vrijdag 28 februari 2025

Opgefietst!

 Hij hoorde het remmen van het voertuig wel, wielen krijsten over het wegdek. Het geloei van de claxon kwam heus wel binnen, maar in zijn onmetelijke arrogantie, ging hij ervan uit dat dat met hem niks te maken had.
De klap was alles-verpletterend.
Hij voelde de eerste impact.
En pijn was alles wat hij nog kende. 
Zijn heup leek in een witte waas te exploderen in een alles versplinterende, hels-witte pijn.
Hij voelde hoe zijn ribben braken, en enigszins verbijsterd nam hij waar dat de gebroken uiteinden, rafelig en scherp, zijn ingewanden rauw en telkens weer stekend doorboorden.
Maag, darmen, en longen.
Meteen proefde hij bloed, maar hij kon toen al niet meer bepalen of dat bloed uit zijn maag kwam, of bij elke ademhaling door zijn longen naar boven werd gestuwd.
Door de klap werd hij van zijn fiets geslagen en teleurgesteld zag hij in een flits hoe zijn nieuwste aanwinst onder het rechtervoorwiel van die bus vermorzeld werd.
Vaag bedacht hij zich nog dat het wel fijn was dat hijzelf niet onder dat wiel terecht kwam...
Met een keiharde bons sloeg zijn hoofd tegen de stoeprand te pletter, en zijn laatste gedachte was:" van die fiets heb ik minder lang plezier gehad dan ik had gehoopt".  Bloederig schuim vormde zich met elke ademtocht om zijn lippen.
En pijn was alles dat hij nog kende.
Toen werd het donker. Heel donker, en alle gedachten aan fietsen, en andere ongein die hij andere mensen aan had gedaan, vervaagden tot niks....

Bovenstaande is een uitwerking van een klein, doch gezien en ondanks de omstandigheden, vreugdevol fantasietje van me. Uiteraard gaat dat om de klootzak die mijn fiets jatte op het station.
Dat fantasietje kwam in mij op toen ik naar huis liep (godzijgedankt tussen de buien door) nadat ik ontdekte dat mijn fietsje meegenomen was door iemand die niet over de sleutels beschikte.
"Nounounou, is het doodwensen van een inferieure fietsendief niet een beetje al te sterk, Marnix?"
Ja, misschien wel.
Maar als u goed heeft gelezen, staat er nergens dat die minderwaardige kaffer doodgaat. Hoewel ik er moreel en praktisch geen bezwaren in zie, om te fantaseren over diens dood.
Puur pragmatisch: Stel de minderwaardige overleeft het door mij gefantaseerde ongeluk. Dan kostte hij mij een fiets, krijg ik niet meer terug. Geld weg. Een aangezien dit vast niet de enige fiets is die hij jatte, heeft hij de maatschappij meer dan voldoende op kosten gejaagd.
Maar als hij het overleeft, mag de maatschappij óók nog opdraaien voor de gezondheid, de eindeloze revalidatie en ziekenuitkering van zo iemand. Kost vele tonnen per jaar. Voor iemand die weinig tot geen maatschappelijke waarde heeft.
Terwijl als hij wel dood zou gaan, wij als maatschappij verlost zijn van iets dat weinig normen en waarden heeft meegekregen, en uitsluitend een dodelijk irritante onkostenpost is. Ik zie werkelijk weinig sociale en economische waarde in een fietsendief. Echt niet. Wat mij betreft liever dood dan levend.

Maar goed, wat ik fantaseer, is uiteraard niet meer dan dat. Gebeurt weinig mee. (In sommige gevallen: helaas).

Waarom het voor mij leidt tot een behoorlijk heftige, doch ook wel gelukzalige fantasie over het lijden van de dader?
Het was --->mijn<--- fiets.
Een paar jaar geleden voor mijn verjaardag gekregen van mijn betere helft (die zich door mij onheus bejegend voelde, toen ik briesend en stomend van wilde razernij eindelijk thuis was gekomen, waarover later meer).
Het was, zover ik weet, de 2e keer in mijn leven dat ik voor mijn verjaardag een hele nieuwe fiets kreeg.
Voor mijn 12e kreeg ik er één, omdat ik toen van Schin op Geul naar Heerlen moest gaan fietsen. Retour 22 kilometer, over de glooiende, heuvelachtige wegen van Limburg). 
Een heuse Gazelle, met (voor Limburgse begrippen erg weinig, doch maar toch) drie hele versnellingen. En het was een prachtige fiets.
Die heeft het behoorlijk lang vol gehouden.
Bijna de totale destructie ingereden door tijdens een stunt (je blijft een pubermannetje) bergafwaarts over de kop te slaan, en net niet plat gereden te worden door achterop komend verkeer. Voorvork krom, ik verstrikt in het frame, zieltogend op het asfalt.
Toen kwam er een mountain-bike. Zelf voor gespaard. Top ding. Mocht mee naar Amsterdam. En tijdens een verhuizing waarschijnlijk stomweg vergeten.
Nog een paar krakkemikkige karretjes tussendoor gehad, mag geen naam hebben.
Tot ik dus van mijn beste helft, een hele mooie vouwfiets kreeg. Eigenlijk helemaal niet zo bijzonder. Gewoon massaproductie. Per 1000 tegelijk door de decathlon naar Nederland verscheept.
Maar wél uit liefde gegeven. En dus per definitie waardevoller dan de winkelprijs. En inmiddels ben ik de 40 ook al weer ruim gepasseerd, dus ben ik beter op de hoogte van de waarde van spullen. Zowel in economisch opzicht als in emotioneel opzicht.

Goed, ik ontdekte dus dat een of andere drabzak mijn fiets gejat heeft, en kokend van woede en diep beledigd, marcheerde ik hetzelfde stuk naar huis. Ondertussen dus fantaserend over een welverdiende dood voor de minkukel die liever jat dan werkt.
Ik moet bekennen dat ik per stap toch wel een centimeter hoger in mijn emotie kwam.
Dus toen ik thuis kwam, moest ik serieus even bekomen, voor ik naar mijn bed kon. Dat is sowieso al met late diensten: je komt thuis en kan niet gelijk naar bed. Als ik dat gisteren gedaan had, waren de lakens in de brand gevlogen van de hitte.
Ik ging uiteindelijk naar bed, en toen Ilse mij slaapdronken vroeg hoe mijn dag was, antwoordde ik naar waarheid dat mijn fiets gejat was.
Ilse schoot wakker, en vroeg me hoe of ik dan naar huis was gekomen. In mijn wederom opborrelende ongenoegen meldde ik dat ik was komen vliegen.
Dat was niet helemaal gestoeld op de waarheid, hoewel ik zó boos was, dat het had gekund.
Het arme mens kon er natuurlijk ook niks aan doen.

Het beste mens (Ilse dus) had wel al een andere oplossing: haar 15 jaar oude Batavus. Ooit eens middels een fietsenplan belastingtechnisch voordelig bij de Marine vandaan gehaald (waarvoor nog dank aan alle belastingbetalers, met terugwerkende kracht), belandde die uiteindelijk bij ons in en naast het schuurtje.
Een behoorlijk goed onderhouden, donkerroze cq. lichtpaarse (vraag me niet naar de kleur, want ik ben niet zo goed met het benoemen ervan) damesfiets, mét krat op het stuur.
Daar moest wel een nieuwe voorband op, een nieuw zadel (ik zal de plattitudes overlaten aan de fantasie van de lezer, ik heb hierboven ten slotte al een pracht van een fantasie beschreven) en een slot. Want ja. Als ik na het weekend weer ga fietsen, gaat er een slot op, waarmee ik indien nodig (zo'n moment komt, als ik mijn ouwe vouwfietsje zie rijden, zonder mij als rechtmatige bestuurder) ferme meppen uit kan delen. Zo'n slot die dat gore tuig niet zomaar doorgeslepen of doorgeknipt krijgt.
Dat krat wordt nog uitdagend. Want hoewel ik de voordelen van dat krat echt wel zie (denk aan mijn tas met voer erin, zodat ik die niet op mijn rug hoef te hangen, waardoor mijn rug een klamme, kleffe, zweterige plakboel wordt), zie ik ook wel wat nadelen. Zoals het feit dat het sturen daarmee toch wat ongebalanceerder wordt.
Dus fijn. Fiets gejat, fiets erbij. Of zo.
Ik zat zelf te kijken naar een elektrische step of zo. Die kan ik gewoon meenemen naar mijn werk. Maar ja. Die dingen schijnen niet op de openbare weg te mogen. En zul je uiteraard net zien: als ze mijn fiets jatten, ligt de dikbetaalde prinsemarij te snurken in hun verstopte dienstwagens, als ik voorbij kom zoeven op mijn elektrische stepjes, worden ze wakker, en zijn ze er als de kippen bij om me te beboeten.
Hoewel, aangezien ze toch nooit aanwezig zijn, hoef ik daar misschien niet eens bang voor te zijn.
Dus toch maar geen elektrische step. Niet omdat ik het braafste jongetje van de klas ben, Ilse is wél het braafste meisje, en ik durf er gif op in te nemen dat ze deze alinea rologend en facepalmend leest.

Na weken opgewekt, bemoedigend te hebben staan kletsen tegen mijn knoflook in de tuin, beginnen alle 33 gepootte tenen te ontspruiten. En niet alleen die 33 tenen komen op: ik had laatst een enthousiast uitgelopen ui gestript, en doormidden gesneden, en beide delen in de grond gezet. Gewoon om te kijken wat voor pracht van een plant eruit komt, en of er toevallig animo is voor het kweken van maar liefst 2 uien.
Voor de achterburen, die eventueel uit hun slaapkamerraam in onze tuin kijken, moet het een bizar gezicht zijn: een grote, stoere kerel. Petje op zijn hoofd, tattoo, oorringetje, die vertederd staat te koeren tegen wat sprieterige plantjes. Je zou bijna zeggen dat ik macrobiotische, biologische wiet aan het kweken ben.
Dit stinkt net zo hard, alleen dan lekkerder.

Goed, ook dit maar weer aan het wereldwijde web toevertrouwd te hebben, begint hiermee uw weekend. Ik wens u een mooie toe.








donderdag 20 februari 2025

Faceboekwerk.

In navolging van inmiddels een steeds groter wordende groep vrienden, familie, collega's, vage kennissen en andere snuiters/snuiterinnen, begin ik steeds meer minne punten te zien van Meta. Facebook specifiek.
De rest van al die sociale media kanalen heb ik niet, hoewel de berichtenservice van Meta, Whatsapp genaamd, wel kwistig door mij gebruikt wordt, vooral voor het doordelen van ranzige of leuke plaatjes.
Maar Facebook.
Ik ben in beginsel aanhanger van het principe: je gebruikt het gratis, dus je moet niet al te veel zeuren over schier eindeloze stroom aan (ir)relevante reclames die je netvliezen teisteren. Je gebruikt het gratis, dus je moet niet al te veel zemelen over het feit dat alles wat je op dat platform deelt, door de aanbieder gebruikt wordt.
Alle mensen die die telkens terugkerende hoaxen delen over het omzeilen van die reclames of innames van je prive gegevens en foto's vind ik altijd hilarisch-treurig. Als je dat namelijk zo erg vindt, is de beste optie om je account op te doeken.
Maar als je er gebruik van maakt, zonder ervoor te betalen, betaal je toch. En daar kies je voor. Elke keer weer. Waarom zou meneer Zuckerberg enorme servers betalen uit zijn eigen zak, zodat Pietje uit Schubbekutteveen, ver weg van dat walgelijke Amerika, gratis gebruik kan maken van een dienst?
Maaaaaar..... Meneer Zuckerberg heeft besloten om als een kwijlend schoothondje achter de walgelijke SinaasappelTrump en de griezelige ElectroMusk aan te kwispelen, en dus heeft Meta voor mij ook wel serieus een teleurstellend diepe deuk in hun imago opgelopen.
Ik begin inmiddels zelf ook moeite te krijgen met de onuitputtelijke stroom aan irrelevante reclames die ik voor mijn voeten krijg, als ik gewoon wil zien wat mijn vrienden te delen hebben. En natuurlijk: die reclamemakers betalen meer voor hun bijdragen aan het in stand houden van Meta dan ik, maar dit begint serieus idiote vormen aan te nemen. Dit heeft met sociaal en verbinden helemaal niks meer te maken.
Maar nog meer moeite heb ik met de enorme hoeveelheden haat en arrogantie tegenover anders-zijnden en anders-denkenden. De angst van de populisten voor alles dat nieuw is, alles dat niet helemaal strookt met de kruimige pieper, met de tot snot gekookte spruiten en het bruin gebakken slavinkje.
Als je vindt dat we beter voor onze aardkloot moeten zorgen: haat en nijd krijg je.
Als je een elektrische auto wil: haat en nijd krijg je.
Als geen vlees eet: haat en nijd krijg je.
Als je geen hetero bent: haat en nijd krijg je.
Als je niet krijsend van enthousiasme achter SinaasappelTrump staat: haat en nijd krijg je.
Als je gewoon jezelf bent.... Je raadt het al.
En een van de mooiere dingen die Meta had, het zogenaamde "factchecken". Ach, feiten zijn lastig voor de meeste populisten, zeker als die feiten niet ondersteunen wat de onderbuik loopt te reutelen, dus doek dat maar op. En zo wordt Meta alleen maar dommer.
Ik heb vaker een halfbakken soort oproep gedaan om eens wat vriendelijker met elkaar om te gaan, maar ik ben maar ik en mijn invloed reikt niet zover. In mijn eentje verander ik geen heel social medium platform.
Dus zo zoetjes aan ga ik toch eens op zoek naar iets anders. Want ik ben eerzuchtig genoeg om wél mijn schrijfsels van hier aan de wereld op te dringen en mijn (naar eigen zeggen prachtige) foto's te laten zien.
En ik ben ook wel gehecht genoeg aan de groepjes die ik volg om niet meteen als een dolle stier weg te rennen. Maar als er mensen zijn die een soort van sociale facebook weten, hou ik me aanbevolen.

 Het zal niet heel onverwacht zijn als ik stel dat ik geen uitgesproken carrière-tijger ben. Hogerop komen is voor mij niet echt een doel op zich. Ik ben tevreden met mijn werk, tot op zekere hoogte, en status vind ik nikszeggend. Status is voor pronkende pauwen (dank aan vriendje/collega Mark, die de peacock zo treffend introduceerde), die vinden dat ze zonder kennis en inzicht moeten lopen reutelen en baasje spelen. Daar heeft iedereen op dagelijkse basis in zijn werkzame leven wel mee te maken, denk ik zo. En ik voel weinig behoefte om me op die manier te laten gelden, of me in die kudde te moeten voegen. Ik respecteer mezelf en mijn collega's iets teveel om me daaraan te buiten te gaan.
Status komt voor mij uit mezelf en niet uit mijn werk of bezit. Ik werk om te leven, en absoluut niet andersom. Ik werk om mijn gezin te voorzien, maar ik vind het dan ook wel erg belangrijk dat ik dat gezin op gestelde tijden ook zie. Anders kan ik het net zo goed laten.
Dat soort ideeen.
Dat wil niet zeggen dat ik niet zo af en toe eens kijk wat er allemaal "op de markt" is, en of ik elders ook van waarde zou kunnen zijn. En of "elders" misschien ook wel waarde in mij ziet. 
Dat leverde op zijn zachtst gezegd wat bijzondere ervaringen op.

Een paar jaar geleden solliciteerde ik (meer uit nieuwsgierigheid) bij het CBR. Voor een functie als examinator. Dat was ten tijde van corona, dus alles moest per sé online via een van die digitale communicatie-programma's die als paddenstoelen uit de grond vlogen. Het leek me een heel leuke, nieuwe uitdaging.
Er werd over en weer gemaild met alle informatie, en ik downloadde (naar mijn idee) het juiste klets-programma, en op het moment supreme zat ik klaar om te beginnen met het gesprek.
Ja, never happened, ik had stomweg het verkeerde programmaatje gedownload. Wat wel volgde was een gesprek met een of ander draak van een wijf dat me op hoge toon de les las. Tja, het was slordig, maar goed, ik ben ook maar een mens, en een dergelijke snauwpartij vond ik op zijn zachtst gezegd nogal onprofessioneel, en dan druk ik me genuanceerd uit. Het meisje dat me daarna belde om een nieuwe afspraak in te plannen, was een stuk vriendelijker.
Goed, het sollicitatiegesprek was met een meneer die zichzelf betitelde als "poortwachter" voor het CBR, zogenaamd om alle kaf van het koren te scheiden.
En ik was duidelijk kaf. Vanaf het eerste moment. (Ik denk dat eerder genoemde Gerda-draak, deze "poortwachter" vooraf informeerde).
De beste man onderbrak me na ongeveer elke zin, gaf me geen kans om uit te praten, praatte vaak door me heen en bevond me te licht.
Dat hele proces in ogenschouw nemende, denk ik dat het helemaal zo gek niet is om daar niet aangenomen te zijn. Je zal met zulke mensen 8 uur per dag, 5 dagen per week opgescheept zitten.
Dat zijn dan 8 lange uren, gedurende 5 helse dagen per week. Zie er dan maar een gezond gezinsleven op na te houden. Of humeurig, omdat je om 0800 uur in de ochtend geconfronteerd werd met de betreffende Gerda, je eerste examen-kandidaten vloekend laten zakken, om je eigen frustratie kwijt te raken. Dodged a bullet, om het zo maar eens te zeggen.

In recenter geschiedenis solliciteerde ik als conducteur bij de NS. Dat was letterlijk als uit de reclame van weleer: "Opeens heb je het, je wordt conducteur". Ook weer vooral uit nieuwsgierigheid, omdat ik nogal eens de trein neem naar mijn werk.
Hele santekraam opgetuigd, kreeg ik als eerste een gesprekje via Whatsapp beeldbellen met een lagere recruiter.
Die vond mij op het eerste gezicht geschikt. Ik was dat met hem eens, en hij zette me door voor een langer gesprek met een teamleider en een hogere recruiter. Weer via zo'n beeld-bel-klets-programma. (En ja: deze keer had ik de goeie op mijn telefoon staan).
Hier kreeg ik meer informatie, over verdiensten, roosters, opleiding en meer van zulks. Ook zij vonden mij de moeite waard (ik was wederom de laatste die hun ongelijk zou geven) en stuurden me door voor een psychologische keuring.
Daar zat een goeie anderhalve week tussen, en in die week begon ik een beetje koudwater-vrees te ontwikkelen.
Omdat het impliceert dat je je warme en vertrouwde nest zou moeten verlaten.
En ook omdat ik vrij onomwonden te horen kreeg dat ik pas per volgend jaar in een (en ook hier) onregelmatig voorkeursrooster zou komen. Met wat goeie wil, zou ik in juli al werkend instromen, en tot en met december zou ik dan in een reserverooster komen, en alles invullen wat open kwam. (Zeg maar dag met je handje tegen een min of meer gezond rooster, want pas per volgend jaar krijg je iets dat ergens op lijkt, ga ik dan maar vanuit).
Maar goed, leek me alsnog niet een enorm probleem, zolang je maar communiceert. Ilse was wat wantrouwender (en mogelijk verstandiger) in dezen. Die vond het een wat uitdagender probleem, zeker omdat ik binnen mijn huidige onregelmatigheid, toch wel erg goed gedij op zoveel mogelijk regelmaat.
En daar heeft ze op zich gelijk in.
Maar goed, voorafgaande aan die keuringsdag moest ik allemaal vragenlijsten invullen, en op de keuringsdag zelf, moest ik nog meer vragenlijsten invullen. Allemaal online.
En niet alleen vragenlijsten. Ook ellenlange rijen aan tests met betrekking tot ruimtelijk inzicht en rekenkundig inzicht kwamen voorbij. Tot ik hangende oogeleden kreeg.
En een reactievermogenstest. Zo'n test waarbij je in oplopend tempo kleurtjes ziet, waarbij je dan op het toetsenbord het corresponderende knopje in moet rammen. En niet alleen kleurtjes, maar ook geluidjes en pedaaltjes.
En daar faalde ik. Ik faalde grandioos. Het tempo was op een gegeven moment niet meer bij te houden, en mijn gedachten dwaalden af. Ver af. Tot aan het verslinden van een wafeltje en een paar slokken spa aan toe.
Die test moest ik maar "herkansen" alvorens ik een gesprek kreeg (wederom via een beeld-bel-klets-kanaal). Die herkansing verliep overigens al even indrukwekkend als de eerste keer.
Tijdens dat gesprek werd er een rollenspel gedaan waarbij de dienstdoende psychologe de rol van Gerda in een vakantiepark speelde (je moet wat, als je voor een rollenspel van 5 minuten geen acteur wil inhuren), en vervolgens werd ik binnenstebuiten gekeerd in een 30 minuten durend gesprek.
In die 30 minuten werd er over van alles en nog wat gesproken, maar ze vond me uiteindelijk niet geschikt.
Ten eerste omdat ik aangaf wel op te zien tegen dik een half jaar aan gaten-in-rooster-vulling zijn.
Ten tweede omdat ik die reactievermogentest zo spectaculair verknoeide. Want, zo zei ze: dan kun jij in calamiteiten of bij incidenten ook misschien wel niet zo doeltreffend zijn.
Okeeee. Of ze die afwijzing dan niet voorafgaand aan dat gesprek had kunnen doen, had ons toch zeker 30 minuten bespaard. Maar nee, zo werkt dat dan toch weer niet. Uitwringen zullen ze je.
Ik weet één ding heel zeker: als ik met dezelfde vaart als waarmee ik die knopjes moest bedienen, op een calamiteit of incident af zou stormen, zou ik regel 1 (je eigen veiligheid) compleet verzaken. Die knopjes staan mijns inziens op geen enkele manier gelijk aan een calamiteit of incident. Als men van mij verwacht net zo gedachtenloos alleen maar primitief te reageren op wat ik zie, tijdens daadwerkelijke calamiteiten of incidenten, vind ik oprecht dat dat soort door kantoorlieden verzonnen testjes voor uitvoerend personeel totaal bezopen zijn. Zo wil je dus niet dat personeel reageert tijdens incidenten waarbij altijd andere mensen betrokken zijn.
En toen ik dat aangaf, kreeg ik te horen dat dat nu eenmaal Europese richtlijnen zijn.
Huh? Miste ik iets groots? Ik solliciteerde toch bij de Nederlandse Spoorwegen, en niet bij de Europese Spoorwegen? Waarom dan geen Nederlandse richtlijnen? Ja, de inspectie leefomgeving en transport had er ook wat mee te doen, maar die werken volgens mij ook allemaal niet als conducteur.
Later ook nog even zitten mijmeren over dat reserverooster. Ik zou in juli in kunnen stromen, als het allemaal wel gelukt was. Dan is het een kwestie van botte onwil als je gedurende een half jaar iemand niet in een voorkeursrooster kan zetten. Dat je zoiets misschien niet doet als het gaat om een maandje, desnoods zes weken, kan ik me voorstellen. Maar als het om een half jaar gaat, kun je iemand (zeker als je mensen echt hard nodig hebt, zoals in dit geval) best wat meer ter wille zijn.
Goed, alles overwegende, denk ik dat het helemaal niet zo erg is, dat dit niet lukte. Toch wat te veel rare hobbels, zo. Again: dodged a bullet? Waarschijnlijk.

Beide sollicitaties hebben nóg een ding gemeen: ik heb bij beide bedrijven, in beide procedures niet één keer iemand de hand kunnen schudden. Niet één keer iemand recht in de ogen kunnen kijken, zonder tussenkomst van een camera. Ik vind dat zó vreselijk onpersoonlijk. Tuurlijk, het is lekker makkelijk. Het bespaart ook serieus reistijd en reiskosten. Maar het is afstandelijk. Lichaamstaal valt weg. Soms valt ook de intonatie in het gesprek weg. Als je pech hebt, ga je context missen. Of de verbinding valt helemaal weg. Noem me ouderwets, maar toen ik nog bij het ouwe HTM solliciteerde, had ik een gesprek met een vent die ik voor me zag. (Hoewel, ook dat wat meer uitdagingen had, want de beste man van de HTM kon het gebouw waar het gesprek plaats zou vinden, niet uit. En ik kon het gebouw bij gebrek aan toegangspas niet in. Dus stonden we alsnog telefonisch, gescheiden door een grote glazen wand, elkaar wat ongemakkelijk grinnikend te woord. Maar we konden elkaar in elk geval zien, aankijken en een virtuele box geven omdat we beiden banden met de KMar hadden, en de beste man nam me aan.).
Dus ja. Vind ik het jammer dat ik niet naar de NS ga? Ja, op zich wel. Maar ik denk oprecht dat als je als bedrijf zo hard mensen nodig hebt, je wel wat meer moeite mag doen. Maak het persoonlijker. Ga niet af op stomme tests die nikszeggend zijn, en er alleen maar voor zijn om kantoorpikkies aan het werk te houden. Zorg dat je roosters, hoe onregelmatig ook, hapbaar en duidelijk zijn. En menselijk.
Dus ik denk ook dat het verlies voor de NS nu groter is, dan voor mij.
En ik vind mijn werk op Schiphol (ondanks dat daar ook bijzondere cadeautjes rondlopen) nog steeds een van de mooiste banen die ik ooit had kunnen krijgen. Dus ach...


Dit geschreven hebbende, eindigt mijn weekend, waar het uwe begint. Ik wens u een allerbeste toe.














vrijdag 14 februari 2025

Het was weer zo'n week.

Van de week moest ik een 2-tal vragenlijsten invullen. De eerste ging over mijn persoonlijkheid, de tweede over mijn werkhouding.
Voor de eerste stond 13 minuten, voor de tweede stond 7 minuten. Ik geloof dat ik in totaal 5 minuten bezig ben geweest.
Dat zegt dan in elk geval veel over mijn werkhouding. Vlotjes, zou ik zo zeggen.
Wat het over mijn persoonlijkheid zegt: vooral dat ik dit soort vragenlijsten blijkbaar makkelijk doorzie, en makkelijk in vul. De waarheid verloopt in dit soort dingen sneller dan dat je bij elke volgende vraag na zou moeten denken over de vorige leugen. Dus hoppa: vaart erin, eerlijk zijn. Dan komt er vast wat goeds uit.
Of niet.
Ik denk ergens wel te snappen waarom bedrijven kosten noch moeite sparen om dit soort bureautjes in te huren. Maar dit hadden ze in 5 minuten ook zelf met me kunnen bespreken. Het zal belastingtechnisch gezien wel prettig zijn om de winst mee te drukken. Maar om nu te zeggen dat je in de gestelde 13 minuten met 99 vragen zelfs maar een fractie van mij (of wie dan ook) kunt doorzien: lachwekkend. Onzin.
Vragen waarbij het antwoord zelfs niet een heel klein beetje in de buurt komen van dat wat je over zo'n vraag zou kunnen zeggen. En waarbij je later in een gesprek erop terug komt. Had die vraag dan bewaard voor een later moment. In een gesprek bijvoorbeeld. Had mij toch 5 seconden gescheeld.
Bovendien haalt het inhuren van een externe partij sowieso al een stukje persoonlijk contact weg, daar waar je dat misschien beter wél intern kan houden. Maar goed, wie ben ik.
Dit hele verhaal gaat over een sollicitatie waar ik mee bezig ben. Een sollicitatie naar een heel erg leuke baan, waar (helaas) ook een heel aantal mindere kanten zitten. En dus ben ik er nog niet over uit of ik het überhaupt moet doen. Ik twijfel nog heel erg. Maar goed, aangezien ik tot het moment van het tekenen van het contract nog altijd een ferm "nee" kan brullen, kan ik twijfelen tot ik een ons weeg (iets dat tegenwoordig ook al best aardig lukt, gezien het feit dat ik inmiddels dik 6 kilo van mezelf kwijt ben).
En dan dus een heusch 'psychologisch onderzoek'. Mede naar aanleiding van de questionnaires die ik in minder dan geen tijd invulde.
Dat onderzoek vond vrijdag plaats. Deels achter de computer, deels achter de computer met een levend wezen aan de andere kant van een of ander communicatieprogramma. Gedurende dat hele proces, heb ik niet één keer in real life met iemand gesproken, die ik ook daadwerkelijk de hand kon schudden. Alles vanachter een beeldscherm.
Ook een manier.
Hoewel...
Uiteraard was me niet volstrekt duidelijk dat ik een eerder ingesteld wachtwoord moest onthouden, omdat ik dat op de locatie in Amsterdam ook nodig had. En dat had ik niet. Een reset bleek niet te helpen, hoezeer het baliemeisje me ook ter wille was. Uiteindelijk moest de ict-afdeling betrokken worden om mij aan een nieuw, werkzaam wachtwoord te helpen. Echt wat voor mij, met mijn wachtwoordenfobie. Echt wat voor mij, met mijn volstrekt afwezige talent om wachtwoorden te onthouden. Of zelfs maar een basale interesse in dit soort 'accounts'.... 
Maar goed, aangezien ik op één (1) gebied niet helemaal goed scoorde (bij herkansing zelfs minder. Iets met reactietijden) en aangezien ik opzag tegen meer onregelmaat dan op voorhand duidelijk gemaakt kon worden, besloot de dame aan de andere kant van de lijn dat ik toch niet helemaal geschikt was. Verder heb ik niks nieuws over mezelf gehoord. Was allemaal wel bekend. Als ze dat negatieve advies nu meteen gedeeld had, konden we ons rollenspel en een gesprek van ongeveer 30 minuten over hebben geslagen, en was ik dik 30 minuten eerder thuis.
Ach ja. Wie weet wat de toekomst verder brengt.

Het was een wat verder gelegen plek van de terminal waar die buslading mensen naartoe moesten. Maar tot ik er aankwam, was er vrij weinig aan de hand. Alles en iedereen gedroeg zich keurig, het enige dat voor wat weinig zelfredzaam gekrakeel over de radio zorgde, was het feit dat we een nieuw boordcomputer-systeem hebben. Maakt niet uit. Komt goed. Ooit. Hoop ik.
Ik opende de deuren van de terminal, gevolgd door de deuren van mijn bus en langzaam stroomde mijn bus leeg.
De laatste passagier die uitstapte was een middelbare vent met een wat vreemd gezicht. Maar goed, dat heb ik ook, wie ben ik om te oordelen.
De man wilde mij vriendelijk bedanken, ten minste, zijn gezichtsuitdrukking deed me niet meteen denken aan pure moorddadigheid, en hij murmelde me iets toe.
Met dat murmelen, klonk er een wansmakelijk nattig zuigend geluid en ik mocht getuige zijn van een zoveelste slap-stick op mijn werk: de man verloor tijdens zijn gebrabbel zijn kunstgebit. Dat kletterde tussen ons in, op de vloer van mijn bus.
Ik keek ernaar. Keek de man aan. En keek weer naar dat eenzame en totaal misplaatste (letterlijk én figuurlijk) gebit op de grond. De arme donder wist zich geen houding te geven, maar was godenzijdank wél in staat (zij het piepend en krakend) om zelf zijn kunsttanden op te rapen. Voor geen goud zou ik, ook niet met minimaal 3 latex handschoenen over elkaar, die bijters opgeraapt hebben. Ook ik heb zo mijn grenzen, en andermans vers uitgespauwde tanden gaan extreem ver de grens over. Blijf ik af. Ik meldde nog wel even, dat het in het kader van zijn gezondheid erg raadzaam zou zijn om de rest van zijn reis die tanden niet meer in zijn mond te schuiven. Je wil niet weten wat er dagelijks aan internationale schoenzolen over die vloer zijn geweest, en in welke internationale smeerzooi die zolen zijn geweest. Ze zullen per ongeluk maar in een rochel van Trump of zijn walgelijke billenmaat Musk zijn gaan staan.

Als ik met de trein ga, stap ik eerst op mijn inmiddels 3 jaar oude verjaardagskadootje: mijn vouwfietsje. Dat dingetje heeft een aantal kilometers dienst gedaan tussen P30 en het Tenderplein. Maar toen ik naar P40 ging om mijn auto te parkeren, vond ik dat serieus te ver fietsen, en besloot ik Transdev te vereren met mijn frequente gebruik. Dus stond het vouwfietsje werkeloos in de schuur. Niks te lijden.
Maar omdat lopen naar het station echt te ver is om comfortabel te zijn, en de auto meer reistijd oplevert dan simpelweg de fiets te pakken, heeft mijn fietsje sinds december een nagenoeg full-time baan.
En omdat de kilometers hard oplopen (1300 meter enkele reis, berg op en berg af) is de slijtageslag niet meer te overzien.
Die rubberen fliepertjes die eerst aan de nieuwe bandjes zaten, zijn inmiddels al lang en breed verdwenen, de voorrem krijst als een mager speenvarken dat levend aan het spit wordt geprikt, de achterrem heeft steeds meer druk nodig voor er een remactie plaats vindt die enigszins behulpzaam is, en de versnellingen willen wel, maar kunnen niet. Dat wil zeggen: 1 tot en met 3 willen best, maar zijn voor mijn route nagenoeg onbruikbaar, 4-6 is als een oude LandRover waar je mee probeert te schakelen: op hoop van zege.
Kortom: hoogste tijd voor eens wat onderhoud. Volgens mijn beste helft, had ik daarbij twee opties:
1) de waanzinnig dure fietsenmaker waar zij haar fiets kocht, en in onderhoud heeft. Maar dat gaat om een heel erg fancy fiets. Niet om een "simpele" vouwfiets.
2) De dagbesteding hier in de wijk. Klein, onooglijk tentje, waar mensen die dagbesteding nodig hebben, fietsen repareren en andersoortige zaken doen waar ze niet minder van worden. Die zou goedkoper zijn.
Gekozen voor die laatste. Ik ging er op de bonnefooi naartoe en toen ik aanbelde, kreeg ik na een paar seconden de deur net niet in mijn smoel geslagen toen ze open kwamen doen. Allemaal heel vriendelijk. Mijn wensen werden opgeschreven, en ik zou wel een berichtje krijgen wanneer het klaar was.
Dat kreeg ik. Dezelfde dag nog. De prijs.... Als de kwaliteit net zo groot is als de prijs klein, ga ik er vaker heen.
Want de voorrem krijst niet meer, de achterrem remt weer zoals de fabriek het bedoelde en de versnellingen doen weer wat ze moeten doen.

En dat waren mijn 5 vrije dagen. Op naar een werkzaam weekend. Ik wens eenieder een alleraardigste toe.





vrijdag 7 februari 2025

Onder spanning.

 Inmiddels 9 jaar geleden voegden wij ons bij het clubje van bevoorrechte lieden die een huis kon kopen.
En zeker in de tegenwoordige tijd, is dat geen vanzelfsprekendheid. Met de prijsstijgingen van de laatste jaren is het bij verjaardagsborrels niet eens meer interessant om over de 1,5 tot 2 ton waardevermeerdering te praten. Niet in het minst omdat je er niks aan hebt. Voor die waardestijging koop ik alsnog niet gek veel meer dan een camper zonder wielen, dus voorlopig zitten we goed.
Ons huisje heeft op zich best wel wat gekkigheidjes, door vorige eigenaren voor ons achter gelaten.
Een van die zaken betreft de elektra, iets waar we toch met enige regelmaat mee geconfronteerd worden.
Zo vond de vorige eigenaar een enkel telefoondraadje naar boven, om daarmee zowel zijn wasdroger als wasmachine mee te koppelen, meer dan voldoende.
Dat leidde bij ons bijna tot vurige hitte.
Oplossen dan maar.
Toen wilden we een nieuwe keuken. Bleek de groepenkast één grote bende van niet bij elkaar passende zaken te zijn. Onoverzichtelijk, en totaal onlogisch ingedeeld.
Oplossen dan maar.
Dat lijkt te werken.
Maar dan zijn we er nog niet.
Diverse zaken als lampen (zowel buiten als binnen) geven het op, om de meest uiteenlopende redenen.
Ik overdrijf een klein beetje als ik stel dat onze vaste elektricien inmiddels tot de kring der intimi behoort.
Onze badkamer was de laatste ontdekking in de rij van vele verrassingen.
We wilden er namelijk een stopcontact, want om de een of andere reden was die er niet in de badkamer.
Omdat onze elektriciën (vanaf nu EIEO) enorm druk is, zelf maar geprobeerd om te kijken wat we konden verzinnen.
We hebben 2 lampen met twee knoppen in de badkamer. Fijn. Veel licht. Met je nog slaapdronken hersens gelijk een ochtendhumeur omdat je je doorgeslapen en/of doorgelopen kop wel erg helder in de spiegel op ziet doemen.
We wilden dus beide lampen op 1 schakelaar, met daarnaast een stopcontact. Ja, dat moet kunnen, volgens vriendjes die kennis van zaken hebben.
Maar hoe we ook zochten, we misten pertinent één blauwe draad. Gewoon niet te vinden.
EIEO maar om raad gevraagd. Ja, die was nog druk, maar als we dat goed vonden, zou hij tussendoor wel even snel kunnen komen, het klonk dan ook als een relatief klein klusje.
Dat tussendoor even snel, bleek veel rapper dan we dachten, en van de week stond hij voor de deur. We legden uit wat we wilden, en zonder veel woorden eraan vuil te maken, ging de man aan de slag.
Mooi dat ook hij de blauwe draad niet vinden kon. Hoe die ene lamp functioneerde, was hem volstrekt onduidelijk, maar die blauwe draad was zoek. Ja, hij was ergens, anders zou het heel donker zijn in de badkamer, maar hij was niet daar waar die zou moeten zijn, als je de regels van de logica zou volgen.
Uiteindelijk heeft de beste man dik 1,5 uur tussendoor staan zoeken naar de oplossing van de zoveelste elektrische kneuzen-puzzel van ons huis, en even leek het erop dat het eindresultaat bevredigend was.
Helaas, toen Ilse haar föhn wilde gebruiken in ons verse, nieuwe stopcontact, bleek er veel te kunnen. Maar niet dat. Bij het aanzetten van de föhn gingen de lampen ook aan, en bij het wisselen van hittestand op de föhn kon je de lampen dimmen.
Gelukkig is onze elektromeneer niet van gisteren, en kwam hij terug om de zaken nogmaals goed door te nemen. De puzzel bleek toch wat groter. Uiteindelijk besloten om een heel ander idee maar door te voeren. Wél een stopcontact, maar op een andere plaats. Ten slotte moet die badkamer toch ooit verbouwd worden, dus voor nu hoeft het ook nog geen überhippe optie te zijn.
Maar als ik er ooit achter kom welke kneus deze deuzige elektra ooit aan heeft gelegd, zet ik hem op een elektrische stoel, aangedreven door onze zonnepanelen, terwijl hij moet luisteren naar "baby shark".

Ik reis dus wel eens eerste klas. En niet omdat ik nu zo blasé ben dat ik me boven het volk verheven voel, maar vooral eigenlijk om niet al te zeer geconfronteerd te worden met mensen.
Je zou bijna zeggen dat ik introvert ben, maar dat is het niet eens. Ik vind de betrekkelijke rust gewoon lekker. Geen mensen die in grote drukte naast, op, aan of in me gaan zitten. Geen mensen die ondanks mijn (non)verbale afwezigheid toch tegen me gaan kakelen.
En dan (en dit met name in de intercities) het grotere zitcomfort van de stoelen. Ik vind het in mijn werkzame leven altijd erg fijn als ik gewaardeerd wordt, dus dan doe ik dat maar op deze manier. Van de werkgevers moet je niet al te veel verwachten, zo is mijn ervaring.
De eerste klas van de stoptreintjes, daar moet je niet teveel van verwachten. Er zijn twee merkjes: de ene, die het meeste rijdt tussen Schiphol en Almere, heeft een eerste klas die zich uitsluitend kenmerkt door een ander kleurtje op de bank. Want voor de rest is alles hetzelfde, en de zit is onbehoorlijk oncomfortabel.
Dan heb je een ander stoptreintje, waarbij het daadwerkelijk de moeite is om toch in eerste klas te zitten. Mijn bottige billen komen veel lekkerder tot zit in dat treintje. Fijn.
De goeie ouwe koploper (die al meegaat sinds ik nog maar een rondklotsend zaadcelletje was) heeft een mooie upgrade gehad, en die eerste klas is werkelijk prima. Zachte feautuils waarin ik lekker weg kan zakken en als ik niet oppas, Schiphol of Almere stomweg al soezend voorbij rij.
Maar ik schreef eerder al: er is dus een nieuwe trein aan het firmament. Niet zonder problemen, overigens, de deuren willen nogal eens muiten. Maar de eerste klas in die trein is niet minder dan fenomenaal te noemen. Breed, zacht, verstelbaar. Ik zou bijna mijn auto ervoor inruilen.
En ze hebben er verschillende soorten verlichting, zo leerde ik van de week.
Ik stapte in, zette me neer. Keek eens om me heen, genietend van het feit dat ik de enige was in die hele coupé.
En toen ik wat beter rondkeek, viel me op dat een deel van de verlichting rood was. Ik moest gniffelen. Rode leren feautuils, rode verlichting, het leek wel een hoerenkast op wielen.
De conducteur die mijn kaartje kwam knippen scannen, vroeg ik naar de achtergrond van die in mijn ogen toch wel curieuze keuze. Hij wist mij te vertellen dat elke "zone" zijn eigen kleur had.
Er was paars, dat was stilte-zone. Er was blauw, dat was de gewone zone. En er was rood. Dat was dan de "werk-zone". Mijn gegniffel ging over in een milde schater. Hoe verzin je het om een compleet rode coupé als "werk-zone" te betitelen. Of een werkzone een rode kleur te geven. Dat roept toch wat associaties op, zal ik maar zeggen.
Helaas was mijn werk-coupé gespeend van elke vrouwelijke vorm van bestaan, dus ik kon mijn associaties niet in de praktijk gebracht zien worden. (Uiteraard als toevallige passant, voor men denkt dat ik een of andere ordinaire hoerenloper ben).
De conducteur snapte niet echt wat ik zo grappig vond, en leek me eigenlijk ook wat te puriteins om verdere uitleg te geven. En dat op zich maakte het nog veel koddiger.
Ik stap volgende keer wél veel bewuster een "werkzone" van de NS binnen. Dat is zeker.

In de categorie Marnix' keukengepruts:
Ik had wel weer eens zin in een stoofpotje. En dan kun je nagenoeg alle kanten uit. Van Caraibisch (dank aan Jurino Ignacio, volg deze gozer, kan heel leuk vertellen hoe je de lekkerste (Antilliaanse) gerechten uit je pan tovert), naar oer-Hollands en alles ertussen of erbuiten.
Ik kwam niet zo lang geleden een Duits stoofpotje tegen, waar ik wel oren naar had, en dat ging gruwelijk mis.
Er is niks Duits meer aan, behalve de kartoffelen, die ik toch al over had, maar zelfs dat waren gewoon Opperdoezer aardappelen. Want voor de rest, is het eigenlijk een grote bende geworden.
Het begon er al mee dat ik het originele recept kwijt was geraakt, en dus in de winkel stond te bedenken wat er ook alweer in moest.
Uiteindelijk is dit het ingredienten-lijstje geworden:

Guanciale-blokjes (fout 1: dat is Italiaans, geen Duits).
1/2 Spaanse peper (fout 2, voordehand liggend).
700 gr Runderlappen.
2 uien
1 winterpeen
1 bol knoflook (volgens mij niet in het originele recept, en al helemaal geen bol)
2 eetlepels bloem
500 ml runderbouillon.
3-4 medium grote aardappelen. (Die stonden er wel op).
1 rode paprika (dit wordt link, zie latere uitleg).
1 gulle scheut azijn (wijn azijn, balsamico, ik had zelf kersenazijn uit Engeland, fout 3).

Oke, tot zover de ingredienten.
Ik begon met het op milde temperatuur los bakken van de guanciale blokjes. Laat het vet loskomen, en als de blokjes donkerbruin zijn, een kledder roomboter erbij.
Snij ondertussen de twee uien in grove halve ringen, en de tenen knoflook in stukjes. De halve (of hele als je van extreem pittig houdt) peper snij je in 2 of 4 stukken, en haal de zaden eruit.  Als de guanciale lekker donkerbruin is, schep je die uit de pan, en doe je de ui en de knoflook erin om goudbruin te fruiten, samen met de peper.
Dan ga je aan de slag met het vlees. Ik wat meer dan een ander, want ik ben niet zo van al die vetrandjes, dus die snij ik weg. Het vlees zelf in grove stukken, die je met de bloem een goeie "coating" geeft.
Als de ui en knoflook goed goud zijn, gooi je het vlees in de pan en dat laat je lekker bruin bakken.
Is het vlees lekker bruin aan het worden, mik je de bouillon erover en laat je het 3 kwartier lekker pruttelen.
(Dat krijgt in de pan een bruin-grijze kleur, die niet heel denderend aantrekkelijk is maar maak je geen zorgen, dat kan geen kwaad, het wordt vanzelf bruiner).
Ondertussen maak je je even kwaad op de wortel, want die moet in stukken, samen met de aardappel en de paprika.
Als het vlees 3 kwartier heeft staan sudderen, gooi je de wortel, aardappel en paprika erbij en laat je het nog lekker 3 kwartier op hetzelfde lage standje doorpruttelen.
Nu het gevaar: die rode, Spaanse peper, is misschien voor sommige mensen wat te heftig. En die kun je er dan uitvissen, als die zijn werk heeft gedaan. Maar dat moet je dan doen vóór je de paprika toevoegt, anders zou je ze misschien niet meer herkennen als zodanig. En loop je het risico dat je een hele hete hap achter je huig probeert te duwen, terwijl je eigenlijk een stukkie paprika verwachtte. Dit is dus allemaal redelijk optioneel.
Ja, en wat was nu precies het hele achterliggende plan met die azijn? Geen flauw benul. Ik las ooit ergens dat azijn gebruikt wordt om het vlees in draadjes uit elkaar te laten vallen. Dat was niet helemaal mijn opzet, maar ik heb het er maar gewoon doorheen gedaan, vlak nadat ik de bouillon toevoegde. En aangezien ik geen andere azijn in huis had dan schoonmaakazijn (leek me niet geschikt) of de Engelse kersenazijn, deed ik dat maar. Je zou het ook kunnen laten.
Oh, en die lekker bruin gebakken guanciale blokjes? Die heb ik samen met de aardappelen en wortels terug de pan in gedaan. Waarom niet? Gewoon maar kijken wat er gebeurt.
En, ADHD, Olé Olé, ik typte deze blog (deels) tijdens het koken, 3x raden: jawel, ik vergat de peper weg te halen, voor ik de paprika toevoegde.
Maar het eindresultaat mag er wezen: een smaakvolle prak.
Zomaar, gratis receptje voor de trouwe volger.

En dat geschreven hebbende, moet ik nog 3 dagen werken vooraleer mijn 5 dagen vrij weer beginnen. Daar heb ik nu echt eens goeie zin in.
Ik wens eenieder een grandioos weekend toe.









vrijdag 31 januari 2025

Al dan niet lichamelijke gekkigheid.

Toen Ilse en ik in een steeds grijzer wordend verleden besloten samen te gaan wonen, moest mijn toen al verregaand versleten bank vervangen worden voor wat anders.
Ik woonde in Tiel, en toen ik daar kwam wonen, was het verhuizen van de bank die ik had een vreselijke toer.
Door de voordeur kon niet, want die voordeur was te smal, het halletje erachter was nog smaller. Gelukkig had ik een paadje naast het huis ontdekt, waar die bank wél langs kon. (Dit overigens niet zonder het definitief molesteren van overwoekerend onkruid en legio vogelnesten die daarin waren gebouwd).
Een krappe 6- 12 maanden later, ik weet echt niet meer welk tijdsbestek dat had, mepte ik Ilse met een zak aardappelen tegen haar hoofd, secondes na- of voordat zij besloot bij mij in te trekken.
En een van de eerste dingen die we wilden, was een iets frissere bank. (Kon beslist geen kwaad, aangezien de bank vanuit een studentenhuis met de daaraan gekoppelde ranzigheid afkomstig was).
Dit leidde tot wat logistieke domheid. Zo besloten we eerst om de oude bank eruit te werken. Dat paadje naast het huis? Dat was inmiddels dusdanig dichtgegroeid dat alleen een Vergeltungswaffe 1 uit het 3e rijk daar een eind aan had kunnen maken.
We besloten overmoedig om met messen en zagen die bank een stevige kop kleiner te maken. Dat lukte. Dat lukte erg goed, zelfs.
Ilse vond via-via een vervangende, zo goed als nieuwe bank bij een vriendje van haar, en we gingen opgewekt op pad om het ding te bezitten, bekijken en bevoelen. En mee te nemen.
Daar aangekomen, zagen we al heel gauw, dat die bank op geen enkele wijze het huis in te krijgen was. Niet via de voordeur. Niet via dat paadje, waarschijnlijk ook niet als we wél aan een Vergeltungswaffe 1 of 2 van meneer Hitler hadden kunnen komen.
Kut...
Ouwe bank in 1000 stukjes, nieuwe bank niet binnen te hengelen.
Iemand meldde ons toen dat het op zich best gebruikelijk was om dan via de ramen te gaan, en dat een bedrijf in principe in staat zou moeten zijn een ruit eruit te halen, bank naar binnen en dan die ruit terug te plaatsen.
Daar had ik zo mijn twijfels bij. Het huis in Tiel stond dan wel op de nominatie om gesloopt te worden, was in deplorabele toestand, maar ik ging er vanuit dat het verwijderen van een raam tot alleen maar meer (administratieve) ellende zou leiden. In elk geval tot veel moeilijke vragen van betrokken instanties.
Onze zoektocht naar een nieuw bankstel leidde ons naar de Seats and Sofa's. Een typisch Amerikaans bedrijf. Verkoopt ééndagsvliegen. Herstel: ééndagsbanken, heel leuk, maar kwalitatief om te janken.
Na 2 maanden al volslagen doorgezakt. Maar die kon wél ons huisje binnen.
Uiteindelijk was de prijs daar ook naar. En die heeft het tot aan onze verhuizing via Rotterdam naar Almere volgehouden.
Uiteindelijk hebben we dat ding in Rotterdam achter gelaten. Ik geloof bij het stort, maar wellicht is er toen nog iemand voor gekomen, weet ik zo niet meer.
Daarna betrokken we onze huidige woning, en was het tijd voor een andere bank. De Ikea dan maar.
Zat de eerste jaren prima. Maar was erg krap. Ik vervloekte het ding vaak, omdat mijn meiden er prima op konden zitten, maar dan was er nauwelijks comfortabele plek voor mij omdat er ook altijd wel 1 of 2 katten lekker de warmte op kwamen zoeken.
En omdat de kussens ook al niet denderend comfortabel waren, besloten we om de ouderlijke schenking om te zetten in een echte 'grote-mensen-bank'.
De Ikea werd op zich wél in overweging genomen. Want ook daar verkopen ze 'grote-mensen-banken'.
Maar goed, dan geef je een klap meer geld uit, om alsnog thuis te komen met een bank van de Ikea. En ik blijf het een Zweedse boevenbende vinden, met toch een wat "studentikoze-huizen-uitstraling".
Dus togen we naar de winkel waar we ook onze eetkamer stoelen kochten. (Waar ik immens spijt van heb, vanwege die "fenomenaal geweldige" wieltjes, die je, als je minder dan extreem voorzichtig gaat zitten, tot ver in de voortuin lanceren). We kwamen, liepen door de opstelling van de showroom meermaals tegen de onhandig afgehangen lampen. We lieten ons er voorlichten, we mochten bevoelen, bekijken, bezitten. En we kochten een bank.
Zoéén met van die opklapbare hoofdsteunen voor extra zit-, en ligcomfort. Met meer plekken dan we nu hebben (waarover zometeen meer). En met een elektrisch verstelbare beensteun. In een stofje dat ons kon bekoren.
Uiteraard een miskoop, want het ding is groter dan we kwijt kunnen. Dat wil zeggen: als we de hele woonkamer grondig op de schop nemen, kunnen we hem kwijt. Anders wordt het struikelen over de bank of over meubels die anderszins in de weg staan.
Volgende keer toch beter meten, of een groter huis kopen. Of zo.

In de categorie walgelijke kort-pittige-kroketjes:
Het was een avond waarop we lekker bijtijds naar huis mochten, maar je raadt het al: never happened. Ergens een aanrijding, of we maar even via Utrecht om wilden reizen.
In Utrecht hadden we 6 minuten om naar het sprintertje aan de andere kant van het station te komen, en we belandden in een veel te korte, veel te volle trein.
Gelukkig, heb ik eerste klas geboekt, heb ik ten minste zitplaats, zo dacht ik. En dat klopte, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Die trein was stampvol. De conducteur had simpelweg geen ruimte om zijn rondje te doen. Zijn kniptang (een nieuwerwetse scanner) had misschien wel door elke reiziger doorgegeven kunnen worden, maar die zou waarschijnlijk door het voorraam van de trein alleen zijn achter gebleven ergens tussen Utrecht en Almere.
En zoals dat gaat: mensen wilden gewoon zitten. Om meer ruimte te maken voor alle nog binnenstromende passagiers. Dus ook in de eerste klas.
Ging allemaal goed, tot er een jongeman plaats wilde nemen naast een, -en ik kan dit op geen enkele andere wijze correct omschrijven- kortpittige fucking Gerda.
Nee, zij ging haar tas niet aan de kant halen, want ZIJ had voor eerste klas betaald, en hij niet.
Er ontstond een discussie over het feit of deze Gerda dan wel conductrice was, maar het mocht niet baten, zij ging haar tas niet verplaatsen.
Toen ik vroeg naar het eerste klas plaatsbewijs voor haar tas, bleef het stil. Dat wil zeggen: van haar kant, want zij was uitgeluld. De overige passagiers moesten lachen en ze bleef de hele reis de beschimpte pispaal. Even overwoog ik om op te staan, Gerda toe te snauwen dat ik wél een eersteklas kaartje had, en op haar tasje neer te ploffen met mijn (inmiddels nog maar) 86,5 kilo, maar een andere reiziger was me voor en liet de jongeman zitten. Dat was de verstandige keuze. Plus dat ik ergens ook nog wel een zekere trots heb om niet meer dan strikt noodzakelijk is, me met dergelijke Gerda's te bemoeien. Als ik het zelf was geweest, had ik geen seconde geaarzeld, en had ik haar tasje met alle vormen van plezier en dit niet gelimiteerd tot een paar extra intense ruften, onder mijn poezelige achterste vermorzeld.
Ik snap het argument wel: ik betaal ook graag een beetje extra om eerste klas rustig te zitten. Maar als er door allemaal omleidingen zo veel mensen in zo'n kleine trein moeten om thuis te komen, ben je toch wel een extreem inferieur en arrogant mormel als je je tasje weigert weg te halen omdat je GELOOFT (je bent ten slotte geen conducteur) dat iemand geen eerste klas kaartje heeft.
Kom op zeg. Wees geen kort-pittige-gerda, en hou gewoon je gemak.
Zondag erop dus maar gewoon weer eens met de auto. Omdat er sowieso al werkzaamheden zijn, waardoor er geen intercities rijden, en als er dan weer iets of iemand op het spoor belandt, ben ik weer de klos, terwijl ik zondag juist een wat vroegere dienst heb, en maandagochtend in alle godsvroegte mezelf weer mag melden in de bieb van Jente's school.

Ook ik ontkom er niet aan: af en toe vindt mijn lichaam het noodzakelijk om mij op wat minder subtiele wijze te laten weten dat er iets schort. Van de week was zo'n dag. Ik was al de hele ochtend wat gammel en weinig vooruit te branden.
Toch maar manmoedig besloten om met het fietsje naar het station en naar mijn werk te gaan. In de tweede trein begon het eigenlijk al: mijn maag en de daaronder gelegen ingewanden begonnen te borrelen. Te rommelen. Maar ik kon het doorslikken. Tegen de tijd echter dat ik bij de poort kwam, was er weinig meer te slikken. Duizelig, misselijk, beroerd. Winderig tot een level waarvan ik vreesde dat het niet alleen maar bij gebakken lucht zou blijven. 
Paar collega's van de ochtenddienst kwamen me tegemoet en voordat ze me begroetten, zeiden ze gelijk al dat ziek ziek is, en dat ik (zoals ik eruit zag) totaal niks te zoeken heb achter het stuur van een bus. (Of welk voertuig dan ook). En dat ik eigenlijk ook niks te zoeken had in de buurt van collega's, mocht ik besmettelijk zijn.
Kokhalzend gaf ik aan, dat ze eigenlijk ook wel gelijk hadden, en dat ik mijn meissie maar ging bellen om me op te halen. Ik zag het niet zo zitten om dan weer met de trein naar huis te moeten.
Maar goed, ik was bij de poort, dus vlak bij kantoor. Besloot me maar in real-life ziek te melden. Wel zo netjes.
Het was een hele toer om boven te komen. Ik klopte aan, en struikelde letterlijk van ellende door de deur het kantoortje der teamleiders in. De ene slaakte een hoge gil van schrik (ik kies er voor om te geloven dat ze gilde omdat ik zo onverwacht en lomp bijna op mijn gezicht stortte, en niet vanwege mijn grauwe, ellendige smoel) de ander zag al wel ongeveer wat er mis was en vroeg me of ik uberhaupt de poort nog wel zou halen. Wederom kokhalzend probeerde ik duidelijk te maken dat het me heel erg speet, maar dat het niet handig was om in die conditie passagiers te vervoeren. Dat snapten ze ergens wel. Het is voor de passagier natuurlijk geen porum als hij/zij/het (voor het eerst) op Schiphol komt, en wordt verwelkomd door een kokhalzende, kotsende en ruftende buschauffeur die van ellende niet weet waar hij het zoeken moet, en ogenschijnlijk niet capabel geacht kán worden om zonder veroorzaken van allerhande ellende een bus te besturen.
Thuis gekomen, heb ik eerst het toilet eens vereerd met een werkelijk adembenemend bezoekje en vervolgens als een dood vogeltje op de bank gehangen. Wat er nu zo vreselijk dwars zat, is me niet geheel duidelijk, maar een dag later was het er voor het grootste deel wel uit.
Gelukkig had ik nog een paar dagen vrij om mijn lijf een beetje bij te laten komen van deze al te enthousiaste uiting van ellende.

Goed, dit alles maar weer getikt te hebben, wens u allen een net zo fijn vrij weekend als het mijne niet vrij is.






vrijdag 24 januari 2025

Shenannigans deeltje veel.

 Een jaar of 5 geleden, tijdens een bezoekje aan het door mij zo geliefde Isle of Wight, kon ik wel een nieuwe winterjas gebruiken. De vorige was ook al weer een jaar of 5 oud, sleets en niet meer lekker warm. Mijn vader, geld-bewust, bracht me naar een tent met de welluidende naam "Matalan".  En voor wat ik er van mee kreeg, leek het me op een soort van kruising van de Wibra, de Zeeman en de Primark. Maar ik vond er wat ik zocht: een lekkere, comfortabele, dikke en warme winterjas. Of die heel hip was, waag ik te betwijfelen, het ding was 2 kleuren bruin, en merkloos, maar dat maakte me allemaal geen flikker uit. Ik was de koning te rijk met mijn fijne, gevoerde en warme jas.
De afgelopen 5 jaar heeft die jas mij in winters warm en droog gehouden en comfortabel om mijn romig ronde lijf gezeten.
Tot ik de afgelopen tijd begon te merken dat het warme er wel een beetje af ging. De voering werd dunner, de jas sleetser. En als het zo was dat hij me warm bleef houden, zou het plaatje me de pis niet lauw maken. Maar helaas. Ik kreeg het steeds kouder in een jas die me voorheen bij veel lagere temperaturen juist wel lekker warm hield.
Tijd voor een nieuwe jas.
Ik heb Zalando bekeken. Bol, en nog wat van die webwinkels. Maar ik vond niet wat ik zocht. En als ik al wat vond, kon ik niet helemaal uitmaken of het ook in de praktijk zou bieden wat ik wilde.
Uiteindelijk Ilse en Jente meegetroond, want ik wilde dan wel naar Bataviastad. Want daar kun je nog wel eens voordelig een lekkere warme jas kopen.
Als eerste liep ik tegen een heerlijk ogende jas aan, in een fel donker gele kleur. Val je wel mee op, want je loopt erbij als een uitgedijde pisvlek. Hij viel veeeeeel te groot. Helaas. Zelfs ik zag, dat dat los van de kleur, geen kijk was. Het zag er wel hoogst komisch uit, ik stond mezelf in de pas-ruimte hartelijk uit te lachen.
Als tweede liepen we een winkel in, waar ik geen fijne jassen zag, voor prijzen waar ik eerst een hypotheek voor op mijn lever zou moeten nemen.
En bovendien waren ze niet helemaal naar mijn wens.
We eindigden in een soort van pop-up winkel van het merk Timberland. (Nooit van gehoord, maar navraag leerde me dat het een goed bekend staand merk is).
Ik kocht er voor 60 ekkies een werkelijk heerlijk gevoerde jas, met capuchon. (In mijn zoektocht leerde ik een nieuwe marketing-term kennen: puffer. Dat puffer slaat dan niet op die inhalator die astma-patienten gebruiken, en verwijst ook niet naar de vissoort, maar op het feit dat een jas lekker dik gevoerd is. Het moet een naam hebben, als het niet per se in het Nederlands mag). 
De jas van mijn keuze is uitgevoerd in een soort van goudgele kleur met zwart. En een rits die ik niet dicht krijg zonder eerst een error in mijn hoofd te krijgen. Het runnertje van die rits zit namelijk aan de verkeerde kant, waardoor ik het oprecht niet voor elkaar krijg om die rits soepel te sluiten. Wat dat betreft ben ik dus blijkbaar absoluut linkshandig.
Je moet namelijk het eindstukje van de rits in het runnertje schuiven, en bij al mijn jassen zit dat runnertje links. Prima. Lekker makkelijk en logisch. Bij mijn nieuwe jas zit dat rechts, en dat leverde een enorme foutmelding op in mijn hoofd. Ik was er van overtuigd dat ik op de dames afdeling was beland, maar het meisje van die winkel wist me te vertellen dat dit merk er ineens voor had gekozen om ritsen te gebruiken met het runnertje aan de andere kant. Waarom ze deze pesterij deden, was haar ook niet bekend, maar blijkbaar was dat de keerzijde van de medaille die "goedkope, comfortabele, warme, mooie jas" heet.
Eenmaal thuis gekomen, moest ik nog even boodschappen halen, deed mijn nieuwe jas aan, en kreeg het niet voor elkaar om het ding dicht te ritsen. Laat maar. Ik heb een warme auto.
Nooit eerder in mijn leven dat ik als goed voornemen heb om te oefenen met het sluiten van een rits. Het kan verkeren.

Ik sta niet echt bij uitstek bekend om mijn extatische, "outgoing" karakter. Ik kan uitvliegers van puur enthousiasme of gekkigheid hebben, maar over het algemeen beschouw ik mezelf als redelijk -"re-de-lijk"- evenwichtig.
Dus als ik eens een uitbarsting heb van welke emotie of aard dan ook, kan dat best eens indrukwekkend overkomen.
Het was een heel erg kalme vlucht, waarbij ik enkele minuten voordat mijn afhandelingsdeel begon al gelijk de fout beging om de gate voorbij te rijden. Normaal niet zo heel erg, maar nu, met alle wegomleggingen op het platform, toch wel onhandig, want volgens de letteren der platformwet zou ik dus eerst helemaal om de B-pier heen moeten rijden, terug langs de gate waar ik had moeten wezen, helemaal naar de C-pier, om daar weer te draaien en terug te rijden. Dat leek me, gezien het feit dat ik mijn gate maar met 3 meter voorbij was gereden, een heel klein beetje overdreven, dus ik besloot om toch maar iets onorthodoxer te werk te gaan.
Dat leverde me waarschijnlijk tot in de nek opgetrokken wenkbrauwen op van de collega die nietsvermoedend achter me stond, maar in elk geval geen onnodige wachttijden voor de passagiers.
Die passagiers kwamen uiteindelijk als een roedeltje stille schapen mijn bus in. Ik kreeg het seintje en vertrok. Wat waren die mensen stil.... Geen geluidje. Normaal is er altijd wel wat geroezemoes. En anders wordt er wel het een en ander aan (on)nodige communicatie over het porto-kanaal geslingerd.
Het was heerlijk stil. Uniek stil. Ik vergat gewoon zowat dat ik mensen achter me had.
En dat zou niet heel erg lang duren...
Ergens gedurende die rit, voelde ik hem komen. Vanuit mijn tenen. Langzaam, doch heel erg zeker, kriebelde hij omhoog.
Een nies.
En het was er een voor in de boeken. Vanuit mijn tenen op vol vermogen, niets ontziend: WHATCHAAAAAAHAAAA!!!!!!!!
De voorruit puilde uit van de luchtverplaatsing en achter me hoorde ik 2 gilletjes van schrik, van twee van mijn paxen. Maar voor ik me kon realiseren dat ik inderdaad passagiers aan boord had, kwamen er nog twee van die werkelijk spectaculaire niezen uit. Alsof de god van de donder sprak via mijn neus.
Achter me hoorde ik gegrinnik, en een bedeesd met een van schrik pieperig stemmetje: "bless you, feeling better now?"
En zie dan nog maar eens niet schutterig uit te stappen, terwijl je je realiseert dat je bijna twee passagiers een hartverzakking van schrik hebt geniest.

Maar denk nu niet dat ik verkouden ben. Want dat is dus niet zo. Heel gek, maar sinds ik dagelijks op mijn fietsje door weer en wind (ik heb het eigenlijk tot nu toe bijna altijd toevallig zo uit weten te kienen dat ik nog geen doorwekende regenbuien op mijn kop heb gehad tijdens dat fietsen) naar het station ga, ben ik dus nog niet verkouden geweest.
Ik klop wat halfhartig af, maar serieus. Misschien fiets ik wel zo hard dat de bacillen me niet bij kunnen houden. Of heb ik het intense geluk dat alle besmettelijke lieden gewoon niet naast me willen zitten in die trein.
Want verder denk ik dat ik, nu ik de 44 nader, een soort van mensen magneet aan het worden ben.
Jan, Alleman en zijn ouwe moer komt naar me toe om te vragen waar welke trein gaat en of die ook in Schubbekutteveen stopt.
Mijn borstelige pornobezem is schijnbaar niet afstotend en mijn 'resting bitch-face' (waar ik nog niet zo lang geleden van beticht werd) is blijkbaar alleen voor degene die me daarvan betichtte een ding, want zelfs als ik non-verbaal duidelijk maak dat ik 'uit' sta, krijg ik mensen naar me toe met de meest ingewikkelde vragen.
Let wel: ik heb daar geen bezwaren tegen. De wereld is al zo'n kloteplaats aan het worden, en ik schiet er niks mee op om mensen weg te blaffen. Beter kan ik iemand vriendelijk op weg helpen, maar aangezien ik niet bij de NS werk, is mijn antwoord even waardevol als de ontbrekende kennis van de vragensteller. En zulks meld ik dan ook altijd. Blijkbaar lijken die pakjes op elkaar of zo. En ach, die dienstverlenende instelling zit er ook best wel in, na bijna 7 jaar als buschauffeur gewerkt te hebben. Of ik maak eens een grapje. Ook altijd leuk.
Heel soms trakteer ik mezelf dan ook op een eerste klas ritje. Ik heb dan wat meer ruimte. Zeker in de intercity kan zelfs ik, met mijn volronde lijf, me oprollen in de stoel en doen alsof ik dood ben. In elk geval niet benaderbaar. Want na een dienst van 9 uur, waarbij ik gemiddeld 600 mensen met hun gekrakeel heb vervoerd, mijn pauze heb moeten doorbrengen met lieve lieden, die wél allemaal het hoogste woord willen hebben (mijn collega's zijn lief verder hoor, maar de pauze ruimte is schokkend veel te klein, voorzien van veel te weinig stoelen en veel te gehorig), ben ik ook wel een beetje klaar. Dan mag ik 'uit' staan.
De meneer die naast me plofte (het was helaas wat drukker, maar eerlijk gezegd niet zó druk dat er geen andere plek meer was), leek niet bepaald onder de indruk te zijn van mijn tot dan toe en naar mijn mening uitstekend gecultiveerde non-verbale 'uit-stand'.
Hij had gezien dat ik op Schiphol werkte, en wat ik daar dan wel niet deed.
"Chauffeur".
"Op zo'n karretje?"
"Ja, op zo'n karretje"
Ik trok mijn pet nog wat dieper over mijn snuit, dook dieper weg in mijn jas, maar de meneer begon een heel exposé over Schiphol en zijn vakantie.
Het zal allemaal vast super interessant zijn, en spannend en zo, maar mijn korte, beleefde antwoorden in combinatie met het feit dat ik non-verbaal heel duidelijk maakte dat ik moe was, en geen zin meer had in communicatie, maakte voor meneer niks uit. Hij bleef maar doorratelen.
Sorry. Ik ben best bereid om iemand vriendelijk te woord te staan, maar na een lange werkdag wil ik ook gewoon rust en even niemand. Dat is absoluut het nadeel van een trein. Ik ben maar opgestaan, heb de man een goede avond gewenst en ben elders gaan zitten.
Je zou kunnen zeggen dat dat onbeleefd is: ik vind het aangeven van juist dat soort grenzen goed. Je kunt niet altijd 100% aanstaan. En als je bewust 'uit' staat, kun je dus op het moment dat je 'aan' staat, beter om gaan met alle menselijke wissewasjes.
Ik voel me dus niet echt schuldig.

Het waren weer behoorlijk wat wissewasjes, en dat voor een normale, doordeweekse week.
Dit geschreven hebbende, begint uw weekend. Ik wens u een fijne toe.







donderdag 16 januari 2025

Kluchtjes.

 Het reizen met de trein begint me steeds beter te bevallen. Niet in de laatste plaats omdat ik minder geld via de benzinetank zie verdampen, maar ook omdat er verder van mij niks wordt verwacht. Ik val als een zak zout in een van de stoelen, en zonder veel plichtplegingen laat ik de boel de boel tot ik mijn eindbestemming bereik.
Ik hoef me maar basaal als normaal mens te gedragen, en dat is meer dan voldoende.
En als het zo voorkomt, heb ik best aardige interacties met de medemens. Zoals bijvoorbeeld het triootje aan Oost- Europeanen die mij in zeer gebrekkig, en naar exorbitante hoeveelheden genuttigde alcohol geurend Engels vroegen hoe ze in Zwolle moesten komen. Ik probeerde hun benevelde breinen duidelijk te maken dat ze dan de volgende trein moesten hebben, en daarop volgde een met veel "KURWA" doorspekt gekoeterwaal onderling. Ze waren het duidelijk oneens met ofwel mijn uitleg, ofwel degene die het woord voerde jegens mij, kreeg op zijn flikker omdat hij klaarblijkelijk iets niet goed duidelijk wist te maken. Degene van het trio die het minste Engels kon, bleek wél in staat om het woord Zeewolde uit zijn ook al naar alcohol geurende strot te krijgen. Maar aangezien er geen NS op mijn jas staat en geen Keolis, kon ik daar écht geen antwoord op geven. Ik moest wel in mezelf grinniken. Had ik die gozers KURWA-nog-an-toe bijna naar de andere kant van het land gestuurd.

Uiteraard moet dat druk bezette spoor met grote regelmaat onderhouden worden, en dan zijn er ineens werkzaamheden. Minder treinen. Kortere treinen. Grotere drukte.
Mijn eerste reactie: op blasfemische wijze mijn bankrekening checken om te kijken of het zinnig en haalbaar was om de heilige koe aan het werk te zetten. Mijn tweede reactie: jamaar, ze betalen voldoende voor OV, niet voor de auto, jammer dan. Ik kom met OV, en als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.
En in mijn gedachten zag ik mezelf al hutjemutje opgepropt 52 minuten lang staan afzien in het enige treintje dat nog rijdt: het boemeltje. Daar had ik eerlijk gezegd ook weinig zin in. De NS-app maar eens aan een nadere inspectie onderwerpen. Verhip: ik kan mijn abonnement tijdelijk ophogen naar de eerste klas. Dan heb ik iets meer mogelijkheden om mijn bolronde lichaam in vegetatieve toestand op een stoel te vleien. En kost me alsnog minder dan de auto, zeker als ik dat doe tijdens dit soort werkzaamheden.
Zo gezegd, zo gedaan.
En het was allemaal behoorlijk prima. Hoewel het comfortverschil in die boemeltjes tussen eerste en tweede klas, beperkt blijft tot de kleur van het verder keiharde interieur. Ik kan in elk geval min of meer ongestoord zitten. Het comfortverschil bij de intercities is veel groter.
De eerste conducteur die mijn kaartje kwam "knippen", meldde me dat zijn dank voor mijn toestemming in dezen heel erg groot was.
Waarop ik hem zonder verder nadenken vroeg om dat eens te laten zien.
Verbluft keek de man me aan, hapte een paar keer naar adem. Wilde iets zeggen, maar wist niet zo goed wat. "Verdomd, daar heb je me. Ik zou het niet weten". En toen schoot hij in een bulderende lach, die tot de laatste wagon hoorbaar was.
Een andere conducteur vroeg me of ik op Schiphol werkte. Hij herkende mijn pas, want hij had er zelf ook gewerkt, op allemaal verschillende plekken. En zo ontstond er een leuk gesprek over het wel en wee op airside, bij de NS, en hij vond dat ik ook maar bij de NS moest solliciteren. Iets wat wél in mijn hoofd is blijven zitten, voor als ik weer eens wat anders wil.
Het was een zondag. Ik had de laatste sprinter naar Almere. Stapte helemaal achterin de trein, want daar was de eerste klas. Ik groette de daar zittende conducteurs (blijkbaar onderweg naar huis) en plofte neer om lekker 52 minuten kansarm voor me uit te staren.
Die conducteurs zagen eruit alsof ze geen enkele moeite zouden hebben om ongemanierde passagiers stomweg op te vreten als ze het in hun hoofd haalden om onrust te stoken in "hun" trein.
Ze waren ook geanimeerd aan het praten over hun trainingen bij een vechtsportschool. Veel details ontgingen me verder want ik zakte weg in een staat van apathie. Ten slotte is van alle mogelijkheden die sprinter mijn minst favoriete.
Totdat ik mij bij stationnetje Amsterdam Zuid ineens realiseerde dat ik niet had ingechecked.
Welke gek checked er nu niet in?
Welke gek reist er zwart, om vervolgens wel heel brutaal in dezelfde coupe te gaan zitten als 3 potige conducteurs? Dat is wel een serieuze uiting van de brutalen die meer dan de halve wereld denken te mogen hebben.
En hoe moet dat dan bij mijn stationnetje? Als ik niet ben ingechecked, gaan die poortjes niet open. En ondanks mijn stoere verschijning: over die poortjes heen klauteren, zie ik mezelf echt niet zonder dodelijke gevolgen (voor mezelf of voor omstanders) doen.
Fuck, wat nu?
Oke, ik ben een grote kerel, laat ik die conducteurs maar eens aanspreken en gewoon eerlijk mijn stommiteit melden. Misschien dat ze me uit medelijden laten leven.
Ze maakten er echter geen enkel punt van, sterker nog: ze gaven me te kennen dat "we" op Weesp mijn probleempje wel even zouden verhelpen.
Want op Weesp hebben we 10 minuten wachttijd, en daar zou het allemaal wel goed komen.
Hóe "we" mijn probleempje op zouden lossen, bleef in het ongewisse, en eventjes was ik bang dat ze me voor straf onder de trein zouden proppen, me op zouden sluiten in het toiletje tot de ME zou komen om me af te voeren, of dat ik als boxbal zou fungeren voor hun dagelijkse krachttraining, maar niks van dat al.
Een van de drie liep met me mee naar het poortje, liet me uit, om me vervolgens volgens de regelen der kunst weer in te laten checken zodat ik weer (en nu legaal) met de trein mee naar Almere Parkwijk kon, om aldaar geen dodelijk mislukkende toeren uit te hoeven halen om bij mijn fietsje te komen. 
De conducteur die me hielp, vertelde me dat mensen meestal gewoon strak achter elkaar dat poortje doorlopen, en op zich, als je serieël zwartrijder bent, zal dat vast een puik plan zijn. Maar mijn soort geluk kennende, zou er dan 1 bloedmooie, jonge vrouw uitstappen, waar ik dan strak achteraan dat poortje door moet limboën. Dat is dan ook meer dan voldoende om zo'n kind ptss voor het leven te geven.

Als er een reiziger onwel wordt, of anderzins onheil over zichzelf uitgestort krijgt, staan wij machteloos. We zijn geen medici, we zijn chauffeurs. Niet opgeleid om mensen op te kalefateren. Als er zulks gebeurt, moeten we de nooddienst bellen, indien nodig.
Verder kunnen we niks, en om aansprakelijkheid verder uit te sluiten, mogen we weinig tot niks. Ja, hulp inroepen. En eventueel geruststellend koeren tegen het slachtoffer.
Bij één van de ritten, riep iemand het onheil over zichzelf af, door gemakshalve de laatste 2 trappen over te willen slaan. Niet verstandig. Diegene ging plat, maar dan ook echt pijnlijk plat op het gezicht.
Ik stond achter mijn collega, als tweede bus, en we stonden wat te kletsen en te geinen toen we dit zagen gebeuren.
We waren beiden wat geschrokken door alle consternatie, maar voor het helemaal tot leven kwam, vluchtte de gevallene diep de bus in, en was alles weer normaal.
Goed, little harm, no foul. En we gingen door met kletsen en geinen. (Ik zei nog tegen mijn collega dat als ik nog tanden zou vinden, ik hem wel zou oproepen).
Op dat moment stapte er een blijkbaar moreel zeer gewichtige meneer uit, die ons de les begon te lezen over het feit dat we "niks" deden. Alleen maar kletsen en lachen.
Meneer stapte uit, met zijn telefoon en begon foto's te maken van de plek des onheils, ons voortdurend de maat nemend over "iets" dat we in zijn ogen hadden moeten doen. Mijn collega vroeg wat de man bedoelde, maar blijkbaar was die taalmatig toch wat beperkt, want meer dan dat we "iets" hadden moeten doen, wist hij niet te zeggen. Ook niet wat dat "iets" in zijn ogen dan had moeten zijn.
Vreemd, want toen de passagier in kwestie haar tanden onzacht in aanraking liet komen met de betonnen tegels, kwam die meneer de bus niet uit. Stak hij zelf ook geen poot uit om wél "iets" te doen, dat dan blijkbaar in zijn ogen had moeten gebeuren. Ik vond het eerlijk gezegd een hypocriete zak, met zijn morele gewichtigheid, zonder zelf een poot uit te steken.
Als iemand niet opstaat na zo'n val, of er een enorm drama ontstaat, tuurlijk, dan helpen we. Maar als het slachtoffer gelijk opstaat, en doorgaat alsof er niks gebeurde, moeten wij het dan beter weten? We zijn geen artsen. Wij kunnen en mogen ook op geen enkele manier mensen ongezond verklaren of dood verklaren, als ze dat niet zijn. Maar neem mij niet de maat, als je zelf niet veel verder komt dan niks doen en fotootjes willen maken. Dan ben je gewoon een zak aardappelen in hypocriete-mensengedaante.

Het was een wat rafelig figuur. En hij stapte als allerlaatste uit het toestel. Tree voor tree kwam hij naar beneden. Gelukkig was het nog net niet aan het vriezen, maar als hij nog langzamer was geweest, was hij terug in de tijd gegaan.
Maar goed, er stonden maar 40 mensen in die bus te kleumen, en mijn einde dienst was nog lang niet in zicht, dus wie ben ik.
De beste man had ook beslist geen haast toen hij stapje voor stapje naar de voordeur kloste. Het was duidelijk: iedereen moest maar wachten op deze smoezelige baas.
Ik liep achter hem aan, om plaats te nemen achter mijn stuur, en maakte de opstap mijn bus in.
Dat was het moment dat meneer Rafel zich vliegensvlug (hij kon dus blijkbaar wél snel bewegen, alleen niet om de juiste redenen) omdraaide, telefoon paraat om nog snel een kiekje te maken van het toestel waarmee hij net geland was.
Maar ja. Ik stond inmiddels al pal achter hem.
Waardoor hij een spectaculaire foto nam van mijn neusharen in een werkelijk adembenemende close-up.
Ik kon er wel om lachen. Of hij dat ook kon, weet ik niet. Ik moest achter mijn stuur, en daartoe dwong ik hem als het ware verder van de opening dan handig is voor het nemen van een foto.
Bam, deuren dicht en rijden maar.
Het had lang genoeg geduurd, die mensen willen allemaal vast niet langer hoeven wachten dan strikt noodzakelijk. En die noodzaak was er vanaf begin al niet.
Sommige mensen....

De reiziger die ik aansprak omdat hij geen aanstalten maakte om mijn bus in te stappen richting terminal, zei me dat hij op zijn vrouw wachtte. Hij mocht van mij kiezen: terug omhoog het toestel in, of in de bus mee naar de terminal en daar wachten op zijn vrouw die met de 2e of 3e bus mee zou komen. In het donker, in donkere kleding op het platform staan wachten, is een ongeluk dat wacht om te gebeuren.
Hij struikelde bijna in zijn haast om die bus in te komen. Ik vraag me dan toch af of zijn vrouw nu echt zo erg was...


Ik ben toch niet gek???
Ik moest een paar maanden geleden op stel en sprong mijn Samsung Flip vervangen. Superhandig, een opvouwbare smartphone, jammer dat die na 1 jaar al zo dood was als een lijk. Mijn oude telefoon had ik gelukkig niet weggegooid, maar die was ergens in de stoffige krochten van onder ons bed beland.
Het was zeker niet behelpen, hoor, met die ouwe, trouwe koelkast. Alleen moest ik wel met 2 powerbanks slepen omdat die batterij na jaren van gebruik gewoon zo gaar was als een verkoolde biefstuk. Plus erbij dat ik gewend was aan dat kleine, opvouwbare wondertje der communicatie, dus die enorme telefoon was al niet te verslepen zo onhandig, koppel er een powerbank aan, en je loopt de rest van de dag zo krom als een hoepel.
Tijd voor een nieuwe.
Om 1000 uur meldde ik me bij de plaatselijke Media Markt, alwaar muzak luider klonk dan de motor van een vertrekkende Embraer E175. Het was verschrikkelijk gewoon. Geen seconde stilte, geen seconde rust. Alles wat aan kon, maakte geluid. En een licht waar je ogen scheel van worden. Een paar keer gesmeekt of iemand me alsjeblieft snel een telefoon wilde verkopen, maar tevergeefs.
Ik stond er 5 minuten te wachten, dat werden er 10 en bij 15 minuten was ik er klaar mee. Herrie muziek, te veel prikkels, te veel mensen maar te weinig mensen die me daadwerkelijk een telefoon wilden verkopen. Compleet overvoerd met allemaal ellende, waar geen telefoon bij zat, vertrok ik. Je kunt jezelf maar enthousiast kwakend de markt uit prijzen. Op naar CoolBlue. Daar was het rustig. Ik mocht een nummertje trekken, en dat voorzien van mijn naam. In wezen onnodig, want nog voor ik me van dat apparaat af kon draaien, werd ik geholpen door een vriendelijke jongeman die werkelijk de tijd voor me nam. Zijn benen onder zich vandaan liep voor me, en ook zo eerlijk was om me naar een ander te sturen voor een bepaald hoesje. Oh, en de telefoon was er 20 euro goedkoper dan bij die schreeuwlelijkerds van de MediaMarkt. Krijg ik die korting vanwege deze lofbetuiging? Nee! Ik vind dat mensen best mogen zeuren. Maar ik vind ook dat een compliment of een positieve reactie of recensie net zo vanzelfsprekend moet wezen.
Maar dat even geheel terzijde:
Weet u nog? Vloekend en tierend een telefoon instellen? Ilse woest omdat ik woest ben, Jente sidderend onder de bank, rologend om mijn onvermogen en Colette blazend achter de wc-pot? Marnix heeft een andere telefoon, de rest van het huishouden wordt beloond met 10 dagen korter leven van alle stress die ik ze bezorg?
En dat dus 2x in 3 maanden tijd.
NIET DUS! HA!!!! Fooled Y'ALL!!!!
Het ging (en dit kan mijn beste helft bevestigen, al dan niet op straffe van een zeer ongewisse toekomst) heel vreedzaam. Genoeglijk. Bijna makkelijk. Met uitzondering van een paar apps die begonnen te melkmutsen over passwords en wat andere ongein, waar ik maar zeer beperkt op mopperde, ging het van een leien dakkie.
Mijn nieuwe telefoon is overigens niks fancy, hip of """Flagship""". Het is een van de goedkopere telefoons die ik vinden kon. Collega J. raadde me deze aan omdat de prijs acceptabel was, het ding een betere camera heeft dan wat ik had en de batterij beter is dan die van de vorige twee """Flagships""" uit de Samsung-stal.

Een voetbalclub in Rhenen wilde iets speciaals: een parachutist die op hun veldje zou landen. Zo zie je maar: sport komt niks tekort. Moet je als plaatselijke muziekvereniging eens willen. Dan loopt Jan en Alleman te mekkeren dat er zoveel subsidie verstookt wordt. Maar goed, dat vergelijk zal ik niet teveel uitdiepen.
Wat ik dan wél heel hilarisch vind: de parachutist landde niet op het voetbalveldje, maar in het Bonobo-verblijf van de naastgelegen dierentuin. Helaas voor ons, waren de apen binnen, want Bonobo's staan bekend om hun nogal buitennissige fysieke eigenaardigheidjes.
Ik vraag me dan af hoe een bedrijf dat zulke stunts verkoopt, dát aan hun verzekeringsmaatschappij uit gaat leggen. En hoe zouden de krantenkoppen eruit hebben gezien? "PARACHUTIST VERKRACHT EN VERMOORD DOOR MENIGTE WOEDENDE BONOBO'S!"
Of zo.
Een paar meter naar links, en hij was op de rug van een olifant terecht gekomen. Die zou daar waarschijnlijk ook met zekere afkeuring op gereageerd hebben, een paar meter naar rechts, en hij was als die kip die zonder enige doodsangst voorbij een vestiging van Kentucky Fried Chicken marcheert. Want daar zitten de leeuwen.
Ook dat lijkt me iets dat extreem lastig uit te leggen is aan verzekeringsmaatschappijen. Maar legendarisch was de beste man er wel mee geworden. Hij stond in elk geval goed voor aapoals
Misschien maar goed dat een plaatselijke fanfare voor dat soort fratsen geen geld heeft. Zul je net zien dat de snuiter die aan zo'n doekje naar beneden komt, in de voor actie gereedstaande sousafoon landt. Dan heb je heel andere uitdagingen.

Met dit alles maar weer geschreven hebbende, begint morgen mijn weekend. Dat u allen maar een beste mag hebben.














"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer.  En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders.  Alles gaat anders, want...