donderdag 29 oktober 2026

Kladje

 De klad is erin gekomen. 
Na de onverkwikkelijke gebeurtenissen met betrekking tot "het nieuwe roosteren", waarbij welzijn van personeel áltijd ondergeschikt is, moet ik bekennen dat ik even het een en ander op een rijtje moest krijgen. 
En daarbij lukte het niet om tijd, ruimte en energie vrij te maken voor het tikken van een blog, laat staan om verhalen en avonturen te onthouden welke blogwaardig zijn. 
Ik voelde me de afgelopen weken meer een vertrouwenspersoon voor collega's dan een chauffeur. 
Sterker nog: ik raakte in gesprek met werknemers van andere bedrijven, die mijn bus binnenstapten, om heel even stoom af te blazen. Om even te ventileren. "Een frisse neus halen".
Blijkt dat ook daar glans er wel vanaf aan het gaan is. 
En het ding dat ons bindt: we vinden het werk zelf nog steeds te gek. 
Dat is een terugkerende zin die ik telkens hoor:" Maar ik geniet nog steeds van het werk zelf, het zou alleen mooi zijn als.....". En vul dan maar een hoop verbeteringen in, die zo belangrijk zijn voor arbeidsplezier.

En dus lukte het me niet om een blog te schrijven. Deels ook vanuit de gedachte dat een blog vooral ook vermakelijkheden moet bevatten, en er is weinig vermakelijks te melden. 
Niet vanuit het wereldtoneel. Mijn ludieke mening daarover heb ik vaak genoeg gegeven, en er verandert niks. 
Niet vanuit mijn werk, want ja: daar is op dit moment weinig ludieks te beleven. 
Niet vanuit mijn gezin, want dat kabbelt voort. Geen grote en opzienbarende zaken. Geen zaken die ik zou willen delen, in elk geval. 

Een soort van writers-block dus. 
En daar waar ik in mijn werkzaamheden van heden en verleden altijd wel een oplossing vond en vind voor problemen en uitdagingen, daar waar ik in mijn hobby's in alle gevallen wel een 'work-around' vond voor zaken die ik zelf niet kon of wist, merk ik dat het in het geval van deze hobby, het bloggen, niet zo goed weet hoe ik een dergelijke blokkade moet omzeilen. 
Moet ik maar gewoon gaan ratelen op dat toetsenbord, wetende dat wat eruit komt niks toevoegt, en zeker geen lach of traan op het gezicht van de argeloze lezer?
Moet ik dan helemaal niks typen, wetende dat ik daarmee mijn eigen opgelegde en gewaardeerde ritme in het gedrang komt? Wetende dat in het ergste geval er überhaupt geen woord meer op het witte doek van mijn kleine stekje op het wereldwijde web belandt? 

Laat ik het proberen: mezelf dwingen om iets lichtvoetigs te schrijven.
Het najaar is weer begonnen, de klok is weer een uur verschoven. De kou komt er weer in, en daarmee ook een opmars van allerhande virussen die zorgen voor lekkende neuzen, rauwe strotten, bonkende hoofden en stijve spieren. 
Mijn onvolprezen echtgenote (en dat bedoel ik letterlijk: zonder haar aan mijn zijde, had ik gegarandeerd veel driestere acties uitgehaald op sommige momenten van mijn leven) had de dubbelzinnige eer om in ons huishouden als eerste de griep te omarmen. 
Snotterend, hoestend, rillend, zuchtend en puffend sloeg zij zich er doorheen. 
En dat betekende dat ik me zo zoetjes aan ook moet voorbereiden op minimaal één aanslag op mijn gezondheid. Minimaal 3 dagen van bijna-dood-ervaringen door de mannengriep. 
Afgelopen maanden heb ik een mooie, volwassen, goed verzorgde en fijne snor ontwikkeld. Ik was er voorwaar een beetje trots op. Het enige jammere eraan was dat die steeds doorspekter raakte met grijze haren. 
En het nadeel van mijn haarkleur, is dat als die grijs wordt, het een wat kleurloos geheel wordt, vandaar dat ik mijn kop ook kaalscheer. 
Hoe dan ook: ik maakte Ilse's griep mee, en realiseerde me dat het dus een kwestie van tijd zou zijn, voor ikzelf geveld ga worden door deze minne zooi, en dat ik dan hoogst waarschijnlijk weinig plezier zou beleven aan mijn liefdevol opgekweekte struikje onder mijn neus. 
Ga maar na: De verkoudheid entert mijn lijf, raspt mijn keel, bonkt in mijn hoofd, verstijft mijn spieren en vult mijn neusholte op een manier die elke verbeelding tart. 
En dat moet eruit. 
En dat wat eruit moet, komt dus onherroepelijk in mijn snor terecht. 
Ik zie dan zo voor me dat mijn snor één groot plakkaat van harige snotbende wordt, die ik niet meer schoon krijg zonder minimaal per dag 1 kam aan stukken te trekken. 
En dat ik dan naar die kam kijk, en de opbrengst niet zonder een milde (en vanwege de griep dus pijnlijke) kokhals kan verwijderen. 
Soort van groen-geel-bruin-rood-grijze dreadlock. Maar dan niet van kappersmateriaal, maar van griep-lozingen, afkomstig uit neus- en overige holtes. Mogelijk met wat hardere brokjes, zo her en der. 
Dus ik besloot op voorhand om mezelf en mijn omgeving dit te besparen en mijn zorgvuldig opgekweekte snor met een royaal gebaar af te scheren. 
Als ik mijn omgeving moet geloven zie ik er in elk geval wat jonger uit. 
Passend bij mijn leeftijd, zogezegd. 
Oke. 

Bon, poging gedaan. Ik blijf bedenken hoe en waar ik van mijn schrijversblokkade af kan komen. In de tussentijd is het alweer bijna weekend, ik wens eenieder alvast een goede toe. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Kladje

 De klad is erin gekomen.  Na de onverkwikkelijke gebeurtenissen met betrekking tot "het nieuwe roosteren", waarbij welzijn van pe...