vrijdag 13 februari 2026

Shenanigans deeltje kon-en-30

 Onze Panzerkampfwagen VIII is af. Dat wil zeggen: er was een klein detail, bijna niet noemenswaardig hoor, namelijk een band die lek was. Ik overdrijf niet als ik zeg dat Ilse er dik 5 uur aan besteed heeft om het ding te plakken. Kent u die ouwe Donald Duck strips nog, waarin hij rond rijdt met banden die voorzien zijn van meer plakkers dan daadwerkelijk profiel? Nou, zo zag de binnenband van dat wiel er ook uit. 
En dan heb ik het niet over de (hopelijk niet blijvende) schade aan Ilse's vingers na 5 uur buffelen op die helse band. 
Maar goed, we kraaiden victorie, pompten de band op, en gingen met een voldaan gevoel te bed. 
De volgende ochtend bleek dat we veel en veel te vroeg kraaiden, want die band was weer (of nog steeds) lek. Niet plat, maar wel ongewoon zacht. 
Te zacht. 
Godver. 
Een lekke band is voor een bolderkar die het gewicht van een PKW én belading moet torsen niet alleen een nogal schlemielige afgang, het is ook gewoon onhandig. 
Toch meegenomen naar ons tuintje, want ten slotte: het ding stond in zijn volle glorie in de woonkamer gewoon ontzettend in de weg. En ik kon gelijk uittesten of de rest van het ding wél gewoon wilde doen waarvoor ik hem in elkaar gezet had. 
En dat deed hij. Zonder kraken of piepen vervoerde hij de lasten die ik hem te torsen gaf. 
Omdat ik Ilse niet nogmaals wenste te belasten met het wederom loshalen van die duivelse band (vanwege de leeftijd was het ding helemaal stijf, stug, verdord, verdroogd, en muf. Ik heb het nu over de band, niet over Ilse, voor alle duidelijkheid), besloot ik om een setje nieuwe buitenbanden en 2 setjes nieuwe binnenbanden te bestellen. 
Als die binnen zijn, snij ik met alle plezier die muffe ouwe troep (ja, ouwe meuk is leuk, maar daar zitten wél grenzen aan) van de velg af, en ik vermoed dat de nieuwe banden zich toch wat meegaander opstellen bij het monteren ervan. En zo niet: dan volgt er een nieuwsbericht over toevallige passanten die geraakt worden door langszeilende bolderkar-wielen.

En daar bleek dat de Panda gewoon een ruimte-wondertje is. 
Die hele PKW VIII paste er gewoon in. Banken plat, en schuiven maar. Kostte me wel bijna een ruit omdat ik vergat dat de trekstang eraf moest, maar dat is ook weer zo'n klein detail. 
En omdat we een opstapje nodig hebben naar de tuindeur (we willen op onze leeftijd toch een beetje voorkomen dat we ter aarde storten als we van binnen naar buiten willen, en vice versa, het hoogteverschil is toch wel flink dus vandaar besloten dat we een opstapje nodig hadden) ging ik op zoek naar een pallet. 
En pallets zijn best flink. 
Zoeken op markplaats (niet eens die van facebook, daar zitten over het algemeen weinig bruikbare mensen op) leverde me een hit op, in de stad. Een gratis pallet, op te halen in de stripheldenbuurt. Dus hop, in de Panda naar de Stripheldenbuurt. Banken plat en schuiven maar. De pallet was wat te lang, dus ik moest hem iets schuin omhoog zetten tegen de stoel, maar het paste. 
Overigens: ik zal dit niemand aanraden, want als ik van achteren aangereden was, was mijn hoofd, samen met die pallet door de voorruit naar buiten gekegeld, en dan moet je dat verzekeringstechnisch weer uitleggen. En het staat voor de crematie zo slordig. Een hoofd op een pallet, toch een vreemd, misschien wel luguber beeld. Hoewel het dan een veel te dure kist uitspaart. Dat dan wél. 
Maar goed, de pallet bleek in verrassend goede staat, we konden met precies 45 tikken van de hamer, de nagels eruit rossen, en precies 12 zaagsneden verder, hebben we een prima opstapje, waar we nieuwe deurmatten op hebben geschroefd, want we willen bij het betreden van ons huisje de tuin wel buiten laten, en niet mee naar binnen klossen. 
Ook hier werd ik door mijn echtgenote teruggefloten. Ik wilde namelijk op 1 (één) dag álles aan en met dat opstapje af hebben. Halen, zagen, kloppen, schroeven, beitsen, op zijn plek leggen en klaar. 
Uiteraard liep dat anders. Want beitsen van een pallet, die je straks niet meer ziet, is enigszins overkill. Pallets leven een leven lang een hard leven in weer en in wind, en kunnen meer aan dan wij in ons tuintje hem voor zijn voeten (pun intended) gooien. 
En aangezien de beits die ik heb, niet bepaald geschikt is voor gebruik in een woonkamer, besloten we om het beitsen dan ook maar achterwege te laten. Toen het af was, zag ik dat er voor alle veiligheid misschien toch maar een extra plankje aan de voorzijde moest komen, om de kans op struikelen (en daarmee de meest fantastische en gezond voor de ziel zijnde, acrobatische toeren) te verminderen. Volgens Ilse was dat onzin en moesten we gewoon uit onze doppen kijken. Ja, dat is leuk, tot we dus een ambulance nodig hebben omdat één van ons drietjes dus inderdaad al back-flippend, handstand'end en radslagend naar binnen of buiten davert. 

Toch even wat bedenkingen bij de Panda. 
Het is een prima wagentje. Lekker bij de les, extreem zuinig en doet alles wat ik er van wil. 
Willen is hier het woord, waar het om draait. Ik wilde graag een witte. Sterker nog: dat was één van de voornaamste eisen die ik aan de nieuwe auto stelde. Yin moest door Yang gecompleteerd worden. 
En natuurlijk wéét ik ook wel, dat een witte auto behoorlijk besmettelijk is. Letterlijk álles zie je erop, behalve witte vogelkak. Ik zag en zie met regelmaat auto's rijden, waarvan ik me afvraag of de eigenaar zich niet schaamt om erin te rijden, zo goor is het ding. 
Nu ik zelf een witte auto heb, vraag ik mezelf vrij regelmatig af waarom ik mezelf niet schaam om in zo'n gore auto te rijden. 
Schiphol is nu eenmaal niet bepaald de meest schone plaats van de wereld, de zooi komt zelfs zonder regen uit de lucht vallen, en met een week is een witte auto, muffig, grijs-zwart. 
Ik wist dit wel, maar ik had die kennis niet bepaald enthousiast tot me genomen. Ik wil(de) namelijk een witte. 
Ik wil(de) ook graag een auto die zuiniger en dus goedkoper zou zijn. Ook dat is me gelukt. De panda verbruikt bij hetzelfde gebruik, 20 liter in plaats van de 40 liter die de Citroen lustte. Dat in combinatie met het veel lagere gewicht van de auto, maakt dat ik fors bespaar. 
Ik wist ook heus wel dat er uiteraard een verschil moet zijn tussen een auto die nieuw 34.000 euro kost en een auto die nieuw 14.000 euro kost. Maar nu ik er een goeie drie weken mee rij, valt het wel op, dat er een verschil zit. Kan ook niet anders. Ik wist dit wel, maar het realiseren dat dat ook echt zo is, zijn twee heel verschillende dingen. 
Het is geen auto waarin je even stoer laat zien dat je met een groot, lomp monster onderweg bent. Daarvoor is de panda te klein. Misschien zelfs wel te ielig. 110 op de teller is zuinig, en voelt hard zat. Bovendien: boven die 110 km per uur, hoor je, behalve het rijgeluid, dat door besparing op isolatie toch best goed doorkomt, de tank gewoon leeg-gorgelen. Dan gaat die auto van heel zuinig, naar Amerikaanse Pick-Up achtige bullshit, en daar heb ik hem nu net weer niet voor gekocht. 
Bumperkleven, vond ik al onzin, maar om met een Panda een dikke BMW uit de 7 serie op te gaan duwen, is natuurlijk gewoon krankzinnig. Ik rij dus meestal gewoon rechts, en daar is het wegbeeld op de tijd dat ik rij, heerlijk rustig. 
Bedenkingen, klinkt negatief, misschien had ik het overwegingen moeten noemen. Want ik ben absoluut niet negatief over de Panda. In tegendeel. Ik kan nu mijn tankje volgooien met '98, en alsnog goedkoper uit zijn. Lachen aan de pomp. Het overkwam me de afgelopen jaren zelden, en dan eigenlijk alleen nog als iemand uitgleed en fysiek gezien compleet onmogelijke dingen liet zienz. Nu durf ik weer een waterig lachje te vertonen als ik naar de kassa van de pomp loop.
De ruitenwissers beginnen te wennen, de schakelmomenten beginnen ook steeds logischer te voelen, dus ik vermoed dat we over niet al te lange tijd van vriendjes, naar BFF zullen gaan, de Panda en ik. 

Onze Colette. Het enige nog levende dier in onze kleine menagerie. Let wel: dierlijk gedrag vertonen wij gedrieën wel, maar Colette is de enige die dat recht daadwerkelijk heeft, gezien haar lidmaatschap van de familie der Felidae. 
Toch vertoont zij ook wat menselijke trekjes. En nee, dat heeft weinig te maken met het feit dat ik als kattenliefhebber nu eenmaal dusdanig geconditioneerd ben dat ik dat dier onbewust van menselijke trekjes voorzie, ik observeer haar gedrag, en kom tot de conclusie dat Colette gewoon een pathologische leugenaar is, dement aan het worden is, of gewoon een klein kind met vacht is. 
Van Ilse kreeg Colette in de ochtend haar pilletje, omgeven met wat kneedbaar voer, zodat ze ongemerkt dat pilletje toch binnenkrijgt, zonder dat ik haar in haar nekvel moet grijpen en dat pilletje door haar strot moet rammen. 
Bij Claus moest dat altijd wel, die trapte er niet in, vrat het kneedbaar voer dankbaar op, maar haalde wel dat pilletje er tussen uit. Dat was keer op keer een vechtpartij, waarbij ik met her en der wat bloederige schade, toch won. 
Colette vreet het gewoon op zoals het komt. 
En dan, in de ochtend, als dat pilletje in haar maag zit, krijgt ze een vloeibaar kattensnackje. Een slobbertje. Zoals wij dat noemen. Het klinkt ranzig. En zo ruikt het ook. Geeft niet, want Colette is er tuk op. We krijgen nauwelijks de kans om dat schoteltje met slobber neer te zetten, ze vreet bijkans het schoteltje erbij op. 
Meestal begint ze in de ochtend al te mauwen, dat het tijd is voor haar pilletje (weet zij veel) en vooral: haar slobbertje. 
Ik krijg nog niet eens de kans om rustig te ontdooien, mijn koffie te drinken en mijn peuk te roken, want dat beest zit zó klaaglijk te mauwen dat je zou geloven dat ze de afgelopen jaren nauwelijks te eten kreeg.
Ik kan dat beter negeren dan Ilse, dus ondanks gemauw en boos kijken, ga ik eerst mijn koffie drinken en mijn peuk roken. En dan, als ik mijn tweede kopje koffie aan het tappen ben, wil ik me wel bezig houden met haar pilletje en haar slobber. 
Dan, een uurtje later, komt Ilse beneden. 
Tot mijn grote verbluffing, begint het gemauw en gejengel opnieuw. Wederom wil Colette, maar nu van Ilse haar voertje en haar slobber. 
Bijna ging dat mis, maar ik wist Ilse nog net op tijd te vertellen dat die smerige rooie leugenaar toch echt haar ochtend fouragementen gehad heeft. Waar ze het gore lef vandaan haalt, om mij in gebreke te laten lijken, is me een raadsel. 
Maar ach, op sommige momenten is ze lief hoor. Vooral als ze slaapt. 

Spanning en sensatie. 
Want omdat wij wij zijn, en omdat ik ik ben, leek het ons nu eens een uitgelezen mogelijkheid om, naast alles wat er toch al prioriteit heeft in ons leven, eens te gaan kijken naar een nieuwe badkamer en een nieuwe vloer. 
Spannend. Want dit komt rechtstreeks met het vernieuwen van de hypotheek, en het daarmee te benutten deeltje van de overwaarde van ons huis, dat we ervoor willen gaan gebruiken. 
Goddank hebben we een puike adviseur in dienst, die ons door de toch al onoverzichtelijk mellée heen loodst. 
Sensationeel is de keuze te noemen aan winkels die vloeren en badkamers verkopen. Er is simpelweg veel te veel keuze, en ik merk dat ik er in vastloop. Nu al. 2 uurtjes wezen struinen, en van alles tegen gekomen. 
Laat ik met de vloeren beginnen. 
Geen gietvloer, want dat is geen handige keuze met de piano. Geen PVC vloer, want piano. Geen tapijt, want allergie. Geen laminaat, want gewoon niet zo denderend en veel te dik. Geen beton, want we wonen niet in een fabriekshal. Hout blijft over, maar dat gaat werken, en is ook te dik. Wat blijft er over? Geen nieuwe vloer? Ja, maar dat moet toch eens, want die is na dik 20 jaar aan het einde van zijn Latijn. 
De verkopers, waren van simpelweg ongeinteresseerd, tot veel te geinteresseerd. Van half-wetend, tot volstrekt onbetrouwbaar. Ik had er de vloer mee aangeveegd, zeg maar. 
Na alle (on)behulpzame info over vloeren, in ons opgenomen te hebben, en nadat we onze ogen hebben kapot gekeken naar allemaal lelijke "dessins" die volgens VT-wonen helemaal hip zijn, waren we gevloerd, zo gezegd. 
Toen nog even een rondje badkamers. Stom, hadden we kunnen laten. 
De badkamerverkopers lieten ons links liggen, schatten correct in dat we "inspiratie op kwamen doen". 
Mijn verbijstering over het feit dat je voor een badkamer-wastafel 1000 euro zou willen betalen, bleef op de achtergrond dooretteren. Vooral omdat ook die weer "VT-wonen-approved" was. 
Vanaf nu weet ik dat als er likkebaardend VT-wonen bij een product staat, ik er met een grote boog, (mogelijk op voorhand al kotsend) omheen loop. 

Goed, aldus opgetekend, begint mijn weekend. Van maar liefst 7 dagen. Wettelijk mag mijn werkgever mijn opgespaarde ATV dagen gewoon, zonder overleg inroosteren. Want het zou ons geen geld kosten. 
Drumroll: Dat doet het wél, want zeg maar dag met je handje tegen je toeslagen. En aangezien overleg nu eenmaal niet in het vocabulaire voorkomt van bepaalde lieden, ben ik gewoon maar weer 7 dagen vrij. 
Op zich om heel andere redenen vind ik het niet eens heel erg, maar charmant is absoluut anders. 
Ik ga er van genieten. Want ten slotte: het overkomt me ook weer niet heel vaak dat ik een weekend met mijn meiden mag doorbrengen. 
Ik wens eenieder een heel beste toe. 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Shenanigans deeltje kon-en-30

 Onze Panzerkampfwagen VIII is af. Dat wil zeggen: er was een klein detail, bijna niet noemenswaardig hoor, namelijk een band die lek was. I...