Het was er weer één voor in de boeken.
Zo'n dag waarop "de systemen" besluiten om op volle oorlogssterkte tegen elkaar te gaan vechten.
En alsof dat niet erg genoeg was, niet alleen tegen elkaar, maar ook met elkaar, tegen ons.
Tegen de afhandelaars.
Tegen de airlines.
Tegen alle partijen.
Dat veroorzaakte een chaos waar je U tegen zegt, met een hoofdletter waar je (inderdaad: ook al) U tegen zegt.
Voor ons leverde dat een bijkans bezopen schouwspel op van vluchtnummers die niet correspondeerden met toestelregistraties.
Toestelregistraties die niet correspondeerden met de locatie waar zo'n vliegtuig zich zou moeten bevinden. Bestemmingen die niet klopten met vluchtnummers
Hoeveelheden passagiers die niet klopten met de hoeveelheid aangegeven bussen.
Ik leef op bij dit soort chaos. Ik vind het prachtig.
Uiteindelijk kregen we de uit wanhoop voortkomende boodschap dat we bij binnenkomende vluchten zelf maar via Flightradar moesten kijken of ons toestel bij aankomst uberhaupt al was opgestegen van het vertrekpunt, en zo ja: waar die was en waar die terecht zou komen. En zelfs als die machine al voor de landingsbaan hing, was dat nog geen garantie dat hij ook daar zou komen, waar die verwacht werd te komen.
Regelmatig klonk het dan over het kanaal of iemand toestel XYZ gezien had, en zo ja: waar.
Of ook bizar: bij de gate wegrijden voor een vertrekkende kist, om bij aankomst bij die kist te ontdekken dat het toestel waar die mensen mee zouden vertrekken volgens schema, nog helemaal niet in de buurt van Schiphol was, sterker nog: dat stond nog te wachten op toestemming om op te stijgen bij zijn vorige vlucht.
We kregen de expliciete opdracht om bij zowel gate-agents als bij cabincrew de vluchtgegevens te controleren, om er voor te zorgen dat passagiers voor London ook wel echt in een machine naar London stapten, en niet naar Praag. Die opdracht kregen we niet één, niet twee, niet tien, maar wel twintig keer via portofoon en via de boordcomputer doorgestuurd.
En dan zie je toch wel een groot gapend gat tussen de ervaren chauffeurs en de nieuwe chauffeurs: het was één amorfe kakafonie van onzekere lieden die bij elk wissewasje de regie nodig hadden.
Groots respect voor onze regisseur die ondanks dat alles zijn kalmte hield. Ik had er allang een aantal minder formidabele opmerkingen uitgeslingerd over de radio.
Ik nam die dag een deel van het late pendeltje over van collegaatje N. Zij is één van die toppers voor wie je dat doet, gewoon omdat die pendel erg lang is, het opbreken prettig. En als je dat eerste uurtje doet, heb je een rustige afsluiter van de dag.
Maar goed, omdat het dus zo'n chaos was, en de regisseur wanhopig vroeg of mensen langer wilden blijven, gaf ik aan met het thuisfront overlegd te hebben, en dat hij me na dat uurtje nog wel even wat langer kon gebruiken, indien nodig.
Bleek uiteindelijk dat ik mezelf had blootgesteld aan een dienst van 10 uur. Moet kunnen, want het komt ook vaak voor dat we eerder weg kunnen. Maar toch: 10 uur, zolang heb ik lang geen diensten meer gedraaid. En met de chaos die er was, ben je dan nog meer op je qui-vive, dus best pittig, zo alles bij elkaar.
Probleem na 2300 uur is echter wel: we kunnen niet meer de poort uit, want ondanks dat het teamwork moet zijn, als zulke incidenten zich voordoen: de beveiliging van onze poort, trekt gewoon de stekker eruit, en laat het team voor wat het is. So much for "Teamwork Makes The Dream Work". Niet voor de beveiliging in elk geval. Dan zal het wel teamwork zijn: stipt om 2250 de poort sluiten, en laat de laatblijvers het maar uitzoeken.
Op zo'n dag merk je dan wel welke collega's er bovenuit steken. In dit geval collega N. Ik nam dus haar pendeltje deels over, maar toen wij met de club nablijvers naar huis konden, bood zij aan om in plaats van meteen naar de poort te rijden, waar wij dan wél nog uit kunnen, eerst nog even langs het tenderplein te komen, om ons op te halen. Zoals ik al zei: voor zulke collega's neem je graag een pendeltje over.
Het was tijdens één van die vluchten, dat het wat regende. Door stom toeval stond ik bij het goede toestel, en de mensen konden gelukkig gelijk boarden ook. Ik zag al dat de 2e bus nog lang niet in de buurt was van de gate, dus vond dat ik alle tijd had. En die namen we ook. Want ik raakte in een extreem gezellig gesprek met een echtpaar dat er voor koos om zo lang mogelijk te schuilen tegen de regen, in mijn bus. Het was waarlijk een heel genoeglijk gesprek. Over het weer. Over onze magnifiek falende systemen. Over mijn baan. Een aangezien de mensen weinig haast maakten op de trap, en het echtpaar weinig zin had om zinloos nat te worden in de regen stonden we daar.
Tijdens het gesprek hoorde ik ergens wel een "Toettoet", maar ja. Er wordt zoveel getoeterd. De trap was inmiddels half leeg. "Toettoet". Maar goed, het was gezellig, we lachten veel met elkaar, en er was veel te kletsen. "Toettoet". Ik meldde die mensen nog dat sommige figuren op het platform zo weinig geduld hadden. Alsof er haast zou zijn.
Ik keek toch maar eens naar achteren, om daar een mild-geirriteerde collega te zien staan. Ik keek nog eens op mijn boordsysteem, waar had moeten staan dat de beste man al lang vertrokken was. Maar volgens mijn systeem, had de lieve man die opdracht nog helemaal niet eens geaccepteerd. Sta je dan, met je bek vol tanden.
Het kan zomaar onverwachts toch sneller gaan dan je op basis van het recente verleden zou verwachten.
Groots respect voor onze regisseur. Die staat bekend als behoorlijk pittig. Accepteert geen onzin, geen geouwehoer, en eist dat je zonder geneuzel je werk gewoon doet. De manier waarop hij dit met ons doorstond was van een grote klasse. En zelfs met alle wanhopige uitspraken over niet bestaande vluchten, ontbrekende machines en bestemmingen aan de andere kant van de kompasroos, was hij er heel de tijd bij. Professioneel tot het laatst.
Bij ons afscheid voor de dag heb ik hem maar gezegd dat we hier een biertje op moesten drinken. Zo zout krijg je ze namelijk niet vaak voor je wielen. [Aanvulling: ik vind nagenoeg alle regisseurs toppers. Elk op hun eigen manier, met hun eigen streken, zijn ze prettig als professionals, en als mens].
Kent u dat mopje van dat gezin dat een nieuwe vloer zou gaan leggen?
Ik inmiddels wel: dat deden ze niet.
We willen een nieuwe vloer. Want de huidige is wel heel erg gaar. En om zulks praktisch te doen, is de zomer eigenlijk de beste tijd, want dan kunnen alle meubels gewoon buiten in de tuin, gedurende de tijd dat de vloer gelegd wordt.
Maar ja. De bank stortte ook in, en omdat ik bij thuiskomst het heerlijk vind om lekker nog even op een bank te ploffen die daadwerkelijk lekker zit, ligt, hangt en leunt, was dat ook wel een prio.
De bank won, en dus kochten we een pracht van een bank.
Maar ja. We hadden dus geen vakantie gepland of geboekt. Want vloer, weet u nog? En ach: in december naar een schilderachtig Engels eilandje, mag ook vakantie genoemd worden.
Ik hik dus aan tegen een lange zomer doorrijden, tot december waarin we wél een vakantie zouden houden. Ten slotte heb je als loonslaaf recht op 21 dagen onafgebroken vrij.
Wél was ik zo intelligent om een paar snipperdagen op te nemen in de zomer, zodat ik nog iets kan meemaken van mijn kind in vrije tijd.
En met een compensatiedag erbij voor extra gewerkte uren, bleek ik ineens toch een mooie 9 dagen op rij vrij te zijn.
En toen ging het kriebelen. Wat als? Stel je eens voor. Last minute haalbaar?
In de tijdspanne van een dag ben ik erin geslaagd om inderdaad een paar dagen weg in de Franse Ardennen te boeken.
Oke, de vorige keer dat we er waren, was het weer kwalitatief uitermate teleurstellend. Maar dit keer gaan we in een stacaravan. Wel op een camping waar we al eens waren, en waar we enorm genoten hebben van mooie eigenaars, een fantastisch lieve "camping-oma" die geheel vrijwillig de animatie op grandioze wijze op zich nam.
Ilse is wat minder van het teruggaan naar reeds ontdekte plekken. Ik wat meer. Maar zó erg last minute was het serieus meer geluk dan wijsheid dat we nog érgens terecht zouden kunnen, en dan liever terug naar een plek waar we het naar ons zin hadden, dan naar een plek waar het volkomen ruk was.
Ik ben blij. GROTE BLIJ. Toch nog even naar mijn geliefde Frankrijk. KAAS!!!! VLEES!!!! ik hoop op ZON!!!!.
Mijn nieuwe brillen zijn binnen. En het is wennen. Heel erg wennen. De gewone bril gaat nog wel, maar als zonnebril koos ik voor een stoere, 'sportzonnebril'. Staat me beeldig. Heel mans.
Nadeel aan zo'n sportzonnebril is dat het om je hoofd zit als het ware. Het maakt eenzelfde curve als je gezicht. En de glazen ook.
Als je nu geen afwijking aan je ogen hebt, kan ik me voorstellen dat het niet zoveel uitmaakt. Maar ja. Ik heb nu eenmaal een afwijking. En dan is zo'n gebogen glas toch net even anders.
Mijn blikveld beweegt als mijn ogen bewegen.
Volgens de opticien moet ik daaraan wennen. Ik vind het vreemd als een stijve, in driedelig gestoken pak, zakenman, in mijn ooghoek een beetje fluïde staat te zwaaien.
Dat doet hij niet zelf, dat doen mijn ogen, samen met mijn bril. Enigszins grinniken moest ik daar om.
Mijn gewone bril is een breuk met het verleden. Ik heb een groter montuur, waardoor er meer zichtbaar wordt, zonder dat ik dat nu per sé had gewild. Minder vierkant-rechthoekig. Ik zie nu dingen, waarvan ik me niet bewust was dat ze er waren.
Dus ik heb weer een frisse kijk op de wereld.
En dat kan geen kwaad.
Uw weekend is aanstaande, ons minivakantietje ook. Ik wens u allen, en onszelf een beste toe.
vrijdag 25 juli 2025
Ik zie het allemaal weer fris ten onder of naar boven gaan.
donderdag 17 juli 2025
Trip down memorylane.
Tijdens een korte tussenstop voor het inslaan van wat benodigde rookwaren, word ik met een klap teruggeslingerd naar de "zero's".
Mijn studententijd.
Meestal zijn dit soort herinneringen doorspekt met minder positieve gevoelens, maar in dit geval is het meer weemoed.
"Das war einmal".
De man die me mijn begeerde stinkstokjes verkocht, kwam mij namelijk enorm bekend voor, maar ik kon niet zo goed plaatsen hoe, wat of waar. Het "wie" wel, want zijn naam prijkte op een naamplaatje dat op zijn borst geprikt was.
Een breed, vriendelijk gezicht. Plat Amsterdamse tongval.
Iemand die duidelijk gewend was aan klantcontact, en daar veel voldoening uit haalt.
Tijdens het wachten tot hij mijn peuken had gevonden, viel het me in: De Lusthof!
Ik sprak hem aan, en vroeg hem, wat aarzelend, of hij toevallig de Ad was. Van Tonny en Ad, die in de van Baerlestraat mij dik 20 jaar geleden heel wat biertjes had getapt.
Hij complimenteerde me met mijn geheugen, en verzuchtte dat hij die kroeg 20 jaar lang gehad had, en toen...
Toen kwam corona.
De rest is geschiedenis.
Ik voelde dat ik meer wilde zeggen, en hij ook. Maar het was spitsuur bij dat pompstation, en ik moest door, naar mijn werk. Had ik toch wat meer tijd moeten forceren? Misschien. Misschien niet.
Tijdens de rest van de reis belandde ik in een soort van herbelevenis. Het werd een letterlijke "trip down memorylane"
De Lusthof.
Ik kwam als 19 jarig manneke aan in Amsterdam. Verse student en totaal niet voorbereid op "een eigen leven".
Maar sociaal genoeg om heel snel in de gaten te hebben dat voor het opdoen van nieuwe contacten, de kantine onderin het gebouw niet toereikend was.
De stamkroeg van het conservatorium lag namelijk dik 300 meter verderop, strategisch gelegen tussen het conservatorium en het concertgebouw.
De Lusthof.
Een gezellig bruincafe alwaar Tonny en Ad met veel genoegen de skepter zwaaiden. Altijd beleefd. Altijd vriendelijk. Altijd een praatje, met die platte, Amsterdamse tongval, die juist bij hun zo vreselijk charmant was, en bij mij persoonlijk als Limburger enorm populair.
Een intieme sfeer als het rustig was. Gezellig als het druk was. Simpele kaart voor een hapje. En sloten bier.
Zonder uitzondering een opbeurend woord als je er even doorheen zat. En ze deelden in je enthousiasme als je iets te vieren had.
Liters liefdesverdriet heb ik daar weg staan tanken. Een verse date, altijd gezellig om elkaar op een rustig moment wat beter te leren kennen onder het genot van een drankje, met uitzicht op het museumplein.
Verjaardagsborrel? De Lusthof.
Lange lesdag? De Lusthof.
Voorspeelavond? De Lusthof.
Gezellig doen? De Lusthof.
Concert bezocht? De Lusthof.
Concert gespeeld? De Lusthof.
Tonny en Ad zagen ons met veel plezier komen, en deelden en deden enthousiast mee met onze sentimenten.
Want wij behoorden niet tot het typische Leidseplein- of Rembrandtplein-publiek. Wij lieten, weliswaar compleet bezopen, de spullen heel. Wij gooiden geen fietsen door de ruiten. (Al was het maar omdat we daags erna bij Broekmans en van Poppel toch weer een paar kilo bladmuziek moesten aanschaffen, en we dus die etalages wel heel moesten laten). En vechtpartijen, dat deden we ook al niet.
Waren we zelfs een beetje te snobistisch voor. (En te zeer beducht op blessures als gevolg van. Die ledematen hadden we nodig om te musiceren, daar moesten geen messen in, breuken aan of vuisten tegen. En voor ons als blazers: het nathouden van de lippen met sloten bier, was voldoende. Agressieve massage met vuisten zou overkill zijn geweest.).
En ondanks dat ze absoluut geen charitatieve instelling waren: "Marnix, is het nu wel verstandig om dit biertje nog te nemen?" Want zo waren ze ook. Ze wilden ons best dronken voeren, maar altijd tot het punt dat ze zagen dat je genoeg had gehad. Je moest thuis komen, om de volgende dag (al dan niet met kater) vrolijk weer terug te keren.
En een keertje je portemonnee vergeten? Geen probleem, de volgende dag kwam je gewoon renteloos je schulden betalen. Dat wilde je ook. Want Tonny en Ad waren toppers. Er was maar één Lusthof, en daar wilde je moreel en praktisch welkom blijven. Maar het kon. Ze deden nooit moeilijk.
Oh, en je kon er roken. Want een biertje in de kroeg, daar hoort een peuk bij.
Omdat ik mijn studententijd niet in Amsterdam woonde, maar in aanpalende gebieden, overkwam het me vrij vaak, dat ik de laatste mogelijkheid naar huis stomweg miste. Het werd dan de eerste mogelijkheid. Met een kegel om jaloers (of misschien wel beter gezegd: misselijk) van te worden, stapte ik dan tussen de forenzen naar hun werk, in de trein naar huis. En het is me meermalen overkomen dat ik rechtstreeks vanuit de Lusthof via de luxe bakker naast het conservatorium voor koffie, jus en een croissant om de dronkenschap te maskeren, naar de eerste les banjerde. Of ik daar dan heel erg goed presteerde, waag ik te betwijfelen. Ik deed niet voor niks wat langer over mijn studie, hoewel dat niet uitsluitend aan mijn frequente bezoeken aan de Lusthof te wijten was.
Mijn eigen "grande finale" als student vierde ik er ook.
Eindexamen gedaan. Ik was officieel Bachelor of Arts. Een bewijs van goed gedrag in de vorm van een HBO-papiertje, waar ik verder geen drol mee kon. Maar toch. Groots feest. Eindelijk vrij.
En vol trots toog ik met dat wat op dat moment mijn vrienden waren, naar de Lusthof.
Er werd een rekening geopend, en Tonny en Ad zorgden de hele avond dat mijn aanhang van hun natje en droogje voorzien werd. Het was misschien wel het grootste feest dat ik ooit gaf op een plek waar ik toch een beetje mijn hart aan verpand had.
En toen ineens was het klaar.
Ik was ineens geen student meer. Ik moest werken. En ik ben er dus ook nooit meer geweest. Ten minste, niet dat ik me kan herinneren. Ik kwam ook nooit meer in de buurt. Ik kwam overal als muzikant, maar nooit meer in het conservatorium. Niet op de van Baerlestraat in elk geval. En omdat ik daarna Amsterdam voorgoed verliet, was er ook geen tijd of mogelijkheid meer voor.
Dus van het ene op het andere moment was ook de Lusthof iets uit een heel andere tijd.
"Das war einmal".
De rest van de rit naar mijn werk dacht ik terug aan al die momenten. En ik merkte dat ik continu een soort van glimlach op mijn smoel had. Maar ook een beetje gedeeld verdriet. Want Ad, de onvermoeibare, vriendelijke Amsterdamse kroegbaas, die zo'n stap terug moest doen, na het verlies van zijn dierbare Lusthof, is toch iets dat ik slecht kon plaatsen.
Van de Lusthof in de van Baerlestraat naar de BP aan de A6. Hulde voor de veerkracht van de man om door te gaan. Want dat doe je als mens. Je gaat door. Hoe dan ook. Het lijkt normaal en logisch, maar er zit altijd een menselijke rafelrand aan zoiets. En om die rafelrand enigszins weg te poetsen, daar is kracht en veerkracht voor nodig.
Aan de andere kant: niets is zeker in het leven. Alles kan veranderen. Ik kijk naar mezelf. Van muzikant naar buschauffeur. Ook niet zonder gemengde gevoelens. En uiteindelijk blijven de mooie herinneringen gelukkig ook hangen.
Al een poosje (en ik kan me voorstellen dat ik hier vaker over het zitten jeremiëren) merk ik dat ik eigenlijk een leesbril nodig heb. Pijnlijk, want daarmee wordt duidelijk dat ik niet meer de jonge god ben die ik ooit was. Met nadruk op jong, want ik beschouw mezelf eigenlijk nog steeds wel een beetje als goddelijk.
En omdat het alweer 2,5 jaar geleden was dat ik mijn ogen op liet meten, toog ik samen met mijn betere helft naar de brillenboer(in) in het Almeerse om een paar nieuwe brillen op mijn snoet te passen en proberen.
Mijn huidige montuur levert me nogal eens wat doorligwondjes op mijn neus op, en dat vond ik op zichzelf ook al wel een reden om voor iets nieuws te gaan, en na 2,5 jaar hebben mijn monturen het einde van hun levensduur wel zo'n beetje gehaald.
Na het passen bleek dat voor een oogmeting een aparte afspraak gemaakt moest worden, dus dat was deze week.
Gelukkig hadden de dames van de specsavers goed onthouden welke montuurtjes ik had geblieft, dus was het na de meting afrekenen en wegwezen. Volgende week mag ik ze ophalen.
Een varifocus bril zagen de opticiën en ik niet als iets dat toegevoegde waarde heeft. Voor mijn werk en het rijden, is het niet nodig. En als ik mijn bril af zet, kan ik prima lezen. Ik zou eventueel kunnen redderen met een leesbrilletje over mijn gewone bril, maar dat ziet er niet uit en is nog onhandiger dan gewoon mijn bril van mijn smoel rukken en lezen.
Maar het voelt wel een beetje als een middelvinger van mijn lijf naar mijn naar letters smachtende ziel.
Vanwege de doorligwonden op mijn neus, ben ik toch maar, zij het aarzelend en vooral op voorspraak en goede smaak van mijn vrouw, afgestapt van het door mij zo gewaardeerde (naja dus ook wel in afnemende mate) illustere merk Converse. Dat heeft weinig te maken met het eventueel boycotten van oranje bosmongool Trump, want ik ben niet principiëel genoeg om dat met goed fatsoen door te voeren en doorgevoerd te houden. Bovendien: ik denk dat mijn nieuwe bril ook van Amerikaanse afkomst is.
En nog bovendiener: ik heb net vrolijk via de 'memberclub' van Nike een paar Nike's besteld, die ik qua kleur helemaal zelf samen heb gesteld. Granted: het hoofdkantoor van Nike zal wel in Yankee-land liggen, maar ik koester mij dan maar met de hartverwarmende gedachte dat er ergens in Azië een kind een extra kommetje rijst krijgt voor mijn nieuwe patta's.
Het leuke van die zogenaamde 'memberclub' is, dat ik niet alleen voor mezelf helemaal naar mijn smaak gemaakte comfortabele schoenen kan kopen, maar voor Jente kan ik dus ook, samen met haar een leuk paar in elkaar zetten. Als ze eenmaal maatje 35 heeft, want er geldt dus een minimum-maat voor die dingen.
En dat maar weer geschreven hebbende, is het zowaar voor de normale lezer weer weekend. Mijne komt tot een einde. Ik ga doen alsof het weekend niet bestaat en lekker werken. Ik wens u allen een goede toe.
vrijdag 11 juli 2025
Pareltjes, en een culinaire snob
Ik schrijf vaak over pareltjes van het platform. Dat kan positief en negatief zijn. De negatieve pareltjes, noem ik dus ook cynisch "pareltjes". Vriendje F. noemt ze dan 'kadootjes'.
De cynisch aangeduide pareltjes komen bij mij voort uit mijn voortdurende verbazing over het gebrek aan gezond verstand bij mensen. Mensen die oprecht lijken te denken dat het feit dat je geld betaalt voor een vliegticket, je gelijk een vrijbrief geeft tot het vervuilen van een bus. Tot het geven van grote monden. Tot het uithalen van de meest bizarre stunt.
Er staat bijna altijd als je een ticket boekt, dat je je (ondanks dat je een klap geld uitgeeft) toch dient te houden aan de regels die gelden bij de airline waar je boekt, alsook die van de luchthaven waar die airline gebruik van maakt. En dat je, door het boeken, je akkoord gaat met die regels, en je je daaraan zult houden.
Een van die regels: volg aanwijzingen van het personeel van airline en luchthaven op. Die doen dat niet voor niks: veiligheid en soepele afhandeling voor alle reizigers.
Tuurlijk: ik snap heus wel dat je niet alle regels kent. Dat je wat gespannen bent. Dat je het even niet zo goed weet.
Maar de meeste mensen van airlines en luchthavens zijn echt wel vriendelijk, professioneel en empathisch genoeg om je fatsoenlijk te verzoeken om iets wel dan wel niet te doen. En daar zelfs (mits daar tijd voor is) uitleg over te geven.
Blijkt voor sommige reizigers echt een stap te ver te zijn. Het ego kan maar moeilijk wennen aan het idee dat iemand anders het voor het zeggen heeft. Mensen die botweg weigeren om je aanwijzing op te volgen. En dan vervolgens boos worden, omdat ik streng optreed. Mensen die werkelijk denken dat de afhandeling een tot een stop komt, omdat zij iets vergeten zijn. Zo werkt dat niet. En als je enigszins logisch kan nadenken, snap je dat ook. Maar dat vereist wel het aan de kant zetten van het ego. En dat....
Meestal leidt dat voor hun nergens toe. En inmiddels weet ik hoe ik ermee om moet gaan. Ik heb gladde schouders. En die waardeloze werkplunje is dan weliswaar nauwelijks waterdicht te noemen, het is wél glad, dus onnadenkende pax glijden er moeiteloos langs af. Ik heb wat te vertellen, en met collega's kan je dan vervolgens bizarre ervaringen uitwisselen en er hartelijk om lachen, of misschien wat tips and tricks uitwisselen.
Overigens: zo'n luchthaven is een stad op zich. De mensen die er werken, zijn net zo divers als de mensen die er reizen. En dat kan ook tot strubbelingen leiden. Niet omdat we er doelbewust op uit zijn om elkaars werkdag te verknoeien (hoewel bij sommige bedrijven het een soort van sport lijkt om zo debiel mogelijke chauffeurs in dienst te nemen. Ik noem geen namen, maar grondsnelheid is daar één van) maar gewoon omdat we allemaal mensen zijn die wel of niet hun dag hebben. En ik ben een voorstander van elkaar ook wat ruimte te laten. Ook als ze even wat minder lekker in hun vel zitten. Je weet nooit wat er achter dat gezicht allemaal speelt.
Gelukkig zijn er ook échte, oprechte pareltjes.
Ik was met een volle bus afgestuurd naar een toestel. En ik was het toestel tot op spuugafstand genaderd. Ik zag de stewardess al vrolijk naar me kijken en met haar opgestoken duimpje naar me zwaaien.
En dat was het moment waarop de regie mij de volgende mededeling gaf: "Marnix, op verzoek van de gate-agent graag terug, want er is nog één verlate passagier die mee mag". Ik antwoordde nog dat ik op het toestel zou kunnen spugen, als ik niet zo goed was opgevoed, maar goed: regie's wil is wet, dus ik draaide vrolijk zwaaiend naar de stewardess mijn bus weg van het vliegtuig en reed terug naar de gate. Ik zag de verbijstering in haar ogen toen ik de draai maakte.
Bij de gate aangekomen werd de deur door een erg enthousiaste gate-agent weer geopend en er stapte een dolblije oudere dame uit met de woorden:"Thank you, THANK YOU SO MUCH. I'm going to kiss you".
En voor ik in blinde paniek achter mijn stuur kon vluchten, voegde zij de daad bij het woord.
Dat had ze nou écht níet hoeven/moeten doen.
Bij de tweede aankomst bij het toestel, stond de stewardess nóg enthousiaster te zwaaien, haar duim bijna ter hoogte van de regenwolken boven ons. Tijdens het uitstappen meldde de laatkomster nogmaals hoe dankbaar dat ze was en dat ze voor me zou bidden. Ik vond dat laatste persoonlijk wat luguber, maar hey: het komt uit een goed, doch ietwat gestressed hart, denk ik dan maar.
En daar kan ik dan best weer even op teren. Zulke paxen.
Of dat hele kleine meisje, dat leunend op haar vaders schouder, tijdens het traplopen, nog even "kiekeboe" met me speelde.
De dreinende kleuter die hongerig was, en wiens moeder me dankbaar aankeek, toen ik hem een pakje Sultana's kon geven.
Maar ook de afhandelaren.
De schoonmaker die me elke keer dat hij me ziet, een box komt geven, gewoon omdat het een leuke gozer is.
De tankchauffeur, die haast verlegen komt vragen of ik even plaats wil maken, in plaats van lomp te toeteren, terwijl hij ziet dat ik a) op de juiste plaats sta, en b) dat ik met paxen bezig ben.
De bagage-afhandelaar die even in mijn bus wacht omdat het pijpenstelen regent, en als dank een komisch zonnedansje doet.
In de categorie "mooi nieuws":
Ik ben gezond verklaard door mijn huisarts. Mijn bloedwaardes waren zó enorm mooi, dat ze spontaan uit de bocht vloog en verklaarde dat ik zelfs geen diabetes heb. Ik moest grinniken, want dat heb ik natuurlijk wel, maar blijkbaar ben ik zó goed ingesteld dat zelfs minder nuchter mijn bloedwaardes prachtig zijn. Wat diabetes betreft dan.
Daar moesten we dus gezamelijk om grinniken.
Maar goed. Ook geen gedonder in het voor-onder.
Geen gedonder, er is niks gevonden dat zorgwekkender is dan wat we al wisten: prikkelbare-darm-syndroom.
En na doorvragen kreeg ik ook de tip om eens te kijken of lactose-vrij voedsel misschien ook wat verlichting zou kunnen brengen. En dat zou logisch zijn, want de meeste last heb ik in de ochtend, als ik een bak brinta naar binnen heb zitten globberen. En brinta maak je aan met melk.
Meegekregen om eens te kijken wat een lactose-vrij dieet eventueel voor verlichting zou kunnen brengen. En dat moet streng, want anders kun je het laten.
Als je lactosevrije melk zoekt, en lactose vrije toetjes, dan kom je dus in de veganistische hoek van de Albert Heijn uit.
Jawel: de VEGANISTISCHE hoek.
Sta ik daar: Petje, ongeschoren, tattoo's, oorbelletje. Ik straal helemaal uit dat ik gewoon een carnivoor pur-sang ben.
Dat straal ik uit, want ik heb een bak gemarineerde plofkippenpoten en een kilo half-om gehakt in mijn handen. Te kijken naar lactose vrije melk en yoghurt in het veganistische vak van de koeling.
Dat ingevallen paardenhoofd naast me, lange grijze haren, dat uitstraalt dat ze geen vlees, melk, honing en leer gebruikt en zich daarmee heel prettig superieur voelt, kijkt misprijzend naar mijn plofkippenpoten. Ik voel haar denken.
Ja, Gerda, mijn maag lust geen gewone melk, maar een kilo kip gaat er zonder meer en zonder problemen gewoon in (en uit). Beat-it. Ik hoef je onuitgesproken haat over mijn vlees-smikkelarij niet. Want het boeit me niet. Mijn maag, die boeit me wel. Ze hield haar kanis dicht. Fijn. Staat zo lomp om in een supermarkt een frisse discussie met een uitgemergelde veganiste aan te gaan.
Dan pak ik een beker "Kokos-gurt". Zo heet het echt. Klinkt wel beter dan "Haver-gurt". Ik neem aan dat ze bedoelen dat het een soort van yoghurt moet voorstellen, maar dan op basis van opgeklopte en aangedikte kokos of haver blerf. Het voelt wel heel grachtengordeliaans. Brinta met havermelk, kokos-gurt. Nog even en mijn darmen verplichten me om aan de haver-cappucchino te gaan.
Bij de gedachte aan vooral die laatste voel ik het zuur oprispen.
Een voordeel is wel: het afvallen dat ik niet bewust of opzettelijk doe, is dus niet ongezond. Van dad-bod, naar fit-bod zonder moeite.
Thuis gekomen, de volgende ochtend, maakte ik mijn brinta dus aan met lactose-vrije melk.
Ik was half en half voorbereid op ontploffende RAL9001 in de magnetron, maar het leek wel op melk. Qua kleur. Qua geur ook best aardig. Zelfs het velletje dat je krijgt als je melk kookt, was aanwezig.
Toen ik de Brinta toevoegde, was de verrassing compleet: het leek zelfs op echte brinta. Scheutje honing erbij, en ik was klaar voor mijn bakje ochtend-diesel.
Maar zoals wel vaker in het leven: je verwacht op basis van wat je ziet, het ene. Maar je krijgt iets totaal anders.
Het had de consistentie van.... Brinta....ish... Min of meer.
De geur.... Brinta-ish....
De smaak.... heel erg ver weg deed het denken aan.... Brinta? Dat is zonder honing al een soort van behanglijm, met is het net te beren. Maar met lactose-vrije melk....
Ik denk dat alle bijen van de wereld hier niet genoeg honing voor kunnen maken.
Voor mijn gevoel was ik een soort van ingedikt glijmiddel met klontjes en schilfers aan het eten.
Het mengde toch minder goed. Hoe het smaakte...
Ik had ook veganistische kwark in de lemon-cake smaak gekocht. Die lemoncake smaak komt het meest in de buurt van een kruising tussen glorix en allesreiniger met citroengeur. En dat dan met een textuur waar men ooit de term 'mannenpap' voor heeft uitgevonden.
Ik snap dat lactose-vrije-veganisten zo uitgemergeld-zuur van worden: hun eten is nagenoeg niet te doen. Chemisch, nep, verkeerd aan alle kanten.
Als ik dit de rest van mijn leven moet eten, ga ik een doorlopend abonnement afsluiten bij de GGD, vanwege diepe, zwarte, culinaire depressie.
Ik denk dat ik mijn punt wel aardig duidelijk heb gemaakt: niet alleen sociaal heb ik niks te zoeken op de lactose-vrije afdeling, maar ook ben ik culinair gezien te zeer een snob. (En dat is dan ook gelijk het enige waar ik aardig snobistisch in ben, al zeg ik het zelf).
En dat geschreven hebbende, begint uw weekend bijna, en Jente's vakantie. Ik moet gewoon werken. Want ja. De economie moet wel gewoon doordraaien.
Ik wens eenieder een goeie toe.
vrijdag 4 juli 2025
Botox, poep en scheet.
In de categorie "Pareltjes van het Platform".
Ik was getuige van een van die zaken waaruit naar mijn mening blijkt dat de mensheid behoorlijke stappen maakt in de richting van complete krankzinnigheid.
Ik stond met een 3-tal mensen van een contractpartij voor afhandeling van prijsvechters vluchten. Twee meisjes en één jongetje. Allemaal dik 20 jaar jonger dan ik.
Over het algemeen luister ik nooit naar andermans gesprekken, want in de regel interesseert het mij maar matig wat er besproken wordt, als het maar niet over mij gaat, want dan wil ik me er uiteraard wél mee bemoeien, maar voor de rest: als ik geen deelgenoot ben van het gesprek, gaat het mijn linker- (dan wel rechter-) oor in, en ongefilterd en onbewerkt het rechteroor weer uit. Of omgekeerd.
Maar op een zeker moment kwaakte één van die meisjes tegen het jongetje, ongegeneerd hard: " ECHT WAAR!!???!?!?! HEB JIJ BOTOX??!!!??!?!!!??!".
"JAHA, hier!!! KIJK MAAR!!! GEEN RIMPELS! EEN GLAD VOORHOOFD!!!!"
En waarom ze moesten krijsen, in een hokje van 1,5 bij 3 meter, is me een raadsel.
Het meisje vroeg zich vervolgens af, waarom hij dat op zijn 19e al deed, en vervolgde met een relaas over lipfillers, want daar zouden geen randjes van te zien zijn. Want zij had ook lipfillers, en daar zag je geen randjes van.
"Jawel hoorrrrrjjj, boven je lip, zie ik een randje! Zie je bij mij randjes? En als ik lipfillers zou doen, zou ik helemaal zo homo zijnHIHIHIH!!!".
Ik kon mijn gegrinnik niet helemaal inhouden.
Meisje nummer 2 keek bijzonder ongemakkelijk in mijn richting, rolde eens wat met haar ogen, en mompelde zachtjes dat puur natuur nog altijd het beste was, en ik keek haar aan, en gaf haar een knipoog van instemming en verstandhouding.
Het gesprek over deze mijns inziens zeker op deze leeftijd bizarre manier van jezelf en de waarheid geweld aan doen, kabbelde nog even voort.
En het tweede meisje zei nogmaals dat het op zo'n jonge leeftijd eigenlijk zonde was om jezelf zo te vervormen.
En daarmee wilde dit ietwat aparte trio het hokje verlaten.
Ik kon mezelf niet helemaal inhouden, en gaf deze kinderen mee, dat het vervormen één ding was, maar dat ik me zo voorstelde wat archeologen over 150 jaar voor theorieën erop los zouden laten.
Meisje nummer 2 (ik denk persoonlijk de meest intellectuele van het stel) schoot in een daverende (en bijzonder aanstekelijke) lach, en moest ondersteund door haar twee companen worden weggevoerd.
Let wel: ik ben niet gekant tegen lichaamsversiering of het opfluffen dan wel leegzuigen van het menselijk lichaam. Maar op 19 jarige leeftijd je smoel volpompen met fillers en botox... Het lijkt me zo nutteloos.
Goed, dat komende van iemand die nog lang niet klaar is met tattoo's, is misschien niet helemaal serieus te nemen. Het is warm.
Als man zijnde, word je niet snel uitgenodigd voor een echoscopie. Dat is nu eenmaal meer iets voor vrouwen die iets in de oven hebben staan.
Maar goed, mijn huisarts vond het een goed plan om van mijn prikkelbare buik en darmen een echo te laten maken.
Mijn hele idee dat ik dan een klodder gel op mijn pens zou krijgen, en met zo'n staaf beroerd zou worden, bleek niet te kloppen.
Ik mocht namelijk 6 uur van te voren niets meer eten. Ik moest mezelf helemaal legen, en vervolgens in het uur voorafgaande aan het partijtje niet minder dan een liter water weg zien te krijgen.
Lekker. Ben je al misselijk vanwege de honger, moet je een liter water weg zien te gulpen. Ik kan u melden: dat zorgt er niet voor dat je je beter voelt.
Ik was ruim op tijd op mijn afspraak. En geheel tegen de traditie in, werd ik zelfs vroegtijdig het kamertje in geroepen, door een niet onappetijtelijke echo-scopiste.
Die klodder gel, werd niet kwistig op mijn buik gekledderd. Die klodder gel deed de dame keurig netjes op dat scannertje, en daarmee begon ze voortvarend in mijn (volle!) blaas te douwen. Christus op een houtvlot. Ik zag dat dus niet aankomen, en vroeg haar of het haar bedoeling was om mijn blaas met grof geweld leeg te duwen. Nee, zulks was zeker niet de bedoeling, en ik mocht met 5 minuutjes mijn blaas gaan legen op de toilet.
Nee, dat mocht ik niet: ik MOEST.
Heel ongemakkelijk.
MOETEN plassen, gescheiden door een niet al te dikke deur, terwijl er een niet onappetijtelijke dame op je aan het wachten is. Ik moest kleine Marnix echt even aansporen, ondanks het feit dat er een liter water klotsend kenbaar maakte dat mijn blaas aan de krappe kant werd.
Het lukte uiteindelijk wel, en omdat in tegenstelling tot op mijn werk, er in een ziekenhuis wél een werkende zeeppomp op het toilet hangt, begon ik mijn handen grondig te wassen.
En uiteraard af te drogen.
Dat ging mis.
Ik boende mijn handen dusdanig grondig droog dat ik te laat merkte dat ik mijn trouwring van mijn vinger aan het drogen was.
RINKELTINKEL-TINKEL-PLONS!
Oh godver. Ik zag mijn ring wegstuiteren.
En in eerste instantie zag ik hem nergens. KUT! Ik vreesde dat ik met een lucht- en waterdicht beschermend pak aan mijn ring uit de toiletpot moest gaan vissen.
Maar "gelukkig". Bij secuurder inspectie zag ik mijn ring liggen schitteren in niets minder dan het bakje van de toiletborstel. U weet wel: dat opvangbakje waar men na reiniging de borstel terugplaatst om uit te lekken na gebruik. Gebruik om remsporen van Jan(nine) en alleman(vrouw) weg te borstelen.
KUTTEDIEKUT!
En toen schoot ik in een daverende lach. Dat meisje moet wel gedacht hebben dat ik compleet lijp was geworden, en toen ik de deur opende en om een handschoen vroeg, keek ze me helemaal aan alsof ik knetterstoned was. Mijn uitleg over hoe een toiletbezoek in op overspel-lijkend wegmoffelen van een trouwring leidde en bijbehorende schaamte en schater, leidde tot geredder met handschoentjes, en ontsmettende alcoholdoekjes.
Ja. Absurditeiten tijdens een ziekenhuis bezoek. Ik kan dat.
Los daarvan: uiteraard krijg ik als leek niet meteen te horen wat men op die echo heeft aangetroffen, dus ik mag nog zeker een week lang mezelf afvragen hoe en wat.
Jente, onze nakomeling. Onze erfgename (wat er dan ook te erven is). Het mooiste dat ik maakte (veroorzaakte) en iets waar ik trots op ben, ondanks dat ik dat van haar nooit zo kenbaar mag maken. Vindt ze lastig.
Van de week mocht ze wederom een karate-examen doen. Dit keer voor de oranje-slips aan haar witte bandje.
Bij dat examen werd er vooraf door de dienstdoende meester een praatje gehouden. Nu had de beste man van zichzelf een redelijk kalme, doch door zijn uitstraling een aandachts-opeisende stem, waardoor het tijdens zijn praatje erg stil was. Zelfs die kinderen waren stil.
Met uitzondering van... Jawel: Jente. En niet dat zij zat te kakelen of kletsen, nee, tijdens het praatje, knalde er een niet heel erg bescheiden scheet uit haar. Hoorbaar voor iedereen. Zichtbaar alleen voor Ilse en mij, want wij kennen onze dochter en weten hoe ze kan kijken als ze iets heeft gedaan, waarvan ze eigenlijk had gewild dat het in het obscure was gebleven.
De rest van het examen ging erg goed. Uiteraard heeft ze die oranje slips gekregen. En beschaafd als ze verder ook is, klonk het na een overtuigende dreun tegen een opponent: "Sorry". Een van de andere meesters, schoot in de lach, en vond laconiek dat dat er ook bij hoort.
Het laatste rapportgesprek van groep 6 was er ook. En dan krijgt ze een soort van idee over welke middelbare school er haalbaar is.
Op basis van wat de meester vindt van de gewone toetsen. Van haar ontwikkeling. Van haar karakter. Van haar cito-scores.
Daar kwam niets uit dat we niet wisten. Hoewel: net als ik, heeft Jente wat moeite met overzicht bewaren, en dus geven die cito-scores iets heel anders aan dan wat je op basis van karakter en intelligentie zou concluderen.
Het voorlopige oordeel: alles tussen mavo en vwo.
Mijn oordeel: als een middelbare school liever op de centen let, en dus de cito-toets (die verder naar mijn mening niks meer dan een momentopname is, en niks zegt over het kind achter de toets) als leidraad neemt, zegt dat heel erg veel en weinig goeds over de staat van het onderwijs in ons land.
Mijn oordeel: het is een clever kind, dat er hoe dan ook wel komt. Via welke weg dan ook.
En daar was de meester het helemaal mee eens.
En dan is het bijna vakantie. Ik ga afscheid nemen als ge-engageerde schoolvader, en stoppen met de bibliotheek. Het past me qua tijd niet. Ik vond het aardig om te doen, maar nu is het tijd voor een andere ouder om het over te nemen.
Dit geschreven hebbende, is mijn weekend alweer ten einde. Het uwe begint pas.
Maak er wat moois van.
Nummer laatst van 2025. Tot volgend jaar!
Het is eerste kerstdag, 2025. Dit kun je ritmisch gezien ook zingen op de melodie van "Flappie" van Youp van 't Hek. Alleen...
-
Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten...
-
Het was de week van veel herdenkingen en vieringen. Elk jaar is dat. En ook dit jaar werd er op mijn werk weer ferm stil gestaan bij het ei...
-
Ik schrijf vaak over pareltjes van het platform. Dat kan positief en negatief zijn. De negatieve pareltjes, noem ik dus ook cynisch "pa...