vrijdag 1 maart 2024

Feestelijkheden.

Jente's feestje moest wederom in een krijspaleis plaats vinden. Want dat vinden kinders op die leeftijd het einde. (Wij ook, om heel veel andere redenen, vooral apocalyptisch van aard).
Omdat er altijd in de week voor (of dicht op) haar verjaardag een studiedag van haar juf is, gebruiken we die dag voor het feestje, want dan is de kans het grootst dat alle uitgenodigde vriendjes ook daadwerkelijk kunnen komen.
Dit ook uit een soort van altruïsme om de ouders van die kinders een beetje te helpen. Iets waar we volgend jaar toch een stop op gaan zetten.
Want 5 uur in een krijspaleis is behoorlijk dodelijk voor trommelvliezen en eerlijk gezegd ook voor de gezondheid van je ziel als vader of moeder.
Jente is door haar vriendinnetjes bijna dood verwend, zoveel leuke en lieve kadootjes als ze kreeg, maar dat kon toch niet helemaal voorkomen dat er ook heel wat meidenvenijn, tekortkomende communicatie en tranen van andere oorzaak werden geplengd.
Dan de ene, dan de ander. En noch Ilse, noch ikzelf konden ons herinneren dat wij op onze kinderfeestjes tranen lieten. In mijn geval was het vaak: de jarige is jarig, dus die mag kiezen. En er waren geen 5 of 6 vriendjes, er waren er 3, tops.
Jente's vriendinnetjes en vriendjes ken ik wel, zijn hartstikke leuke kinderen, maar veel minder van het idee dat de jarige jarig is, en dus bepaalt. De jarige is dan weliswaar jarig, maar moet maar gewoon mee in "the flow" en zo niet, dan niet, maar de flow gaat.
En die dan daar het nadeel van een krijspaleis: communicatie gaat verloren en omdat het groot en overrompelend is, voelen ze zich allemaal soms wat verloren. Wellicht ook omdat er in onze tijd (in elk geval mijn tijd) geen krijspaleizen waren, en we dus veel strakker aangewezen waren op de creativiteit van ouders. (Welke ontbrak, maar goed: ik kreeg louter vriendjes op bezoek met dezelfde interesses dus wij vermaakten ons sowieso wel. Redelijk low-maintenance, zeg maar).
Moe, en totaal overprikkeld, kilo's kadootjes rijker keerden we allemaal huiswaarts.

We keerden huiswaarts, want ik had een etentje met wat collega's.
Gewoon spontaan een etentje geregeld door een paar leuke mensen, met een paar (27!) collega's.
Bij de van der Valk. En gezellig was het. Omdat we gewoon eens konden praten over dingen die niet per se werkgerelateerd waren.
Ik kwam te zitten naast een collega waar ik een heel informatief gesprekje had over ambities. Hij verklaarde zonder enige schaamte dat hij nogal ambitieloos is, en kon dat voor zichzelf ook gewoon goed verantwoorden. En die verantwoording, was voor mij een eye-opener. Want het bleken woorden te zijn die ik al een poosje zocht om voor mezelf te verklaren waarom ik intens tevreden ben met mijn baan als chauffeur. En waarom ik geen enkele motivatie heb, of wil hebben om meer te zijn dan een verdomd goeie buschauffeur.
Tuurlijk: ik heb ambities. Zorgen voor mijn meisjes. Voor mijn gezin. Leuke vakanties, genieten van het leven. 
Maar een carriere-tijger ben ik niet. Nooit echt geweest, en zal ik niet worden ook. Voor mij geen wens om manager te worden. Of meer dan wat ik ben. Geen stress, geen toneelstukjes. En in de hedendaagse maatschappij heb ik het idee dat daar toch wat raar naar gekeken wordt. Of je niet meer wil verdienen. Meer verantwoordelijkheid wil. Doorgroeien. Het wordt ook allemaal gebruikt bij wervingsadvertenties. Je moet haast wel verantwoordelijkheid willen dragen. En je moet willen doorgroeien.
Maar uiteindelijk zijn dat soort dingen niet iets dat ik zoek. Ik definieer mezelf niet aan de hand van mijn carriere. Mijn werk is het middel dat ik gebruik om te leven. Maar mijn leven gebruik ik niet om te werken. En dat is misschien ook wel iets dat me in mijn vorige leven opbrak. Ik ontkwam er niet aan om mijn werk als musicus mee naar huis te nemen. Al was het maar omdat ik die toeter niet op het square kan laten staan na een beëdiging. Staat zo slordig. En voorbereiden en conditie houden moest ook wel.
Nu kan ik mijn werk niet meenemen naar huis. Even los van het feit dat die bussen puur voor het platform bedoeld zijn, en geen kenteken hebben: die elektrische bussen halen Almere waarschijnlijk net aan wel, maar aangezien ik geen laadpaal heb, kan ik ze nooit meer terug naar het platform krijgen. Nog los van het feit dat het manoeuvreren in de wijk hier op zijn zachtst gezegd erg spannend zou zijn, ik zou enorm raar aan worden gekeken, als ik een bus at random mee naar huis zou nemen. Wel een stunt op zich...

Over dat werk gesproken:
Een van de wat meer nadelige aspecten, is dat ik, om überhaupt maar in de buurt te komen van mijn bus, de beveiliging door moet. Door een deur, door een scanner en dan door een scanpoort. Als die scanpoort begint te blèren, moet ik gefouilleerd worden. De meesten kennen je, doen hun werk grondig, en zijn klaar.
Sommigen doen hun werk met het enthousiasme van een kampcommandant uit de jaren dat de mensheid nóg minder beschaafd was. Die hengsten, rukken en trekken. Doen een prostaatonderzoek zonder je de testuitslag te geven en proberen je keel te visiteren via de achteruitgang. En dat met een attitude waar je kriebels van krijgt, want ze hebben "macht" over je.
Als je dan aan de beurt bent, moet je tas ook gecontroleerd worden. De meesten checken en klaar. Sommigen zijn van plan om meteen maar je hele eten handmatig tot puree te verwerken. Daar trek ik een grens. Ik vind alles best, maar hun taak is niet mijn eten te controleren op eventuele nucleaire resten. Voor de rest: ze doen maar.
Maar er gloort hoop. Want inmiddels hebben ze zo'n stokje met een doekje. Daarmee gaan ze over je lijf, en dat doekje gaat in een apparaat. Als dat sein veilig geeft, kan iedereen door met zijn/haar leven.
De eerste keer dat ik dat meemaakte, werd mij verzocht mijn armen uit te steken, zodat er met dat stokkie over geaaid kon worden. Toen kreeg ik een verzoek dat ik blijkbaar compleet verkeerd interpreteerde. "Omdraaien".
Ik ben de lulligste niet, en maakte op mijn allercharmantst een pyrouette. En keek vervolgens in de compleet verbijsterde gezichten van de beveiligers die dat niet hadden zien aankomen. Die verwachtten dat ik mijn handen zou omdraaien, en niet mijn complete lichaam. Maar goed: dat soort kampbewakers moet je soms een koekje van eigen deeg geven: totaal onverwachts exact doen wat ze zeggen, in plaats van wat ze verwachten dat je doet, als gevolg van een incompleet gedaan verzoek. We konden er uiteindelijk hartelijk om lachen.
En voor de duidelijkheid: er lopen een paar van die machtsgeile bewakers rond, het merendeel is gewoon erg leuk en vriendelijk. Kun je gezellig een saffie mee roken als het zo uitkomt.

Dit alles geschreven hebbende, begint mijn weekend.
Het wordt wederom een drukke zaterdag, want bezoek voor Jente's en mijn verjaardagen komende week.
Ik wens eenieder een mooie toe.




zaterdag 24 februari 2024

Claus, zeehond en anders....

Al een hele poos hebben wij het idee dat kater Claus, mijn vriendje van meer dan 10 jaar, op zijn laatste benen loopt.
Hij is dement. Hij ziet slecht. Hij hoort slecht. Hij heeft pijn. Zijn neus doet het minder. Hij wordt zwak. Vroeger was hij de buurt-terror-kat, die alle andere katten in elkaar mepte, nu is hij zelfs niet meer tegen Colette opgewassen.
Colette, die angstig van een veilig plekje tegen alle katten blaast, maar naar binnen racet als de uitgescholden kat terug kijkt. Colette, het scharminkeltje, kan Claus vloeren, zo zwak is hij geworden. Oud dus. Oud en op. Als je het mij vraagt. 
Dus met de dierenarts-assistente gebeld. Zij hoorde het verhaal aan, en maakte een afspraak voor Claus. Een afspraak om hem op een humane wijze verder lijden te besparen, dit in overleg met de dierenarts uiteraard. Want de dierenarts heeft een stem in het kapittel.
De dag van te voren hebben we Jente ingelicht, die in tranen uitbarstte. (En dat vond ik verbazend, want Claus en Jente vind ik van alle combinaties die er in dit huis te maken zijn, niet de meest voor de hand liggende, maar goed). Uitgelegd wat de bedoeling was, en dat het goed zou kunnen dat Claus niet meer levend van ons bezoekje aan de dierenarts terug zou komen.
En of ze mee wilde. Dat wilde ze niet.
We gaan het beest begraven in de tuin, of ze misschien een bordje voor bij zijn graf wilde maken. Dat wilde ze wel, dus een plank en een tak verder, maakte ze inderdaad een heel mooi plankje voor op het graf.
Bijpassend gestemd, tilden we Claus in zijn reismandje en vertrokken met hem naar de dierenarts.
Zij hoorde ons aan, en gaf pijnstiller mee. Of we het nog maar eens 2 weken aan wilden kijken.
Begrijp me goed: ik vind het fijn dat Claus nog even niet dood hoeft. Hij is mijn vriendje van vele jaren, en als het aan mij ligt, blijft dat zo. Maar gebaseerd op alleen pijn, vind ik het wel erg magertjes allemaal. Heeft die alsnog geen jofel leven. Want als we hem buiten laten, kunnen we elke 2 weken met hem naar de dierenarts voor antibiotica. Heeft hij weer een pak slaag gehad.
Houden we hem binnen (wat zal moeten omdat hij zó dement is dat we bang zijn dat hij de weg kwijt raakt) wordt hij ook ongelukkig, en door Colette in elkaar getrapt.
Zijn voertjes moeten we praktisch door zijn strot rammen, want hij ziet ze niet en ruikt ze nauwelijks.
Hij kan behoorlijk uithalen als hij schrikt, want hij ziet of hoort ons niet meer aankomen. Dus ja.
Pijnstiller dus.
Ik weet het niet. Ik heb niet het hart om hem zelf maar de nek om te draaien, maar ik vind persoonlijk dat hij lijdt. Lijdt aan een oud en krakkemikkig lijf. En dat is niet wat ik voor me zie voor mijn vriendje.

Ik was dus een paar dagen goed te grazen genomen door iets dat heerste, en met het verstrijken van de tijd kom ik steeds dichter bij een up and running soort van staat. Dat is mooi. Want op een gegeven moment komen de muren op me af. Ga ik me vervelen. NCIS werd gebinged, maar dat maakte niet dat ik niet op een gegeven moment niet alleen meer bezig was met het bevechten van een of ander druiloorderig virus, maar ook met het bestrijden van de verveling. 
Enige restant nu nog, is een blafhoest waar de gemiddelde zeehond jaloers op is. Het is niet zoals met niezen, dat ik de ramen eruit bulder, maar enigszins gewelddadig mag mijn gehoest best genoemd worden. Ik kan ook niet meer schalks rondsluipen, als mijn keel de kriebels krijgt, dan valt mijn locatie hoorbaar op. Ik kreeg het zelfs voor elkaar dat passagiers nogal schrokken van mijn geblaf achter het stuur. Ik meende wat ineengekrompen zieltjes te zien, angstig voor corona, of erger.
Maar ook dat trekt weg. Het trekt weg en dat is niks te laat aangezien we aanstaande maandag het kinderfeestje van Jente hebben. Speciaal gepland op een studiedag van haar juf, zodat we wederom de ouders van haar vriendjes ontlasten op een extra vrije dag voor die kinders.
We gaan wederom naar een krijspaleis, want Jente is dol op krijspaleizen, en nu ze er nog net de leeftijd voor heeft, zijn wij blij als zij blij is. En vorige edities van haar feestje, waren altijd minder vermoeiend dan we op voorhand vreesden, dus dit jaar vrees ik niks.
Hooguit dat ik nog steeds niet echt verstolen aanwezig kan zijn, omdat mijn blafhoest intens gewelddadig door de ruimte schalt als mijn keel de kriebels krijgt en eventuele andere aanwezigheden de bibbers bezorgt.

Verder ben ik een beetje inspiratieloos. Er was ook weinig opzienbarends op mijn werk, maar ik realiseerde me ineens wel iets.
Toen ik het bussen naast het musiceren deed, was er veel meer sprake van een soort van vakantiegevoel. Het "anders" was iets dat het leven als musicus brak en gezien mijn state of mind met betrekking tot het musiceren, leefbaar hield.
Maar inmiddels ben ik dus fulltime buschauffeur en merk ik dat het "anders" normaal is geworden. Niet per se slechter, want dan zou ik gaan rennen, maar het bijzondere is er vanaf. Ondanks dat ik nog steeds heel erg kan genieten van het werk en de omgeving van dat werk.
Dit geschreven hebbende, begint dus mijn wat langere weekend, en wens ik u allen een beste toe.





vrijdag 16 februari 2024

Shenanigans deeltje veel en vaak.

 Onze zomervakantie is een feit. Dat is die elk jaar, en ook dit jaar zijn we erin geslaagd iets te vinden waar we beiden blij van worden.
Ilse wilde na de extreem natte ervaring van afgelopen jaar, iets met meer zon. Ik wilde vooral niet al te veel of te ver rijden.
We gaan dus naar de zon, en we moeten er ongeveer 12 uur over rijden.
Dát is een record.
Waarom ik niet zover wil rijden? Nou simpel: ik heb de schurft aan het rijden met een aanhanger. Dit kostte me namelijk vorig jaar de wiellagers van ons kleine karretje. En dat karretje hebben we nodig om alle kampeerzooi te vervoeren.
Oke, maar dat allemaal gezegd hebbende: we gaan zonder karretje. Want via een vriendin van Ilse kunnen we een huisje huren op een park nabij Montpellier. En dat schijnt serieus een toffe stad te zijn, half uurtje rijden van het strand en op twee uur van het Dali-museum in het noorden van Spanje.
Zonder karretje hoef ik geen rekening te houden met een maximale snelheid (waar ik, getuige het versneld aftakelen van dat karretje toch al geen rekening mee hield), en misschien gaan we zelfs wel met Ilse's panda, gewoon omdat we nog nooit met een Fiat op vakantie zijn geweest, en we de ruimte dit jaar minder nodig hebben. Wat schone onderbroeken, wat zwemspullen een paar speeltjes voor Jente en gas op de plank. Het zou zomaar eens een goedkope trip kunnen worden. Qua brandstof....
Maar omdat het lang nog niet zeker was waar en hoe we op vakantie zouden gaan (Engeland speelde ook door ons hoofd, maar dat vonden we om meerdere redenen een onhandige optie), waren we ook naarstig aan het zoeken naar een nieuw karretje.
Liefst iets dat een hogere snelheid aan zou kunnen, zonder meteen zijn wielen los te willen laten.
Liefst iets dat opklapbaar was, omdat we eigenlijk beiden wel klaar waren met een karretje in de voortuin, waardoor iedereen ziet dat je er wel of niet bent.
En zo kwamen we op het idee om een karretje met huif te kopen, die eraf kan. Huifje los, karretje op zijn kont en zo, hopla de steeg door en de achtertuin in.
Nieuw zijn die dingen niet gek duur, maar via de verkoophoek van het alomtegenwoordige gezichtenboek, zag ik een "als nieuw" geadverteerd exemplaar staan.
Interesse gewekt, en ik stuurde de verkoopster een bericht dat ik interesse had en met expliciet de vraag of de huif afneembaar was.
Korte, duidelijke communicatie. Hou ik van.
Haar antwoord: "is reeds verkocht".  Toegegeven: ook haar communicatie was kort en helder.
Oke, dat vroeg ik niet, mijn vraagstelling was toch erg duidelijk. Ik heb namelijk geen interesse in die kar als die huif niet afneembaar is, en dus vraag ik niet of die reeds verkocht is, want als die advertentie nog zichtbaar is op marktplaats, ga ik er vanuit dat die niet al verkocht is. Lijkt me logisch, toch?
Dus ik reageerde, wat flauw: "Hoe laat is het? Het is 10 graden celsius".  Daarmee liet ik het voor wat het was.
Kreeg ik als reactie: "Zaterdag om 10:00".
Schiet mij maar een boom in. Antwoord geven op een niet gestelde vraag, en dan nog serieus in gaan op een flauwe uitspraak. Zoals een lieve ex-collega dat omschreef: Can't argue with stupid.
Maar goed: onze vakantie staat, en ik leef er nu al helemaal naar toe.

Een deel van deze blog (of sowieso deze hele blog, dat moet nog blijken) tik ik op valentijnsdag. Elk jaar claim ik dat ik het maar onzin vind, dat hele valentijnsdag, en elk jaar weet ik op het laatste nippertje de romantiek in onze relatie te redden met een paar kilo chocola.
Ter ere van valentijnsdag wil ik toch even mijn mening geven over een of andere Anouk. Een of ander zingmokkel die een fotootje plaatste van een bebloede lap die ze in haar schijthok omhooghield, met de tekst: dit maakt je vrouw. Of zoiets.
Behoorlijk wansmakelijk om op die manier aan te geven dat je de ontwikkelingen van de 21e eeuw en die van de mensheid als geheel niet meer bij kan benen, nietwaar?
Ik bedoel: het is ook wel supereng om geconfronteerd te worden met het feit dat je wereldbeeld misschien niet meer helemaal in de 21e eeuw past, maar om dat op die manier kenbaar te maken...
Dan heb je wel heel erg aandacht nodig omdat je muziek blijkbaar niet meer genoeg aandacht genereert.
Dat hele Anouk-onding, met haar 20e eeuwse, jaren '80 jongens bloempot-kapsel is volgens mij wel de laatste die iets over andermans leven en levenskeuzes moet zeggen. Zelf leeft ze, op zijn zachtst gezegd ook niet volgens (populistische? Calvijnse??) normen en waarden, met haar kroost van talloze verschillende kerels. De hypocrisie van dat vrouwtje is stuitend.
Het is helaas wel een uiting van iets wat me steeds meer opvalt: we leven in de 21e eeuw. En mensen veranderen. En mensen staan op barricades of geven uiting aan dingen die voor hen, op dit moment belangrijk zijn. Populistische lieden vinden dat griezelig, en verzuchten vaak hoe het vroeger allemaal beter was. Dat we eens "normaal" moeten doen. Maar die lieden vergeten vaak dat het vroeger helemaal niet zoveel beter was. Ook zij hebben geprotesteerd voor dingen. Of tegen dingen. Ook zij hebben veranderingen geforceerd omdat zij vonden dat dingen anders of beter konden. En anders hun ouders wel. Of hun broers of zussen. Ik ben blij dat er toen ook gestreden was tegen bepaalde mores. Tegen dat "normaal", want anders hadden we nu geen kapsalon, chinees of shoarma en sushi. Dan waren we nooit verder gekomen dan die (ook heel lekkere, voedzame, maar toch saaie) kruimige piepers en het sudderlapje.
Dus laten we niet doen alsof geluk vroeger zo gewoon was. Laten we elkaar eens niet de maat nemen met zogenaamd grappige plaatjes, of zoals in het geval van flutje Anouk met wansmakelijke bullshit.
Volgens Ilse ben ik het tegenovergestelde van "woke", en maar zeer ten dele "inclusief".
Veel van de problemen die door anders-zijnden worden ervaren of aangekaart, raken mij niet. En ik kan er letterlijk niks mee. Niet eens uit onwil, maar letterlijk uit onbegrip. Ik snap ze niet. Maar laat mensen in vredesnaam gewoon hun ding doen. 99% van al die "dingen" raken mij niet. Heb ik geen last van. Dus waarom zou ik ze omlaag trappen? Heb ik niet nodig. Misschien kan zangflutje Anouk met haar jaren '80 jongenskapsel daar een voorbeeld aan nemen.
Oeps, ben ik ook even hypocriet. Ik had namelijk Anouk ook niet omlaag hoeven trappen, en dat deed ik toch, ondanks dat ze daar zelf veel beter in is gebleken. Ach ja: ook met hypocisie is het zo: it takes one to know one. En uiteraard hadden Ilse en ik daar op valentijnsdag een best levendige discussie over.

Het is inmiddels zaterdag en ik zit nog steeds mijn blog te tikken. Met tussenpozen.
Ik zit mijn blog te tikken, en moet alle zeilen bijzetten om wat leesbaars op het wit te krijgen, want de griep heeft me een fikse dreun op mijn kanis gegeven.
Het begon eergisteren al te sneeuwen achter mijn ogen, en tijdens het laatste uurtje van de poetskoets merkte ik dat de holtes in mijn hoofd dicht gingen zitten. Mijn luchtwegen het moeilijk kregen. En mijn interne thermostaat begon zeer gemengde signalen af te geven. Zozeer, dat de verwarming van de bus (en op de thuisreis het systeem van mijn auto) het niet meer bij kon benen. Warm koud... Zo snel als ik de temperatuur comfortabel wilde van warm naar koud, kreeg geen enkel systeem voor elkaar zonder volstrekt in de war te raken. Doe maar een raampje open of zo.
Het heerst, en ik heb er een klap van gekregen.
De nacht was serieus voor bepaalde gezinsleden niet leuk. Ik snurkte zó hard, dat Ilse letterlijk gevlucht is. Ik snurkte zó hard, dat mijn huig geen klein fliepertje achter in mijn mond is, maar opgezwollen is als een bal gehakt, die ik niet meer doorgeslikt krijg. Het ding zit met praten dan ook vreselijk in de weg.
Ik had ijldromen. Ik droomde dat de kapper mij met zo'n mesje waarmee ze ook de nekharen wegscheert, mijn hele hoofd aan het scheren was. Toen ik na een minuut of tien aangaf dit toch niet te willen, begon ze te mauwen.
Maar dat mauwen bleek dus echt, want toen ik haar hand wegsloeg, bleek ik kater Claus een mep verkocht te hebben. Die was namelijk enthousiast aan mijn kop aan het likken...
Weg ijldroom.

Ook een manier om je weekend in te gaan. To be honest: ik had liever gewoon gewerkt, want dit is niks...
Ik wens eenieder een goede toe.








vrijdag 9 februari 2024

Luchtige huiselijkheden.

 Er zijn ongelooflijk veel mensen die onze aardkloot bevolken, en ook ik ontkom er niet aan om te moeten toegeven dat ik (op basis van een té snelle inschatting) bepaal dat iemand wél of niet in mijn straatje past. Dat betekent niet dat ik gelijk de oorlog aan iemand verklaar, iemand doodwens, of dat iemand ook daadwerkelijk slecht is, maar gewoon dat ik niet iedereen té knus in mijn aura wil laten paraderen.
En ja, dat is vaak puur subjectief, en het zegt net zoveel over mij als over de ander.
En net zo vaak heb ik het mis, als dat ik gelijk had.
De gesoigneerde heer die zijn troep in de bus achterlaat, en "not amused" is als ik de kans grijp om hem zijn troep alsnog in zijn handen te duwen. 
De sjofele slons die keurig netjes komt vragen of ze mag roken, want haar overstap was 8 uur en ze heeft dringend nicotine nodig.
Ondanks dat ik probeer om mensen zo neutraal mogelijk te behandelen, blijkt dat dat soort neutraliteit eigenlijk niet echt stand houdt. Nu, zo blijkt maar weer: ook ik ben maar een mens.
Tijdens een van mijn ritjes, stond er een vent voor in mijn bus, die ik eigenlijk al ingedeeld had onder het kopje "Niet In Mijn Aura Alsjeblieft".
Sowieso vind ik het vervelend als mensen te ver voor in de bus staan, het ontneemt me zicht naar buiten, en het is een veiligheidsrisico. De meneer in kwestie reageerde vlot en zelfs vriendelijk op mijn verzoek om naar achteren te stappen. Veel plaats had hij niet, maar het metertje dat hij meewerkte, was voldoende. De rit kon aanvangen.
Mijn radiootje kabbelde zachtjes en ineens kwam de beroemdste zanger van het Levenslied eruit gekabbeld. Dreetje Hazes. Die zong over een vrouw die in hem geloofde. Ik ga daar persoonlijk goed op. Ik hou van Hazes. Andre Hazes senior wel te verstaan, die jonge snotneus die op de faam van zijn vader meelift, lust ik minder.
Hoe dan ook, tijdens dat liedje hoorde ik op de cabinedeur van mijn bus een zacht getrommel, en een snelle blik naar rechts onthulde dat de eerder vernoemde passagier in vervoering mee stond te trommelen en te pommen op de muziek van Dré.
Ik kon een glimlach niet onderdrukken, en de man sprak me aan. Hij sprak me aan met een stemgeluid dat veel vriendelijker en zachter klonk dan ik op basis van zijn uiterlijk had ingeschat. 
Hij liet zich ontvallen dat hij dit zulke mooie en gevoelige muziek vond. Dit deed hij in een Zuid- Europees klinkend Engels. Hij verstond er geen woord van, maar genoot intens van de muziek. En zo kon het dat ik een Zuid Europeese reiziger ineens begon te vertellen over het onvervalschte Hollandse Levenslied, André Hazes en zijn leven, en de lieve reiziger begon meteen op spotify allemaal Hazes liedjes te downloaden, vlak voor zijn vlucht zou vertrekken. Voor onderweg. Als fijne herinnering.
Een box en een high-five later, en ik zat eventjes alleen in mijn bus te genieten van het feit dat ik toch weer te snel was met iemand in de verkeerde categorie indelen. Liever zó, dan andersom.
En precies op dat moment kwam "Wonderful World" de radio uit. Ik lieg niet. Hoe mooi moet je het hebben.

Voor buitenstaanders kan ons werkveld er behoorlijk onoverzichtelijk uit zien. Een groot betonnen terrein, met allemaal op elkaar lijkende vliegtuigen erop, en ik breng mijn bus met lading naar een schijnbaar willekeurig exemplaar. En dan heb je het nog niet over bagagetrekkers die je links en rechts om de oren vliegen, over de meest futuristisch uitziende apparatuur die rond rijdt, soms schijnbaar zonder enige vorm van bestuurder (hoewel ik vaak het gevoel heb dat de bestuurders van dergelijke apparaten weinig veiligheid toevoegen, hooguit laten verdwijnen, met hun armzalige rijkunsten en dito verkeersinzichten). 
Daar krijg je soms vragen over.
Veel collega's, zo weet ik,  hangen dan de meest bizarre antwoorden op, zo vertellen ze in de kantine.
Een vriendelijke zakenachtigeman, vroeg mij op een gegeven moment hoe ik zo zeker wist welk vliegtuig ik hem moest afzetten. Ik zag mijn kans schoon om ook eens iemand een totaal bezopen verhaal op te dissen.
En met mijn meest uitgestreken gezicht antwoordde ik dat ik dat helemaal niet zeker wist, maar dat het een blauwe is, er staat KLM op, dat die er in mijn ogen niet beschadigd uit ziet, en dat deze dus wel goed zou zijn.
De uitdrukking op het gezicht van de man was extreem priceless, en ik zag hem gewoon denken...
Toen toch maar even uitleg gegeven over registraties, opstelplaatsen en gatenummers.
De opluchting was ook priceless, maar ik zag hem boven bij de trap toch nog even voor de zekerheid vragen of...

Ik vertelde al dat we op zoek waren naar wat nieuwe eetkamer-ameubelementen. Een nieuwe tafel en eettafelstoelen stonden op ons wensenlijstje. Die tafel hadden we, ondanks de treurniswekkende ervaring in een "flagship-store", ver van huis, online besteld bij datzelfde bedrijf. Zo zie je maar: internet is vaak een betere en goedkopere winkel dan hun real-life tegenhanger.
Maar ja. Dat was alleen nog maar de tafel. We wilden eigenlijk ook wel bijpassende stoelen. Of in elk geval: nieuwe, betere en comfortabeler stoelen.
En daartoe ontkom je er al helemaal niet aan om naar zo'n winkel te gaan, want je wil ze toch een heel klein beetje bezeten hebben, om zeker te zijn dat je een comfortabele stoel onder je kont koopt.
Gelukkig bleek de maandagmorgen een uitstekende dag voor zo'n excursie te zijn. De fysieke winkel was nagenoeg leeg, dus wij konden naar alle hartelust zitten en kiezen.
En elke keer vonden we uiteraard de duurste optie, het fijnste zitten. En op zich: voor comfort en kwaliteit dien je te betalen.
Ik moet eerlijk bekennen: ik heb tot heel erg recent (zegge 2 jaar geleden, toen we deze stoelen kochten) nooit erg veel geld of interesse gehad in het kopen van meubels. Het moest functioneel zijn. En niet veel kosten. Ilse was al meer van de "looks" zeg maar. Mij boeide dat niet veel.
Maar op een gegeven moment kom je op een punt in je leven dat comfort ook belangrijk wordt, en dat de kringloopwinkel eigenlijk niet meer kan leveren wat jij wil.
Ik wist niet dat het zó ongelooflijk veel geld kon kosten. Bijna 2 ruggen voor een tafel en wat stoelen. Voor bijna 2 ruggen koop je de hele kringloopwinkel.
Toen ik mijn verbijstering over dit soort bedragen ventileerde tegenover al wat ervarener collega's keken ze me grijnzend aan, en er waren collega's die zeiden dat 2000 euro alsnog niet overdreven veel geld was voor een eetkamersetje.
Een ander wist het te relativeren door te zeggen dat je die eettafel over 10 jaar eens een schuurbeurtje en een nieuw laklaagje geeft. Iets wat onze huidige tafel ook al een aantal malen heeft ondergaan.
De stoelen zijn dus echt iets wat wij willen. Dat wil zeggen: het comfort. Alsof je op een wolkje gaat zitten, zo zacht. Zonder hun steun te verliezen. Het zijn echter ook en vooral op aandringen van Ilse, stoelen met wieltjes eronder, en ik vrees dat ik daar wel een beetje spijt van ga krijgen met 3 adhd'ers in huis, en vooral voor de inboedel- en zorgverzekeraar lijkt het me een crime. Ik zie Jente met stoel en al door de tv of tuindeuren heen denderen, en ik denk dat we voor Ilse regelmatig naar de spoedeisende hulp moeten om haar stuitje te laten repareren.
De kleuren zijn op zijn zachtst gezegd bijzonder te noemen, maar dat went vanzelf.
Blijkbaar moet de pigment van die kleuren nog geoogst worden, ergens in allemaal onherbergzame jungles, want de levertijd is pas in week 18. Dus ik heb nog eventjes om me mentaal voor te bereiden, en de verzekeringspolis uit te breiden.
Zonder gekheid: ik denk dat we best wel een mooie set hebben gevonden, die in elk geval een jaar of tien mee zal gaan.
En als update: de tafel staat! Afgeleverd. We moesten zelf de poten eronder schroeven, maar dan heb je ook wel een plaatje. Iets minder massief, lichter. Maar qua kleur donkerder en door zijn vorm wat frivoler. We zijn er blij mee, en dat is wat telt.
De oude tafel is verbannen naar buiten tot we voldoende rommel hebben om de grofvuil ophaaldienst te laten komen.

En dan zijn we er nog niet, qua wonen. Want we vinden eigenlijk dat we ruimte gebrek hebben, zelfs met alle soorten van opruimen die we wel (en juist niet) doen.
Verderop in de straat zijn er bewoners reeds begonnen met het ophogen van hun huis. En het ziet er best appetijtelijk uit, een extra verdieping op het huis. Vooral als ik bedenk wat ik allemaal met die extra ruimte kan "hobby'en". En Ilse ook. Met haar naaikamer.
En wellicht een grotere kamer voor Jente. En een logeerkamer voor het geval er iemand zo gek is om in ons huishouden van Jan Steen te willen logeren.
Zulks zou idealiter gefinancieerd kunnen worden uit de overwaarde, en stiekem hoop ik daar op, dan is die overwaarde ineens geen leuk item voor de kringverjaardag, maar een daadwerkelijk nuttig iets.
Dus de stoute schoenen aangetrokken, en het betreffende bouwbedrijf dat nu al een dikke week door onze straat rijdt gebeld om eens te vragen wat zo'n grapje moet kosten. Dus die komen binnenkort langs voor een gesprek, waarin onze wensen, vragen en andere formaliteiten worden besproken en omgezet in een vrijblijvende offerte.
We zijn heel benieuwd. Ik vind het ook wel spannend, want ik heb zulks nog nooit gedaan.

Dat geschreven hebbende, vangt het weekend voor sommigen weer aan, en wens ik ieder een beste.








zaterdag 3 februari 2024

Voorliefdes en suffigheden aan tafel.

Op het platform rijden we met 4 verschillende bussen rond. 3 varianten zijn elektrisch aangedreven, 1 ervan is diesel aangedreven.
De laatste tijd heb ik een voorliefde ontwikkeld voor de dieseltjes, die ik liefkozend Bertha Breedreet 1, 2 of 3 noem, afhankelijk van hun rugnummer, we hebben er namelijk drie van rondhoesten. Pardon: rijden.
Die dieseltjes hebben prettiger stoelen voor de chauffeur, een goed werkende kachel, hebben een wat kortere draaicirkel, liggen als een huis op de weg en rammelen minder.
Een ander groot voordeel van de Bertha's is dat ze van binnen veel ruimer zijn dan hun op prik rijdende tegenpolen. Zelfs met handbagage kan ik er 60 mensen in kwijt, terwijl de prikbussen met 45 passagiers soms al propvol lijken, zeker als mensen de veiligheid van hun kind weer eens ondergeschikt maken aan het gemak van het niet inklappen van hun vermaledijde kinderwagens.
Nadelen hebben ze ook: de versnellingsbakken zijn niet per se ingericht op een leven op een platform waar de maximale snelheid 30 km/u bedraagt, en dat merk je omdat het schakelmoment precies rond de 30 km/u ligt, wat soms voor gekke gevoelens bij alle betrokkenen kan leiden. Denk je braaf 30 te rijden, gaat die overschakelen naar een hogere versnelling, waardoor je ongemerkt sneller rijdt dan is toegestaan. En als je het wel opmerkt, en je gas loslaat, schakelt Bertha terug en dat voel je, gevolgd door hoorbaar voetengeschuifel achter je. Kortom: je moet subtiel rijden. Of snel rijden.
Een ander kleinigheidje waar ik niet erg blij van word bij de Bertha's: er zijn geen prullenbakken in gebouwd. Dat betekent dat mensen, als ik ze niet tijdig aanspreek, het doodnormaal vinden om hun rotzooi maar gewoon achter te laten. Bijna dagelijks dat ik mensen nog even snel hun rotzooi in hun handen moet drukken, omdat ik simpelweg hun poetsvrouw niet ben.
Maar ik zeg: lang leve Bertha Breedreet 1, 2 of 3. En als je een witte bus met blauwe banen en soms een grijszwarte rookpluim voorbij ziet rijden, met op de bok een breed grijnzende chauffeur: het zou kunnen dat ik het ben.

En omdat ik ik ben, en dus niet altijd even oplettend kan zijn bij sommige basale taken die het leven me toegooit, kon het gebeuren dat ik een kleine stommiteit uithaalde.
Dat zit zo:
Mijn auto heeft een poosje geleden nieuwe lichtbronnen gekregen. LED lampen. Prachtig lichtbeeld, heel erg blij mee. Erg fijn in het donker.
Alleen vindt de BSM (board-system-moteur) dat er een lamp kapot is. En telkens als de automatische verlichting uit gaat (bijvoorbeeld als ik een tunnel uit rij) kakelt ze dat er een dimlicht defect is. Dat is niet zo, want ik controleer dat vrij frequent, maar toch denkt zij dat dat zo is.
Om dat gekakel te voorkomen, schakel ik vaak de dagrijlampen in. Dat geeft in tunnels voor en achter goed licht, en voorkomt dat ze bazelt over kapotte verlichting, omdat de automatische dimlichten dan uit staan.
Op een zekere dag, het was een woensdag, sterker nog: het was afgelopen woensdag, reed ik op die manier naar mijn werk. Ik had het een en ander aan mijn hoofd. Een paar minder positieve zaken die men op mijn werk naar mijn hoofd had geslingerd, die toch meer onder mijn huid zijn gaan zitten, dan ik wenselijk vind. En dus parkeerde ik mijn auto, stapte uit en snelde naar de bus.
Ik startte Bertha 2 op, had lol met mijn collega's en de paxen en heel erg bijtijds klonk de stem van de regie dat we naar huis konden.
Een lieve collega bracht ons naar de parkeerplaats en daar aangekomen wandelde ik in de richting van mijn auto. In de verte zag ik wat lampen branden, en dacht nog bij mezelf:" die sukkel is niet blij, dat hij zijn lampen vergat uit te doen".  Ik grijnsde er zelfs bij.
U voelt hem zeker aankomen?
Tot mijn grote verbijstering kwam ik er na nog wat passen achter dat ík dus inderdaad die sukkel was.
Mijn gegrijns vervaagde tot een somber gestaar en in gedachten zag ik de wegenwacht al aan komen, om een sukkel te helpen die zijn accu leeg had laten lopen.
Toch maar eventjes proberen, en tot mijn opluchting besloot mijn auto toch maar te starten. Zij het moeizaam en langzaam, alsof ze me humeurig een uitbrander gaf voor mijn stommiteit, maar het niet erg genoeg vond om me in de kou te laten staan.
En met de thuisreis, was de accu weer volledig geladen om de volgende dag gewoon weer dienst te doen alsof er niks gebeurd was.

En dat was nodig, want na alle deuren die dicht zijn gegaan (letterlijk en figuurlijk) vinden we het nu tijd worden om een nieuwe tafel te kopen en nieuwe eettafel stoelen.
We zijn op verschillende plekken wezen kijken, tot in Lekkerkerk aan toe, waar een "flagship-store" van een bepaald "hip" merk zit. Voor een flagshipstore, vond ik de hoeveelheid tentoon gestelde waar teleurstellend, maar we vonden er wel een tafel die ons qua kleur, vorm en poot heel erg aan sprak. Aangezien die tafel ook het enige was dat aanspraak verschafte (het aanwezige personeel zei boe noch bah) hebben we die na een lange terugreis online maar gewoon besteld. Stoelen doen we later in Almere zelf wel, aangezien de opgestelde stoelen in dat specifieke woonwarenhuis dusdanig harteloos en onhandig waren opgesteld dat we daar niet echt een fijne keuze uit konden maken.
De terugreis was een letterlijke trip down memorylane, want we reden langs de lek, de route van buslijn 90, die ik in mijn tijd als OV-chauffeur regelmatig reed. Nog steeds prachtig langs de Lek, kleine smalle straatjes waar ik mijn auto doorheen moest loodsen. Mooi man.
Het overtochtje met de pont, voorafgaand aan dat stukje van mijn werkzame leven, was een leuke kers op de taart voor Jente die erover ging vloggen. Het tussenstopje bij een lokale bakker in een van die dorpjes was voor de maag dan weer erg leuk.
En dan een nieuwe tafel bestellen.
Ik ben heel benieuwd.

Hoe dan ook: ik heb eventjes weekend, en ik geniet van het verbeterende weer, want het betekent weer wat reuring in de tuin omdat Jente met haar vriendinnetjes op de trampoline kan ravotten.
Ik wens eenieder een goeie toe.



vrijdag 26 januari 2024

Bloemrijke avonturen.

Het vergeet-me-nietje.
Een bloempje dat ik als kind al een onweerstaanbaar charmant, lief bloempje heb gevonden. En met al mijn fratsen in de tuin met eetbare struiken en planten, is het planten van één van mijn meest favoriete oneetbare tuinvulling een beetje achtergebleven. 
Een vergeet-me-nietje is klein, heeeeeeel fragiel ogend en heel erg bescheiden. De bloemige tegenhanger van mezelf, als het ware.
Ik kan me herinneren dat ik als kind me regelmatig vergaapte aan die kleine, tere bloempjes in de tuin.
[Het vergeet-me-nietje heeft net als de brem een legende, waardoor hij aan zijn naam komt. Sterker nog: het vergeet-me-nietje heeft wel twee legendes.
Ik zal ze beiden vermelden, ze zijn niet heel erg lang.
1) Ergens in de middeleeuwen, toen er nog echte ridders leefden, maakte ridder Roy met zijn geliefde een wandeling langs een rivier. Ze hadden fijne gesprekken en fantaseerden over hun huwelijk en eventuele kinderen. En over de talloze overwinningen die ridder Roy ongetwijfeld op diverse slagvelden zou behalen. Vlak bij de waterkant viel ridder Roy's oog op een heel erg mooi, vriendelijk bloemetje, en romanticus die hij was, plukte hij dit bloemetje voor zijn geliefde. Romanticus was hij wel, maar erg handig niet. Hij raakte uit balans en kukelde pardoes het water in. Zijn harnas was te onhandig en te zwaar, en vlak voor hij naar de bodem van de rivier zonk en verdronk, gooide hij het bloemetje naar zijn geliefde en riep:"Vergeet mij niet!!"
2) Voor de wat meer religieuzen: Toen God de flora op aarde had gezet, begon ze systematisch alles een naam te geven. Na een paar uur dacht ze eindelijk klaar te zijn, en een lekker kopje hemelse thee te gaan drinken met al haar engelen, hoorde ze een klein, blauw bloemetje roepen:"Vergeet mij niet!" Waarop ze sprak:"En voortaan zul jij zo heten"

Een ander bloempje waar ik als kind al enorm van kon genieten, was het sneeuwklokje. Een klein fragiel bloemetje, uit een bolletje. Hagelwit, hangend aan zijn groene staak in de vorm van een klokje.
Vooral in Velp, bij mijn oma op de veluwe veel van die dingen gezien. Of gewoon in haar tuin. Altijd weer een fijn moment als mijn oma verheugd uitriep dat ze weer een jaar blij mocht zijn met het ontluiken van de sneeuwklokjes. En in mijn herinnering was het ook altijd wit van de sneeuw, als het om die sneeuwklokjes ging, maar dat zal een verhaspeling van mijn geheugen zijn.
Zowel sneeuwklokjes als vergeet-me-nietjes zijn veel charmanter, bescheidener en sierlijker als die arrogante rozen, tulpen, narcissen en geraniums en noem al die overpriced, overhyped PC. Hoofd-bloemen maar op. Veel vriendelijker.

Mijn schoonvader is dit weekend jarig, en wilde vooral bloemen en planten voor in de tuin. En dan het liefste bloemen en planten die een aanzuigende werking zou hebben op bijen en vlinders. Insecten.
Ik vind het ook leuk om bijen en vlinders in de tuin te hebben, maar bij ons komen er hoofdzakelijk slakken af op alle eetbaarheden. Helaas. En muggen.
Hoe dan ook: Een goeie reden om weer eens naar het tuincentrum te rijden, te meer daar er naast het tuincentrum een worstenman zit, die exquise worsten verkoopt. Helaas was die op vakantie (ik hoop naar een bestemming alwaar hij nieuwe exquise worsten kan ontdekken en meenemen naar Nederland, want ik beschouw mezelf van zowel hem als het tuincentrum een vaste klant).
Hoe dan ook: in het tuincentrum stapelden we bloem op bol op plant om mijn schoonvader blij te maken, en liepen we tegen een enorme stelling aan met... Jawel: Vergeet-me-nietjes. En Sneeuwklokjes. En rabarber.
U kunt zich voorstellen dat ik niet aarzelde om die rabarber in mijn kar te flikkeren. Ik ben dol op rabarber. Heerlijk opkoken, tot je er rabarbercompote van krijgt. En dat is weer smullen op die verrekte wasa-crackers die ik eten moet in plaats van brood, teneinde mijn bloedsuikers aan de normale kant te houden.
Toch weer een aanvulling op mijn moestuin kunnen doen.
Oh, en ik heb inderdaad ook drie kleuren vergeet-me-nietjes mee genomen, en een stuk of 8 sneeuwklokjes. Gewoon, omdat ik die charmantheid in mijn tuin, tussen alle eetbaarheden erg leuk vind.

Ga nu in vredesnaam niet denken dat onze tuin er spic en span uit ziet, want dat is niet zo. Het is er een bende van gras, bruin, eetbare en oneetbare dingen. Maar ergens heb ik er ook wel lol in.
De appelboom, de vijgenstruik, alle bessen.... Ik klets ze tot groei en bloei en ik hoop dat mijn liefdevol geouwehoer tegen die flora leidt tot rijke oogsten.
Maar een mooie Engelse tuin zal het met mijn soort karakter nooit worden.

Ilse en ik hebben weer iets keigoeds gedaan: we hebben 2000 euro bespaard. Wij zijn over het algemeen geen brassers. We gaan redelijk zorgvuldig om met ons geld en een grote uitgave wordt altijd harmonieus besproken.
Soms met wat valse noten ertussen omdat ik wél en Ilse niet de waarde inziet van dat wat ik wél en zij niet wil kopen. Of andersom, en dat we dan wat mopperiger worden naar elkaar omdat mannen van Mars komen en vrouwen van Venus, en de weg naar de Maan blijkbaar geplaveid is met minder genuanceerde woorden.
Maar over het algemeen zitten we dicht bij elkaar, als het op grote zaken aankomt.
Ilse is nogal bezig met ons vakantie-materiaal. Dat kan een campertje zijn uit de jaren dat wij beiden nog niet verschoten zaadjes waren. Of een aanhanger of auto die als zodanig om te bouwen is.
Gisteren liet ze iets zien, waarvan ik had gezworen dat ze er mordicus op tegen was: een klapkar. Een soort van vouwwagen, maar dan met een vast of hard dak. De wanden als van een tent. Eerst even wat heen-en-weren over dat het me verbaasde, maar blijkbaar had ik dan toch de verkeerde klapkar voor ogen die Ilse dan wel niet wilde hebben, kortom: van Mars via Venus ergens op de maan beland en nooit meer aan gedacht, tot ze dus een advertentie doorstuurde, van iets dat ze geniaal leuk vond.
En ik ook.
Het dingkie moest 2000 euro kosten, en daar wilden we best even voor naar Purmerend rijden.
Naar Caravan Centrum Waterland.
En daar aangekomen, bleek dat de verkoper vreselijk veel talent had voor fotografie en vooral photoshop. (Meer dan voor het klantvriendelijk ontvangen van mensen, we werden er nog net niet keihard genegeerd).
Letterlijk alle lelijke, bijgewerkte en slechte plekken die zelfs van grote afstand met blote oog zichtbaar waren, waar door de afdeling 'verkoop' vakkundig weggewerkt. De slechte rubbers, die verkruimelden, waren bewust niet op de foto gezet, de kruimelende bodem was niet genoemd, de doorgeknipte draad van de waterpomp was buiten beschouwing gelaten en de gasslang die er gevaarlijk oud uit zag, werd niet vermeld. En dan hadden we de voortent (waarover de advertentie repte) nog niet gezien. Ik vroeg me wel nog af of ze al die punten zouden aanpakken in het kader van de "kosten rijklaar maken" van 225 euro, maar aangezien er niemand was die ons te woord kwam staan, heb ik die opmerking niet kunnen maken.
Er stond een kar die mijns inziens 500 euro waard was, en niet 2000 euro. Ik wilde voor de grap nog gaan vragen naar de caravan van de advertentie, maar mijn gezelschap (bestaande uit Ilse en een vriendin) vond dat een beetje té cynisch. Gezien het feit dat we er dik een uur voor hebben moeten rijden, vind ik het helemaal niet té cynisch.
Goed, een slechte en misschien zelfs wel oneerlijke advertentie van Caravan Centrum Waterland, want als je alle plekken zo goed weg-photoshopt, wek je verkeerde verwachtingen.
Aan de andere kant: we weten nu dat we bij Caravan Centrum Waterland helemaal niks moeten kopen. Want het is er simpelweg veel te duur.
Maar het bespaarde ons wél 2000 euro, die we mooi achter de hand kunnen houden, voor andere dingen.
Misschien wel een andere paradiso vouwcaravan met dak, want we hebben wel gezien of ontdekt dat dat wel iets is dat ons zou kunnen liggen.

Dit maar weer geschreven hebbende, begint voor de meeste mensen hun weekend, die van mij eindigt alweer. Ik wens eenieder een beste.








vrijdag 19 januari 2024

Klussen, kletsen en dat op stevige stappers

Op sommige vlakken van het leven sta ik behoorlijk goed in contact met mijn wat meer feminine kant. Een uiting daarvan is schoeisel.
Ik ben namelijk een ongelooflijk pietje precies als het op schoenen aan komt. En extreem behoudend in mijn merken-trouw.
Op nummer 1 Nike. En dan specifiek de Air-Max.
Op nummer 2 All Stars, van Converse.
Op nummer 3 Crocs. Voor in huis of voor op de camping. Ja, echt. Crocs. Ze lopen goddelijk lekker, en poep aan alle haters.
Je kunt me dus op heel veel soorten schoeisel rond zien banjeren, en liefst lekker kleurig, zeker buiten werk om.
Want als het in de winter op werken aan komt, dan draag ik mijn onvolprezen Meindl's. Ik wil warme en droge voeten hebben. Zeker op het toch iets koudere en nattere platform.
Tot de vorige week.
Mijn Meindl's had ik een paar maanden geleden bij de schoenmaker van nieuwe hakken laten voorzien. De hakken waren bijna 10 jaar oud, versleten en omdat ze verder nog heel erg fijn liepen, leek het me de investering wel waard. Ja, tot ik dus na een paar weken alweer terug moest omdat de lijm losliet. Na de vakantie in Engeland kwam ik er op de eerste werkdag achter dat ook de tweede keer lijmen niet echt leidde tot het definitief vasthouden van de zool. Ik vermoed dat het verzolen van schoenen, niet echt de leest was van de schoenmaker.
Ik draag die Meindl's dus omdat ze mijn voeten droog en warm houden in de winter. En winters op het platform zijn koud en nat. Als de zool dan voor me uit vliegt tijdens het lopen, beschouw ik dat als een vervelend iets. En het staat armoedig. Zo'n buschauffeur die flapperende geluiden maakt omdat de schoenzool eerder tegen het platform petst dan de rest van de schoen.
Met een nog niet gespecificeerde winter in aantocht, wilde ik mezelf een volgende vruchteloze tocht naar een schoenmaker besparen, en dus toog ik naar de stad om mijn licht op te steken in een lokale schoenenwinkel. Ik wil warme, droge voeten houden. Een goeie dikke zool. Een comfortabel voetbed. Dat bleek wel aardig mogelijk. Dus kwam ik helemaal trots terug met een paar Sketchers. Ja.... Sketchers....
Daar had ik al eens een paar sneakers van besteld, want ze liepen goddelijk lekker, en dat leek me voor het platform in de zomer wel wat. Na 3 maanden was de zool nagenoeg volledig weg, iets wat me met nikes nog nooit gebeurd was. En daar heb ik nu een paar winterschoenen van gekocht. De winkelmevrouw liet de wat duurdere exemplaren zien, en die waren alsnog dusdanig vriendelijk geprijsd dat ik hoop dat ik er wel twee winters op kan lopen. Mijn Meindl's mogen nog één keer verlijmd worden, en dan als reserve in de kast.
Dat brengt mijn hoeveelheid schoenenparen op 8.
3 paar werkschoenen.
1 paar wintersneakers van leer (gekocht in Engeland, want daar bleek dat het huidige paar, dat ook al even meegaat, niet meer denderend waterdicht waren en in Engeland vindt men heel terecht dat kleding onder de eerste levensbehoeften valt, en daarmee dus laag belast. Zouden die rechtse rukkers van de afgelopen en komende kabinetten ook eens moeten doen).
2 paar zomersneakers.
2 paar crocs.
Dat is om en nabij evenveel als Ilse heeft. Alleen Jente heeft meer schoenen.
Schoenen kopen doe ik ook graag. Liefst online, want ik ken mijn maten en dan heb ik geen last van andere mensen. Maar ik vind het best leuk om een paar schoenen te kopen, liefst in een buitennissige kleur of kleuren, waarvan ik zeker weet dat ik een van de weinigen ben, die zo gek is om erop te lopen. Of passend bij dat andere gekkigheidje: happy socks.
Dus ja, wat schoenen betreft ben ik wel een beetje een vrouw.

Wat overigens niet betekent dat ik mezelf identificeer als zijnde vrouw. Want verder ben ik gewoon een lompe mannelijke boer, die met een speciaal Marnix-filter (of gewoon geen filter) het leven gadeslaat en becommentarieert.

En uiteraard was er wel weer wat te klussen.
Onze bestelde deuren komen binnenkort aan, het meebestelde beslag zoals dat heet, kwam al eerder. We wilden namelijk eens wat anders op die deuren. Wat mooiere, metalen, zwart gepoedercoate klinken op de wc-deur, de huiskamerdeur en ook op de nog te leveren trappenkastdeur komt een sierlijk zwarte klink. Allemaal van dezelfde soort, in plaats van het ratjetoe dat er nu op zit. 
Omdat er 2 deuren behouden blijven, leek het me een goed plan om alvast eens wat ruimte te maken, en die 2 deuren te voorzien van het nieuwe beslag. Dat ging net niet zo makkelijk als ik me dat had voorgesteld. Prachtig deurbeslag, niks op aan te merken. Goeie keuze, goeie smaak.
Maar die schroefjes die er bij geleverd werden, zijn dan weer van een intense treurigheid waar je onnavolgbaar agressief van wordt. Ik in elk geval wel.
Het begon ermee dat die schroefjes eigenlijk niet echt het hout in wilden, en zelfs met gebruik van het perfect passende bitje, ogenblikkelijk uit sleten.
Daar sta je dan, met je goeie gedrag. Met een tang uiteindelijk dat knurfterige schurftschroefje eruit gewrongen, en omdat ik nu eenmaal een torx-liefhebber ben, uit mijn schuur een paar torxen gepakt.
Blijkt dat het hout van die deur uit het juiste gesneden is, want ook die torx had er moeite mee. Schoot weg, en in mijn duim, die ter plekke was om de deurklink-schild (of hoe zoiets heet) op zijn plek te houden. 
Een schroef in je duim. Dat is pijnlijk. Heel erg pijnlijk. En bloederig. Ik kon mezelf weer eens niet beheersen, en braakte een paar creatieve liederlijkheden uit. Ik vrees dat mijn echtgenote weer compleet nieuwe scheldwoorden heeft geleerd.
Mijn duim, het slachtoffer, sprak door mijn mond, denk ik.
Hoe dan ook: twee van de 3 deuren beneden zijn van nieuwe klinken voorzien. En het ziet er best mooi uit, al zeg ik het zelf. En voor die schijtschroefjes verzinnen we wel een oplossing. Eigenlijk zou het verboden moeten zijn dat leveranciers die mooie deurklinken kunnen leveren, dat doen met schroeven die kwalitatief dusdanig ondermaats zijn, dat het lachwekkend is. Of jankwaardig, als je mijn duim moet geloven.
Bijkomend nadeel aan mijn gewonde rechterduim: ik kan mijn telefoon niet meer ontgrendelen met mijn vingerafdruk, want die is van de bewuste duim, en nu dus water-, wind- en luchtdicht verpakt in een plijster. Dus ook dat levert wat ongemak op.

Tijdens mijn werk word ik regelmatig voor wat onvoldongen feiten geplaatst. Meestal zijn dat mensen die oprecht hele onhandige of gevaarlijke plannen hebben.
En dan moet ik (afhankelijk van hoe gevaarlijk of onhandig) mild tot ferm ingrijpen om die mensen van hun voornemens af te brengen. En in de regel doen ze dan braaf wat ik ze opdraag.
Het meenemen van hete koffie of thee in niet goed af te sluiten verpakkingen, is bijvoorbeeld niet toegestaan. Dit heeft te maken met het feit dat als die hete drank gemorst wordt, in het beste geval ik het moet opruimen. In slechtere gevallen kleddert die hete drank over andere passagiers of hun kinderen, en is het lijden in last.
Er kwam een dame de gate uit, met een grote, dampende beker koffie. En in plaats van dat ze dat binnen in de gate al melden (zoals zou moeten) lieten de gate-agents het aan mij om dit op te lossen. Ik sprak de dame in kwestie aan, en ze verzuchtte dat ze al sinds Sidney zo'n ongelooflijke behoefte had aan koffie met havermelk. Dus haar teleurstelling was groot. Heel groot.
Ik kon haar enigszins tegemoet komen door haar te zeggen dat zolang als we niet gingen vertrekken, ze wat mij betreft haar koffie op mocht drinken.
En zo ontspon er tussen de dame en mij een heel erg leuk en gezellig gesprek. Over koffie, over mijn werk. Over Australie en Europa. Het werd dusdanig gezellig dat ik eigenlijk niet meer aan het opletten was, en ik totaal miste dat de gate-agent al een paar minuten stond te gebaren dat ik weg kon. Inmiddels was de koffie van de passagier wel op. De gate-agent had op zich ook wel in de gaten dat het een vrolijk en geanimeerd gesprek was, dus die kwam ten langen leste maar naar buiten om te melden dat de laatste passagier niet kwam opdagen, en we dus nu echt wel eindelijk weg mochten.
Koffie met havermelk. Je zou verwachten dat het zo'n van etherische olieën doordrongen Gerda met dito kapsel en gedrag was. Maar hier werd ik dus serieus vrolijk van. Een frisse, jonge meid die gewoon lekker kletste, en toevallig een koffie met havermelk drinkt. En laten we wel wezen: ik eet Foye Gras, dus wie ben ik om over andermans smaak te oordelen.

Goed, dit geschreven hebbende, ga ik gewoon maar weer eens een weekendje werken, zodat ik ondanks dat ik 1 dag vrij heb op 10 dagen, ik toch gemiddeld aan 5 werkdagen toekom, ofzo.
Ik wens eenieder een beste toe.




Kladje

 De klad is erin gekomen.  Na de onverkwikkelijke gebeurtenissen met betrekking tot "het nieuwe roosteren", waarbij welzijn van pe...