donderdag 24 september 2026

SHIT!!!! En andere kleine aangelegenheden.

 Een paar jaar geleden werd ons toilet gerenoveerd. 
Met nieuwe pot. 
Want ja. Wat heeft een toiletrenovatie voor zin, als je niet op zijn minst ook de pot vernieuwt. Het kakt toch wat lekkerder, zo'n nieuwe pot. 
Zo'n hippe, ultramoderne randloze pot. Wat dat precies aan voordelen biedt, ontgaat mij een beetje, moet ik bekennen. Ik ben geen toiletpottoloog. 
Ik zeikstraal erin, ik doe er groots en meeslepend mijn avondmaaltijd op de boot zetten, maar voor de rest: I don't give a shit, om maar treffend bij het onderwerp te blijven. 
Als er maar een soft-close bril op zit, want als ik heb staan plassen, vind ik het serieus vervelend als die bril met een enorme klap op de pot stuitert. Ik schijt zeven kleuren van de schrik, als die bril op de pot klapt. Zeker omdat een niet-soft-close bril, die niet helemaal waterpas staat, de neiging heeft, om nog tijdens het klateren al naar beneden te storten, met alle spetterende gevolgen van dien.
Van het feit dat het om een randloze pot gaat, zie ik weinig voordelen, zoals ik al zei. Wél heb ik inmiddels een nadeel ontdekt. 
Dat zit zo:
Doordat het om een randloze pot gaat, stroomt het water op een andere manier in de pot. En blijkbaar dus niet meer langs de plaats waar je normaliter het toiletblokje zou hangen. Waar je normaliter dat blokje hangt, blijft het droog, en dus komt er geen verfrissende geur en reinigende meuk door de pot. 
Daar had mijn allerliefste, enige echtgenote iets briljants op gevonden: ze hangt hem aan de voorzijde van de pot. Daar komt het water wel, en dus ook langs het toiletblokje, waardoor het toilet weer fris ruikt, en enigszins wordt gereinigd. Iedereen blij. Nietwaar? 
Ja hoor, iedereen blij. Hoewel... 
In eerste instantie viel mij de plaatsing van dat toiletblokje niet zo erg op. Ik stond erbij, liet de straal klateren, keek ernaar en vervolgde mijn "whereabouts". 
Een uurtje later moest ik de grotere variant van het toiletteren in de praktijk gaan brengen. Met dank aan het prikkelbare darm syndroom dat in onze familie welig tiert, moet dat soms wel drie keer per dag. Dit was de eerste keer. 
Ik vleide mezelf neer op de pot, en merkte dat er tijdens 'de daad' toch enigszins een ruimte conflict ontstond tussen mijn mannelijkheid en de pot. En een wazig soort schoonmaaklucht steeg van tussen mijn benen omhoog. 
Vaag, heel vaag. Ik kon me niet herinneren dat ik enthousiast van de Andy heb lopen slobberen. Ook een stukje unicura-zeep was geen onderdeel van mijn genuttigde avondmaaltje. 
Waarom mijn ontlastende wateren en vastere vormen dan ineens zo fris roken, was me eerlijk gezegd een raadsel. Ik stink normaliter. Op de WC, welteverstaan. 
Maar goed. Ruimtegebrek op de wc, ik schoof wat naar achteren, maar dat leverde me gevoelsmatig geen winst op. Niet qua ruimte. Maar ook niet qua comfort. Heel de tijd het idee dat ik zo ver naar achteren moest, dat ik bang was om op de achterrand van de bril te kakken. Heb je daar zo'n dampende hoop bruin op een witte bril gelegd. Is ook niet echt charmant. 
Goed, na het afronden van dit (on)welriekende avontuur, toog ik aan de koffie en dacht er verder niet meer aan, tot ik wederom voor een kleine boodschap naar het kleinste kamertje toog. Ik lichtte de bril op, keek eens wat beter, en ontwaarde daar het gewraakte toiletblokje. Prominent op een plek waarvan iedereen had kunnen verzinnen dat die direct tot conflicten zou leiden met incidenteel zittende mannelijkheden. 
Iedereen, maar niet mijn lieve echtgenote, die om begrijpelijke redenen totaal niet had kunnen verzinnen dat ik mijn piemel op, achter, om en over dat ding moest zien te draperen tijdens het kakken. 
En dan nog niet in staat zijn om comfortabel te re-laxeren. 
Enfin, ik heb het ding voorlopig maar weer daar gehangen waar die mij niet in de weg zit. Gaat die wel langer mee. 

We waren lang in de veronderstelling dat we konden geloven dat de badkamer af was. Uiteraard was dat niet zo. Want voor het mooi moest er wat met de deur gebeuren (en ja, bij een nieuwe en mooie badkamer, wil je geen ouwe, lelijke deur). 
Die deur was een standaard huis-, tuin-, keuken- en badkamerdeur. Gewoon zo'n ding van hardboard met een primerlaagje erop, waarbij nooit iemand (ook wij niet) tot het lumineuze idee kwam om daar eens een extra laagje wit op te kwasten, ter verlenging van de levensduur van het ding. 
Dus tijdens het klussen, viel ons al op dat die deur toch wel erg veel en vooral merkwaardige vlekken vertoonde. Die vlekken bleken opbollingen te zijn onder het primerlaagje. Blijkbaar dusdanig dun, dat die het na zoveel jaren gewoon op had gegeven om dat hardboard te beschermen tegen het vocht van een badkamer. 
Eventjes hebben we met de aannemer zitten dubben over een nieuwe deur. Danwel opkalefateren van deze. 
In onze straat was een snuiter die een naar zeggen "als nieuwe" deur verkocht. Goed, daar ging Ilse even kijken. Blijkt dat wat de één 'als nieuw' vindt, voor ons gewoon een net zo versleten, en sleets geworden deur was. Dus dat niet gedaan. 
[Omdat marktplaats in veel gevallen vindt dat men over elkaar reviews moet schrijven, gaf Ilse de man een vriendelijke 4 of 5 sterren beoordeling. Helaas vond deze teringhond dat Ilse zich niet aan de afspraak had gehouden, en gaf dus 1 ster. Als die klootzak gewoon eerlijk was geweest, hadden we sowieso niet komen kijken, eikel. En dat woont dan toevallig ook in deze straat, ik ga hem er nog eens 'vriendelijk' op aanspreken...]
Omdat de tijd begon te dringen, hebben we uiteindelijk besloten om op een later moment de huidige deur op te kalefateren. Blikje verf en parafernalia gekocht, en dan maar aan de kwast. 
Die dag was donderdag. 
Ik was oprecht in de veronderstelling dat het een kwestie van schuren, afboenen en lakken was. 
Helaas bleek het opkalefateren iets meer voeten in de aarde te hebben: een van de scharniertjes was uitgescheurd, en bijna had ik die deur naar die asshole-buurman getrapt, maar na iets langer nadenken, vond ik een manier om die scheur goed en stevig te repareren. 
Verder schuren, lakken en toen drogen. 
20 uur. 
Ja, even niet echt op die verfpot gekeken, anders had ik in de winkel al gekozen voor iets dat sneller droog zou zijn.
Toen verder met het huis wat aan kant brengen, en toen ik buiten ging roken, zag ik tot mijn immense ongenoegen allemaal troepjes op die verf gewaaid. 
Les voor de andere kant van die deur: buiten schuren, binnen afhangen en aflakken. Anders blijf ik bezig. 
Eén van de zaken die op de verse laklaag van de deur was geland: een vlieg, die die verse laklaag blijkbaar als ultieme landingsbaan zag. Hoeredier. Stompzinnige stuntpiloot. 
Ik overwoog serieus om het beest met een tweede laklaag gewoon definitief als een soort van trofee wit en weg te kwasten. Uiteindeljk heb ik dat niet gedaan. Ten slotte gaat het om de mooi, niet om mijn korzelige wraakzuchtigheid. 
Met een pincet deed ik een poging om het beest uit de nog natte verf te trekken. Dat leverde mij (en hem) twee geamputeerde poten op. En de uiteindelijke extractie van het beest, leidde dan ook tot zijn onmiddelijke dood. 
Maar daar kan ik goed mee leven. Ten slotte gaat het om een mooie badkamer, niet om een soort van mausoleum in de verf van onze badkamer. 

Uit het nieuws: alle verkeersboetes gaan omhoog. Maar als je wat kinderen dood rijdt omdat je gewoon een stoere sneue lul bent, dan hoef je voorlopig de gevangenis zelfs niet in. Artikeltje 5, wordt minder zwaar bestraft dan het rijden zonder gordel. Een paar dode kinderen op je ranzige geweten, en je mag gewoon in alle rust en vrijheid je proces afwachten, en waarschijnlijk kom je dan weg met een paar uurtjes schoffelen, en een maandje niet rijden. 
Maar owee als de nabestaanden (overigens geheel terecht) besluiten om deze inferieure dwaasbanaan na een paar uur bevlogen martelen, toch maar een kopje kleiner te maken, dan zijn de rapen gaar, en is er ineens op miraculeuze wijze wél plaats in de gevangenis. 
Ik vraag me nu wel ineens af of de rechter die dit besloten heeft, zichzelf nog recht aan kan kijken in de spiegel. Ik vraag me af of zijn wijf een welterusten kus van zo'n rechter-lul nog zonder te rillen van afschuw in ontvangst kan nemen. 
De rechter hier is net zo ranzig als de moordenaar. Welke rechter laat zo'n untermensch nu nog de maatschappij in wandelen? We hebben geen populisten meer nodig om de rechtspraak in Nederland in twijfel te trekken, dit soort rechters zorgt daar zelf wel voor. 
Aanfluiting. 

Maar goed, laat ik positief afsluiten: ik geniet van mijn vrije 10-daagse. En dat is voorlopig de laatste keer, denk ik. 
Omdat ik er voor heb gekozen om toch maar mee te gaan doen aan dat fan-tas-tische zelfroosteren. Ik ben nog steeds van mening dat een goed bedrijf zorgt voor goede en gebalanceerde roosters. Dat doet mijn bedrijf niet. Die laat het nu over aan het personeel. En met dien verstande dat het programma de uiteindelijke beslissing neemt, en je dus nooit kan overleggen... Tja. 
Ik begon toch wel een beetje flauw te worden van 6 uit 7 weekenden werken. Dus toch maar zelf roosteren, met dien verstande dat ik er ook wat voordeel uit wil halen, dus ik wil meer uren werken. 
Na flink wat puzzelen heb ik een gebalanceerder rooster weten te maken, waarbij ik meer weekenden thuis ben. 
Dat lijkt me een prima zaak. Zeker gezien het feit dat ik het zelfs voor elkaar heb gekregen om eens in de 3 weken 4 dagen achter elkaar vrij te zijn. 
Dus een heel erg kleine, heel erg voorzichtige "hoera". 
Ik wens in elk geval eenieder een mooi weekend toe. 



vrijdag 18 september 2026

Verkeer(d), kippen en compost

 Het was weer zo'n weekend waarvan ik het vermoeden kreeg dat de minister van Rijkswaterstaat zijn jeugd-trauma over de pesterijen van de CEO van Schiphol even moest botvieren op alle reizigers rondom Schiphol. 
Wat een ellende is dat soms. 
Snelwegen dicht, omleidingen hier en file's daar. Ongelukje zus en pech gevalletje zo. 
Tuurlijk: ik snap ook wel dat men onderhoud moet plegen, maar de timing en planning is zo volkomen ruk, dat ik vermoed dat ambtenaren daadwerkelijk geen seconde verder kijken dan hun neus kort is. 
Op de terugweg was het niet veel beter, en ik besloot om rechtstreeks naar de A4 te rijden, in plaats van binnendoor naar de A4. 
Stom, want rechtstreeks, bleek volkomen vast gelopen te zijn, waardoor ik moest besluiten om toch maar terug te rijden en binnendoor te gaan. 
Toen ik die route eenmaal uitgereden had, was er verder (behalve dus de alternatieve route, die op zichzelf al kut genoeg is) niet veel aan de hand. 
Tot ik de afslag naar mijn huisje genomen had. 
In de verte zag ik ze al staan: een hoop oranje zwaailichten. En toen ik naderde, een hoop politie op de been. 
In eerste instantie dacht ik aan een heel erg fors ongeluk. Alles stond kris-kras door elkaar, er was een heus tentje op gezet, dus ik begon al medelijden te krijgen met de betrokkenen. 
Pas op het moment dat ik links en de vent voor me rechts gedirigeerd werd, kreeg ik in de gaten dat het om een grootschalige alcoholcontrole ging. 
En toen begon ik hem wel te knijpen. 
Ik draag namelijk zelden een gordel. Alle argumenten voor die gordel ten spijt: ik vind het een hoerending. 
Het belemmert me in mijn beweging, en dat voel ik gewoon in mijn ademhaling. Het voelt als opgesloten zijn. 
En ja: rijdend langs diverse agenten, die hun beurt af stonden te wachten, leek het me een beetje 'Lord Wanhoop' om nog met mijn gordel te gaan rommelen. Dat zou gegarandeerd meer opvallen, dan het maar gewoon niet te doen, en te doen alsof er niks aan de hand is. 
Tot stilstand gekomen, berustte ik in mijn lot: een dikke boete, niet voor alcohol (ik kwam net van mijn werk) maar voor die vermaledijde gordel. 
Oom agent (gezien zijn leeftijd, hou ik het op het jonge neefje) groette mij vriendelijk, en gaf instructies over hoe ik in dat apparaat moest blazen. Ik wilde hem al met een royaal gebaar in mijn waffel proppen, maar dat bleek niet nodig. Er naartoe blazen was al voldoende. 
Dat ging allemaal erg vriendelijk. 
Ik wachtte op een reprimande en een boete, maar kreeg te horen dat ik, zodra de mensen voor me gingen rijden, achter aan kon sluiten om mijn weg te vervolgen. 
Dat liet ik mij geen twee keer zeggen, en na een vriendelijk goedenacht over en weer, stormde ik door naar huis. 
Om de een of andere reden kom ik altijd mooi weg, met die gordel. 
De vorige keer werd oom (neef) agent terwijl hij een boete aan het uitschrijven was, gestoord door een veel belangrijkere zaak, hij kwakte mijn rijbewijs terug en stoof er vandoor. 

Maar er was toch wel een soort van karma, want een paar dagen later werd ik ineens aangevallen door een gebakken kip. 
Ik eet vrij veel kip, want kip is niet zo vet, met kip kun je veel kanten op en het is niet al te duur. 
Toen ik nog wat minder bedreven was in het bereiden van kip, kwam het vrij vaak voor dat ik een homp taaie, droge vogel op mijn bord of in mijn trog had. 
Niet te snijden, maar als ik dan wat harder mijn best deed, rafelde dat stuk dier in allemaal van die kleine, taaie, droge draden uit elkaar. 
En kauwen... Niet meer normaal. 
Maar goed, inmiddels heb ik in het snotje hoe ik een lekkere, sappige en malse kipfilet kan maken. 
Deze keer met een zelf gefabriekt pepersausje, die eigenlijk meer naar ui en knoflook smaakte, dan naar peper, maar dat heeft te maken met het feit dat mijn peperbus leeg was, maar ik nooit een tekort aan knoflook heb. 
Iets over de helft van mijn dienst, kreeg ik wat later pauze dan ik op had geanticipeerd. Sterker nog: het is dat mijn laatste vlucht vol zat met mensen waar ik over het algemeen weinig mee op heb, anders was ik hongerig aan de passagiers gaan knagen. 
Mocht ik eindelijk mijn kippetje (en de rest) in de magnetron schuiven, om lekker te gaan smikkelen, joepie. 
Dat smikkelen leek in eerste instantie goed te gaan, maar lui als ik ben (ik doe niet graag de afwas, zeker niet in een gootsteen waarvan sommige mensen vinden dat ze er hun afgelebberde koffiebekers voor de eerlijke vinder achter moeten laten) besloot ik mijn hele maaltijd met louter mijn lepel aan stukken te hakken. 
Zo ook mijn heerlijk sappige, malse stukje kip. 
Toen ik voor de derde of vierde hap die lepel in het stukje kip propte, had die kip ook wel genoeg van mijn luie tafelmanieren, en voor straf sproeide hij een flinke straal gepeperde nattigheid met een angstwekkende precisie (voor een dooie kip, that is) in mijn oog. 
Hete, gepeperde nattigheid in je oog. Dat doet pijn, kan ik zeggen. 
Ik heb nog heel de avond mopperend last gehad van die rancuneuze kutkip. 
Maar misschien had het niks met mijn tafelmanieren of mijn gordel te maken. Misschien was het wel gewoon een bang-for-buck-plofkip, die het laatste woord wilde hebben. 

Van het beetje hout dat er over is van de badkamer-verbouwing, wilde ik vele dingen maken. Een pergola voor bij de vijver in ons tuintje, was één van die zaken die we beiden willen. 
Maar daarvoor ontbrak er toch wel wat aan, en met de herfst en winter in aantocht, is een pergola om lekker buiten te zitten, niet meteen het eerste waar we aan denken. 
Wat wél in ons hoofd opkwam: een compostbak. 
Onze tuin heeft een veelvoud aan nog onontgonnen hoekjes en plekjes. Het is gewoon een groot ding, en we hebben al heel veel aangepakt en min of meer naar onze smaak gemaakt, maar met name ondergetekende moet heel erg wennen aan het feit dat er in een tuinierseizoen nu eenmaal niet alles mogelijk is. Vooral ook omdat ik nogal gedwongen door mijn betere helft ook moet genieten. 
Dat niet alles vandaag af hoeft, en dat perfectie geen vereiste of doel is. 
Eén van die hoekjes betreft letterlijk een hoekje. Een hoekje dat ver bij het huisje af ligt, en ook niet erg in het vizier. Er staat een zieltogend perenboompje, begroeid met en verstopt tussen allerhande grondkruipers en woekeraars, en we hadden er "for the time being" de restanten vijverfolie neergekwakt, omdat die zwart-groene lappen nu eenmaal erg ontsierend waren in de rest van de tuin, en we aan afvoeren nog niet toe waren gekomen. (Nog steeds niet, maar soit). 
Van dat hoekje besloot ik de afgelopen keren dat ik er was, een klein projectje te maken: ik ging de perenboom bevrijden uit de woekerende greep van wilde braam en andere lianen, de grond eromheen maakte ik vrij van bodembedekkers, die heel wat meer bedekten dan de bodem alleen: niet één keer dat ik op mijn achterste stuiterde omdat de vorige eigenaars er aardigheid in hadden om stalen pijpen de grond in te slaan, die dan 10 centimeter uitsteken. Omdat die dus ook overwoekerd zijn, zag ik ze niet en struikelde ik erover. 
Toen bleek dat hoekje toch hoe dan ook nagenoeg onzichtbaar vanuit het huisje en besloot ik dat dat een uitgekiende plek zou zijn voor een compostbak. Ten slotte: ik heb hout, ik heb gaas en karton: wat houdt me tegen om een plekje te maken waar ik zelf compost kan maken? 
Ik besloot niet al te moeilijk te doen: het nemen van de maat, deed ik met enige fantasie, en ondanks de voorzichtig opgeworpen bezwaren van mijn eega, toog ik aan de zaag. 
Het resultaat is een bak die groot genoeg is om Jente in te laten wonen, als ze later geen kamer kan vinden. Tegen die tijd de compost eruit scheppen, dat is goed voor alle voedsel die ze er dan zelf kan verbouwen. 
Ik ben vreselijk uit de bocht gevlogen. Ik had beter wél kunnen meten. 
Aan de andere kant: op die plek valt de grootte niet erg op, en eigen compost is toch best een mooi ding. 

En dit alles maar weer geschreven hebbende, staat uw weekend te beginnen, het mijne is net achter de rug. 
Nog maar vier dagen werken, en ik mag weer genieten van 10 vrije dagen op rij. Tijd zat om Jente's kamer de compostbak te gaan vullen met allerhande snoeirestanten. 
Ik wens in elk geval eenieder een fijne toe

 

vrijdag 11 september 2026

Pareltjes en muren.

 Ik heb de afgelopen week weer wat Pareltjes van het Platform mee mogen maken. 

De herfst lijkt (ik zeg lijkt, want als ik dat niet zeg, lijkt het erop alsof ik zit te mekkeren over de vele stortbuien die ons land inmiddels weer teisteren, en ik wil niet negatief lijken, dus zeg ik bewust dat het erop lijkt) zijn intrede te hebben gedaan: woeste winden en ratelende regenbuien zijn ons deel. 
Het was een vlucht die we niet standaard in ons takenpakket hebben zitten. En op zich is dat wel weer eens interessant. Kijkend naar de antraciete neus van een toestel ergens uit het Midden Oosten, in plaats van het tweekleurig blauw van onze 'Flag-Carrier'. 
We werden hierin ondersteund door een van onze onvolprezen busco's. 
Het ging om een B&G. Het vliegtuig wordt dan wél aan een brug gezet, maar omdat de grenscontrole een categorie strenger is, moeten de passagiers alsnog naar een andere grenspost worden gebracht, vandaar dat ze alsnog een afslagje eerder moeten nemen, en bij ons in moeten stappen. 
Als chauffeur dienen wij dan buiten onze bus te staan, en de reizigers onze bus in te dirigeren. 
Omdat contact met cabine-personeel nóg lastiger, zo niet ondoenlijk is, staat de busco erbij om te zorgen dat reizigers niet de mogelijkheid krijgen tot alternatieve en toeristischer escapades. 
Maar goed, vlak na het aansluiten van die brug, besloot men tot een extra controle, al in het vliegtuig, waardoor de reizigers letterlijk druppelsgewijs naar mijn bus kwamen. En dan helaas niet druppelsgewijs als de regenbui waar ik in stond te wachten. Het duurde en het duurde. 
Het is dat ik over een echt goeie en waterdichte jas beschik, als ik louter afhankelijk was van de verstrekte meuk, was ik serieus minder positief geweest. 
Maar onze busco bleek los van een prima gozer om mee te converseren, ook nog eens attent. 
Ik voelde op een gegeven moment mijn telefoon trillen in mijn zak, maar goed: ik neem nooit op als ik aan het werk ben. Spelen met mijn telefoon terwijl ik bezig moet zijn met passagiers vind ik nogal karig. 
Toen ik omhoog keek, stond de busco naar me te gebaren, en ik begreep dat hij het was die me belde. 
Telefonisch kreeg ik de mededeling dat er dus extra controles waren, en dat ik maar droog in mijn bus moest gaan staan. 
Dat is nog eens meedenken. Daar word ik heel erg blij van. Oprecht een parel van het platform.

Onze nieuwe bussen, ik ben er wel aardig content mee. Ik zeg bewust: aardig content, want het zijn fijn sturende wagens. Maar, omdat ik mezelf volslagen ongeloofwaardig maak als ik niet een heel klein beetje zou mekkeren, moet ik toch ook melding maken van het feit dat er niet zozeer "wat kinderziektes" in zitten: het zijn op bepaalde punten gewoon hele besmettelijke epidemieën die die bussen teisteren. 
Een van die kinderziektes betreft de deuren. Kinderziekte, of een complete poltergeist die af en toe groots en meeslepend wakker wordt om chauffeur en reiziger de stuipen op het lijf te jagen, met slapstick-achtige strapatsen. 
Het is me inmiddels vaker voorgekomen, dat ik een lading passagiers bij een vliegtuig breng, ik open de deuren, stap uit om de stroom reizigers in het snotje te houden, en het verdacht kalm vind, op die opstelplaats. 
Dan kijk ik eens wat gedetailleerder naar mijn bus, en zie dat die besloten heeft, om zonder dat ik daar expliciet toestemming voor gaf, de deuren gewoon weer dicht te doen. 
Ik weet dat dit kan gebeuren, om wat voor idiote reden dan ook, en toch verwacht ik het niet. 
En je staat gewoon voor lul. Gevoelsmatig. 
Het pareltje in dit geval, is puur cynisch, want het betrof een reiziger die zichzelf erg belangrijk vond. Ik moest hem niet één, niet twee, en zelfs niet drie keer verzoeken (het laatste verzoek betrof een grom, want ik was er klaar mee) om achter de lijn te gaan staan en daar nu eindelijk eens te blijven. 
Ik wil ten slotte verkeer van rechts kunnen zien aankomen, zodat ik kan remmen, en als die snuiter daar blijft staan, kan ik dat niet. Nou is het natuurlijk zo, dat als ik verkeer van rechts mis, omdat hij mijn zicht blokkeert, hij ook de eerste is die de hardste klap opvangt, maar goed, dat levert weer allemaal extra papierwerk op en daar heb ik gewoon geen zin in. 
Hoe dan ook: ik kwam aan bij het toestel, en meteen drong de man weer naar voren, en wéér moest ik hem naar achteren bulderen. Ik was er nu wel klaar mee. Wat een betonnen bord voor zijn kop. 
Na een paar minuten kreeg ik een duimpje van de stewardess, en besloot de poltergeist van mijn bus, om mij op grootse en meeslepende wijze gelijk te geven: ik opende de deuren, betreffende man wilde als een speer naar buiten: maar de poltergeist was sneller, en kwakte die deur meteen weer dicht. "KLABAM" en meneer daverde zomaar tegen die deur aan. 
De overige reizigers zagen dit gebeuren, en schoten in een daverende lach.
Ik heb vriendschap gesloten met Paul de Poltergeist van de MAN bussen. Zoveel karma, is gewoon een voedende zalf voor mijn ziel. 

Een ander pareltje is collega F. Collega F. is een ADHD'er tot en met, ondanks dat hij dat ontkent, en we carpoolen nogal eens samen. Levert ons beiden nog wat geld op, als het lukt. 
Van de week lukte dat niet, want ik was later klaar. 
Eenmaal op de a9, was ik er wel klaar mee: ik gaf een lekkere dot gas. In het donker wist ik het zeker: dat mooie donkere blauw, was de Fiat van F. Ik herkende dat kleurtje. 
Ik vond het ergens wel wat vreemd dat ik zoveel later, F. op de a9 nog inhaalde, maar ach, de beste man is nogal eens afgeleid dus het verbaasde me ook weer niet heel erg. 
Woest toeterend en opgewekt zwaaiend ging ik naast hem rijden. 
Om aangestaard te worden door een ouwe dame formaatje Erica Terpstra, die de schrik van haar leven kreeg. 
Mijn zwaaiende arm bleef wat schlemielig in de lucht hangen, en mijn laatste toeter stierf een wat besmuikte dood, zo vlak voor de gaasperdammer tunnel. 
Hier kon ik me echt niet meer met goed fatsoen uit redden. 
Een stevige dot gas dan maar. 
Collega F. stond al lang en breed onder de douche, hoorde ik later. 

Persvrijheid.
Toch een beetje het nieuws aanhalen. 
Ongehoord Nederland. Een flutje van een omroep, waarin zelfverklaarde journalisten voornamelijk complot-theorietjes en platte, halve feiten uit het kamp van conservatief-rechts-gristelijke hoek ophoesten. 
Populisme en polariseren, waren nagenoeg de enige talenten van de lieden binnen deze "omroep". 
Als je het mij vraagt, was de naam van dit omroepje volstrekt verkeerd gekozen. De doelgroep van deze club was nu juist het soort dat op sociale media en daarbuiten oorverdovend en oogverblindend (dat laatste vooral vanwege het aan analfabetisme grenzende gebrek aan grammaticale vaardigheden) hun meningen en """feiten""" hoorbaar en leesbaar wisten te maken. Niks ongehoords aan. 
De minister trekt nu de licentie in vanwege een paar uitspraken over meneer Hitler, welke de druppel waren die de emmer deed overlopen. 
Een ongelooflijk stomme fout, als je het mij vraagt. 
Ten eerste omdat ik oprecht vind, dat de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting een groot goed is. 
En als een omroep die wil gebruiken om zichzelf volstrekt belachelijk te maken: hey: laat gaan. Gewoon doen. 
Dat me dat als belastingbetaler een forse klap aan geld gaat schelen, vind ik niet zo relevant. 
Wat ik wél relevant vind, is dat wappie-populistisch-gristelijk-rechts nu gaat lopen huilstruiken dat hun omroepje en daarmee hun mening niet gezegd mag worden, en dan wordt zo'n omroepje zomaar een martelaar. 
Dom, heel dom. Liever in de openbaarheid, en weten wat zulke mensen bezighoudt. Dan kun je als het nodig is, je onderwijs erop laten inspelen. Mensen wat meer algemene kennis meegeven. Mensen wat stabieler en steviger ter been de maatschappij in laten rollen. 
Maar als je het eruit snijdt, mis je dus waar dat soort lieden mee bezig zijn. Een fout die veel dictaturen ook maken: alles wat anders is onderdrukken. Maar dan gaat het ondergronds, en mis je een heleboel vitale informatie. 
Had ze lekker laten reutelen. Het leverde op zijn best wat vermakelijke bullshit op, en verbazing mijnerzijds over de stompzinnige argumenten die ze op wisten te dissen. 
Dat er zelfverklaarde experts rond banjeren die oprecht vinden dat meneer Hitler een toffe peer was, is toch niet zo vreemd, uit die kringen? En dat mag. Men mag meneer Hitler een toffe peer vinden. Dat je jezelf daarmee nogal belachelijk maakt, is een gevolg. Ten slotte: een mening mag altijd ter discussie staan. Ik vind bijvoorbeeld mensen die meneer Hitler een toffe peer vinden, nogal idioot. Dat vind ik van mensen die oprecht menen dat de aarde plat is, ook. 
Hetzelfde gebeurde in Amerika: meneer Trump laat druk uitvoeren op een talkshowmeneer, om niet in gesprek te gaan met een democraat. 
Je reinste inperking van persvrijheid. 
Nu kun je van een oranje geschilderde baviaan in een apenland als de USA, ook niet veel meer verwachten dan dat, maar dat we in Nederland diezelfde kant op gaan, vind ik zorgwekkend. 

Dit betekent overigens niet dat ik mijn blog open ga stellen voor populistisch geneuzel, want hier heerst geen persvrijheid. Mijn mening is de enige die hier verkondigd wordt. Hier op mijn blog ben ik de baas, en iedereen die het er niet mee eens is, klikt het maar gewoon weg. 

Een kleine ontboezeming. 
In een gesprek met iemand die daar verstand van heeft, werd mij verteld dat ik een nogal dikke muur om mezelf heb opgetrokken. En op zich weet ik dit van mezelf wel. 
Toen mijn echtgenote en ik verkering kregen, schreef ik op deze blog daar al eens over dat zij opgewekt de muur om mij heen weghakte en zich gezellig naast me neervleide. Om er niet meer weg te gaan. 
Ze hakte wel de muur weg, maar niet het fundament van die muur. 
En in no-time stond die muur ook weer. Maar nu als veilige haven voor mezelf, mijn verkering-later-vrouw, en nog weer wat later mijn hele gezin. 
Die muur is iets moois. Als je hem zou visualiseren: zo'n prachtige heel erg dikke in mergel opgetrokken kasteelmuur, waar allemaal plantjes groeien, gewoon omdat moeder natuur toch wel sterker is dan wat de mens maken kan. Vogeltjes vinden er hun nestplaatsen en uitkijkposten maken dat iedereen die zich binnen die muur bevindt een mooi uitzicht heeft op wat er buiten speelt. 
En in die muur zit zo'n grote, dikke donker-eikenhouten poort, die open en dicht kan, om naar alle hartelust binnen of buiten te wandelen. 
Binnen die muur kan ik ik zijn. Kan mijn gezin veiligheid, geborgenheid vinden. 
Maar hoe mooi en veilig ook: het is en blijft een muur. 
Mijn gezin zou ik het liefste niet alleen achter die muur, tot in lengte van dagen beschermd en veilig houden, ik zou ze het liefste in een mooie vitrinekast zetten. Zodat ik weet dat er niks is dat ze zou kunnen raken. 
Maar dat kan natuurlijk helemaal niet. 
Jente is namelijk veel socialer als ik. Waar ik dagen, weken en misschien wel maandenlang comfortabel en tevreden als een kluizenaar achter mijn muur zou kunnen vertoeven, heeft Jente veel meer behoefte aan sociale contacten. 
En die muur, hoe mooi ook, lijkt dat toch wat te belemmeren. En dat maakt die muur een ambivalent ding. Want het laatste wat ik wil, is dat Jente last heeft van die muur. Die is er natuurlijk in eerste plaats voor mij. En Jente's veiligheid ligt misschien niet puur en alleen achter die muur, maar er juist ook buiten. 
Ik vind dat lastig. Heel lastig. Want voor mij is die muur een fijn en vertrouwd bouwwerk. Ik moet alleen voorkomen dat die muur voor Jente een gevangenis gaat worden. 
En met Ilse als medestander, lukt dat best aardig. 
De poort in die muur, staat in elk geval voor Jente in 2 richtingen, wagenwijd open. Althans, dat is mijn bedoeling. 

Genoeg werk aan de winkel, dus. 
En dat bovenop alle andere zaken die een midlife-kerel bezig houden. 

Anyway: dit maar weer geschreven hebbende, begint uw weekend, uiteraard moet ik de economie draaiende houden, dus ik wens u allen een beste toe. 


vrijdag 4 september 2026

Dubieuze complimenten, kleptomane vossen en wankele knoflook.

Ik heb wel eens te horen gekregen dat ik positief moet zijn. 
Als ik dat zo schrijf, lijkt het erop alsof ik een of andere mopperende boomer ben, persoonlijk vind ik dat meevallen. Ik ben gewoon erg kritisch. Op mezelf, op mijn omgeving.  
Dat was mede een reden om geen nieuwsberichten meer aan te halen in mijn blogs. Ten slotte is het zo dat het nieuws nu eenmaal niet echt iets is om enorm blije rondedansjes om te maken. 
Tot ik langs een berichtje kwam over een camping in Canada, waar men last heeft van een bende dieven, die het op schoenen gemunt heeft. 
Deze rekels zijn beslist niet kieskeurig, het zijn niet alleen belachelijk dure sneakers die gejat worden, maar ook sandalen en slippers werden van nietsvermoedende kampeerders ontvreemd, evenals comfortabele wandelschoenen. 
Heel soms verloren de schobbejakken een exemplaar, of vergaten stomweg de linkerschoen mee te nemen, de klachten van kampeerders bleven onverminderd aanhouden. 
Wie waren deze onverlaten dan toch? 
Een roedeltje van 5 vossen. 
5 van die rood-bruine rakkers die 's nachts over de camping struinden, op zoek naar nieuwe patta's. 
En waarom ook niet? 
Die vossen leven al jaren in het wild, en moeten ineens een kudde mensen in hun domein dulden die ook als een soort van onaangepasten in een vreemd stoffen holletje, in de betrekkelijke wildernis willen vertoeven. Ik snap best dat die vossen daar een soort van tol voor heffen. 
En mogelijk vinden ze het ook wel een prettig idee om hun eigen voetkussentjes wat veiliger over die woeste bospaden te kunnen bewegen. 
En geef toe: een nieuwsbericht over een kudde kleptomane vossen, is vele malen vermakelijker dan het bericht dat Trump een computerspelletje maakt over het uitzetten van migranten. Niet dat men iets smaakvollers zou verwachten van die oranje kwast, maar toch. 
En gesproken over schoenen: het is weer eens zo ver: ik ben een paar schoenen kwijt. 
Mijn Meindls. 
Schoenen die hun bestaan alweer dik 10 jaar geleden begonnen als stappers onder mijn VT-Blauw van de Koninklijke Marechaussee. Toen ik Het Wapen verliet, wilde men een heleboel terug, maar de schoenen en sokken kwamen niet op het lijstje met in te leveren artikelen voor. Daar was ik wel content mee. Niet zozeer met het feit dat ik die veel te dikke sokken mocht houden, maar een paar Meindls kost je als burger toch al gauw 250 euro, en ik kreeg er 2 zomaar kado. 
Het eerste paar is inmiddels overleden, en weg. 
Dat tweede paar heeft erg lang dienst gedaan als werkschoen, tot de huidige opdrachtgever besloot dat louter de wanstaltig oncomfortabele en volstrekt niet representatieve veiligheidsschoenen categorie s3 nog gedragen moeten worden. Het verschil is gewoon pijnlijk, letterlijk en figuurlijk. Waar de ene werkgever waarde ziet in goede schoenen, moet je het bij de ander doen met een paar Ali-express klompjes. 
Maar goed: na veel zeuren, mocht ik dan toch een ander paar Ali-express klompjes uitzoeken, en ook dat zijn uiteraard geen Meindls, maar het voldoet. Min of meer. 
Dus mijn laatste paar Meindls belandde werkloos ergens, en als ik ze weer eens vond, gebruikte ik ze op ons domeintje. 
Ons domeintje waarvan ik weet dat er ook vossen leven. En waarvan ik dus nu vermoed dat ook Nederlandse vossen lijden aan een of andere vorm van kleptomanie, want mijn Meindls zijn verdwenen. 
Ik kan ze niet meer vinden. 
Als Ilse weer een beetje boven Jan is (ze had een forse keelontsteking) laat ik haar eens zoeken, want haar zoek-en-vooral-vind-skills zijn ongeevenaard. 

Nederland staat nauwelijks bekend om zijn uitgebreide en extatische porno-productie. Kim Holland, schiet me zo even te binnen. En natuurlijk Don en Ad. Het olijke duo van extreem fout gestileerde kerels die met zinneprikkelende websites als het NK-zaadslikken en Rijschool 69 een hele cultstatus wisten te bereiken. 
Zij lieten hun acteurs (of zichzelf, indien zij het "mannelijke acteertalent" waren) als een soort van parodie op het concept "foute man" uitdossen, om vervolgens met zo'n meisje aan de slag te gaan. 
Het was zó gruwelijk fout dat ik me met een vlaag van zeldzame empathie afvroeg of zo'n meisje dan niet a) droger dan het aralmeer werd, b) door de slappe lach dusdanig veel trillingen in haar lijf kreeg, dat het mannelijke talent voortijdig tot ontploffing kwam. 
Maar goed, dat is dus de Nederlandse porno die ik "ken". Van vroeger. 
Ik ben uiteraard niet de enige, want nog niet zo lang geleden was er een collega die mij ervan beschuldigde dat ik op één van die snuiters zou lijken. 
Dat zit zo: 
Toen onze badkamer af was, had ik dik een maand geleefd zonder daadwerkelijk prettig functionerende spiegel, waarbij ik mijn gezichtsbeharing in toom kon houden. 
Ik moest dus redderen met mijn tondeuse, en een spiegel in de gang van ons domeintje, en een dekseltje of iets dergelijks onder mijn kin, om te voorkomen dat wegschietende stoppels overal en nergens zouden belanden. 
Toen ik eindelijk in de badkamer aan de slag kon gaan om mijn gezichts-struik bij te werken, was ik ook in alle staten van trots en vreugde, dat ik té enthousiast tekeer ging: daar ging de helft van 1/3e van mijn baard. Maar mijn snor bleef ongemoeid. 
Vorige keren dat ik wat lompig uitschoot en mijn smoel-struik ongewenst decimeerde, maakte ik het vloekend af, en schoor ik alles maar weg. 
Deze keer (overigens ook niet de eerste poging tot snor) besloot ik om te redden wat er te redden viel, en ik liet mijn snor ongemoeid. 
Dat is altijd een beetje puzzelen, want mijn gezicht is verre van symmetrisch, dus ik moet wat knutselen met de tondeuze om het toonbaar te maken, maar naar mijn idee was ik best geslaagd in het in stand houden van iets dat in ontluikende fase van een prachtige snor zou kunnen worden. 
Tot een collega me dus fijntjes meldde dat ik hem deed denken aan Don en Ad. 
Voorwaar een dubieus compliment. 
Maar omdat het toch een compliment is, blijft de snor voorlopig mijn smoel sieren. Waarom ook niet. Eventuele reizigers die ik ermee afschrik, zien mij toch niet meer terug. Dus dat trauma is in elk geval voor mij beperkt. En mensen die me vaker zien, en moeite hebben met het stukkie tuinbouw onder mijn neus, die moeten hun hoofd maar wegdraaien als ze me zien. Daar kan ik prima mee leven. 

Het leek een puik plan: haal een hele stapel dakpannen naar ons domeintje, om wat moestuin cq. knoflookbakken van te maken, maak die bakken, gooi er aarde in, en doe de tenen in die aarde. Dát zou er nog eens mooi "cottage" uit zien. 
De eerste bak stond vrij snel. Niet perfect, maar wel stevig en als een bak. 
Niet perfect, want ik ben nu eenmaal niet heel erg gestructureerd als ik geen ritalinnetje snoepte. 
Maar het stond. 
Toen kwam ik er achter dat de plek die ik uitkoos, net te weinig zon zou krijgen, dus mogelijk niet de grote opbrengst aan knoflook op zou leveren die ik wenste. 
Goddank had ik zoveel dakpannen dat ik een tweede bak kon maken, op een plek die veel meer zon zou krijgen. 
Ik had echter weinig rekening gehouden met de bodem, die op zijn zachtst gezegd niet geheel egaal was. 
De uitkomst laat zich raden: het staat, maar daarmee is alles gezegd. 
En de knoflook, die moest nu toch echt de grond in. 
Oke, dat had dus voor mij als knoflookliefhebber een wat meer glorieus moment moeten zijn. 
Mijn nieuwe en grotere knoflookbakken in gebruik nemen. 
Niet alleen was het veel meer pas- en meetwerk geweest, en was de uitkomst op zijn zachtst gezegd wat wankeltjes: toen ik zover was dat de knoflook daadwerkelijk de grond in ging, regende het pijpestelen. 
Daar ging mijn voorgenomen plechtige plant-moment. Doorweekt van de net-niet-meer miezigerige motregen, heb ik in grote haast de tenen onder de grond geschoven, in de hoop dat ik volgend seizoen een majestueuze oogst zal kunnen genieten. 
En dan krijg ik van ome K. nog een paar extra bolletjes, gewoon omdat meer knoflook altijd beter is. 

En dit alles maar weer geschreven hebbende, had ik dus een dagje vrij, dat alweer op zijn einde loopt. Uw weekend staat te beginnen, ik wens u een allerbeste toe. 

Beestachtig.

 Eigenlijk is het best beestachtig.  Vroeger, in die duistere tijd van de middeleeuwen, werden mensen die niet helemaal voldeden aan het wer...