vrijdag 6 februari 2026

Bommen en granaten! (En loodzware pantserwagens).

 Na mijn aanvankelijke teleurstelling omtrent het niet functioneren van mijn fiets, hebben we vrede gesloten: ik neem de luttele seconden "opstart-tijd" in acht, en mijn fiets doet wat hij doen moet: mij ondersteunen. 
Dat gaat goed: de fiets doet wat hij doen moet. 
Fijn. 
Maar nu het volgende: ik verkeer een beetje in een imago-crisis met het ding. 
Dat zit zo: ik mocht en wilde uiteindelijk geen fatbike. Vanwege het gevaar van het ding, en mijn fysieke en mentale lompheid. 
Dus koos ik voor een bejaardenfiets, waarvan je met heel veel (en hier bedoel ik ook echt ENORM veel) fantasie nog zou kunnen zeggen dat het om een fatbike "light" zou kunnen gaan. 
Ja, leuk bedacht, maar er is werkelijk geen hond op aarde die dat gelooft. Ik geloof het zelf niet eens.
Ik kan wel als een Alfa-haantje stoerig op die fiets klauteren, maar dat ziet er eerder aandoenlijk uit, dan stoer. Dat probeerde ik dan ook één keer, en mijn versleten heup had daar serieus een héél andere mening over dan ik, en ik kon nog net een stroom liederlijkheden inslikken. Niet zozeer omdat ik moreel gezien tegen het uitbraken van liederlijkheden ben, integendeel, maar omdat ik het niet zo charmant vind om in toevallige aanwezigheid van een paar passerende peuters allemaal liederlijkheden in de rondte te strooien. Het nadeel van "mij" zijn, is dat ik toch wel enig gevoel voor decorum heb, en ik het aan de betreffende ouders vind om peuters wel of geen liederlijk vocabulaire bij te brengen. 
Maar goed. Ik ben dus weer helemaal in mijn sas met mijn fiets. Ik probeer alleen uit te vogelen hoe ik erbij moet kijken. 
Ik bedoel: Petje, oorbelletje, tattoo. Kortom: stoere gozer. 
Op een behoeftige-bejaarden-fiets. 
Hoe kijk ik daarbij? Hanig om me heen, en wie doet me wat? Nou: mijn heup. Die me kort, doch heel erg krachtig vertelt dat ik echt op geen enkele wijze hanig, stoer of hip moet proberen te doen. Het beklimmen van die fiets moet met zorg voor heup gebeuren, anders zal ik er van lusten. Imago of niet. 
Of dan toch maar accepteren dat de jaren beginnen te tellen, en als een wat versleten 40+'er voorzichtig mijn fietsje bestijgen en op hoop van zege dat niemand me ziet wegpeddelen? 
En het is zaak dat ik op niet al te lange termijn een (of twee) fietstassen op de kop tik. 
De rugzak die ik nu gebruik, is eigenlijk te klein. Daar kwam ik achter toen ik mijn boodschappen erin probeerde te proppen. De eieren bleken net een maatje te groot. Of het brood, dat zich net niet lekker in de overgebleven ruimte wenste te laten proppen. Om nu de tomaten vroegtijdig tot soep te prakken, leek me voor niemand enig voordeel te bieden, en de pot honing was té noodzakelijk om niet meer mee te nemen. 
Zo stond ik dus bij de zelfscan van de AH te klootviolen, dusdanig lang dat het systeem begon te mekkeren dat ik er te lang over deed. 
Bovendien: als de temperaturen boven de 12 graden gaan komen, wíl ik helemaal geen rugzak. Want die zit (de naam doet het al vermoeden) op mijn rug, en als ik dan terug kom, thuis, wil ik geen natte plakrug van die rugzak. Als ik geen rugzak om heb, kan de wind eventuele nattigheid wel van me afwaaien, maar met zo'n rugzak blijft het werkzweet (zelfs mét ondersteuning) gewoon tussen mij, mijn shirt en die tas hangen. En dat is vies. Al van kinds af aan, hou ik niet van plakkerige zaken. 
Dus een goeie, grote fietstas is toch wel een must. 

Uit het nieuws: 
Klik hier om u te verbazen Link naar NU.nl
Ik ben echt niet vies van heel erg bizarre gesprekken. Heus niet. Er gaat geen dag voorbij op mijn werk dat gesprekken niet volledig en compleet, gierend uit de klauwen escaleren. Dat blijft dan wel bij gesprekken met de meest krankzinnige en buitenissige uitspraken. Nooit dat dergelijke uitspraken in de praktijk gebracht worden. (Dat neem ik aan. Dat hoop ik, van ganserharte. Ik in elk geval niet, wat mijn collega's thuis uitspoken, durf ik niks van te zeggen. Weet ik niet, en dat hou ik liever zo).
En dán heb je een Fransman. 
De beste man moest na de hulp die hij kreeg, op gesprek bij de Gendarmerie om eens uitgebreid en eerlijk uit de doeken te doen, hoe hij in vredesnaam aan een granaat uit de eerste wereldoorlog kwam, en hoe hij er nog in vredesnamer bij kwam om het ding van 3,7 centimeter doorsnede (!!!!), in zijn reet te proppen. 
Op welk moment van de dag besloot je dat dát nu echt een puik plan zou zijn? 
En had je daar dan een bepaald middel voor nodig, om tot die beslissing te komen? Ik hoop oprecht niet dat de man een ferme slok wijn op had, want dan ga ik van zijn levensdagen geen druppel Franse wijn meer durven drinken.
En dacht je dan niet: 3,7 centimeter doorsnede, is wellicht wat groot? Misschien eerst eens oefenen met een 7,26 NATO mitrailleur kogel? Net zo dodelijk, maar wellicht anaal ingebracht wat minder pijnlijk, en minder roestig, dus minder kans op infecties. Nieuwer, minder instabiel, dus minder kans op een daverend einde. 
Had je niet het idee dat een roestig (en daarmee dus niet meer soepel en glad, maar juist rafelig en scherp) voorwerp in je anus en endeldarm douwen, wellicht niet heel erg gezond zou kunnen aflopen? Los van het feit dat een eventuele BOEM, dan toch ook echt wel een definitief HO, is? 
Ik heb zomaar het vermoeden (maar ik zou dolgraag een afschrift of opname van dat verhoor willen lezen of zien) dat de man wat denkvermogen betreft, niet helemaal vooraan in de rij stond toen dat werd uitgedeeld. 
En dan de ondervragers. Nu al een shitload aan respect voor die lui. Je zal zo'n vent moeten verhoren. Zou het ze lukken om hun gezicht in de plooi te houden? Hoe zouden ze zich daarop voorbereiden? Operatief al hun gezichtszenuwen uit laten schakelen, om maar niet met een al te grote, verbijsterde grijns de verhoorkamer binnen te komen, misschien. 
Als het nu niet gelukt was om die granaat te verwijderen, was er een heel ander soort nieuwsbericht de wereld in gekomen. Dan had de explosieven-opruimings-dienst die granaat wellicht ter plekke moeten laten ontploffen. Met de man er nog omheen. Zie dat verzekeringstechnisch maar uit te leggen. 
Wel een koddige, nieuwe toevoeging aan het toch al onuitputtelijke gender-alfabet. Kon er ook nog wel bij. De munitiofiel. Munitiofilie. Voelt zich aangetrokken tot, en komt klaar op granaten in zijn of haar hol. 
Ik denk persoonlijk dat Darwin likkebaardend toekeek hoe dit heeft kunnen gebeuren. 
Als de man dus wél spectaculair aan zijn einde was gekomen, stel ik me zo voor dat hij aan Petrus uitlegt waarom hij ietwat voortijdig aan de hemelpoort komt kloppen. Hij kan niet liegen, want dan gaat hij naar de hel. Maar de waarheid zou ook wel eens kunnen leiden tot een doorreis naar ome Lucifer. Waar hij het beste op zijn plek zou zijn... Als we kijken naar de Romeinse goden, zou hij wellicht een plekje verdienen naast de God Eros en Godin Venus. Die zouden gegarandeerd bijzonder in hun nopjes zijn met deze buitennissige seksuele uitspatting (letterlijk en figuurlijk). In elk geval een levende legende. Nu al. Knap gedaan. Absoluut.
De beste man zou hier ook nog wel eens steenrijk van kunnen worden, want als hier filmpjes van zijn, gaan die goud geld opleveren. 

We hebben nieuw vervoer: een Panzerkampfwagen VIII
Op ons tuintje is weinig te doen. 
HUH???!!!
Ja. Het weer zuigt even keihard, en ondanks dat ik graag met mijn handen in de aarde zit te wroeten, verrek ik het toch om in de ijzige regen te gaan tuinieren. Ik ben wel een mooi-weer mens. (Zo ook met de fiets). En los daarvan: alles dat opgekweek is, en/of besteld wordt, kan toch pas per maart de grond in gedonderd, dus geduld. GE-DULD.
Maar dat wil niet zeggen dat ik niks doe vóór ons tuintje. 
Vanwege het feit dat gemotoriseerd verkeer nagenoeg onmogelijk is op dat terrein, zien we veel mensen met bolderwagens hobbelen om groter materieel of bulkgoederen te verplaatsen. Mijn schoonouders gebruiken daar een haast antiek fietskarretje voor, dat eruit ziet alsof het elk moment van pure oververmoeidheid in kan storten. Maar het blijft gewoon functioneren. 
Ilse had in het verleden een prachtig fietskarretje gekocht, die we min of meer voor dat doel kunnen gebruiken, maar eigenlijk te mooi en zeker te fragiel is voor alle woeste klussen die het ding zou moeten klaren. 
We hebben wel een kruiwagen, maar daarvan heeft één van de lasjes losgelaten, en bovendien voor het vervoer van grote, lompe goederen is zo'n kruiwagen niet echt handig. Dat wordt een balanceer-act, uitgevoerd door een clown met een motorische stoornis. Frustrerend op zijn slechtst, lachwekkend op zijn best. 
 Een zogeheten hondje op van die plastic wieltjes, is vanwege de schelpenpaadjes gewoon een marteling voor mens en goeder (ervaring: ondanks dat zo'n hondje 250 kg zou moeten kunnen dragen, is het verplaatsen van 55 kg over een schelpenpaadje gewoonweg een helse rit naar de hemelpoort). 
Halfhartig op marktplaats zoeken naar gratis bolderkarren, leverde me vooral misleidende advertenties op van bedrijven die doen alsof je de mooiste karren gratis kan krijgen, maar wél pas na betaling van serieus wereldschokkende bedragen. 
Twee keer een bod gedaan op iets dat veelbelovend leek, maar goed, dat bleef bij lijken, aangezien ik naast het net viste. 
En toen was hij er ineens: verstopt tussen alle luxe, nieuwe, hippe, Amsterdam-Zuid-Superrrrrr-Duuuurrrrrrr bolderkarren voor kinderen en havermelk-frappucchino-moedertjes, een onooglijk klein fotootje van iets dat op een bolderkar leek. 
Even aanklikken, en mijn Ouwe-meuk-is-leuk-hart begon bijna geil te bonken. Louter een onderstel van een bolderkar uit de jaren '60 of '70 van de vorige eeuw. Witte wieltjes, roestige assen, en een trekstang voorzien van handgrepen die in de jaren '80 van de vorige eeuw al niet meer helemaal compleet of zelfs maar fris waren. 
In de schuur had ik nog betonplex platen van een vorige klus in ons tuintje, dus ik werd stante pede hitsig verliefd. Dáár zou ik het door ons begeerde wagentje van kunnen maken. 
We kwamen snel tot zaken, en na een prachtige rit naar de periferie van Ouderkerk aan de Amstel, kon ik het geheel halen. 
Inmiddels staat de bak klaar. In alle rust het ding in elkaar gezet. Platen op maat gezaagd. De achter-as gemonteerd, en de boel in de rubberseal gezet, daar waar het hout open en bloot in weer en wind moet zien te overleven. 
Uiteraard heb ik een 6-tal gaten verkeerd geboord. Die moest ik dicht plamuren. Uiteraard heb ik mezelf misrekend. Het ding is niet meer een bolderkarretje, qua maatvoering kun je denken aan die idioot grote landbouw karren die je tijdens de bietencampagne op de weg ziet. 
En laat ik over het gewicht maar niet beginnen, ik was even vergeten dat betonplex gewoon een met lood verzwaarde versie van multiplex is. Als ik dat in de Panda moet laden om mee te nemen naar de tuin, vrees ik dat de eerste grote reparatie een feit is: nieuwe achterveren. 
Stevig is die wel. Veilig genoeg om een granaat uit de Eerste Wereldoorlog in te laten exploderen zonder dat er schade ontstaat. Het is gewoon een pantserwagen in het klein. Ik zal een belletje naar Frankrijk plegen om mijn diensten aan te bieden. 
Omdat de kar nog niet af is, staat die wat onhandig in de woonkamer, te drogen na alle beschermende spullen die ik erop smeerde. 
Moet nog even afgewerkt worden. De vooras (de stuuras) moet er nog op, en dat moet ik wel even netjes doen, want als dat niet goed functioneert, heb ik veel tijd zitten in een loodzwaar, niet te handelen kreng op wielen, en dat wil ik voorkomen. 

Dit alles geschreven hebbende, heb ik ook weekend. (En dus tijd om het karretje af te maken). 
Ik wens eenieder een beste toe. En onthou: een granaat is geen speelgoed. 






Bommen en granaten! (En loodzware pantserwagens).

 Na mijn aanvankelijke teleurstelling omtrent het niet functioneren van mijn fiets, hebben we vrede gesloten: ik neem de luttele seconden ...