zondag 25 juni 2017

Van alles veel...

Sinds ik netflix heb, kijk ik zelden nog tv. Het is zelfs zó erg, dat ik me afvraag of ik het huidige contract bij vodaphone T-mobile moet handhaven (ik moet heel even kijken welke het nu is, want er zijn wat wisselingen geweest). Ten slotte moet je niet iets kopen als je het niet gebruikt.
Daarom "mis" ik ook alle reclames, waar mensen oprecht ongelooflijk het land aan hebben of juist heel komisch vinden.
Zalando. Een van die ongelooflijk irritante reclames. Huisvrouw bestelt voor de 300.000ste keer totaal onnodige kleedjes, en komt krijsend klaar als de pukkelige en sukkelige bezorger aan de deur staat. Vooral ook omdat die gillende huisvrouw op de een of andere manier er blijkbaar voor zorgde dat de tv vliegensvlug zachter gezet moest worden, om te voorkomen dat de buren wel heel rare gedachten zouden krijgen.
Toen ik hem voor de eerste keer zag, zwoer ik plechtig dat ik nooit, maar dan ook echt helemaal nooit er ook maar een schoenveter zou bestellen. Ilse deed even plechtig mee met deze belofte.
Hahahahahahahaha!!!! Dussss.....

Die reclame was dus compleet weggezakt. En omdat ik vond dat ik nieuwe schoenen nodig had (de "oude" begonnen 2 maanden na aankoop gaten te vertonen, en uiteraard gooide ik het bonnetje te vroeg weg, want als ik alle bonnetjes moet bewaren, loopt mijn huis nóg sneller vol met teringzooi waarvoor we toch al te weinig energie hebben om het op te ruimen, maar goed, hele eigen schuld, domme dikke bult, ik moet gewoon bonnetjes sparen tot ik een complete oud papier uitdragerij kan beginnen, vrees ik) bestelde ik nieuwe All-Stars bij zalando.
Met dat ik op het knopje 'afrekenen' klikte in Ideal, realiseerde ik me dus ineens weer dat ik zo de schurft had aan die reclame. Te laat. Blijmoedig liet Ideal zien dat de betaling geslaagd was.
Dus kon ik de komende drie dagen mezelf voorbereiden op een pukkelige bezorgsukkel, die zich waarschijnlijk al niet meer uit het veld zou laten slaan als er een hysterisch krijsend wijf op hem af zou denderen, niet voor hemzelf, maar voor die eerder genoemde nutteloze kleedjes. 
Goden zij dank: geen sukkelige bezorger, maar onze eigen pakketbezorger bracht mijn nieuwe paar schoenen.
Ik lees veel klachten over slecht functionerende bezorgers. Alles van bewust jongleren met pakketjes of gewoon liegen dat ze aan de deur waren en meer van dat soort ongein.
Over onze bezorger niets dan lof. De man doet voorzichtig met pakketjes, rijdt keurig netjes en rustig door de straat en is heel vriendelijk en vrolijk.
Ik moet zeggen dat ik iets van teleurstelling op zijn gezicht zag toen hij dit zalando pakketje op mijn naam, aan mij overhandigde. Zou hij net zo de pest hebben aan die zalando reclame en het dus schokkend vinden dat een mede-man er tóch zijn schoenen bestelt, of had hij stiekem gehoopt dat er een orgastisch krijsende vrouw op hem af zou stormen?

Gisteren was het weer de jaarlijkse verering voor de Veteraan. Dat betekent in ons geval een paar kilometer door het centrum van Den Haag banjeren, tussen pelotons van diverse actieve en niet meer actieve veteranen. En uiteraard altijd gezellig even bijkletsen met de leukste collega's uit diverse krijgsmacht-delen.
Om daar te komen, besloot ik te carpoolen met een collega, en dat zouden we doen vanaf het welbekende punt in De Meern. Ik was er al wat vroeger, en kon dus optimaal genieten van de toch wat aggenebbis-achtige omgeving. Gaten in de parkeerplaats waar een complete Citroën C1 in zou verdwijnen. Ratten zo groot als katten die er tussen alle achteloos weggeflikkerde rotzooi snuffelen. En snerpende Hondaatjes Civics, waarvan de eigenaar (het obligate petje op het lege hoofd) heel comfortabel geleund over hun versnellingspook doelloos rondjes rijden.
Een paar minuutjes later arriveerde er een man die wat rond een cabrioletje begon te drentelen. Gestart kreeg hij hem niet. Na een paar rondjes rond zijn dooie peugeot, vatte hij de moed om mij aan te spreken. Of ik hem start-hulp kon geven. Nu ben ik wél vaak maar niet altijd de lulligste, dus ik wilde best even assisteren.
Ik plaatste mijn auto in de juiste positie, ontsloot mijn motorkap, en vervolgens kon ik alleen maar in opperste verbijstering toekijken. De man had mijn motorkap omhoog, nog voor ik de kans had om uit te stappen, en de kabels aangesloten, nog voor ik kon controleren of het allemaal wel goed ging.
En goed ging het niet.
Want de sukkel had zijn MIN-pool op mijn PLUS-pool aangesloten. Toen hij zijn fout zag en wilde herstellen, vlogen de vonken letterlijk zijn mouw in.
Als de man daar ter plekke geëlektrocuteerd was, had ik toch best wel het een en ander uit te leggen gehad. Want het staat nogal slordig om een dode man voor mijn motorkap te laten liggen, omdat ik aan het veteranendefilé moest deelnemen.
De bezuinigingen bij Defensie worden op steeds meer fronten voelbaar. Niet alleen is het gereedschap waar militairen mee moeten werken niet meer in grote getale aanwezig, ook de lunchpakketten worden steeds maar sleetser en leger.
Waar we 10 jaar geleden nog een lunchpakket kregen met 2 broodjes, een krentenbol, een appel, een mars-reep en een pakje drinken, was dat 5 jaar geleden 2 broodjes, een krentenbol, een marsreep en een pakje drinken. 2 jaar geleden werd de marsreep verbannen, en nu zijn we op het punt beland dat we onze lege magen moeten vullen met 2 broodjes. Maar dat zal onze pis niet lauw maken. Vol overtuiging hebben we de meest gave marsen gespeeld. Heel Den Haag mocht het horen. En heeft het waarschijnlijk ook gehoord.

 We gaan alweer zo zoetjes aan naar het einde van het seizoen. Dat betekent dat ik toch weer trots mag terugkijken op een aantal hele toffe dingen. CD-opnames die goed gaan, leuke concerten die ik heb mogen geven, en weer twee leerlingen die geslaagd zijn voor hun examen. Goed werk geleverd door de beide dames, maar (en niet geheel onbelangrijk) ook door hun docent (ondergetekende dus).
De tijd breekt dus weer aan om lekker op het gemakje andere dingen te gaan doen. Kleuren uitkiezen voor de kozijnen en ramen, de buitenkant schilderen, de tuin achter op orde maken en eindelijk mijn kapstok te bouwen.
Maar eerst netjes het seizoen afronden. Dat wil zeggen: de leerlingen van een collega door examens loodsen, nog 2 weken zelf lesgeven, nog een paar cd-opnames, een paar concerten en dan mag de trompet zijn hokje in.
Ook wel fijn, zo af en toe.






zondag 18 juni 2017

Gemier en over slapen.

De laatste paar weken was ik niet helemaal mezelf. Ik denk dat ik rare dingen heb gezegd, dat ik minder toegankelijk was. Dat ik somberder was. Prikkelbaarder. Kon minder hebben.
Ook mijn ochtendritueel (in alle stilte en rust koffie drinken een peukje, even genieten van de rust voor dat de besognes van alle dag beginnen) had steeds meer ruimte en tijd nodig. Ik had meer ruimte en tijd nodig om me weer mens te voelen.
Ik voelde me ook vermoeider dan normaal. Ik weet dit in eerste instantie aan het feit dat het bijna zomervakantie is, het seizoen zit er bijna op. Veel gedaan, dus rust is nodig. En het is me nogal een seizoen geweest...
Tot ik op een gegeven moment mijn bed instapte, mijn masker op wilde zetten en me realiseerde dat het al de 4e keer was, dat ik dat masker moest verstellen om goed te passen.
Ik bedacht me toen dat ik jaarlijks een nieuw masker en slang moet bestellen, want die dingen hebben een beperkte houdbaarheidsdatum. De banden van het masker gaan uitlubberen. De klittenband-bevestiging wordt sleets, de siliconen randen die op je gezicht zitten worden minder flexibel.
Alsof het masker mijn overpeinzing aanvoelde, ging het nog meer lekken dan het al deed.
Gelijk de volgende ochtend een nieuw masker besteld. Gelukkig heb ik een uitgebreide zorgverzekering, dus de volgende dag kwam er per post een mooi, lief, fijn en levensreddend nieuw masker binnen. Ik zou weer helemaal fris en fruitig worden. Of in elk geval: zo fris en fruitig als met mijn zieltje mogelijk is.
Groot was dus ook de teleurstelling toen bleek dat er toch wel een paar kleine mis-fits (letterlijk) waren bij mijn nieuwe masker.
Ten eerste kreeg ik de slang niet goed aan het masker bevestigd. Met geen mogelijkheid kreeg ik die slang tot aan het eindpunt geschoven. Tot het naadje gegaan. De grens waar lompheid aan grof geweld grenst heb ik bereikt, maar helemaal dicht, ging hij niet. Ik heb het gebruik van een rubber hamer overwogen, maar het is wél een fragiel medisch hulpmiddel, en ik kan me niet voorstellen dat de fabrikant het zo bedoelt heeft. Maar ja, aan de andere kant: ik kan me ook niet voorstellen dat de fabrikant tevreden zou zijn met een maandag-morgen-model.
Toch maar kijken of het met wat kunst- en vliegwerk zou functioneren.
Na slechts één nacht bleek dat dus helaas niet zo te zijn.
De slang naar mijn masker liet vaker los dan op de vingers van één hand te tellen zijn. En dat resulteerde erin dat Ilse een permanent in haar haren geblazen kreeg. Zit best flink wat druk achter...
En als die slang om wat voor reden dan ook wél bleef zitten, bleek dat oh-zo-nieuwe-fijne-en-lieve masker te lekken. Bij mijn neus, recht omhoog. Een klein, fel, straaltje recht mijn oog in.
Zie dan maar eens te slapen.
Met zulke kleredingen heb je geen vijanden meer nodig.
Gelukkig was de meneer van de leverancier meedenkend, en die zou meteen een ander masker opsturen. De meneer werd zelfs helemaal opgetogen toen ik voorstelde om het masker dat ik had gekregen, terug te sturen voor onderzoek.
Inmiddels gebruik ik het nieuwe nieuwe masker alweer een paar dagen, en ik word weer lekker fris en fruitig (again: voor zover het kan) wakker. Ik ben minder prikkelbaar en zeg minder rare dingen (alles is relatief, natuurlijk).
Maar het is wel een griezelig, sluipend proces. Je realiseert je pas achteraf hoe erg het was. Pas als je weer normaal functioneert, je normaal geslapen hebt en écht tot rust bent gekomen, hoezeer het "mis" was.

Zoals (neem ik aan) wel meer mensen met een tuin, hebben wij wat levende dieren rondlopen.
Sowieso een stel katten, die al dan niet van ons zijn, maar ook wat kruipende beesten met meer dan 4 poten.
Allemaal geen bezwaar. Sterker nog: al dat levende kleine grut heeft van ons een heus "insectenhotel" gekregen. Een van goedkope stukjes rest-hout in elkaar geflanst huisachtig ding, waar het volgens de makers helemaal ultiem ontspannen genieten is, voor de kleinste bewoners van uw tuin.
Ja. Het ding hangt er nu een paar weken, en de enige activiteit die ik heb waargenomen, is dat de bamboe stokjes, welke deel uit maken van dit vernuftig staaltje commercie, gevuld zijn met zand. Maar levende wezens zien we er geen gebruik van maken.
Die levende wezens maken mij wel het leven zuur onder de tegels in de achtertuin. Mieren.
Op zich heb ik geen grote hekel aan mieren. Mijn enige (onterechte?) angst is dat die mieren zo hard aan de slag gaan, dat niet alleen de tuintegels verzakken, maar dat straks ons hele huis in een mierenhoop wegzakt.
Tel daarbij op dat Jente op een gegeven moment helemaal in paniek raakte toen ze een miertje wilde oppakken (ze werd bij die gelegenheid letterlijk besprongen door een hele horde van die kleine rotzakjes), en je kunt je voorstellen dat ik niet gelukkig ben met de kolonies die zich hier gevestigd hebben.
In eerste instantie gingen we voor een miervriendelijke oplossing. Gif waarvan ze niet doodgaan, maar alleen gedesorienteerd raken, en hun huis niet meer terug kunnen vinden.
Een aanfluiting, want ze nestelen gewoon 3 tegels verderop.
Goed, dat werkte dus niet. Dan maar een wat minder vriendelijke oplossing: gewoon ouderwets, dodelijk mierengif.
Dat gif had een ongelooflijk vrolijk roze kleurtje. Als je niet beter wist, zou je zweren dat het dat knetterkauwgum was, uit de jaren '80. Dat spul dat zo lekker knetterde in je mond, als je er flink veel kwijl bij deed.
Maar dan dus giftig. Minder prettig spul, want Jente vond het maar een machtig mooi spulletje.
Maar ook dit hielp niet. Die mierenkrengen, tuffen er eens op, bouwen hun nest een deurtje verder, en leven opgewekt door.
Ik zat vanmorgen in alle godsvroegte (blijft toch lekker, dat kleine uurtje alleen, zo in de vroege morgen) buiten een sigaretje weg te zuigen, samen met een kopje koffie, en toen zag ik dus die rottige mieren rondparaderen. Gewoon respectloos, zoals die beesten het verrekken om dood te gaan, terwijl ik dat wél wil.
Dus besloot ik tot wat krassere maatregelen. Ik stiefelde op mijn slippertjes naar binnen, deed de waterkoker tot de nok toe vol, en bracht het aan de kook.
De ervaring leerde me namelijk in de voortuin, dat je mieren ook met een soldeerbrander te lijf kan gaan. Heerlijk gevoel, als je maandenlang aan moet kijken tegen verzakte tegels, met die pesterige pleurismieren, en dat je dan die witte poppen hoort ploppen in de vlammen alsof het popcorn is dat je maakt.
Maar de achtertuin-tegels vormen nog een terrasje, en omdat ik nog geen zin had om dat allemaal uit te scheppen, leek mij kokend water ook wel een goeie optie.
Hoppa! 3 kannen kokend water in die nesten gedonderd en tot nu toe (we leven inmiddels 6,5 uur verder) geen overmatige activiteit te bespeuren.
Begrijp me niet verkeerd: ik heb en sich niks tegen mieren, heus. En ik ben ook niet overmatig sadistisch of psychopatisch aangelegd, maar als ze niet wensen te verkassen (gif 1) niet wensen dood te gaan (gif 2) dan moeten er andere maatregelen getroffen worden.
Ik heb begrepen dat er in de buurt een aantal tijdelijke woningen worden geplaatst voor de aller-kansloosten van de maatschappij. Criminelen, tokkies, junks. Die overal ellende veroorzaken, en dus maar hier in containers worden gedumpt.
Misschien moet ik, als die mieren nog eens terugkeren, ze gewoon daar uitzetten.
Hebben ze in elk geval een vorm van dagbesteding die voorkomt dat ze hun criminele/kansloze/drugs driften al te zeer in deze verder nette buurt gaan botvieren.










maandag 12 juni 2017

Groene vingers? Getver, egnie!!!

De familie waaruit ik ontsproot, is niet bepaald behept met "groene vingers".
Van jongs af aan werden wij al dan niet vloekend door onze moeder de tuin in gejaagd om het onkruid tussen de tegels vandaan te peuteren. Mijn moeder liet zich in een overjarige tuinstoel zakken, en als we ook maar 1 plukje onkruid veronachtzaamden, werd er met hel en verdoemenis gedreigd.
Dit moest aansluitend aan het huiswerk, en uiteraard altijd als de (verder weinig om het lijf hebbende) kermis in het dorp was. Nee, het kon niet een weekendje later of eerder, want alleen dat weekend was er geschikt voor. Alsof ze rook dat we liever naar de kermis wilden...
Vandaar dus dat ik, op inmiddels 36 jarige leeftijd gewoon de schurft heb aan tuinieren.
Ilse heeft meer met tuinieren, maar die komt er vaak gewoon niet toe. En het toeval wil dat we zowel een voor als achtertuin hebben.
Tuinen die ik ook wel zag zitten, want het leek en lijkt me voor Jente leuk om in de tuin te scharrelen. In een zwembadje te badderen, fruitjes te snoepen en wellicht op een schommeltje stappen.

De tuinen die we kregen, bleken bij aankoop het paadje naar het schuurtje compleet te hebben verborgen onder een grasmat die hoger was dan Jente. De dennenhaag tussen ons en de buurvrouw lijkt te lijden aan obesitas met verstoppings-verschijnselen, zo dik was die, en de voortuin stond zó vol onkruid, dat er geen licht meer door het keukenraam kwam. Dat onkruid bleek ook voor diverse katten een verstopplaats te zijn, van waaruit ze de argeloze (en later van angst sidderende) postbode konden aanvallen, als die de euvele moed had om onze post te bezorgen.
Kortom: tijd om dat eens grondig aan te pakken.

De téring, wat is een tuin opknappen toch een afgrijselijk pokkewerk. We hebben ons geconcentreerd op de voortuin (want we waren de huilende postbode een beetje zat. Het is een lief mens, maar om telkens vanuit het ruisende groen te worden aangevallen door (niet eens onze) katten, is nu eenmaal geen kattenpis).
Het "terrasje" tegen de buitenmuur was om de een of andere reden 10 centimeter verzakt, en dat wilde ik ophogen met een kuub zand, en om al te veel onderhoud in de toekomst te voorkomen, had ik een kuub houtsnippers besteld, om het onkruid mee te smoren.
Vrijdag begon ik met goede moed het onkruid uit te steken. Ik heb precies 2 banen gedaan, en toen was ik het zat. Niet zozeer het werk zelf, maar meer het feit dat het zó hard regende dat ik oprecht vissen en kikkers langs zag zwemmen.
Bovendien ben ik door mijn aversie tegen tuinieren ook niet heel erg ervaren met die shizzle. Dus ik had ook eigenlijk geen idee waar ik mee bezig was.
Gelukkig heb ik de beschikking over een hele toffe schoonvader met een enorme hoeveelheid kennis en vooral energie.
Dus toen de regen eindelijk ophield, en er een waterig zonnetje verscheen, zijn we als eerste het terrasje gaan ophogen. (Daar hadden we uiteindelijk maar een halve kuub zand voor nodig, maar we hebben ook nog een achtertuin, Michiel, die de volgende keer ook komt helpen, zal niet voor niks komen).
En toen het onkruid eruit.
We hebben in een eerder stadium al wel eens geprobeerd om van die jungle iets leuks te maken, maar die poging eindigde met 2 lukraak geplante planten. En de kerstboom die ik voor minder dan 10 euro bij de Deen kocht. En daarna was de inspiratie en tijd op. Dus om die planten heen, bleef het onkruid welig woekeren.
Dus onkruid uitsteken om de echt mooie planten heen, en uiteraard wilde ik de kerstboom gewoon in de grond planten. Als statement dat een kerstboom langer mee kan dan slechts 1 jaartje.
We troffen niet alleen veel onkruid aan. Maar ook half-vergane vuilniszakken, een enorme hoeveelheid grind, ijzerdraad (???) en ovenroosters (what?).
Verse anti-wortel-doek erover en dennensnippers erover.
Wat ruikt dat lekker! En wat staat het mooi.
We hebben ook de heg tussen onze buren rechts en ons gehalveerd. Die heg kwam tot halverwege de hoogte van het huis, en was niet meer mooi een heg met van die kleine fragiele stammetjes, maar dat waren volledige uit de kluiten gewassen berkenbomen geworden. Daar zonder pardon de kettingzaag ingezet, om ze tot halverwege af te zagen. Een schokkend verschil, maar ook dit ziet er veel beter uit. Die buren zijn er zelden, dus die zullen wel flink geschokt zijn als ze het verschil zien. En ik hoop dat ze niet totaal uit hun plaat gaan.
Maar nu hebben we een mooi voortuintje dat goed smoelt, waar de postbode haar eventuele aanvallers al bij tijds weg kan jagen of omzeilen (en als ze alleen maar blauwe enveloppen komt brengen, heb ik overigens niet echt veel behoefte aan haar werkzaamheden, maar dat geheel terzijde), en waar we ook lekker met Jente kunnen drentelen.
Hoewel: om te voorkomen dat Jente meteen op straat zou gaan rondhangen, leek het me leuk om van het hekje dat we eerder al plaatsten, ook een poortje te maken, dat dicht zou kunnen. Gisteren heb ik me daarmee bezig gehouden en met groot succes. Het poortje kan open en dicht, en er zit een knap slotje op. Daarmee dacht ik Jente binnen te kunnen houden. Jammer dat ze bij de eerste pogingen al meteen ontdekte hoe het open moest. Slim kind, lijkt net haar vader. Gelukkig is het zo'n slotje waar ook nog een enorm hangslot aan kan, dus dat zal het dan wel worden.

En toen moest er een enorme hoeveelheid tuinafval weg. Van weggesnoeide hagen, heggen en weggestoken onkruid, tot verkeerd in tweeën gemepte tegels... Het moest allemaal naar de tuinafval mand aan het einde van de straat. Daar heb ik de resterende tijd mee doorgebracht. Soms met hulp van Jente een kruiwagen gevuld met al die blerf, en dan maar gaan. Omdat ik te krenterig was om 35 euro te besteden aan het huren van een aanhangertje, moest het dus in wel 20 keer op en neer. Wat een enorme bende afval hebben we eruit gehaald.

Met behulp van de schoonvader heb ik een van mijn grootste aversieën aangepakt. En ik moet zeggen: mijn rug vindt het minder leuk, maar nu we een knappe voortuin hebben, ben ik wel enorm blij met het resultaat.

Ik kreeg van mijn goede vriend Marc Zuckerberg de mededeling dat ik reeds 5 jaar met mijn huidige eega bevriend ben.
Van die 5 jaar, ben ik er 3 getrouwd (met mijn vrouw, dus) en 2 jaar vader.
En we zijn dus nu op het punt gekomen dat we de kleur voor de kozijnen moeten kiezen van ons huis.
En het zal u allen niet verbazen: dat levert vooralsnog geen echtscheiding op. We hebben beiden wat gevetoot, en beiden wat gekozen. De stalen die we bij de praxis geschikt vonden, hebben we meegenomen, om eens te bekijken op het huis. En dat allemaal in alle vrede. (Wellicht ook omdat Ilse net uit het ziekenhuis is, en ik van al dat tuinieren te moe ben om te ruziën).
Maar goed: bij het monteren van Ikea-meubels hebben we ook al geen ruzie, dus ergens ben ik ook weer niet zo verbaasd dat we het kiezen van een kleur ook kunnen zonder een waanzinnig uit de klauwen escalerende ruzie te krijgen.

Maar eens zien of we er morgen toe komen wat leuks te gaan doen. 




dinsdag 6 juni 2017

Kamperen, muziekmaken en boze burgers.

Het is inmiddels een traditie geworden dat we met hemelvaart en Pinksteren op een camping ergens in het land staan.
Ook dit jaar weer. En met een inmiddels 2+ jaar oude Jente, zijn we dus hoofdzakelijk bezig geweest met rennen. Rennen achter Jente aan, want we stonden vlak bij het speeltuintje.
Heerlijk kon ze zich daar uitleven, ravotten en haar energie kwijt. Dus daar ging ze continu naar toe, als we even niet keken.
Of rennen richting zwembad.
Wij, als ouders, zijn daar zeker per persoon 5 kilo kwijt geraakt. Want hoewel er andere kinderen bij waren die helemaal gek op Jente zijn, en best even met haar op het "spjingkusse" wilden, de verantwoordelijkheid voor Jente is van ons. En hoe leuk het spjingkusse ook is, Jente kan er behoorlijk hard van af knikkeren. De boomhut is leuk voor kinderen vanaf 7 jaar, daaronder kunnen ze een doodssmak maken als er geen volwassene is om op te letten.
Dus behalve dat het weer gezellig en leuk was, was het ook behoorlijk vermoeiend.
Een middagdutje samen met Jente was dus niet echt een overbodige luxe, zeker niet aangezien de temperaturen op bepaalde dagen tot boven de 30 graden kwam.
Jente vond het heerlijk om bij haar slaapje in het grote bed te slapen (nu is dat "grote" erg relatief in een caravan van 8 vierkante meter). En het liefst met papa of mama ("ook slapen!").
Dus als we haar in het kleine bedje deden, was het zaak om onze lange ledematen in te klappen, en ons naast Jente in dat bedje te proppen.
Dat ging in de regel goed. Tot ik mezelf heel erg snaaks en stil van het bedje wilde verwijderen. Jente sliep echt nét. Ik schoof mijn bil naar de uitgang en met een luid gekraak brak het steuntje waar het bed op rustte. Ik schrok me dood, en was als de dood dat Jente wakker zou schrikken. Dat gebeurde gelukkig niet.
Het zure is wel dat ik inmiddels dus ook echt 5 kilo ben afgevallen. En dan nu nog eens door het bed zakken.
Wel weer een goeie mogelijkheid om wat te klussen. Een houten framepje maken is een kolfje naar mijn hand.
Er moest dit jaar ook een groepsfoto gemaakt worden. En vanwege het feit dat alle kinderen en volwassenen minimaal 10 keer (zo niet vaker) achter Jente aan, het springkussen van alle kanten bekeken hebben, werd dat de locatie van de foto.
Een vriendelijke mede-campinggast wilde wel een foto maken met de mobiele Samsung.
Nu is het zo dat veel telefoons op zwart gaan als actie op het scherm te lang uitblijven. Zo ook deze Samsung.
We waren nog niet klaar met het positioneren van de groep (en vanwege het instabiele karakter van een springkussen, duurde dat best wel even) en de Samsung ging op zwart. Omdat de eigenaresse vooraan ging zitten, wilde de lieve meneer haar even om raad vragen. Hij liep naar haar toe, maar zij draaide zich wat wankel om (springkussen) en zwaaide haar arm recht op de kaak van de arme fotograaf in spé. Dat ging niet bepaald subtiel ook. Het kenmerkende kletsen van vlees op vlees was hoorbaar boven alle geroezemoes van de te fotograferen groep. Als het met opzet zou zijn geweest, zou je met recht stellen dat het een bevredigende klap moet zijn geweest.

Over anderhalve week is het zover: twee van mijn leerlingen mogen op examen. En ik weet dat ze het kunnen. Maar toch ben ik zenuwachtig. Ik neem aan dat dat voor veel van mijn collega-docenten geldt. Je bereidt het zo goed mogelijk met de kinders voor. Maar als ze dan tijdens les wéér die toonladder verprutsen, zou je ze bijna eigenhandig dat instrument laten opvreten. Dat kind heeft moeite met de hogere noten, en dit kind heeft moeite met ritme. Kortom: nog twee lessen en het moet gebeuren.
Ook ben ik tot mijn verwondering gevraagd om mee te doen met een eindexamen op het conservatorium. Normaal doe ik dat eigenlijk niet. Kost me teveel tijd en dus teveel geld (en aan een student kan je niet echt een gage vragen waar je van kan leven). Maar in dit geval gaat het om een nieuwe aanstormende collega. En het stuk waar ik mag meespelen, is dermate gaaf, dat ik om die twee redenen een uitzondering maak.
En ook hier kriebelt het een beetje. Want dit jaar vier ik mijn 10 jarig jubileum als gediplomeerd beroepsmuzikant. En ik kan me nog heel helder voor de geest halen hoe ik me voelde de aanloop er naartoe. De zenuwen. De organisatie. Het continue herhalen en doorspelen van het programma. De verwachtingen en de eisen.
En uiteraard het feest achteraf (waar ik me weinig van kan herinneren, behalve dan dat de rekening op een gegeven moment maar betaald werd door een van mijn docenten).
Dus muzikaal toch wel weer wat uitdagingen.


Ik krijg vaak de mededeling dat ik me druk maak over dingen. Of dat ik ruzie zoek, omdat ik een compleet andere mening heb (en ventileer) dan heel erg gangbaar is.
Beide is uiteraard niet waar. ik ben alleen zelfbewust genoeg om bepaalde afwijkende meningen te laten horen. Me er druk over maken, is het niet. En zeker als ik mijn blogs schrijf, blijft mijn hartslag gewoonlijk erg kalm.
Dus zullen we het erover eens zijn dat ik mezelf niet ongezond op zit te vreten achter mijn beeldscherm? En dat het ventileren van mijn afwijkende mening niet per definitie bedoeld is als ruziezoekerij?
Fijn.

Nu ik deze disclaimer heb uitgetikt, kan ik me weer druk maken over iets dat me opviel.
De burger is boos. Ten minste, zo lijkt het. En de burger is niet altijd bijzonder behept met intelligentie of zelfs maar basaal fatsoen.
Heel af en toe kan ik het niet laten om me in dergelijke discussies te mengen. In het verleden in een poging om wat redelijkheid toe te voegen, maar aangezien de "boze burger" geen behoefte heeft aan redelijkheid, noch de intelligentie heeft om daarmee om te gaan, ben ik daarmee maar gestopt.
De "boze burger" heeft zichzelf in bijna alle discussies tot specialistischere specialist verklaard (en dat kan niet anders, want geen enkel intelligent mens zou de "boze burger tot specialist verklaren) en heeft dus altijd gelijk. Als ik al reageer in dit soort discussies, is het om de boel nog wat op te stoken. De "boze burger" nog wat bozer te maken. Flauw van mij. Ik weet het. Maar ik kan niet 24/7 met die trompet aan mijn lippen zitten, nietwaar? En het schriftelijke vuurwerk dat dan volgt, is vaak te mooi om te laten gaan.
 Soms echter, nemen discussies zulke walgelijke vormen aan, dat ik met plaatsvervangende schaamte wegklik.

Een paar dagen geleden werden er twee meisjes vermoord. Afgrijselijk. Geen ander woord voor. Wat een onvoorstelbaar verdriet en pijn moet dat opleveren voor alle betrokkenen.
En de sociale media ontplofte. Mensen die er als de kippen bijzijn om de ouders en betrokkenen te condoleren. Kracht toe te wensen. Liefde toe te wensen. En dat is mooi.
Maar ook mensen die gelijk roepen dat de politie het niet goed doet. Dat de politie faalt, blundert, fouten verdoezelt.
Waar de politie nu stelt dat "het erop lijkt" dat beide zaken niks met elkaar te maken hebben, weten deze "boze burgers" het beter. En die hebben hun mening al klaar. En aangezien die mening niet strookt met wat de politie stelt (nogmaals: de mededeling van de politie duidt al aan dat ze het niet zeker weten) heeft de politie het fout.
En dit soort discussies gaan dus schaamteloos onder berichtgeving waar 80% van de mensen gewoon hun afschuw, hun verdriet, hun condoleances uiten.
Tuurlijk. Een nieuwsbericht, waar men open op kan reageren, is natuurlijk geen condoleance-register, maar als 80% van de posts condoleance-posts zijn, dan is het mijns inziens nogal walgelijk om zo'n draadje te kapen om de politie onterecht op hun flikker te geven, en je eigen mening als waarheid te etaleren op een manier waarvan zelfs basisschool kinderen al weten dat het grammaticaal rammelt als het kunstgebit van oma op een weg vol kinderkopjes in de Ardennen (wat een briljante vergelijking, al zeg ik het zelf).
De twee verdachten (ook al zo triest: beiden minderjarig) zijn door deze zogenaamde specialisten al schuldig verklaard en online gelynched. Let wel: ze zijn verdachte. Nog niet schuldig bevonden door de rechtbank, met behulp van bewijs. Maar voor de "boze burger" is een arrestatie al voldoende.
En dan zijn we bij het goeie ouwe volksgericht.
Dat vind ik gevaarlijk.
En onfatsoenlijk.
En heel erg verdrietig.
Maar me er druk om maken doe ik niet echt meer. Ik kan namelijk een ander niet veranderen. Ik kan er niet zoveel aan doen. Behalve dan de minister van onderwijs oproepen om niet te bezuinigen op onderwijs. Om meer capabele docenten aan te stellen. Zodat kansloze blaatgeneraties uiteindelijk uit zullen sterven.
Gooi er wat geld tegenaan, zorg voor meer liefhebbende en goed gekwalificeerde docenten die een goed salaris krijgen.
Hopen mag, toch?

woensdag 31 mei 2017

De bakker en jente.



Een poos terug was er op twitter (en dus facebook) een trending topic over de vaak bizarre reacties van mogelijke opdrachtgevers op de prijzen die freelancers/zzp'ers voor hun diensten vragen. Vaak zó bizar, dat je in de lach zou schieten, als het niet volslagen schaamteloos en schandalig is.
Ik kon er in de regel ook wel om lachen, en zelfs om bovenstaande discussie, moest ik een dag later grinniken. Dit is dus een aanvraag die ikzelf binnenkreeg.
Tijdens deze discussie kreeg ik toch een wat rare smaak in mijn waffel.
Blijkbaar heb ik geen liefde voor kunst en cultuur. Want mijn jarenlange studie, mijn investeringen in instrumenten en tijd om er op te studeren, mag ik niet terugverdienen. Nee, na al die jaren en al dat geld die ik in mijn beroep heb gepompt, moet ik net als die "respectabele en gerenommeerde muzikanten" maar genoegen nemen met een onkostenvergoeding.
Ik vraag me dan oprecht af wie deze "respectabele en gerenommeerde" musici zijn. Want respectabel vind ik het niet. Als je tegen onkosten vergoeding je talent weggeeft, je harde werken voor een fooi te grabbel gooit, heb je in elk geval geen zelfrespect, en al helemaal geen respect voor je collega's die wél een eerlijke prijs willen voor hun diensten. Gerenommeerd? Ach, ik denk dat het om wat (lokaal) beroe(r)mde straatmuzikanten moet gaan, die geen huur of hypotheek hoeven te betalen. Die hun kinderen vanuit een kartonnen doos naar het plaatselijke achterstandsschooltje brengen. Of van die buurt-sufferdjes die ook op een viooltje of blokfluitje kunnen krassen en pepperen, en dit (zeer tegen wil en dank van hun omgeving) nét eventjes iets te vaak en met iets te veel walgelijk enthousiasme doen.
Toegegeven: ik heb een flinke prijs eraan geplakt. Dit omdat ik op dat moment nog niet zeker wist of ik zou kunnen, en als dat niet zo was, ik mijn collega's niet zou willen opzadelen met een snabbel van lik-mijn-vestje. En als ik wel had gekund, had ik toch een aantal dingen moeten verplaatsen of verzetten.
En ik had ook zeker over de prijs willen praten, maar om er gelijk maar de helft vanaf te halen, is niet alleen een devaluatie van mijn prijs, maar eerlijk gezegd meet deze arrogante dame zich een nogal aanmatigende mening aan over de kwaliteit van mijn werk. Mijn werk, mijn investeringen zijn dus blijkbaar maar de helft waard voor haar. De helft zo goed. Ja, daahaag, juf, ga je lekker? Of de kwaliteit die een eventuele collega zou kunnen bieden. Die 150 euro, betekent (na aftrek van belastingen en reiskosten) dat ik niks over zou houden. En dan Jente maar op een houtje laten bijten omdat ik zoveel liefde voor kunst en cultuur heb.
Dus koos ik ervoor om eenzijdig geen reactie meer te geven op deze ranzige organisatie, en gewoon lekker met Jente te spelen die middag.

Over Jente gesproken: we staan weer op de camping. Het is hemelvaart en pinksteren (ik krijg dus van de spellingschecker een rood lijntje onder pinksteren, en niet onder pinkster, maar aangezien het niet pinkster is, maar pinksteren, vind ik dat raar. Iemand uitleg?), en dus staan we op de camping.
Het is er ongelooflijk heet. Een paar dagen boven de 30 graden geweest. En dus ben ik aan het redderen. Jente heeft dezelfde ongelooflijk witte en dunne huid. Dat betekent vaak insmeren, (vindt ze niet superfijn) bedekkende kleding aan (het arme kind. Bloedje heet, en niet eens bijna bloot kunnen rondbanjeren) en continu door vader of moeder uit het zonnetje gerukt te worden en in de schaduw gezet.
Zeer tegen haar zin, want het speeltuintje bevindt zich in de volle zon. En juist dat speeltuintje is zo leuk. Ik heb om Jente te beschermen tegen zonnebrand nodig: een toque (om mezelf te beschermen tegen trappelende beentjes als ik mijn spruit uit de zon trek) een handdoek (om het gutsende zweet van mezelf af te drogen als ik Jente uit de zon heb getrokken) een liter water (om de vochthuishouding in mijn lijf weer op peil te krijgen nadat Jente weer veilig in de schaduw is afgeleverd). Zonnebrandcreme uiteraard.  En dat dus een aantal malen per dag.
Voor de mensen die zeggen dat ik Jente moet laten wennen aan de zon: gelul van een dronken aardbei (of in elk geval van iemand die niet weet waar die over kletst). Inmiddels weet ik uit eigen en zeer pijnlijke ervaring dat de zon voor mensen met mijn (en dus haar) huid een killer is. 2e graads brandwonden, grote lekkende blaren, zwart geworden en afstervende huid. Dat is haar deel als we haar niet in de schaduw houden, veelvuldig insmeren, en kleertjes aanhouden. En ik ben niet bereid om enig risico te nemen: die pijn wil ik haar niet aandoen. Toen ik 14 was, was het al gruwelijk pijnlijk, maar met dat pas 2 jaar en een paar maanden oude huidje wil ik daar niet aan. Gewoon niet.
Maar het gaat nog best goed allemaal.
Hoewel: Jente doet een middagslaapje. Dat hoort, als peuter. En vaak vindt ze het wel fijn als Ilse of ik nog een paar minuutjes bij haar liggen/zijn voor ze in slaap valt. Zo ook in ons 34 jaar oude caravannetje. Ik ging naast haar liggen, genieten van het rustige momentje, genieten van mijn prachtige dochter. En toen ze haar oogjes dichtdeed en in slaap sukkelde, schoof ik voorzichtig achteruit, om even wat orde in de chaos te scheppen. (Een peuter en twee niet al te georganiseerde volwassenen, levert een hoop troep op in een caravannetje). Toen ik mijn achterste naar de bedrand schoof, zakte die met luid gekraak een paar centimeter naar beneden. Uiteraard heeft dit met ouderdom te maken, als ik kijk naar hoe die steunlat is gescheurd, kán dat simpelweg niet anders. Maar erg complimenteus van ons caravannetje is het niet, nee.

Dus toch weer wat te klussen. Altijd leuk.






zondag 21 mei 2017

Kattengejank.

Mijn katten zijn lieve beesten. Vooral als ze slapen. Want als ze niet slapen, dan vechten ze elkaar de tent uit.
Dat wil zeggen: Claus doet alles wat binnen zijn macht ligt om Colette de tent uit te vechten. Een oneerlijk gevecht wordt daarbij niet geschuwd, en oneerlijk is het al snel, want Claus is een dikke kater, en Colette een scharminkelig poesje.
Claus ontpopte zich in Rotterdam al tot de terror-kater van de buurt (in het begin toen we er woonden, kwam hij steevast met verwondingen thuis, naarmate we er langer woonden, werd dat minder), terwijl Colette veel vriendelijker was, veel aanhankelijker.
Nu we in Almere wonen, is het eigenlijk van hetzelfde laken een pak. Claus vertrekt voor lange tijd, om andere katten het leven zuur te maken, terwijl Colette veel meer een huispoes is, die iedereen graag te vriend houdt.
Claus vertrekt voor langere tijd van huis, maar komt niet meer onder de verwondingen terug. Wel is ons opgevallen dat het beest dikker is geworden. Los van zijn groeiende buik, doet hij erg levendig en fel, maakt zijn vacht een gezonde indruk, kortom: een blakend gezonde kater. Wij houden het erop dat hij overal waar hij kan naar binnen gaat om kattenvoer bakken leeg te vreten, om vervolgens bij ons thuis op de bank uit te buiken.
Als hij dan thuis is, mept hij eerst Colette nog even de kamer door, als ze hem toevallig in de wegloopt, en vervolgens valt hij op de bank in slaap. Liefst lekker dicht tegen ons aan. Of op bed, tegen het hoofd van Ilse aan. Maar echt last hebben we niet van hem. Als Jente te veel met hem wil spelen (en toevallig is Claus geen speelmaatje) dan geeft hij na ongeveer 5 seconden een mep, een haal of een beet, om duidelijk te maken dat hij er niet van gediend is.
Colette is zoals gezegd een vriendelijk meisje. Ze is bijzonder aanhankelijk en wil graag en vaak knuffelen.
Dat gaat een beetje zoals Ilse is: lomp en onhandig. Want als madam zin heeft om te kroelen, dan kan het haar geen donder schelen dat je net lekker op je telefoon naar je favoriete netflix serie zat te kijken, of heel erg verdiept was in je spannende boek, nee ze moet en zal met haar hoofd onder je kin komen liggen, en dat moet en zal onder je armen door. En stilliggen kan ze niet, dus de kans dat je nog lekker comfortabel kan zitten lezen/kijken is, met Colette in de buurt, niet echt groot.
Colette is lomp en onhandig. En heeft de vervelende gewoonte om dat vooral te zijn als we net allemaal op bed liggen. Dan klinkt er een hoop geraas, gerammel en gestommel, zozeer dat ik uit bed spring, mijn honkbalknuppel pak om een inbreker mijn huis uit te ranselen, maar dan struikel ik over een Colette die zonder schaamte of schuldgevoel zich zo ver mogelijk van de plaats delict verwijdert.
Colette is met Jente veel geduldiger. En veel liefdevoller.
Ook naar andere dieren is Colette wel echt een zeer vriendelijk beestje. Maar ontzettend onhandig en lomp. Als ik trompet ga spelen, moet ik Colette soms echt met geweld op afstand houden, want blijkbaar wekt het geluid van mijn trompet dusdanige affectie gevoelens op, dat ze zich niet kan bedwingen. Ze springt op me, en als ik niet oppas, rost ze zo mijn trompet tot diep in mijn longen.
Kopjes geven doet ze graag en zó enthousiast dat ik inmiddels de blauwe plekken op mijn lijf niet meer kan tellen, en op Jente haar bil zit een blauwe plek waarvan ik het vermoeden heb dat die het gevolg is van een liefkozing van Colette.

Waar onze beide katten echter totaal hetzelfde zijn: als we een wandeling gaan ondernemen naar bijvoorbeeld het speeltuintje, of gewoon een blokje om gaan met Jente, of we gaan boodschappen doen, dan lopen zowel Claus als Colette gezellig met ons mee. Niet "aan de voet" zoals een echte "canis familiaris" zou doen, maar zo links en rechts tuinen, steegjes, of straatjes inschietend, om dan vervolgens zich even later weer bij ons aan te sluiten.
En waar onze beide katten ook hetzelfde zijn: hun totale verbijstering, letterlijk versteend van verontwaardiging en met geen mogelijkheid tot actie te bewegen als er een vreemde poes/kater het terrein, hun territorium betreedt.
Ziedend van woede verstijven ze totaal als een buurpoes/kater ons tuintje doorkruist. Colette wat angstiger, bij Claus meen ik zelfs een zweem van walging op zijn toch al wat norsige kattenkop te zien.
Vanmiddag was het weer raak. Ik zat met Jente op de bank puzzeltjes te maken, toen ze opgewekt riep dat Colette binnenkwam. Ik keek even vluchtig, en zag inderdaad een klein rood poezenbeest door onze woonkamer paraderen. Het gerinkel dat het halsbandje produceerde, viel me eigenlijk pas op, toen ik Claus zag zitten op een stoel. Oren plat, staart dik en als blikken konden doden, was dat rode poezenbeest hartstikke dood geweest. Maar geen kik. Geen actie. Alleen vol walging kijkend naar de rode indringer.
Die zich niet liet intimideren. Doodgemoedereerd banjerde hij door de kamer, snuffelde zo her en der, en nog steeds op zijn dooie akkertje, verliet hij het pand ook weer. Blijkbaar niks aangetroffen dat hem kon bekoren.
 Ik lachte Claus vierkant uit. Dat dat suffe beest, dat zelf overal zijn kostje bij elkaar jat door van andere katten te stelen, niet het lef heeft om een rode indringer het huis uit te meppen, was kolderiek. Vooral dat walgende, verwijtende smoelwerk van het beest.

Ik kocht Claus in het asiel in Ede. Dat was in 2010. Hij is altijd een maatje geweest. Een trouwe viervoeter zoals een hond is, maar gewoon een lekker beest, dat altijd wel eventjes mijn gezelschap opzocht. Claus is, net zoals ik geen knuffelaar. Dat wil zeggen: niet jegens mij. Ook nooit geweest.
Colette kwam er bij omdat we dachten dat een vriendje voor Claus leuk was. Specifiek een poesje, specifiek jonger en kleiner, zodat Claus altijd de baas zou zijn. We konden niet vermoeden dat Claus er een genoegen in schept om dit dagelijks te showen.
Ik heb dus gevoelsmatig ook meer met Claus. We hebben best wel wat meegemaakt samen.
Maar sinds Ilse in huis is, en Colette, trekt Claus dus heel erg naar Ilse. Ineens wél knuffelig en aanhankelijk. Bij Ilse. Niet bij mij. De lamzak.
Colette, die veel knuffeliger en aanhankelijker is, heeft veel minder met Ilse, en veel met mij. En heeft ook niet echt in de gaten dat ik niet zo knuffelig of aanhankelijk ben. (Of het zal haar gewoon aan haar kattenkontje oxyderen).

Katten, het blijven rare wezens. Net als mensen trouwens.



maandag 15 mei 2017

Jente en sleutelleed

Het is een redelijk zonnige dag, Ilse is aan het werk, dus ik kan met Jente even naar het speeltuintje hobbelen. Vindt ze heerlijk. Eventjes ronddartelen tussen glijbaan (dat ding is doodeng, allemaal grote gaten die bedoeld zijn voor grotere kinderen om door te klauteren, maar voor Jente een doodsmak kunnen betekenen) en wip. Tussen klauter-keien en andersoortige speeltoestellen.
Maar omdat het zonnig is, en de scholen uit zijn, zijn er nogal wat andere kinderen. Het is er druk. Dat is op zich niet zo'n probleem. Lijkt me.
Ik zeg lijkt, want Jente is veruit de kleinste maar ook degene die het meeste indruk op iedereen maakt, en dat niet geheel positief, moet ik bekennen.
Alleen omhoog klimmen kan ze niet. Daar heeft ze mijn hulp bij nodig. Maar vervolgens begint ze in haar (soms toch nog wat onverstaanbare koeterwaals) alle andere kinderen (die vele malen groter zijn) rond te commanderen. Vooral:"Niet doen, kinduh", schreeuwt ze met enige regelmaat als er een knulletje van een jaar of 4 omhoog wil komen.
"Niet doen, kinduh!" (de "j" is nog even een onmogelijkheid) als het manneke in kwestie zijn bal van de glijbaan wil laten rollen.
"Niet doen, kindhus" als ze erlangs wil... (Een wat beperkt vocabulaire, maar ze komt er toch behoorlijk mee weg, moet ik zeggen).
En of het aan mijn aanwezigheid ligt of niet, al die koters maken dat ze weg komen.

Wat wel heel schattig is: die knullen zijn allemaal vele malen groter, en spelen een ruw soort spelletje voetbal, waarbij regelmatig spelers "uit" zijn. Wat dat precies betekent, weet ik niet, maar het valt wel op dat ze heel erg kundig om Jente (en mij) heen spelen, en elkaar ook erg kundig waarschuwen als de bal of zijzelf te dicht bij Jente (of mij) (of andere dreumesen van Jente's leeftijd en omvang) dreigen te komen.
En dan stank voor dank krijgen als Jente ze gaat rondcommanderen...
Wordt nog wat met dat kind.
 Regelmatig moest ik toch even brommen op Jente dat die bal toch echt niet van haar was, en ze die toch echt wel terug moest geven. Regelmatig even mopperen dat dat knulletje heus wel even op de glijbaan mocht.
Uiteindelijk werd het me toch een beetje te bar, en heb ik Jente maar meegenomen voor een ommetje. Ik ben bang dat ze bekend komt te staan als buurt-terror-tokkie.

En toen maar naar huis.

Om een huis te enteren, heeft men in de regel sleutels nodig. Want gelegenheid maakt de dief.
En om sleutels niet kwijt te raken, is het handig om ze op één plek neer te leggen, hangen, op te bergen. Want het zal eenieder wel bekend voorkomen: de sleutels kwijt zijn, het hele huis overhoop halen, om ze in de vrieskist onder de diepvries-doperwtjes weer terug te vinden.
Of naast de bak met kattenvoer.
Of in de prullenbak (en dan het kind de schuld geven, want die gooit graag dingen weg).
Dus hadden wij al tijdens het eerste klussen in ons huis een rekje tegen de muur geschroefd om sleutels aan te hangen.
Dat rekje was een metalen framepje met daarop een 5-tal pinnen, waaraan je je sleutels op kan hangen. Een soort van ieniemienie kapstokje.
Dat rekje was me al snel een doorn in het oog. Want Ilse heeft veel sleutels, aan grote bossen. En veel reserve-sleutels van mij totaal onbekende gebouwen, auto's, fietsen en noem maar op. Ik heb er een paar.
Mijn autosleutel hangt bijvoorbeeld los. Want ik ben er van overtuigd dat het gewicht van de rest van mijn bos niet bevorderlijk is voor de kwaliteit en levensduur van het contactslot van mijn auto.
Dat is het dan ook wel.
Maar er waren eigenlijk voor al die sleutels niet genoeg pinnetjes. En de pinnetjes die er waren, waren eigenlijk te kort.
U raadt het al: continu flikkerden er sleutels (meestal de mijne) op de grond.
Wat is dan het nut van een sleutelrekje, als ze er toch heel de tijd van af lazeren.
Net als bij de kapstok (nog een project in de nadenk-fase) werd het voortdurende op-geraap van die sleutel me toch te gortig. En ik besloot tot het maken van een sleutelrekje waar we daadwerkelijk ook sleutels aan kunnen hangen, en die er niet bij de minste of geringste scheet vanuit het toilet (ja, daar hangt dat rekje nu eenmaal in de buurt) afdonderen.
Omdat ik een redelijke hang heb naar natuurlijke materialen, kon ik de basis voor dat rekje betrekkelijk eenvoudig maken: men neme een tak van het inmiddels gedroogde snoeihout, zaagt het min of meer op maat, twee gaten boren voor de schroefjes in de muur, en een stuk of 10 schroefhaakjes.
En dan maar met de dremel en een schuurkopje de boel gladjes afschuren. Ten slotte wil ik niet dat als Ilse, Jente of niet in de laatste plaats ikzelf een sleutel pakt, er meteen 20 splinters in de diverse vinger(tje)s verdwijnen.
Dat dremelen is nog wel een dingetje: dat schuurkopje is een soort van busje van schuurpapier met korrel-X en dat busje schuif je op een rubberen dopje, dat op een steeltje zit, die je in de dremel schuift. Plaatje helder?
Omdat er meerdere fijnheden zijn qua schuurkorreldikte, zitten die busjes schuurpapier niet al te vast, je kunt er namelijk in afwisselen, en dat doe je op het zelfde rubberen dopje. Het is dus zaak om er behoorlijk subtiel mee om te gaan. Dan krijg je de mooiste resultaten. Doe je het niet subtiel, dan loop je kans dat je dat busje schuurpapier door je werkruimte lanceert. Ik kon dus minimaal 4 keer op handen en knieën mijn schuurtje door, op zoek naar dat verrekte busje.
Maar goed. We hebben nu een mooi opgeschuurd sleutelrekje tegen de muur, die 10 haken heeft voor alle sleutels, die er niet meer zomaar afdonderen.
En inmiddels betrap ik mezelf erop dat ik ook nogal nonchalant mijn sleutels op tafel gooi als ik thuis ben. Of in mijn broekzak stop, want ik ben als de dood dat ik mijn sleutels aan het haakje laat hangen, nadat ik de deur achter me dicht gooide. En dus met een van vermoeidheid krijsende Jente op mijn arm niet meer naar binnen kan, terwijl het water van de boontjes aan het overkoken is, en de katten elkaar op leven en dood aan het bevechten zijn.






"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer.  En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders.  Alles gaat anders, want...