zaterdag 29 mei 2021

Het is volbracht.

 
Toen ik 10 was, kreeg ik een missie: ik had met mijn stomme kop gezegd dat het misschien wel leuk zou zijn om van mijn trompet mijn beroep te maken, en sindsdien heeft er nooit meer iemand aan mij gevraagd of dat ook echt nog wel zo was. Dat ik, met dat ik dat zei, mijn hele jeugd opgaf, kon ik toen niet weten.
Mijn leven bestond daarna uitsluitend uit school en trompet. Want ik had immers gezegd dat…. En wee mijn onwetende gebeente als ik op school lager dan een 6 haalde. Wee mijn getalenteerde gebeente als ik niet gelijk 100% perfect mijn lesjes speelde. Dan daalde toorn en venijn in diverse vormen op mijn hoofd neer.  
Op het conservatorium afgeleverd, merkte ik al snel dat ik een buitenbeentje was. Het kon mij eigenlijk weinig boeien wat een of andere Plato over muziek vond. En of Mozart ADHD had, zou me helemaal aan mijn achterste oxyderen, in zijn tijd was de trompet nog niet de trompet die het nu is, dus erg interessante zaken had hij er niet voor geschreven.
We moesten allemaal liedjes van Beethoven en zo analyseren. Want daar zou je een betere muzikant van worden. Mijn argument dat een analyse van een piano of viool sonate echt niet zou zorgen voor beter trompetspel, al was het maar omdat er in een piano of viool sonate erg weinig tot geen trompet voorkomt, werd weggewimpeld. Het moest in het systeem passen.
Ik vond 1 uur trompetles en 26 uur theorieles in de week erg scheef, en dus werd ik een fervent hoofdvak kantine student. Die bijvakken boeiden me weinig. Helemaal niks, eerlijk gezegd.
Maar het maakte toen al (en helaas veel te lang genegeerd) duidelijk dat ik misschien niet helemaal de juiste keuze had gemaakt.
Maar ja….
Ik kwam uiteindelijk met hangen en wurgen over de eindstreep en kon zo mijn conservatorium papiertje in ontvangst nemen. Joechei
Maar een heel goed beeld bij de toekomst had ik niet. Lesgeven leek me helemaal niks, en had ik ook erg weinig tot geen voorbereiding voor gehad, maar omdat dat als starter het enige was dat ik kon verzinnen, ben ik daar maar begonnen. Zeer tegen wil en dank, want ik was nauwelijks in staat om die kutkinderen te motiveren. Ik was zelf eigenlijk niet eens gemotiveerd.
Ik kreeg een baan bij een orkest, deed wat snabbels en zo kabbelde het leven voort.
Het leven kabbelde voort, maar ik werd er steeds minder gelukkig van. Elke week hetzelfde zeggen tegen mijn leerlingen (uitzonderingen daargelaten). Elke week hetzelfde programma. En overal waar ik kwam, waren mensen veel gepassioneerder veel gemotiveerder om een mooi concert te spelen.
Ik snapte vaak niet eens waar ze het over hadden.
En als ik helemaal enthousiast iets wilde vertellen over mijn hobbies, over iets heel anders, kreeg ik soms het gevoel dat dat niet helemaal aan kwam bij die collega’s. Dat was vaak best eenzaam.
Begrijp me niet verkeerd: ik kon me handhaven omdat ik bijzonder getalenteerd was als trompettist. En dan kan je op routine, en met af en toe een mooie noot een heel eind komen. En het was heus niet allemaal kommer en kwel. Juist door de collega’s was mijn leven als muzikant vol te houden. Want ik heb in mijn tijd als muzikant echt heel erg veel toffe mensen mogen ontmoeten. Tot vriend maken, en in een enkel geval zelfs tot echtgenote mogen bevorderen.
Maar met dat de jaren verstreken, en ik er achter kwam dat ik op geen enkele manier nog te motiveren was om muziek zelfs maar een heel klein beetje leuk te vinden, maar er wél achter kwam waar mijn passies, hobbies en plezier wél uit te halen was, bleek er eigenlijk geen houden meer aan.
In 2013 stelde mijn verkering mij de vraag:” Maar wat zou JIJ willen?”
Ik wist daar eigenlijk geen antwoord op te geven. Sterker nog: ik stond met de spreekwoordelijke bek vol tanden, want het was de eerste keer dat iemand anders me dat zo rechtstreeks vroeg. Ik was niet op die vraag voorbereid. Ik wist niet anders.
Maar het bleef wringen. En het wringen werd schrijnen. Het schrijnen werd branden. En dat vuur werd een loodzware last op mijn schouders.
De spiraal neerwaarts was oncontroleerbaar ingezet.
Ik heb het geprobeerd. Keer op keer. 
Ik stopte met lesgeven, ruilde dat in op een baan als chauffeur, in de hoop dat ik, verlost van de last van lesgeven, het spelen weer leuk zou gaan vinden, maar eigenlijk pakte dat precies verkeerd om uit. Ik vond een nieuwe passie, en het trompetspelen werd alleen maar minder en minder. Zwaarder en zwaarder. En het rijden werd alleen maar leuker en leuker.
Ik schreef al: het is echt niet dat ik het niet geprobeerd heb, maar toen ik mezelf wederom jankend van ellende op de bank terugvond, omdat ik er huizenhoog tegenop zag om aan het einde van de week weer die trompet verplicht uit zijn koffer te pakken, was dat eigenlijk de druppel die de emmer deed overlopen.
Het is klaar. Na 30 jaar moet ik misschien ook maar eens toegeven dat talent alleen niet voldoende is. Dat het toneelstukje van de gepassioneerde muzikant in mijn geval gewoon niet opgaat, niet oprecht is, en meer energie vreet dan goed voor me is.
En dan hoor ik mensen vragen: maar het was toch niet alleen maar ellende? Nee, ik stipte al aan dat ik fenomenale reizen heb mogen maken. Fantastische mensen heb mogen ontmoeten. Het waren altijd de bijzaken aan de muziek die ik geweldig vond. Het muziekmaken zelf, was een hinderlijke bijzaak, daar waar het voor anderen de hoofdzaak was.
Corona is wat dat betreft een zegen geweest. Ik hoefde gedurende een heel lange tijd niet tot nauwelijks te spelen, en ik heb het dan ook geen moment echt gemist.
Ik heb dus ontslag genomen bij het orkest van de marechaussee, en zal verder gaan alleen als chauffeur. Daar is nog helemaal geen zekerheid, whatsoever, maar de ene gesloten deur, opent de ander. Het zal wel goedkomen. Waar dan ook, hoe dan ook.
Toen ik mijn ontslag indiende (eerst mijn sectie op de hoogte gesteld) reageerde men behoorlijk supportive. En toen ik die dag naar huis reed, voelde ik me 20 kilo lichter. Ik ben uiteraard niet gelijk weg, maar elke keer die ik nu nog muziek moet maken, zal afstrepen worden. De opluchting is haast tastbaar. De bevrijding is onbeschrijflijk. Ik kan ademhalen. Ik ben klaar voor de rest van mijn leven.

vrijdag 21 mei 2021

Een hoop bullshit.

 In mijn jeugdige jaren ging ik regelmatig met orkesten van divers pluimage op concertreis.
Er gebeurden dan heel mooie dingen. Zoals jeugdige liefdes die opbloeiden (en in alle vormen van actie en hoedanigheden zicht- en hoorbaar waren), en drankmisbruik waar je U tegen zegt. Oh, en natuurlijk mooie concerten.
Na die concerten werd in de regel de drank misbruikt, en de volgende ochtend zat je elkaar wat glazig aan te kijken. Kamers werden niet noodzakelijkerwijs met de meest gunstige personen gedeeld, maar ach, daar had je al snurkend en je roes uitslapend nauwelijks last van.
En meestal lag je toch wel met de juiste persoon of personen op de kamer.
Tot daar allemaal leuk.
Hoewel...
Trombonist W. deelde een kamer met Tubaist M. Die beiden erg hielden van het misbruiken van drank.  De volgende ochtend vond W. het nodig om eens lekker uitgebreid te gaan douchen (Absoluut geen overbodige luxe, maar dat geheel terzijde). M. vond dat hij geen rekening hoefde te houden met W. en verklaarde de (chemische) oorlog door in diezelfde badkamer eens uitgebreid zijn grote boodschap in de daartoe bestemde toiletpot te deponeren. Het verhaal gaat dat W. nog nooit zó snel en zó luid kokhalzend niet alleen van de badkamer af is gevlucht, hij schijnt zelfs half naakt het hotelletje verlaten te hebben, zo erg was het.
Dit verhaal (waar gebeurd, ivm de gevoelige privacy zal ik echt heus geen namen noemen) kwam in me op nadat ik zelf slachtoffer werd van iemand die nog geen rekening wenst te houden met andere levende wezens.
Ik stond lekker te poedelen onder de douche, Ilse en Jente waren op de slaapkamer bezig met allerhande zaken en gezellig wat keuvelen.
So far, so good.
Ik kan lekker lang douchen, ik neem er graag de tijd voor, en het is niet ongebruikelijk dat Jente zo af en toe de deur open doet om tegen mij te klessebessen. Prima.
Zo ook deze keer. Ik begroette Jente, zij mij. Ik zag door de benevelde douchewand dat zij haar broekje liet zakken en vlug op de toilet plaats nam.
Even later dreef me er een meur tegemoet die me deed denken aan de poorten van de hel. Zat ze daar, zonder enige consideratie enorm te kakken. Maar echt. Ik meende dat dit soort stunts dus alleen bij (studenten) orkesten voorkwam, maar blijkbaar leert men dit al op jonge leeftijd. Van wie Jente dit leerde, is me een raadsel. Ik ben nog nooit wezen poepen terwijl zij of haar moeder stonden te douchen.
Haar excuus: ik had geen zin om alleen naar beneden te gaan.
En daar kun je het -al kokhalzend- mee doen.  

Over gekkigheid gesproken:
Met de komst van de hedendaagse mobiele lulijzers is het mogelijk om je hele (privé)leven met alles en iedereen te delen. Iets waar ook ik met graagte gebruik van maak.
Ten slotte is het van levensbelang om iedere scheet met je sociale contacten te delen.
Zo hoef je nauwelijks meer gebruik te maken van bijvoorbeeld PostNL om kaartjes te verzenden.
Je drukt op het juiste knopje en de camera neemt hetzij een foto of maakt een complete video van dat wat je denkt te moeten delen.
Zo ook afgelopen week. Ilse dacht er goed aan te doen om een videootje op te nemen ter ere van de verjaardag van een vriendin.
Ik werd gesommeerd (vriendelijk verzoek van een vrouw moet je niet afwijzen, bij afwijzing wordt t een verplichting en bij verdere weigering een ruzie) om mee te zingen.
Dus braaf posteerde ik mezelf achter de bank teneinde een vrolijk klinkend "Langzalzeleven3xindegloria3xhierdepiephoerahoerahoera". Op het moment dat de beide meiden het liedje inzette, en ik dus ook, kreeg ik op geen enkel moment hun toonsoort te pakken. 3 maal geprobeerd, en 3 maal totaal naast de toonsoort. Volstrekt onvindbaar. Mezelf realiserend dat ik midden in een enorme brainfart zat, verschool ik me proestend van het lachen achter Ilse. Ik kon niet meer.
Best beschamend. Als muzikant gewoon op geen enkele manier in staat zijn om een toonsoort te vinden.
Om te gieren.

Over brainfarts gesproken:
Op Schiphol is het verkeer dusdanig opgezet dat je maar 1 richting op kan. Dit om chaotische en gevaarlijke taferelen te vermijden.
En als je het niet meer weet, maar je bent wel een serieuze berijder van een voertuig, én je hebt minimaal verkeersinzicht en kennis, dan zie je aan de opbouw van de wegen al, dat je maar één (1) richting op kan. Gewoon de pijlen volgen, en goed de borden lezen. Niet te snel willen, maar gewoon op normaal tempo je weg zoeken. (Als je te snel gaat, mis je namelijk informatie op de borden, en rij je verkeerd, en ga je stomme dingen doen).
Dergelijk verkeersinzicht is niet iedereen gegeven. Je moest ze de kost geven: pannekoeken die zonder te blikken (letterlijk) en blozen (helaas) gewoon hun auto voor je bus rammen, over doorgetrokken strepen. Of gewoon vol in hun ankers gaan, om toch nog op het allerlaatste moment via een verdrijvingsvlak of puntstuk naar een andere baan te gaan.
Of je bent een vrachtwagenchauffeur (ik zal vanwege de goede smaak volstaan met het benoemen van de kleur van zijn kentekenplaat: wit) en je merkt dat je verkeerd rijdt. Dan moet je dus wel al gezien hebben aan de pijlen op de weg, dat het één (1) richting is. En dan toch zonder enig mededogen voor de overige weggebruikers (waaronder uw nederige scribent met een bus halfvol mensen) je vrachtwagen combinatie 180 graden draaien en recht op me af komen, terwijl dat niet mag, en eigenlijk ook niet kan, omdat er op de 3 beschikbare banen allemaal verkeer rijdt.
Ik moet toegeven: ik heb deze """beroeps"""chauffeur het een en ander toegewenst. En dat was niet bijzonder lief. Ik geloof dat ik wel 4 of 5 pannekoeken heb zitten mompelen, want ik moest serieus alle zeilen bijzetten om de meneer met zijn witte platen te omzeilen, zonder daarbij overig verkeer dwars te zitten.
Gelukkig werd de vent vrijwel direct door de Marechaussee gestopt en naar ik kon zien niet al te vriendelijk gesommeerd om zijn combinatie als de donder weer om te keren, en te maken dat hij weg kwam.
Overigens wil ik Rico Verhoeven bedanken voor zijn akkefietje met die andere bokser, waarbij Rico zijn geduld verloor tijdens een persconferentie en die andere bokser uitmaakte voor 'pannekoek'. Je kunt dat als scheldwoord dusdanig uitspreken of uitroepen, dat je het lief of juist goedmoedig plagend of vreselijk agressief bedoelt. Pannekoek als scheldwoord is enorm multifunctioneel. Iemand keihard voor pannekoek uitmaken, is eigenlijk veel bevredigender dan allemaal andere (veel lelijker) woorden.

Goed.
Bij dezen begint bijna mijn weekend. Even nog een zaterdagje knallen op Schiphol, en dan mag ik mijn 5gnanochipmdmabacteriekinderpornonetwerkchemtrail-prik gaan halen.
Ik heb niks met naalden, maar deze laat ik graag in mijn poot zetten.

Dit alles geschreven hebbende, wens ik eenieder een weelderig weekend toe.

vrijdag 14 mei 2021

Uw wekelijkse update aangaande het leven van een mafkees.

 Vogels stammen af van de dinosauriers, zo is mij ooit geleerd, en als je de Jurassic Park films hebt gezien, kun je enigszins concluderen dat de nazaten van deze enorme monsters niet echt bekend staan om hun fijnzinnige tafelmanieren.
Van de week kreeg ik een real-life National Geographic momentje hierover.
Het slachtoffer: een duif.
De dader: een kraai.
Plaats delict: parkeerplaats.

Meneer of mevrouw Duif had blijkbaar een nestje hoog in het gebouw van de parkeerplaats, en vloog af en aan met lekkernijen of metselwerk voor het nestje.
Meneer of mevrouw Kraai had dat niet, maar wel honger. (Hierna is Kraai 'K' te noemen en Duif 'D').
D vloog dus uit, richting iets lekkers oid, en K ging snoeihard in de aanval. Midden in de lucht sloeg hij D met een flinke klap K.O. die daardoor als een gemankeerde prop papier tegen de grond sloeg.
Met een gang waar een duikbommenwerper jaloers op zou zijn vloog K erachteraan, en nog voor D goed en wel op de grond lag, begon K een schranspartij waar de koude rillingen van langs je rug liepen.
Hele ledematen werden gedemonteerd en als 'niet lekker' door de lucht geslingerd. En het stoof er van de veren.
Einde D.
K's vriendjes lieten niet lang op zich wachten en kwamen al snel gezellig mee schranzen. Ook dat ging niet bijzonder aimabel allemaal. Met hun snavels hakten ze net zo gemakkelijk op elkaar in, als op de inmiddels slordig, doch vakkundig gedemonteerde duif.
Uiteindelijk, na een kleine 20 minuten restte er van D niet meer dan een afgekloven ruggegraatje, een kop die alleen in theorie nog verbonden leek met een stuk vleugel en een enorme hoeveelheid veren.
Witte veren.

Ik kon dit hele proces natuurlijk niet helemaal volgen. Het was dan wel een heterdaadje, deze moord, maar er moest ook nog gewerkt worden. Mijn kennis heb ik dus ook van getuigenverklaringen en deductie.
Tijdens mijn werk, stapte er een gezin in mijn bus die naar de parkeerplaats moest, en daar aangekomen, en uitgestapt, riep een van de kinderen: kijk, papa!! Sneeuw!!! Wijzend naar de veren.
En voor ik iets kon zeggen, antwoordde "papa" (waarschijnlijk te gaar van een lange reis met kinderen in een vliegtuig, en dus niet zó bij de pinken dat hij zich realiseerde dat sneeuw echt niet blijft liggen bij 15 graden boven 0) dat dat leuk was, en het jong maar even moest gaan kijken.
Het enthousiasme van kinderen, is me niet onbekend, maar voor ik kon ingrijpen (ten slotte: een gedemonteerd kadaver van een duif, is denk ik niet iets waar een peuter/kleuter heel erg blij van wordt) stond het kind al bij de stoffelijke resten. Te gillen.
Ik ben heel benieuwd hoe de nacht was van dit gezin.
Uiteraard viel er genoeg te lachen. Ik moest de bus van mijn collega overnemen, en die collega was klaar met zijn dienst. Heel erg klaar met zijn dienst. Zijn bedje riep. Heel erg hard.
Terwijl de passagiers nog uitstapten, en ik aan kwam lopen, rekte hij zich eens lekker uit. Met zo'n enorme, tevreden, dierlijke grom. Waarop de passagiers van schrik uit zijn bus sprongen, en wij enorm in de lach schoten, omdat het wel heel erg enthousiast uit zijn tenen leek te komen.

De participatiewet begint steeds bizarder vormen aan te nemen, voor zover dat nog kon.
Stel je bent mentaal in ongerede. Je kunt niet werken, en bent afhankelijk van een uitkering. Diep triest, maar goddank is Nederland een ontwikkeld land, dus er wordt voor je gezorgd.
Nu ben je mentaal dus niet de sterkste en er is opname in een instituut nodig.
Gelukkig: Nederland is een ontwikkeld land. Dat kan dus gewoon. Fijn.
Nu heeft dus een ambtenaar ergens het volgende bedacht: Mooi! Iemand wordt opgenomen, de uitkering wordt stopgezet, en het huis waar de patiënt woonde, kan mooi verder verhuurd worden. Word je dus uit dat instituut losgelaten, kom je buiten: geen geld, geen huis, bekijk het maar.
Alle behandeling voor jan lul. Was je net weer op de rails, moet je dus op straat jezelf maar zien te redden.
Ik dacht dat we een ontwikkeld land waren. Maar blijkbaar betalen we met ons allen ambtenaren die dit soort onmenselijke onzin in wetten verankeren.
Ik vraag me af of de betreffende ambtenaar deze wet thuis aan zijn vrouw heeft verteld, glimmend van trots. En hoe die vrouw daar dan op reageerde.
En wat zo'n ambtenaar dan ziet als hij de volgende ochtend in de spiegel kijkt. Zou die heel erg blij zijn met zichzelf?
Ik gun zo'n ambtenaar een diepe, onbehandelbare depressie. En ik gun hem de uitwerking van zijn eigen wet.

Wij hebben sinds een aantal jaar de beschikking over een extreme vorm van luxe: de Roomba. Roomba is een robotstofzuiger, die elke dag rond de klok van 10 opgewekt en doodgemoedereerd een paar rondjes door het huis maakt.
In de regel, en als Jente thuis is, gaat het ding gelijk uit, want Jente heeft de pleurishekel aan het lawaai dat het ding maakt. Dus die rent er gillend op af om haar uit te zetten.
De katten zijn er ook niet dol op. Dat zijn dieren, en dieren kun je nu eenmaal niet uitleggen wat de nut is van een apparaat dat al lawaaimakend achter ze aan komt.
Net zo vaak als dat ze aan gaat, zuigt ze zichzelf klem onder de bank, of verslikt zich in een door Jente of Ilse uitgetrokken sok of schoen(veter), en geeft ze met treurige stem aan dat er een probleempje is.
Inmiddels zijn we erachter waarom de kattenvoerbakjes soms aan de andere kant van de kamer belanden. Die schuift ze meters voor zich uit, omdat ze er niet omheen kan(?), niet overheen en niet onderdoor.
Onze gewone stofzuiger, die in de gang staat, soms met stekker nog in het stopcontact, krijgt het ook wel eens te verduren. Roomba tikt ertegenaan, en dat is dan precies de aan/uitknop. En toch zijn we al jaren fan van miss Roomba.

Goed, mijn weekend is begonnen. Ik wens iedereen een beste.



vrijdag 7 mei 2021

Vreemde artiesten.

Dat je als artiest niet geleerd hebt voor bagage-afhandelaar op Schiphol, is duidelijk.
En als je artiest bent, wil je liever geen boodschappen bezorgen voor de Appie. Ook duidelijk.
Dat je dat als artiest wel moet doen vanwege de huidige omstandigheden, en de financiële ellende die dat met zich meebrengt, is iets waar ik respect voor heb. Niet bij de pakken neerzitten, maar gewoon administratieve ellende van de GGD opknappen, tot je weer de artiest kan gaan zijn. Want wachten tot alle geldelijke reddingsplannen uitbetaald worden, is iets dat garandeert je maar 1 ding: dat je op een gegeven moment je garderobe kan vervangen voor iets dat een paar maten smaller is, want afvallen doe je dan zeker.
Er zijn echter ook "artiesten" die willen liever niet werken. Of in elk geval: die willen vooral dat anderen blijven zorgen voor inkomsten, ook al staat daar zelfs geen concert voor in ruil.
Die starten een crowdfunding op, met een blarentrekkend verhaal over hoe zielig ze zijn, en of ze even kunnen vangen.
Want werken? Nee!!!!! Hoe kom je erbij, dat is een regelrechte belediging.
Ach, en op zich, de pienterheid om te teren op de zakken van goedgelovige, enigszins sullige fans, is misschien niet chique, maar, soms willen mensen ook graag afstand doen van hun geld. En dat is dikke prima. Ten slotte moeten buikjes over de hele wereld gevuld worden.
Een van die artiesten is een verre collega. Ver, want qua mentaliteit sta ik uiteraard mijlenver van haar af.
Ik ben te goed om te teren op andermans zakken.
Die "collega" startte dus een crowdfunding. Zij kon niet rondkomen, en dus mochten anderen, zonder tegenprestatie, eventjes geld overmaken.
Ik gaf haar de tip dat er bij het GGD mensen gevraagd worden, maar daar werd bijzonder afwijzend op gereageerd. Prima. Ik bedoelde het goed.
Een paar maanden later, postte deze dame een keur aan tassen van dure kledingmerken. Want een shop-vakantie na alle armoedige ontberingen bleek nodig te zijn.
Het is haar uiteraard van harte gegund. Door mij althans, en ook door de fans die haar dat geld gaven. Ik moet wel zeggen dat ik me niet bewust was van het feit dat dure merkkleding en vakanties ook gelden als noodzaak om te kunnen rondkomen, en te eten, maar hey: ik ben ook maar een simpele boer.
Echter landde ik in een hele discussie hierover, want er was iemand behoorlijk boos over deze gang van zaken. Die vond het gedrag van deze trompettiste bizar, laakbaar, walgelijk. (En ach: eigenlijk is het dat ook wel).
En daar kreeg ik ineens, zij het verlaat, een beste portie respect voor deze Melissa Venema. Die blijkt dus in staat om een heel legertje aan internet-trollen te kunnen mobiliseren om het in de meest onbeschofte termen voor haar op te nemen. En degene die kritiek had op haar levenswijze, aan te vallen op een manier waar de honden geen brood van lusten.
De beste man werd zelfs met allemaal gezwollen termen "gesommeerd" om deze "smaad" weg te halen, want anders zou hij wel een advocaat erop af sturen.
Giller natuurlijk, het geven van een mening, ook een negatieve, zelfs als die slaat op een of andere Melissa Venema, is natuurlijk iets dat niet strafbaar is. Integendeel, als je het mij vraagt.
Maar: chapeau! Ik was er echt van overtuigd dat alleen ongure staatslieden, zoals Poetin, of Kim Yong Il in staat waren om legertjes internet-trollen in te zetten tegen hun tegenstanders. Blijkbaar lukt het een doodgewoon Nederlands trompet-blondje ook wel. Vind ik knap.

(Ik vrees nu wel een beetje dat ik een niet zo bijster positieve mening heb gegeven over Melissa Venema, dus het zou zomaar kunnen dat ik straks gesommeerd word om deze blog te verwijderen. Of dat ik haar trollenleger achter me aan krijg).

Over artiesten gesproken: afgelopen week kwam naar buiten dat een aantal van de artiesten die optraden voor fieldlabs, dat heeft gedaan zonder betaling.
Fieldlabs, dat ongeveer 900 miljoen kreeg voor het organiseren van covid-proof-partijtjes, betaalde dus een aantal artiesten niet.
Dat gegeven is natuurlijk onbehoorlijk bezopen, en de minister van cultuur, deed precies wat we van haar hadden kunnen verwachten: helemaal niks.
De verontwaardiging was groot onder muzikanten.
En termen als "fair practise code" vlogen weeral om de oren.
En ja, vanuit het standpunt van Fieldlabs is dat volkomen normaal: die willen zo min mogelijk van die 900 miljoen uitgeven.
Vanuit de artiesten-kant van dit verhaal, weet ik het zo net nog niet.
Artiesten worden benaderd om een deuntje te zingen of spelen, krijgen een contract voor hun snufferd, en tekenen dat. En ik neem aan dat ze dat contract hebben doorgelezen. En dus met hun volle verstand "Ja, ik wil" zeiden tegen een onbetaalde snabbel.
Het is mij dan toch net even te makkelijk om de schuld en schande uitsluitend bij Fieldlabs neer te leggen. Tuurlijk, dat hele Fieldlabs is een walgelijk zooitje inhalige ransapen. Lijkt me evident.
Maar als je nu, in deze tijd, als artiest een gratis optreden gaat verzorgen voor een louche bedrijfje dat 900 miljoen van de staat krijgt, ben je net zo louche, extreem aandachtsgeil, intens wanhopig of gewoon niet meer te redden zo dom. En dan hou je dus een volstrekt ziek systeem in stand waarbij de uitvoerders in de culturele sector stelselmatig ondergewaardeerd worden. En dan zeg ik tegen eenieder die zo loopt te fulmineren tegen fieldlabs: wees eens eerlijk, en geef die artiesten die daar gratis stonden te stuntelen eens net zo'n veeg uit de pan. Sla die ook maar eens om de oren. Want die verdienen dat net zo goed. Zo niet meer. Geen aanbod van gratis musici, neemt de vraag naar gratis musici ook af.
Maar dat lef heeft men blijkbaar nog niet.

Voor haar verjaardag heeft Ilse een bad gekregen. Superfijn. Voor haar dus. Ik ga nooit in bad, want ik heb nooit een bad gehad. Dat wil niet zeggen dat ik per definitie meur, want ik ga dagelijks lekker onder onze regendouche staan. Maar Ilse, vrouw die ze is, wilde zo dolgraag een bad hebben.
We hebben serieus onderzocht of dat mogelijk was, maar de grotere, wat comfortabeler baden, zouden toch meer ruimte nodig hebben, dan onze badkamer heeft.
We zouden dan een stukje muur naar Jente's kamer moeten wegkappen. Vonden we niet zo'n goed idee. Een andere optie zou zijn om het toilet op te geven. Maar een extra toilet boven, vind ik dan weer een luxe die ik niet zomaar op wil geven. Doen we niet.
De laatste optie zou zijn om de muur naar de buren door te breken, de laatste 5 centimeter van het bad bij hun in de slaapkamer te parkeren, maar ik geloof dat onze buren dat weer niet een denderend goed plan zouden vinden. Ik geloof dat, want uit fatsoen heb ik het ze niet voorgesteld.
Van haar ouders kreeg zij echter hun bad te leen. Dat is een soort van plastikken teil, groot genoeg voor 1 volwassene, die kan dienen als zitbad. Een erg lomp ding, dat staat half in en half buiten de douchecabine. En als je het niet gebruikt, staat het vakkundig in de weg, waar je het ook laat.
Ilse's ouders vonden haar hartekreet om een bad dusdanig heftig, dat zij ook zo'n bad voor haar kochten.
Ik zal er zelf geen gebruik van maken. Ik heb namelijk stiekem zitten bestuderen hoe je in zo'n bad zit, en het lijkt me erg krap. En los daarvan: met mijn volstrekte gebrek aan subtiliteit zou ik bij het instijgen de linker douchedeur kapot trekken, en bij het uitstijgen languit achterover lazeren, 200 liter afgekoeld zeepwater over de bovenverdieping uitstorten en en passant de rechter douchedeur aan splinters trekken. In een poging om mezelf toch nog een beetje te sparen, zou ik met mijn rug op de toiletpot knallen, die daarbij ook in 3 gelijke hompen uiteen zou vallen. Nee, het is beter als ik het bad aan Ilse laat. Niet dat die veel subtieler is, maar die is wel beter in het opruimen en het verzinnen van oplossingen voor alle aangerichte ellende.
Oh, en het is natuurlijk haar bad.
Morgen komt als het goed is, mijn kadootje. Ilse wilde namelijk een opgeruimdere kamer boven. En om dat te bewerkstelligen heb ik bij die Zweedse boevenbende een bijpassende paxkast gekocht. Eigenlijk vooral om mijn kleren in op te bergen, zodat zij meer ruimte heeft voor haar kleren. Die moeten we in elkaar zetten, en daar heb ik nu al zin in.

Hoe dan ook: dit alles geschreven hebbende, wens ik u allen een fijn weekend.

vrijdag 30 april 2021

Life is....


Life's like a box o'chocolates, you never know what you're gonna get....
Wat al een mensenleven geleden lijkt, verliet ik, niet gehinderd door enig idee van wat de toekomst brengen zou, het conservatorium van Amsterdam.
Ik wist niet wat de toekomst brengen zou, en ook wist ik niet hoe ik het leven zou moeten leiden. Al doende leert men.
En zoals dat gaat, groeiden veel studiegenoten en ik uit elkaar. Veranderende levens, veranderende levensvisies etc.
Natuurlijk is daar dat internationale smoelenboek, maar omdat ik achter loop met heel veel zaken, was dat voor mij in 2011 pas echt interessant.
En dus voegde ik oude vrienden toe van de middelbare school, lagere school en ook het conservatorium.
Leuk om te zien wat die mensen uit verschillende periodes van mijn leven zijn gaan doen. Leuk om te zien dat sommigen echt niks veranderd zijn, terwijl anderen juist heel erg veranderd zijn. Ik denk dat dat voor mij ook wel een beetje opgaat.
Een poosje terug kreeg ik een appje van een studiegenoot. Lang niet echt gezien. Wel een beetje volgend via facebook, en af en toe eens een appje.
En zoals het gaat in het leven, heeft elk huisje zijn kruisje, en werd het toch hoogste tijd om eens even in real life bij te praten. Ervaringen uitwisselen, gezelligheid.
En zonder dat het met zoveel woorden aan bod kwam, ontdekte ik dat ik helemaal op het goede pad zit.
We zijn los van elkaar tot de slotsom gekomen dat de levens zoals we ze leidden niet afdoende waren, en dat er betere opties zijn.
Deze kerel was tijdens onze studies op veel vlakken een voorbeeld voor me, en blijkt nu dat we op heel verschillende vlakken, na onze studies dezelfde ontwikkeling hebben doorgemaakt. Op een andere manier en tempo, maar de einduitkomst is hetzelfde.
Dat dat niet zonder slag of stoot is gegaan, maakt niet uit. Daar leren we van, groeien we van. En dit in het besef dat we een fijn huis, een fijn gezin hebben, wat vele malen belangrijker is dan welke rattenrace dan ook.

Life's like a box o'chocolates, you never know what you're gonna get....
Even zemelen over mijn auto. Die kocht ik, en houzee, er zat een trekhaak op. Dat wil zeggen: de vorige eigenaar moest die nog even zoeken.
Bij nadere bestudering bleek het om een vaste trekhaak te gaan. Een niet-afneembare dus. Waarom die kogel er dan af was, en hoe je zulks kwijtraakt, is me een volstrekt raadsel.
Maar die kogel was, en bleef zoek.
Dat is een teleurstelling, want ik heb mijn citrokar en daarmee gaan we op vakantie. Handig.
Ook voer ik er nogal eens puin mee af dat over blijft na klussen. Echt handig dus.
Omdat het vanuit de vorige eigenaar oorverdovend stil bleef, heb ik serieus maanden gezocht naar een trekhaak. Sloperijen gebeld, onderzoek gedaan naar of een ander type ook zou kunnen passen. Verschillende niet-passende exemplaren aangeboden gekregen. Soms met hele omstandige verhalen hoe die dan heus toch echt wel zouden passen.
Dat die krengen nog niet universeel zijn, is een schande.
Uiteindelijk in overleg met vriendje Ken besloten om dan toch maar een nieuwe te laten komen.
Dat was ook niet 1,2,3 geregeld. Integendeel. Ik had de keuze tussen een originele van Citroen, maar daarvan was de levertijd onbekend. En niet op te hoesten zo duur. Een aftermarket zou goedkoper zijn, en de volgende dag in huis.
Dat principe van "volgende dag" is rekbaar. Het idee van "passend" ook. Want de eerste die niet de volgende dag geleverd werd, bleek niet te passen.
Nog een paar weken later lag er een exemplaar dat wel bleek te passen, maar toen paste het weer niet in de agenda's.
Uiteindelijk lukte het om gezamenlijk een datum te prikken, en ik was extatisch. Eindelijk.
Daags voor de heuglijke dag, kwam mijn lief op de proppen met het lumineuze idee om in plaats van een nieuwe tent te kopen, een tent te huren. Glamping dus. Want we zouden sneller ter plaatse zijn, zonder aanhanger. We zouden minder tol en brandstof betalen op reis.
Allemaal erg goeie argumenten, maar dat is nu precies waar ik die kar voor heb gemaakt. En dat is precies waarvoor ik al mijn auto's graag uitgerust zie met zo'n massieve parkeersensor.
Ik kon wel janken. Is eindelijk, na maanden tot wanhoop gedreven zoeken, een goede, afneembare, trekhaak voorhanden...
Hij zit eronder. Dat wil zeggen: de balk. De kogel heb ik eraf gehaald en opgeborgen, want die schijnen nogal eens van je auto gejat te worden. Daarnaast stoort zo'n kogel de parkeersensoren. Dus voorlopig is mijn trekhaak nog mooi glimmend zwart.

Life's like a box o'chocolates, you never know what you're gonna get....
Dat vaccineren heh, ik vind daar wat van.
Ik heb onderzoek gedaan naar het vaccineren, en ben tot de feitelijke conclusie gekomen dat dat hele vaccinatieprogramma opgezet is door zwakzinnigen en uitgevoerd door clowns. Dit had veel soepeler, veel sneller en veel adequater gekund. Mensen staan te trappelen om die spuit in hun reet te krijgen, maar door faalhazerij bij GGD, overheid en alle andere instanties die van veel te veel verschillende programma's gebruik maken, is het een grote tyfuszooi geworden. Daar waar hele landen al bijna klaar zijn, en zelfs al klaar met de tweede ronde, liggen de hoge omes van Nederland alleen maar te raaskallen en te draaikonten. Nu vind ik persoonlijk dat het iets te makkelijk is om de overheid alleen maar neer te sabelen over hun acties tijdens de pandemie. Want laten we wel wezen: de gemiddelde Nederlander had het er op die plekken niet beter vanaf gebracht. Heus niet. Wat ze ook roeptoeteren.
Maar nu die vaccinaties er zijn, lijkt het wel alsof elke visie uit de koppen is geslagen. Geen enkele visie, geen enkele vorm van kloten. Nee, er wordt maar aan gemodderd.
Als ik het voor het zeggen had: gooi wat hotels open, wat conferentiecentra, of sporthallen, en laat mensen met hun burgerservicenummer langs komen. Door de voordeur naar binnen. Spuit erin, stempeltje op t vaccinatieboekje, en door de achterdeur naar buiten.
Het lijkt me allemaal niet zo moeilijk, en nagenoeg iedereen die ik erover spreek (behalve de spreekwoordelijke prikvertikkers) is het met me eens. Dat vind ik veelzeggend, want het komt niet vaak voor dat nagenoeg iedereen het met me eens is.

 Life's like a box o'chocolates, you never know what you're gonna get....
Even een rustig weekendje, alvorens er een drukke week begint.
Ik trap de week af waarin ik ga figureren als onguur sujet. Een onguur sujet ziet er blijkbaar als volgt uit: joggingbroek, hoodie, petje, zonnebril.
Met uitzondering van de joggingbroek, is dat mijn dagelijkse tenu als ik niet aan het werk ben.
Dus blijkbaar zie ik er dagelijks uit als een onguur sujet. Het zal je maar gezegd worden.
Ik ga ook weer een 4 mei herdenking doen, en weer op Schiphol. Ik ga ook weer een paar platformdienstjes doen.
Terwijl ik dit schrijf, klok ik wat koffie achterover. Gedronken uit een kutbeker. We hebben ook een pikbeker, een billenbeker en een tettenbeker. Vond Ilse leuk. Er sneuvelen nogal eens wat koffiemokken, dus enige aanvulling zo op zijn tijd kan geen kwaad, en deze zijn best geinig.
Hoewel we ons dus nu afvragen wanneer we op oudergesprek mogen komen, omdat Jente nogal de gewoonte heeft om met veel geuren en kleuren na te zeggen wat wij in huis allemaal zeggen en doen.

Dit alles maar weer geschreven hebbende, wens ik eenieder een goed weekend.





vrijdag 23 april 2021

Zo intens tevree, met mijn vervelende ADHD.

 Hoe gaat het nu precies met mijn ADHD?
Een beetje afhankelijk van welk gezichtspunt je het bekijkt, gaat dat goed.
Over het algemeen heb ik geaccepteerd dat er gewoon een paar "quirks" zitten in mijn brein, waarbij ik soms niet helemaal reageer of doe, zoals een normaal mens zou doen.
Ik accepteer het, omdat de dames en heren psychologen mij verder niet aan medicatie wensen te helpen.
Prima. Als dat die veelgeroemde en verplichte zorg van defensie is, so be it. Ze laten je gewoon modderen. Bekijk t maar.
En laten we wel wezen: ik leef er al een slordige 40 jaar mee, heb de coping-skills om ermee om te gaan en het zo glad als mogelijk te poetsen, en als mensen zich eraan storen: jammer dan.
Soms heb ik mezelf toch nog best genadeloos in de tang, moet ik bekennen.
Zo kwam ik thuis na een late dienst. En in nagenoeg 100% van de keren dat ik na het werken thuiskom, moet ik eerst even "landen". Koffietje, snackje, peukje. Effe lekker zitten.
Ik had behoefte aan wat zoutigs, maar de chips waren op.
Nu ben ik onbehoorlijk creatief als het aankomt op het betere snack-werk, dus ik pakte een heerlijk verse witte boterham uit de kast, smeerde daar een gulle laag Marmite op (dat is een pasta van gefermenteerde groenten, heerlijk zout en superlekker onder een plak jonge kaas) en daarop een plak jonge kaas.
Omdat ik ook behoefte had aan een peuk, graaide ik een peuk uit mijn pakje, en wat er vervolgens gebeurde, tartte elke vorm logica, elke vorm van menselijkheid en zorgde ervoor dat het binnenste van mijn mond samentrok alsof alle lucht eruit gezogen werd.
Ik liep zwierig met mijn peuk en mijn boterham naar de achterdeur, en nam een flinke hap van mijn heerlijke, verse, witte boterham met marmite en kaas. Dacht ik. 

De schok kwam in fases.
1) Wat een droge blerf. Ik had verwacht dat vers brood in mijn mond te proppen...
2) Wat een vreemd geknars. Die kaas was toch jong? En waarom proef ik mijn Marmite niet?
3) Waarom voel ik allemaal kruimels op mijn tong.....
4) Nee, heh, het zal toch niet???
5) Voorzichtig naar mijn boterham kijken, welke nog helemaal in tact was, terwijl ik écht, 100% zeker een hap had genomen.
6) Stoppen met kauwen, sukkel!!!
7) Voorzichtig een blik werpen op mijn sigaret...
8) Neeeeeeee heh fukkediefukkediefuuuuuuuuuukkkkk...
Dit alles in ongeveer een seconde of 3
En jawel: in plaats van een vorstelijke hap uit mijn verse, witte boterham met kaas en marmite, heb ik een vorstelijke hap uit mijn peuk genomen. En nee, ik was al geen pruimer, maar met tabak en vloei van een sigaret is het zeker weten geen aanrader.

Nadat ik mijn mond onsubtiel geleegd en gereinigd had, ben ik maar eerst gaan roken, om vervolgens mijn smakelijke boterham weg te werken, en naar bed te gaan. Mezelf te verbazen over het feit dat dit soort zelfkwelling mij eigenlijk niet meer verbaast.

Maaaaanden geleden kocht ik een klap-creool. Zo heten oorbellen die een scharniertje hebben onder in de ring, in plaats van achter het pennetje dat door het gaatje gaat. Ik kocht specifiek zo'n klap-creool omdat dat met in en uitdoen veel makkelijker is, in plaats van priegelen met slotjes op een plek waar je niet kan kijken. Ik ben nu eenmaal niet subtiel genoeg voor een standaard oorbel.
Omdat de juwelen-industrie uitgaat van symmetrie, en dus van 2 gaatjes, kocht ik een paar, maar ik had maar 1 gaatje, dus de ander bleef in zijn doosje, wachtend op....
Ik had toen nog niet kunnen vermoeden dat ik een paar maanden later zou eindigen met een extra gaatje rechts, om Jente op haar gemak te stellen bij het schieten van haar gaatjes. Soit, ik heb dus dat knopje en ineens realiseerde ik me dus ook dat er nu toch een plek was voor het overgebleven, werkeloze ringetje dat ik nog had.
Maar waar had ik dat ringetje ook alweer gelaten??
Ik heb overal gezocht. Maar echt overal. Van boven tot beneden. Op de zelfs voor een adhd'er volstrekt onlogische plekken ben ik geweest, maar die oorbel was en bleef zoek.
Tot Ilse (die naarstig meezocht, op mijn verzoek, en vooral ook omdat ze van mijn humeurige gezoek heel onrustig werd) hem uiteindelijk in het verbanddoosje onder de pleisters vond. Het hielp niet mee dat ik aan het zoeken was naar een zwart doosje, terwijl ik had moeten zoeken naar een wit doosje.
Inmiddels was mijn sieradendoosje wel klaar, en de logica zou zeggen: je hebt hem gevonden, doe hem daarin. Ten slotte bewaar ik daar mijn ringen, horloges etc ook in.
Maar om de een of andere reden vond ik het logischer om hem in mijn vitrinekast óp een van mijn modellen te leggen.
Dat is toch vreemd?
Je zoekt je suf naar een klein zwart doosje, terwijl je een witte had moeten zoeken. Ondertussen maak je een sieradenkistje. Vervolgens vind je die oorbel, en berg je hem op op een plek die daar niet voor is, terwijl je er een prachtige plek voor gemaakt hebt.
Schiet mij maar lek...

En dit zijn de zaken uit mijn bestaan als ADHD'er die nog enigszins met humor te beschrijven zijn.
Maar er zijn ook zaken, waar ik moedeloos van word.
Met 3 werkgevers, die alledrie wat willen, en niet allemaal even handig zijn in communiceren, en wiens taak het ook niet is om ervoor te zorgen dat ze van elkaar weten wat ze doen, is het voor mij soms best pittig worstelen. En om dat alles in de lucht te houden, maakt dat ik soms vermoeider ben van het in de lucht houden van al die ballen, dan van het werkelijke werk.

Maar al met al heb ik er weer een leuke werkweek opzitten, met mooie dienstjes op het platform, en lekker lachen (tot de slappe lach aan toe) met mijn vriendjes van de kapel.

Ik duik zo mijn schuurtje weer in om met nieuw bekomen hout te gaan prullen.
Dit geschreven hebbende, wens ik eenieder een mooi weekend.
(René, ik heb me gehaast, niet meer zo opjagen, heh).

(Kleine Edit: ik herinnerde me dus dat ik de oorbel vond, maar na felle tegenstand moet ik misschien wel concluderen dat ik ongelijk heb en dat Ilse de oorbel daadwerkelijk vond, ondanks dat mijn herinnering anders is. Dat zegt eigenlijk heel weinig, want mijn geheugen is zo betrouwbaar als Mark Rutte).

vrijdag 16 april 2021

Missers en mafketels.

 Als je gaat solliciteren, weet je dat je afgewezen kan worden. It's part of the game.
Gelukkig heb ik een Ilse die heel creatief is in het maken van brieven, en in het maken van goede CV's. Dus ik stuur altijd wel (al zeg ik het zelf) een pakkende brief en een mooi CV. Ach, en schrijven is op zich best wel aan mij besteed, al zeg ik het zelf.
Zo kwam er een heel erg leuke functie voorbij bij een van de Nederlandse orkesten, ik zal geen namen noemen, laat ik volstaan met het benoemen van het feit dat ze aan de radio verbonden zijn. Een functie die mij op het lijf geschreven was, omdat het precies dat inhoudt wat ik leuk vind: achter de schermen werken, om de musici te laten schitteren.
Goed.
Ik nam de tijd en moeite om een goede, pakkende brief en motivatie te tikken, waarin ik uitlegde waarom die functie mijn naam schreeuwde en zond dat de HR afdeling toe.
Dan krijg je zo'n standaard reactie dat je brief binnen is, en dat ze je zullen informeren over het verloop van het proces.
Prima, ik wacht het af.
Ik wachtte het dus af, en na een goeie week, kreeg ik een reactie. Een afwijzing. Oke, jammer. Geen man over boord.
Geen man over boord, maar wat een treurnis in een mailtje, zeg. Nu ken ik een aantal van de musici van dat orkest, en ik hoop oprecht dat ze niet geinfecteerd zijn door hun HR-afdeling.
De lusteloosheid, de visieloosheid, het totale gebrek aan creativiteit, en het gebrek aan wil om gewoon eerlijk te zijn in een afwijzing, liggen er duimendik bovenop.
Er werd gewoon een dom, niet ter zake doend, onpersoonlijk, standaard afwijzings antwoord gemaild.
"Er waren zooooooveeeeeeeeel kandidaten".
"U paste net niet in het profiel".
Dat eerste wil ik nog wel aannemen, het tweede is gewoon domweg gelul. Ofwel ze liegen, ofwel ze hebben de brief en het CV niet gelezen.
Dat ze me afwijzen, vind ik tot daar aan toe, heus. Laat ze een betere kandidaat aannemen. Voor zover die er is, want ik hou staande dat ik de perfecte kandidaat zou zijn geweest. Maar dat een instelling, die werkzaam is in de culturele sector het zichzelf toestaat om zich van dit soort inspiratieloze, visieloze antwoorden te bedienen, is een schande. Ik had op meer creativiteit gerekend. Volstrekt afwezig. Wat een dubbele misser.

Zo nam ik in mijn werkzame leven een beslissing om, zolang als covid de wereld onveilig maakt, een bijbaantje te nemen bij het GGD.
Ik zou te werk gaan via Unique. Een werkelijk uniek uitzendbureau. Uniek slecht in communicatie. Uniek slecht in reageren op emails of zelfs maar het opnemen van de telefoon.
Uiteindelijk kwam het zover, dat ik door alle intens slechte communicatie mijn ontslag maar weer heb ingediend, nog voor mijn eerste werkdag.
Genoeg is genoeg.
Alleen bleek dat uitzendbureau zelfs dat niet te kunnen verwerken, en continu werd ik bestookt met mails die voor mij niet meer relevant waren.
En niet alleen dat, ook de GGD bleef mij maar mailen.
Na bijna letterlijk 100 keer vriendelijk tot zakelijk terug gemaild te hebben dat ik toch echt niet voor de GGD of dat Uniek slechte uitzendbureau werkte, raakte ik gefrustreerd, en begon ik lomper, lompere en uiteindelijk maar gewoon grove antwoorden te sturen. Tot dat uiteindelijk er een of andere recruitmentmuts gepikeerd reageerde waarom ik zo grof deed.
Maar goed, ik leek er vanaf te zijn, tot ik een telefoontje had gemist dat ik niet kon thuisbrengen. Als het geen afgeschermd nummer is, stuur ik meestal een berichtje, om te vragen of het belangrijk was.
Dat bleek de GGD zelf te zijn. Een dame die het terecht verstandig vond om mij niet te mailen, maar te bellen, met excuses, en waarom en hoe het zo gekomen was. Dit uitgelegd, en ze had er zelf op toegezien dat ik uit het systeem werd gehaald. Ze vond het spijtig omdat ik wel (en dat klopt op zich wel) gemotiveerd klonk aan de telefoon. Maar helaas, ze moesten wel met dat uniek slechte uitzendbureau werken. Beleid of zo.
Jammer, maar helaas, maar wel was ik erg gecharmeerd van het feit dat er dus een dame werkt die mijn woede en frustratie trotseerde om verontschuldigingen aan te bieden, namens de GGD.
Top vind ik dat.
 

Over missers gesproken.
Mannen en vrouwen, communiceren vaak op heel andere levels. Dat leidt nogal eens tot wat frictie, onbedoeld.
Ilse is de laatste tijd lekker aan het naaien. Ze maakt leuke speelgoed konijnen voor de pasen. Ze maakt mondkapjes a.k.a. bekpampers. Ze maakt shirtjes en jurkjes voor Jente, en laatst voor zichzelf een keurige jurk.
Leuk patroontje, denk ik. En het stond haar best prima.
Maar omdat het helemaal in het zwart was, legde ik de link met een begrafenis, dus toen ze hem vol trots kwam showen, zei ik dat ik het een mooie jurk vond voor een begrafenis.
Omdat ik het ook echt een mooie jurk vond, maar in het zwart eerder voor stemmige aangelegenheden dan voor een zomerse dag op het strand. Dat bleek niet helemaal de verwachtte reactie te wezen. En ergens snap ik het. Maar ik was toch heus positief. En eerlijk ook. Want het is niet zo dat ik om haar gevoelens niet te kwetsen, en om er vanaf te zijn, maar zei dat ik hem mooi vind. Ik vind het oprecht een mooie, leuke jurk.
Maar goed. Blijkbaar niet goed genoeg.

Wat ook niet goed genoeg is: het uitkijken van mensen. En dat in het algemeen.
Als chauffeur van 12 meter lang, 2,5 meter breed onflexibel staal en plastic op wielen, word ik elke dag geconfronteerd met mensen die oprecht lijken te verwachten dat mijn flatgebouw op wielen zich in de meest bizarre bochten kan wringen om plaats te maken voor iemand die er, zelfs als dat zo zou zijn, nooit tussen had gepast.
Vervolgens krijg je in het beste geval een teken van verontschuldiging over hun domheid, in het slechtste geval gaan ze stoer lopen hoeken, en toeterend een brakecheck doen, alsof dat mij wat kan schelen, mijn bus is uitgerust met een goeie dashcam, en ik ga er vanuit dat als ik een noodstop maak, met passagiers aan boord, het voor de passagiers niet comfortabel is. U snapt het: ik rij met mijn 12 meter lange bus behoorlijk defensief, maar neem wel de ruimte waar nodig.
Iets dat sommige mensen niet kunnen.
Zo ook de toerist die mij gisteren heel beleefd en vriendelijk om informatie vroeg. Een vrolijke Jonas, die ik helaas geen hulp kon bieden, omdat ik weliswaar met een bus rij, maar niet de bus die hij nodig had.
Hij bedankte me vriendelijk, en wilde met volle vaart wegrennen. Dat deed hij ook. 10 centimeter lang, toen kwam zijn gezicht bizar hard in aanraking met mijn rechter buitenspiegel. Die trilde zó hard dat ik misselijk werd toen ik er in keek.
De man zelf sloeg door de klap bijna achterover. Stamelde zelfs nog sorry voor het bijna verruïneren van mijn spiegel, en struikelde toen bijna weer over de dranghekken waar ik naast stond.
Tot mijn verdediging: ik heb het geprobeerd. Echt. Maar het lukte me niet om mijn gezicht in de plooi te houden, en het lukte me niet om stilletjes te lachen. Brullend, welhaast krijsend van pret ben ik weggereden.
Die paar passagiers die ik had, hielden het ook niet stil. Bij aankomst bij de parkeerplaats, had ik buikpijn van het lachen.
En als het nu een linkmiegel met een grote bek was geweest, die ik het van harte had gegund, oke. Maar dit was gewoon een lief, vrolijk jong. Voelt achteraf toch wat sneu...
Maar het was gewoon te kostelijk.

Ik ga vanavond een soort van taxidienst rijden voor de telesuper. Dat betekent hoogstwaarschijnlijk dat ik van 2100 tot 0000 allemaal orderpickers naar huis moet rijden, die zelf niet over een auto beschikken of wiens ouders hun niet meer op kunnen halen vanwege de avondklok.
Weer eens wat anders. Als ze niet lief zijn, prop ik ze in de koeling van mijn busje. Want ik heb er geen personen auto gezien.

Hoe dan ook is het daarna weekend, en dan ga ik de sieraden doosjes voor Ilse en mezelf afmaken.
Fotos volgen.
Voor nu wens ik eenieder een fijn weekend.
Geniet ervan.



"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer.  En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders.  Alles gaat anders, want...