vrijdag 23 januari 2026

Alzheimer en doortrappen

 Help, ik heb alzheimer. 

Goed, er komt een moment in je leven dat je tot de conclusie komt, dat de fiets die je voor de middelbare school kreeg, de laatste goeie fiets was, die je ooit kreeg. 
Want je moest er toch wel 22 kilometer per dag mee fietsen. 
Die fiets was in mijn geval een blinkend nieuwe Gazelle. 
Ding is mishandeld tot en met, want ik fietste er dus inderdaad 22 kilometer per dag mee. Door en over de heuvels van Limburg. En niet alleen over de weg, maar ook door de modder. Talloze keren mee door weer, wind en sneeuw gepeddeld. En daarmee dus ook talloze keren op mijn snufferd geschoven. 
Zelfs een keer mee over de kop geslagen toen ik, heel stoer, wilde stunten. Ik wilde stunten, maar had in mijn jeugdige overmoed over het hoofd gezien dat het niet heel handig is om je voeten tussen de spaken van je voorwiel te steken, als je toch al veel te hard heuvel af rijdt. De automobilist achter me had een goeie eerste rang op mijn spectaculair clowneske acrobatiek, en was na zijn aanvankelijke schrik niet te beroerd om mij uit de restanten van de fiets te ontwarren, en me grienend op school af te leveren. 
Na reparatie (van zowel mij als fiets) heb ik er nog jaren mee mogen rijden, tot die in Amsterdam ineens gewoon verdwenen was. 
Einde Gazelle. 

De laatste fiets die ikzelf kocht, kocht ik in Den Helder. Prinsjesdag oid. Of van een plaatselijke clochard. Een blauwe kronan-achtig soort fiets, maar dan zelfs voor Chinese begrippen erg slecht. Het was gewoon een oncomfortabel klereding zonder versnellingen en waarschijnlijk zonder remmen, die voor straf niet gestolen wenste te worden. 
Hoewel...
In de tijd dat ik in Tiel woonde, is dat ding door de klimop helemaal opgevroten, en eigenlijk toen we naar Rotterdam gingen verhuizen al nauwelijks meer terug te vinden. Ik wilde hem laten staan, Ilse, toch al veel zuiniger op haar spullen, beval me om dat ding dan maar met grof geweld van de klimop te bevrijden en hem toch maar mee te nemen. 
Zo is die zelfs in Almere terechtgekomen, tot we hem weggaven aan.... Joost mag weten wie. 
Daarna eigenlijk nooit meer een fiets gehad, tot ik er één van mijn betere helft kado kreeg. Een vouwfiets, want ik wilde wél een fiets, maar niet iets dat veel ruimte in zou nemen. Makkelijk om van de parkeerplaats naar mijn werk te fietsen. Hetgeen ik ook best vaak deed, tot daar de klad in kwam. 
Toen ik in een vlaag van opperste verstandsverbijstering besloot om met de trein naar mijn werk te gaan, bleek die vouwfiets toch wel weer een uitkomst: ik kon naar het station fietsen. En dat deed ik ook. In eerste instantie ging ik ervan uit dat die fietstocht een half uur zou duren, maar zelfs ik kon dat tochtje in 5 minuten volbrengen. (Met wind tegen en dat dankzij de 7 versnellingen die het ding rijk was).
Witheet was ik toen ik na een noeste dag hard werken, het plekje van mijn trouwe, brave vouwfietsje leeg aan trof. Niet alleen omdat ik door de bittere kou naar huis moest lopen (van pure haat en razernij was het  trouwens geen lopen dat ik deed, maar stampen), maar vooral omdat het om een fietsje ging dat ik kado kreeg van mijn vrouw. Dat heeft emotionele waarde, en aangezien ik een emotioneel mens ben, kwam die woede er op minder subtiele wijze uit. Ik heb de dief doodgewenst op manieren waar een normaal mens zich geen voorstelling van kan maken. En mogelijk zelfs wat ongemakkelijk van wordt.
En terecht. 

Met de komst van ons domeintje, bleek al snel dat we niet alleen een stukje rust, maar ook een stukje vakantiebestemming gekocht hebben. Daarover genoeg geschreven. (Op dit moment, laat me u geruststellen, ik ga nog meer dan voldoende over de mis- en lukkingen schrijven). 
Maar aangezien ik een andere auto kocht om voordeliger transport te hebben, vind ik het ook een beetje bezopen om elke keer met de auto naar dat domeintje te moeten rijden. Dat is maar 10 kilometer, en Ilse fietst het tot haar grote genoegen op haar Giant E-bike met de spreekwoordelijke twee vingers in haar parmantige neusje. 
Dus na het aankopen van een andere auto, besloot ik half en half om de ouderlijke schenking toch eens aan te wenden voor een kwalitatief goede fiets. 
Ik opperde een fatbike, maar dat werd vooral door Jente heel erg krachtig ge-vetoot. Ze heeft de schurft aan die dingen. Elk weldenkend mens heeft de schurft aan die dingen. En dan vooral aan de berijder ervan. Maar goed, ik ben natuurlijk op de leeftijd dat de midlife-crisis aanstaande (of al lang en breed begonnen) is. Die fatbikes worden ook als een soort van 'cargo-bike' geleverd, en dat sprak mij enorm aan. 
Hoe dan ook: op een frisse dinsdagochtend togen Ilse en ik naar een van de lokale fietsen-boutiques van Almere. 
Ik had vooraf een budget in mijn hoofd (ja, dat is een lachertje) en daarvoor zagen we een drietal fietsen staan die mij wel konden bekoren. Dat wil zeggen: bij degene die op dat moment op nummer 1 stond, kon ik heel even een rondje peddelen, want de batterij was leeg. De overigen hadden wat meer nadelen dan ik prettig vond. We spraken af om even een half uurtje te wachten, en dan mét geladen batterij nogmaals een rondje te fietsen. 
Dat halve uurtje besloten we om naar een lokale Fatbike-boutique te gaan. Iets met een muis. Ik kon niet op de door mij zo begeerde 'cargo-fat-bike' fietsen, maar wel op een model dat ook een kratje achterop kon herbergen, en met een "ga maar eens lekker een goeie ronde fietsen, meneer", werd ik de zaak uitgeduwd. 
Voorwaar een hele belevenis. Zo'n fatbike. 
Het zitcomfort: ongekend. Zacht zadel. Superlekker zitten. Het "fietsen" op zo'n ding: ik snap waarom het gevaarlijk is. 
De ondersteuning ten opzichte van wat je zelf doet, komt totaal niet overeen met elkaar. Voor je één trap hebt gegeven, heb je jezelf al naar het andere eind van de straat gelanceerd. Onprettig als je het niet gewend bent. Levensgevaarlijk in de handen van onvolgroeide puberbreinen. Onbegrijpelijk dat ouders hun kind daarop laten fietsen. 
Hoe dan ook, een hele belevenis, zo'n fatbike. Vooral ook omdat de door de verkoper uitgelegde route voor het proefritje, totaal onduidelijk was, en ik dus kans zag om (enigszins overweldigd door alle frutsels en fratsen aan die fatbike) gigantisch en kansloos te verdwalen. 
Ik verdwaalde zó erg dat ik overwoog om twee passerende boa's omver te rijden en ze de weg te vragen naar die fatbike-boutique. Later vertelde de verkoper dat er een GPS-tracker in zo'n ding zit, dus ze hadden me gewoon van de weg kunnen laten plukken, maar daar krijg je ook weer rare krantenkoppen in het lokale sufferdje van.
Maar nogmaals: enorm comfortabel. En dát vond ik, ten opzichte van het fietsje uit die andere fietsen-boutique wél een enorme pré. 
Met een offerte van dik 2500 euro op zak voor een cargo-achtige, midlife-crisis-verantwoorde fatbike, vertrokken we weer. Ik was eigenlijk wel om. Ik zag het wel zitten, ondanks de te verwachten misprijzende reactie van Jente en ondanks de zelfs door mijzelf in geschatte gevaren.
Eenmaal terug bij de eerste firma, was de verkoper eventjes bezig met telefonische verkoop, en struinden we door de zaak. Meer fietsen bekijken. Prijzen vergelijken. 
En ergens was dus in mijn hoofd het budget wat gerekt geraakt. Want mijn oog viel op een wat lager gemodelleerde fiets. Die wat langer was. En een stevige bagagedrager had. 
En dik 1000 euro steviger geprijsd dan de basic fiets die ik zou gaan uitproberen. 
De fiets waarop mijn oog gevallen was, was een heuse Gazelle. Maar wél één voor oudere mensen, die graag snel met hun tenen op de grond staan. 
En zo ziet het er dan ook uit: zo'n fiets voor mensen die zeg maar, wat meer begeleiding nodig hebben in het leven. 
Toen ik aangaf dat ik toch wel heel erg geinteresseerd was in die fiets, kreeg ik hem gelijk mee, voor een proefrit, en ook deze man probeerde me uit te leggen wat een geschikte ronde zou zijn. Maar ergens tussen Ilse en de verkoper ontstond een gesprek over mijn totale gebrek aan richtingsgevoel, dat begon met de vraag of er ook een GPS-tracker in zou zitten. Nee, dat zat er niet, maar dat zouden ze er wél in kunnen zetten, dan was ik ook voor Ilse op te sporen, "als het even wat minder goed met me zou gaan".  
Waarop Ilse bulderend lachte dat ik geen alzheimer heb, maar gewoon een totale afwezigheid van elk gevoel voor richting.
Maar het fietste enorm comfortabel. Enorm makkelijk. Heel erg prettig. En qua zadel nagenoeg net zo lekker als die fatbike. 
Dus ja. Een panda en een Gazelle in minder dan één week tijd. 
Zoals Ilse zei: als je ook maar de helft aan plezier krijgt, als ik heb van mijn fiets, is het een puike investering. 
En een investering is het. Ik heb nog nooit van zijn levensdagen zoveel geld voor een fiets uitgegeven. Dát op zichzelf is natuurlijk al midlife-crisis waardig, nietwaar? 
Nog voor ik de eerste monstertocht met het ding ga ondernemen naar ons domeintje, heb ik de eerste miskleun overigens al voor elkaar. 
Mijn fiets is namelijk voorzien van een MIK bagage-drager. Dat schijnt super handig te wezen, want dan kun je met een kleine adapter, allemaal kratten en tassen op je bagagedrager bevestigen. Ik was blij verrast, want dan zou ik dus zo'n adapter kopen, en die onder een AH-klapkrat schroeven. Dan werd boodschappen doen ook iets voor de fiets. Dat bleek een puik idee, alleen totaal onwerkbaar. Toen ik eindelijk dat krat dusdanig had voorbereid dat die adapter erop kon, bleek dat 1) De sleutel van die plaat veel te diep onder dat krat zat, waardoor ik die er nooit makkelijk af zou kunnen klikken. En dat was nu juist de opzet van het geheel. En 2) dat krat zat zelfs als die goed paste, zo strak tegen het zadel, dat ik zonder te verzitten, tijdens het fietsen, comfortabel trappend, gewoon een groots en meeslepende drol zou kunnen draaien in dat krat (niet per se als dat gevuld zou zijn met verse broodjes van de plaatselijke grutter, voor alle duidelijkheid. Ik heb nog wel enig gevoel voor decorum). 
Dus een AH-klapkrat werd het niet. De speciaal voor dat systeem uitgebrachte kratjes zijn me echt te klein, dus ik vrees dat ik aan een lullige, maar grote (dat dan wel) fietstas gebonden ben. 
En het eerste kadootje is ook al een feit: om te voorkomen dat er een opsporingsbericht uit moet gaan voor een verwarde 40+-er die waarschijnlijk ergens bij Enschede rondfietst omdat hij de weg van Almere Haven naar Almere Buiten niet kon vinden, heeft mijn lief me een telefoonhouder gegeven voor op de fiets. Daar ben ik oprecht blij mee. Het laat namelijk zien dat ondanks dat Ilse terecht geen greintje vertrouwen heeft in mijn terugkeer, ze wél heel graag wil dat ik terugkeer. En dat kan dus nu ook. Fijn. Alleen zorgen dat ik mijn navigatie op fietsen zet, en niet op auto, want anders krijg je weer krantenkoppen over een verwarde 40+-er die op de A6 werd platgereden met zijn nieuwe fiets, die eruit ziet als een fiets voor mensen die wat meer begeleiding nodig hebben in het leven. 
De reactie van Jente was overigens spectaculair onderweldigend: stond ik daar met mijn blije smoel mijn fiets te showen aan Jente, was haar enige reactie:"Mooi hoor pap, maar ik geef niet zoveel om fietsen", om vervolgens naar binnen te stiefelen, en mij met al mijn trotse blijdschap en een bek vol tanden buiten te laten staan. 

Over ons domeintje gesproken (belofte maakt schuld, nietwaar?):
We zouden vrijdag dus met de fiets erheen gaan, om de nieuwe poort op te bouwen. Maar omdat ik nog geen bruikbare bagagedraag-mogelijkheid heb, én omdat er wat medicatie gehaald moest worden en mijn hoofd wat "omliep", besloot ik dat we met de auto zouden gaan. Dat wil zeggen: ik. 
Aldus geschiedde. 
We hadden een nieuwe poort besteld en die bleek bij levering inderdaad in een hippe vinex-wijk niet te misstaan. Pracht van een ding. Heel erg robuust. Misschien wel een beetje té hip en robuust voor ons huisje, maar goed. Te laat om het op maat gemaakte ding te retourneren. 
Het plaatsen van de palen, ging eigenlijk van een leien dakje. Goed op lengte gezaagd, en de enorme hamer ging van 'TAK-BAF-KNAL!!!!". En de palen stonden erin. 
De deur afhangen, was op papier erg makkelijk. Beetje spelen met de moeren van de scharnieren en dat zou het moeten zijn. We hadden echter volslagen over het hoofd gezien dat de bodem oploopt met de draairichting van de poort. Het resultaat was een poort die precies 10 centimeter open wilde gaan, en daarna kansloos vast liep op de tegels. 
Mijn schoonvader, normaliter erg goed bij de pinken, had als oplossing om de tegels te lichten, zand eronder vandaan te halen, tegels terug en de poort zou stralen als die van de hemel. Ik keek de lieve man aan alsof ik water in Keulen donderend hoorde branden. Het leek me een pracht van een plan om uit te laten voeren door de onopgevoedde kuthorkjes uit Jente's klas, maar niet door 2 volwassen mannen die gezamelijk met betere plannen zouden moeten kunnen komen. Aangezien Jente wél, maar de horkjes niet naar ons tuintje kwamen, was het eenvoudiger om de deur los te halen, de scharnieren een goeie 8 centimeter hoger te hangen, en de poort weer terug te plaatsen. Hetgeen we uiteindelijk dus ook deden. 
Het frame van de oude poort hebben we laten staan. De nieuwe poort staat 1 meter dichter bij het huis. Want het frame van de nieuwe poort hebben we gekoppeld aan het frame van de oude poort. Dat hebben we gedaan zodat er een dakje op kan, waaronder ik kan roken zonder dat ik kleddernat regen als het regent. 
Tijdens een pauze in ons noeste geklus, zakte ik toch eventjes door het ijs. 
Waar Ilse vooral heel erg kan genieten van het huisje, het tuintje, van wat er allemaal nog kan en mag, zie ik vooral waar ik nog mee aan de slag moet. Wat er nog perfecter moet. Wat er niet helemaal goed is. Wat er nog is blijven liggen. En ik hoor de stem van mijn moeder, neerbuigend, laatdunkend. "Dat kun jij niet". "Jij stak vroeger al nooit ongevraagd je handen uit in de tuin". "Jij kunt niet klussen". En:"Is het nu nog niet af?". "Het staat niet helemaal recht". "Het is niet af".
En inderdaad, mijn eigen frustratie dat het niet meteen lukt. En misschien niet helemaal perfect is. Dat ik hard aan de slag moet, in plaats van lekker op mijn gemakje kan genieten van wat ik allemaal mag knutselen. 
Gelukkig was mijn publiek beperkt gebleven tot de aanwezigheid van mijn vrouw. Die me voorhield dat we dit huisje hebben, omdat het niet perfect hoeft. Omdat het niet móet, maar mág. Omdat het niet áf moet, maar een proces mag zijn van vallen, opstaan. Het ons eigen maken. Een plekje van rust. Rust en genieten. 
En ja, dat is enorm moeilijk voor me, zoniet nagenoeg onmogelijk. Vooralsnog. 
Daarom is het ook goed om er heen te fietsen. Dan kan ik voor ik ga, in elk geval een beetje een voorschot nemen op het wegtrappen van de frustratie. 
Want natuurlijk, de poort is niet af. Het dakje zit er nog niet op. En het gaas om planten langs op te laten klimmen, moet nog. Ik wilde tot sluitingstijd, nog door trappen. Dat gaas er tegen, ouwe poort weg, en mogelijk het dakje er al op. Maar goed, dat hout heb ik nog niet en ik weet ook nog niet wat voor dak erop komt. En Ilse vond het belangrijker om even op te ruimen, wat te eten en te genieten van het feit dat de nieuwe poort staat. Niet recht, maar wel stevig. Hij opent, zonder dat we de stoeptegels hebben verlaagd, en hij sluit, want het slot is er netjes in geboord. Dus zo gingen we naar huis. Toch tevreden. 
Dat moet ik vast houden. 
Morgen weer een dag. En dan wel met de fiets. 

Dat allemaal weer getypt te hebben, heb ik nog 1 dagje vrij, daarna moet ik weer werken. 2 dagen maar liefst. 
Uw weekend begint, ik wens u allen een beste toe. 






Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Alzheimer en doortrappen

 Help, ik heb alzheimer.  Goed, er komt een moment in je leven dat je tot de conclusie komt, dat de fiets die je voor de middelbare school k...