zaterdag 26 juni 2021

Geef Acht!baan

Er zat een redelijk dikke maand tussen mijn indiende ontslag, en mijn daadwerkelijke vertrek.
Tijd doet iets geks. Want toen ik mijn ontslag indiende, kon het me niet snel genoeg gaan, nu mijn daadwerkelijke vertrek bijna rond is, slaat de weemoed me met windkracht 10 tussen mijn ogen.
Ik knal uit elkaar van de uiteenlopende en door elkaar heen tollende emoties, en op sommige momenten kan ik het niet voorkomen: de tranen van gevoel, biggelen langs mijn smoel. Ik hoop dat ik volgende week, na de medische keuring en het gesprek nog even de kans krijg om mijn bijna-oud-collega's te knuffelen en afscheid van ze te nemen.
Mijn vertrek is dus bijna rond, ik moet nog 1 keer terug naar Apeldoorn, voor een verplichte medische exit-keuring (waarvoor ik een formulier moest invullen, dat op intranet zou staan, maar uiteraard onvindbaar is en dat dus een interessante bijeenkomst gaat worden) en het exit gesprek met de commandant.
Maar administratief heb ik mijn kleding (minus een paar aandenkens) mijn trompet (de beste die ik ooit had in militaire dienst) en de Ipad (sorry, lieve Jente, ik heb geprobeerd of ik hem voor je mag houden, maar ze zijn er erg gehecht aan hun Ipads) ingeleverd. En dat is dan dat. 
Nu mag ik 2 maanden mijn vrije dagen opsouperen. Maar de trompet hangt figuurlijk in de wilgen. (Letterlijk: mijn eigen exemplaar heb ik keurig netjes opgeborgen in zijn koffer en diep onderin de trappenkast gelegd).

De afgelopen week mocht ik voor de laatste keer een herdenking doen voor de stichting Marechaussee Contact. Een herdenking die wordt georganiseerd door en voor een heel dankbaar publiek van veteranen van alle leeftijden, op een van de mooiste defensielocaties: Bronbeek.
En blijkbaar was het nieuws dat ik ontslag had genomen ook doorgesijpeld tot die kringen, want van alle kanten kwamen de mensen op me af om me te bedanken voor vele jaren aan signalen, en me succes te wensen. En spraken de zeer uitdrukkelijke wens (dienstbevel) uit dat ik de maaltijd met ze zou gebruiken. (En wie ben ik nu helemaal om de lekkerste blauwe hap van Nederland te weigeren).
Ze waren er altijd heel blij met me. Niet alleen omdat ik een strak signaal taptoe wist te produceren, maar ook omdat ik opgewekt, dienstbaar en een tikkeltje eigengereid het geldende dienstbevel om het Wilhelmus niet te spelen (Het schijnt zo te zijn dat je het Wilhelmus niet solo mag spelen) naast me neerlegde. Er zullen vast een heleboel geldende redenen te verzinnen zijn om vanachter een bureau, ver weg van een herdenking, te besluiten om te verbieden het Wilhelmus éénstemmig te spelen. Er is voor mij maar 1 reden nodig om het toch te doen: die ouwe ijzervreters vragen erom. Hebben daar een bepaald gevoel bij. En daar deed ik het voor. Om die mensen een waardevolle herdenking te geven. Meer redenen heb ik nooit nodig gehad.

De laatste repetitie was gisteren. Persoonlijk behoorlijk nutteloos. Maar goed, als het mijn laatste dienst aan de lopende band was geweest, had ik het ook moeten doen. En naast de leukste trompettisten van Nederland zitten, is ook weer geen straf.
Ik reed terug naar huis, en weemoed dus. Dus waar ik eerst vooral weg wilde, om de kwelling van die trompet voorgoed uit te bannen, begonnen er ook mooie, fijne en warme herinneringen aan het orkest en aan de muziek boven te drijven. Boosheid ook. Het had ooit, in een ver verleden voorkomen kunnen worden. Het als-dan-verhaal...
Opluchting, want het hoeft niet meer. En een beetje angst ook wel. Gaat het lukken, zoals ik wil?
Los van het feit dat het nogal onverwacht en verdrietig is, is het ook fijn om te merken dat ik dus blijkbaar al zo ontspannen ben geworden dat er ruimte is voor de goede herinneringen aan de muziek.
En gelukkig heb ik een Ilse, die me thuis ziet komen met een hoofd vol van door elkaar lopende emoties, en me dan even tijd geeft, troost en zegt dat het goed komt.


En wat er in materiële zin rest:
-Mijn baret. (2 zelfs, want ooit in Italië kregen wij voor een dienst, speciale baretten omdat men dat wenste). Een mooi aandenken aan een baan waarin ik op sociaal vlak enorm mocht groeien, en veel toffe mensen mocht leren kennen.
-2 paar kisten en 2 paar dt-schoenen. Die mocht ik houden, die waren, na jaren aan mijn voeten te hebben gezeten, niet meer geschikt voor hergebruik, en dat niet alleen vanwege de meur, maar ook omdat ze er niet helemaal "als nieuw" glimmend gepoetst bijstaan. En omdat lijfstraffen bij soldaten niet meer van deze tijd zijn.
- Diverse petten, gekocht als werktoerist in diverse buitenlanden, tijdens zeer memorabele tripjes. Sommigen echt goedkoop, en alleen maar een blamage voor mijn kop om op te zetten, sommigen behoorlijk prijzig en een ware aanwinst op mijn kale(nde) knar. Maar altijd met een mooie herinnering.
-Mijn mondstukken. Mijn eigen prive-mondstukken zijn allebei, in de loop der jaren tijdens diverse diensten kapot gevallen. En de baas vond het niet meer dan redelijk om deze te vervangen. En aangezien die zo persoonlijk zijn dat een ander er niet mee kan werken, zijn die voor mij. In de koffer tot nader order.
-Een onthutsende voorraad aan mondkapjes. Maar wel van de goeie soort. Hoewel die dus nu niet meer noodzakelijk zijn, vrees ik een beetje dat ik die dingen de komende jaren nog in alle hoeken en gaten terug ga vinden. Ditzelfde geldt voor rangonderscheidingstekens. Toen ik mijn spullen bij elkaar aan het zoeken was, kwam ik dit soort kleine urft tegen op plekken waar ik het zelf nooit zou opbergen, maar op de een of andere manier vinden dat soort kleine artikelen zelfstandig hun weg naar kieren, gaten en krochten in je huis, waar je pas komt als je er niks te zoeken hebt. Stropdassen. Ooit kwijt en geleend van weet-ik-veel-wie, vind ik terug in manden waarvan ik het bestaan niet wist.

En dan, na deze bitterzoete gewaarwordingen, is het ook tijd om verder te kijken. Verder te gaan. Voorwaarts.... Herstel... Gewoon door dus.
Die bus rijdt weliswaar op mijn commando, en ik ben onbetwist de commandant van mijn bus, maar in de maat rijden doet-ie dan net weer niet. En vanavond ga ik een late dienst doen. In goed gezelschap, met af en toe een knaagje aan mijn bammetje, ga ik weer reizigers vervoeren.
En zijn we er toch in geslaagd om een campinkje te vinden in het inmiddels weer bereikbare Frankrijk. En gaan we dus ondanks de gekke, en ongewisse periode die achter en voor ons ligt, eventjes een weekje er tussenuit. Eventjes rust met alleen Ilse en Jente. Eventjes niks moeten, maar lekker luieren. Dat heb ik nodig. Dat hebben we nodig. Zin in.

Dit alles geschreven hebbende, wens ik eenieder een fijn weekend.





zaterdag 19 juni 2021

Hersenscheten anno 2021

 Ik krijg wel eens een raar idee. Een brainfart, zeg maar. Of in het Nederlands: een hersenscheet. Dat komt er dan met een blafje in, zeg maar.
En ik denk dat dat helemaal niet vreemd is. Het idee zelf wel, het feit dat het gebeurt niet. Ik wil zelfs wedden dat 99% van de menselijke wereldbevolking wel eens zo'n moment heeft.
Goddank heeft 80% van de mensen die zo'n hersenscheet heeft, altijd nog een natuurlijke rem op zichzelf, dat hij/zij dat idee niet meteen ten uitvoer brengt. En van de overige 20% heeft 95% een omgeving die hem/haar even apart neemt om de uitvoer van dat idee stop te zetten. En zo balanceert de wereld continu tussen uitgevoerde goede ideetjes of ten uitvoer gebrachte hersenscheten. Een soort van balanceren op de grens van (vrolijke) chaos.

Als blij voorbeeld: onze koning die zomaar opeens een drukke woonwijk in Den Haag bezoekt voorafgaand aan een voetbal wedstrijd.
Handenschuddend en blij liep hij door de straat.
Achteraf natuurlijk een hoop heisa. Enerzijds volkomen terecht. Dat je denkt: lieve hemel, majesteit, had uw hele hofhouding last van een door hitte veroorzaakte hersenscheet? Op welk moment besloten jullie dat het in tijden van corona een goed plan zou zijn om eens even lekker handenschuddend en fotograferend door een woonwijk te paraderen? Daar waar jullie een voorbeeldfunctie zouden moeten hebben?
En dan wordt er door ons parmantje Rutte wel heel erg laconiek over gedaan. Alsof we niet een dik jaar diepe ellende achter de rug hebben, waar we nog maar nauwelijks van hersteld zijn.
Aan de andere kant: facepalm en door. Want hey: we hebben allemaal wel eens een hersenscheet, nietwaar?

Ander voorbeeld: Een reiziger die als 3e uit een vliegtuig stapt, letterlijk alleen maar achter de anderen aan mijn bus in hoeft te stappen, maar dit niet doet en voor mijn bus langs stormt, om daar van plan te zijn de rijbanen over te steken.
Ik bedoel: het enige dat de reiziger hoefde te doen, was achter de rest aan mijn bus binnenstappen.
Maar nee, om de een of andere onbegrijpelijke reden besloot deze reiziger mij, en alle andere aanwezige medewerkers de stuipen op het lijf te jagen door iets heel erg illegaals, omdat het extreem gevaarlijk is, te doen.
In een split-second ging ik van irritatie (waarom doet deze reiziger niet gewoon zoals de rest) naar verbijstering (hoe dan? Waarom dan?) naar mijn allereerste en tot in perfectie uitgevoerde fluit op mijn vingers. (Dit heb ik dus serieus nooit gekund ondanks dat ik er veel op geoefend heb, blijkbaar maakte schrik, irritatie en verbijstering, dat ik nog nooit zo hard op mijn vingers heb kunnen fluiten. Ik denk dat men nog schande spreekt over het volume ervan). Overigens: het liep gelukkig allemaal met een sisser af, de reiziger reageerde op mijn woeste fluit en keerde spoorslags en stilzwijgend terug om toch maar in mijn bus plaats te nemen.

Stel je bent een rapper. Dan ben je, als ik het nieuws mag geloven, niet echt gezegend met heel veel rationele herseninhoud. De ene lijkt zijn vriendin aan puin te meppen, de ander komt hoofdzakelijk in het nieuws omdat hij meer crimineel dan muzikant is. En dan heb je er nog een die gewoon, omdat hij reppert is, een snelweg een paar keer stil zet, met zijn debiele vriendjes. Een of andere Salim.
Deze sneu-neus, vind ook dat je aan een minuutje vertraging niet doodgaat, als je met spoed door een ambulance afgevoerd wordt.
Ik zeg sneu-neus, want blijkbaar is zijn "rep-muziek" dusdanig waardeloos, dat hij het van dit soort stunts moet hebben. En van zijn verkeersinzicht moet hij het ook al niet hebben.
En helaas voor hem, had hij in zijn omgeving niemand die hem tegen zijn absurde hersenscheten in bescherming nam. Een EMG (zoals opgelegd) gaat dit minne menneke niet helpen. Wat wel gaat helpen: rijbewijs innemen, strak volgen en elke auto waar hij maar in stapt, bij de dichtstbijzijnde sloper ter persing aanbieden.
Is hij zo verlost van zijn debiele vriendjes, en kan hij op zoek naar een vak waar hij werkelijk iets nuttigs kan bijdragen aan de samenleving. En misschien ook naar vriendjes die hem behoeden voor het uitvoeren van de meest absurde hersenscheten die in zijn verpulpte brein opborrelen.

Het is natuurlijk makkelijk orakelen over andermans hersenscheten. Ik heb ze zelf ook.
Zo kwam ik na mijn pauze naar buiten, in de veronderstelling dat ik van een collega een bus zou overnemen.
Er stonden al wat mensen klaar om mee te gaan, maar de collega van wie ik dacht de bus over te nemen, was er niet.
Geen reden tot paniek, het begint weer lekker druk te worden, dus dat een bus een paar minuten later is, kan voorkomen. Aldus begon ik gezellig met mijn aanstaande reizigers te keuvelen over hoe fijn het is dat er weer mensen in de bus zitten, en meer van dat koetjes en kalfjes geklets.
Inmiddels was mijn opstaptijd (de tijd waarin je een bus opstart en of overneemt) bijna voorbij, en was mijn collega nog niet gearriveerd. Vreemd. Ik wierp een halve blik op de buffer, waar de reservebus staat, en voor de zekerheid nog even op mijn rooster om te zien of ik niet gewoon te kort van mijn pauze genoten had.
En daar stond vrij duidelijk niet vermeld dat ik een collega over zou nemen, maar dat ik de reservebus van de buffer moest pakken.
KAK.
Nog nooit zó snel een bus opgestart en van de buffer naar de halte gebonjourd. Staat toch wel heel deuzig.
Maar hey: toch nog op tijd vertrekken. Das dan wel weer een kunst.

Goed, dit geschreven hebbende, maak ik me op voor een weekend, en een week waarin ik mijn laatste signaal taptoe in militaire dienst ga spelen. Dat is wel even een dingetje moet ik zeggen, want dat waren altijd een beetje de krenten in de pap, zeg maar.
En nu, als laatste, voelt het dan toch een beetje alsof ik niet alleen de overledenen ga eren, maar ook mijn ter ziele gegane muzikale carriere de laatste eer ga brengen.





zondag 13 juni 2021

Loslaten, ennnnnnnnnnn vasthouden.

 Loslaten, het blijft een dingetje.
Zo toonde ik een paar maanden geleden een heel erg toffe bril met een leuke gimmick: de pootjes zijn uitschuifbaar, zodat je hem rond je nek kan hangen als je hem niet draagt (bijvoorbeeld omdat je een zonnebril op sterkte draagt).
Voorwaar; een toffe bril, ware het niet dat ik frequent drager van hoofddeksels ben, en die bril (door die gimmick) totaal niet onder een pet past. Trillend beeld, tot gek wordens toe.
Goed, na een maand proberen was ik er over uit: ik moest een andere bril, want dit begon gevaarlijke trekjes te vertonen.
Op naar de specsavers, een andere bril kopen. Dat kon met een leuke korting, want bij aanschaf van 2 brillen kreeg ik een bon mee, voor later een 3e met korting.
Die bon was ik al lang en breed kwijt, maar de mensen bij de specsavers vinden dat terug in hun computer, en kreeg ik met een mooie korting een andere bril, welke net zo leuk is, en zonder problemen onder mijn pet te proppen is.
Marnix grote blij.
Wel was ik van mening dat ik de gimmick-bril maar moest bewaren, want een reserve-bril zou nooit kwaad kunnen. En dat blijkt.
Van de week had ik zo'n dag.
Ik was ingepland op de parkeerritten op Schiphol, en de procedure loopt daar een beetje anders dan op het platform.
Een van die procedures is dat er ook mensen met een rolstoel in mijn bus plaats kunnen nemen, en ik daartoe de rolplank uit kan klappen, om die mensen het mogelijk te maken met rolstoel en al naar binnen te rijden.
Zo ook deze twee personen, die uiterst vriendelijk waren, uiterst bescheiden, en eigenlijk niet zo goed wisten wat ze met mijn voortvarende hulpvaardigheid aan moesten.
Maar goed, het is mijn taak om die rolplank uit te klappen, en de rolstoel-gebonden reiziger naar binnen te begeleiden, en dusdanig te positioneren dat het voor alle reizigers goed te doen is.
Goed, dat allemaal gedaan, was het tijd om te vertrekken en mijn passagiers bij de vertrekhallen af te leveren.
Daar aangekomen, ging de hele exercitie in omgekeerde volgorde.
Dat ging allemaal van een leien dakje, en voldaan klom ik weer achter mijn stuur om mijn route te vervolgen.
Ik merk dat ik dat dus wel leuk vind. Net dat stukje service extra bieden, omdat mensen gewoon heel vriendelijk voor me zijn.
Hoe dan ook: ik ging op pauze, en omdat het in de kantine nauwelijks zonnig te noemen is, graaide ik naar mijn gewone bril, die ik zoals altijd aan mijn polo had gehangen. Niks.
Weg. Met de noorderzon vertrokken. Bekijk het maar (letterlijk en figuurlijk).
Ik heb mijn hele bus binnenstebuiten gekeerd, maar mijn bril was en bleef zoek. Ik vrees dus dat mijn extra service mijn bril van mijn polo heeft doen glijden, waarna ik vrolijk over het ding heen ben gereden en hij in de vergetelheid tussen mijn dubbel-lucht achter is gebleven.
Dat is vervelend. Weer een nieuwe bril in minder dan 6 maanden, is zelfs voor mij erg gortig. Maar specsavers zou specsavers niet zijn, als ze geen oplossing hadden.
Ik belde ze op met mijn wanhoop. Of ze in hun systemen wilden kijken of ze de bril die ik het laatste kocht nog op voorraad hadden, en die met spoed wilden laten namaken.
En dat hadden ze, en dat konden ze.
Topwinkel.
En als geluk bij ongeluk: diezelfde bril is weer goedkoper geworden.
Meteen bij de goede mensen 2 koorden gekocht, want uiteraard zal me dit niet nog een keer gebeuren.
Granted: het ziet er niet uit, van die koorden aan je bril, maar om nu over een paar maanden nog eens een bril te moeten kopen, gaat zelfs deze ADHD' er te ver.

Na het vele loslaten van de afgelopen periode, is er ook een dingetje dat ik zeker niet hoef/kan/wil loslaten.
Precies 7 jaar geleden, trouwde ik met wat in mijn ogen de meest fantastische vrouw ter wereld is.
Mijn Ilse. En ondanks dat we echt wel zo onze onenigheden hebben, moet ik zeggen: dit leuke exemplaar mag van mij nog wel even aan mijn zijde blijven.
Was het niet voor Ilse, was ik denk ik niet zo ver ontwikkeld dat ik ook daadwerkelijk de mens ben die ik nu ben.
Ze maakt me completer. Ze laat me dingen op een heel andere manier benaderen. En ze maakt mijn leven een stuk prettiger.
Zonder haar had ik bepaalde dingen nooit kunnen doen, omdat ik er nooit bij stil had gestaan dat het kan.
Dus ja: ik ben nog steeds onbehoorlijk gelukkig met dat gekke mens. (Want dat is ze ook).
En niet vergeten dat ze me de meest lieve, lastige, gekke, mooie, onhandige dochter gaf die er op de aarde rondloopt.
Dus al 7 jaar een mooie combinatie van veel gekkigheid in 1 huishouden.
Op naar de volgende 7 jaar. Of langer. Want nogmaals: het leven is niet alleen loslaten van de dingen die je los moet laten. Maar ook vasthouden van de goede zaken. En Ilse is zo'n goede zaak.
En bij mijn weten (ik heb nog geen signalen van het tegendeel ontvangen) is dat wederzijds ook zo.

Goed, dit geschreven hebbende, is het weekend al bijna weer voorbij, maar toch: fijn weekend.

vrijdag 4 juni 2021

Over loslaten gesproken.

De hoeveelheid reacties op mijn vorige blog was nogal fors. Ik moet zeggen dat ik dat niet helemaal verwacht had. Ik heb bij mijn weten nog nooit zoveel reacties op een blog gehad. Van lange berichten van herkenning, tot telefoontjes. Mensen die aangaven hoezeer ze het dapper vinden.
Of het dapper is, of puur lijfs- of zielsbehoud, ben ik zelf nog niet zo over uit.
Ik moet zeggen: het ondersteunt wel mijn gevoel dat het goed is zo. En alle mensen die de moeite hebben genomen om iets liefs, iets steunends, iets moois tegen me te zeggen, wil ik ook bedanken.  Onvermijdelijk kreeg ik ook flashbacks. Nu al. Reizen naar Nieuw Zeeland. Zuid Afrika. Finland. Curacao. De rest van Scandinavie. Engeland. Vlieland. Prachtige reizen, met prachtige mensen. Prachtige herinneringen. Ik zal ze koesteren.
Want ik ben natuurlijk nog niet weg en tijdens het werk bij het orkest (waar het met dank aan de collega's wel altijd gezellig is) kreeg ik toch even zo'n kriebeltje: heb ik wel de juiste beslissing genomen? Maar als ik dan weer wegga, en het stuur van mijn bus in mijn handen heb, weet ik het zeker: dit is mijn ding.
Ik mag nu gewoon mijmeren over wat voor positieve dingen muziek me gebracht heeft, juist omdat ik niet meer bezig hoef te zijn met het worstelen met die trompet.


En dan is het makkelijker om verder te gaan met andere zaken in het leven.
Want ik heb een dochter. En die dochter groeit, ontwikkelt en wordt (wereld)wijzer.
En soms kan ik dat maar moeilijk bijbenen. (Letterlijk, maar ook figuurlijk).
Zo gaat ze sinds kort op de fiets naar school. Onder begeleiding nog, maar toch. Ze doet het maar.
Aangezien ik nog niet echt een fietser ben, haalde ik haar te voet op, in de foutieve veronderstelling dat ik haar wel bij zou kunnen benen.
Dat lukte wel, als je uitgaat van het principe dat enkele 10-tallen meters erachteraan hobbelen, hijgend en puffend ook onder "bijbenen" valt. Wát een tempo maakt dat kind. Niet gehinderd door enig verkeersinzicht (en ervaring) jakkert ze met haar korte beentjes die pedalen af, en suist er van door. Als (over?)bezorgde ouder, en als iemand met een zeer kritische kijk op (overige) verkeersdeelnemers, slaat de angst me dan wel om het hart. Kijkt die auto daar wel uit? Ziet die bakfiets mijn dochter wel, en snapt dat vrouwtje wel dat een bakfiets meer ruimte nodig heeft? Stopt Jente wel op tijd bij die kruising? En het gaat goed. Maar toch ben ik blij als ze dan thuis is, haar fietsje in de tuin kwakt en, alsof er net niet ongeveer 100 bijna-ongelukken zijn gebeurd, wel een limonade en een fruitje blieft.
Maar goed.
Ik kwam wat vroeg bij school aan, en zette mij op een stenen muurtje naast het schoolplein. En wie komt daar op mij af rennen: jawel: Jente. Die was aan het buitenspelen.
Even keuvelen, en weg was ze weer, ten slotte was de schoolbel nog niet gegaan. En voor ik mij kon bemoeien cq. socializen met wat andere ouders, stond ze weer achter me. Met een jongetje aan de hand.
"Dit is mijn Aaron".
"...hmmm...."
"We hebben kusjes gegeven".
...."Hmmmm".... " Wacht, jullie hebben wát????" (Hier begon het uitlachen van de moeder van een vriendinnetje van Jente).
Aaron in kwestie: "Ik ben al 5!!!!"
"...en ik ben 40..." (Ik wist serieus even niet wat ik tegen dat kereltje moest zeggen). 
Ik weet wel dat ik inmiddels te pas en te onpas de spot van de moeder van het vriendinnetje van Jente te verduren krijg.
Ik moet uiteraard daaraan toevoegen: wat voor een volwassene is, is niet gelijk voor een kind. Gelukkig, maar ik voelde me wel wat ongemakkelijk. Wilde hem al vragen naar het pensioen van zijn vader, en zijn kijk op vrouwen in het algemeen en mijn dochter in het bijzonder, maar daarin werd ik door de moeder die me uitlachte, toch getemperd.
Toch ook wel makkelijk, zo'n Aaron, want toen ze hand in hand wegrenden, viel Jente plat op haar snufferd, en barstte uiteraard in brullen uit. En werd ze liefdevol, zij het weinig vakkundig door Aaron opgetakeld. Hij moet nog veel leren. "Gaat t Jente?"
Wat denk je zelf, pannekoek? Ze ligt daar te brullen. Het is dat ik nog het schoolplein niet op mocht om zelf mijn dochter op te rapen. Maar goed, het jonge spul is 5 en 6 (als Jente wat dat betreft op haar moeder lijkt, komt ze later ook met een jonge blaag thuis) en dus is het onschuldig. Dit zal dan ook wel horen bij het proces van loslaten. 

Ik laat wat los in mijn leven...

Om toch even al die loslaat-processen een beetje te laten bezinken en in mijn achterhoofd van koken tot sudderen te brengen, ga ik straks mijn auto maar een wassen.
Ik merk dat dat soort fysieke klusjes erg goed zijn voor mijn gemoed, en het heeft ook wel wat: zo'n fraai glanzende bolide voor mijn huis.

Ik wens eenieder een mooi weekend toe.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          

zaterdag 29 mei 2021

Het is volbracht.

 
Toen ik 10 was, kreeg ik een missie: ik had met mijn stomme kop gezegd dat het misschien wel leuk zou zijn om van mijn trompet mijn beroep te maken, en sindsdien heeft er nooit meer iemand aan mij gevraagd of dat ook echt nog wel zo was. Dat ik, met dat ik dat zei, mijn hele jeugd opgaf, kon ik toen niet weten.
Mijn leven bestond daarna uitsluitend uit school en trompet. Want ik had immers gezegd dat…. En wee mijn onwetende gebeente als ik op school lager dan een 6 haalde. Wee mijn getalenteerde gebeente als ik niet gelijk 100% perfect mijn lesjes speelde. Dan daalde toorn en venijn in diverse vormen op mijn hoofd neer.  
Op het conservatorium afgeleverd, merkte ik al snel dat ik een buitenbeentje was. Het kon mij eigenlijk weinig boeien wat een of andere Plato over muziek vond. En of Mozart ADHD had, zou me helemaal aan mijn achterste oxyderen, in zijn tijd was de trompet nog niet de trompet die het nu is, dus erg interessante zaken had hij er niet voor geschreven.
We moesten allemaal liedjes van Beethoven en zo analyseren. Want daar zou je een betere muzikant van worden. Mijn argument dat een analyse van een piano of viool sonate echt niet zou zorgen voor beter trompetspel, al was het maar omdat er in een piano of viool sonate erg weinig tot geen trompet voorkomt, werd weggewimpeld. Het moest in het systeem passen.
Ik vond 1 uur trompetles en 26 uur theorieles in de week erg scheef, en dus werd ik een fervent hoofdvak kantine student. Die bijvakken boeiden me weinig. Helemaal niks, eerlijk gezegd.
Maar het maakte toen al (en helaas veel te lang genegeerd) duidelijk dat ik misschien niet helemaal de juiste keuze had gemaakt.
Maar ja….
Ik kwam uiteindelijk met hangen en wurgen over de eindstreep en kon zo mijn conservatorium papiertje in ontvangst nemen. Joechei
Maar een heel goed beeld bij de toekomst had ik niet. Lesgeven leek me helemaal niks, en had ik ook erg weinig tot geen voorbereiding voor gehad, maar omdat dat als starter het enige was dat ik kon verzinnen, ben ik daar maar begonnen. Zeer tegen wil en dank, want ik was nauwelijks in staat om die kutkinderen te motiveren. Ik was zelf eigenlijk niet eens gemotiveerd.
Ik kreeg een baan bij een orkest, deed wat snabbels en zo kabbelde het leven voort.
Het leven kabbelde voort, maar ik werd er steeds minder gelukkig van. Elke week hetzelfde zeggen tegen mijn leerlingen (uitzonderingen daargelaten). Elke week hetzelfde programma. En overal waar ik kwam, waren mensen veel gepassioneerder veel gemotiveerder om een mooi concert te spelen.
Ik snapte vaak niet eens waar ze het over hadden.
En als ik helemaal enthousiast iets wilde vertellen over mijn hobbies, over iets heel anders, kreeg ik soms het gevoel dat dat niet helemaal aan kwam bij die collega’s. Dat was vaak best eenzaam.
Begrijp me niet verkeerd: ik kon me handhaven omdat ik bijzonder getalenteerd was als trompettist. En dan kan je op routine, en met af en toe een mooie noot een heel eind komen. En het was heus niet allemaal kommer en kwel. Juist door de collega’s was mijn leven als muzikant vol te houden. Want ik heb in mijn tijd als muzikant echt heel erg veel toffe mensen mogen ontmoeten. Tot vriend maken, en in een enkel geval zelfs tot echtgenote mogen bevorderen.
Maar met dat de jaren verstreken, en ik er achter kwam dat ik op geen enkele manier nog te motiveren was om muziek zelfs maar een heel klein beetje leuk te vinden, maar er wél achter kwam waar mijn passies, hobbies en plezier wél uit te halen was, bleek er eigenlijk geen houden meer aan.
In 2013 stelde mijn verkering mij de vraag:” Maar wat zou JIJ willen?”
Ik wist daar eigenlijk geen antwoord op te geven. Sterker nog: ik stond met de spreekwoordelijke bek vol tanden, want het was de eerste keer dat iemand anders me dat zo rechtstreeks vroeg. Ik was niet op die vraag voorbereid. Ik wist niet anders.
Maar het bleef wringen. En het wringen werd schrijnen. Het schrijnen werd branden. En dat vuur werd een loodzware last op mijn schouders.
De spiraal neerwaarts was oncontroleerbaar ingezet.
Ik heb het geprobeerd. Keer op keer. 
Ik stopte met lesgeven, ruilde dat in op een baan als chauffeur, in de hoop dat ik, verlost van de last van lesgeven, het spelen weer leuk zou gaan vinden, maar eigenlijk pakte dat precies verkeerd om uit. Ik vond een nieuwe passie, en het trompetspelen werd alleen maar minder en minder. Zwaarder en zwaarder. En het rijden werd alleen maar leuker en leuker.
Ik schreef al: het is echt niet dat ik het niet geprobeerd heb, maar toen ik mezelf wederom jankend van ellende op de bank terugvond, omdat ik er huizenhoog tegenop zag om aan het einde van de week weer die trompet verplicht uit zijn koffer te pakken, was dat eigenlijk de druppel die de emmer deed overlopen.
Het is klaar. Na 30 jaar moet ik misschien ook maar eens toegeven dat talent alleen niet voldoende is. Dat het toneelstukje van de gepassioneerde muzikant in mijn geval gewoon niet opgaat, niet oprecht is, en meer energie vreet dan goed voor me is.
En dan hoor ik mensen vragen: maar het was toch niet alleen maar ellende? Nee, ik stipte al aan dat ik fenomenale reizen heb mogen maken. Fantastische mensen heb mogen ontmoeten. Het waren altijd de bijzaken aan de muziek die ik geweldig vond. Het muziekmaken zelf, was een hinderlijke bijzaak, daar waar het voor anderen de hoofdzaak was.
Corona is wat dat betreft een zegen geweest. Ik hoefde gedurende een heel lange tijd niet tot nauwelijks te spelen, en ik heb het dan ook geen moment echt gemist.
Ik heb dus ontslag genomen bij het orkest van de marechaussee, en zal verder gaan alleen als chauffeur. Daar is nog helemaal geen zekerheid, whatsoever, maar de ene gesloten deur, opent de ander. Het zal wel goedkomen. Waar dan ook, hoe dan ook.
Toen ik mijn ontslag indiende (eerst mijn sectie op de hoogte gesteld) reageerde men behoorlijk supportive. En toen ik die dag naar huis reed, voelde ik me 20 kilo lichter. Ik ben uiteraard niet gelijk weg, maar elke keer die ik nu nog muziek moet maken, zal afstrepen worden. De opluchting is haast tastbaar. De bevrijding is onbeschrijflijk. Ik kan ademhalen. Ik ben klaar voor de rest van mijn leven.

vrijdag 21 mei 2021

Een hoop bullshit.

 In mijn jeugdige jaren ging ik regelmatig met orkesten van divers pluimage op concertreis.
Er gebeurden dan heel mooie dingen. Zoals jeugdige liefdes die opbloeiden (en in alle vormen van actie en hoedanigheden zicht- en hoorbaar waren), en drankmisbruik waar je U tegen zegt. Oh, en natuurlijk mooie concerten.
Na die concerten werd in de regel de drank misbruikt, en de volgende ochtend zat je elkaar wat glazig aan te kijken. Kamers werden niet noodzakelijkerwijs met de meest gunstige personen gedeeld, maar ach, daar had je al snurkend en je roes uitslapend nauwelijks last van.
En meestal lag je toch wel met de juiste persoon of personen op de kamer.
Tot daar allemaal leuk.
Hoewel...
Trombonist W. deelde een kamer met Tubaist M. Die beiden erg hielden van het misbruiken van drank.  De volgende ochtend vond W. het nodig om eens lekker uitgebreid te gaan douchen (Absoluut geen overbodige luxe, maar dat geheel terzijde). M. vond dat hij geen rekening hoefde te houden met W. en verklaarde de (chemische) oorlog door in diezelfde badkamer eens uitgebreid zijn grote boodschap in de daartoe bestemde toiletpot te deponeren. Het verhaal gaat dat W. nog nooit zó snel en zó luid kokhalzend niet alleen van de badkamer af is gevlucht, hij schijnt zelfs half naakt het hotelletje verlaten te hebben, zo erg was het.
Dit verhaal (waar gebeurd, ivm de gevoelige privacy zal ik echt heus geen namen noemen) kwam in me op nadat ik zelf slachtoffer werd van iemand die nog geen rekening wenst te houden met andere levende wezens.
Ik stond lekker te poedelen onder de douche, Ilse en Jente waren op de slaapkamer bezig met allerhande zaken en gezellig wat keuvelen.
So far, so good.
Ik kan lekker lang douchen, ik neem er graag de tijd voor, en het is niet ongebruikelijk dat Jente zo af en toe de deur open doet om tegen mij te klessebessen. Prima.
Zo ook deze keer. Ik begroette Jente, zij mij. Ik zag door de benevelde douchewand dat zij haar broekje liet zakken en vlug op de toilet plaats nam.
Even later dreef me er een meur tegemoet die me deed denken aan de poorten van de hel. Zat ze daar, zonder enige consideratie enorm te kakken. Maar echt. Ik meende dat dit soort stunts dus alleen bij (studenten) orkesten voorkwam, maar blijkbaar leert men dit al op jonge leeftijd. Van wie Jente dit leerde, is me een raadsel. Ik ben nog nooit wezen poepen terwijl zij of haar moeder stonden te douchen.
Haar excuus: ik had geen zin om alleen naar beneden te gaan.
En daar kun je het -al kokhalzend- mee doen.  

Over gekkigheid gesproken:
Met de komst van de hedendaagse mobiele lulijzers is het mogelijk om je hele (privé)leven met alles en iedereen te delen. Iets waar ook ik met graagte gebruik van maak.
Ten slotte is het van levensbelang om iedere scheet met je sociale contacten te delen.
Zo hoef je nauwelijks meer gebruik te maken van bijvoorbeeld PostNL om kaartjes te verzenden.
Je drukt op het juiste knopje en de camera neemt hetzij een foto of maakt een complete video van dat wat je denkt te moeten delen.
Zo ook afgelopen week. Ilse dacht er goed aan te doen om een videootje op te nemen ter ere van de verjaardag van een vriendin.
Ik werd gesommeerd (vriendelijk verzoek van een vrouw moet je niet afwijzen, bij afwijzing wordt t een verplichting en bij verdere weigering een ruzie) om mee te zingen.
Dus braaf posteerde ik mezelf achter de bank teneinde een vrolijk klinkend "Langzalzeleven3xindegloria3xhierdepiephoerahoerahoera". Op het moment dat de beide meiden het liedje inzette, en ik dus ook, kreeg ik op geen enkel moment hun toonsoort te pakken. 3 maal geprobeerd, en 3 maal totaal naast de toonsoort. Volstrekt onvindbaar. Mezelf realiserend dat ik midden in een enorme brainfart zat, verschool ik me proestend van het lachen achter Ilse. Ik kon niet meer.
Best beschamend. Als muzikant gewoon op geen enkele manier in staat zijn om een toonsoort te vinden.
Om te gieren.

Over brainfarts gesproken:
Op Schiphol is het verkeer dusdanig opgezet dat je maar 1 richting op kan. Dit om chaotische en gevaarlijke taferelen te vermijden.
En als je het niet meer weet, maar je bent wel een serieuze berijder van een voertuig, én je hebt minimaal verkeersinzicht en kennis, dan zie je aan de opbouw van de wegen al, dat je maar één (1) richting op kan. Gewoon de pijlen volgen, en goed de borden lezen. Niet te snel willen, maar gewoon op normaal tempo je weg zoeken. (Als je te snel gaat, mis je namelijk informatie op de borden, en rij je verkeerd, en ga je stomme dingen doen).
Dergelijk verkeersinzicht is niet iedereen gegeven. Je moest ze de kost geven: pannekoeken die zonder te blikken (letterlijk) en blozen (helaas) gewoon hun auto voor je bus rammen, over doorgetrokken strepen. Of gewoon vol in hun ankers gaan, om toch nog op het allerlaatste moment via een verdrijvingsvlak of puntstuk naar een andere baan te gaan.
Of je bent een vrachtwagenchauffeur (ik zal vanwege de goede smaak volstaan met het benoemen van de kleur van zijn kentekenplaat: wit) en je merkt dat je verkeerd rijdt. Dan moet je dus wel al gezien hebben aan de pijlen op de weg, dat het één (1) richting is. En dan toch zonder enig mededogen voor de overige weggebruikers (waaronder uw nederige scribent met een bus halfvol mensen) je vrachtwagen combinatie 180 graden draaien en recht op me af komen, terwijl dat niet mag, en eigenlijk ook niet kan, omdat er op de 3 beschikbare banen allemaal verkeer rijdt.
Ik moet toegeven: ik heb deze """beroeps"""chauffeur het een en ander toegewenst. En dat was niet bijzonder lief. Ik geloof dat ik wel 4 of 5 pannekoeken heb zitten mompelen, want ik moest serieus alle zeilen bijzetten om de meneer met zijn witte platen te omzeilen, zonder daarbij overig verkeer dwars te zitten.
Gelukkig werd de vent vrijwel direct door de Marechaussee gestopt en naar ik kon zien niet al te vriendelijk gesommeerd om zijn combinatie als de donder weer om te keren, en te maken dat hij weg kwam.
Overigens wil ik Rico Verhoeven bedanken voor zijn akkefietje met die andere bokser, waarbij Rico zijn geduld verloor tijdens een persconferentie en die andere bokser uitmaakte voor 'pannekoek'. Je kunt dat als scheldwoord dusdanig uitspreken of uitroepen, dat je het lief of juist goedmoedig plagend of vreselijk agressief bedoelt. Pannekoek als scheldwoord is enorm multifunctioneel. Iemand keihard voor pannekoek uitmaken, is eigenlijk veel bevredigender dan allemaal andere (veel lelijker) woorden.

Goed.
Bij dezen begint bijna mijn weekend. Even nog een zaterdagje knallen op Schiphol, en dan mag ik mijn 5gnanochipmdmabacteriekinderpornonetwerkchemtrail-prik gaan halen.
Ik heb niks met naalden, maar deze laat ik graag in mijn poot zetten.

Dit alles geschreven hebbende, wens ik eenieder een weelderig weekend toe.

vrijdag 14 mei 2021

Uw wekelijkse update aangaande het leven van een mafkees.

 Vogels stammen af van de dinosauriers, zo is mij ooit geleerd, en als je de Jurassic Park films hebt gezien, kun je enigszins concluderen dat de nazaten van deze enorme monsters niet echt bekend staan om hun fijnzinnige tafelmanieren.
Van de week kreeg ik een real-life National Geographic momentje hierover.
Het slachtoffer: een duif.
De dader: een kraai.
Plaats delict: parkeerplaats.

Meneer of mevrouw Duif had blijkbaar een nestje hoog in het gebouw van de parkeerplaats, en vloog af en aan met lekkernijen of metselwerk voor het nestje.
Meneer of mevrouw Kraai had dat niet, maar wel honger. (Hierna is Kraai 'K' te noemen en Duif 'D').
D vloog dus uit, richting iets lekkers oid, en K ging snoeihard in de aanval. Midden in de lucht sloeg hij D met een flinke klap K.O. die daardoor als een gemankeerde prop papier tegen de grond sloeg.
Met een gang waar een duikbommenwerper jaloers op zou zijn vloog K erachteraan, en nog voor D goed en wel op de grond lag, begon K een schranspartij waar de koude rillingen van langs je rug liepen.
Hele ledematen werden gedemonteerd en als 'niet lekker' door de lucht geslingerd. En het stoof er van de veren.
Einde D.
K's vriendjes lieten niet lang op zich wachten en kwamen al snel gezellig mee schranzen. Ook dat ging niet bijzonder aimabel allemaal. Met hun snavels hakten ze net zo gemakkelijk op elkaar in, als op de inmiddels slordig, doch vakkundig gedemonteerde duif.
Uiteindelijk, na een kleine 20 minuten restte er van D niet meer dan een afgekloven ruggegraatje, een kop die alleen in theorie nog verbonden leek met een stuk vleugel en een enorme hoeveelheid veren.
Witte veren.

Ik kon dit hele proces natuurlijk niet helemaal volgen. Het was dan wel een heterdaadje, deze moord, maar er moest ook nog gewerkt worden. Mijn kennis heb ik dus ook van getuigenverklaringen en deductie.
Tijdens mijn werk, stapte er een gezin in mijn bus die naar de parkeerplaats moest, en daar aangekomen, en uitgestapt, riep een van de kinderen: kijk, papa!! Sneeuw!!! Wijzend naar de veren.
En voor ik iets kon zeggen, antwoordde "papa" (waarschijnlijk te gaar van een lange reis met kinderen in een vliegtuig, en dus niet zó bij de pinken dat hij zich realiseerde dat sneeuw echt niet blijft liggen bij 15 graden boven 0) dat dat leuk was, en het jong maar even moest gaan kijken.
Het enthousiasme van kinderen, is me niet onbekend, maar voor ik kon ingrijpen (ten slotte: een gedemonteerd kadaver van een duif, is denk ik niet iets waar een peuter/kleuter heel erg blij van wordt) stond het kind al bij de stoffelijke resten. Te gillen.
Ik ben heel benieuwd hoe de nacht was van dit gezin.
Uiteraard viel er genoeg te lachen. Ik moest de bus van mijn collega overnemen, en die collega was klaar met zijn dienst. Heel erg klaar met zijn dienst. Zijn bedje riep. Heel erg hard.
Terwijl de passagiers nog uitstapten, en ik aan kwam lopen, rekte hij zich eens lekker uit. Met zo'n enorme, tevreden, dierlijke grom. Waarop de passagiers van schrik uit zijn bus sprongen, en wij enorm in de lach schoten, omdat het wel heel erg enthousiast uit zijn tenen leek te komen.

De participatiewet begint steeds bizarder vormen aan te nemen, voor zover dat nog kon.
Stel je bent mentaal in ongerede. Je kunt niet werken, en bent afhankelijk van een uitkering. Diep triest, maar goddank is Nederland een ontwikkeld land, dus er wordt voor je gezorgd.
Nu ben je mentaal dus niet de sterkste en er is opname in een instituut nodig.
Gelukkig: Nederland is een ontwikkeld land. Dat kan dus gewoon. Fijn.
Nu heeft dus een ambtenaar ergens het volgende bedacht: Mooi! Iemand wordt opgenomen, de uitkering wordt stopgezet, en het huis waar de patiënt woonde, kan mooi verder verhuurd worden. Word je dus uit dat instituut losgelaten, kom je buiten: geen geld, geen huis, bekijk het maar.
Alle behandeling voor jan lul. Was je net weer op de rails, moet je dus op straat jezelf maar zien te redden.
Ik dacht dat we een ontwikkeld land waren. Maar blijkbaar betalen we met ons allen ambtenaren die dit soort onmenselijke onzin in wetten verankeren.
Ik vraag me af of de betreffende ambtenaar deze wet thuis aan zijn vrouw heeft verteld, glimmend van trots. En hoe die vrouw daar dan op reageerde.
En wat zo'n ambtenaar dan ziet als hij de volgende ochtend in de spiegel kijkt. Zou die heel erg blij zijn met zichzelf?
Ik gun zo'n ambtenaar een diepe, onbehandelbare depressie. En ik gun hem de uitwerking van zijn eigen wet.

Wij hebben sinds een aantal jaar de beschikking over een extreme vorm van luxe: de Roomba. Roomba is een robotstofzuiger, die elke dag rond de klok van 10 opgewekt en doodgemoedereerd een paar rondjes door het huis maakt.
In de regel, en als Jente thuis is, gaat het ding gelijk uit, want Jente heeft de pleurishekel aan het lawaai dat het ding maakt. Dus die rent er gillend op af om haar uit te zetten.
De katten zijn er ook niet dol op. Dat zijn dieren, en dieren kun je nu eenmaal niet uitleggen wat de nut is van een apparaat dat al lawaaimakend achter ze aan komt.
Net zo vaak als dat ze aan gaat, zuigt ze zichzelf klem onder de bank, of verslikt zich in een door Jente of Ilse uitgetrokken sok of schoen(veter), en geeft ze met treurige stem aan dat er een probleempje is.
Inmiddels zijn we erachter waarom de kattenvoerbakjes soms aan de andere kant van de kamer belanden. Die schuift ze meters voor zich uit, omdat ze er niet omheen kan(?), niet overheen en niet onderdoor.
Onze gewone stofzuiger, die in de gang staat, soms met stekker nog in het stopcontact, krijgt het ook wel eens te verduren. Roomba tikt ertegenaan, en dat is dan precies de aan/uitknop. En toch zijn we al jaren fan van miss Roomba.

Goed, mijn weekend is begonnen. Ik wens iedereen een beste.



"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer.  En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders.  Alles gaat anders, want...