Het sneeuwt. Het sneeuwde.
Nederland heeft daar last van. Uitgevallen openbaar vervoer, vertraagde vluchten, een hoop ellende op de weg. Want het sneeuwt.
Er zijn twee dingen die ik daar komisch aan vindt:
1) Mensen die luidkeels en gierend van het lachen wijzen op onze tekortkomingen, en om dat te onderstrepen roepen dat we naar Canada moeten kijken. Naar Scandinavie. Naar Oostenrijk. Want daar gaat alles wél goed.
Mensen die roepen:"HAHAHAHA NEDERLAND IN PANIEK, WANT ER VALLEN 4 SNEEUWVLOKJES!!!11!1!ONE1!".
Ik vind dat koddig. Hoogst koddig. Want de mensen die dat roepen, hebben sowieso ongelijk. En dat heel pedant. Zij zijn in Canada geweest, en daar gaat het leven door. Of zo.
Ik lach dan opgewekt met ze mee, omdat het dan heel makkelijk te verbergen is dat ik ze gewoon keihard uitlach.
Ik wil best wel meegaan in hun vergelijk:
Nederland kent een vrij hoge dichtheid van OV. Er rijden best veel bussen. Best veel treinen. Zeker als je kijkt naar de beperkte grootte van de beschikbare infrastructuur.
Nederland heeft nu eenmaal geen klimaat waarin jaarlijks net zoveel sneeuw valt als bijvoorbeeld Canada of Oostenrijk.
Tel die twee bij elkaar op, en zelfs een kleuter van 5 snapt dat dat een reden is om niet te investeren in infrastructuur die bestand is tegen arctische weersomstandigheden.
Ik denk dat een bedrijf als Prorail best wel wil investeren in wissels, bovenleidingen en rails die hetzelfde is als die in Canada. Ik weet zeker dat die krijsende lachers, dan keihard gaan huilstruiken over nogmaals gestegen prijzen. Want ja, die investering komt gewoon bij de reiziger op het bord.
Hetzelfde geldt voor onze luchthaven. de klok rond zijn mensen bezig om de banen open te houden. Vliegtuigen klaar te maken voor vertrek.
En jahaaa, ik snap ook wel dat ze op de Noordpool daar iets vanzelfsprekender mee omgaan. Maar welke achterlijke mongool vindt dat we in Nederland ook maar Noordpooltje moeten spelen? Dat zou investeringen vergen, waardoor de allinclusive vakantie van diezelfde roeptoeterende Gerda en Karels ineens niet meer zo goedkoop is.
Alles heeft een prijs. Ook meer investeren in infrastructuur die meer bestand is tegen winterse omstandigheden.
Maar dat betweterige gekrijs over andere landen... Kom op zeg. Wees een beetje realistisch. Of verhuis naar die andere landen, dan hoef ik dat pedante gekrijs niet aan te horen.
2) Er zijn dan ook mensen die niet zozeer uit betweterigheid krijsen en lachen, maar (helaas voor hun omgeving) gewoon onaangenaam en soms ronduit agressief hun frustratie eruit braken.
Hun vlucht werd geannuleerd, en de hele godganse wereld mag meedelen in hun frustratie en ellende. De betrokken partijen worden uitgemaakt voor alles wat lelijk is, de mensen op de vloer krijgen de ongefilterde, ongezouten en ongepaste verbale braak over zich heen. Alsof het ook maar één seconde sneller zou gaan als je de conducteur, stewardess of buschauffeur óók een ongemakkelijke dag bezorgt met je verbale drek.
Goed, echt hilarisch is dat niet.
Hoewel ik vaak een grijns niet kan onderdrukken, als ik wordt aangesproken op een vertraging/annulering. Staat er een of andere Gerda met ogen als schoteltjes, waar nog net geen nucleair vuur uit komt spuiten tegenover me. Duidelijk boos, te ratelen in een taal die ik niet begrijp.
Godallemachtig, Gerda. Je vliegreisje heeft vertraging. De belangrijkste reden daarvan is veiligheid. Dus je gaat niet dood. Relax een beetje, wil je? Maar nee, liever ten overstaan van alle andere reizigers, maak je jezelf enorm belachelijk door je gegil en gekrijs. Wat een ellende, vooral voor de overige toeschouwers van je mental-breakdown, die het misschien wel of niet met je eens zijn, maar zich vooral plaatsvervangend schamen voor je pathetische gedrag.
Waar halen die lieden toch het godvergeten lef vandaan om een grimmige, asociale sfeer te kweken, omdat zij wat vertraging hebben? Omdat de airlines en een luchthaven veilig reizen best hoog in het vaandel hebben. Geen enkel vliegticket dat je kocht, geeft je het recht om andere mensen, die voor jouw veiligheid keihard werken, rond te commanderen, af te blaffen, uit te schelden of te bedreigen. Hoe lullig het ook is dat je niet voor het avondeten thuis bent.
Suck it up, met de rest van de mensheid op de luchthaven. Het is heel vervelend, maar het is écht een luxe-probleem.
Als je een vliegticket kunt boeken, kun je ook een broodje op het vliegveld scoren. Je gaat heus niet dood aan een dagje vertraging. Je gaat wél dood als je vliegtuig niet afdoende veilig kan vertrekken. Je raakt wél gewond als ik me door jouw verbale drek niet goed meer kan concentreren op een toch al vervelend stukje wegdek. Dus val me niet lastig met je verbale agressie. Ga in therapie om te zorgen dat je luxe-probleempjes niet zo beschamend met je op de loop gaan, dat je elk gevoel voor decorum kwijt raakt.
Grafvolk.
Gelukkig zijn er ook de werkelijke pareltjes van het platform. De TC'er die ff in de bus komt schuilen, en me aanwijzingen geeft over de beste route, om zoveel mogelijk van de gladheid te vermijden. Hoeft hij niet te doen, hij doet het wél. Want we willen allemaal veilig werken. En zelfs ik heb weinig zin om allemaal ter aarde stortende passagiers weer op te rapen. Het moet wel een gebbetje blijven.
Het gezellige, gelaten praatje, het ouwe-jongens-krentenbrood.
De stewardess die me vraagt of ik misschien een broodje en een colaatje wil, want het is een pittige dag geweest, en we moesten nog wat passagiers assisteren, omdat de echte assistentie niet binnen afzienbare tijd zou kunnen komen. Ook zij hebben last van het weer. Elkaar even opbeuren. Elkaar even een glimlach bezorgen.
De reizigers die er het beste van maken, en vriendelijk zijn. Die hun zaakjes voor elkaar hebben, en oprecht interesse in ons werk tonen. En waardering uiten over het feit dat ze hoe dan ook, toch ergens naar een warm en veilig plekje worden gebracht. En die me uit hun persoonlijke voorraad ingekochte Zwitserse Chocolade een lekker bonbonnetje aanbieden. De vriendelijke jongedame, waarmee ik toevallig gelijktijdig naar de bus stiefelde, en toevallig gelijktijdig en onbehoorlijk synchroon een maffe glijder maakte op het ijs, beiden met ons linkerbeen ineens veel hoger dan we op hadden geanticipeerd. Beiden in staat om toch niet ter aarde te storten. Het leek wel ballet dat we deden. En dan het opgelucht samen lachen, dat we toch ongedeerd de bus in hebben weten te komen.
Ja, die momenten maken het dan toch weer mooi.
Lamenteren over peren.
Iets heel anders: peren behoren tot de fruitsoort waar ik een haat-liefde verhouding mee heb. Ik vind peren goddelijk lekker. Er kleeft echter wel voor mij een nadeel aan: het is verslavingsgevoelig. En dan niet zozeer de smaak, als wel een doodordinaire gokverslaving.
Bij peren heb je namelijk 2 mogelijkheden:
1) Ze zijn droger en harder dan een plakkaat Sahara-zand.
2) Ze zijn zó sappig en mals, dat ze tijdens het schillen uit je hand glibberen en op de vloer landen.
Als ze droog en hard zijn, schillen ze extreem lastig, en als je je tanden erin zet, kun je gelijk een afspraak maken met de tandarts voor kronen in je smoel. Uiteraard pas als je erin bent geslaagd om die gortdroge blerf weg te kauwen en zo goed en zo kwaad als dat gaat door te slikken.
Als ze zacht, sappig en mals zijn, is het een ware kunst om de geschilde parten zonder ongelukken in je mond te proppen.
Ze glibberen tussen je vingers vandaan, en de poging om ze in de hand te houden, levert een staaltje kunstig-peren-volley op waar je enerzijds vol bewondering "U" tegen zegt, anderzijds schreeuw je het uit van de pijn, omdat je het mes niet losliet, en jezelf tijdens dat volley'en dat mes in je pols plant. Per ongeluk. Ja, of ze vallen op de grond, en zie dan maar voor elkaar te krijgen dat je dat vacuum gekledderde partje weer los krijgt. En als je ze dan in je mond weet te krijgen, is het ook een kunst om ervoor te zorgen dat ze van pure glibberige sappigheid niet zo tussen je lippen vandaan de kamer door zeilen.
En welke van de twee opties je voor je kiezen krijgt (pun intended): het is één grote gok. Tot je het mes in dat diabolische stukje fruit zet, weet je niet of je je tanden stuk bijt en je keel raspt met een droog stuk fruit, of dat je risico op slagaderlijke bloedingen loopt omdat dat mes té makkelijk door de boter-achtige peer glijdt.
En zoals we allen weten: gokken is verslavend...
Dus kocht ik wederom een schaaltje peren, en begon mijn ongewisse smikkelpartij. Het ging best aardig. Dat wil zeggen: tot het moment dat ik me realiseerde dat de ene helft weliswaar keurig netjes in mijn hand was blijven steken, de andere helft viel al sappig lekkend, via het toetsenbord van mijn laptop (ja, ik denk nog steeds -volledig foutief- dat ik kan multitasken) en mijn broek al kletsend op de grond.
En vallende dingen zijn me een stevige scheldpartij altijd wel waard. U snapt dat ik blij was dat Jente ondanks de sneeuw op school zat, en Ilse even niet aanwezig was om me sardonisch uit toe te lachen.
Iets dat zonder gescheld en gevloek ging, en ja: dat mag op zich wel beloond worden met een extra klopje op mijn schouder (links en rechts, niet té hard maar wél enthousiast).
Na corona is het allemaal een beetje op de lange baan terecht gekomen. Ik deed namelijk aan "corona-klussen". Ik verveelde me dood, en dus begon ik dingen te verzinnen om te knutselen. Met hout. Leuk. Leerzaam. Heel leerzaam, want meestal mislukten de dingen die ik knutselde op indrukwekkende wijze.
Los van een paar leuke opbrengsten, heb ik vooral veel hout naar de spreekwoordelijke galemiezen geholpen. En in dat proces Jente op veel te jonge leeftijd veel te veel kleurrijke, bloemrijke en blasfemische taal geleerd. Heel wat heiligen afgestoft als ik de schroevendraaier weer eens in mijn hand prakte. Als een stuk hout dat toch niet zo vast zat als ik dacht, op mijn kop kletterde.
Spectaculair mijn geduld verliezen, met alle rondvliegende stukken hout en gereedschap van dien, en de meest liederlijke schuttingtaal die de buurt deed opschrikken.
Ja, niet te ontkennen: Marnix was aan de klus.
Corona kwam tot een eind, en daarmee dus ook de tijd om mezelf te leren bouwen met hout. Er kwamen andere dingen voor in de plaats, maar helemaal weg-ebben deed het niet. En inmiddels hebben we dus ons tuintje, waar ik ook best wel wat te klussen heb.
En fijn: want met alles wat ik geleerd heb, durf ik veel dingen zelf te doen.
Goed, dus.
Ik had Lego besteld, want dat is een werkelijke hobby van me, maar vanwege de sneeuw kan de bezorger mijn adres niet vinden. Enerzijds snap ik dat, anderzijds vind ik het oprecht raar dat die lui over het algemeen lak hebben aan veiligheid of normaal rijden al niet normaal rijden, met een sneeuwbui ineens tot inkeer zouden komen. Hoe dan ook: Die Lego kwam niet.
En aangezien ik me na mijn vakantie en nu alweer 3 dagen vrij zijnde, toch een beetje verveelde, kwam er een klusje in mijn hoofd opzetten.
Wij hebben namelijk 3 (vuilnis)bakken in de keuken. 1 voor huisvuil. 1 voor papier. En 1 voor lege flessen. Die bakken zijn van de Ikea, en heel handig: stapelbaar.
Voor de rest is er weinig handig aan die bakken. Want de opening is eigenlijk voor elk doeleinde te klein. Een gewone, standaard KOMO-vuilniszak, kan er eigenlijk met goed fatsoen niet in. En de opening voor wat betreft de lege flessen is ook onhandig.
En het stapelen? Leuk, maar telkens als je die bakken wil legen, en de inhoud naar hun respectieve eindbestemming wil brengen, moet je dus al die bakken af-stapelen, teneinde de bak ter hand te nemen, welke je iets mee wilde.
Kortom: hoe handig dit ook was, van de Ikea: handig vond ik het niet.
Wat als ik nu een ombouw maak, met wat planken op de juiste hoogte, zodat ik alleen maar de betreffende bak eruit hoef te schuiven? Dat bespaart me een hoop nutteloos tillen, verplaatsen en gerammel in de marge.
De maten waren snel opgenomen. En met de lessen van youtube en mezelf, durfde ik het aan om geen losse planken als werkmateriaal te kiezen, maar door de plaatselijke klussenier een dikke plaat multiplex op maat te laten zagen.
En toen begon het. Platen aan elkaar met schroeven, ondersteuningslatjes en lijm. Uiteraard 1 keer verkeerd gemeten, en dus dat bliksemse plankje weer los moeten trekken. En met wat kunst- en vliegwerk iets hoger weer terug plaatsen.
Maar, maaahaaaar, maaaaaaaaaaaaaaaaar: zonder ook maar 1 onvertogen woord. Geen splintertje hout dat door de woonkamer zeilde. Geen gereedschap dat tegen (of door) de grond gesmeten werd.
En over gereedschap gesproken: mijn nieuwe accuboor doet het uitstekend. En ik kreeg zowaar de tip van Ilse om wat extra gereedschap te kopen.
En inmiddels staat het ding. Als een huis. Witsel erover, de prullenbakken passen erin als een pijp in een tandenloze mond. Glijdt als... Oke. Het is gewoon een tot tevredenheid uitgevoerd projectje geworden.
Ik wil een klein bommetje droppen: na jarenlang Citroën-man geweest te zijn, wordt het tijd voor wat anders. Mijn huidige auto is prima. Maar groot, lomp, zwaar. En dus duur. En ik wil dus kleiner gaan rijden. En vooral: goedkoper.
Ilse haar panda bevalt erg goed. Dus ik ging eens op zoek naar iets dat me aan zou spreken. En tot mijn grote verbijstering kwam ik uit bij een Fiat 500. Klein. Kleiner. Kleinst.
Voor u uw koffie van verbijstering en vermaak uitsproeit: ik ga eerst eens een ritje maken in zo'n overdekte winkelwagen. Kijken of ik het voor me zie om daar nagenoeg dagelijks een slordige 150 kilometer mee te rijden.
Ik weet dat ik met de kleinste Citroën hopeloos in de knoei kom met de pedaaltjes en mijn (vooral brede) voeten. Dat leidt tot bizarre en ongeanticipeerde en niet op te anticiperen remacties, omdat ik mijn voeten op 2 pedalen tegelijk plant. Als dat bij zo'n 500 ook is, dan kom ik het terrein van de garage niet eens af.
Maar zo'n klein vehikel scheelt me in elk geval in brandstofkosten en wegenbelasting.
Want onze ranzige politici vinden dat het leven voor de hardwerkende automobilist alleen maar duurder moet worden. Ten slotte moet dat volk wegens hun eigen onaangepaste gedrag wél beveiligd worden, en als ze dan eenmaal vertrekken, moeten ze wél wachtgeld krijgen, en dit onder het motto: het mielliejeuwie. Wie daar nog in trapt...
Dus een 500. Eerst kijken. Een beetje een truttenschudder. Een stewardessenautootje. Kapperskar. Maar goed, volgens Ilse sta ik in goed contact met mijn vrouwelijke kant, dus ach. Wat maakt het uit. Mochten er nu mensen rondlopen die al te zeer gaan roepen dat ik dat niet moet doen: ik zal mijn bankrekening met alle plezier doorgeven, zodat u mijn huidige auto kan blijven betalen.
En dan komt mijn weekend toch echt weer tot een einde, waar het uwe begint. Ik wens u allen een beste.
vrijdag 9 januari 2026
Pareltjes, Klusjes en gekkigheidjes.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Pareltjes, Klusjes en gekkigheidjes.
Het sneeuwt. Het sneeuwde. Nederland heeft daar last van. Uitgevallen openbaar vervoer, vertraagde vluchten, een hoop ellende op de weg. W...
-
Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten...
-
Het was de week van veel herdenkingen en vieringen. Elk jaar is dat. En ook dit jaar werd er op mijn werk weer ferm stil gestaan bij het ei...
-
Ik schrijf vaak over pareltjes van het platform. Dat kan positief en negatief zijn. De negatieve pareltjes, noem ik dus ook cynisch "pa...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten