zaterdag 21 maart 2020

Marnix, de cynist tot in de kist.

Ik ben weer trots op Nederland. Want wederom heeft Nederland mijn mild-cynische ziel niet teleur gesteld.
Integendeel zelfs. Met dank aan Nederland kon ik mijn cynische hart weer ophalen.

Het begon er mee dat er ineens een landelijk applaus moment moest komen voor alle mensen in de zorg. "Laat horen hoezeer WIJ onze zorgmedewerkers respecteren". En dit in verschillende bewoordingen. Zo werden we gesommeerd om onze handen beurs te klappen. Want we hebben allemaal respect voor onze zorgmedewerkers.
Goed, ik had dus eerst even een teiltje nodig.
Ik roep al jaren dat zorgmedewerkers niet mishandeld dienen te worden. Dat zorgmedewerkers meer salaris zouden moeten krijgen.
Maar ja. Met de komst van allemaal rechtse rukkers en hun walgelijke gegeil op de marktwerking, is dat iets dat niet zomaar lukt.
Nee, een applausje. Dát is de beloning van jarenlang studeren, specialiseren en zorgen voor de medemens in moeilijkere perioden.
Dat is geen respect, dat is afkopen van een kutgevoel dat men ook wel weet dat die zorgmedewerkers meer verdienen dan dat ze krijgen.

Mijn respect krijgen ze niet. Niet middels een applausje. Mijn respect hebben ze. Al jaren. En daar hoef ik dan weer mijn handen niet voor beurs te klappen. Mijn respect zit er in dat ik braaf luister naar de dokter. Beleefd ben, en niet ga lopen schelden en tieren aan de balie als er iets me niet zint. Ik ga geen arts lopen meppen omdat ik niet de pillen krijg, die ik volgens facebook google het internet zou moeten krijgen. En als de arts me iets vertelt wat me niet welgevallig is, dan ga ik er eerst over nadenken. En als de afspraken voor de zoveelste keer uitlopen, ga ik niet dreigen met de dood, maar dan slik ik mijn ergernis in, want er zijn vast urgenter zaken dan mijn hoofd, buik of zo.

Wat ik werkelijk te bizar vind is dat Nederland loopt te roeptoeteren en loopt te klappen voor de mensen in de zorg, want respect (ik kan dat woordje niet meer horen zonder oprispingen te krijgen), maar vervolgens en masse naar een park, naar de markt, en van alles doet om maar dat covid19 te verspreiden. Hoe is dat te rijmen met het applaus van een paar dagen eerder?
Hoe respectvol naar de zorg mensen is het om ze op te zadelen met nog meer werk? (Want we weten allemaal dat overuren alleen voor die frauderende boevenbende van de belastingdienst leuk is).
Heeft dat klapvee dan per ongeluk hun hoofden tussen hun handen gestoken toen ze met hun josti-band klapfeestje begonnen?

Mijn cynische ziel nam hier in eerste instantie grijnzend kennis van. En toen bedroefd. Juichend de ondergang tegemoet.

Zorgmedewerkers doen precies dat, wat er van ze verwacht wordt, ook in moeilijke tijden. Het lijkt me een bere-zwaar maar prachtig beroep. Ik heb daar bewondering voor. Ik zou het niet kunnen. Niet willen ook. Vandaar dat ik voor een ander beroep heb gekozen.
En dat is precies ook mijn punt. Het is een bewuste keuze geweest om dat vak te gaan doen.
Net zoals het de mijne was toen ik muziek ging doen. Net zoals het de mijne was om op Schiphol te gaan werken.
Op Schiphol, waar wij als eerste, zonder veel kennis, en in het begin zonder veel voorzorgsmaatregelen in aanraking kwamen met dat covid19 virus. Terwijl Nederland carnaval vierde, terwijl Nederland verder zonder enig benul kennis nam van een virus in China, hadden wij, Schiphol medewerkers er al (on)bewust mee te maken.
Zijn wij helden? Ikzelf: zeker niet. Mijn collega's: zeker wel. Verdienen wij extra respect? Ik? Nee. Mijn collega's: absoluut.
Wat mij betreft krijgt iedereen die het land draaiende houdt, zijn/haar werk doet in tijden van grote gezondheids crises, respect.
Maar de beste manier om dat te betuigen, is geen applausje op faceboek zetten, om vervolgens als een volslagen bosmongool alle adviezen in de wind te slaan. Maar de beste manier om dat te betuigen, is om jezelf wél aan alle adviezen te houden. Zodat we straks allemaal weer verder kunnen.

Inmiddels heb ik geen werk meer op Schiphol. Vanwege alle lockdowns komen er al een hele poos weinig vluchten meer aan, en is er voor uitzendkrachten simpelweg geen werk meer. Vandaag mocht ik bij gratie van geluk nog een dienstje doen, en dan zit ik thuis.
Ik snap waarom. Ik heb twee ritten gedaan. Kisten die normaal met 100 man vertrekken, vertrekken er nu met 10. Als die al op komen dagen. Schiphol, normaal, in goede tijden een bruisende, dynamische omgeving, waar de routes per uur zomaar ineens kunnen veranderen, waar mensen veranderen in makke schapen, maar waar ikzelf als mens tot rust kom, en geniet van het puzzelen met bussen, trekkers, vrachtwagens, gebouwen en vliegtuigen. Waar ik geniet van de omgang met collega's. Dat Schiphol, is nu een onherkenbaar oord geworden. Het is er stil. Het bruist niet meer. Het is bijna surreëel.
Als dit allemaal achter de rug is, kom ik er terug. Dat weet ik nu al. Ik zal het missen. 

Oh, en voor alle bedrijven die afhankelijk zijn van chauffeurs voor hun leveringen: laat die mensen een plas doen. Heus: ze zullen hun remsporen zelf verwijderen, en hun handen netjes wassen. Ook dat is respect.

Prettig weekend.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...