aluminium bak. De stellage waar die op stond was me ook een doorn in het oog. Want compleet weg gerot hout.
En daar komt dan toch de verbouwing van onze badkamer weer handig bij kijken: de douchebak (75 kilo!!!!, hoe verzinnen ze het!) werd geleverd op een stevige (want 75 kilo) pallet. En die pallet was nog dusdanig in goede staat en had een dusdanig mooi formaat, dat ik daar een nieuwe stellage van kon maken voor de gootsteen op ons domeintje.
Dat leverde me andere, doch veel prettiger hoofdbrekens op, en tot mijn volle tevredenheid en trots kan ik melden dat dat geheel nu staat. Samen met een mooie spatplaat tegen de wand, zodat er nooit meer water tegen het hout kan sproeien.
Er zitten nogal wat gelijkenissen tussen ons huis en het huis van ons domeintje. Niet alleen hadden we te kampen met al dan niet gammel herstelde lekkages, ook de elektra is een ding.
Maandag komt er een beroeps elektricien orde op de zaken thuis zetten. Dat is veiliger en dus goed.
De elektra op ons domeintje is er wel, maar functioneert alleen als het daar zin in heeft, en zeker niet als ik het nodig heb. Mijn apneumasker moet wel altijd functioneren. Anders verander ik nog meer in een zombie.
Het was een hele zoekerij, veel vragen stellen aan zonnepanelen-mensen, rekenen en doen, maar tot een echt werkbare oplossing kwam het niet.
Tot mijn schoonvader belde: hij wilde weten wat wij nodig zouden hebben. Toen kwamen we uit op een powerstation. Want om nu heel de zonnepanelen-santekraam, en alle bedrading te gaan repareren, vervangen en doen, was en is, meer dan we op dit moment kunnen verwerken.
Maar ja, ik heb nu al een aantal malen met lede ogen moeten toezien hoe mijn echtgenote en mijn dochter er genoeglijke nachten konden slapen, en stiekem is de lol veel groter als je dat samen doet.
Een powerstation dus.
En het toeval wil, dat tijdens een open dag van het park, er mensen langs kwamen, die een winkel hebben in die spullen. Die willen dolgraag een huisje bij ons. Zo kwam het balletje aan het rollen.
Samen met Ilse bedacht wat we nodig zouden hebben, en mijn schoonvader heeft ons een prima powerstation kado gedaan.
Ik heb er 3 nachten mee geslapen, en het ding heeft maar 20% verbruikt. Wat een briljant apparaat. Ik ben er vreselijk mee in mijn nopjes, en kan niet wachten tot we er met ons drietjes kunnen overnachten.
Ik heb nu eindelijk ook eens de rust en stilte en absolute 'zen' mogen ervaren van ons tuintje. De ontplofte bloemen pracht (die Ilse er nogal at random in de grond kegelde). De lampjes (die ik eigenlijk tijdens het tuinieren ongelooflijke ondingen vind) die Ilse her en der drapeerde, die een enorm fijne sfeer geven.
En dan kan ik doen waar ik dus helemaal tot rust van kom: lekker prullen in de tuin. Lekker met mijn handen in de modder (die overigens erg droog was), met de schep mijn bakken maken voor de toekomstige knoflook oogst.
En dan lekker op het terras met een biertje.
Alsof je in Frankrijk op een antieke camping zit. Je hoort wat krekels. Er ritselt een muisje door het struweel.
"Cupcake" komt gewoon even op bezoek, niet in het minst geïntimideerd door mijn aanwezigheid. Cupcake, zo heet het wilde ratje dat in en om al die tuintjes nu eenmaal leeft. Hij woont buiten, kan niet binnenkomen, en voedt zich met dat wat ons tuintje te bieden heeft. Wij zijn inmiddels aan hem gewend, en hij dus ook aan ons. Kan Jente vast wennen aan het idee van een soort van tamme rat. Ten slotte wil ze maar liefst drie van die beesten in huis halen. Maar voor ik daar, al zittende in het avondzonnetje verder over kan filosoferen, wordt mijn aandacht al weer afgeleid door een enorme libelle die op een van de prachtige bloemen aan de vijver gaat zitten relaxen.
En wee mijn lompe gebeente ik iets te luid ga verzitten, dan word ik door een agressieve roodborst helemaal verrot gescholden.
Kortom: dat tuintje is pure weldadigheid voor mijn alle kanten op vliegende ziel. Ik kom er zo enorm van tot rust, dat ik vaak meld dat we dat vele malen eerder hadden moeten doen.
Maar goed.
Dit alles maar weer geschreven hebbende, tussen alle lawaai van boren, kappen, zagen en klieven, moet ik mezelf opmaken om te accepteren dat deze vakantie wellicht niet de droomvakantie is, die ik verdiend heb, aan de andere kant hebben we straks wel een badkamer die we verdienen.
Ik moet me mentaal nog even voorbereiden op een weekend werken, het uwe begint zo.
Ik wens u allen een beste.
SHIT!!!! En andere kleine aangelegenheden.
Een paar jaar geleden werd ons toilet gerenoveerd. Met nieuwe pot. Want ja. Wat heeft een toiletrenovatie voor zin, als je niet op zijn m...
-
Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...