donderdag 25 juni 2020

Wees gewaarschuwd. Niet tijdens of rond het eten lezen.

Allereerst mijn nederige verontschuldigingen aan alle (mild) autistische vrienden en lezende gewoontedieren, die mijn schrijfsels (al dan niet kakkende) volgen.
Het is geen zaterdag, het is geen zondag. Ik weet het.
Maar er is een verrekt goede reden waarom ik nu schrijf.
Namelijk: ik heb niks te doen.

Oke, nu u de onderkaak van de grond hebt geraapt, en de schellen weer in uw ogen heeft terug geplakt, kunt u verder lezen, daar ik de reden van deze trendbreuk zal geven.

Sinds dat ik een jaar of 18 was, prijkte er op mijn borstbeen een bult. Niet mooi, maar naarmate de jaren vorderden, groeide er haar overheen en was die enigszins ontsierende bult verhuld.
Toen ik inmiddels 27 was, en van diverse minnaressen de vraag kreeg of ik een derde tepel te verstoppen had, en wellicht wat meer (er waren inmiddels rond die ene bult, een 3-tal anderen gegroeid, kon ik niet meer doen alsof er niks aan de borst hand was, en begon ik te merken dat ik een wat bobbelige borst had.
Hoorde gewoon bij me. Last ervan had ik niet. Tot op dat moment.
Tot een of meerdere van die bulten ineens onrustig werden. Gingen schrijnen, jeuken, pijn doen en ontsteken.
Ik ben meestal van het "zelf doen" dus als het me te gortig was, zette ik er iets scherps in, kneep eens lekker, ontsmette en liet het weer een poos gaan.
(De paar keer dat ik er een dokter naar vroeg, werd mij altijd gezegd dat ik het maar even aan moest kijken, of lekker laten zitten).
Inmiddels getrouwd met kind, ontdekte ik een kleine twee jaar geleden ook zo'n bult, maar dan in mijn nek.
Niks aan de hand (nek). Gewoon een bultje.
Soms wat lastig bij het scheren van mijn hoofd, maar voor de rest geen wereldschokkende dingen.

Tot ik vorige week ineens pijn kreeg aan dat bultje. Pijn, jeuken, schrijnen, kloppen. En van wit, naar rood paars.
En van klein (formaatje couscous-korrel) naar belachelijk en ontsierend groot (formaat uit de kluiten gewassen bruine boon, hoewel voor de eerlijkheid en de beelddenkers: formaatje witte boon in tomatensaus).
Pijnlijk.Vooral ook omdat die witte boon ineens vesuvius-achtige aspiraties kreeg. Rood witte blerf lekte als zacht-warme honing langs mijn hals naar beneden.
Dus op, naar de dokter. Mijn kwaaltjes uitgelegd, en praktisch gesmeekt om een doorverwijzing, want ik was er helemaal klaar mee.
Ik wilde niet meer het even aanzien, of afgescheept worden. Ik wil gewoon nooit meer ontstoken cystes (want dat zijn het).
Die verwijzing kreeg ik.

Gisteren was het dan zover: ik mocht naar de chirurg om mijn cystes te laten weghalen.
Ik, met mijn naaldenangst, zenuwachtig kletsend tegen Ilse (die mee moest). Maar de chirurg was een goeie, humoristische kerel, die me geruststelde, de naaldjes erin duwde (totaal niet pijnlijk, tot hij begon met wrikken om overal verdoving te krijgen, dat was naar) en vakkundig en vlot alle knikkertjes eruit sneed.
4 knikkers armer, 4 gaten en 8 hechtingen rijker, zwalkte ik het ziekenhuis uit.
Zwalken, want die plaatselijke verdoving doet toch meer met me dan ik verwacht had. En toen snapte ik ook waarom ik niet alleen mocht komen.
Naar huis, en thuis heel de dag groggy zitten bijkomen in de hitte.
De pijn kwam later, en was op zich met wat paracetamolletjes goed te handelen. Maar de jeuk. De JEUK. Tyfusdetouwtering wat jeukt dat.
Op zich prettig, want jeuk betekent dat je lijf de boel zelfstandig aan het genezen is.
Maar degene die ooit jeuk als leuk betitelde, verdient wat mij betreft eeuwige jeuk op onbereikbare plaatsen.
Ik bedoel, dit is jeuk uit de ere-divisie. En dan niet categorie FC Utrecht (sorry Utrecht Fans) maar FC Ajax. Of zo.

En bovenstaande is dus de reden dat ik nu, in een min of meer koel huis, zit te niksen. Ik had nog allemaal plannen (de schutting aan de andere kant moet, de poort moet opnieuw, we willen een soort van tarp, maar dan wat beter van kwaliteit dan VIDAXL, ik heb een tafel die af moet en zo zijn er nog talloze klusjes die gedaan moeten worden) maar omdat die hechtingen vrij vers zijn, en de wondjes niet nodeloos onder druk gezet moeten worden, heb ik dat allemaal kunnen schrappen.
Ik ga hooguit mijn auto van zijn laatste beetje blauw voorzien. Maar verder moet ik even rust houden.
Jammer ergens, want aankomende zondag ga ik kennismaken met de bedrijfsleiders van Arriva, en dan daarna hopelijk weer aan het werk op het platform.
Fijn want er moet echt wel weer wat geld binnenkomen. Maar ja... Dan kom ik weer niet toe aan de rest van de klusjes.

Terwijl ik dit type, zit ik naar mijn rechterpols te kijken. Daar is niks mis mee. Die is versierd met een mahoniehouten armband, welke ik van mijn eega heb gekregen ter ere van vaderdag.
Ik hou van hout. Ik hou van houten sieraden, dus was dit een enorm gaaf kadootje.
 En dat is fijn.

Oke, dit geschreven hebbende, ga ik mijn been maar eens krabben. Misschien helpt dat tegen de jeuk op mijn borst.

Fijne dag allemaal. 

zaterdag 20 juni 2020

Naar mijn mening is het zo dat....

Bijna iedereen heeft er wel een mening over.
De Noodwet. De Spoedwet. Alles om covid uit te bannen, en de straffen liegen er niet om.
Petities, vaak gemaakt door schimmige, al dan niet populistische clubjes zeilen je om de oren.
Petities die klungelig in elkaar zitten, en er van alles bijhalen. Van de Rothchilds, via de vrijmetselaars en de Illuminati, naar 5G en andere zaken welke door niemand nog uit elkaar te halen zijn, of zelfs maar te controleren, omdat echt goede en onafhankelijke bronnen nu eenmaal niet voorhanden zijn.
Gelukkig zijn er ook nog petities die simpel, dor doch helder stellen wat er schort aan die wet.
Zodat ik niet eerst allerlei bronnen moet nagaan. Maar die in klare taal gewoon zeggen dat die noodwet nu eenmaal niet een bijster goed idee is.
Dat voelt al beter.
Ik ben op geen enkele manier tegen het uitbannen van een levensbedreigend virus. En bij gebrek aan vaccin, zullen andere voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden.
Ik ben geen viroloog, maar feit is wel dat die 1,5 meter geholpen heeft met het terugdringen van het aantal besmettingen.
De getallen in de ziekenhuizen liegen niet.
Wat mij echter bijzonder tegen de borst stuit, is dat mensen het nog steeds afdoen als een griepje. En vergelijkingen leggen met ziektes, waar ook mensen aan dood gaan, maar die beter beheersbaar zijn, omdat ze bekender zijn, en omdat er vaccins of medicatie voor zijn.
En dus dat je veel meer moet oppassen dat je niet besmet raakt, want ook als je er niet aan doodgaat, is de nasleep ervan niet een waar je heel erg op zit te wachten.
Onze overheid, in al haar onmacht en onkunde, heeft besloten dat een noodwet dé oplossing gaat zijn.
Men neme maatregelen, en bij overtreding of negeren ervan, zal de burger ervan lusten. Hoge straffen, dat zal ze leren!!!1!1!1111!!!!one
En dat vind ik verkeerd. Ik vind het verkeerd omdat ik vind dat de staat zijn inwoners niet zo zou moeten behandelen. Het is een forse inbreuk op mijn vrijheid. En dat kan en moet anders.
En toen viel me ineens in, waarom ik die wet nog meer verkeerd vind. Ons land gaat er prat op dat we zo vrij zijn. En elk jaar in de aanloop naar mei, wordt ons voorgehouden hoezeer we vrij zijn. En hoezeer we (terecht) de bevrijders van toen moeten eren. Herdenken.
En inmiddels worden ook veteranen die overal ter wereld opkwamen voor onze vrijheid, veiligheid en belangen, geëerd. Dat is een goed ding.
Ik vind het persoonlijk dan ook een enorme muilpeer in hun gezichten dat de overheid nu zo onmachtig en onnadenkend en haast gemakzuchtig die zwaar bevochten vrijheid zo enorm beknot.
Hoe kun je nu een missie naar een oorlogsgebied beginnen, en hier je eigen burgers bedreigen met straffen die niet meer op te brengen zijn, en op geen enkele manier meer in verhouding staan tot het delict.
Hoe kun je een marineschip naar de golf van Somalie sturen, terwijl er thuis nauwelijks meer sprake is van enige vorm van leefbaarheid?

Ik denk en ik hoop dat ik chargeer. Ik denk en hoop dat het allemaal niet zo'n vaart zal lopen. Want aan de andere kant vraag ik me oprecht af, waar ze de hoeveelheid dienders vandaan moeten halen die al die wetten af gaan dwingen. Er zijn er nu al te weinig, die teveel te doen hebben.
Maar het gaat me om het principe.

Tegelijkertijd vind ik dat het niet een groot probleem zou moeten zijn om als maatschappij eens kritisch te kijken naar ons eigen gedrag. Nederland blinkt uit in eigenwijsheid. Iedereen weet het altijd beter, en omgaan met autoriteit zit niet echt in de genen van dit volk. Maar misschien wordt het eens tijd dat de Nederlander leert om daar wel mee om te gaan. En als we nu met ons allen, zonder onze eigen mening als middelpunt van het universum te zien, gewoon eens zorgen dat covid ook daadwerkelijk geen ruimte meer krijgt, (op welke manier dan ook) dan zouden al die maatregelen des te eerder niet meer nodig zijn.

Ik reageer dus ook een beetje vanuit mijn eigen gevoel, dat zegt: maatregelen om iedereen en vooral de kwetsbare groepen te beschermen: ja! Geen kwestie over mogelijk. Maar ook: De manier waarop de overheid dit af wil dwingen, gaat alle perken van fatsoen te buiten. Dus dat: nee.

Ik krijg dan een paar keer de vraag waarom ik het niet zelf onderzoek. Dat doe ik maar zeer mondjesmaat. En wat ik dan tegenkom, vind ik voor mezelf te (ver) gezocht. Ronduit belachelijk. Of niet controleerbaar.
Dus ik ga hierin af, op wat ik al gelezen heb, wat ik hoor en mijn eigen mening daarover.
Want voor meer heb ik geen tijd, geen energie.  En eerlijk gezegd ook geen zin.
Er schuilt namelijk een bepaalde ironie in alle manifestaties en manifesten over dit hele onderwerp.
Er wordt namelijk nogal eens geschermd met: We moeten ons niet bang laten maken. En als je vervolgens verder leest, word je bang gemaakt voor alles en iedereen, en die nogal zouteloze, machteloze overheid.
Laat je niet bang maken, zo roepen ze. En vervolgens maken ze je bang, met "constateringen" en aannames die nauwelijks te bewijzen zijn, maar er niet om liegen...
Maar goed. Ik heb uiteraard een petitie getekend tegen die noodwetten. En inderdaad: een hele droge petitie. Een die er niet van alles en nog wat bijhaalt.

Gisteren had ik een eerste bijeenkomst PEA. Psycho Educatie ADHD. 
En ik moet bekennen: het was een feest der herkenning. Helaas ook gelijk de mededeling dat het erfelijk is. En dan is Jente dus van 2 kanten de lul.
Maar de groep zelf is een geestige mix van jonge gozers, en oudere kerels die allemaal pas net het predicaat AD(H)D hebben gekregen. En veel van de zaken waar we mee worstelen zijn herkenbaar, en leidde vaak tot gelach van herkenning. Want the struggle is real. En het is fijn om je af en toe te spiegelen aan anderen. Hoe zij met bepaalde dingen omgaan, hoe zij zich handhaven. Of juist niet.
En omdat het samenwonen met een andere ADHD'er blijkbaar ook leidt tot blinde vlekken daarin, kom ik er buitenshuis dus beter achter, waar ik nu al die tijd mee worstelde, waar ik coping-mechanisms voor had, waar ook een oorzaak misschien wel lag voor de depressie (waar ik al een hele poos eigenlijk geen noemenswaardige last meer van heb), en hoe ik er beter mee om kan gaan.
Er zijn mensen die zeggen: ja, maar, je bent meer dan alleen dat labeltje. Nou, dat klopt wel, maar het labeltje klopt ook. Het labeltje geeft me namelijk best wel wat houvast, en zou kunnen leiden tot wat meer structuur. Voorwaar niet onhandig. Ik ben niet zozeer dat labeltje, maar dat labeltje is wel een perfecte opsomming van wat er zich allemaal in die harde kop van mij zich afspeelt.
Een grappig voorbeeld:
Ik kan voor een vriendje een tuintafel bouwen. Elk normaal mens neemt even de tijd om een pauze te nemen. En te denken voor te doen.
Ik niet. Ik kan dus in een soort van hyperfocus schieten, en van vroeg in de ochtend tot laat in de avond zonder stoppen bezig zijn met het maken van dat tafeltje.
Ik betrapte me er laatst op dat ik een peuk in mijn bakkes had gepropt, maar glad vergeten was om die aan te steken, zo druk was ik bezig met zagen, schaven, lijmen, schroeven en passen.
Het filter van mijn sigaret was volslagen doorweekt van mijn adem.
En als Ilse niet af en toe roept, vergeet ik glad om te eten of te drinken. En sta ik uiteindelijk te zwaaien op mijn poten van de honger, dorst en vermoeidheid.
En als ik dan gestoord word, dan ben ik ook echt even een paar seconden geirriteerd. Omdat ik uit mijn flow word gehaald.
Het eerste dat ik geleerd heb: ik zet een wekker, en als die gaat, stop ik en neem ik pauze. Ook echt op een andere plek, omdat ik anders pauze neem, maar toch in die pauze alweer een paar dingen ga doen, die uiteindelijk dan weer leiden tot....


En dan het meest fijne en ultieme nieuws: Ik mag heel snel alweer naar het platform. Die nieuwe vervoerder wil kennis maken met me. Hoe ironisch eigenlijk dat ik langer op het platform werkte dan de nieuwe vervoerder er zit, maar goed. Ze willen me graag ontmoeten, en omdat ik altijd heel gepassioneerd ben over dat werk daar, doe ik dat graag. Want na al het klussen, is het ook tijd om lekker tot rust te komen achter het stuur van de bus. En leuke rondjes over het platform te zoeven. Mijn collega's daar weer te zien en weer lekker met ze te grappen en te grollen.
Kan niet wachten.


Ik ga eenieder een prettig weekend toewensen.


zaterdag 13 juni 2020

Bijgekletst.

De uitslag van het ADHD onderzoek...
Het zal voor veel mensen misschien niet helemaal een verrassing zijn, maar ik voldoe aan nagenoeg alle kenmerken om te kunnen zeggen dat ik ADHD heb. Poehpoeh. Ik wilde meteen al een feestje vieren, want vanaf nu heb ik dus een excuus voor alles.
Behalve dan dat dat nu net niet waar is. Het leverde me wel al het een en ander aan "aha!!!!-erlebnissen" op. Dingen van vroeger tot nu die ik beter snap. waarom ze fout gingen. Of waarom ik er last van heb.
Geen excuses, maar verklaringen.
En dan door. Want ook voor ADHD zijn pillen, en ik krijg een paar bijeenkomsten over ADHD er gratis bij.
Verder zal ik er niet anders door worden, want ik ben niet bij de gratie van ADHD, ik ben natuurlijk gewoon mijn frisse, fruitige, lompe ik. En voor de rest zijn er pillen. Of niet. We zien wel. Het zal weer een bijzondere affaire worden, denk ik zo. 

Wat schutting betreft moesten er nog wat puntjes op de i geknald worden. De palen iets ingekort, ik heb inmiddels een begin gemaakt met de herindeling van onze in oppervlakte met ongeveer 4 vierkante meter gegroeide tuin, en nog zo wat dingetjes.
Denk aan een captain's chair voor bij mijn werk-sta-tuintafel.
Intussen vond de buurman twee huizen verderop het een strak plan om zichzelf buiten te sluiten.
En wij waren de enigen die thuis waren, dus belde hij bij ons aan.
De man is absoluut vriendelijk, maar hij heeft veel woorden nodig om nauwelijks iets zinnigs te zeggen. Ik herken dat, en bij een ander vind ik het irritant. En ja, van mezelf vind ik dat niet, ja dat maakt me een hypocriet, nee dat kan me geen bliksem schelen.
Hij trekt het nog een stapje verder: hij gaat me vertellen hoe ik hem moet helpen. Wat ik daarvoor mee moet nemen, en hoe ik dat dien te doen.
Hooooo....
Ik vind het niet erg om te helpen, maar als iemand het allemaal zo goed weet, mag hij van mij de spullen lenen, en het zelf doen.
Dat lukte hem niet.
Uiteindelijk stonden er 3 mensen zeer opvallend op klaarlichte dag een poging tot inbraak te doen, en tja, ik moet zeggen: ik slaagde er wonderwel in om die deur met een door Ilse vervaardigd apparaat open te krijgen. In een klein straatje waar men elkaar "kent" en elkaar vriendelijk gedag zegt, valt dat op, en kregen we zelfs geen rare blikken of toegesnelde politie te verwerken. Gelukkig maar, want leg maar eens uit dat je als beëdigd ambtenaar bezig bent om op verzoek bij je buurman in te breken. Staat toch raar. Zeker als je dat doet bij iemand die met enorm veel woorden, bijna niks zegt, dus als getuige betrekkelijk waardeloos is.
Marnix en Ilse, voor het oplossen van uw onhandigheden...
Als we onszelf dus eens per ongeluk buitensluiten (is me al eens overkomen) weten we nu in elk geval hoe we weer binnen moeten komen.

Mijn captain's chair is in elk geval qua looks een mooie toevoeging aan mijn tuin-sta-werktafel. Qua hoogte.... Het was handig geweest als ik van te voren even de andere kruk had opgemeten, want die was simpelweg perfect gegokt qua hoogte.
De captain's chair was serieus echt te hoog. Zit is perfect. Rugleuning en poot zijn nog perfecter. Maar als ik zat, bungelden mijn benen ongecontroleerd en oncontroleerbaar in de rondte. Geen gezicht.
Toch manmoedig een paar dagen volgehouden dat het prima was. Tot mijn ergernis won, en ik de boel toch maar wilde inkorten.
En dan kwam ik er dus achter hoe sterk houtlijm is. Ik heb de gewoonte om mijn meubels voor buiten en binnen met houtlijm en schroeven vast te zetten. Dit doe ik omdat ik een gebrek heb aan houtklemmen. Ik heb er een paar, en das niet genoeg.
Dus een kledder houtlijm en dan een schroef (torx, want iets anders is in mijn ogen als citrofiel, (ja heus, lieve kijkbuiskindertjes, de torx is ontwikkeld door Citroen) niet bruikbaar) erdoor en klaar.
En klaar is dus ook echt klaar. Staat als een huis.
Wil je het dan los halen, dan gaan de schroeven nog wel. En dan.... Dan heb je dikke vette pech, want houtlijm is ongelooflijk sterk. Zoiets als de maagdenburger halve bollen, maar dan niet met vacuüm, maar met wit plaksel. Als je toch iets probeert te scheiden dat houtlijm heeft verbonden, dan is de kans erg groot dat je je hele bouwwerk verwoest. Dat je alle splinters uit het hout trekt, maar de delen die door lijm zijn verbonden, krijg je niet van elkaar af. Gewoon niet. Kansloos. Hooguit dat je een nieuwe scheur vlak naast de lijmrand veroorzaakt. Maar die houtlijm laat niet los.
Ik heb met plamuur messen ertussen zitten wroeten, zitten snijden en zitten kloppen. Kansloos.
Uiteindelijk dus maar besloten om de stoel niet 10 maar 14 centimeter in te korten, door simpelweg de poten van de steunen te zagen, en ze uit arren moede maar 10 centimeter naar achter te plaatsen. Bijkomend voordeel: ik heb een ruimer voetenbankje, en ik zit precies op een lekkere werkhoogte.
En toen dus de boel maar weer met houtlijm en schroeven vast gezet.
Resultaat: ik hoef niet meer als dat kleine jochie op een veel te hoge fiets te stappen. Ik zit lekker aan mijn tafel, en ik kan lekker onderuitgezakt een peukje roken.
En sinds ik een halve fles lijnolie erin gepoetst heb, hoef ik me over het weer geen zorgen meer te maken.

En dan is daar de dag waarvan je weet dat die komen gaat: je trouwdag.
Vorig jaar liep dat een beetje in de soep (het zal ook eens niet). Ik was het vorig jaar niet zozeer vergeten, ik had het gewoon niet in de gaten. En was min of meer vergeten verlof op te nemen voor die heugelijke dag.
Na een toch wat grimmig gesprek met mijn echtgenote, ben ik dus een heel jaar lang op de hoogte gehouden van onze trouwdag. Welke vandaag was. is.
6 jaar. Volgens wikipedia is dat het ijzeren jubileum. Waar hebben we het over. 6 jaar is hartstikke kort. Daar moeten er nog een paar bij. Als we allebei nog leven als ik 99 ben, zijn wel, met wat goede wil zo her en der 66 jaar getrouwd. Dat lijkt een leuk streven, mits ik die 99 haal, in goede, frisse, humeurige staat van geest en lichaam.
Maar die 6 jaar zijn netjes voorbij gegaan. En dat is op zich, Ilse en mezelf een beetje kennende, toch ook wel een klein mirakel te noemen, aangezien we beiden qua ziel en ledematen zo onze uitdagingen hebben.
En dat inmiddels het grootste deel van de tijd, vergezeld van een meisje die zich erin specialiseert om heel lief het bloed onder je nagels vandaan te halen. Let wel: ik zeg heel lief.
We zijn om ons ijzeren (er staat niet bij of het echt ijzer is, of roestvrij staal) huwelijk te vieren, eens lekker uit eten gegaan. Corona-proof restaurant uitgezocht, aan de prachtige Noorderplassen hier in het Almeerse, en lekker romantisch smikkelen.
Jente logeert bij opa en oma.
Dus we kunnen morgen lekker uitslapen ook. Hoewel dat in mijn geval betekent dat ik niet om 6 uur wakker ben, maar om 610. Maar dat mag de pret niet drukken.
Het was een mooie, rustige dag.

Morgen ga ik eens kijken hoe of dat ik een mooi framepje kan maken voor het horrengaas, zodat we ons huis kunnen luchten, zonder dat er allemaal beesten binnenkomen, die ik buiten wél, maar binnen niet per se op prijs stel.

Dit geschreven hebbende, wens ik u allen een prettig weekend.

zondag 7 juni 2020

Kluspdate en andere meningen

Een pittige klus was het.
Uiteraard begon het met het verwoesten en uitsteken van de coniferenhaag, maar het plaatsen van een schutting die net iets hoger dan manshoog is, waardoor je vrij vaak boven je macht aan het werken bent, en de panelen inhangen, was behoorlijk een aanslag op ons lijf.
Reken daarbij mee dat we geen van allen echt veel ervaring hebben met dit soort klussen, en ik durf te stellen dat we a) het vreselijk onderschat hebben, en b) een prima klus hebben afgeleverd.
De keren dat we elkaar behoed hebben voor al dan niet fatale ongelukken of kostbare fouten, zijn niet meer op de vingers van één hand te tellen.
Maar hij staat. Een prachtige schutting van douglas-hout (welke een prachtige rode gloed heeft) die ons ongeveer 0,75x12 meter extra tuin geeft.
Mijn eigen stomme fout was, dat ik mijn bolletje weer eens lekker kortwiekte.
Fout twee was dat ik dus in het zonnetje de palen erin ging rossen.
Fout drie was dat ik geen zonnebrand opsmeerde, of petje droeg.
Nu sneeuw ik.
En in plaats van mezelf voor mijn kop te slaan vanwege die stupiditeiten, ben ik mezelf aan het krabben. Want vervellen, jeukt.
Tussendoor nog even een grote tuintafel om aan te werken in elkaar gezet van de meegeleverde pallets. Dat leverde meteen gemak op toen ik de extra panelen in elkaar moest zetten en ein-de-lijk een (tijdelijke?) vensterbank voor in de keuken.
Sinds dat we vorig jaar de keuken installeerden, waren we af en aan bezig met wat we precies zouden gaan doen met het raam. En ondertussen gaapte daar dus een groot en lelijk gat.
Om de een of andere reden kreeg ik het ineens op mijn heupen toen ik naar dat gat keek. En met gezwinde spoed ging ik naar buiten om in mijn houtbak te kijken of er nog planken waren om een vensterbankje in elkaar te zetten. Aangezien ik nogal wat pallets heb liggen, zou het ook een groot wonder zijn als ik niet wat bruikbaar hout had liggen.
En dat lukte. Snel aan de slag met de zaag, houtlijm, klemmen, schuurpapier en een restant ral 9001, en 30 minuten later had ik een mooi passende vensterbank.
Waar ook Ilse blij mee is.

Het is nu al een flink aantal jaar zo dat mijn vriendenkring een heel diverse aangelegenheid is.
Van hoveniers, tot monteurs. Van chauffeurs tot musici. Van therapeuten tot ict´ers.
En veel ertussen.
Bij sommigen kun je gewoon lekker naar binnen klossen, anderen verwachten (al dan niet met zoveel woorden) dat je je schoenen uitdoet.
Tijdens al het geklus van de afgelopen maanden, werd ik nog wel eens gestoord van alle vuiligheid die je naar binnen klost. Dan moest er weer een stofzuiger aan te pas komen en de dweil maakte ook overuren.
Moddervlekken, natte vlekken, waarin ander (normaliter droog) stof en vuiligheid zich lekker gaan nestelen, en dus nog meer vlekken veroorzaakt.
Zozeer dat het na een dag klussen zo was dat het niet meer een witte vloer met vlekken was, maar een ongedefinieerde vloer met hier en daar een witte vlek.
Dus maar weer de stofzuiger en de dweil erbij.
Afgelopen maandag of dinsdag, de vloer was net schoon, keek de dweil me zó vreselijk vermoeid aan, dat ik medelijden kreeg. De spons onderaan de stok zakte na gebruik amechtig in de emmer, om daar een ongemakkelijke vorm aan te nemen.
Alsof die wilde zeggen dat de spreekwoordelijke koek op was.
Toen besloot ik de dweil wat lastenverlichting te geven in zijn "dweilen-CAO". Vanaf dat moment is het bij ons ook een verplichting om bij binnenkomst de schoenen uit te trekken, en op sokken de woning door te banjeren.
En dat helpt. De vloer is wit. En de vloer blijft wit. Tuurlijk, met al het klussen neem ik nog steeds wel troep mee, maar dat concentreert zich nu bij de deuren waar ik door naar binnen kom. En dus makkelijker weg te halen.
Had ik jaren eerder moeten doen. Om precies te zijn: dat had ik moeten doen toen we hier kwamen wonen. Want witte plavuizen zijn super handig. Zijn goed schoon te maken, en als het toilet eens een keer of twee zijn inhoud naar boven stuwt, is er niet meteen onoverkomelijke schade. Maar het is ook super besmettelijk.
Ben ik 39 jaar voor geworden, om nu pas tot de conclusie te komen dat het enorm veel werk en tijd scheelt als je gewoon je schoenen uitgooit in de gang.

Toch nog even over Femke Halsema.
Ik vind het oprecht wanstaltig hoe mensen over mevrouw Halsema hun 'beste-stuurlui-staan-aan-wal' meningkjes over haar uitkotsen. Ja, ik meen dit. Het is kotsen wat sommige mensen doen. Geen normale zin zonder te schelden. Geen normaal woord zonder typefouten. En dan lekker populistisch. Ja, dat is gewoon kotsen.
Vooropgesteld dat ik vind dat mevrouw Halsema zich volstrekt verkeerd heeft geprofileerd, denk ik dat ze er goed aan heeft gedaan om die demonstratie niet te verbieden. Of uit elkaar te jagen door de ME of politie.
Demonstreren is namelijk een van de grondrechten die we hebben. Of je het nu wel of niet eens bent met de demonstranten, het is gewoon een van de middelen waar de burger gebruik van kan en mag maken om aan te tonen dat er iets niet goed is.
En nu krijgt Halsema te maken met de meest walgelijke drek die mentaal achtergestelde kansenpareltjes kunnen verzinnen.
En niemand, maar dan ook helemaal niemand heeft het over de persoonlijke keuze die 5000 mensen maken om alle adviezen en maatregelen omtrent corona te negeren.
5000 mensen die er met hun volle verstand ervoor kiezen het risico op besmetting te negeren. 5000 mensen die er voor kiezen om risico te lopen dat ze hun naasten zouden kunnen besmetten.
Niemand vind dat die mensen verkeerd zaten. Nee, het was Halsema die fout zat.
5000 volwassen mensen die niet aangesproken worden op hun keuze, want blijkbaar is dat niet erg. Maar die ene, ietwat naïeve burgemeester moet het ontgelden. Dat is denk ik makkelijker of zo.
Oh, en voordat mensen werkelijk geloven dat ik een onmenselijke berenlul ben: de reden van de demonstratie is absoluut legitiem. De uitvoering laat te wensen over, zullen we maar zeggen.

Corona.
Zoals ik eerder al aangaf: het was goed voor me. Ik ben gegroeid, en groeiende. Ik ben tot conclusies gekomen. En heb rust en ruimte gekregen die ik zo brood nodig had.
Never waste a good crisis, zoals mijn therapeute zegt.
Het absolute nadeel was dat Jente 24/7 thuis was.
Begrijp me niet verkeerd: ik vind het heerlijk dat ik zo ontzettend veel tijd met mijn oogappeltje mocht doorbrengen. Het was fijn, en leerzaam. Maar omdat ik een bitter slechte docent ben, én omdat ik vader ben en geen vriendje, was het ook ongelooflijk vermoeiend.
Jente kreeg, en dat kan je haar ook niet echt verwijten bij gebrek aan beter, het idee dat we niet alleen papa, mama en meester/juf waren, maar ook vriendjes. En dat leidde dan weer tot onbesuisde brutaliteiten.
Dat Jente alweer een paar daagjes naar school en bso mocht, was een feestje. En niet alleen voor ons.
Vooral ook voor haar. Ze bloeit weer helemaal op, nu ze weer contacten heeft met haar vriendinnetjes en leeftijdsgenootjes. Dat heeft ze gemist, met als gevolg dat ze thuis ook weer wat handelbaarder is. En nu ze volgende week weer helemaal naar school gaat, zal ze ook weer wat groeien op het sociale vlak. En dat gun ik haar.

 Volgende week een spannende week.
Ik krijg de uitslag van het ADHD onderzoek. Maakt dat werkelijk uit? Nou nee. Ik bedoel: ik ben nu eenmaal al 39 jaar wie en wat ik ben. Maar stel het is iets dat verholpen kan worden, dan zou het fijn zijn dat dat ook gebeurt.
Die zelfde week staan er nog wat dingen op de rol, waar ik nu nog niet over uit ga wijden, maar wel heel tof als het allemaal lukt.
Een van die dingen is een nieuwe autoradio. Is dat spannend? Nee, integendeel.
Het is bijzonder jammer van mijn huidige autoradio, want die functioneert goed. Maar omdat die niet origineel is, kan ik de tijd in de auto niet aanpassen. Ook staat mijn auto nu in het Frans. En op zich is dat geen probleem, maar ik heb hem gewoon liever in het Nederlands.
Daarnaast heb ik nu geen stuurwielbediening, en geen radio info in het display van mijn auto.
Dus ga ik kijken naar een originele, waarmee ik dat allemaal wel weer kan.
Hopen dat dat goed komt.

Goed. Ik ben weer even uitgetikt.
Ik wens eenieder een mooie zondag toe, met niet al teveel buien. 




zaterdag 30 mei 2020

Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep

Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep en meer van zulke exclamaties.
Het riool heeft het gehouden. Sterker nog: de problemen bij de gemeente waren binnen 2 dagen opgelost. Dat valt mee, en we kunnen de hele schijtzooi nu lekker in de boeken zetten als een tijdelijk ongemakje. Hoewel dat ongemakje toch wel redelijk werd goedgemaakt door het overbuurjongetje die met zijn 2 jaar helemaal lijp is van Jente, en dus met enige regelmaat ons (en de heel erg leuke en empathische werklui van de gemeente) de stuipen op het lijf joeg door zonder veel plichtplegingen als uitkijken, dwars door, over en langs allemaal stenenstapels, gleuven, kuilen en zaagmachines te glippen, om Jente's aandacht op te eisen. De fluffy kater van diezelfde overburen heeft eenzelfde soort genegenheid voor ons (huis), maar die komt dan weer meer voort uit het feit dat hij daar eens een gulle greep in de voerbak kan doen.
U begrijpt vast dat ik inmiddels wel onze complete tafel aan splinters heb "afgeklopt", voordat ik straks weer een terug gespoten baggerzooi aantref op ons toilet.

Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep en meer van zulke exclamaties.
Inmiddels hebben we het heuglijke nieuws ontvangen dat het naar behoorlijk grote waarschijnlijkheid toch mogelijk zou kunnen gaan zijn dat onze vakantie in Frankrijk doorgaat.
We zaten immers al een hele poos op elkaars lip door de coronamaatregelen, is het uiteraard bijzonder verlossend om dat dan nog eens dunnetjes over te doen in een tent van 7 bij 4. En gezien het feit dat het om een naturistencamping gaat, geloof ik dat ik mezelf heel erg aan die 10,50 meter ga houden.
Hoe dan ook, het is toch best wel een pittig seizoen geweest, en ik vind dat we die vakantie nodig hebben. Verdiend hebben. We mogen dus ook best gewoon lekker gaan genieten van liters Pastis, kilo's Franse (stink) (schimmel) kazen en ganzenleverpatés en andere versnaperingen. Komt mijn kar (welke ik nu frequent gebruik voor aan- en afvoer van tuinpuin en hout) toch nog voor vakantie van pas, dit jaar.

Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep en meer van zulke exclamaties.
Ik kreeg een heuglijk telefoontje van mijn oude uitzendbureau. Mijn tijdelijke werkloosheid zal heel misschien, als alles meezit over niet al te lange tijd zo geleidelijk aan tot een halt komen. Omdat ik het klussen (en we zijn nog lang niet klaaaaar, nog laaaange niet, nog laaaaaaange niet en we zijn nog lang niet klaar, maar 't eind is bijna daar), hoezeer ik er ook van tot rust kom en er van geniet, nu toch wel een beetje zwaar begin te vinden.
Het zou fantastisch zijn om mijn collega's van het platform weer terug te zien. En financieel ook prettig, want hoezeer ik ook begrip heb voor mijn collega's uit de muziek, over uitzendkrachten, hoor je niemand. En het is niet zo dat de ww wél snel of zonder enige vorm van verplichtingen uit betaald word. In tegendeel. De laatste paar weken waren nijpend. En tuurlijk, ik had mijn deeltijd inkomen van defensie, maar je doet je lange termijn aankopen over het salaris dat je overal vandaan haalt. En dan ineens merk je dat je als uitzendkracht toch wel erg makkelijk overboord gekieperd wordt. Ondanks dat ik de reden wel snap. Maar hele volksstammen die als uitzendkracht hun hele inkomen  verdienen, en dus nog veel dieper in de problemen komen. Hoor je niemand over. En ik ga er ook niet al te lang op door. Maar muzikanten en andere kunstenaars zijn niet de enigen die lijden onder de corona ellende.
Maar goed.

Over dat klussen gesproken: in goede harmonie met mijn buren, zijn we begonnen met het plaatsen van een schutting tussen onze huizen. Daar stond eerst een vermaledijde coniferenhaag, en daar komt een mooi stukje schutting tussen.
Die werden pas gisteren geleverd, en dus zijn we vandaag begonnen. Geweldig. Die krengen zijn dus onverwacht zwaar.
En omdat we het wel goed willen doen, moesten we het eerste deel toch een paar keer opnieuw zetten, voor het goed en naar ons zin stond. Dat blijkt voor 2 daarin onervaren jonge kerels toch een hele opgave.
Aan het einde van de middag moest buurman werken, ik douchen (van hard werken in de zon ga ik zweten en meuren, en om Ilse niet te zeer van haar eetlust te beroven ging ik dan eerst maar even onder een verfrissende douche) dus vonden we het gezegend.
Morgen verder.
En dan als dat af is, heb ik al weer een heleboel andere klussen op mijn bord. Ik wil de tuin achter aan kant maken. Dan een hoger werktafeltje dat past bij mijn grumpy-old-Citroën-driver-krukje, dan een paar aanpassingen aan mijn hoogstpersoonlijk gebouwde gereedschapskist, etc... etc...
Snapt u dat ik graag weer aan het werk wil?
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ik het mezelf allemaal opleg. Want als het aan Ilse ligt, doe ik het gewoon kalm aan. En dus zou werken ook wel weer iets van rust kunnen betekenen als.... Naja. Hoe dan ook.

Over Ilse gesproken:
Die sprak een kleine week geleden de wens uit dat ze toch weer een kleiner autootje wilde, want die Xsara station was toch wel groot, zwaar en stond veel stil en dat was zonde van het geld.
Het zweet brak me uit. Ze zal toch niet weer zo'n kliko met koplampen willen? Zo'n Ron Brandsteder mobiel?
Maar nee, het moest dan maar een Citroën Saxo worden. (Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep en meer van zulke exclamaties). Liefst met airco, en als het even kan ook nog met 5 deuren.
Het budget: liefst gratis, of geld toekrijgen.
Dat laatste is me op een paar honderd euro na, niet gelukt, de rest wel. En zo kon het dat we afgelopen donderdag naar Zaltbommel reden om eens te kijken of de aangeboden auto, ook daadwerkelijk iets zou kunnen zijn dat voor ons budget goed genoeg was.
En dat was zo. De airco blies na even nadenken, zo erg koude lucht dat we terstond bevroren, alle 5 de deuren gingen open, en de motor is zó gretig dat ik bij het wegrijden moet oppassen dat ik tijdig instuur, omdat ik anders bij de overburen de tuin verwoest.
Dus hebben we onze tweede Saxo, en ik ben weer een beetje verliefd. Het is klein, aandoenlijk en behoorlijk luxe, met airco, elektrische ramen, centrale vergrendeling met afstandsbediening en een trekhaak. (Wat je ermee zou kunnen en mogen trekken, is me een raadsel. Volgens mij moet je dat helemaal niet willen, zelfs mijn kleine karretje is al groter dan die hele Saxo, maar soit. Er zit nu eenmaal een trekhaak op).
Het rijdt heerlijk. Ik ben zelfs een beetje jaloers. Beetje jammer was wel dat de ruitenwissers zó oud waren, dat ik de rechter pontificaal afbrak, toen ik ze los wilde halen. En diezelfde stunt herhaalde ik bij de Xsara, omdat die weggaat, en dus vond dat die ruitenwissers wel even geruild konden worden.  Soms is mijn intelligentie wat trager dan de materialen waarmee ik werk.

Goed, dit alles geschreven hebbende, wens ik u allen een goed weekend.
Blijf veilig, en doe niets dat ik wel zou doen....






zondag 24 mei 2020

Meer geklets.

Ik vergeet nog wel eens dat ik lijd aan een depressieve stoornis, en op zich is dat goed nieuws.
Echter, ik krijg keihard de deksel op mijn neus gebeukt, als er iets niet helemaal gaat zoals het zou moeten.
Ik noem een overstroming van ons riool, door een treurige kwaliteit van aanleggen onder ons huis.
Dan raak ik van de kook. Gelukkig heb ik dan een Ilse die er op haar blijmoedige manier de moed in houdt.
Want het is natuurlijk niet zo dat we niks beters te doen hebben, dan ons druk te maken over een overstroming van een treurig aangelegd riool.
Goed, dat opgelost.
En verder.
Verder met alle klussen die we (al dan niet met buren links en rechts) willen. En met verbetering van ons huis en woongenot.
Mijn allerliefste besloot op hemelvaartsdag, dat het de dag was om eens wat op te ruimen. Waaronder ook de gang, waar mijn zelf gebouwde kapstok al een paar jaar zeer stevig staat te pronken. Daar zou ze graag wat verandering in zien, en ze zou ook graag willen dat het ding ein-de-lijk eens een wit jasje zou krijgen. (Dat wilde ik ook, maar omdat ik man ben, vond ik niet dat ik mezelf daar elke 6 maanden aan hoef te herinneren).
Maar goed, dus ik aan de slag met de kapstok verbouwing, Ilse aan de slag met opruimen, en Jente met een aangewaaid buurmeisje/vriendinnetje aan de slag om zoveel mogelijk van het werk van Ilse ongedaan te maken en zoveel mogelijk van mijn werk onmogelijk te maken. Heel lief, dat alles.
Ik was goed op weg tot ik op een gegeven moment een soort van drassig geluid voelde soppen onder mijn roze nep-crocs (welke binnenkort vervangen worden door hippe, fleurige échte crocs). Ik keek, en zag dat er wéér een laag water ontstond in de gang, en dat de droogloopmat wederom helemaal doorweekt was met wanstaltig geurend rioolwater.
Het buurmeisje in kwestie heeft nog nooit in zó korte tijd zoveel zaken gehoord die niet voor kinderoortjes bestemd zijn, maar ik was wederom in alle staten en niet tot enige kalmte te manen.
In bijna blinde paniek de rioolmeneer ontboden, die helemaal ontdaan was dat hij twee keer op hetzelfde adres op een feestdag op moest komen draven.
Nogmaals een controle, en toen kwamen we tot de wrange ontdekking dat ons riool nu wel goed is, maar 11 meter bij onze voordeur vandaan (dus op gemeentegrond) er een behoorlijk probleem ligt.
En natuurlijk is op de dag na hemelvaart geen gemeente-ambtenaar aan het werk, dus de rioolmonteur heeft de verstopping daar weggehaald, met het klemmende advies om de gemeente zo snel mogelijk te laten komen.

Inmiddels zijn al onze handdoeken en dweilen twee keer nat geworden van niet zo fris geurig rioolwater, maar ook onze droogloopmat is inmiddels totaal verzadigd met poep, plas, afwas en ander water dat voor consumptie niet meer geschikt is.
En omdat we toch wat laks waren met het binnenhalen ervan, ligt die nu over mijn aanhanger in de regen te drogen.
Die handdoeken zijn met een 90 graden wasje wel weer te redden. Maar die droogloopmat... Laten we zeggen dat er een goede reden is dat het personeel van de Gamma, de Praxis en E-Norm van Driel mij inmiddels bij mijn voornaam kent, mijn koffiesmaak kent, weet van mijn ingebakken Citrofielie, en mij wist te feliciteren met mijn vrouw, 6 mei jongstleden.

Afgelopen week was het zover. Een heusch onderzoek naar of ik wel of niet ADHD heb. Een uitslag is er nog niet, maar sooooo-de-juuuuuuuuhhhhhh wat was ik totaal afgepeigerd na dat gesprek. Maar echt. Ik moest midden op de dag bij gebrek aan luciferhoutjes, wat stokjes uit mijn modelbouw gereedschapskist op maat maken, teneinde mijn oogleden te beletten om op elkaar te vallen. Wat was ik moe. Een flink uur aan de telefoon hangen, heel veel en diep nadenken over antwoorden op vragen die ik misschien niet eens wilde beantwoorden of die zó diep gingen, dat ik mijn ziel tot in mijn kleine teen moest doorzoeken.
Ik kon zelfs geen appel van peer onderscheiden.

En dan komt Jente weer thuis van school.
Ik geloof dat het mijn brave zuster was, die me op een gegeven moment eens influisterde dat zo'n kind tussen haar 5e en 9e in een fase komt waarin je je afvraagt of dit nu echt het snelste zaadje had moeten wezen.
Waarin je je afvraagt of het nu echt allemaal aan jou ligt, of dat er toch iets grondigs mis aan het gaan is. Waarin je je afvraagt of en waarom je het allemaal nog wel zo leuk vindt.
Begrijp me niet verkeerd, ik hou zielsveel van mijn dochter, en iedereen die haar vreemd bekijkt, zal niet lang gebruik kunnen maken van zijn of haar ogen.
Maar de fase waarin ze zich nu bevindt, is er een van ongekende brutaliteit. En niet een keer per dag. Maar aan de lopende band. Bijna niet te corrigeren zonder dat het gepaard gaat met brulpartijen waar de oprichters van Farmers Defence Force nog een puntje aan kunnen zuigen. En het egocentrisme staat op een hoogte waar Geert Wilders en Thierrie Bodet nog een dikke punt aan kunnen zuigen.
En als de boel dan weer gesust is, tot rust gekomen is en nét als we denken dat we door kunnen met de alledaagse gang van zaken, jawel: dan volgt er weer een staaltje brutaliteit waar je u tegen zegt.
Niet van het soort waar je om kan lachen, omdat het zo lekker schattig en spitsvondig is. Nee, echte, gemeende brutaliteit... Vermoeiend en onzeker makend.
Ik snap ergens dat het ook zo is dat ze gewoon de contacten met haar vriendjes mist, en dat ze ons misschien wel een beetje als vervangers daarvan ziet. Maar waar doen we goed aan? Als ik elke brutaliteit ga bestraffen, kan ik beter een kippenhok in de tuin voor haar bouwen. En dan is het heel de dag door ruzie. Als ik te weinig reactie geef, dan wordt het normaal.
Vragen, zoveel vragen.
Ze schijnen er ook weer uit te groeien, en dan wat leuks te krijgen. Ik kan niet wachten.
Hoewel dat ook wat overdreven is, want er zijn ook leuke momenten met haar. Zo rond slaaptijd.... En zo rond het ontbijt, als ze net wakker is.
En los van haar brutaliteit komt ze ook wat vaker een kus of knuffel geven. Maar toch.

Met voorgenoemde zus had ik een telefoongesprek over haar containers, en hoe ze die zo voordelig mogelijk kon wegwerken. Dat wil zeggen: uit het zicht krijgen.
Omdat zuslief nogal veel noten op haar zang heeft, ging ik ondertussen even een peukje roken, netjes op mijn rookkrukje gezeten.
Op het smoelenboek zie je, als je een beetje op gekkigheid zoekt, soms pagina's die gewijd zijn aan de modieus gezien minder valide mens. Vooral de mode-gehandicapte-Wallmart-bezoeker, komt veelvuldig aan bod.
En voorop gesteld dat ik op roze nep-crocs loop, die vervangen gaan worden voor hippe, fleurige echte crocs, moet ik bekennen dat ik wat mode betreft ook niet vooraan stond toen de goede smaak werd uitgedeeld.
Maar tijdens dit gesprek met zusterlief, liep er een volronde vent voorbij, met een chiwawa (of zo'n soort enkelbijter), gekleed in een donkergroen shirt, ballenknijper (waar flappen van zijn shirt onderuit bungelden en een soort van birkenstocks aan zijn voeten.

Groen shirt
Ballenknijper (met flappen van shirt uit de beengaten flapperend)
Soort van birkenstocks

U kunt zich voorstellen dat ik afgeleid was, en vreesde dat er ergens in Almere ook een Wallmart was geopend. En dat ik bijna onpasselijk werd van deze weinig verheffende aanblik.
Heel bizar.

Goed.
Morgen de gemeente maar eens op hun plichten wijzen. Ten slotte betaal je je blauw ook aan rioolrechten, dus daarvoor mag ik dan ook verwachten dat er prompte actie ondernomen wordt. Ik hoop niet dat ik al mijn excrementen in een forse emmer moet deponeren, die ik vervolgens op straat flikker. Dat is wel heel erg middeleeuws.

Omdat het weekend reeds bijna voorbij is, wens ik u allen een mooie (werk)week toe.


zondag 17 mei 2020

Ik klus je niet alleen maar de moeder, maar inmiddels de hele familie.



Een poos terug kwam mijn schoonvader met een hele stapel latten aan. Mijn schoonouders hadden namelijk hun bed voorzien van een nieuwe lattenbodem, kenden mijn houtbouw-driften, en in plaats van het in de haard op te stoken, gaven ze het aan mij.
Want het zou zo leuk zijn als ik er een Rietveld-stoel-junior van zou maken.
Dat leek mij ook superleuk, maar dat is dus mooi mislukt.

Want inmiddels ben ik een aantal bouwsels verder, en zelfs een kruk en een tafel, maar geen Rietveld-stoel-junior.
Ik maakte achtereenvolgens een kruk, een opklapbare tafel, een schatkistje voor Jente, een gereedschapskist voor mezelf en tot slot bouwde ik een modelautootje om naar iets mooiers.
 Dat zit zo:
Ik irriteerde mij mateloos aan de kleine opstapkrukjes die wij, lang geleden, bij de Ikea kochten. Het zijn prima dingen, en ik heb er vaak zeer dankbaar gebruik van gemaakt. (De lijmvlekken, zaagsnedes en aangeplakte verfresten getuigen hiervan). Maar na verloop van tijd gaan ze wiebelen, wankelen, en hoe strak je ze ook aandraait, het wordt nooit meer dan wat het was: een Ikea meubel dat niet echt geschikt is om lang mee te gaan.
Maar met alle gekregen latten (Ikea...) meende ik iets beters in elkaar te kunnen zetten. Ik begon met het voorgenoemde krukje als voorbeeld. Maar omdat mijn bouwtekeningen in mijn hoofd zitten, en ik erg flexibel ben op sommige momenten, stond er toen ik klaar was een soort van barkruk naast me, met rugleuning. Perfect op hoogte om lekker op te leunen, zitten of te hangen. Peukje erbij, koffie erbij en in de voortuin ermee.
Niet echt wat ik voor ogen had, want erg geschikt om als vervanging te dienen voor het krukje dat ik net zo verfoeide, is het niet. Daarvoor is hij te hoog.

Ilse verdwijnt vaak naar boven als ze moet werken, of iets werkgerelateerds moet doen. Daar is het rustiger, want er loopt geen eigenwijsneuzerige Jente rond die zich overal mee wil bemoeien. En daar is geen Marnix die allemaal dingen wil maken. Daar is rust. Maar geen tafel.
Nou is diezelfde Marnix heus niet de lulligste, dus: hoppa, ik maak een tafel. Een opklapbare tafel.
Heel hip: ik kocht daarvoor zwarte scharniertjes. Ja, heel hip, echt suuuuuuupergaaf. Jammer alleen dat die scharnieren op plekken zitten waar je ze niet ziet. Net niet lang genoeg over nagedacht.
Verder functioneert die tafel prima. Volgens Ilse. Heel stevig. Lekker om aan te werken. Ze is er oprecht blij mee, en vindt hem nog mooi ook. Zeker nadat ik het ding lekker in het wit sopte.
Die stevigheid houdt op zodra ze haar naaimachine aanzet. Dan springt die tafel mee met het ritme van de naaimachine. Wat op zich voor het maken van mondkapjes, jurkjes, tangaslips en tentzeilen niet heel handig is, tenzij je vrolijk wordt van stiksels die alle kanten op gaan.

En toen ik dat hout zo zat te bekijken, flitste er ineens een jeugdherinnering door mijn hoofd. Ik had namelijk een houten kistje als kind. Een klein houten kistje, waarin ik mijn snuisterijen kon bewaren. Mijn geheime dingetjes. Zoals een kind dat soort dingen kan hebben.
Ik gunde Jente dat ook. Dus hoppa: aan de klus maar weer. Toen ik vertelde wat ik ging maken, ging haar snoetje glimmen. Dát was nog eens leuk.
Toen ik zei dat ik het kistje zwart ging verven, en uitlegde waarom, kon haar dag helemaal niet meer stuk. Want niet alleen had ze een echt eigen schatkistje, maar die kon ze ook nog eens helemaal naar eigen smaak bekrijten. Gedurende de 2 dagen dat ik ermee bezig was, bleef ze maar vragen wanneer die klaar was. En inmiddels heeft ze die kist ook aan haar smaak aangepast. En kan ze er haar snuisterijen en geheimen in bewaren, zonder dat wij als ouders daar in gaan zitten neuzen.

Met die drie zaken in mijn gedachten, keek ik eens naar mijn handen.
Telkens als ik een stuk gereedschap nodig heb, graaide ik in een plastikken bak, zoekend naar een specifiek bitje, zaagje etc. En telkens haalde ik mijn klauwen open aan gereedschap dat ik helemaal niet nodig had. Of kwijt dacht te zijn.
De rioolmonteur had een hele mooie, zelfgemaakte gereedschapskist. Specifiek op zijn behoefte als rioolmonteur gemaakt en ingericht.
Verhip, zo dacht ik. Dat wil ik ook. En mijn hout is nog niet helemaal op.
Aan de bouw maar.
En daar waar ik voor Jente en Ilse niet alleen iets leuks/nuttigs, maar ook iets moois wilde maken, gold dat niet voor de gereedschapskist die ik voor ogen had. Die moet vooral sterk en praktisch zijn. Het gereedschap dat ik vaak gebruik, moet op een logische manier erin, zodat ik er snel en makkelijk bij kan, zonder mezelf te verwonden nog voor ik begonnen ben met de klus.
Mooi is hij dus niet geworden, maar wel precies zoals ik hem hebben wilde. Met alle zut op een eigen plaats, en toch ruimte voor wat losse zaken. En die staat dus nu binnen in de trappenkast te pronken.

En meteen kon ik er gebruik van gaan maken, want ook miniaturen hebben mijn interesse. En omdat ik ineens de geest kreeg en een bestaand model ging slopen om er iets anders van te maken, kon ik van mijn gereedschapskist meteen goed gebruik maken. De lijm, de verf, de houtjes, de dremelspullen en de kwastjes... Alles op een logische plek goed bereikbaar, zonder dat ik al morrend, mopperend, vloekend, scheldend en tierend de rest van het gezin sidderend van angst naar buiten joeg.
Jammer was wel dat ik die kist dus op een stoel zette, Jente niet goed uitkeek en met haar hoofd ertegen aan liep. En vervolgens (niet helemaal ten onrechte, die kist had beter op de grond kunnen staan) mij de schuld gaf van het feit dat zij niet helemaal goed keek waar ze liep, en dus naar eigen zeggen een enorme bult op haar hoofd had. Waar dat gevoel voor drama vandaan komt, weet ik niet. Ze moet later maar actrice worden of zo.

Rest mij nog één ding voor het hout echt helemaal op is: een laptop plankje kopen voor op Ilse's tafel. Want ondanks dat de tafel prima op hoogte is: een verhoger voor de laptop is toch wel fijn (werken).
Dat lijkt het makkelijkste klusje, maar mezelf kennende onderschat ik de makkelijkste klusjes als een gek, en ben ik dus relatief langer bezig met een laptop-verhoog-plankje dan met een kruk, tafel, schatkist of gereedschapskist.
Met Jente's kistje ben ik het langste bezig geweest, want die wilde ik echt mooi hebben. Mijn eigen kist duurde vooral lang omdat ik het gereedschap moest uitzoeken, en vervolgens vakjes en bakjes moest maken. Maar goed, de uitdaging voor het plankje van Ilse staat.

Wat mij stiekem een beetje verbaast: ik ga er volledig in op. In het maken van dingen. Zozeer dat ik na het ontbijt begin, en als Ilse me niet af en toe betrekt bij de normale gang van zaken, en me herinnert aan het feit dat ik een dochter heb, of dat het simpelweg gewoon etenstijd is, ik gewoon pas ophou als het te donker wordt. Totale focus op dat waar ik mee bezig ben. Overfocus. Want dan kan het dus gebeuren dat ik voor mijn doen erg weinig rook, maar ook sta te zwaaien van de honger, áls ik dan eens een break neem.
En het gekke is: als ik een boek wil lezen, lukt het me dus niet om te focussen. Of een film kijken. Ik ben er maar mee gestopt. Ik kan me er op geen enkele manier op concentreren.
Ik accepteer het maar voor wat het is.
Want ik heb natuurlijk best wel wat te stellen.
Mijn inkomsten. Verder opkrabbelen en de zwarte hond uitbannen.
En binnenkort een onderzoek naar of ik wel of geen ADHD heb. (Morgen, best wel binnenkort).
En het klussen verzet in elk geval mijn zinnen.

Weer een heel verhaal.
Ik hoef mijn trouwe lezers geen prettig weekend te wensen, want dat is al bijna weer voorbij.
Maar een prettige whatever kan altijd.

"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer.  En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders.  Alles gaat anders, want...