"Het heeft nog nooit zoveel geregend."
"Het regent record-regens."
"Een natte bende".
"Voorjaar is verzopen."
"Zie ik nu een school vissen langs het raam zwemmen?"
Okee, okee, nu weten we het wel. Het regent.
Pet diep over mijn ogen om mijn bril te beschermen tegen alle nattigheid die erop kan vallen. En dat wil ik dan weer wel, ondanks dat het er sociaal wat onbereikbaar uitziet, want ruitenwissers op mijn bril, maken het ding nutteloos en ik heb hem nodig om iets te kunnen zien tijdens het rijden.
Uiteraard komt er dan ook een zonnetje, en moet ik mijn wél natgeregende zonnebril (want hangend aan mijn polo achter mijn niet helemaal omhoog dichtgeritste jas omdat het te warm is om erbij te lopen alsof het écht herfst is) opzetten.
Bij heel heftige regenbuien doe ik alleen de voordeur van mijn bus open, maar in die klamme, warme bus wachten, is ook geen pretje en het maakt uiteindelijk weinig verschil of die mensen van regen of zweet kleddernat het vliegtuig betreden.
Het regent veel, dus ik moet kiezen tussen mijn waterdichte winterschoenen (die dan door het zweet van de hitte alsnog voor klamme voeten zorgen) of mijn zomersneakers die de regen maar matig buiten houden en voor (jawel, je verwacht het niet) natte voeten zorgen.
En als het dan eens niet regent? Ja, dan regent het vijf minuten later wel weer.
Het regent, dus de opbrengst van aardbeien, tomaten, paprika en
komkommer uit de tuin valt tegen. Alleen de aardbeien staan er nog, maar
dat is puur een formaliteit. Vrucht geven doen ze niet. De rest is
weggeregend, weg gerot of opgevreten door slakken, die wél helemaal blij
worden van dit weer.
Slakken, waarvoor ik bakjes bier neerzet, zodat ze daar naar alle hartelust in kunnen zwemmen, zodat ik toch een heel klein beetje vruchten kan plukken van mijn halfslachtig noeste kweekwerk in de tuin.
Dat Jente de bessenstruiken leeg heeft gevroten vind ik dan wel weer mooi. En in elk geval een betere bestemming voor dat kostelijke fruit dan de magen van die ranzige slakken. En niet alleen de bessenstruiken waren erg populair: de framboos gaat dat ook zijn, als die tot rijping komt, maar van de rozemarijn en bieslook wordt ook intens genoten. Met name de bieslook ziet eruit alsof de sprinkhanen van de zeven bijbelse plagen zich er te goed aan hebben gedaan. Maar dat was dus Jente.
Ze maakte haar eigen "sateetje". Men neme een lang blaadje van de rozemarijn, prikt daar zoveel rode bessen aan als passen, wikkelt het geheel in een basilicum-blaadje en smullen maar. Zo leert ze wel smaakcombinaties maken, denk ik dan.
"Vanaf vandaag worden de dagen weer korter", aldus mijn immer positieve en optimistische echtgenote. Geen zomer gehad, maar nu alweer blijmoedig verkondigen dat de lente(regens) vloeiend overgaan in herfst(stortbuien). Elk wakend moment hopend op wat meer dan alleen maar regen uit de lucht, hopend op iets dat ook maar een heel klein beetje lijkt op zomer, maar mijn echtgenote wrijft ons in dat de dagen korter worden.
Misschien maar goed ook, want als we dan toch zoveel regen krijgen, mag dat wat mij betreft ook wel ongezien in het donker.
Mijn vrouw is best een lief mens, maar soms raakt ze met haar optimistische ziel toch wel een beetje het zwarte van de mijne.
Vorig jaar ging ik in mijn eentje naar Engeland. Even een paar daagjes weg. Via Schiphol, uiteraard dus ik hoefde nergens over na te denken. Gewoon de bordjes volgen, logisch nadenken. Lief zijn voor de mensen die er werken, en de mensen van de luchthaven en luchtvaartmaatschappij doen de rest.
Dit ging zo, omdat dat het beste uit kwam voor ons gezin.
Een uurtje geleden zijn Ilse en Jente vertrokken naar een camping in de buurt van Parijs. Jente heeft wat meer vrije dagen omdat er studiedagen op school zijn. Dat betekent dus dat de kinderen niet naar school mogen, want de juf moet leren.
Naar Parijs, want Ilse wilde er een vriendin bezoeken, en om nu te voorkomen dat ze al die dagen op elkaars lippen moeten plakken, was een camping een goed plan.
Ik kan niet mee, want mijn vrije dagen zijn beperkt en heel erg makkelijk is het, met het huidige tekort aan chauffeurs niet om zomaar vrij te krijgen, ondanks dat vrije dagen een deel van je beloning vormen.
Hoe dan ook: de afgelopen week is er gerommeld, gepakt, uitgepakt, weer in gepakt, nog eens uitgepakt, anders gepakt, her-ingepakt, omgepakt en verpakt.
De spanning bij het vertrekkende deel van het gezin, steeg wat. Maar ik weet zeker dat ik het hier best goed ga maken. En ik weet ook zeker dat zij het goed gaan maken.
Ik probeer maar niet te veel te denken aan "het Gouden Ei" van Tim Krabbé.
Het weekend dus voor mezelf. Anders dan de katten wat voeren en hun medicatie geven, en mezelf te voeden en op tijd naar mijn werk slepen hoef ik niet.
Het gaat (zoals op elke werkplek) niet altijd van een leien dakje. Soms heb je van die vluchten, waarvan je denkt dat het een maandagochtend vlucht was.
Ik kwam met mijn volle bus aan bij het toestel, en werd door een verbijsterde coördinator gevraagd waar ik vandaan kwam, en wat ik kwam doen. Dat laatste leek me toch wel redelijk duidelijk. Het eerste was in 2 seconden uitgelegd.
De coördinator zei getergd dat we nog helemaal niet hadden moeten arriveren, ze waren nog lang niet klaar. Ja, en toch sta ik er nu, met alle passagiers.
Het werd een hoop gekonkel en gedoe. Want de passagiers wilden, terecht, wat meer frisse lucht dan de airco van de bus bereid was te geven. En de passagiers wilden (nog terechter) gewoon hun vliegtuig in.
Na een hoop vijven en zessen, toch maar besloten om terug te rijden naar de gate. De passagiers duidelijk gemaakt hoe en wat, en hop naar de gate.
Toch weer een ritje van 4 minuten.
Aangekomen bij de gate, letterlijk 1 seconde voor ik de deuren open wilde gooien, klonk het over de radio dat we toch terug konden naar het vliegtuig, want ze waren er klaar voor (of mee, en anders ik wel).
Zie dan die mensen met een stalen gezicht maar eens duidelijk te maken wat er gaande is. Gelukkig waren die passagiers zó murw van alle rondzeulen en informatie, dat ze begonnen te juichen.
Het gaat soms niet altijd van een leien dakje. Zeker niet als je te veel op je routine gaat rijden. Of gewoon niet fit bent. Ik moest een buslading afzetten bij het Schengen-poortje. Dat zijn mensen die komen uit het Schengen gebied.
Prima, doen we. Daartoe moet je dus wél de juiste route volgen, anders kom je er ook wel, maar via een omweg.
En via een omweg is ook goed, als je maar bij dat juiste poortje komt. Want als je die mensen verkeerd lost, heb je een groot probleem, en moet je voor straf een opstel schrijven.
Ja.
Goed, ik kan een heel opstel schrijven over waarom ik die avond gedachtenloos het juiste poortje voorbij reed. Ik kan daar allemaal heel erg valide argumenten voor aandragen. Feit blijft dat ik pas in de gaten had dat ik verkeerd aan het rijden was, toen ik dat juiste poortje voorbij was gereden.
Uit schrik gooide ik er een daverende "KAK" uit.
Ja, mijn vergissingen gaan over het algemeen niet stilletjes aan omstanders voorbij. Daar ben ik ook veel te eerlijk voor.
Geen man overboord verder, want met een omweg van ongeveer 2 minuten, kwam ik alsnog bij het juiste poortje aan.
Pas later drong tot me door dat er toch wel iets mag veranderen aan de roosters en werktijden. Want zeker nu met de tekorten begint het wel serieus een probleem te worden.
Het gaat soms niet helemaal van een leien dakje.
De avondmaaltijd een paar dagen geleden bestond uit een bakje voer dat "Roti-rol" heet. Iets van de Dekamarkt. Op zich best smakelijk, maar de rol was door het verhitten in de magnetron dusdanig taai geworden, dat ik vreesde voor mijn gebit.
Dat bleek onnodig, mijn gebit kan wel wat hebben. Ik had echter een heel erg fijn besteksetje. Van kunststof. Ooit eens bij de AH in een of andere spaaractie gekocht. Fijn omdat het niet van staal is, en dus zonder meer de beveiliging door komt.
Vele maaltijden tot grote tevredenheid met dat setje soldaat gemaakt. Tot deze "Roti-rol". Tijdens de strijd sneuvelde de vork met een scherpe "KNAK". Verslagen door een lap deeg met de consistentie van vers varkensleer. Verbouwereerd en niet in het minst misnoegd staarde ik naar het restantje vork, dat als een soort van opgestoken middelvinger omhoog prijkte tussen de ravage van leer-achtig deeg en vulling.
Ik was een van de eersten met zo'n bestekset. En ook de eerste die zijn set wist te vernielen op een "roti-rol".
De zoektocht begint opnieuw. Want ik zie al helemaal voor me dat de beveiliging in rep en roer raakt als ik mijn meest botte metalen mes mee probeer te nemen ten einde op menselijke wijze mijn prakje te verorberen.
Awel, dit geschreven hebbende, wens ik eenieder toch maar weer een mooi weekend toe.
vrijdag 21 juni 2024
Regenbuien en leien dakjes.
vrijdag 14 juni 2024
Duitsland, Reisjes en wissewasjes.
Ons micro-huwelijksreisje, 10 jaar na dato.
Bijtijds reden we naar de enige grote stad in de omgeving, om die eens te gaan verkennen. Het leek ons een leuke plek om doodgemoedereerd wat rond te banjeren. En dat was het. Münster.
Een (in Duitsland veel voorkomende) mix van oud en nieuw.
De markt was leuk om te zien, en na een goeie hoeveelheid kilometers sjokken, wilden we wel een lichte warme lunch, want we wilden ook nog naar het geologisch-paleontologisch-universiteitsmuseum.
Met dat doel ploften we aldus op een terrasje neer dat behoorde bij een (naar mijn inzicht) oud en karaktervol gebouw.
Het zag er gezellig en sfeervol uit.
De ober kwam en wist ons te melden dat we voor een lunch toch wel erg vroeg waren, en we over een uurtje nog maar eens langs moesten komen. Oei. Beiden zijn we niet echt toegerust op een uur lang stilzitten en wachten. Maar een kopje koffie kon wel. En toen bleek de ober niet gespeend van humor, of ik maar 108 euro wilde aftikken. Dat Duitsers geen grappen maken, is dus een fabel. Het was ten slotte 'maar' 10 euro. Wat voor 2 koffie alsnog geen spotprijs is. Maar volgens Ilse was de eerste reactie op mijn gezicht behoorlijk priceless.
Tussen dat moment en de daadwerkelijke lunch besloten we naar een Geologie-museum te gaan, alwaar we leerden over stenen, aardplaten, de maan en andere kosmische zaken. En aangezien dat dan weer gratis was, maakte het onze dag meteen helemaal goed. Voor straf besloten we de lunch bij hetzelfde sfeervolle restaurantje te gaan smikkelen.
En smikkelen deden we, want het was oprecht een lekkere warme maaltijd. Iets met spek, uien, vlees, aardappelen en iets van een salade voor mij. En een soort van combinatie van banaan en andere warme goederen voor Ilse.
Uiteraard moest ik ook een bescheiden hoeveelheid sigaretten meenemen.
De staat wil nog meer accijnzen binnenslepen en niets makkelijker dan het van een kansloze verslaafde af te troggelen. Wat dat aangaat is de staat niet veel beter dan een gemiddelde louche drugsdealer.
Hoezeer ik al die nieuwe ministers en staatssecretarissen hun wachtgeld ook gun: er zit toch wel een grens aan mijn goedheid. Dus heb ik besloten om zo min mogelijk meer bij te dragen aan dat zooitje ongeregeld in Den Haag. Retourtje Duitsland is inmiddels inclusief brandstofkosten lonender dan hier te kopen, en zeker te weten dat er met die accijnzen toch niet veel positiefs gebeurt.
Al met al was het wel fijn om weer eens met ons tweetjes op pad te gaan. De omgeving was best mooi. We hebben leuk gewandeld, genoeg lekkernijen gehad en meegenomen en genoten van elkaar. Vorig jaar hadden we een kort en prettig tripje naar Frankrijk, wellicht dat we volgend jaar een ander kort tripje kunnen ondernemen, naar een ander land.
Zoals bij elk bedrijf gebeurt: ook bij ons krijgen we te maken met vernieuwingen. Gewoon, omdat een bedrijf vernieuwingen en investeringen fiscaal af kan trekken, of omdat het oude aan vervanging toe is. Omdat het niet jofel meer werkt. Of omdat er iets beters te verzinnen is.
De vernieuwing in ons geval: een nieuw systeem voor onze ritopdrachten. Het moet beter werken, duidelijker werken. Fouten voorkomen en een betere "rijervaring" geven.
Op papier en louter
in theorie klopt dat best aardig.
Normaal gesproken ga je zo'n nieuw systeem aan een veldtest onderwerpen. Ga je mensen al dan niet in etappes laten wennen aan zo'n nieuw systeem.
Het enige dat ik kan zeggen van het nieuwe systeem, is dat het veelbelovend lijkt.
In de praktijk echter leidde het tot enorme verwarring, consternatie en een hoop wanhopig geroep over de porto, omdat er nogal wat kinderziektes voorbij kwamen zeilen.
En het leidde bijna tot een ruzie, en dat zit zo.
Ik was aangestuurd als 1e bus voor een binnenkomer. De tweede (en laatste) bus, was wel aangestuurd, maar had blijkbaar zijn opdracht niet gezien of totaal niet gekregen.
Ik werkte mijn opdracht af, en nadat ik klaar was, hoorde ik twee collega's kwetteren over het verbazingwekkende gebrek aan passagiers. Ik meldde daarop dat ik als eerste bus al was gegaan, en de helft van de passagiers dus al had meegenomen. Derhalve was er nog maar één bus nodig en zeker geen twee.
Dat bleek voor beide collega's (die toevalliger- en onhandigerwijs allebei Hans heten) een niet te bevatten feit te zijn. De conversatie ging nog even door, en de arme regisseurs konden in alle verwarring er geen chocola meer van maken.
Ik brak een laatste maal in: "Beide Hansen voor vlucht X: Ik heb de eerste 40 passagiers mee, er is nog maar 1 bus nodig, de derde bus is niet nodig!"
Maar ja. Porto-verkeer wil nog wel eens wat krakerig doorkomen, en na een korte stilte klonk het bozig: "Je bent zelf bijdehand".
Ik snapte die reactie niet zo goed, maar uiteindelijk werd besloten dat het nieuwe systeem toch iets meer afwerking nodig heeft voordat het operationeel meerwaarde heeft, en zo konden we in redelijke rust de rest van de dienst uitzingen met het oude, vertrouwde systeem.
Een dag later trof ik één van de Hansen, en sprak hem aan, waarom hij me nu bijdehand noemde. Ik begreep de frustratie wel van de dag, dus wilde er niet meteen een ruzie van maken, en ik ken deze Hans als een leuke kerel.
Bleek dus dat mijn portofoon zó krakerig doorkwam, dat hij hoorde hoe ik hen uitschold voor bijdehand.
Tja, met mijn Limburgse tongval in het hoge noorden, over een krakende porto, kan het zijn dat beide Hansen vervormt tot bijdehandten. We konden er achteraf smakelijk om lachen. Het was een chaos, en ik heb er best wel van gesmuld.
Hulde aan de regie voor hun geduld, hun rust en hun professionaliteit. Hulde aan mijn collega's voor hun vermogen om blijmoedig om te gaan met een project dat op zijn zachtst gezegd niet genoeg getest was.
Onze bussen zijn officieël, af-fabriek gemaakt voor 80 mensen. Nu weiger ik te geloven dat de fabrikant 80 mensen inclusief handbagage (dat is een rekbaar begrip, gezien de vele koffers huisraad die ik mensen zie meeslepen) bedoelde. En ik geloof ook niet dat de fabrikant 80 grote Europeanen als passagier in gedachten had, maar goed. Volgens de papieren zouden er 80 mensen in moeten passen.
Met 50 mensen en hun halve huisraad vind ik het persoonlijk al niet te beren zo vol, gelukkig komt dat zelden voor.
Veel vaker komt het voor dat mensen vinden dat het met 30 passagiers al vol is, en dat zij toch echt voor in de bus moeten staan, het liefst zó dat ik met geen mogelijkheid zonder geweld achter mijn stuur kan kruipen. Het liefst zó dat ik tegen allemaal verweerde of minder aantrekkelijke koppen moet kijken, in plaats van mijn spiegel, of nog veel basaler, mijn rechter zijdeur.
Als zoiets gebeurt, wijs ik meestal één van die mensen aan als vervangende chauffeur, want ze staan zo dicht op mijn stoel, dat ze er evengoed kunnen gaan zitten. En als ze er toch zitten, kunnen ze evengoed ook wel rijden, ik zou ze al doende de kneepjes van het vak wel bijbrengen.
Met die kwinkslag snappen de meeste mensen wel dat ze moeten inschikken. Gniffelend lopen ze naar achteren en ik kan ze wegbrengen naar waar ze dan ook moeten zijn. No harm, no foul.
Het komt ook wel eens voor dat ik mijn strenge gezicht op moet zetten. Dan wijs ik de mensen erop dat die bus gemaakt is voor 80 mensen, en dat die met 45 nog echt niet vol is.
De man die weigerde plaats te maken, deed dat met als reden dat we toch wel heel erg voorzichtig moesten zijn met zijn oude vader.
Tja, als die oude vader niet in staat is om een rit van 5 minuten te doorstaan, had hij met de assistentie een afspraak moeten maken, maar dát is een ander verhaal. Ik zei dat ik zeer voorzichtig zou zijn, maar dat ik toch achter mijn stuur moest kruipen, om uberhaupt te kunnen beginnen met een veilige rit.
Toen ik ein-de-lijk eenmaal achter mijn stuur was beland (ik moest me alsnog langs allemaal lijven wringen en had nog steeds geen zicht naar rechts omdat dat geblokkeerd werd door minimaal twee lijven), kreeg ik wederom te horen dat we voorzichtig moesten zijn. Ik zei hierop maar dat er helemaal geen risico was op ellende, omdat ik zou blijven stilstaan tot ik goed zicht naar buiten had. Dus voorzichtiger dan dát zou ik het voor de beste man toch echt niet kunnen maken.
En zo begin ik aan mijn ééndaagse weekend. Ik ga het vuil en vogelpoep (we stonden in Duitsland onder een boom geparkeerd, waarin een zeer enthousiast schijtende lijster woont) van mijn auto afspoelen, wat boodschappen doen, en dan is mijn weekend alweer voorbij. Ik hoop dat er ooit een moment komt dat mijn werkgever beseft dat rust net zo belangrijk is voor een gezonde en tevreden werknemer als werk zelf voor de werkgever die er zijn winst mee haalt.
Ik wens eenieder een goede toe.
vrijdag 7 juni 2024
Brainfarts pt. 2
Brainfarts. Iedereen heeft ze. We werden en worden en zullen worden geregeerd door mensen die ontstaan zijn uit een brainfart. Een hersenscheet. Ik heb ze bijna op dagelijkse basis, in mijn gezin hebben we ze op dagelijkse basis, en in mijn omgeving op mijn werk zie ik het op dagelijkse basis voorbijkomen. En vaak bij passagiers die te zeer in beslag zijn genomen door hun omgeving om nog goed in staat te zijn tot het nemen van rudimentair verstandige beslissingen. Zo lijken mensen vaak te denken dat het platform een soort van speelruimte is. Ze schieten uit het vliegtuig of uit de bus weg, rennen ergens heen om vervolgens te proberen een instagram waardige foto te maken of stiekem te roken, vlak bij een kerosine tanker. Aan mij de taak om die lieden terug naar de rij, bus of vliegtuig te bonjouren. En meestal gaat dat bonjouren vrij snel. Soms moet ik mopperen, en met het incident van even geleden in mijn achterhoofd, mopper ik tegen die mensen dat het geen speeltuin is. Er zijn ook passagiers die eenmaal uit het vliegtuig per se willen wachten op hun liefje, vriendje, collega, whatever. Daar heb ik geen tijd voor en maximaal 5 minuten later ziet men elkaar in de terminal weer terug. Dus dan leg ik uit dat dat zo is, en dat men de keuze heeft tussen mijn bus of terug het toestel in, maar dat wachten op het platform zelf geen optie is. Die keuze moet wel op dat moment gemaakt worden. Ik kreeg eens de volgende reactie: "ik moet het gezeur van mijn vrouw de rest van de dag nog aanhoren, 5 minuten rust lijkt me heerlijk. Ik ga wel met jou mee". Gniffelend kroop ik achter mijn stuur. Meestal sta ik dusdanig opgesteld dat ik zicht heb op de trap van het vliegtuig en mijn bus. Ten slotte moet ik 45-50 mensen monitoren. De man die ik van de week aansprak stond op pakweg 2 meter van me af. Ik legde uit wat de bedoeling was, en dat hij de keuze had. So far, so good, de man knikte begrijpend en vriendelijk lachend stormde hij op me af, liep tegen me aan en kwam tot stilstand. Hij had een kwartslag linksom kunnen draaien, en de trap naar het vliegtuig kunnen bestijgen. Hij had een kwartslag rechtsom kunnen draaien en naar mijn bus kunnen lopen. Hij beende rechtdoor om vlak voor mijn neus tot stilstand te komen. Juist. We stonden elkaar wat schaapachtig aan te kijken. Beiden hadden we deze actie niet verwacht, ik in elk geval niet. Hij blijkbaar ook niet omdat hij vrijwel direct plompverloren bekende dat hij een hersenscheet had, en eigenlijk gewoon met de bus mee wilde, maar zijn benen niet helemaal het commando van mij of zijn hersenen wilden volgen. Kan gebeuren, we hebben allemaal wel eens een hersenscheet.
Vrijdag 13 juni 2014. Wij gaven elkaar het jawoord. Een waarlijk heuglijke dag, die we de laatste paar jaar toch wat meer cachet willen meegeven. (Eerdere jaren vergaten we onze trouwdag nog wel eens. Keken we op de kalender om er dezelfde dag achter te komen dat een lullig bosje bloemen zelfs al niet meer te koop was). Vorig jaar togen we naar de plaats waar het voor ons allemaal begon, dit jaar zijn we oostwaarts gegaan. Naar het pittoreske Nottuln. Vlak bij Münster in Duitsland. (Niet in de laatste plaats omdat de sigaretten in Nederland walgelijk duur zijn). We zijn neergestreken in een soort van kruising tussen een huisje, stacaravan en plaggen hut. Het was dik 2,5 uur rijden want dat vond ik meer dan genoeg na een extreem vroege dienst. We arriveerden ruim na de aangewezen tijd en werden afgeblaft door een grote, zwarte hond. Toegebriest door een paar lafjes nieuwsgierige paarden en bekwetterd door een grote hoeveelheid verschillende vogels. So far so good. Aangezien er wel mensen gebruik maakten van die paarden gingen we er vanuit dat er vanzelf wel iemand op ons af zou komen (al was het maar om die blaffende hond het zwijgen op te leggen), maar in alle rust konden we ons onderkomentje verkennen. Ons hutje wordt verhuurd door een dame die Tina heet. En iedereen die in de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw de durex reclames mee kreeg, weet nu ongeveer waarom ik alle zeilen bij moest zetten om niet luidkeels in het Duits de prijs van condooms te vragen. Want na een goeie 20 minuten ons te hebben geïnstalleerd, hoorden we van buiten een hoge stem "halloohooo" roepen. En inderdaad op dezelfde toonhoogte en manier als in die reclame:"Tiiinaaa wieviel kosten die Condomen??!?!!" En ik had al enige binnensmondse hilariteit omdat ik dus aan het dagdromen was over het feit dat we ons hutje zouden inwijden met een stomende pot seks, en dat we dan gestoord zouden worden door Tina, die kwam kijken of we inmiddels gearriveerd waren. Dát gebeurde dus net niet. Voor de rest waren het zaken die ik niet echt in een blog kan vermelden omdat schoonfamilie van twee kanten meeleest en niet alle (hersen)scheten hoeven te weten.
Voor deze week dus een wat kortere blog, want ik moet dit tikken op mijn telefoon en dat is gewoon volkomen kut. We gaan een paar dagen genieten van het prachtige Duitse landschap, de rust. Het lekkere eten. Elkaar. Eventjes geen vadertje en moedertje spelen (ja, of wel) (Jente is bij opa en oma) maar eventjes terug naar de basis, waar het allemaal begon. Want mijn Ilse, geeft mij mijn thuis en ik probeer haar het hare te geven. En dat is iets om toch goed te bewaren en bewaken. Ik wens eenieder een goed weekend toe.
zaterdag 1 juni 2024
Opmerkelijkheid.
Het was een binnenkomer, ergens uit Oost-Europa. Meestal zijn mensen wat gedwee, ze lopen zonder al te veel poespas naar de bus, als ik de juiste hoeveelheid mensen heb, vertrek ik naar de terminal en dat is dat.
Tijdens die rit, stonden er vlak achter mij twee mensen, waarvan ik oprecht had gewild dat ze niet waren gaan reizen. Althans: niet naar Amsterdam. En vooral niet in mijn bus terecht waren gekomen.
Want deze mensen stonden zonder zich in te houden, te briesen, niesen, hoesten en proesten. Niet eens de moeite nemend om hun hand voor hun smoel te houden. Ranzig rotvolk.
En waar ik toen al een beetje voor vreesde, gebeurde: ik werd aangestoken.
Twee dagen na die bewuste vlucht, voelde ik mijn keel rauw worden, mijn holtes vullen, mijn hoofd bonken, mijn neus lekken, hoesten als een paard, en mijn interne thermostaat kreeg het op zijn heupen en ging van zinderende hoogtepunten naar bloedstollende dieptepunten. Griep. Kaboem.
4 dagen in de lappenmand en nu weer een beetje opkrabbelen.
Gedurende die vier dagen, heb ik mijn vrouw het leven zuur gemaakt, want uiteraard is een mannengriep veel heftiger dan een bevalling en dit exemplaar was daar geen uitzondering op. Dag vijf ging ik weer aan het werk en terug naar de mondmevrouw voor het afmaken van mijn gebit.
Gedurende die vier dagen was ik getuige (op afstand) van een aantal opmerkelijke zaken.
Ten eerste werd ik door zuslief benaderd dat ze een andere auto moest, want haar ouwe vertrouwde Peugeotje begon na alle trouwe diensten ineens een wens te koesteren tot het intern verplaatsen van water.
Rubbers waren niet echt voorhanden, en om met natte voeten rond te rijden, was blijkbaar geen grote wens. Oh, en als deze auto toch niet meer te redden was, wilde ze wel voor een bescheiden budget een kleiner (want lichter en dus goedkoper) autootje.
Say no more!!! Ik wil op afstand best mee zoeken naar een kleiner, goedkoper autootje.
Er moest wél airco in zitten (iets dat een klein autootje zwaarder, dus minder zuinig of goedkoop maakt, maar dat was een compromis dat er gemaakt moest worden).
Again: say no more!.
Ik heb serieus een heleboel kandidaten aangedragen.
[En hier verdien ik een pluim van hier tot Tokyo: ik heb maar 1 keer (één keer) een auto van het door mij zo op handen gedragen merkje voorgesteld].
Van stadskarretjes onder de 900 kilo tot een wegenbelastingvrije A-team bus (oke, die was wellicht een heel klein beetje buiten elke zoekterm, maar om heel erg veel redenen wél heel praktisch ook voor de toekomst), en ze werden allemaal afgeschoten.
Want ja, het moet wel klein en licht zijn, maar ook groot, want er moest wel wat aan ruimte te vullen zijn.
Ik maakte mij hard voor een exemplaar uit Japan. Een Daihatsu Materia. (Google maar even). Ik vind zoiets, net als een multipla van Fiat of de Cube van Nissan, iets briljants.
Het is zó lelijk, dat het mooi wordt.
Het is zó buitennissig dat het een rijdende middelvinger is, die je opsteekt naar alle mainstream na-praat-meningen.
Het is zo'n vreselijk sterke uiting van het uitstijgen boven de heersende middelmatigheid van consumenten in het algemeen, dat ik een sterke voorliefde koester voor dit soort fuck-you-and-fuck-your-opinion-auto's.
En in tegenstelling tot de multipla en de cube, is zo'n Daihatsu Materia nog best lichtgewicht, betrouwbaar want Toyota en luxe afgewerkt, met airco.
Maar zuslief is te conservatief en koos voor een lievelingetje uit het grijze leaseblikkenleger voor beginnende vertegenwoordigers, junior-accountants en lagere (mis)managers van 2007: een Opel Corsa. Tja, het zal een prima auto zijn, maar dan ben je wel uitgepraat.
Vooral omdat als onze vader ooit nog eens opgehaald dient te worden, de brandweer eraan te pas moet komen om het ding open te knippen. Zo'n klein autootje, met zo'n onhandige vormgeving, leent zich voor met name oudere mensen prima om erin te stappen. Uitstappen daarentegen is nagenoeg onmogelijk. En dan is zo'n Corsa gewoon een optimistisch premature (en erg dure) doodskist.
Ik had zuslief een wat praktischere auto gegund. Want zelf wordt ze niet jonger, en ook voor haar wordt een hoge instap iets dat serieus te verkiezen is, omdat het zoveel comfort extra geeft.
Maar goed: ik heb mijn best gedaan, en ondanks dat ze mijns inziens een rare keuze maakt, hoop ik dat ze er in elk geval droge voeten in houdt en dat het ding haar nog vele jaren aan rijgenot zal geven.
Iets anders waar ik (goden zij dank) op hele grote afstand kennis van moest nemen: een afgrijselijk incident op mijn werkplek. Afgrijselijk voor alle betrokkenen. Voor ieder die het gezien heeft, of betrokken was bij de afwikkeling.
Ik kan op geen enkele manier mezelf voorstellen wat er door je heen gaat als je de beslissing neemt om zoiets te doen. Ergens denk ik dat je psychologisch gezien al dood bent. Ik kan me op geen enkele manier voorstellen wat ik zou doen als omstander. Gelukkig, denk ik.
Nog geen uur nadat het gebeurde, wist de hele wereld er al van, en wist de hele wereld ook al precies wat er speelde, hoe en waarom. De hele wereld, tot ergens ver in Amerika, had al alle details, zomaar voorhanden.
Eigenlijk net als bij covid. Niemand die wachtte op gedegen onderzoek, want hun mening was een feit zonder dat ze er bij aanwezig waren. Hun mening was een feit, zonder dat ze kennis hadden. Dat gegeven op zich is verbazingwekkend knap natuurlijk. Dat één of andere Karen uit Delaware in Amerika al feilloos wist te verwoorden wat de feiten waren, nog voor de officiele onderzoekers zelfs maar begonnen waren aan hun (smerige) onderzoeken. Maar niet dat ze de kloten had om haar "feiten" te delen met die onderzoekers. Nee, natuurlijk niet. De kans dat ze weggeschopt zou worden, is haar te groot. Liever gewoon op social media ratelen. Maakt niet uit of de nabestaanden het lezen. Jouw heilige mening, nietwaar?
Net als de daad zelf, zijn dit soort lieden die ratelen, om te kotsen. Punt uit.
Wat er ook gebeurde: een van de manieren om ermee om te gaan, is humor. Gitzwarte humor. Ook daar heb ik mijn dosis wel van gezien. En misschien is het niet goed te praten, maar het is wel een afweermechanisme om het ongemakkelijke gevoel dat men krijgt bij dit soort stunts een beetje op afstand te houden. Om het een plekje te geven.
Want daags erna moet je wel weer op die plek zijn. Die plek was ontruimd, schoongemaakt en weer operationeel. Humor die (ver over het randje gaat) kan helpen om je werk te doen. Het is misschien niet goed te praten, en gelukkig heb ik die humor niet over openbare kanalen zien komen, maar het brengt wel iets van opluchting, en zo kan je door.
Ik hoop oprecht dat de betrokkenen en nabestaanden door kunnen. Hulp krijgen, om verder te kunnen.
En ik hoop dat alle ratelende karens met hun meningen en """feiten""" ook hulp krijgen. Met inzien dat hun mening gewoon ongewenst is. En dat ze een ander leven moeten zoeken. Of zo.
En met deze overpeinzingen probeerde ik mijn griep manmoedig te verslaan. Vrijdag kon ik weer aan het werk. Ik was aardig hoestarm en niesvrij, dus ik kon mijn rondjes op het platform weer rijden. Hoog nodig, want ik moest naar mijn tweede afspraak met de jongedame die mijn onderkaak onder handen ging nemen. Dat was hoognodig, want mijn onvolprezen echtgenote had inmiddels ook wel wat beters te doen dan voor mijn in ongerede geraakte kadaver te zorgen.
Vanwege "het schoolreisje" moest ik deze keer alleen gaan, zonder morele en fysieke steun. Zo'n rit naar de tandarts voelt toch een beetje als een semi-vrijwillige wandeling naar je eigen executie. Je weet dat je gaat lijden, en toch onderneem je de tocht erheen. Als een soort van lemming.
En pijnlijk was het. Wederom. Niet vreselijk pijnlijk, want er werd weer overdadig gebruik gemaakt van verdovende vaseline.
Mijn onderkaak was naar mijn mening ook wel de meest vervuilde, en dus was het eindresultaat niet minder dan verbluffend.
Net zoals overigens de kramp in mijn onderkaak van het veel te gespannen opensperren van mijn bek, maar dat is een detail.
Hoe dan ook: na deze week vol opmerkelijke, opzienbarende zaken vanuit mijn ziekbed, heb ik nu dus weekend.
Echt weekend. Ik ga eens kijken of ik tussen de buien door een beetje snoeiwerk kan verrichten aan wat struweel in de tuin, maar vooral heel veel relaxen.
Ik wens eenieder een goeie toe.
vrijdag 24 mei 2024
VersTANDig en VERlopen.
Wat een week....
Ik had dus vorige week een afspraak met de tandarts, en de uitkomst was dus dat ik een volledig mechanisch en chemische reiniging beurt nodig had.
En ja, dat zou onder verdoving gebeuren, want: te dit en te dat....
Hele week als een huis op gezien tegen die behandeling want naalden en Marnix is een van de meest ongelukkige huwelijken, zeker in combinatie met het feit dat die naald ín míjn smoel moet.
De dag zelf moest ik dus wat eerder naar huis, en strak als een plank van de spanning togen we in de richting van de praktijk.
Ik had al 4 keer willen afbellen, maar mijn echtgenote is verstandiger en bemoedigender.
Daar gezeten verklaarde de dame die mijn tanden zou gaan afgraven, dat er helemaal geen spuit nodig was.
Het was een optie, en voor wat ons beiden betreft, de laatste optie. Waarschijnlijk iets dat de vertaling vanuit het Italiaans, via Engels naar het Nederlands niet heeft overleefd. Ik ben ook financieel wel blij, want de gekozen methode was een dikke 70% goedkoper.
Ze zou het namelijk met een zalfje wel verdoven.
En dat zalfje kende ik nog van vroeger.
Zo'n vreselijk bitter wit goedje. Iets dat op vaseline lijkt, maar dan heel erg bitter en smerig. (En de ranzige zielen hier: ja, ook ik doe aan doordenken, en heb ze allemaal al overdacht, nee: daarvoor is dit niet helemaal de plaats).
Dat witte goedje deed zijn werk ernstig overdreven enthousiast, tot mijn tong aan toe, maar dat leek me niet zo heel erg. Kan ik van de zenuwen ook niet al te veel gaan ratelen.
Maar goden zij dank: geen naalden.
Ik kon haar van pure opluchting wel zoenen.
Maar ja, moet je dat weer uitleggen aan in de haast opgetrommelde psychiatrisch verpleegkundigen en de wijk agent.
De hele behandeling duurde lang, omdat ze lang de tijd nam om dingen uit te leggen, en vervolgens in alle rust elke stap aan te kondigen, en veel tijd nam om te vragen of het nog ging.
En ja: dat zalfje deed zijn werk. En ja: het was op sommige punten serieus niet fijn, maar al met al was het een minder erge ervaring dan ik me van te voren op had in gesteld. Beter zo, dan andersom.
Maar goed, omdat ze zó kalm aan haar werk deed, bleef er voor mijn onderkaak geen ruimte meer over, dus die moet volgende week.
Ik denk dat ik daar dan toch minder heftig tegenop zie, dan tegen deze. Ik heb wel gezegd dat ik geen enkele behoefte heb aan een ander persoon die in mijn mond op schatgraverij gaat, dus dat ik heel specifiek haar wil. Ik ben blijkbaar nogal honkvast wat betreft mijn zorgverleners.
Iets veel vreemders:
Ik kwam dus thuis, moest me omkleden omdat de opdrachtgever van mijn werkgever liever niet wil dat ik andere dingen in werkkleding doe, dan werken. Op zich geen onredelijke wens. Het staat op zich wel vreemd als een in Schiphol kleding getooide stoere vent van in de 40, bibberend als een rietje zo bang bij een tandartsenpraktijk binnen komt stiefelen. Krijg je ook weer rare verhalen van.
Ik trok een overhemd met korte mouwen aan, en vond er verder vrij weinig van.
Toen ik in die tandartspraktijk aan kwam en mijn tanden ging poetsen ter voorbereiding op het martelmoment, ontdekte ik een donkere vlek op mijn overhemd.
En nee, die was niet van het overmatige angstzweet (dat stond namelijk duimen dik op mijn voorhoofd) maar dat was een vlek die correspondeerde met de vorm van een borstzak die je op die overhemden vaak hebt.
Ik heb dat overhemd denk ik al wel 10 jaar niet bewust bekeken. Of aan gehad. Bewust dus, heh, bewust. Maar ik kocht en koop mijn overhemden en of shirts altijd op het feit dat er zo'n borstzak aan zit, vanwege telefoon, aansteker en sigaretten.
En ik wist dat dit overhemd er dus ook één gehad had. Vanwege de verkleuring die de rest wél maar dat ene plekje niet had.
Gewoon verdwenen. Dat hele borstzakje. Weg. Het zit er niet meer.
En als je me nu vraagt hoe, waar en wanneer ik dat zakje verspeeld heb.... Reden voor speculatie, en ieders gissingen zijn zo goed als de mijne.
Ik heb om puur praktische redenen nooit behoefte of intentie gehad om borstzakjes van mijn overhemden te demonteren.
Ik heb nooit de technische kennis, kunde of geduld gehad om zo'n zakje zó netjes van zijn overhemd te scheiden.
Ook ben ik de afgelopen 10 jaar niet zó dronken geweest dat ik het in een bui van benevelde baldadigheid zou hebben kunnen overwegen en uitvoeren (en zeker niet zo netjes).
En dus had ik een zekere mysterieuze afleiding, want ik was helemaal in de ban van het zoekgeraakte zakje terwijl ik achter de professionele mond mishandelaarster aan wandelde.
(En daarmee had ik dus ook niet in de gaten dat mijn gulp open stond, hetgeen goddank niet echt opviel).
En nog steeds, een paar dagen na dit feestelijke geheel, kan ik me niet voor de geest halen hoe en wat.
Ook dit jaar viel er weer niet aan te ontkomen.
Mijn dochter doet mee aan de avondvierdaagse.
De eerste dag werd tot onze immens grote teleurstelling afgelast vanwege de regen en het onweer. Heel jammer, vooral omdat we op de fiets waren gekomen, en dus alleen zeiknat terug kwamen vanwege het fietsen en niet vanwege het lopen.
De tweede dag was het gewoon heet, bedompt en feestelijk, de derde dag was serieus afzien.
Los van het feit dat ik mijn vrouw en dochter simpelweg kwijt was geraakt, had ik om de een of andere karmatische reden de pech dat ik tussen een paar [vul hier een paar liederlijke scheldwoorden in]kotertjes terecht kwam, die een klein radiootje bij zich hadden, dat een volume kon ontwikkelen waar een Boeing 747 jaloers op is. Op zich was dat nog wel te tolereren, maar het feit dat die [vul hier een paar liederlijke scheldwoorden in]kotertjes oprecht vonden dat ze mee moesten zingen, dat dan ook veel te enthousiast deden, en dat totaal niet gehinderd door enig muzikaal gevoel of inzicht, en de veel te perfectionistische musicus in mij kwam bovendrijven en laten we zeggen: ik werd er serieus onpasselijk van.
Ik vond dat het dit jaar qua organisatie al wel wat beter ging, afgezien van het feit dat er telkens oranje hesjes waren die hardnekkig net te laat (of gewoon niet) het verkeer probeerden te stoppen van hun voornemen om maar gewoon lompweg tussen al die kinderen door te rijden.
Maar los daarvan: Jente heeft hem gewoon weer uitgelopen.
En dit jaar wilde ze het liefst zo ver mogelijk bij ons vandaan lopen. Liever met haar vriendinnetjes.
Iets met loslaten? Lastig, heel lastig. Pijnlijk lastig. Gelukkig wilde ze wel nog even op de skates aan mijn hand mee naar de buurtsuper lopen.
Maar ik vrees de dag dat zelfs dat niet meer cool is.
Mijn probleem.
Goed, dit alles maar weer getikt te hebben: ik heb uiteraard geen weekend, maar voor allen die dat wel hebben: een hele beste.
vrijdag 17 mei 2024
een versTANDig? verhaal.
Een kerel. In de 40, mogelijk bezig aan een midlife-crisis. Misschien gewoon wat overwerkt, omdat zijn werkgever vindt dat overuren normaler zijn dan een rooster dat conform cao 40 uur duurt. Vandaar wellicht de rimpeltjes (die verder ook door zouden kunnen gaan voor lachrimpeltjes), het grijzende haar.
Gewoon een struise verschijning. Niet dik, maar eerder volrond. Romig. Als een kaas, maar dan zonder de geur. Stoere verschijning ook wel, want behoorlijk wat tattoo's, oorbelletje, gemilimeterd haar, stoppelbaardje en een pet ferm op het hoofd geplant.
Een kerel die niet te beroerd is om te zeggen wat hij denkt, ook al vliegt hij daarmee soms nog wel eens de bocht uit. Een kerel die dan ook niet te beroerd is om bakzijl te halen.
Die kerel zal van zichzelf vinden dat het een "gezonde Hollandse vent" is, welke definitie je dan ook aan dat begrip geeft. Die kerel zal van zichzelf vinden dat hij niet bang is. Voor het leven. Om te leven.
Verhip, geef ik nu een redelijk correcte, doch volstrekt incomplete beschrijving van mezelf?
Ja.
Ja, ik vind mezelf niet echt bang uitgevallen.
Tot ik van de week een zeurende pijn aan mijn kies begon te voelen. Niet alleen van de hitte begon het zweet me uit te breken.
Nog meer poetsen, met een aan agressie grenzend fanatisme. Schoon moeten die krengen. Weg met die pijn. Want ik wil niet, echt heus niet, gewoon niet naar de tandarts.
Een onrealistische angst, geboren uit een trauma, veroorzaakt door een tandarts die bij alles wat pijn deed, zei dat het geen pijn zou doen. Die met naalden zo dik als een potlood een verdoving in mijn kaak ramde. Die begon te trekken nog voor die verdoving kans had om in te werken. Maar pijn zou het nooit doen volgens die man met zijn zalvende stem.
De rotzak werd later een fervent voorvechter van wappie cq. complottheorie-politicus Baudet. Ging zelfs voor die griezel in de eerste kamer. Zo zie je maar: als tandarts moet je wel een onmenselijke inborst hebben.
Dat is dan ook mijn enige angst. De tandarts. En die traumatandarts in mijn achterhoofd, ben ik dus veel en veel te lang niet naar een tandarts geweest. Net als miljoenen anderen die bang zijn voor de tandarts.
(Of het simpelweg niet kunnen betalen, maar dat is dan vaak geen angst).
De pijn ging maar niet weg. Was niet allesoverheersend, maar wel aanwezig.
Met een klein stemmetje bekende ik aan mijn echtgenote (die overigens al wel veel eerder op de hoogte was van mijn angst voor de smoelenslager, je bent ten slotte niet voor niks dik 10 jaar samen) dat het misschien wel tijd zou zijn om eens een tandarts te zoeken.
De eerste poging liep weinig soepel, want ik moest me eerst online inschrijven. Zwaaiend met mijn digibetie meende ik er onder uit te komen, maar Ilse deed het enige verstandige: ze schreef me online in. Terwijl ik zwetend van ellende bozig een peuk zat te roken.
Vrijwel direct daarna werd ik terug gebeld, ik kon dezelfde middag nog terecht. In alle haast Jente bij een vriendinnetje onder gebracht, en samen naar die gebitsgenezer gereden.
Keurig op tijd waren we binnen. Uiteraard zat ik daar vervolgens nog dik een half uur te wachten. Mezelf op te vreten (wat ook niet bepaald goed is voor gebit en ziel).
En, alsof er een wreed soort karma aan het werk was, werd ik opgehaald door een tandenslager die er uit zag alsof hij er onheilsspellend veel zin in had, maar ook nauwelijks de Nederlandse taal machtig is. De man komt uit Italie, sprak vlekkeloos Engels en is (en dat schept een band) een AHDH'er als een gek. Hij doet me denken aan een collega op de bus die ook uit Italie komt. Kan geen seconde stil zitten, maakt een hoop leven en gezelligheid.
Op zich leuk.
Maar ik zit daar niet voor de leuk. Ik zit daar omdat ik pijn heb aan een van mijn kiezen, als de dood voor de pijn. Het geknars en gepiep, en die vermaledijde potlood-dikke naalden die ze veel te enthousiast in mijn bakkes willen rossen.
Ondanks dat alles bleek de man bij de uitleg duidelijk te zijn, rustig te zijn en al hele toekomstplannen in zijn hoofd te hebben voor mijn bijters.
Maar we zouden beginnen met een foto om te kijken wat precies de schade is, waar ze moeten boren, breken, hakken, klieven, schuren, polijsten en trekken.
De uitslag: meneer, u heeft een pracht van een gebit. Zo mooi hebben we ze nog nooit gezien. Geen gaatjes, geen rottige tanden, gewoon een ijzersterk gebit. Dat is dan godzijdank één van die dingen die ik van mijn moeder georven heb: een ijzersterk gebit.
Jamaar, de pijn dan?
Nou kijk: u poetst uw tanden wat te ruw. Met de verkeerde tandpasta en tandvlees begint op te kruipen, vandaar de gevoeligheid. Dus wat liefdevoller poetsen, want ik heb "goud" in mijn bek en dat moet ik met liefde behandelen. Zo zei de man dat echt.
Oh, en een grondige chemische en machinale en verdoofde reiniging was wel een zeer urgent aangeraden iets, want jawel: daar komt-ie weer: ik rook en dat is slecht voor mijn gebit.
En als we dan toch bezig zijn: dan gaan we cosmetisch gelijk wat tanden 100% perfectioneren.
Ho! stop. Nee. Gewoon nee.
Ik ga akkoord met een grondige chemische en machinale reiniging, maar die spuit blijft op minimaal 100 meter bij me vandaan.
De man gaf toen aan dat het pijnlijk zou kunnen zijn. Een dergelijke reiniging. En op zich zou het helemaal mijn keuze zijn, maar van de pijn zou ik waarschijnlijk (mezelf kennende: zeker) niet 100% stil kunnen liggen, en daardoor de mondhygieniste die het werk zou doen, het moeilijker maken, zo niet onmogelijk om haar werk naar 100% tevredenheid en resultaat te kunnen doen.
Een haast onmogelijke keuze. Ik zag als mannetje van 7/8 die zogenaamd pijnloze naald ter dikte van een whiteboardmarker voor mijn ogen langs mijn kaak in gedreven worden. Die me vervolgens absoluut niet pijnloos een verdoving zou moeten geven, die uiteraard niet leidde tot pijnloze behandeling. Nu ben ik 43, en alleen al als ik denk aan die naald, krijg ik een wee gevoel van binnen. Ik heb gaatjes laten boren en ontstekingen weg laten halen zonder verdoving. Waarom zou ik niet bestand zijn tegen wat ellende bij een chemische reiniging?
Aan de andere kant: als het zo is dat mijn gebit na een verdoofde en dus pijnloze en dus volledige reiniging weer goed is voor een jaar of 10, moet ik dan niet een keer flink zijn? De tering.
Bizar: een spuitende diabeet als ik, met 5 tattoo's, die als de dood is voor naalden in zijn smoel....
Dat cosmetische daarvan ga ik nu al tegen in beroep. Gaan we niet doen. Het enige dat ik wil overwegen is om de draden achter mijn voortanden te laten verwijderen. Toen ik 17 was, werden die draden erin gezet nadat mijn beugel eruit was gebroken. Omdat ik toen nog trompet speelde, zou het verstandig zijn om mijn vers rechtgezette gebit te ondersteunen met 2 spalkjes zodat de druk van het trompetspelen niet zou leiden tot verschuiving van mijn nieuw gevormde bijters.
Die spalken heb ik dus sinds mijn 17e, zijn al een aantal keren opnieuw vastgezet omdat de lijm loslaat, en ik neem aan dat ze inmiddels als een heuse Mazda zo roestig zijn als maar kan.
Die mogen ze er wel uit halen.
Ik vroeg aan de smoelensmid of mijn tanden dan niet juist weer uit het gareel zouden gaan staan. En hij hangt de "Zuid-Europese School voor Monden-marteling" aan: een jaar ter ondersteuning zou voldoende moeten zijn. De Noord-Europese School voor Monden-marteling vindt dat het gewoon de rest van je leven mee kan. En het is na de crematie natuurlijk lekker makkelijk met identificeren, want zo'n draad zorgt er natuurlijk wel voor dat je geen id-steentje meer toe hoeft te voegen aan de kist. (Lijkt mij dan).
En natuurlijk: ze willen die spalkjes wel verwijderen, maar ook weer onder verdoving. Ehhh. Nee. Gewoon nee. Nee NEE.
Of wel, als ze dan toch bezig zijn met dat chemisch en machinale sadisme, kunnen ze die spalken net zo goed weg hakken.
Maar al met al ging ik met een prettiger gevoel naar huis, dan ik kwam. Ik kan me namelijk op mijn gemak voelen bij iemand die eruit ziet als een rugby line-backer die nauwelijks Nederlands spreekt en mijns inziens behoorlijk aangeraakt is door ADHD.
Dat hij daarnaast de stommiteit beging om tandarts te worden, is hem vergeven, aangezien hij me wel (naar ik inschat en hoop) een vakkundig (en onbetaalbaar) mooi en gezonder gebit gaat geven.
Volgende week mag ik mij melden voor dit nieuwe hoofdstuk uit deze orale-operette. En wederom prijs ik mezelf gelukkig met een vrouw die onvermoeibaar naast me staat en meegaat. Als ik alleen moest gaan, zou ik verdwalen, uit pure zenuwen en doodsangst sociaal de meest onacceptabele opmerkingen maken (hoewel het grootste deel van de praktijk daar Engelstalig is, dus ze zouden me toch niet snappen).
En een operette wordt het. Want de afspraak die ik van de week had, kostte me 137 euro en een beetje.
Ik denk dat ik met spoed mijn hypotheek moet gaan verhogen voor de komende behandeling. Want goud in mijn bek is één ding. Misschien moet ik mijn kwalitatief oh-zo-sterke gebit maar gewoon doneren tegen vergoeding van kunstbijters. Ben ik in één klap af van alle ellende. Met als bijkomend voordeel dat je kaken dan wat slinken en ik dus een wat minder dik hoofd krijg.
Tijdens één van mijn werkdagen kreeg ik van mijn eega een berichtje waar ik over het algemeen van ga tandenknarsen. De woonkamer heeft weer eens een andere indeling gekregen.
Claus en ik kunnen namelijk slecht tegen dit soort veranderingen. En bij Claus heeft dat veel verstrekkender gevolgen: hij ziet slecht. Dus op spiergeheugen loopt hij het risico op een bank te willen springen, die er niet meer staat.
De verandering heeft te maken met het feit dat onze overleden televisie niet vervangen is, we beiden erg veel schik hebben met lego-knutselarij, en Ilse het wel fijn vindt om rechtstreeks de tuin in te kijken waar onze bessenstruiken, de knoflook en het onkruid (wat dus geen onkruid meer is, puur om logistieke redenen) welig tiert.
Dat wat bij ons voor televisie door gaat, staat nu op een verrijdbaar kastje, en tot mijn eigen verbazing was ik niet volstrekt real-life ontdaan door deze zoveelste inbreuk op mijn woonkamergenot.
Sterker nog: ik begon te watertanden bij het idee dat er nu voor mij ook wel eens plaats is op de bank. Dat er voor mijn lego-sets ineens veel meer plaats is.
En wat helemaal fijn is: ik loop niet meer met mijn smoel tegen de lamp aan omdat er op die plek nu een poef (in hip NederEngels: hockerrrrrrrrr) staat, die het voor mij simpelweg onmogelijk maakt om mijn tanden te breken op mijn tocht naar de tuin.
Ik heb geen weekend. Maar een groot deel van Nederland gaat het weekend in met de gedachte dat het nieuwe kabinet er in geslaagd is om onderwijs en gezondheid op voorhand al niet beter te maken. Ik hoop dat de plannen wel dusdanig zijn dat ik meer overhou, en dus de hogere kosten daarvan kan dragen.
Veel zin om me daar druk om te maken, heb ik overigens niet. Het is wat het is.
Ik wens eenieder een mooi weekend toe.
zaterdag 11 mei 2024
Ironie keer 3.
Algemene Periodieke Keuring.
Dit gaat om het min of meer veilig op de weg houden van een auto. En ook mijn auto ontkomt er niet aan.
Nu heb ik een garage die mijn auto levert, en er garant voor staat dat het goed is, dus ik maak me maar zeer ten dele zorgen om.
Hoewel....
Mijn auto vond dat het tijd was om een deel van haar laklaag los te laten en wat roestig te worden op plekken waar een keurmeester de kriebels van krijgt, en derhalve ik ook.
Maar vriendje Ken zou vriendje Ken niet zijn als hij het niet keurig oplost.
Met het woordje "keurig" doe ik hem te kort. Die dorpel is nog nooit zo mooi geweest. En niet lullig met een zwarte deklaag, maar gespoten alsof die nieuw uit de fabriek kwam rollen.
Los daarvan kreeg ik voor de tweede keer in twee maanden op mijn flikker van hem omdat hij vind dat ik mijn banden op spanning dien te houden. En daar heeft hij gelijk in. Hij bestrafte mij met 4 nieuwe banden omdat de vorige set echt niet meer in leven te houden was.
We kunnen met gerust hart op vakantie, komende zomer, de motor was en is nog steeds in betere conditie dan veel nieuwe motoren, de airco doet het alsof je in een mortuarium zit, en alle overige zaken zijn prima in orde.
In de tijd dat ik mijn auto kwijt was, kreeg ik een leenauto mee.
Mijn oude wel te verstaan. Ingeruild omdat ik geen zin meer had in de kosten, en door Ken in leven gehouden om te dienen als luxe leenwagen.
En hier merk ik dat ik oud word. Mijn eigen auto heeft een hoge instap. De leenauto heeft geen instap, maar een in-val.
Ik ging niet zitten in die auto, ik flikkerde stomweg achterover en was blij dat er een rugleuning aan die stoel zat. Totaal gewend aan en gesteld op een hoge instap.
Maar de manier waarop ik instapte, was nog niet het meest genante.
Bij aankomst op mijn werk, klauterde ik omhoog, de auto uit, zette mijn tas naast de auto en voor ik de deur kon sluiten, deed de wind "WAAAIII", de deur "PLOF" en ik: "huh?"
Ik was nog niet zover, want ik moest nog wat uit de auto hebben, wilde de deur openen en merkte dat de gordelgesp vast zat in de deursponning.
Met geen mogelijkheid meer open te krijgen. En heel veel kracht durfde ik niet te zetten. De leenauto is ten slotte nog wat ouder.
Soit, het is een veilige parkeerplaats, en ik ga er van uit dat niemand een auto wil stelen die fysiek gezien niet te openen is, dus hoppa. Naar mijn werk.
Daar gekomen, vertelde ik enigszins beschaamd wat mij was overkomen, en ronselde ik een paar collega's om me te helpen.
Ten slotte: ik zou er best mee naar huis kunnen rijden, maar met een deur die open blijft staan en een gordel die niet gebruikt kon worden, zou me dat een compleet verlichtte kerstboom aan waarschuwingslampjes opleveren in het dashboard, en dat zag ik toch iets minder zitten.
Met niet minder dan 5 collega's stonden we, eenmaal terug op de parkeerplaats, te delibereren over de te volgen stappen. Uiteindelijk was het collega "J" die met zijn ossenkracht de deur wist te ontsluiten, de gordel te bevrijden uit zijn benarde positie en kon ik juichend mijn weg vervolgen, omdat er geen schade was ontstaan aan de auto. Hooguit aan mijn ego, maar aangezien ik geen schaamte ken, tel ik dat niet mee.
Mijn eigen auto haalde ik gisteren op, en zoals gezegd: het ziet er prima uit, en ik moet zeggen dat ik een beetje vergeten was hoe stil het kan zijn op goede banden.
Ironisch. Het liedje Europapa van Joost Klein. De beste man is namelijk gediskwalificeerd van deelname aan de finale van het Eurovisie Songfestival, vanwege vermeend bedreigend gedrag.
Dus beschuldigd en bestraft, zonder proces. Waar kennen we dat toch van? Iets met een Russische Hitler wellicht? Iets met een Noord Koreaanse Poetin misschien? Beiden weinig vrije, noem het abjecte dictatoriale landen, waar dat "nobele" Europa ziedend zenuwachtig van wordt.
Joost zal zich in elk geval wel drie keer bedenken voor hij Europa nog eens gaat ophemelen.
De organisatie van dat feestje vindt (en op zich is dat een prima mening) dat iedereen er veilig zijn werk moet kunnen doen, ook het vermeende slachtoffer. Mooi, heel mooi. Maar hoe veilig ben je als je zonder enige vorm van proces gewoon gediskwalificeerd kan worden?
Vandaar dat zwaarbewapende politieagenten en een politiehelikopter bij het hotel van Joost Klein gepositioneerd zijn. Is dat dan voor de veiligheid van Joost? Of zijn ze bang dat Joost een soort van uitbraak gaat plannen om dat hele festival te grazen te gaan nemen.
Joost mag het weten.
Ik was er niet bij, ik heb geen mening over het vermeende voorgevallene, maar wel ben ik van mening dat je nooit iemand kan bestraffen zonder dat een beschuldiging daadwerkelijk bewezen is. Dat gaat regelrecht tegen dat hele Europesche gedachtengoed in. Het Eurovisie Songfestival is volledig door het ijs gezakt. Het is dat ik niet in complot-theorieën geloof, anders zou ik er een groter motief achter gaan zoeken. Misschien wel een heel Russisch trollenleger aan motieven.
Prachtig staaltje van ironie, in de meest positieve zin: de pegida-griezel Wagensveld (en ja, ik mag dit zeggen zonder dat daar (doods)bedreigingen op komen, want het is míjn recht om griezelige mensen als zodanig te betitelen) gebruikte het recht van demonstratie om een koran te verbranden. Prima, doe je ding. Lekker onder het motto van vrijheid van meningsuiting of demonstratie hele bevolkingsgroepen te beledigen. Kinderachtig. Maar goed.
Deze Wagensveld hoopte natuurlijk op ontwrichtend geweld om zo aan te tonen dat de Islam allemaal maar kut is.
Machtig mooi: er kwam geen ontwrichtend geweld. Die moslims hadden wel wat beters te doen denk ik. Genieten van het mooie weer, liefst zo ver mogelijk verwijderd van een haatkwal (wederom: is mijn mening) als een Wagensveld. Goeie keuze.
De betere keuze kwam echter van een stel gelovigen die in het centrum van Arnhem (dus niet ergens ver verwijderd van de mensen massa, integenstelling tot de actie van Wagensveld die ergens achteraf plaats vond) gratis korans uit aan het delen waren.
Ik vind dat een mooie reactie op een actie gebaseerd op domme haat.
Religie is me een raadsel, ik snap werkelijk niet waar alle commotie om moet gaan. En ja, religie is helaas ook aanstichter van geweld. Alle religies dus.
Maar dat je als gelovige een hatelijke koekwaus als een Wagensveld (mening, heh. Mag ik ook hebben) gewoon een klap in zijn smoel geeft door het verspreiden van dat wat hij aan het verbranden is, is briljant. Staat die vent toch effe extra voor lul.
Goed, het is een mooi weekend, want ik ben vrij. En het is lekker weer. Ik heb dat gebruikt om lekker te niksen. Ik wens een ieder een mooie toe.
"het Eiland"
En dat was de vakantie alweer. En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders. Alles gaat anders, want...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...
-
Het doet gewoon pijn aan mijn oren. En net als ik denk dat grof fysiek geweld de enige uitweg is, wordt het zwart. Ik ben hersendood geklets...