Onze Panzerkampfwagen VIII is af. Dat wil zeggen: er was een klein detail, bijna niet noemenswaardig hoor, namelijk een band die lek was. Ik overdrijf niet als ik zeg dat Ilse er dik 5 uur aan besteed heeft om het ding te plakken. Kent u die ouwe Donald Duck strips nog, waarin hij rond rijdt met banden die voorzien zijn van meer plakkers dan daadwerkelijk profiel? Nou, zo zag de binnenband van dat wiel er ook uit.
En dan heb ik het niet over de (hopelijk niet blijvende) schade aan Ilse's vingers na 5 uur buffelen op die helse band.
Maar goed, we kraaiden victorie, pompten de band op, en gingen met een voldaan gevoel te bed.
De volgende ochtend bleek dat we veel en veel te vroeg kraaiden, want die band was weer (of nog steeds) lek. Niet plat, maar wel ongewoon zacht.
Te zacht.
Godver.
Een lekke band is voor een bolderkar die het gewicht van een PKW én belading moet torsen niet alleen een nogal schlemielige afgang, het is ook gewoon onhandig.
Toch meegenomen naar ons tuintje, want ten slotte: het ding stond in zijn volle glorie in de woonkamer gewoon ontzettend in de weg. En ik kon gelijk uittesten of de rest van het ding wél gewoon wilde doen waarvoor ik hem in elkaar gezet had.
En dat deed hij. Zonder kraken of piepen vervoerde hij de lasten die ik hem te torsen gaf.
Omdat ik Ilse niet nogmaals wenste te belasten met het wederom loshalen van die duivelse band (vanwege de leeftijd was het ding helemaal stijf, stug, verdord, verdroogd, en muf. Ik heb het nu over de band, niet over Ilse, voor alle duidelijkheid), besloot ik om een setje nieuwe buitenbanden en 2 setjes nieuwe binnenbanden te bestellen.
Als die binnen zijn, snij ik met alle plezier die muffe ouwe troep (ja, ouwe meuk is leuk, maar daar zitten wél grenzen aan) van de velg af, en ik vermoed dat de nieuwe banden zich toch wat meegaander opstellen bij het monteren ervan. En zo niet: dan volgt er een nieuwsbericht over toevallige passanten die geraakt worden door langszeilende bolderkar-wielen.
En daar bleek dat de Panda gewoon een ruimte-wondertje is.
Die hele PKW VIII paste er gewoon in. Banken plat, en schuiven maar. Kostte me wel bijna een ruit omdat ik vergat dat de trekstang eraf moest, maar dat is ook weer zo'n klein detail.
En omdat we een opstapje nodig hebben naar de tuindeur (we willen op onze leeftijd toch een beetje voorkomen dat we ter aarde storten als we van binnen naar buiten willen, en vice versa, het hoogteverschil is toch wel flink dus vandaar besloten dat we een opstapje nodig hadden) ging ik op zoek naar een pallet.
En pallets zijn best flink.
Zoeken op markplaats (niet eens die van facebook, daar zitten over het algemeen weinig bruikbare mensen op) leverde me een hit op, in de stad. Een gratis pallet, op te halen in de stripheldenbuurt. Dus hop, in de Panda naar de Stripheldenbuurt. Banken plat en schuiven maar. De pallet was wat te lang, dus ik moest hem iets schuin omhoog zetten tegen de stoel, maar het paste.
Overigens: ik zal dit niemand aanraden, want als ik van achteren aangereden was, was mijn hoofd, samen met die pallet door de voorruit naar buiten gekegeld, en dan moet je dat verzekeringstechnisch weer uitleggen. En het staat voor de crematie zo slordig. Een hoofd op een pallet, toch een vreemd, misschien wel luguber beeld. Hoewel het dan een veel te dure kist uitspaart. Dat dan wél.
Maar goed, de pallet bleek in verrassend goede staat, we konden met precies 45 tikken van de hamer, de nagels eruit rossen, en precies 12 zaagsneden verder, hebben we een prima opstapje, waar we nieuwe deurmatten op hebben geschroefd, want we willen bij het betreden van ons huisje de tuin wel buiten laten, en niet mee naar binnen klossen.
Ook hier werd ik door mijn echtgenote teruggefloten. Ik wilde namelijk op 1 (één) dag álles aan en met dat opstapje af hebben. Halen, zagen, kloppen, schroeven, beitsen, op zijn plek leggen en klaar.
Uiteraard liep dat anders. Want beitsen van een pallet, die je straks niet meer ziet, is enigszins overkill. Pallets leven een leven lang een hard leven in weer en in wind, en kunnen meer aan dan wij in ons tuintje hem voor zijn voeten (pun intended) gooien.
En aangezien de beits die ik heb, niet bepaald geschikt is voor gebruik in een woonkamer, besloten we om het beitsen dan ook maar achterwege te laten. Toen het af was, zag ik dat er voor alle veiligheid misschien toch maar een extra plankje aan de voorzijde moest komen, om de kans op struikelen (en daarmee de meest fantastische en gezond voor de ziel zijnde, acrobatische toeren) te verminderen. Volgens Ilse was dat onzin en moesten we gewoon uit onze doppen kijken. Ja, dat is leuk, tot we dus een ambulance nodig hebben omdat één van ons drietjes dus inderdaad al back-flippend, handstand'end en radslagend naar binnen of buiten davert.
Toch even wat bedenkingen bij de Panda.
Het is een prima wagentje. Lekker bij de les, extreem zuinig en doet alles wat ik er van wil.
Willen is hier het woord, waar het om draait. Ik wilde graag een witte. Sterker nog: dat was één van de voornaamste eisen die ik aan de nieuwe auto stelde. Yin moest door Yang gecompleteerd worden.
En natuurlijk wéét ik ook wel, dat een witte auto behoorlijk besmettelijk is. Letterlijk álles zie je erop, behalve witte vogelkak. Ik zag en zie met regelmaat auto's rijden, waarvan ik me afvraag of de eigenaar zich niet schaamt om erin te rijden, zo goor is het ding.
Nu ik zelf een witte auto heb, vraag ik mezelf vrij regelmatig af waarom ik mezelf niet schaam om in zo'n gore auto te rijden.
Schiphol is nu eenmaal niet bepaald de meest schone plaats van de wereld, de zooi komt zelfs zonder regen uit de lucht vallen, en met een week is een witte auto, muffig, grijs-zwart.
Ik wist dit wel, maar ik had die kennis niet bepaald enthousiast tot me genomen. Ik wil(de) namelijk een witte.
Ik wil(de) ook graag een auto die zuiniger en dus goedkoper zou zijn. Ook dat is me gelukt. De panda verbruikt bij hetzelfde gebruik, 20 liter in plaats van de 40 liter die de Citroen lustte. Dat in combinatie met het veel lagere gewicht van de auto, maakt dat ik fors bespaar.
Ik wist ook heus wel dat er uiteraard een verschil moet zijn tussen een auto die nieuw 34.000 euro kost en een auto die nieuw 14.000 euro kost. Maar nu ik er een goeie drie weken mee rij, valt het wel op, dat er een verschil zit. Kan ook niet anders. Ik wist dit wel, maar het realiseren dat dat ook echt zo is, zijn twee heel verschillende dingen.
Het is geen auto waarin je even stoer laat zien dat je met een groot, lomp monster onderweg bent. Daarvoor is de panda te klein. Misschien zelfs wel te ielig. 110 op de teller is zuinig, en voelt hard zat. Bovendien: boven die 110 km per uur, hoor je, behalve het rijgeluid, dat door besparing op isolatie toch best goed doorkomt, de tank gewoon leeg-gorgelen. Dan gaat die auto van heel zuinig, naar Amerikaanse Pick-Up achtige bullshit, en daar heb ik hem nu net weer niet voor gekocht.
Bumperkleven, vond ik al onzin, maar om met een Panda een dikke BMW uit de 7 serie op te gaan duwen, is natuurlijk gewoon krankzinnig. Ik rij dus meestal gewoon rechts, en daar is het wegbeeld op de tijd dat ik rij, heerlijk rustig.
Bedenkingen, klinkt negatief, misschien had ik het overwegingen moeten noemen. Want ik ben absoluut niet negatief over de Panda. In tegendeel. Ik kan nu mijn tankje volgooien met '98, en alsnog goedkoper uit zijn. Lachen aan de pomp. Het overkwam me de afgelopen jaren zelden, en dan eigenlijk alleen nog als iemand uitgleed en fysiek gezien compleet onmogelijke dingen liet zienz. Nu durf ik weer een waterig lachje te vertonen als ik naar de kassa van de pomp loop.
De ruitenwissers beginnen te wennen, de schakelmomenten beginnen ook steeds logischer te voelen, dus ik vermoed dat we over niet al te lange tijd van vriendjes, naar BFF zullen gaan, de Panda en ik.
Onze Colette. Het enige nog levende dier in onze kleine menagerie. Let wel: dierlijk gedrag vertonen wij gedrieën wel, maar Colette is de enige die dat recht daadwerkelijk heeft, gezien haar lidmaatschap van de familie der Felidae.
Toch vertoont zij ook wat menselijke trekjes. En nee, dat heeft weinig te maken met het feit dat ik als kattenliefhebber nu eenmaal dusdanig geconditioneerd ben dat ik dat dier onbewust van menselijke trekjes voorzie, ik observeer haar gedrag, en kom tot de conclusie dat Colette gewoon een pathologische leugenaar is, dement aan het worden is, of gewoon een klein kind met vacht is.
Van Ilse kreeg Colette in de ochtend haar pilletje, omgeven met wat kneedbaar voer, zodat ze ongemerkt dat pilletje toch binnenkrijgt, zonder dat ik haar in haar nekvel moet grijpen en dat pilletje door haar strot moet rammen.
Bij Claus moest dat altijd wel, die trapte er niet in, vrat het kneedbaar voer dankbaar op, maar haalde wel dat pilletje er tussen uit. Dat was keer op keer een vechtpartij, waarbij ik met her en der wat bloederige schade, toch won.
Colette vreet het gewoon op zoals het komt.
En dan, in de ochtend, als dat pilletje in haar maag zit, krijgt ze een vloeibaar kattensnackje. Een slobbertje. Zoals wij dat noemen. Het klinkt ranzig. En zo ruikt het ook. Geeft niet, want Colette is er tuk op. We krijgen nauwelijks de kans om dat schoteltje met slobber neer te zetten, ze vreet bijkans het schoteltje erbij op.
Meestal begint ze in de ochtend al te mauwen, dat het tijd is voor haar pilletje (weet zij veel) en vooral: haar slobbertje.
Ik krijg nog niet eens de kans om rustig te ontdooien, mijn koffie te drinken en mijn peuk te roken, want dat beest zit zó klaaglijk te mauwen dat je zou geloven dat ze de afgelopen jaren nauwelijks te eten kreeg.
Ik kan dat beter negeren dan Ilse, dus ondanks gemauw en boos kijken, ga ik eerst mijn koffie drinken en mijn peuk roken. En dan, als ik mijn tweede kopje koffie aan het tappen ben, wil ik me wel bezig houden met haar pilletje en haar slobber.
Dan, een uurtje later, komt Ilse beneden.
Tot mijn grote verbluffing, begint het gemauw en gejengel opnieuw. Wederom wil Colette, maar nu van Ilse haar voertje en haar slobber.
Bijna ging dat mis, maar ik wist Ilse nog net op tijd te vertellen dat die smerige rooie leugenaar toch echt haar ochtend fouragementen gehad heeft. Waar ze het gore lef vandaan haalt, om mij in gebreke te laten lijken, is me een raadsel.
Maar ach, op sommige momenten is ze lief hoor. Vooral als ze slaapt.
Spanning en sensatie.
Want omdat wij wij zijn, en omdat ik ik ben, leek het ons nu eens een uitgelezen mogelijkheid om, naast alles wat er toch al prioriteit heeft in ons leven, eens te gaan kijken naar een nieuwe badkamer en een nieuwe vloer.
Spannend. Want dit komt rechtstreeks met het vernieuwen van de hypotheek, en het daarmee te benutten deeltje van de overwaarde van ons huis, dat we ervoor willen gaan gebruiken.
Goddank hebben we een puike adviseur in dienst, die ons door de toch al onoverzichtelijk mellée heen loodst.
Sensationeel is de keuze te noemen aan winkels die vloeren en badkamers verkopen. Er is simpelweg veel te veel keuze, en ik merk dat ik er in vastloop. Nu al. 2 uurtjes wezen struinen, en van alles tegen gekomen.
Laat ik met de vloeren beginnen.
Geen gietvloer, want dat is geen handige keuze met de piano. Geen PVC vloer, want piano. Geen tapijt, want allergie. Geen laminaat, want gewoon niet zo denderend en veel te dik. Geen beton, want we wonen niet in een fabriekshal. Hout blijft over, maar dat gaat werken, en is ook te dik. Wat blijft er over? Geen nieuwe vloer? Ja, maar dat moet toch eens, want die is na dik 20 jaar aan het einde van zijn Latijn.
De verkopers, waren van simpelweg ongeinteresseerd, tot veel te geinteresseerd. Van half-wetend, tot volstrekt onbetrouwbaar. Ik had er de vloer mee aangeveegd, zeg maar.
Na alle (on)behulpzame info over vloeren, in ons opgenomen te hebben, en nadat we onze ogen hebben kapot gekeken naar allemaal lelijke "dessins" die volgens VT-wonen helemaal hip zijn, waren we gevloerd, zo gezegd.
Toen nog even een rondje badkamers. Stom, hadden we kunnen laten.
De badkamerverkopers lieten ons links liggen, schatten correct in dat we "inspiratie op kwamen doen".
Mijn verbijstering over het feit dat je voor een badkamer-wastafel 1000 euro zou willen betalen, bleef op de achtergrond dooretteren. Vooral omdat ook die weer "VT-wonen-approved" was.
Vanaf nu weet ik dat als er likkebaardend VT-wonen bij een product staat, ik er met een grote boog, (mogelijk op voorhand al kotsend) omheen loop.
Goed, aldus opgetekend, begint mijn weekend. Van maar liefst 7 dagen. Wettelijk mag mijn werkgever mijn opgespaarde ATV dagen gewoon, zonder overleg inroosteren. Want het zou ons geen geld kosten.
Drumroll: Dat doet het wél, want zeg maar dag met je handje tegen je toeslagen. En aangezien overleg nu eenmaal niet in het vocabulaire voorkomt van bepaalde lieden, ben ik gewoon maar weer 7 dagen vrij.
Op zich om heel andere redenen vind ik het niet eens heel erg, maar charmant is absoluut anders.
Ik ga er van genieten. Want ten slotte: het overkomt me ook weer niet heel vaak dat ik een weekend met mijn meiden mag doorbrengen.
Ik wens eenieder een heel beste toe.
vrijdag 13 februari 2026
Shenanigans deeltje kon-en-30
vrijdag 6 februari 2026
Bommen en granaten! (En loodzware pantserwagens).
Na mijn aanvankelijke teleurstelling omtrent het niet functioneren van mijn fiets, hebben we vrede gesloten: ik neem de luttele seconden "opstart-tijd" in acht, en mijn fiets doet wat hij doen moet: mij ondersteunen.
Dat gaat goed: de fiets doet wat hij doen moet.
Fijn.
Maar nu het volgende: ik verkeer een beetje in een imago-crisis met het ding.
Dat zit zo: ik mocht en wilde uiteindelijk geen fatbike. Vanwege het gevaar van het ding, en mijn fysieke en mentale lompheid.
Dus koos ik voor een bejaardenfiets, waarvan je met heel veel (en hier bedoel ik ook echt ENORM veel) fantasie nog zou kunnen zeggen dat het om een fatbike "light" zou kunnen gaan.
Ja, leuk bedacht, maar er is werkelijk geen hond op aarde die dat gelooft. Ik geloof het zelf niet eens.
Ik kan wel als een Alfa-haantje stoerig op die fiets klauteren, maar dat ziet er eerder aandoenlijk uit, dan stoer. Dat probeerde ik dan ook één keer, en mijn versleten heup had daar serieus een héél andere mening over dan ik, en ik kon nog net een stroom liederlijkheden inslikken. Niet zozeer omdat ik moreel gezien tegen het uitbraken van liederlijkheden ben, integendeel, maar omdat ik het niet zo charmant vind om in toevallige aanwezigheid van een paar passerende peuters allemaal liederlijkheden in de rondte te strooien. Het nadeel van "mij" zijn, is dat ik toch wel enig gevoel voor decorum heb, en ik het aan de betreffende ouders vind om peuters wel of geen liederlijk vocabulaire bij te brengen.
Maar goed. Ik ben dus weer helemaal in mijn sas met mijn fiets. Ik probeer alleen uit te vogelen hoe ik erbij moet kijken.
Ik bedoel: Petje, oorbelletje, tattoo. Kortom: stoere gozer.
Op een behoeftige-bejaarden-fiets.
Hoe kijk ik daarbij? Hanig om me heen, en wie doet me wat? Nou: mijn heup. Die me kort, doch heel erg krachtig vertelt dat ik echt op geen enkele wijze hanig, stoer of hip moet proberen te doen. Het beklimmen van die fiets moet met zorg voor heup gebeuren, anders zal ik er van lusten. Imago of niet.
Of dan toch maar accepteren dat de jaren beginnen te tellen, en als een wat versleten 40+'er voorzichtig mijn fietsje bestijgen en op hoop van zege dat niemand me ziet wegpeddelen?
En het is zaak dat ik op niet al te lange termijn een (of twee) fietstassen op de kop tik.
De rugzak die ik nu gebruik, is eigenlijk te klein. Daar kwam ik achter toen ik mijn boodschappen erin probeerde te proppen. De eieren bleken net een maatje te groot. Of het brood, dat zich net niet lekker in de overgebleven ruimte wenste te laten proppen. Om nu de tomaten vroegtijdig tot soep te prakken, leek me voor niemand enig voordeel te bieden, en de pot honing was té noodzakelijk om niet meer mee te nemen.
Zo stond ik dus bij de zelfscan van de AH te klootviolen, dusdanig lang dat het systeem begon te mekkeren dat ik er te lang over deed.
Bovendien: als de temperaturen boven de 12 graden gaan komen, wíl ik helemaal geen rugzak. Want die zit (de naam doet het al vermoeden) op mijn rug, en als ik dan terug kom, thuis, wil ik geen natte plakrug van die rugzak. Als ik geen rugzak om heb, kan de wind eventuele nattigheid wel van me afwaaien, maar met zo'n rugzak blijft het werkzweet (zelfs mét ondersteuning) gewoon tussen mij, mijn shirt en die tas hangen. En dat is vies. Al van kinds af aan, hou ik niet van plakkerige zaken.
Dus een goeie, grote fietstas is toch wel een must.
Uit het nieuws:
Klik hier om u te verbazen Link naar NU.nl
Ik ben echt niet vies van heel erg bizarre gesprekken. Heus niet. Er gaat geen dag voorbij op mijn werk dat gesprekken niet volledig en compleet, gierend uit de klauwen escaleren. Dat blijft dan wel bij gesprekken met de meest krankzinnige en buitenissige uitspraken. Nooit dat dergelijke uitspraken in de praktijk gebracht worden. (Dat neem ik aan. Dat hoop ik, van ganserharte. Ik in elk geval niet, wat mijn collega's thuis uitspoken, durf ik niks van te zeggen. Weet ik niet, en dat hou ik liever zo).
En dán heb je een Fransman.
De beste man moest na de hulp die hij kreeg, op gesprek bij de Gendarmerie om eens uitgebreid en eerlijk uit de doeken te doen, hoe hij in vredesnaam aan een granaat uit de eerste wereldoorlog kwam, en hoe hij er nog in vredesnamer bij kwam om het ding van 3,7 centimeter doorsnede (!!!!), in zijn reet te proppen.
Op welk moment van de dag besloot je dat dát nu echt een puik plan zou zijn?
En had je daar dan een bepaald middel voor nodig, om tot die beslissing te komen? Ik hoop oprecht niet dat de man een ferme slok wijn op had, want dan ga ik van zijn levensdagen geen druppel Franse wijn meer durven drinken.
En dacht je dan niet: 3,7 centimeter doorsnede, is wellicht wat groot? Misschien eerst eens oefenen met een 7,26 NATO mitrailleur kogel? Net zo dodelijk, maar wellicht anaal ingebracht wat minder pijnlijk, en minder roestig, dus minder kans op infecties. Nieuwer, minder instabiel, dus minder kans op een daverend einde.
Had je niet het idee dat een roestig (en daarmee dus niet meer soepel en glad, maar juist rafelig en scherp) voorwerp in je anus en endeldarm douwen, wellicht niet heel erg gezond zou kunnen aflopen? Los van het feit dat een eventuele BOEM, dan toch ook echt wel een definitief HO, is?
Ik heb zomaar het vermoeden (maar ik zou dolgraag een afschrift of opname van dat verhoor willen lezen of zien) dat de man wat denkvermogen betreft, niet helemaal vooraan in de rij stond toen dat werd uitgedeeld.
En dan de ondervragers. Nu al een shitload aan respect voor die lui. Je zal zo'n vent moeten verhoren. Zou het ze lukken om hun gezicht in de plooi te houden? Hoe zouden ze zich daarop voorbereiden? Operatief al hun gezichtszenuwen uit laten schakelen, om maar niet met een al te grote, verbijsterde grijns de verhoorkamer binnen te komen, misschien.
Als het nu niet gelukt was om die granaat te verwijderen, was er een heel ander soort nieuwsbericht de wereld in gekomen. Dan had de explosieven-opruimings-dienst die granaat wellicht ter plekke moeten laten ontploffen. Met de man er nog omheen. Zie dat verzekeringstechnisch maar uit te leggen.
Wel een koddige, nieuwe toevoeging aan het toch al onuitputtelijke gender-alfabet. Kon er ook nog wel bij. De munitiofiel. Munitiofilie. Voelt zich aangetrokken tot, en komt klaar op granaten in zijn of haar hol.
Ik denk persoonlijk dat Darwin likkebaardend toekeek hoe dit heeft kunnen gebeuren.
Als de man dus wél spectaculair aan zijn einde was gekomen, stel ik me zo voor dat hij aan Petrus uitlegt waarom hij ietwat voortijdig aan de hemelpoort komt kloppen. Hij kan niet liegen, want dan gaat hij naar de hel. Maar de waarheid zou ook wel eens kunnen leiden tot een doorreis naar ome Lucifer. Waar hij het beste op zijn plek zou zijn... Als we kijken naar de Romeinse goden, zou hij wellicht een plekje verdienen naast de God Eros en Godin Venus. Die zouden gegarandeerd bijzonder in hun nopjes zijn met deze buitennissige seksuele uitspatting (letterlijk en figuurlijk). In elk geval een levende legende. Nu al. Knap gedaan. Absoluut.
De beste man zou hier ook nog wel eens steenrijk van kunnen worden, want als hier filmpjes van zijn, gaan die goud geld opleveren.
We hebben nieuw vervoer: een Panzerkampfwagen VIII
Op ons tuintje is weinig te doen.
HUH???!!!
Ja. Het weer zuigt even keihard, en ondanks dat ik graag met mijn handen in de aarde zit te wroeten, verrek ik het toch om in de ijzige regen te gaan tuinieren. Ik ben wel een mooi-weer mens. (Zo ook met de fiets). En los daarvan: alles dat opgekweek is, en/of besteld wordt, kan toch pas per maart de grond in gedonderd, dus geduld. GE-DULD.
Maar dat wil niet zeggen dat ik niks doe vóór ons tuintje.
Vanwege het feit dat gemotoriseerd verkeer nagenoeg onmogelijk is op dat terrein, zien we veel mensen met bolderwagens hobbelen om groter materieel of bulkgoederen te verplaatsen. Mijn schoonouders gebruiken daar een haast antiek fietskarretje voor, dat eruit ziet alsof het elk moment van pure oververmoeidheid in kan storten. Maar het blijft gewoon functioneren.
Ilse had in het verleden een prachtig fietskarretje gekocht, die we min of meer voor dat doel kunnen gebruiken, maar eigenlijk te mooi en zeker te fragiel is voor alle woeste klussen die het ding zou moeten klaren.
We hebben wel een kruiwagen, maar daarvan heeft één van de lasjes losgelaten, en bovendien voor het vervoer van grote, lompe goederen is zo'n kruiwagen niet echt handig. Dat wordt een balanceer-act, uitgevoerd door een clown met een motorische stoornis. Frustrerend op zijn slechtst, lachwekkend op zijn best.
Een zogeheten hondje op van die plastic wieltjes, is vanwege de schelpenpaadjes gewoon een marteling voor mens en goeder (ervaring: ondanks dat zo'n hondje 250 kg zou moeten kunnen dragen, is het verplaatsen van 55 kg over een schelpenpaadje gewoonweg een helse rit naar de hemelpoort).
Halfhartig op marktplaats zoeken naar gratis bolderkarren, leverde me vooral misleidende advertenties op van bedrijven die doen alsof je de mooiste karren gratis kan krijgen, maar wél pas na betaling van serieus wereldschokkende bedragen.
Twee keer een bod gedaan op iets dat veelbelovend leek, maar goed, dat bleef bij lijken, aangezien ik naast het net viste.
En toen was hij er ineens: verstopt tussen alle luxe, nieuwe, hippe, Amsterdam-Zuid-Superrrrrr-Duuuurrrrrrr bolderkarren voor kinderen en havermelk-frappucchino-moedertjes, een onooglijk klein fotootje van iets dat op een bolderkar leek.
Even aanklikken, en mijn Ouwe-meuk-is-leuk-hart begon bijna geil te bonken. Louter een onderstel van een bolderkar uit de jaren '60 of '70 van de vorige eeuw. Witte wieltjes, roestige assen, en een trekstang voorzien van handgrepen die in de jaren '80 van de vorige eeuw al niet meer helemaal compleet of zelfs maar fris waren.
In de schuur had ik nog betonplex platen van een vorige klus in ons tuintje, dus ik werd stante pede hitsig verliefd. Dáár zou ik het door ons begeerde wagentje van kunnen maken.
We kwamen snel tot zaken, en na een prachtige rit naar de periferie van Ouderkerk aan de Amstel, kon ik het geheel halen.
Inmiddels staat de bak klaar. In alle rust het ding in elkaar gezet. Platen op maat gezaagd. De achter-as gemonteerd, en de boel in de rubberseal gezet, daar waar het hout open en bloot in weer en wind moet zien te overleven.
Uiteraard heb ik een 6-tal gaten verkeerd geboord. Die moest ik dicht plamuren. Uiteraard heb ik mezelf misrekend. Het ding is niet meer een bolderkarretje, qua maatvoering kun je denken aan die idioot grote landbouw karren die je tijdens de bietencampagne op de weg ziet.
En laat ik over het gewicht maar niet beginnen, ik was even vergeten dat betonplex gewoon een met lood verzwaarde versie van multiplex is. Als ik dat in de Panda moet laden om mee te nemen naar de tuin, vrees ik dat de eerste grote reparatie een feit is: nieuwe achterveren.
Stevig is die wel. Veilig genoeg om een granaat uit de Eerste Wereldoorlog in te laten exploderen zonder dat er schade ontstaat. Het is gewoon een pantserwagen in het klein. Ik zal een belletje naar Frankrijk plegen om mijn diensten aan te bieden.
Omdat de kar nog niet af is, staat die wat onhandig in de woonkamer, te drogen na alle beschermende spullen die ik erop smeerde.
Moet nog even afgewerkt worden. De vooras (de stuuras) moet er nog op, en dat moet ik wel even netjes doen, want als dat niet goed functioneert, heb ik veel tijd zitten in een loodzwaar, niet te handelen kreng op wielen, en dat wil ik voorkomen.
Dit alles geschreven hebbende, heb ik ook weekend. (En dus tijd om het karretje af te maken).
Ik wens eenieder een beste toe. En onthou: een granaat is geen speelgoed.
donderdag 29 januari 2026
Doortrappen!
Doortrappen.
Dat bleek een term die op meer facetten van mijn leven van toepassing is, dan het kopen en gebruiken van een nieuwe fiets.
Ik kreeg niet zo gek lang geleden, te horen dat ik baat zou kunnen hebben bij trauma-therapie.
BOEM.
Hoppa, gooi maar even een sneeuwbal in mijn nek. Alsof er een explosief bij mijn innerlijke voordeur werd neergelegd.
In ons kleine huishouden van Jan Steen, hebben we alle drie zo onze uitdagingen. En dat is op zich denk ik wel iets dat bij het gewone leven hoort. Jente heeft de hare (waar we voortvarend mee aan de slag zijn en blijven) Ilse heeft ze, maar ik heb ze blijkbaar ook.
Natuurlijk heb ik ze ook, en dat weet ik best.
Het stoppen als muzikant, leek me destijds een prima middel om los te komen van mijn verleden.
Nieuwe, leuke baan en door(trappen).
En op zich is het middel goed. Begrijp me niet verkeerd. Het heeft mijn leven absoluut verbeterd.
Het is alleen niet álles. Er moet blijkbaar nog wat. Louter een ander bestaan kiezen en doortrappen bleek niet afdoende. Verre van, zelfs.
Ook dat had ik kunnen weten, zeker toen mijn lijf en ziel me een paar stevige, weinig subtiele hints gaven waarbij ik in meer of mindere mate door het ijs zakte.
Maar van opgeven, wilde ik niet weten. Doortrappen, want dat zit in mijn karakter. Ik kan erg veeleisend zijn naar mezelf. En dien ten gevolge ook naar mijn omgeving. Ik werd er, denk ik, niet bijster prettiger op voor mijn omgeving.
Ilse waarschuwde me al eens. (Eens? meerdere malen, maar ik kan bijzonder goed Oostindisch doof zijn, want ik moet door(trappen)).
Goed, ik kreeg dus te horen dat ik toch echt eens mijn rugzak leeg zou moeten schudden om hem opnieuw en wat netter in te pakken, en dát komende van iemand die veel meer afstand en expertise heeft, bleek de opmaat te zijn voor een hele nieuwe ervaring: de rem werd aangehaald, en het doortrappen kwam met gierende remmen tot stilstand.
Toen ik die uitspraak voor mijn flikker kreeg, begonnen er allemaal ongebruikte radertjes piepend te knarsen, in elkaar te grijpen, en bepaalde conclusies kwamen als vanzelf tot stand.
En dat waren niet de leukste conclusies.
Conclusies die ik op mijn werk moest gaan delen. Die ertoe leidden dat ik moet stoppen met mijn werk als OR-lid.
En dat geldt in mijn hoofd nog steeds als "opgeven". En ik hoor die stem weer. Ook iets dat ik niet kan. Niet afmaak.
Rationeel weet ik dat ik daarin gewoon de beste keuze maak. Rationeel weet ik dat ik niet verlies. Ik ben tot (en over) het uiterste gegaan. En nu is het tijd om dat ook eens (eindelijk eens) voor mezelf te doen.
En niet alleen voor mezelf, maar ook en vooral voor mijn gezin. Als ik dat niet doe, kan ik het voor niemand. En kan ik mijn collega's de beloofde inzet ook niet geven. Als ik mezelf nu niet als prioriteit neerzet, is het erop wachten dat ik niet alleen door het ijs zak, maar dat ik er helemaal onder schuif om er stijf bevroren en compleet nutteloos pas onder vandaan te komen als het veel en veel te laat is.
Dan heeft mijn gezin niks aan me. En mijn collega's ook niet. Oh, en niet onbelangrijk: dan heb ik niks aan mezelf.
Dat weet ik allemaal ook wel, rationeel. En alle betrokkenen hebben me dat ook zo gezegd. De steun en het begrip die ik kreeg, toen ik bepaalde mededelingen moest doen, was hartverwarmend.
Maar emotioneel gezien.... Laat ik het erop houden dat ik ontevreden ben met mezelf. Dat ik teleurgesteld ben in mezelf. Want geef ik niet te makkelijk op? Had ik niet gewoon moeten doortrappen, want dat is wat ik doe? Wat ik gewend ben te doen?
En dus, om het malen te ontvluchten, duik ik in heel andere dingen. Dingen die voor de verandering eens goed zijn voor Marnix. (En daarmee dus hopelijk ook voor mijn gezin, maar dat oordeel laat ik graag aan hun over, in de hoop dat ze milder voor me zijn dan ik zelf ooit zou kunnen).
Een fiets kopen. Een auto kopen. Die auto snel naar mijn zin maken.
En de tuin. Ons domeintje.
Want dat is een leerschool. Een hele(nde) pittige, maar prettig laagdrempelige leerschool.
Dat had ik van te voren ook niet zo ingeschat. Ik ging er vol op in, omdat ik zag hoezeer Ilse het naar haar zin had en heeft met en in zo'n tuin. Omdat zij daar vooral tot rust zou komen. En ik zou erin mee gaan.
Blijkt het voor mij een les te zijn in loslaten. Accepteren dat perfectie niet hoeft. Mezelf opdragen dat perfectie niet hoeft. Accepteren dat het niet af is, en waarschijnlijk nooit af zal zijn.
Dus zit ik al dagen op allemaal sites van kwekers mijn wensen in winkelwagentjes te keilen.
Van klim-aardbeien tot kamperfoelie. Van passiebloem tot vergeet-me-nietjes. (Iets dat in het Duits -het is een Duitse site- toch wat viezig aan doet. Vergissmichnicht...).
Van een speciaal soort grasje, tot een maracujaplant. Witte bessen, rode bessen, cranberries en kruidenplanten. En ga zo maar door. Als ik kijk naar de prijs van dat virtuele winkelwagentje, dan vermoed ik dat we van het ene oerwoud in het andere terecht komen, zij het dan ons oerwoud naar onze smaak is...
Dus ben ik bezig met zaden in kweekbakjes op te kweken. Zonnebloemen, een plant die men in het Engels "lullenplant" noemt, goudsbloemen en venkelzaad.
De zonnebloemen en goudsbloemen komen belachelijk goed op.
De lullenplant, blijkt wat bescheidener te zijn, dan de naam en vooral beschrijving zou doen vermoeden. Micropenis is meer op zijn plaats, maar misschien is het een verrassende groeier...
En dus ben ik al even bezig met kruiden stekken. Iets waar ook enorm veel geduld voor nodig is, maar ook een stukje acceptatie. Accepteren dat niet alle takjes gestekt wíllen worden. Geduld. Dat de takjes die ik wil stekken, echt veel en veel meer tijd nodig hebben dan ik vind dat ze nodig hebben. Geduld. Iets dat ik op veel vlakken van mijn leven niet heb, naar mezelf nog wel het minst.
Er moet een opstapje komen bij de tuindeuren, waarvoor we inmiddels een idee hebben over hoe we het willen, met wat europallets, wat deurmatten, een doosje torxen en potje beits.
Omdat gemotoriseerd verkeer op het park verboden (en nagenoeg onmogelijk) is, heb ik het onderstel van een bolderkar op de kop getikt, waar ik zelf de "bolder" op ga maken.
Ik ben mijn auto op hoog tempo naar mijn zin aan het maken. Ik noem hem Po. Naar de hoofdpersoon uit de film "Kong Fu Panda". Vind ik wel passen bij een witte Panda met zwarte sierstrips. Ik heb er een middenarmsteun voor besteld, iets waarvan ik oprecht vind dat het comfortverhogend (en dus onontbeerlijk) is. Maar ook een setje nieuwe matten, omdat de matten die erin zitten, na 13 jaar toch wel wat muf zijn geworden. Die matten heb ik laten voorzien van de tekst "SKADOOSH" naar de iconische overwinningskreet van Po, in de eerder genoemde film. (Serieus een aanrader om eens te kijken). Wellicht dat dat voor mij ook een mooie eindkreet kan worden, als ik mezelf op de rails heb weten te takelen. SKADOOSH!!!!!
Alles om maar tot rust te komen, en wellicht als eerste stap naar accepteren.
Accepteren dat het leven in het algemeen en het mijne in het bijzonder maar zeer beperkt maakbaar is, als de gereedschappen en de bouwstenen een ongeorganiseerde chaos zijn.
En dat brengt me weer terug bij mijn fiets.
Ik was van de week niet echt in staat om mijn teleurstelling erg goed te verbergen. Het ding deed namelijk niet waar ik hem voor kocht: trap ondersteuning geven. Aanzetten en trappen. En dat doortrappen moest ik dus letterlijk, de hele rit lang doen. Ja, dat doe ik. Nee dat wens ik niet te doen op de fiets, en zeker niet als ik een fiets koop die me daarin zou moeten ondersteunen.
Ik kwam vloekend thuis. Kwakte het ding aan de kant, en blèrde naar Ilse dat ze dat hoerending wel mogen jatten, want kapot, te lang, te breed, gewoon niet goed en kut.
Ilse kan dat niet zo goed hebben. Dat ik mijn frustratie wat weinig kan beteugelen als de teleurstelling over een beroerd functionerende fiets van 2500 euro eventjes mijn oren (en mond) uitspuit.
Grimmig stapte ze op mijn fiets, en er bleek niks aan de hand.
Ja, en wat moet ik daarmee? Waarom deed die klootzak dat dan niet bij mij?
Weg vertrouwen. Lekker overreageren. Uiteraard.
Want ik eis perfectie, niet alleen van mezelf, maar zeker ook van een dure, nieuwe fiets.
Mijn volgende tocht op dat ding bleek weer als vanouds. Gewoon zoals het hoort. Niks aan het handje.
Maar waarom verrekte dat ding dan alle medewerking toen ik het nodig had, zwaar bepakt en bezakt met boodschappen?
Geen antwoord. Een fiets van plastic en staal heeft nu eenmaal geen mond om terug te praten, en als dat wel zo was geweest, was ik waarschijnlijk nog minder genuanceerd geweest.
In een gesprekje met mijn zwager, werd het idee geopperd dat ik mogelijk te snel was begonnen met trappen, en dat je de fiets eerst even een paar seconden moet geven om alles op te starten.
Dat zal ik dan de volgende keren braaf doen, maar als die fiets me deze stunt nog eens flikt, dan ga ik uit pure grammigheid wél gewoon een fatbike kopen.
Of toch eens leren wat meer te accepteren. De Franse mentaliteit een beetje proberen te omarmen: "Faut pas penser, faut accepter".
Klinkt allemaal niet best, dat bovenstaande. Toch een midlife-crisis? Misschien. Hoewel het obligate blonde mokkel van 22 zich nog niet heeft aangediend, en ik daar eerlijk gezegd totaal geen energie voor of behoefte aan heb. Ik zou niet weten wat ik ermee aan zou moeten vangen. Na haar in alle standjes te hebben volgejoggerd, zitten we elkaar, ongemakkelijk nadruipend, aan te kijken, wetend dat we verder vrij weinig delen. Dat zie ik (voorlopig althans) niet zo heel erg zitten.
Een Fiat Panda is ook niet echt de meest voordehand liggende keuze tijdens een midlife-crisis, en ook een E-bike voor behoeftige bejaarden past daar niet bij.
Hoewel... Mijn Panda met zijn 2 cilindermotortje werd al met een ducati vergeleken, dus ik zou kunnen zeggen dat ik een overdekte motorfiets heb. En voor die E-bike, kan ik vast wel een pakkend verhaal voor een 22-jarige blonde bimbo verzinnen.
Maar misschien kan ik hierdoor die midlife crisis een beetje omzeilen, en hierna gewoon lekker genieten van mezelf, en alles dat ik ondanks mezelf toch maar mooi voor elkaar heb.
En dat geschreven hebbende, blijft mijn werkgever volharden in kwistig strooien met ATV-dagen, en mag ik komend weekend toch aan het werk. En op zich is dat ook wel vol te houden. Ik wens eenieder een goed weekeinde toe.
vrijdag 23 januari 2026
Alzheimer en doortrappen
Help, ik heb alzheimer.
Goed, er komt een moment in je leven dat je tot de conclusie komt, dat de fiets die je voor de middelbare school kreeg, de laatste goeie fiets was, die je ooit kreeg.
Want je moest er toch wel 22 kilometer per dag mee fietsen.
Die fiets was in mijn geval een blinkend nieuwe Gazelle.
Ding is mishandeld tot en met, want ik fietste er dus inderdaad 22 kilometer per dag mee. Door en over de heuvels van Limburg. En niet alleen over de weg, maar ook door de modder. Talloze keren mee door weer, wind en sneeuw gepeddeld. En daarmee dus ook talloze keren op mijn snufferd geschoven.
Zelfs een keer mee over de kop geslagen toen ik, heel stoer, wilde stunten. Ik wilde stunten, maar had in mijn jeugdige overmoed over het hoofd gezien dat het niet heel handig is om je voeten tussen de spaken van je voorwiel te steken, als je toch al veel te hard heuvel af rijdt. De automobilist achter me had een goeie eerste rang op mijn spectaculair clowneske acrobatiek, en was na zijn aanvankelijke schrik niet te beroerd om mij uit de restanten van de fiets te ontwarren, en me grienend op school af te leveren.
Na reparatie (van zowel mij als fiets) heb ik er nog jaren mee mogen rijden, tot die in Amsterdam ineens gewoon verdwenen was.
Einde Gazelle.
De laatste fiets die ikzelf kocht, kocht ik in Den Helder. Prinsjesdag oid. Of van een plaatselijke clochard. Een blauwe kronan-achtig soort fiets, maar dan zelfs voor Chinese begrippen erg slecht. Het was gewoon een oncomfortabel klereding zonder versnellingen en waarschijnlijk zonder remmen, die voor straf niet gestolen wenste te worden.
Hoewel...
In de tijd dat ik in Tiel woonde, is dat ding door de klimop helemaal opgevroten, en eigenlijk toen we naar Rotterdam gingen verhuizen al nauwelijks meer terug te vinden. Ik wilde hem laten staan, Ilse, toch al veel zuiniger op haar spullen, beval me om dat ding dan maar met grof geweld van de klimop te bevrijden en hem toch maar mee te nemen.
Zo is die zelfs in Almere terechtgekomen, tot we hem weggaven aan.... Joost mag weten wie.
Daarna eigenlijk nooit meer een fiets gehad, tot ik er één van mijn betere helft kado kreeg. Een vouwfiets, want ik wilde wél een fiets, maar niet iets dat veel ruimte in zou nemen. Makkelijk om van de parkeerplaats naar mijn werk te fietsen. Hetgeen ik ook best vaak deed, tot daar de klad in kwam.
Toen ik in een vlaag van opperste verstandsverbijstering besloot om met de trein naar mijn werk te gaan, bleek die vouwfiets toch wel weer een uitkomst: ik kon naar het station fietsen. En dat deed ik ook. In eerste instantie ging ik ervan uit dat die fietstocht een half uur zou duren, maar zelfs ik kon dat tochtje in 5 minuten volbrengen. (Met wind tegen en dat dankzij de 7 versnellingen die het ding rijk was).
Witheet was ik toen ik na een noeste dag hard werken, het plekje van mijn trouwe, brave vouwfietsje leeg aan trof. Niet alleen omdat ik door de bittere kou naar huis moest lopen (van pure haat en razernij was het trouwens geen lopen dat ik deed, maar stampen), maar vooral omdat het om een fietsje ging dat ik kado kreeg van mijn vrouw. Dat heeft emotionele waarde, en aangezien ik een emotioneel mens ben, kwam die woede er op minder subtiele wijze uit. Ik heb de dief doodgewenst op manieren waar een normaal mens zich geen voorstelling van kan maken. En mogelijk zelfs wat ongemakkelijk van wordt.
En terecht.
Met de komst van ons domeintje, bleek al snel dat we niet alleen een stukje rust, maar ook een stukje vakantiebestemming gekocht hebben. Daarover genoeg geschreven. (Op dit moment, laat me u geruststellen, ik ga nog meer dan voldoende over de mis- en lukkingen schrijven).
Maar aangezien ik een andere auto kocht om voordeliger transport te hebben, vind ik het ook een beetje bezopen om elke keer met de auto naar dat domeintje te moeten rijden. Dat is maar 10 kilometer, en Ilse fietst het tot haar grote genoegen op haar Giant E-bike met de spreekwoordelijke twee vingers in haar parmantige neusje.
Dus na het aankopen van een andere auto, besloot ik half en half om de ouderlijke schenking toch eens aan te wenden voor een kwalitatief goede fiets.
Ik opperde een fatbike, maar dat werd vooral door Jente heel erg krachtig ge-vetoot. Ze heeft de schurft aan die dingen. Elk weldenkend mens heeft de schurft aan die dingen. En dan vooral aan de berijder ervan. Maar goed, ik ben natuurlijk op de leeftijd dat de midlife-crisis aanstaande (of al lang en breed begonnen) is. Die fatbikes worden ook als een soort van 'cargo-bike' geleverd, en dat sprak mij enorm aan.
Hoe dan ook: op een frisse dinsdagochtend togen Ilse en ik naar een van de lokale fietsen-boutiques van Almere.
Ik had vooraf een budget in mijn hoofd (ja, dat is een lachertje) en daarvoor zagen we een drietal fietsen staan die mij wel konden bekoren. Dat wil zeggen: bij degene die op dat moment op nummer 1 stond, kon ik heel even een rondje peddelen, want de batterij was leeg. De overigen hadden wat meer nadelen dan ik prettig vond. We spraken af om even een half uurtje te wachten, en dan mét geladen batterij nogmaals een rondje te fietsen.
Dat halve uurtje besloten we om naar een lokale Fatbike-boutique te gaan. Iets met een muis. Ik kon niet op de door mij zo begeerde 'cargo-fat-bike' fietsen, maar wel op een model dat ook een kratje achterop kon herbergen, en met een "ga maar eens lekker een goeie ronde fietsen, meneer", werd ik de zaak uitgeduwd.
Voorwaar een hele belevenis. Zo'n fatbike.
Het zitcomfort: ongekend. Zacht zadel. Superlekker zitten. Het "fietsen" op zo'n ding: ik snap waarom het gevaarlijk is.
De ondersteuning ten opzichte van wat je zelf doet, komt totaal niet overeen met elkaar. Voor je één trap hebt gegeven, heb je jezelf al naar het andere eind van de straat gelanceerd. Onprettig als je het niet gewend bent. Levensgevaarlijk in de handen van onvolgroeide puberbreinen. Onbegrijpelijk dat ouders hun kind daarop laten fietsen.
Hoe dan ook, een hele belevenis, zo'n fatbike. Vooral ook omdat de door de verkoper uitgelegde route voor het proefritje, totaal onduidelijk was, en ik dus kans zag om (enigszins overweldigd door alle frutsels en fratsen aan die fatbike) gigantisch en kansloos te verdwalen.
Ik verdwaalde zó erg dat ik overwoog om twee passerende boa's omver te rijden en ze de weg te vragen naar die fatbike-boutique. Later vertelde de verkoper dat er een GPS-tracker in zo'n ding zit, dus ze hadden me gewoon van de weg kunnen laten plukken, maar daar krijg je ook weer rare krantenkoppen in het lokale sufferdje van.
Maar nogmaals: enorm comfortabel. En dát vond ik, ten opzichte van het fietsje uit die andere fietsen-boutique wél een enorme pré.
Met een offerte van dik 2500 euro op zak voor een cargo-achtige, midlife-crisis-verantwoorde fatbike, vertrokken we weer. Ik was eigenlijk wel om. Ik zag het wel zitten, ondanks de te verwachten misprijzende reactie van Jente en ondanks de zelfs door mijzelf in geschatte gevaren.
Eenmaal terug bij de eerste firma, was de verkoper eventjes bezig met telefonische verkoop, en struinden we door de zaak. Meer fietsen bekijken. Prijzen vergelijken.
En ergens was dus in mijn hoofd het budget wat gerekt geraakt. Want mijn oog viel op een wat lager gemodelleerde fiets. Die wat langer was. En een stevige bagagedrager had.
En dik 1000 euro steviger geprijsd dan de basic fiets die ik zou gaan uitproberen.
De fiets waarop mijn oog gevallen was, was een heuse Gazelle. Maar wél één voor oudere mensen, die graag snel met hun tenen op de grond staan.
En zo ziet het er dan ook uit: zo'n fiets voor mensen die zeg maar, wat meer begeleiding nodig hebben in het leven.
Toen ik aangaf dat ik toch wel heel erg geinteresseerd was in die fiets, kreeg ik hem gelijk mee, voor een proefrit, en ook deze man probeerde me uit te leggen wat een geschikte ronde zou zijn. Maar ergens tussen Ilse en de verkoper ontstond een gesprek over mijn totale gebrek aan richtingsgevoel, dat begon met de vraag of er ook een GPS-tracker in zou zitten. Nee, dat zat er niet, maar dat zouden ze er wél in kunnen zetten, dan was ik ook voor Ilse op te sporen, "als het even wat minder goed met me zou gaan".
Waarop Ilse bulderend lachte dat ik geen alzheimer heb, maar gewoon een totale afwezigheid van elk gevoel voor richting.
Maar het fietste enorm comfortabel. Enorm makkelijk. Heel erg prettig. En qua zadel nagenoeg net zo lekker als die fatbike.
Dus ja. Een panda en een Gazelle in minder dan één week tijd.
Zoals Ilse zei: als je ook maar de helft aan plezier krijgt, als ik heb van mijn fiets, is het een puike investering.
En een investering is het. Ik heb nog nooit van zijn levensdagen zoveel geld voor een fiets uitgegeven. Dát op zichzelf is natuurlijk al midlife-crisis waardig, nietwaar?
Nog voor ik de eerste monstertocht met het ding ga ondernemen naar ons domeintje, heb ik de eerste miskleun overigens al voor elkaar.
Mijn fiets is namelijk voorzien van een MIK bagage-drager. Dat schijnt super handig te wezen, want dan kun je met een kleine adapter, allemaal kratten en tassen op je bagagedrager bevestigen. Ik was blij verrast, want dan zou ik dus zo'n adapter kopen, en die onder een AH-klapkrat schroeven. Dan werd boodschappen doen ook iets voor de fiets. Dat bleek een puik idee, alleen totaal onwerkbaar. Toen ik eindelijk dat krat dusdanig had voorbereid dat die adapter erop kon, bleek dat 1) De sleutel van die plaat veel te diep onder dat krat zat, waardoor ik die er nooit makkelijk af zou kunnen klikken. En dat was nu juist de opzet van het geheel. En 2) dat krat zat zelfs als die goed paste, zo strak tegen het zadel, dat ik zonder te verzitten, tijdens het fietsen, comfortabel trappend, gewoon een groots en meeslepende drol zou kunnen draaien in dat krat (niet per se als dat gevuld zou zijn met verse broodjes van de plaatselijke grutter, voor alle duidelijkheid. Ik heb nog wel enig gevoel voor decorum).
Dus een AH-klapkrat werd het niet. De speciaal voor dat systeem uitgebrachte kratjes zijn me echt te klein, dus ik vrees dat ik aan een lullige, maar grote (dat dan wel) fietstas gebonden ben.
En het eerste kadootje is ook al een feit: om te voorkomen dat er een opsporingsbericht uit moet gaan voor een verwarde 40+-er die waarschijnlijk ergens bij Enschede rondfietst omdat hij de weg van Almere Haven naar Almere Buiten niet kon vinden, heeft mijn lief me een telefoonhouder gegeven voor op de fiets. Daar ben ik oprecht blij mee. Het laat namelijk zien dat ondanks dat Ilse terecht geen greintje vertrouwen heeft in mijn terugkeer, ze wél heel graag wil dat ik terugkeer. En dat kan dus nu ook. Fijn. Alleen zorgen dat ik mijn navigatie op fietsen zet, en niet op auto, want anders krijg je weer krantenkoppen over een verwarde 40+-er die op de A6 werd platgereden met zijn nieuwe fiets, die eruit ziet als een fiets voor mensen die wat meer begeleiding nodig hebben in het leven.
De reactie van Jente was overigens spectaculair onderweldigend: stond ik daar met mijn blije smoel mijn fiets te showen aan Jente, was haar enige reactie:"Mooi hoor pap, maar ik geef niet zoveel om fietsen", om vervolgens naar binnen te stiefelen, en mij met al mijn trotse blijdschap en een bek vol tanden buiten te laten staan.
Over ons domeintje gesproken (belofte maakt schuld, nietwaar?):
We zouden vrijdag dus met de fiets erheen gaan, om de nieuwe poort op te bouwen. Maar omdat ik nog geen bruikbare bagagedraag-mogelijkheid heb, én omdat er wat medicatie gehaald moest worden en mijn hoofd wat "omliep", besloot ik dat we met de auto zouden gaan. Dat wil zeggen: ik.
Aldus geschiedde.
We hadden een nieuwe poort besteld en die bleek bij levering inderdaad in een hippe vinex-wijk niet te misstaan. Pracht van een ding. Heel erg robuust. Misschien wel een beetje té hip en robuust voor ons huisje, maar goed. Te laat om het op maat gemaakte ding te retourneren.
Het plaatsen van de palen, ging eigenlijk van een leien dakje. Goed op lengte gezaagd, en de enorme hamer ging van 'TAK-BAF-KNAL!!!!". En de palen stonden erin.
De deur afhangen, was op papier erg makkelijk. Beetje spelen met de moeren van de scharnieren en dat zou het moeten zijn. We hadden echter volslagen over het hoofd gezien dat de bodem oploopt met de draairichting van de poort. Het resultaat was een poort die precies 10 centimeter open wilde gaan, en daarna kansloos vast liep op de tegels.
Mijn schoonvader, normaliter erg goed bij de pinken, had als oplossing om de tegels te lichten, zand eronder vandaan te halen, tegels terug en de poort zou stralen als die van de hemel. Ik keek de lieve man aan alsof ik water in Keulen donderend hoorde branden. Het leek me een pracht van een plan om uit te laten voeren door de onopgevoedde kuthorkjes uit Jente's klas, maar niet door 2 volwassen mannen die gezamelijk met betere plannen zouden moeten kunnen komen. Aangezien Jente wél, maar de horkjes niet naar ons tuintje kwamen, was het eenvoudiger om de deur los te halen, de scharnieren een goeie 8 centimeter hoger te hangen, en de poort weer terug te plaatsen. Hetgeen we uiteindelijk dus ook deden.
Het frame van de oude poort hebben we laten staan. De nieuwe poort staat 1 meter dichter bij het huis. Want het frame van de nieuwe poort hebben we gekoppeld aan het frame van de oude poort. Dat hebben we gedaan zodat er een dakje op kan, waaronder ik kan roken zonder dat ik kleddernat regen als het regent.
Tijdens een pauze in ons noeste geklus, zakte ik toch eventjes door het ijs.
Waar Ilse vooral heel erg kan genieten van het huisje, het tuintje, van wat er allemaal nog kan en mag, zie ik vooral waar ik nog mee aan de slag moet. Wat er nog perfecter moet. Wat er niet helemaal goed is. Wat er nog is blijven liggen. En ik hoor de stem van mijn moeder, neerbuigend, laatdunkend. "Dat kun jij niet". "Jij stak vroeger al nooit ongevraagd je handen uit in de tuin". "Jij kunt niet klussen". En:"Is het nu nog niet af?". "Het staat niet helemaal recht". "Het is niet af".
En inderdaad, mijn eigen frustratie dat het niet meteen lukt. En misschien niet helemaal perfect is. Dat ik hard aan de slag moet, in plaats van lekker op mijn gemakje kan genieten van wat ik allemaal mag knutselen.
Gelukkig was mijn publiek beperkt gebleven tot de aanwezigheid van mijn vrouw. Die me voorhield dat we dit huisje hebben, omdat het niet perfect hoeft. Omdat het niet móet, maar mág. Omdat het niet áf moet, maar een proces mag zijn van vallen, opstaan. Het ons eigen maken. Een plekje van rust. Rust en genieten.
En ja, dat is enorm moeilijk voor me, zoniet nagenoeg onmogelijk. Vooralsnog.
Daarom is het ook goed om er heen te fietsen. Dan kan ik voor ik ga, in elk geval een beetje een voorschot nemen op het wegtrappen van de frustratie.
Want natuurlijk, de poort is niet af. Het dakje zit er nog niet op. En het gaas om planten langs op te laten klimmen, moet nog. Ik wilde tot sluitingstijd, nog door trappen. Dat gaas er tegen, ouwe poort weg, en mogelijk het dakje er al op. Maar goed, dat hout heb ik nog niet en ik weet ook nog niet wat voor dak erop komt. En Ilse vond het belangrijker om even op te ruimen, wat te eten en te genieten van het feit dat de nieuwe poort staat. Niet recht, maar wel stevig. Hij opent, zonder dat we de stoeptegels hebben verlaagd, en hij sluit, want het slot is er netjes in geboord. Dus zo gingen we naar huis. Toch tevreden.
Dat moet ik vast houden.
Morgen weer een dag. En dan wel met de fiets.
Dat allemaal weer getypt te hebben, heb ik nog 1 dagje vrij, daarna moet ik weer werken. 2 dagen maar liefst.
Uw weekend begint, ik wens u allen een beste toe.
donderdag 15 januari 2026
Hobby. Hobbieën.
Ik heb een andere auto gekocht. Iets dat je niet dagelijks doet. Dus wel vermeldenswaardig voor een blogje, dacht ik zo.
Vooral omdat het geen Citroën is.
Zo, is het schermpje schoon van de uitgesproeide koffie, beste lezer?
Dat zit namelijk zo:
Ik zat al een poosje te delibereren over een andere auto.
Het is namelijk best zot om in mijn eentje in een grote, zware, onzuinige gezinsbak naar mijn werk te rijden.
Het is namelijk best zot om een grote, zware, onzuinige gezinsbak te bekostigen voor misschien 1, max 2 verre vakantieritten, al dan niet met aanhanger/caravan.
En omdat nieuwe hobby's met wat meer verplichtingen -ook financieël- komen, vond ik dat het tijd werd dat ik mijn overwegingen eens in de praktijk zou gaan brengen.
Ik wilde goedkoper rijden.
Mijn hobby en passie was natuurlijk een dikke 10 jaar lang het illustere merk Citroën. Ik vond de innovativiteit en de eigenzinnigheid van dat merk altijd erg aansprekend. En die hobby heeft me heel veel moois geleverd.
Heel veel leuke contacten met gelijkgestemden.
Heel veel leuke momenten met mooie auto's en en kilo's aan miniaturen en parafernalia vonden hun weg naar ons huis.
Maar gaande de tijd, merkte ik dat de passie (voor de hobby) steeds meer slijtage ging vertonen. Miniaturen keek ik nauwelijks naar om, terwijl een hobby als Lego steeds meer ruimte nodig begon te hebben.
Dat was zo opgelost. Miniaturen eruit, Lego erin. Ik heb daar in elk geval meer lol in.
De auto zelf: tja. Het werd steeds meer een gebruiksvoorwerp. Klep open, laden, en rijden maar.
Het maakte me niet meer zoveel uit dat er weer een of andere arrogante zweefteef met haar koffers over de parkeerplaats banjert, hotsend en botsend tussen de auto's door, zonder voorzichtigheid te betrachten. Krasje hier, pitje daar. Jammer.
Mijn prioriteiten waren verschoven.
Nog steeds erg content met de betrouwbaarheid en het comfort van mijn Franse dinosaurusei op wielen, maar steeds minder content met de stijgende kosten.
Ilse heb ik sowieso nooit echt mee weten te krijgen in die hobby. Ze kocht in die jaren een paar keer een Citroën. Niet zozeer omdat zij nu zo graag in zo'n ding zou rijden, maar meer omdat ik dan mijn gepassioneerde bek zou houden, en het onderhoud zou kunnen overzien.
Tot zij besloot dat ze weer een autootje ging kopen die zij echt wilde, waar zij zich mee op haar gemak zou voelen.
En dat werd een Panda.
Omstanders vroegen zich bezorgd af of ze nog wel thuis mocht slapen, na aanschaf van dit staaltje Italiaans vernuft. Uiteraard. Wat is een huwelijk waard als je niet op sommige details van mening verschilt, nietwaar?
En niet alleen Ilse werd heel erg blij van de Panda, ook ik kreeg er gaandeweg een zwak voor. Ik ontdekte dat een klein en licht wagentje toch best betrouwbaar en heel praktisch kon zijn. We kunnen er met ons drietjes gemakkelijk in. Het rijdt goedkoop, vlot en is tot op heden zonder grote ellende gewoon elke APK door gekomen en zonder al te veel mankementen rolt hij door het leven.
Ilse is er zelfs zover mee gegaan dat ze er een rudimentair campertje van kon maken.
Dus...
Dus werd het voor mij zo zoetjes aan tijd om mijn overpeinzingen om te gaan zetten in concrete acties. Ik wilde goedkoper rijden, en dus begon er een weinig gestructureerde zoektocht naar iets dat veel economischer zou zijn dan die grote, logge, betrouwbare, goeie, ouwe Citroën C4 Picasso.
Veel mogelijkheden passeerden de revue, maar er bleef er één telkens hangen: de Fiat Panda.
Goed voorbeeld?
Toen ik eenmaal besloten had dat een kleine en economischer auto een must werd, en dat een Panda toch wel heel erg hoog op mijn lijstje stond (ik was inmiddels wel gaan houden van dat gekke uiterlijk, de slimmigheidjes die ze in Italie net als in Frankrijk zo goed snappen en waarderen), ben ik gaan bedenken wat ik wilde.
Ik wilde in elk geval dezelfde uitvoering als Ilse. Want airco en geblindeerde ramen, elektrische spiegels en nog zo wat. Ik wilde per se een witte. Want Ilse heeft een zwarte, en Yin en Yang is niet iets waar ik in geloof, maar als je het dan zo voor je voeten legt, moet het ook maar. En ik wilde licht metalen wielen. Want die heeft Ilse niet. Een trekhaak, voor de fietsen of het karretje vond ik ook wel een handig iets.
En dat is precies wat ik afgelopen week, na een weekje zoeken, vond. Een witte Fiat Panda. Met lederen stuur. Met geblindeerde achterruiten en een trekhaak. En lichtmetalen wieltjes. En een werkende airco en electrisch bediende voorramen. Ik vond die Panda bij een handelaar ergens in het land, en toen ik belde, werd ik vriendelijk te woord gestaan. Uiteraard was een proefrit mogelijk, kom maar langs. Geen geneuzel over aanbetalingen of andere 'shady stuff'. De proefrit zelf was ook positief. Geen oeverloos geklets, geen achterdocht opwekkende klets, maar gewoon de sleutel, en gaan. Het reed prima. Toegegeven: het is geen C4 picasso. Op geen stukken na. Maar het reed lekker pittig, strak en alles dat erop zat, deed het naar behoren. Ook het gesprek dat we erna hadden, de onderhandeling, verliep alleszins beschaafd. Eerlijk, duidelijk, no-nonsens en vriendelijk. Dat stemde optimistisch. En dus kon er van een aankoop sprake zijn.
En in plaats van 80 euro per maand aan wegenbelasting, betaal ik er straks nog maar 30. In plaats van 1/13 bij erg rustig rijden, doe ik er straks 1/20.
Nu nog op zoek naar een grote sticker van Po. (Uit Kong Fu Panda). En wellicht een middenarmsteun. Want het is toch wel lekker om mijn rechterarm niet ergens wat muffig op mijn been te laten rusten.
Dan is het mooi.
En zo komt 10 jaar aan Citrofiele hobby tot een einde. Ik zal altijd een zwak houden voor die gekke, eigenzinnige Franse creaturen (de torx, u weet wel, die veel betere variant van de huis-, tuin-, en keukenschroef, is door Citroën bedacht, en zal ik altijd gebruiken en verkiezen boven elke suffe kruiskop), en zal zeker niet uitsluiten dat er ooit weer een "double chevron" komt, maar voorlopig ga ik van Frankrijk naar Italie.
En mochten we nu echt de kolder in de kop krijgen en met een sleurhut naar Zuid Europa willen verkassen? Eh, nou.... Eerst maar eens ons domeintje helemaal naar ons zin maken. En vakantie in Engeland is ook iets dat lonkt, en daar ga ik dan weer liever met het vliegtuig dan met de auto naar toe.
Een naam heb ik ook al voor het ding: ik noem hem Po.
Over ons domeintje gesproken:
We hebben ook een nieuwe tuinpoort besteld. Daar ging ook wat vijfen en zessen aan vooraf, want het bestellen bij een plek die zichzelf 'tuingigant' noemt, is op zijn zachtst gezegd, geen gigantisch succes. Heel erg duur. En als je dan vervolgens bij de intergamma gaat kijken wat de Praxis, Karwij of de Gamma aanbieden, zijn het poorten die bij diezelfde gigantisch dure tuinmagnaat vandaan komen. Alleen dan iets goedkoper, omdat de transportkosten er niet zijn. Die bezorgen namelijk niet of niet echt aan huis.
Dat werd hem niet. Een ander bedrijf levert wél de door ons gebliefde poorten.
Alleen: al die poorten behoren eigenlijk bij die mooie, hipster-vinex-havermelk-verantwoorde schuttingen van beton en hout.
En aangezien zo'n schutting echt niet past in het wereldbeeld dat ik me heb gevormd over ons domeintje, moet er dus wél een en ander aangepast worden. Want ik wil er een dakje boven, zodat ik ook een klein regenvrij plekje heb om een peuk te roken. De poort die nu geleverd wordt, kunnen we fijn opbouwen, en dan bebouwen met dat wat ik (lees: wij) wil(len). En daar op zich heb ik dan ook wel weer zin in. Het uitvogelen van de (on)mogelijkheden van de zaken die ik zou willen, kunnen en mogen.
Ons tuintje krijgt ook het een en ander aan nieuwe planten. Zo had ik een poosje geleden wat rozemarijn afgesneden, en in het water gezet om te stekken. Tot mijn grote vreugde, gaf één van die takjes inderdaad te kennen dat hij wel wilde wortelen. De ander gaf eigenlijk aan, het wel best te vinden.
Degene met de worteltjes, kreeg van mij dan ook verse grond om zijn voetjes, en die mag komende maanden uitgroeien tot iets dat net zo mooi en productief gaat zijn en dan zijn plekje krijgt in de nog te fabrieken "kruidenspiraal". (Dat is op zich ook iets heel hipster-vinex-havermelk-verantwoord, maar dat mag dan wél in ons domeintje). Degene die geen worteltjes wilde schieten, heb ik in het kneuzenbakje ernaast gepropt, en eigenlijk (en dit zonder dat ik kan controleren of dat ook echt zo is) doet die het op het oog niet eens veel minder....
Dat duurde overigens best lang. Dat wortelschieten. Eigenlijk zo lang, dat ik ze al teleurgesteld weg wilde flikkeren, maar Ilse heeft meer geduld, en vond dat ik vooral moest wachten. En nog meer wachten. En dan, je vermoedt het niet, nóg meer wachten.
Maar goed, dat levert ons misschien wel wat lekkers op, en aangezien ik nu de smaak te pakken heb (leuke pun, want rozemarijn smaakt nagenoeg bij alle eten erg lekker) herhaal ik die excersitie met de thijm. Thijm is een lastig plantje, dat ik dit jaar voor het eerst min of meer levensvatbaar in mijn tuin heb weten te houden. Dus ofwel deze twee zijn oersterke plantjes, of ik heb geluk. Of beiden. Maar van beiden sneed ik een takje af, om die volgens de regelen der kunst te laten stekken. Mocht het net als met de rozemarijn lukken, hebben we al 2 "gratis" plantjes om onze maaltijden in ons domeintje op te kunnen fluffen.
Geduld oefenen gold zeker ook voor de "biologische" zoete puntpaprika's van 's lands grootste hamster. Daar had ik wat pitten van bewaard, en die in de grond gezet.
Daar gebeurde niks mee.
Echt he-le-maal niks.
Zozeer niks, dat ik straal vergat dat die dingen er waren, en ik was zelfs vergeten om ze iets van water te geven toen we naar Engeland gingen.
Inmiddels zijn we daar ook alweer dik twee weken van thuis, en pas gisteren keek ik naar die kweekbakjes. Eigenlijk volslagen per ongeluk.
Helemaal verdroogd. Geen wonder, bij zoveel vergeetachtigheid.
Maar....
Maar wacht eens....
Is dat.... Zijn dat niet???
VER-HIP!
In 4 van die bakjes zag ik minuscule kleine groene sprietjes opkomen. Verdomd als het niet waar is... Niet 1, niet 2, zelfs geen 3, 4 of 5, maar wel 6 kleine sprietjes, die uit zouden kunnen gaan groeien tot heuse puntpaprika-plantjes. Niet gezegd dat daar ook daadwerkelijk eetbaarheden aan gaan groeien, want zover is het nog lang niet. Maar enorm leuk om te zien dat dit soort kleine knutsels dus daadwerkelijk zin hebben om wat te doen.
Had ik mijn ongeduld gevolgd, en ze weggegooid toen ze met 2 weken onder de grond nog geen teken van leven gaven, hadden we dit niet gehad. Had ik Ilse genegeerd (zoals ik wél met die plantjes deed), dan had ik niet de verwondering mogen ervaren dat compleet verwaarlozen van iets dat niet snel genoeg opkomt, niet altijd hoeft te leiden tot volledige ondergang.
Soms is de natuur toch sterker dan we denken. Sterker dan mijn ongeduld. Mooi toch.
Natuurlijk vond mijn lichaam het een prima plan om na die enorme winterse buien, ziek te worden. Natuurlijk moest mijn lichaam me, nadat ik de ijzige kou, de spekgladde wegen en het derhalve veel rustiger Schiphol overleefde, verraden. De klootzak.
Holtes gevuld met zaken waar de duivel zijn huurders niet mee zou durven opzadelen. Ogen en neusgaten die lekken als een vergiet, en spectaculaire hoestbuien. Hoofdpijn alsof een kabouter met een ploeg door mijn hersens aan het raggen was en mijn interne thermostaat ging van hel naar noordpool sneller dan Max Verstappen de ronde van Zandvoort kan afleggen.
En dus had ik een dagje of twee nodig om mijn lichaam ervan te overtuigen dat dit echt geen heel erg strak plan is, en dat ik niet voor niks zoveel vitamines naar binnen gooi.
Dat leidde ertoe dat ik maar een paar kleine investeringen deed in wat van mijn andere hobby: Lego. 2 hele mooie pakketten vonden (uiteindelijk, na veel ge'Gerda mijnerzijds over mijns inziens te veel vertraging in de bezorging)hun weg naar mijn huis, en via mijn tafel naar de vitrinekast.
Jente, ook van de Lego, vond het maar zeer matig dat ik haar Lego en mijn Lego zo gescheiden mogelijk hou. Dat heeft ermee te maken dat ik totaal niet, maar Jente heel erg creatief is. Jente heeft bakken vol met dat spul, en nog genoeg fantasie en creativiteit om van alles wat en daar een beetje meer van, iets heel leuks te maken. Ik kan dat niet. Ik heb sets. En die mogen niet uitgewisseld worden. Die mogen in elkaar. En dan mooi staan wezen. Of uit elkaar. In zakjes bij elkaar weer opgeborden. Maar voor de rest niet.
En dus was Jente een beetje teleurgesteld dat zij niet mee mocht doen.
Nu heeft Jente het wat moeilijk op school. Dat heeft goddank met pestgedrag niks te maken, maar er zitten nogal wat onopgevoedde kutkoters in die klas, die ervoor zorgen dat de andere helft van de klas (waaronder dus Jente) zich niet meer veilig voelen, en niet meer toekomen aan werken. De leerkracht doet haar best, maar krijgt van de baas geen back-up. Die baas lijkt te denken dat het probleem zich wel oplost als ze eenmaal naar het voortgezet onderwijs gaan, en lijkt weinig interesse te hebben in de oplossing van het probleem. Dit speelt al een hele poos, en Jente is er inmiddels dusdanig klaar mee, dat we wanhopig op zoek zijn naar oplossingen buiten school. Want de baas van de school is inmiddels een zachte heelmeester, die met veel zijige woorden, heel erg veel stinkende wonden heeft veroorzaakt.
Dus om haar een beetje tegemoet te komen, besloot ik om nog maar een pakketje Lego te laten komen. Een die we samen gaan maken, voor in mijn vitrine. Gelukkig is Harry Potter ook voor Jente iets magisch, en zeker in combinatie met de gedeelde Lego-hobby is dat toch wel iets waar ook ik heel erg blij van kan worden.
En sowieso: eventjes geen school, maar samen met papa een mooi stukkie lego bouwen. Hoe fijn is dat...
Dan kunnen we later de strijd met een falend schoolbaasje wel weer oppakken.
En als we het dan over gezondheid hebben: poes moest even voor haar jaarlijkse APK naar de dierenarts. Ten eerste omdat we vinden dat ze nogal uit haar bekkie meurt (de poorten van de hel zijn er niks bij) en ten tweede omdat ze aan de medicatie is voor haar schildklier, en dat dus sowieso gechecked moet worden.
De dierenarts keek in haar muiltje, en vroeg of wij regelmatig haar tanden poetsten, want als we daar bevestigend op zouden antwoorden, zou hij het geloven. Zo keurig zag haar gebit eruit. Niks mis mee.
Maar toen kwam het lastige deel: bloed prikken voor de controle van haar schildklier. Eerste scheerbeurt: haar hals. Niks. Arm beest werd in een ijzeren tang greep genomen, geschoren en aangeprikt: maar bloed geven: ho maar.
Tweede scheerbeurt: haar poot. Toen werd ze boos. Echt boos. En daar vloeide wel degelijk bloed, meteen. Alleen niet bij de poes, maar bij de dierenarts, die ze een flinke mep verkocht. Pas de derde scheerbeurt, weer in haar hals, kwam er voldoende bloed uit voor een onderzoekje.
Het afrekenen: astronomisch. Ik vroeg toch even af of we gelijk de aanvullende verzekering voor de dierenarts zelf bij deze hadden bekostigd. Maar al snel volgde de uitslag: helemaal goed, onze poes. Dat geeft hoop.
Hoe dan ook: ik moet weer aan het werk. Eventjes de (persoonlijke) economie een kleine boost geven, na alle financiele uitspattingen.
Uw weekend zal wel weer beginnen. Ik wens u allen een beste toe.
vrijdag 9 januari 2026
Pareltjes, Klusjes en gekkigheidjes.
Het sneeuwt. Het sneeuwde.
Nederland heeft daar last van. Uitgevallen openbaar vervoer, vertraagde vluchten, een hoop ellende op de weg. Want het sneeuwt.
Er zijn twee dingen die ik daar komisch aan vindt:
1) Mensen die luidkeels en gierend van het lachen wijzen op onze tekortkomingen, en om dat te onderstrepen roepen dat we naar Canada moeten kijken. Naar Scandinavie. Naar Oostenrijk. Want daar gaat alles wél goed.
Mensen die roepen:"HAHAHAHA NEDERLAND IN PANIEK, WANT ER VALLEN 4 SNEEUWVLOKJES!!!11!1!ONE1!".
Ik vind dat koddig. Hoogst koddig. Want de mensen die dat roepen, hebben sowieso ongelijk. En dat heel pedant. Zij zijn in Canada geweest, en daar gaat het leven door. Of zo.
Ik lach dan opgewekt met ze mee, omdat het dan heel makkelijk te verbergen is dat ik ze gewoon keihard uitlach.
Ik wil best wel meegaan in hun vergelijk:
Nederland kent een vrij hoge dichtheid van OV. Er rijden best veel bussen. Best veel treinen. Zeker als je kijkt naar de beperkte grootte van de beschikbare infrastructuur.
Nederland heeft nu eenmaal geen klimaat waarin jaarlijks net zoveel sneeuw valt als bijvoorbeeld Canada of Oostenrijk.
Tel die twee bij elkaar op, en zelfs een kleuter van 5 snapt dat dat een reden is om niet te investeren in infrastructuur die bestand is tegen arctische weersomstandigheden.
Ik denk dat een bedrijf als Prorail best wel wil investeren in wissels, bovenleidingen en rails die hetzelfde is als die in Canada. Ik weet zeker dat die krijsende lachers, dan keihard gaan huilstruiken over nogmaals gestegen prijzen. Want ja, die investering komt gewoon bij de reiziger op het bord.
Hetzelfde geldt voor onze luchthaven. de klok rond zijn mensen bezig om de banen open te houden. Vliegtuigen klaar te maken voor vertrek.
En jahaaa, ik snap ook wel dat ze op de Noordpool daar iets vanzelfsprekender mee omgaan. Maar welke achterlijke mongool vindt dat we in Nederland ook maar Noordpooltje moeten spelen? Dat zou investeringen vergen, waardoor de allinclusive vakantie van diezelfde roeptoeterende Gerda en Karels ineens niet meer zo goedkoop is.
Alles heeft een prijs. Ook meer investeren in infrastructuur die meer bestand is tegen winterse omstandigheden.
Maar dat betweterige gekrijs over andere landen... Kom op zeg. Wees een beetje realistisch. Of verhuis naar die andere landen, dan hoef ik dat pedante gekrijs niet aan te horen.
2) Er zijn dan ook mensen die niet zozeer uit betweterigheid krijsen en lachen, maar (helaas voor hun omgeving) gewoon onaangenaam en soms ronduit agressief hun frustratie eruit braken.
Hun vlucht werd geannuleerd, en de hele godganse wereld mag meedelen in hun frustratie en ellende. De betrokken partijen worden uitgemaakt voor alles wat lelijk is, de mensen op de vloer krijgen de ongefilterde, ongezouten en ongepaste verbale braak over zich heen. Alsof het ook maar één seconde sneller zou gaan als je de conducteur, stewardess of buschauffeur óók een ongemakkelijke dag bezorgt met je verbale drek.
Goed, echt hilarisch is dat niet.
Hoewel ik vaak een grijns niet kan onderdrukken, als ik wordt aangesproken op een vertraging/annulering. Staat er een of andere Gerda met ogen als schoteltjes, waar nog net geen nucleair vuur uit komt spuiten tegenover me. Duidelijk boos, te ratelen in een taal die ik niet begrijp.
Godallemachtig, Gerda. Je vliegreisje heeft vertraging. De belangrijkste reden daarvan is veiligheid. Dus je gaat niet dood. Relax een beetje, wil je? Maar nee, liever ten overstaan van alle andere reizigers, maak je jezelf enorm belachelijk door je gegil en gekrijs. Wat een ellende, vooral voor de overige toeschouwers van je mental-breakdown, die het misschien wel of niet met je eens zijn, maar zich vooral plaatsvervangend schamen voor je pathetische gedrag.
Waar halen die lieden toch het godvergeten lef vandaan om een grimmige, asociale sfeer te kweken, omdat zij wat vertraging hebben? Omdat de airlines en een luchthaven veilig reizen best hoog in het vaandel hebben. Geen enkel vliegticket dat je kocht, geeft je het recht om andere mensen, die voor jouw veiligheid keihard werken, rond te commanderen, af te blaffen, uit te schelden of te bedreigen. Hoe lullig het ook is dat je niet voor het avondeten thuis bent.
Suck it up, met de rest van de mensheid op de luchthaven. Het is heel vervelend, maar het is écht een luxe-probleem.
Als je een vliegticket kunt boeken, kun je ook een broodje op het vliegveld scoren. Je gaat heus niet dood aan een dagje vertraging. Je gaat wél dood als je vliegtuig niet afdoende veilig kan vertrekken. Je raakt wél gewond als ik me door jouw verbale drek niet goed meer kan concentreren op een toch al vervelend stukje wegdek. Dus val me niet lastig met je verbale agressie. Ga in therapie om te zorgen dat je luxe-probleempjes niet zo beschamend met je op de loop gaan, dat je elk gevoel voor decorum kwijt raakt.
Grafvolk.
Gelukkig zijn er ook de werkelijke pareltjes van het platform. De TC'er die ff in de bus komt schuilen, en me aanwijzingen geeft over de beste route, om zoveel mogelijk van de gladheid te vermijden. Hoeft hij niet te doen, hij doet het wél. Want we willen allemaal veilig werken. En zelfs ik heb weinig zin om allemaal ter aarde stortende passagiers weer op te rapen. Het moet wel een gebbetje blijven.
Het gezellige, gelaten praatje, het ouwe-jongens-krentenbrood.
De stewardess die me vraagt of ik misschien een broodje en een colaatje wil, want het is een pittige dag geweest, en we moesten nog wat passagiers assisteren, omdat de echte assistentie niet binnen afzienbare tijd zou kunnen komen. Ook zij hebben last van het weer. Elkaar even opbeuren. Elkaar even een glimlach bezorgen.
De reizigers die er het beste van maken, en vriendelijk zijn. Die hun zaakjes voor elkaar hebben, en oprecht interesse in ons werk tonen. En waardering uiten over het feit dat ze hoe dan ook, toch ergens naar een warm en veilig plekje worden gebracht. En die me uit hun persoonlijke voorraad ingekochte Zwitserse Chocolade een lekker bonbonnetje aanbieden. De vriendelijke jongedame, waarmee ik toevallig gelijktijdig naar de bus stiefelde, en toevallig gelijktijdig en onbehoorlijk synchroon een maffe glijder maakte op het ijs, beiden met ons linkerbeen ineens veel hoger dan we op hadden geanticipeerd. Beiden in staat om toch niet ter aarde te storten. Het leek wel ballet dat we deden. En dan het opgelucht samen lachen, dat we toch ongedeerd de bus in hebben weten te komen.
Ja, die momenten maken het dan toch weer mooi.
Lamenteren over peren.
Iets heel anders: peren behoren tot de fruitsoort waar ik een haat-liefde verhouding mee heb. Ik vind peren goddelijk lekker. Er kleeft echter wel voor mij een nadeel aan: het is verslavingsgevoelig. En dan niet zozeer de smaak, als wel een doodordinaire gokverslaving.
Bij peren heb je namelijk 2 mogelijkheden:
1) Ze zijn droger en harder dan een plakkaat Sahara-zand.
2) Ze zijn zó sappig en mals, dat ze tijdens het schillen uit je hand glibberen en op de vloer landen.
Als ze droog en hard zijn, schillen ze extreem lastig, en als je je tanden erin zet, kun je gelijk een afspraak maken met de tandarts voor kronen in je smoel. Uiteraard pas als je erin bent geslaagd om die gortdroge blerf weg te kauwen en zo goed en zo kwaad als dat gaat door te slikken.
Als ze zacht, sappig en mals zijn, is het een ware kunst om de geschilde parten zonder ongelukken in je mond te proppen.
Ze glibberen tussen je vingers vandaan, en de poging om ze in de hand te houden, levert een staaltje kunstig-peren-volley op waar je enerzijds vol bewondering "U" tegen zegt, anderzijds schreeuw je het uit van de pijn, omdat je het mes niet losliet, en jezelf tijdens dat volley'en dat mes in je pols plant. Per ongeluk. Ja, of ze vallen op de grond, en zie dan maar voor elkaar te krijgen dat je dat vacuum gekledderde partje weer los krijgt. En als je ze dan in je mond weet te krijgen, is het ook een kunst om ervoor te zorgen dat ze van pure glibberige sappigheid niet zo tussen je lippen vandaan de kamer door zeilen.
En welke van de twee opties je voor je kiezen krijgt (pun intended): het is één grote gok. Tot je het mes in dat diabolische stukje fruit zet, weet je niet of je je tanden stuk bijt en je keel raspt met een droog stuk fruit, of dat je risico op slagaderlijke bloedingen loopt omdat dat mes té makkelijk door de boter-achtige peer glijdt.
En zoals we allen weten: gokken is verslavend...
Dus kocht ik wederom een schaaltje peren, en begon mijn ongewisse smikkelpartij. Het ging best aardig. Dat wil zeggen: tot het moment dat ik me realiseerde dat de ene helft weliswaar keurig netjes in mijn hand was blijven steken, de andere helft viel al sappig lekkend, via het toetsenbord van mijn laptop (ja, ik denk nog steeds -volledig foutief- dat ik kan multitasken) en mijn broek al kletsend op de grond.
En vallende dingen zijn me een stevige scheldpartij altijd wel waard. U snapt dat ik blij was dat Jente ondanks de sneeuw op school zat, en Ilse even niet aanwezig was om me sardonisch uit toe te lachen.
Iets dat zonder gescheld en gevloek ging, en ja: dat mag op zich wel beloond worden met een extra klopje op mijn schouder (links en rechts, niet té hard maar wél enthousiast).
Na corona is het allemaal een beetje op de lange baan terecht gekomen. Ik deed namelijk aan "corona-klussen". Ik verveelde me dood, en dus begon ik dingen te verzinnen om te knutselen. Met hout. Leuk. Leerzaam. Heel leerzaam, want meestal mislukten de dingen die ik knutselde op indrukwekkende wijze.
Los van een paar leuke opbrengsten, heb ik vooral veel hout naar de spreekwoordelijke galemiezen geholpen. En in dat proces Jente op veel te jonge leeftijd veel te veel kleurrijke, bloemrijke en blasfemische taal geleerd. Heel wat heiligen afgestoft als ik de schroevendraaier weer eens in mijn hand prakte. Als een stuk hout dat toch niet zo vast zat als ik dacht, op mijn kop kletterde.
Spectaculair mijn geduld verliezen, met alle rondvliegende stukken hout en gereedschap van dien, en de meest liederlijke schuttingtaal die de buurt deed opschrikken.
Ja, niet te ontkennen: Marnix was aan de klus.
Corona kwam tot een eind, en daarmee dus ook de tijd om mezelf te leren bouwen met hout. Er kwamen andere dingen voor in de plaats, maar helemaal weg-ebben deed het niet. En inmiddels hebben we dus ons tuintje, waar ik ook best wel wat te klussen heb.
En fijn: want met alles wat ik geleerd heb, durf ik veel dingen zelf te doen.
Goed, dus.
Ik had Lego besteld, want dat is een werkelijke hobby van me, maar vanwege de sneeuw kan de bezorger mijn adres niet vinden. Enerzijds snap ik dat, anderzijds vind ik het oprecht raar dat die lui over het algemeen lak hebben aan veiligheid of normaal rijden al niet normaal rijden, met een sneeuwbui ineens tot inkeer zouden komen. Hoe dan ook: Die Lego kwam niet.
En aangezien ik me na mijn vakantie en nu alweer 3 dagen vrij zijnde, toch een beetje verveelde, kwam er een klusje in mijn hoofd opzetten.
Wij hebben namelijk 3 (vuilnis)bakken in de keuken. 1 voor huisvuil. 1 voor papier. En 1 voor lege flessen. Die bakken zijn van de Ikea, en heel handig: stapelbaar.
Voor de rest is er weinig handig aan die bakken. Want de opening is eigenlijk voor elk doeleinde te klein. Een gewone, standaard KOMO-vuilniszak, kan er eigenlijk met goed fatsoen niet in. En de opening voor wat betreft de lege flessen is ook onhandig.
En het stapelen? Leuk, maar telkens als je die bakken wil legen, en de inhoud naar hun respectieve eindbestemming wil brengen, moet je dus al die bakken af-stapelen, teneinde de bak ter hand te nemen, welke je iets mee wilde.
Kortom: hoe handig dit ook was, van de Ikea: handig vond ik het niet.
Wat als ik nu een ombouw maak, met wat planken op de juiste hoogte, zodat ik alleen maar de betreffende bak eruit hoef te schuiven? Dat bespaart me een hoop nutteloos tillen, verplaatsen en gerammel in de marge.
De maten waren snel opgenomen. En met de lessen van youtube en mezelf, durfde ik het aan om geen losse planken als werkmateriaal te kiezen, maar door de plaatselijke klussenier een dikke plaat multiplex op maat te laten zagen.
En toen begon het. Platen aan elkaar met schroeven, ondersteuningslatjes en lijm. Uiteraard 1 keer verkeerd gemeten, en dus dat bliksemse plankje weer los moeten trekken. En met wat kunst- en vliegwerk iets hoger weer terug plaatsen.
Maar, maaahaaaar, maaaaaaaaaaaaaaaaar: zonder ook maar 1 onvertogen woord. Geen splintertje hout dat door de woonkamer zeilde. Geen gereedschap dat tegen (of door) de grond gesmeten werd.
En over gereedschap gesproken: mijn nieuwe accuboor doet het uitstekend. En ik kreeg zowaar de tip van Ilse om wat extra gereedschap te kopen.
En inmiddels staat het ding. Als een huis. Witsel erover, de prullenbakken passen erin als een pijp in een tandenloze mond. Glijdt als... Oke. Het is gewoon een tot tevredenheid uitgevoerd projectje geworden.
Ik wil een klein bommetje droppen: na jarenlang Citroën-man geweest te zijn, wordt het tijd voor wat anders. Mijn huidige auto is prima. Maar groot, lomp, zwaar. En dus duur. En ik wil dus kleiner gaan rijden. En vooral: goedkoper.
Ilse haar panda bevalt erg goed. Dus ik ging eens op zoek naar iets dat me aan zou spreken. En tot mijn grote verbijstering kwam ik uit bij een Fiat 500. Klein. Kleiner. Kleinst.
Voor u uw koffie van verbijstering en vermaak uitsproeit: ik ga eerst eens een ritje maken in zo'n overdekte winkelwagen. Kijken of ik het voor me zie om daar nagenoeg dagelijks een slordige 150 kilometer mee te rijden.
Ik weet dat ik met de kleinste Citroën hopeloos in de knoei kom met de pedaaltjes en mijn (vooral brede) voeten. Dat leidt tot bizarre en ongeanticipeerde en niet op te anticiperen remacties, omdat ik mijn voeten op 2 pedalen tegelijk plant. Als dat bij zo'n 500 ook is, dan kom ik het terrein van de garage niet eens af.
Maar zo'n klein vehikel scheelt me in elk geval in brandstofkosten en wegenbelasting.
Want onze ranzige politici vinden dat het leven voor de hardwerkende automobilist alleen maar duurder moet worden. Ten slotte moet dat volk wegens hun eigen onaangepaste gedrag wél beveiligd worden, en als ze dan eenmaal vertrekken, moeten ze wél wachtgeld krijgen, en dit onder het motto: het mielliejeuwie. Wie daar nog in trapt...
Dus een 500. Eerst kijken. Een beetje een truttenschudder. Een stewardessenautootje. Kapperskar. Maar goed, volgens Ilse sta ik in goed contact met mijn vrouwelijke kant, dus ach. Wat maakt het uit. Mochten er nu mensen rondlopen die al te zeer gaan roepen dat ik dat niet moet doen: ik zal mijn bankrekening met alle plezier doorgeven, zodat u mijn huidige auto kan blijven betalen.
En dan komt mijn weekend toch echt weer tot een einde, waar het uwe begint. Ik wens u allen een beste.
vrijdag 2 januari 2026
2026 is losgebarsten. Succes allemaal!
Nummertje 1.
Welkom in 2026 allemaal. Fijn dat u nog ogen heeft om deze blog te lezen, en handen om via allemaal toetsjes of muisklikken hier terecht te komen, daar deze geen functie heeft om hem voor te laten lezen. Ten minste: zover ik weet.
Ik zou kunnen beginnen met een fruitige "rant" over mijn nimmer aflatende verbijstering over oud en nieuw.
En dan met name dat hele vuurwerk-geneuzel.
Het is blijkbaar traditie om je eigen nest in de fik te zetten, en de brandweer (die dat zelf in de fik gezette nest wil komen blussen) te belagen. Het is traditie dat om jaarlijks vele handen, ogen, armen en andere lichaamsdelen opgewekt te verwoesten. Het is traditie om jaarlijks vele miljoenen uit te geven aan vuurwerk, het liefst zo gevaarlijk en dodelijk mogelijk. Ten slotte moet je het wel naar ambulances, politie en brandweer kunnen smijten. En nog voor je hebt afgerekend, moet je wél nog even lopen janken over asielzoekers, die alles gratis krijgen, en hoe jij arm wordt. Het is, kortom, één grote klerezooi, dat hele oud en nieuw. Maar goed, om nu mijn eerste blog niet direct als een volleerde Gerda te openen, doe ik dat niet.
Daarover dus geen onvertogen woord van mij. Men doet maar.
Ons jaar begon enigszins onzeker: want de streaming van de top 100 of 1000 of 10.000 van Ilse's telefoon liep wat achter, dus heel erg zeker van de tijd waren we niet. Onze telefoons gaven een andere tijd aan. Dat was een wat vreemde gewaarwording.
Erop gokken dat het geknal van buiten ons wel zou vertellen wanneer het 0:00 uur was, was ook al hope- en kansloos, het geknal begon een dag geleden al, dus voor wat dat betreft, záten we al in het nieuwe jaar.
Maar Ilse's voorbereidingen voor ons Engeland-tripje, bleken waarlijk inventief: de TV zette zichzelf door middel van een door haar ingestelde timer, om 0:00 uur gewoon uit. Dus toen de TV tot onze verbazing uitging (Ilse zelf was deze instelling uiteraard alweer vergeten) dachten we eerst dat er een of andere mentaal minder solide droplul was die een vuurwerkbom bij een transformator-huisje had geplaatst. Maar aangezien de rest gewoon bleef functioneren, kwam Ilse ineens tot de ontdekking dat het nu echt 2026 was, want zo had ze de stroomvoorziening ingesteld.
Joepie.
We hadden elkaar nog niet losgelaten uit onze traditionele nieuwjaars-knuffel, we hadden de slok frisse (oké: miskoop mijnerzijds: zure) bubbels nog over onze tong rollen, of Jente brak uit de omhelzing, en rende weg. Haar eerste daad in het nieuwe jaar: een uiterst bevrijdende plas op de wc.
Zeikend het nieuwe jaar starten. Dat moet ze haast wel van mij hebben.
Een speciale "eervolle" vermelding voor de buurman van 2 huizen verderop. De man is absoluut lief. En absoluut in de war. De man is zo lief om heel regelmatig de stoep aan te harken en de tuin bij te vegen.
Dit doet hij vaak op tijdstippen dat je denkt: gast...
En gestoken in kledij dat je denkt: gast... (Niet eens een "mankini", maar het scheelt niet veel).
De man heeft denkbeelden waarvan je denkt: gast....
Maar er steekt geen haar kwaad in hem. Echt niet.
Deze jaarwisseling was het natuurlijk een amorfe hel van veel te harde klappen. Veel te luide gillende keukenmeiden, en een sinister aandoend gefluit. Minder daverend, eerder een beetje stiekem. Een geluid waarvan Jente oprecht de kriebels kreeg. En wij allemaal eigenlijk wel.
Bleek dat dat onze buurman was, die met een of ander iets in zijn bakkes, probeerde de knallende feestvreugde te vergroten door op dat "een of ander iets" sinister te fluiten.
Als je vanuit de oorsprong denkt dat vuurwerk bedoeld was om boze geesten te verjagen, denk ik dat het onze buurman absoluut beter gelukt is met dat naargeestige fluitje, dan heel Nederland collectief met dat hersenloze geknal.
Je leest op veel plekken dat een "shotje" van gember, limoen/citroen echt heel erg gezond is.
En dat geloof ik.
En ondanks dat ik niet echt heel erg punctueel gezond ben, ben ik niet on-ontvankelijk voor goeie tips voor lekker en gezond eten en drinken.
Jente was tijdens de vakantie wat ziekjes, dus bij thuiskomst besloot ik om eens zo'n gember-limoen shotje te maken. Want aangeprezen als gezond.
Het recept was wat vaag, qua ingredienten en omschreven: 5 limoenen, 1 grote gember.
Pers de limoenen, snij de gember in blokjes, samen in de blender en drinken maar.
Ik had uiteraard het hele recept aandachtiger moeten lezen.
Want de beschrijving en ingredientenlijst liepen een beetje uiteen.
Rechtstreeks uit de blender nam ik een slok van die smurrie, en ik weet zeker dat het gezond is.
Mijn ogen begonnen te tranen.
Mijn interne thermostaat liep met een daverende klap op tot ver over het kookpunt.
Mijn slokdarm begon te smeulen.
Mijn neus begon niet te lopen, maar te spuiten.
Mijn ademhaling werd dusdanig kortademig en snel dat ik bang was om op te stijgen.
Mijn hele gezicht trok zo onmogelijk strak samen, dat ik op Patricia Paay met een goeie dag begon te lijken.
Ik las het recept nogmaals.
Ik was vergeten om het geblenderde mengsel door een zeef te halen. Ik had over het hoofd gezien dat het geheel aangelengd moest worden met water. En, zo stond er: ook lekker met honing.
Dat had ik moeten weten, voor ik er enthousiast een iets te grote slok van nam.
Goed, door de zeef, aangelengd met water en wat honing dwong ik enthousiast mijn meiden om ook zo'n shotje te nemen. Aangevuld met guilt-trip-argumenten als "speciaal voor jullie gezondheid".
Hun ogen begonnen te tranen.
Hun interne thermostaat liep met een daverende klap op tot ver over het kookpunt.
Hun slokdarmen begonnen te smeulen, hun neuzen begonnen niet te lopen, maar te spuiten.
Hun ademhaling werd dusdanig kortademig en snel dat ik bang was dat ze gingen opstijgen.
Hun gezichten trokken zo onmogelijk strak samen, dat ze op Patricia Paay met een goeie dag begonnen te lijken.
De fles is inmiddels en tegen wil en dank bijna leeg.
En ik vind het, met mijn voorkeur voor zuur (smaak en sociaal) heerlijk.
Of ik het mijn meiden heel vaak ga opdringen, weet ik niet. Ik twijfel tussen "tough love" en andere manieren om bij te dragen aan hun gezondheid. Misschien is juist het ze onthouden van dit soort dingen, een gezondere vorm van liefde, dan het ze opdringen.
En zo loopt mijn vakantie op zijn einde. Ik heb morgen nog een dagje en dan moet ik weer beginnen. Een half weekendje. Het was goed om eventjes vrij te zijn, en ben ongelooflijk dankbaar voor het feit dat ik geluisterd heb naar de wijze woorden van collega's R. en J. En uiteraard Ilse, die me in meer of mindere mate subtiel en genuanceerd meldden dat ik deze vakantie op geen enkele wijze met werk bezig mocht zijn. En dat werkte, want ik ben wel lekker uitgerust. Heb even kunnen afschakelen. Heerlijk om niet met werk bezig te zijn.
Komend jaar gaat brengen wat het brengen gaat, ik heb geen goede voornemens, dat is namelijk zonde van de energie. Een voornemen is namelijk iets dat je zou moeten gaan doen. Een vereiste dus, zogezegd. En daarmee dus een beperking. Waarmee je dus een goed deel van je energie gaat besteden aan iets, dat je jezelf oplegt. En vervolgens, aangezien goede voornemens het vaak niet veel verder komen dan 2-6 weken, ga je dus ook een hoop energie verspillen aan de frustratie over het feit dat je je goede voornemen niet tot een einde brengt.
Dat is cynisch, maar ook realistisch. Ik probeer gewoon, net als elk jaar, er maar het beste van te maken.
Ik wens eenieder een goed 2026 toe. Met iets meer wijsheid als in 2025. Met veel plezier, liefde, en aandacht voor kleine dingen, die vaak over het hoofd gezien worden, maar toch zo belangrijk zijn.
En ik wens eenieder een fijn weekend toe.
Shenanigans deeltje kon-en-30
Onze Panzerkampfwagen VIII is af. Dat wil zeggen: er was een klein detail, bijna niet noemenswaardig hoor, namelijk een band die lek was. I...
-
Het was de week van veel herdenkingen en vieringen. Elk jaar is dat. En ook dit jaar werd er op mijn werk weer ferm stil gestaan bij het ei...
-
Ik schrijf vaak over pareltjes van het platform. Dat kan positief en negatief zijn. De negatieve pareltjes, noem ik dus ook cynisch "pa...
-
Het doet gewoon pijn aan mijn oren. En net als ik denk dat grof fysiek geweld de enige uitweg is, wordt het zwart. Ik ben hersendood geklets...