De belasting ontwijker.
Met dank aan ouwe-zus-lief, ben ik dus een gedeeltelijke belasting ontwijker geworden.
Zij was zo wakker om mij te wijzen op het feit dat tabak in Duitsland zoveel goedkoper is, en na een net-niet kloppende rekensom, en een gezellig bezoekje in Limburg, beschouw ik mezelf dan maar als iemand die de kleine geneugten des levens niet geheel wil bekostigen met een bedrag dat nagenoeg even hoog is als mijn hypotheek.
Die net-niet-kloppende rekensom, is best belangrijk. En dat zat hem in het feit dat ik behoorlijk minutieus na ging wat ik per dag verstook, bepalen hoeveel er uit één emmer gehaald zou kunnen worden, en hoeveel emmers ik nodig zou hebben.
Samen kwamen we op 2 emmers uit. En dan ging ik uit van 5 weken.
Dat bleek niet helemaal te kloppen: ik kwam uit op krap 4.
En ja: dat is belangrijk, want ik wil maximaal 1x per maand naar Duitsland rijden voor mijn rookwaar, anders ben ik straks aan brandstof kwijt wat ik in Nederland aan tabak kwijt zou zijn, en dan vervalt het argument van de bespottelijke belastingen.
Goed, het was een probeersel, dus ik doe mijn uiterste best niet al te zeer agressieve gedachten te koesteren aan ouwe-zus-lief, die ook alleen maar haar best deed om me te helpen. Ik kreeg zelfs zo'n hulzenschieter van haar kado, en een nauwelijks werkende aansteker. Da's ook wat waard.
En ik moet zeggen: nadat ik jaren verstokt Lucky Strike rookte, ben ik over gestapt op Camel, en dat smaakt me ook prima. Zeker in de wetenschap dat het allemaal behoorlijk veel goedkoper is.
Maar dat dus allemaal daargelaten: ik raakte dus wel een pietsie in paniek toen mijn tweede pot sneller leeg ging dan ik op had geanticipeerd.
En het prikken van een datum om naar Duitsland af te reizen, bleek ook al geen sinecure. Kortom: mijn zenuwen lieten zich niet meer kalmeren door een peukje, want die voorraad slonk zienderogen. (Het bijeffect van een verslaving, zogezegd).
Geforceerd een vrije dag geprikt. Afgelopen maandag. Niet dat we niks beters te doen hadden, met de verbouwing van de badkamer, maar goed, Ilse was terecht bang dat er met mij geen land te bezeilen zou zijn als ik niet snel een oplossing voor dit allesoverheersende probleem zou vinden, dus zij stuurde me op pad.
En eigenlijk ging het tot een kilometer of 10 voor Arnhem best voorspoedig allemaal. Maar toen ging er ineens zo'n oranje lampje op mijn dashboard aan. Po vond namelijk dat hij benzine nodig had. Het aangegeven rijbereik was nog 100 kilometer, de eindbestemming was nog maar 35 kilometer, dus ik vond er niet zoveel van.
Ik vond er slechts heel erg kort niet zo veel van, want dat aangegeven rijbereik liep niet omlaag, het rénde omlaag.
Heel erg hard.
En juist toen ik Duitsland niet eens in de verte zag liggen, kreeg ik, vlak voor diezelfde grens een file voor mijn kiezen, waarvan me niet heel erg duidelijk was waarom die er stond, en hoe lang die zou duren.
Het continu afremmen en optrekken, maakte dat de vrije val van het rijbereik alleen maar voor een nattere bilnaad zorgde.
Nu ken ik wel iemand in het dorpje Zetten, redelijk kortbij, en ik vroeg me al af of ik hem na jaren met een belletje moest verblijden, teneinde een paar litertjes peut te komen brengen naar de kant van de snelweg, waar ik in mijn gruwelendste fantasie zou stranden.
Gelukkig was er, vlak voor de grens nog een Nederlands pompstation, alwaar ik met klotsende oksels tegen een afgrijselijke prijs mijn auto, die inmiddels op resterende benzine dampen aan het voorthoesten was, kon afvullen.
Mijn initiële bestemming was het dorpje Emmerich, vlak over de grens bij Arnhem, maar direct na de grensovergang stond er in twee talen een heus Tabaks-depot aangekondigd, op nog geen 5 minuten rijden. Zelfs nog geen 2.
En daar reed ik naartoe. Die bleek om 10:00 uur open te gaan, en mijn tijd van aankomst was 10:05. De parkeerplaats was voor de helft gevuld met Nederlanders, die net als ik geen enkele behoefte hebben om de staatskas meer te spekken dan strikt genomen noodzakelijk is.
En niet alleen dat: men sprak er redelijk accentloos Nederlands.
Blijkbaar zijn ze er aan rook-asielzoekers gewend. Alleen de obligate kadootjes die je krijgt bij aanschaf van veel rookwaar, hielden ze waarschijnlijk zelf, want ik kreeg ze niet. Dat vond ik wat karig, en iets té zeer geënt op de rook-asielzoeker van de Nederlandse cultuur. Maar soit. Al die kadootjes kun je toch niet oproken, dus heel erg teleurgesteld was ik nu ook weer niet.
Uiteraard had de Aral er ook een vestiging, maar tot mijn milde en magere teleurstelling (of eigenlijk wrokkige opluchting) was de benzine prijs er helemaal niet zoveel voordeliger.
Hoe dan ook: ik hoop dat ik nu voor de komende maand voldoende geurig brandende plantenresten tot mijn beschikking heb om zonder zorgen op mijn gemakje de volgende datum in te kunnen plannen.
Onze dochter is een buitencategorie wat betreft knuffels. En daarmee doel ik niet op de fysieke bezigheid, maar op die zachte, fluffy, pluche beesten in allerlei vormen een voorkomens.
Ze heeft er dusdanig veel dat ze geen matras meer nodig heeft op haar bed, ze kan er op, in en tussen liggen, en heeft dan een comfortabeler bed dan wij.
Er is dus al een paar jaar geleden door ons besloten dat ze geen knuffels meer krijgt, en sinds ze zelf deels kan beslissen en beschikken over haar zakgeld, mag ze ze van ons ook niet meer kopen.
En vrij vaak gaat dat best goed.
Ja, los van die keer dat ik per ongeluk een knuffelbeest uit Engeland meenam. En los van de keren dat ooms, tantes, opa's en oma's ons veto opgewekt negeren, natuurlijk. Maar de aanwas die eerst heel erg gestaag ging, is wel aardig opgedroogd, vooral omdat Ilse haar poot (vaak ook op momenten dat mij dat totaal niet uitkomt, maar dat geheel terzijde) goed stijf kan houden: geen knuffels, is geen knuffels.
Van het weekend was er kermis in het Almeerse, en Jente mocht met haar opa mee erheen.
Uiteraard was er weer voldoende te zwieren en zwaaien (zó heftig dat ze haar ijsje met slagroom niet weg kreeg) en te winnen. En uiteraard won madammeke een knuffel.
Daar werd Ilse dan weer knorrig om, want we waren ondubbelzinnig duidelijk: géén knuffels meer.
Zonder blikken of blozen wist Jente de zaken volledig naar haar eigengereide handje te zetten: er zit immers een lusje aan het ding, dus het is geen knuffel, het is een sleutelhanger ter grootte van een knuffel. En daarmee was de kous voor (de extreem verblufte en overtroefde) moeder en dochter af.
Ik deed er, zij het grinnikend, het zwijgen toe. Maar mooi dat het ding wel aan de verzameling knuffels sleutelhangers aan haar tas gaat.
En over knuffels gesproken:
Afgelopen vrijdag was het de dag der dagen voor wat betreft onze veestapel.
Jente heeft haar ratjes in huis.
Dat begon in de ochtend met toch maar het verplaatsen van de kooi voor die drie dieren. Die zouden als het puur alleen aan mij had gelegen, op Jente's kamer komen. Maar de aangeschafte kooi bleek ongeveer even groot als onze badkamer te zijn (daarover straks meer) en dus niet praktisch in haar kamer. Dat zag ik zelfs wel in.
Omdat die kooi zo groot is als de badkamer, bleek het naar beneden verplaatsen geen sinecure, maar door slim afbraak- en opbouwwerk, lukte het nog voor ik naar mijn werk moest, om die kooi dan maar in de woonkamer te zetten.
Ik vind daar wat van.
Maar wat ik er ook van vind: niks ter wereld maakt mijn dochter zo blij als die drie tamme ratten in de woonkamer.
Ze moeten nog wennen, maar ik heb goeie hoop dat Jente er straks heel veel extra plezier aan ontleent.
Ik moet ook nog wennen. Vooral aan de wat aparte geur die die dieren verspreiden. En het feit dat ik niet meer ongehinderd richting de kast kan kijken, omdat er een enorme kooi met allemaal levende have voor staat.
Ook Colette moet eraan wennen.
De eerste avond zat ze gelijk compleet gebiologeerd naar die kooi met levende have te staren, we kregen heel erg het idee van een klant die bij de Febo-snack-muur staat te besluiten of het een goulash- of een rundvleeskroket moet worden.
Of een hobbykok die zijn favoriete Gordon Ramsay show op tv zit te bekijken.
We moeten er dus verrekt goed voor zorgen dat er geen direct fysiek contact mogelijk is, om trauma's te voorkomen.
En ja: 2 tegen 1, leg ik het als vader met part-time ruggengraat gewoon af.
Overigens moest ik ook heel erg wennen aan de namen van die beesten. Noodles (een albino, een bijzonder uitziend diertje met die rode ogen), Soya en Chopstick. Ons kind blijft toch fan van Aziatisch eten. Dus wellicht op later moment een mooi recept voor babi ratgang, Rat-Tjoi, of Fou-Rat-Hai.
Dus, even verder over onze badkamer.
Die is af. Donderdag al. En vrijdag na de lunch konden we er gebruik van maken. Dat was qua timing dusdanig ruk, dat ik pas zaterdagmiddag voor het eerst een maand lang van onze nieuwe douche heb mogen genieten.
Er is geen bouwtekening aan te pas geweest. Gewoon wat wensen op papier. De tegels uitgekozen. Gedurende het proces de verdere spullenboel uitgekozen, en René zette het er allemaal in.
De electra was volkomen kut, die is vakkundig opnieuw gedaan.
De afvoeren waren volkomen kut, die zijn vakkundig opnieuw gedaan.
En nu is het af.
Uiteraard wilde ik niet alleen groots en meeslepend gaan douchen, ik wilde ook de WC pot inwijden, met een wanstaltig grote drol, maar Jente was me voor. Die eer had zij zichzelf succesvol toebedeeld.
We zijn enorm blij met hoe de tegels met elkaar matchen, met de begeleiding wat aanschaf van meubels, bakken, potten, kasten en enorm blij met hoe het allemaal verlopen is.
Het duurde voor mijn gevoel erg lang, maar het was absoluut de moeite waard.
Blij met zo'n René. Blij met de badkamer.
Extra blij, want ik had sinds het lidmaatschap van onze volkstuinvereniging nog geen tuindienst gedaan. En dat moest er maar eens van komen.
Ik had me aangemeld voor het takken transport. Nee, dat is geen scheldwoord, mensen op dat park kunnen tegen vergoeding aan de verenigingskas gebruik maken van wat hand- en spandiensten, waaronder het afvoeren van de takken welke zij in hun tuin weggesnoeid hebben.
Goed, dat bleek een nattige, klus te zijn met deze regen. En toen de regen voorbij was, werd het een nattige vieze klus vanwege het zweten.
Gezellig was het wel, ondanks het feit dat ik elke vorm van menselijk contact voor 9 uur, en anders dan met mijn meiden, als volstrekt onverantwoordelijk beschouw ten aanzien van alle betrokkenen.
Dus kwam ik meurend als een gesmolten, erg oude geitenkaas thuis, en kon ik zomaar onder onze nieuwe douche stappen. Deze is voorzien van een werkelijk enorme douchekop, waardoor ik niet meer met mijn lijf hoef te zoeken naar de meest ideale straal, maar ik kan gewoon staan en het lauwwarme water over mijn lijf laten klateren.
Fijn. Heel fijn.
Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, is mijn weekend in volle gang. Ik wens eenieder een beste toe.
zaterdag 29 augustus 2026
Van de rokende ratten besnuffeld en bedouched.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Dubieuze complimenten, kleptomane vossen en wankele knoflook.
Ik heb wel eens te horen gekregen dat ik positief moet zijn. Als ik dat zo schrijf, lijkt het erop alsof ik een of andere mopperende boomer...
-
Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten