zondag 3 december 2017

Eerzame beroepen, en #metoo.

Ik weet uit ervaring hoe iemand tot een beroepskeuze komt. Zo snap ik in meer of (soms) mindere mate waarom iemand beroepsmuzikant wordt.
Van buschauffeur weet ik dat ook.
Beide trajecten heb ik naar volle tevredenheid doorlopen.

Ik snap ook dat iemand manager wordt. Een pracht van een beroep. Je verdient geld, terwijl in veel gevallen niemand echt goed snapt waar je mee bezig bent. In sommige andere gevallen uiteraard wel.
Filelezer of nieuwslezer op de radio worden, die snap ik ook. Ten slotte heeft Ilse daarvoor gekozen.

Allemaal mooie en eerzame beroepen.
Net als kledingverkoper of varkensboer.

De eerzaamheid van het beroep radio-dj heeft de laatste paar jaren echter wel een forse knauw gekregen.
Ik noem een Giel Beelen die zich life op de radio door een prostitué laat bedienen. (En daarna iets liep te stamelen over hoe leeg dat het voelt.... Ehhh was dat niet de bedoeling, wink-wink-nudge-nudge?)
Of laatst nog een DJ-koppel waarbij de ene Maat een mes in de rug van de ander zet.
En nu werd er een zangeres grondig te kakken gezet op de radio.
Verhaal is duidelijk: jong zangeresje wordt op radio 538 uitgenodigd om eens wat te komen zingen, en bij wijze van grap werd er een "streaker" geregeld die dan zou dansen en weer weg zou wezen.
Het zangeresje schrikt zich de apentyfus, barst terecht in tranen uit en de rest is geschiedenis.

Dit is, me dunkt, niet helemaal een goede manier om met artiesten/musici om te gaan.
We hebben #metoo nog vers in het geheugen zitten. Los van dat feit, ga zo door, en artiesten willen helemaal niet meer op 538 verschijnen. (En zonder artiesten geen radio. Want CD's en spotify aangevuld met youtube, zijn ook middelen om jezelf te promoten. Daar is geen radio 538 voor nodig).
Oh, en persoonlijk vind ik dit soort grappen van een niveau getuigen dat zó diep in een schimmelig moeras gezonken is, dat ik er zelfs op mijn slechtste dag nog niet aan kan tippen.

Maar goed. Voor die ontzettend jofele grap is er dus een "streaker" geregeld. En omdat ik dus bezig ben met mijn 2e beroepskeuze in uitvoering te brengen, én omdat ik over een nogal rijke fantasie beschik, slaat mijn brein op hol.
Hoe wordt men een "streaker".
Ik weet nog hoe ik muzikant werd. Je doet de opleiding (hoewel niet noodzakelijk, iedereen met een instrument mag er zijn geld mee verdienen, daarom heb ik als docent én uitvoerend muzikant ook vaak zoveel werk om andermans ellende op te knappen, het is ten slotte een vak) en je kunt met wat doorzettingsvermogen aan het werk.
Buschauffeur idem. (Ik hoop alleen niet direct collega te worden van ene meneer Teeven. Straks weet hij nog met allemaal onduidelijke uitspraken mijn bus onder mijn kont vandaan te 'dealen'....)
Daarvoor heb je kwaliteiten nodig. Je moet wat inzicht hebben in verkeer, in mensen en in maten. Welke kwaliteiten heeft een "streaker"?
Als muzikant kwam ik voor 50% uit een muzikaal gezin. Wat zou de achtergrond van een "streaker" zijn? Als ik nu zeg dat zijn ouders nudist zijn, ga ik gegarandeerd heibel krijgen.
Ik stel me een wat onzekere jongeman voor. Een redelijk zachtaardig tiepje. Vatbaar voor rare invloeden. Wist met de hakken over de sloot de HAVO af te ronden, maar kon maar niet aarden op het hoger onderwijs. Raakte bevriend met wat vage figuren, die enthousiast vertelden over hoe ze diverse bijeenkomsten verstoorden door naakt rond te hobbelen. En dat ze daarmee de meest leuke meiden wisten te versieren!
En toen was er geen weg meer terug. Hij werd ook "streaker". Omdat hij op zijn tijd wel een frikadelletje lustte, geen vegan. Dat ging hem een stap te ver.
Er is dus een "streaker" geregeld. Is er dan ook zoiets als een "streaker"-agentschap? Zo'n managementbureau dat op aanvraag "streakers" levert? Je betaalt 190 euro per uur, de "streaker" ontvangt 60 euro en het bureau de overige 130 voor overhead?
En maken die dan ook reclame? Of is dat meer iets voor het duisterdere deel van het wereldwijde web?

Uiteraard zijn de reacties niet voor de poes. Zoals ik al zei: het beroep van radio-dj, is niet meer zo eerzaam. Voor de eerzaamheid kun je beter schoenen gaan verkopen (heb ik afgelopen zaterdag een enorm goede ervaring mee gehad, ik vond het bijzonder aangenaam en eerzaam).
Maar er zijn ook wat reacties van nota bene vrouwen die lopen te roeptoeteren dat dit zangeresje niet zo moet janken.
Ha! Dus die hele #metoo-hype waarin schuldige mannen (terecht) aan de schandpaal genageld worden, en onschuldige mannen inmiddels niet meer naar een mooie vrouw durven te kijken uit angst dat ze de cel in ge-#meetoot worden, kan dus blijkbaar voor sommige vrouwen de prullenbak in? Jottem!

Helaas.
Het zangeresje in kwestie gaat samen met de 538 dj, met een verklaring komen. Heel netjes en diplomatiek wordt deze sneue, van weinig klasse getuigende stunt dus met een laagje poedersuiker bedekt.  Waarmee dus ook vanuit die kant het hele #metoo verhaal gewoon wordt weggeschoffeld. Juist vanuit een branche waarin en waaruit het ontstaan is.
Ongelooflijk stom. Ongelooflijk ongeloofwaardig. Want daarmee geeft ze dus inderdaad aan dat het heus niet zo erg is allemaal, met dat #metoo geneuzel. En daarmee geeft ze aan dat het dus heus niet erg is, om compleet onverwacht, totaal gespeend van respect voor je vak en werk als artiest, geconfronteerd te worden met zwengelende zwanzen. Stom. Hier had een prachtig statement uit voort kunnen vloeien. Hier had dat hele #metoo een enorme boost van kunnen krijgen. Maar misschien is de zangeres nog niet zo hip en gevestigd, dat ze denkt dat ze zich alles maar moet laten welgevallen.

Tja....












maandag 27 november 2017

van Baerlestraat pt.2

Een kleine herinnering.
Ze heet Cynthia. Een hele leuke, jonge meid uit Purmerend. En samen brachten we vele uren door in de catacomben van het conservatorium in Amsterdam. (Niet altijd samen, overigens).
Niet dat zij nu zo muzikaal was, maar dat maakte niet uit. Ik had op mijn beurt letterlijk én figuurlijk niet veel kaas gegeten van het fenomeen catering.
Zij werkte in de kantine van het conservatorium, en ik kwam er vaak. (Hoofdvak kantine, niet voor niks voor en door mij uitgevonden). In de vroege ochtend, als ik nog brak was van de late avond ervoor, kwam ik beneden. En met mijn ongestreken, verkreukelde smoel wist ik nauwelijks verstaanbaar uit te brengen dat ik koffie wilde.
En koffie kreeg ik. Vers gezet. 30 cent. Of 50 cent. Zoiets. En die kreeg ik dan van Cynthia. Die me breed lachend vroeg of het laat was geworden.
Met die koffie stiefelde ik naar het rokersgedeelte van de kantine. Dat kon toen nog. Men was er niet zo vol van haat tegen rokers dat die maar naar buiten verbannen werden.
Soms, als het rustig was, kwam ze erbij zitten. We kletsten dan wat over het weer. Over het feestje. Over haar kinderen. Over van alles en nog wat. Meestal ontdooide ik dan wel wat, en was ik klaar voor het eerste college (kak-theorie) of les (trompet) of gewoon wat zelfstudie.
Na een paar uurtjes was het tijd voor de lunch.
Voor een paar euro (minder dan 5, dat weet ik zeker) kon ik een paar lekkere echt vers gemaakte broodjes kopen. En weer werd er naar me gelachen. Grapjes gemaakt.
Uiteraard werkte ze daar niet alleen. Ze had collega's, oudere dames. Die alle hoofdvak-kantine-studenten bij naam kenden, en wisten wat we speelden, hoe het ging enzovoort enzovoort.
Samen met deze collega's maakte Cynthia de kantine (die in de kelders lag, dus het meest vochtige deel, en ook het meest ongezellige deel van het conservatorium was ) tot een gezellige ruimte. Waar lekkere geuren hingen (ik ben er ooit wel eens op gewezen dat roken wellicht was toegestaan, maar die al te geurige kretek sigaretten toch maar liever niet, de bakkerij 3 panden verderop klaagde over stankoverlast), waar bijtijds gezellige kerstversiering werd opgehangen, en waar alle aankondigingen van wat minder voor de hand liggende feestjes werden opgeplakt. Kortom: Cynthia en haar lieve collega's maakten een dag aan het conservatorium nog draaglijker.

Het CVA had ook een dependance. Vlak bij het station. Het zeemanshuis. Daar kwam ik minder vaak. Vond het een ontzettend onprettige tent. Ondanks dat de mensen die het bestierden er best goed te pruimen waren.
Ook de kantine was een slag ongezelliger dan in de van Baerlestraat. Niet alleen kwam dat door de ruimte, ook de dame die daar de soeplepel zwaaide, was op zijn zachtst gezegd dubieus. En het volgende voorval zorgde ervoor dat ik er alleen maar fabrieksmatig ingepakte eetwaar kocht.
Dat zat zo:
Ik kwam in het Zeemanshuis voor een lesje algemene muziekleer, en na die les stegen er heerlijke geuren op uit de kantine. Op mijn vraag wat daar zo lekker rook, kreeg ik te horen: mosterdsoep (en fluisterend: van Unox).
So far so good, en een lesje algemene muziekleer maakte mij behoorlijk hongerig. En een lekker mosterdsoepje met een broodje, dát ging er wel in.
De juffrouw schepte een kom vol, kwakte een homp brood ernaast, en ik ging lekker zitten smikkelen.
Tegenover me zat Ruud, of Kees. Weet ik niet meer.
De soep wordt zelden zo heet gegeten als dat ze wordt opgediend, dus een beetje soppen met dat brood en wat napraten over de les en voorbespreken van de komende les, tot de soep een min of meer eetbare temperatuur had.
Ik tilde de lepel uit de kom en wilde die charmant naar mijn wijd openstaande mond leiden, toen mijn tafelgenoten me wat raar aankeken. Dat wil zeggen: hun blik richtte zich op mijn soeplepel, die nog een beetje droop. Een beetje lang bleef doordruipen. Ik keek ook maar eens naar mijn lepel.
En de rillingen liepen niet eens spontaan meer over mijn rug. Mijn keel ging onomkeerbaar dichtzitten.
Van mijn lepel, tot in mijn soepkom hing een lange, grijs-zwarte haar. In de kleur van de lange, toch wat onverzorgde, grijszwarte haren van de kantine juffrouw.
En langs die haar droop dus de soep van mijn lepel terug de kom in.
Ik wil eerlijk bekennen: ik vind banaan oneetbaar ranzig, maar die soep heb ik ook niet opgegeten.
Toen ik er een opmerking over maakte, leek de kantine juffrouw niet in het minst verbaasd. Ze wilde me nog afschepen met een nieuwe kom, maar ik heb maar gekozen voor een voorverpakte roze koek. Wel zo veilig.

Eenmaal terug in de kantine van de van Baerlestraat, deelde ik dit verhaal met de meiden/dames die daar werkten, en konden we er smakelijk ;-) om lachen.

Inmiddels ben ik een aantal keren terug geweest op het conservatorium. Niet meer in de van Baerlestraat, dat is inmiddels een hotel geworden waar je als gast meer dan 1000 euro per uur moet aftikken om er te logeren. Maar wel het nieuwe conservatorium. Tot mijn verdriet werkten Cynthia en haar collega's er niet meer. De catering is in handen gekomen van een bedrijf dat van armlastige studenten koudweg 1,80 voor een kopje machinekoffie vraagt, en minimaal 4,50 voor een lullige sandwich. Het personeel is hip gekleed, spreekt geen Nederlands en is nauwelijks zo persoonlijk geinteresseerd en menselijk als de kantinedames van de van Baerlestraat.
Niet in alles verbeterd dus, dat conservatorium. Hoewel ik meteen geloof dat de kans dat je er dikke zwart-grijze haren in je soep aantreft, ook met 100% gedaald is.

Een klein ander dingetje:

Sinds ik een CPAP heb, heb ik eigenlijk niet echt noemenswaardig last meer van slaapapneu. Joechei.
Maar als ik verkouden ben, loop ik het risico dat ik mijn masker volhoest, of volnies, of dat de watervallen uit mijn neus mijn masker afvullen, en dat ik alsnog stik.
Dus dat is een klein dingetje. Maakt niet uit, hou je toch.
Gevolg is wel dat ik als ik dan verkouden ben, ik ook overdag meer slaap nodig heb. Eventjes bijtukken.
Die kans heb ik niet altijd, en dan wil het wel eens voorkomen dat ik op momenten dat het wel kan, gewoon even wegzak.
Dit gebeurde me de laatste keer dat ik in de houding werd gezet. Er moesten binnen het TKKMAR wat medailles uitgereikt worden, er moesten wat mensen bevorderd worden en er werd afscheid genomen van wat mensen.
We werden in de houding gezet, en de hoge heer nam het woord. En nam dat behoorlijk ruim. Ik sukkelde weg. Staand en wel zakte ik in een kort hazeslaapje.
En ben dan wel zo lucide dat ik op mijn benen blijf staan. Toch prettig. Maar wel slapend. Tot ik, omgeven door grinnikende mensen aan mijn arm werd geschud. Ik bleek ook staand slapend te snurken. Niet heel charmant. Wel komisch.

Inmiddels is de waterval van mijn neus opgedroogd. Net op tijd, want het is een behoorlijk drukke periode. 





zondag 19 november 2017

De burgerlijkheid compleet



Tot een jaar of 5 geleden, zou ik je hartelijk hebben uitgelachen, als je me gezegd had dat ik over 5 jaar een huiseigenaar zou zijn, met 1 kind, 2 katten, een aquarium, een 5-deurs linnenkast, 2 gezinsauto's voor de deur, een caravan in de stalling, en als kers op de taart een buffetkast.

Toen Ilse besloot bij mij in te trekken, en het met een huwelijk en een kind op komst heeeeel erg serieus dreigde te worden in mijn leven (de caravan die er overigens niet geheel chronologisch of zelfs maar logisch al was, laat ik even buiten beschouwing), moest er ook een heuse linnenkast komen. We konden onze kleding toch echt niet langer in de lundia kast proppen. Logisch ook, want een lundia kast is een open-planken-kast, die niet bepaald berekend of zelfs maar bedoeld is voor kleding.
En die linnenkast, dat was toch wel ff een dingetje.
Dat ik mijn vrouw zwanger had gemaakt, oke. Soit. Kan gebeuren. Maar die linnenkast. Dit deed mij denken aan een verhaal van Pieter Cornelis Koolhoven, die die linnenkast perfect wist te omschrijven als veroorzaker van koudwatervrees bij een aanstaande bruidegom, die zijn vrijheid ziet wegvliegen... (Geef mij maar een hond, van PC Koolhoven, een wat bedaagd maar uitzonderlijk leuk boek om te lezen, ook voor hondenhaters).
Alsof ik inderdaad met de aanschaf van die kast mijn vrije-jofele-jongehonden-leven opgaf.
5 deuren. Want ik wilde veel leggen (lees: proppen). Ilse wilde veel hangen (lees ook proppen, want we hebben zoveel kleding dat zelfs 5 deuren eigenlijk niet afdoende zijn), en we wilden ook nog mandjes voor het kleine grut.

Goed, Jente was krap aan 1,5 jaar oud, en tot onze blijdschap en verbijstering kregen we een hypotheek voor een huis. En dus vertrokken we met kind, poezen, vissen, en linnenkast naar Almere.  (Die linnenkast, is een PAX van Ikea. Achterlijk duur, maar van hetzelfde schijt-mdf als de billy, dus eigenlijk niet gemaakt om te verhuizen, ondanks dat je voor die onzin 100-den euro's moet aftikken. Prijzen waarvoor je zou mogen verwachten dat het allemaal juist net wat chiquer is dan mdf. Gaat helemaal nergens over, bij die Zweedse boevenbende).
Ons leven leek helemaal compleet.
Maar ja. Ook in de keuken was het zo dat we niet echt heel veel ruimte over hadden. Want 1 bakblik is natuurlijk niet voldoende. En 2 ovenschalen ook niet.
Gelukkig had ik 15 jaar geleden al een paar prachtige expedit kasten gekocht (dat was dus in de tijd dat de Ikea nog student-muzikant-ondermodaal-vriendelijk was). Want dat was praktisch. Echt mooi waren ze diverse verhuizingen en verplaatsingen verder niet meer. Maar nog steeds sterk genoeg.
Echt mooi in het interieur (toch al een allegaartje van brocante, zelfgemaakt en modern) passen deden de trouwe expedits ook niet. Maar ze voldeden.
Tot ik op een goeie dag vond dat het echt niet meer kon. De woonkamer leek dicht te slibben, die kasten waren eigenlijk net niet praktisch genoeg, en er moest maar eens een mooie buffetkast komen.
Deze wens leefde bij ons samen al een poosje. Maar zelfs op marktplaats zijn die krengen godsonmogelijk duur. Maar echt. 900 euro voor een stapel hout. Met glazen paneeltjes in de deuren. Dat glas zal dan wel swarofskie kristal zijn. Anders is 900 euro voor een kast echt best heel erg veel geld.
[Ik heb net even een peukje staan roken, en onder het roken bedacht ik mij dat die 900 euro zo gek nog niet is. Als ik het zelf had moeten bouwen, zou ik waarschijnlijk eerst voor 900 euro aan hout dusdanig verruïneerd hebben dat het rijp was voor de open haard van mijn schoonouders, en dan zou er dus nog geen kast hebben gestaan. Los van het feit dat ik er simpelweg geen tijd voor zou hebben gehad].
Tot we er vandaag eentje op marktplaats zagen staan. In de Zaanstreek. Voor een prijs die we ervoor wilden betalen. Pik-in. Tis winter!
Om daar te komen, bleek geen sinecure. Ik vond Garmin bij tijd en wijle echt ellendig disfunctioneren, de kaarten van meneer Steve Jobs, doen het zo mogelijk nog erger. We hebben de complete ring van Amsterdam, maar ook die van Zaandam gezien, en die heeft niet eens een ring, dus kun je nagaan.
En fin, we kwamen aan, en de koop was snel rond. Maar groot! Zwaar! De tering.
Gelukkig was er een hele lieve jongeman die wel even die twee kastdelen samen met mij in de gehuurde aanhanger wilde zetten.

Eenmaal thuis, tijdens en na het inrichten, werd ik nog even gekker. Het was (op zich niet heel erg onverwacht) ineens nóg voller in huis. Dus ik besloot eigenmachtig dat de oude trouwe expedit maar uit elkaar moest, zodat we ruimte hadden om de nieuwe buffetkast in te ruimen.
Buffetkast. Zeg dat woord drie keer achter elkaar. Laat het even over je tong rollen. Buffetkast.
Burgerlijkheid begint ook met bu.
Hij is echt prachtig. Zware kwaliteit ook. Maar toch.
En met het slopen van de trouwe expedit viel me ineens in dat dat ook het allerlaatste meubelstuk is dat me bond aan mijn ruige studentenbestaan. Aan mijn wilde vrijgezellen leven. (Althans, zo hou ik me dat voor, want zo ruig en wild was ik niet. Niet echt. Denk ik).
Nu is, voor zover ik nu kan zien, er niks meer in huis dat ik niet samen met Ilse heb gekocht.
Dus toch met enige weemoed, maar zonder verdriet, keilde ik die oude, trouwe expedit achterin mijn auto. Morgen een ritje naar het stort.

Overigens: dit hele verhaal leverde dus wel een ander probleem op: mijn prachtige aquarium stond op de expedit. En op de buffetkast was er geen ruimte voor mijn woonkamerjuweel. Dit hebben we opgelost door de ene expedit te vervangen door de andere kallax. Een kleinere variant, dat wel. De kallax is de opvolger van de expedit, maar heet anders, en dat gaf ikea de mogelijkheid om de prijzen van die dingen maar eens lekker te verhogen. Zoals ik al memoreerde: boevenbende. Maar ja, zie er maar eens aan voorbij te gaan).

Hoe dan ook: ons huis is er wel echt op vooruit gegaan.





zondag 12 november 2017

Zomaar wat.

Inmiddels is het 18 jaar geleden dat ik naar het conservatorium ging. Ik heb daar best wel wat geleerd, maar zeker niet alles.
Bijvoorbeeld promotie, zakelijk zijn (het hele verguisde ZZP'er zijn). Maar ook omgaan met complimenten, heb ik er niet echt geleerd.
Niet omdat ik ze nooit kreeg, want ik kreeg naast zeer regelmatig de wind van voren, ook best wel wat complimenten.
Het applaus dat je krijgt, is je compliment. Dan buig je, en is het klaar. Hoe je daar verder op sociaal verantwoorde manier mee omgaat, was en is me volslagen onduidelijk gebleven.

18 jaar geleden ging ik naar het conservatorium, en stapte ik in een raar wereldje van vechten om te weinig banen, vechten om klussen die soms minder betaalden dan wat een vakkenvuller bij de Lidl verdient. En klussen waarbij studenten, profs en amateurs naast elkaar speelden.
Niets zo ondoorzichtig als het zijn van musicus. Elke gek mag zich beroepsmuzikant noemen, of ze nu wel geinvesteerd hebben in hun beroep door middel van opleidingen, lessen, masterclasses en fatsoenlijk materiaal, of niet.
Net als dat er mensen zijn mét zo'n papiertje, maar die alsnog niet in staat zijn om een deuk in een pakje boter te spelen.

Hoe dan ook: tijdens mijn studietijd was ik als jonge blaag te gast bij een ensemble dat bestond uit "vergevorderde amateurs", beroepsmensen en een paar studenten. Een van de "leiders" van dat ensemble was een behoorlijk sterk karakter. Kon behoorlijk spelen, voor een amateur, en had het daarbij voornamelijk van zijn ervaring.
Maar hij had als nadeel dat hij vond dat zijn mening, door ervaring wijs geworden, belangrijker was dan andermans (en zeker mijn) mening (in mijn geval omdat ik volgens hem te onervaren was, ondanks dat ik het mogelijk door geleerde kennis misschien wel beter wist).
Boeide me niet zo. Dan geef ik mijn mening niet (gevraagd of ongevraagd), ik speel mijn noten, cash mijn centen en ben weer weg.
Het was verder een beste vent, en hij kon behoorlijk spelen. Dus echt heel erg vreselijk om met hem te spelen was het ook weer niet. Ik had wel met erger gespeeld. Een paar verhuizingen en vele jaren verder, kwam ik de man bij toeval weer tegen bij een heel ander klusje. Gezellig zitten kletsen tussen het muziekmaken door.
Inmiddels doe ik nog maar heel weinig van dit soort klusjes. Amateurorkesten willen liever vaste mensen hebben van goed amateur niveau dan tijdelijke mensen, die beter spelen, maar wel (meer) geld kosten. Begrijp ik ook.

Vandaag speelde ik een concertje in een kerk in Amsterdam. Terug naar de stad waar mijn beroepsmatige muzikanten bestaan een echte start maakte.
We openden het concert na de pauze met de soundtrack van de film "Born on the 4th of July". Een pracht van een stuk, met een pracht van een solistische trompetpartij erin. Op mijn buik geschreven. Maar dan niet echt, want geschreven voor Tim Morrison, een fenomenale speler.
Eigenlijk een draak van een inzet.
Op een noot waar ik ooit op ongelooflijk lullige manier vanaf mieterde toen de koning op 10 meter afstand stond. Heel jammer was dat. Perfect passend bij de opname die Lucky TV er van ging maken. En dan moeten toegeven dat dat ongelooflijk lullig klinkende deuntje ook echt life zo gespeeld was...
Allez, is geweest, denken we niet meer aan.
De inzet tijdens dit concert kwam, ging goed, en het speelde eigenlijk best lekker, zo in dat kerkje.
Na afloop van het concert, maakte ik dat ik buiten kwam. Ik wilde een peuk. Eventjes nadampen. Heb ik nodig. Gewoon even een klein momentje voor mezelf, voor ik weer naar binnen ga, en andere zaken ga doen.
Ik stond buiten te wachten, en kreeg diverse complimenten. Leuk. Ik knik dan vriendelijk, zeg beleefd "dank u wel", en probeer te genieten van mijn sigaretje en wat kwinkslagen met het publiek of collega's. Snel over dat complimentje heen kletsen. Ik zou namelijk niet weten wat ik verder met een totaal onbekende moet bespreken die me een compliment gaf. Nooit geleerd of en hoe je dan zo'n gesprek verder moet voeren. Moet dat wel? Of zeg je dank je wel, en loop je vervolgens weg? Is dat dan niet onbeleefd? Maar wat dan?
Ik doe maar wat. En meestal probeer ik het te ontlopen. Omdat ik er gewoon niet zo goed in ben.
Tot er op een gegeven moment wel 3 collega's naar buiten kwamen stormen, om naar mij te vragen. Er was iemand naarstig op zoek naar me.
Mijn eerste reactie was vragen of het een lekker ding was. Iets met hoop, zotten en vreugde.
Nee, het was geen lekker ding. Hij liep wat moeilijk.
Ja, die man wilde dolgraag en perse met mij praten. Wie het was, konden ze me niet vertellen.
Oei...
Een onbekende die met mij wil praten.
Snel ging ik mijn geheugen af. Heb ik soms iemands vrouw beledigd? Heb ik iemands vrouw afgepakt? Het zal toch niet? Ik kan me ook niet herinneren dat ik in Amsterdam recent nog ontuchtige handelingen heb verricht die ertoe zouden kunnen leiden dat men mij tijdens een concert op gaat zoeken.
Mijn eerste reactie was nogal lomp: heh nee. Laat me eerst ff mijn peukje roken.
Maar toen ik naar binnen wilde vluchten, klonk het in de gang al: "ben jij Marnix?" En toen zag ik hem aan komen lopen. Strompelen.
De eerder genoemde trompettist. Mijn eerste reactie was om mijn hand uit te steken, en hem vriendelijk te schudden, maar die werd niet beantwoord. Wel zag ik een volstrekt uit zijn verband gerukt gezicht. En na het in ontvangst mogen nemen van wat warrige complimenten, vroeg ik wat er met hem aan de hand was.
Zijn antwoord kwam er nogal laconiek uit:"ik heb een hersentumor, en ben aan het doodgaan, ik kan niks zelf meer, maar wel nog naar je luisteren. Ik ben trots op je".
Kak.
Dat gezicht, was dus uit zijn verband gezakt, vanwege chemo. En het warrige verhaal... Naja, tumoren in hersenen staan er ook weer niet om bekend dat ze erg goed zijn voor de kracht van het menselijke brein.
Nogmaals kak. Dit hakte er toch wel in. Het onverwachte van deze ontmoeting, letterlijk op elk vlak.
We moesten naar de bus. Dus heel veel tijd was er niet.
Ik realiseerde me dat ik hem waarschijnlijk nooit weer zou zien. We waren geen vrienden van elkaar. Dus wat zeg je dan bij zo'n afscheid. Weer zo'n moment waarop ik had kunnen bewijzen sociaal aanvaardbaar gedrag te kunnen vertonen.
Tot ziens? Terwijl je hem nooit meer zal zien?
Het beste? Ja, maar ja, je weet dat dat niet meer komt, de man gaat dood.
De mazzel? Ja veel geluk.
Ik heb het maar gehouden bij: groetjes. Wat eigenlijk ook heel raar is.

Los van dit soort ontmoetingen, had ik dit weekend dus eigenlijk alleen maar leuke concerten, (de eerste was in Sliedrecht, en toen we met de trompetsectie uit eten gingen, hadden we dus het genante moment dat we voor het vinden van het restaurant de googlemaps-app nodig hadden, terwijl het restaurant letterlijk aan de overkant van de straat zat, en letterlijk in het blikveld. Staat heel maf. Ben je 5 minuten met google maps op je telefoon aan het hannesen terwijl het restaurant letterlijk op 10 seconden lopen is) en een sollicitatiegesprek.
Dat gesprek liep aan alle kanten mis, maar dat boeit niet, want ik ben aangenomen.
Ik mag weer op een bus gaan rijden. Oude hobby oppakken, en er nog geld mee verdienen ook.
Moet ik wel eerst een heel traject door, maar dat kan me niet bommen. Ik ga weer lekker sturen. Hoe gaaf is dat.
Ben ik denk ik toch wel gezegend dat ik van 2 hobby's ook daadwerkelijk 2 beroepen kan maken. Niet semi-professioneel, maar bi-professioneel.

Mijn weekend voor deze week begint en eindigt morgen.











zondag 5 november 2017

Contact/Verkoop...


Ik zoek (op verzoek van) een koper voor mijn zus.
Als ze een auto zou zijn, zouden we het (qua leeftijd) over een Citroen CX hebben.
Liefhebbers van dit model, weten de fraaie, stroomlijn van dit model wel te waarderen.
Voor de echte kenners: Het is op sommige punten een kreng om te onderhouden. Liefhebbers noemen dit dan ook geen krengerigheid, maar karakter.

Het kloppend hart van deze dame is een fraaie 2,5 liter mét turbo, op LPG (dit komt ook wel weer terug in het karakter).
Ondanks de leeftijd (met 41 jaar spreken we denk ik wel over een van de vroegste exemplaren) is de kilometerstand nog redelijk laag te noemen (nap verkrijgbaar uiteraard). Is helaas niet door een oud vrouwtje gebruikt, maar de vorige eigenaar is beslist niet heel erg zorgvuldig met haar omgegaan. Ook dit heeft zo zijn weerslag op het wat eigenzinnige karakter.
Ik heb nog geen roest bespeurd, uiteraard wel wat gebruikerssporen, maar voor de leeftijd/kilometerstand ook weer niks vreemds. Met wat liefde en toewijding en eventueel een polijstmachine is dit allemaal wel bij te werken. Serieus laswerk is echt nog niet aan de orde.
Soms rookt het motortje wat, maar daar is mee te leven. Olieverbruik is nihil.
Ze komt goed omhoog bij de eerste start, en lekt nog geen LHM.
De uitlaat is in goede conditie, maar maakt soms en meestal onverwacht wat meer geluid dan wenselijk is. Misschien een gaatje dat niet zo goed gelast is, daar ga ik maar niet naar kijken.
Remmen doet ze erg gretig, schakelen gaat als een mes door de boter, en als je het gas diep intrapt, springt ze voor zo'n grote auto, nog best rap weg.
Voorzien van dubbele morette koplampen, die nog erg netjes zijn, en stoer en trots de wereld in kijken.
60 liter onderbouw gastank, dus de hele kofferbak is bruikbaar.
Voor 33 euro vul je haar helemaal af en rij je met gemak 400 kilometer. Dus nog redelijk goedkoop in gebruik ook. En wegenbelasting-vrij. Bij voorkeur is de nieuwe eigenaar geen handelaar, want die hebben niet zoveel kennis, ervaring en liefde voor dit model. De nieuwe eigenaar moet een liefhebber zijn. Die bereid is om een goeie prijs te betalen, en dit model een mooi nieuw tweede of derde leven te geven (ik heb even niet helder hoeveel eigenaren het ding inmiddels gehad heeft, zoek ik nog op).
De nieuwe eigenaar heeft, gezien het feit dat we het over een niet zo heel erge youngtimer hebben, wel enige technische kennis nodig. Niet alleen om haar netjes op de weg te houden, maar ook om haar garage een beetje in goede staat te houden. Zelf een verwarmde stalling hebben heeft voorkeur. 
Bij aankoop krijg je er een leuke, oranje Saxo van een jaar of 16 bij. Die is conform leeftijd behoorlijk nukkig, maar ook erg lief. Verbruikt nog minder dan de CX, maar dient pas over 2 jaar zich op de openbare weg te begeven.


Berichten graag via mail, met foto en motivatie.










zondag 29 oktober 2017

Koorbegeleidingen in wintertijd.

Koorbegeleidingen. Vrij vaak erg leuk, niet altijd vanwege het goede koor, of de uitdagende muziek.
Als voorbeeld: de Elias van mijnheer Mendelssohn. Een draak van een stuk, dat mij als trompettist niet helemaal kan bekoren.
Of de Paulus. Ook al zo'n juweeltje van compositorische onkunde, waar het trompet betreft.
En nieuw binnen in mijn persoonlijke "mwa-lijstje": Het "Saul"-oratorium van mijnheer Haendel.
Het motto leek ook hier weer:"Ha, een mooi triomfantelijk akkoord, laten we dáár eens een trompet gebruiken". Helemaal mee eens, maar als je in een stuk van 3 uur, maar 5 triomfantelijke akkoorden gebruikt, doe je je luisteraars (en je trompettisten) wel wat aan (en tekort).

Eerlijk gezegd: dit soort stukken zijn vast heel erg leuk voor een koor, maar persoonlijk zit ik tijdens al die uren dat ik niks aan het doen ben, vooral te tellen hoeveel euro ik per gespeelde noot krijg. En dat kan in bovenstaande gevallen best nog oplopen.
Grijnzend zit ik dan de zwoegende concertmeester te bekijken, die voor hetzelfde loon een hele avond haar viool aan stukken zit te zagen. Snaren die springen, een strijkstok waar de paardenharen zelfstandig van in een draf schieten om terug te keren bij zijn oorspronkelijke baasje in de wei.
Terwijl mijn trompet alleen maar slijt vanwege het feit dat ik hem toch af en toe warm moet blazen.
Want ja....
Dan heb je na ellenlange maten rust (ik ben eruit: ik krijg 8,76 per gespeelde noot) een inzet, is dat ding koud, en dus vals.
De meeste dirigenten die koren dirigeren hebben totaal geen verstand van orkesten. Zijn er zelfs een beetje bang voor. Laat staan trompetten. Dus op enige vorm van begrip hoef je niet te rekenen.
Dus om stomme opmerkingen en weinig verheffende woordenwisselingen te voorkomen (en omdat je professioneel bent, en dus zo goed mogelijk wil spelen) warm je je instrument op.

Hoe dan ook.

Afgelopen week mocht ik dus dit Saul-oratorium van mijnheer Haendel spelen. De kritische luisteraar en/of Haendel-kenner zal het beslist niet ontgaan zijn: Mijnheer Haendel heeft ongelooflijk zitten plagiëren bij zichzelf. Hele delen uit de Messiah (welke voor trompet vele malen gaver is, helaas heeft hij die briljante delen dan weer niet gekopieërd) komen terug in zijn Saul. (Of omgekeerd, ik ben geen kenner, ik ben een speler).
De kerk was koud. De dirigent was braaf. En de muziek duurde lang. En ik zat op een net niet comfortabele stoel te zitten.
Dat net-niette van die stoel kan me tot waanzin drijven. Moet ik uren lang stil zitten, op een stoel die net niet lekker zit. Ik kan prima zitten op een stoel die volkomen kut is, maar op een stoel die het net niet is, is de ergernis groter, dan wanneer je van te voren weet dat je gewoon van geen kant lekker op een stoel kan zitten. Dan duurt het wachten nog langer, en hoor je gewoon al je gewrichten kraken, knappen, knakken en knisperen als je eens lekker gaat zitten voor je inzet.
De dirigent was braaf, maar had een bijzondere manier van een inzet aangeven. In plaats van met zijn handen en een blik, gooide hij gewoon zijn hoofd in de richting waarvan hij hoopte dat er een inzet zou volgen. Ik bedoel dit half letterlijk. Want uiteraard zat zijn hoofd gewoon nog aan zijn romp. Maar hij deed wel zijn uiterste best om dit te veranderen, met zijn manier van aangeven.
Tijdens dat lange wachten, kon ik de zaken eens goed in me opnemen.
Blijkbaar was een van de heren van het koor verkouden. Sneu, als je met een koor moet optreden, en je strot zit vol. Sneu ook dat hij telkens tijdens de zachtere delen moest hoesten. Zó hard, dat ik meende een complete set longen voorbij te zien vliegen tijdens de hobo-solo. De koster van de kerk zal inmiddels de politie wel hebben ingeschakeld, ten slotte moeten die longen ook weer terug naar de rechtmatige eigenaar.
Er was een recensent aanwezig van een koorblaadje. Zo'n koor is blijkbaar lid van een bond, en zo'n bond geeft dan weer een regelmatig een blaadje uit. En in dat blaadje schrijft dan een kerel over zijn belevenissen tijdens het concert. Ik neem aan dat die longen ook wel beschreven zullen worden, maar dan vanuit de vak-technische kant.
Die recensent hield er trouwens rare ideeën op na. In plaats van met zijn notitieblokje muisstil ergens in de zaal te gaan zitten, ging hij vooraan zitten, om te gaan zitten flirten met de celliste van het orkest. Die daar overigens totaal niet van gediend was, en dit ook duidelijk maakte. Continu over de leuning hangen, meekijken in de partij. Als ik die celliste was, had ik tijdens het vele strijken gewoon mijn stok in zijn oog gepropt. Ten slotte dien je je als recensent enige afstand te bewaren.
Het laatste dat mij opviel (en hier sloeg mijn fantasie op hol, omdat ik toch alleen maar aan het wachten was): De achterste altviool. Ik heb de man niet kunnen betrappen op noemenswaardige tekenen van leven. Goed, hij sloeg heel soms (en altijd te laat) een bladzijde om. En heel soms zag ik de strijkstok iets bewegen. Maar dat zou een hallucinatie mijnerzijds kunnen zijn. Toen bedacht ik me dat als "the Walking Dead" over een symfonie orkest zou zijn gegaan, dat deze man een besmette zombie zou zijn geweest.
Ook een van de solo-zangers viel erg op. Niet zozeer vanwege zijn zangkwaliteiten (zeker niet, de man zong erg goed, mooi en zuiver) maar door zijn stem op zich. Een counter-tenor. (Voor de niet-kenners: een man die vrouwelijk hoog kan zingen).
Hij ging op het solo-schavot staan, trok zijn keel open en begon te zingen in een register waar ik als trompettist alleen maar van kan dromen. Enerzijds vind ik dit soort kerels vermakelijk. Je verwacht het namelijk niet echt. Zoals Simon Cowell ooit zei: het is alsof ik een hond hoor miauwen.  Anderzijds maak ik me dan toch een beetje zorgen. Iets over ongelukjes met een herenfiets en 2 balletjes. Of dat hij helemaal okee is, maar zijn stem gewoon moedwillig zit te verkrachten.

Al met al was het een ongelooflijk leuke avond. Sommige dingen doee je nu eenmaal niet zozeer vanwege de muzikale bevrediging of zelfs maar de financiële compensatie. Sommige dingen doe je omdat je weer eens met een oud studiegenootje kan samenspelen (die overigens zeer goed speelde) en een gezellige avond kan hebben.
Omdat het in de kerk zó ongelooflijk koud was, zijn we direct na afloop naar een verwarmd terras gerend om daar hete chocomel met slagroom te bestellen. En voor erbij geen appeltaart, maar hete loempia's (de keuken was dicht).

Vanmiddag mag ik een heel ander soort koorbegeleiding doen. Een operette. Dat is gewoon feest in de bak. Muzikaal uitdagend, want ongelooflijk lullig opgeschreven partijen, maar tof als het goed samenvalt.

Ik hoor ongelooflijk veel ouders zeuren over de zomertijd, wintertijd en hun kind. Die raakt dan van slag. En dat geloof ik ook wel.
Vannacht was het om 0400 uur bal bij Jente. Die was opgewekt wakker en wilde wel wat. Ilse trapte mij uit bed, en ik ben Jente maar gaan vertellen dat het nog nacht was, en dat ze dus moest doorslapen.
Dat deed ze ook braaf.
Inmiddels is het 0800 uur en ben ik bezig met deze blog te tikken, heb ik al 3 koppen koffie op, en heb sinds 0400 uur niet meer geslapen.
Ik hoop tegen beter weten in dat de politici in Europa nu eindelijk eens gaan handelen in het voordeel van de maatschappij, en die onzinnige zomer en wintertijd eens gaan schrappen. Voegt niks toe.
Maar ja. Politici en handelen in het voordeel van de maatschappij. Dat is geloof ik nog zeldzamer dan een munt van 2,5 euro...











vrijdag 20 oktober 2017

Kapstokgeneuzel.

Het was 2016. Een jaar om nooit meer te vergeten.
We kochten ons huisje, en maakte het ons eigen. Niet veel budget, dus veel dingen moesten verhuisd worden, of met hulp her en der zelf gerepareerd of aangepast en aangepakt worden.
Zo ook de kapstok. Een simpel, flutterig stalen ding, dat al een paar jaar van huis naar huis meeging.
Wel makkelijk te bevestigen: 2 schroeven de muur in, ophangen, en klaar.
Dat viel wat tegen, want de muur was niet geheel bestand tegen de kapstok. Of eigenlijk: tegen alles wat we aan die kapstok hingen. Per persoon 2 jassen, bodywarmers, een tas, mijn dienstjassen. Kortom: na 2 dagen hing het ding scheef, en uiteindelijk was het meer geluk dan wijsheid dat de kapstok niet met jas en al naar beneden lazerde.
Irriteren deed het me wel. Ziet er niet uit. Dat was geen half zeven meer waar die op hing. Half zes komt dichter in de buurt.
En dan daarbij: als je er je jas nog aan wilde hangen, flikkerde die vaak even rap weer naar beneden, als dat wij hem op hadden kunnen hangen. De haakjes hingen er zó lapzwanzig bij, dat het ophangen van mijn jas, een dagelijks meerdere malen terugkerend frustratie-feestje werd.
Als ik mijn jas dan uit arren moede maar over een stoel kwakte, was dat weer tegen het zere been van Ilse, die niet ten onrechte vond dat we daar een kapstok voor hebben (realiteit: zouden moeten hebben).

Ruim 6 maanden aan het tekenen, denken, filosoferen en ook wel een beetje tegen de houtprijs aan aan het hikken geweest.
Want ik wilde het zelf maken. Na mijn modelauto-kast leek me dat het summum van hobby-plezier. (Als ik het erover had, zag ik Ilse een beetje bedrukt kijken. Ik zag haar in gedachten al lijden onder mijn gezweet, gevloek, gezucht, gekap, gehak, geboor, gezaag, gelijm en gescheld. Dat viel uiteindelijk mee, maar aangezien ze niet thuis was, zal ik dit nooit kunnen bewijzen).
Een of andere gezapige kapstok van de IKEA of de Leen Bakker kan altijd. En dan krijg je van die MDF of aluminium onzindingen waar je ook niet echt blij van wordt. Of je moet serieus geld uitgeven, en dan krijg je een hipster-verantwoorde, helemaal "bij jouw levensstijl passende" en voor die paar schroeven, houten latjes, en wat verf veel te dure kapstok. Ik heb ze zien langskomen, voor meer dan 300 euro. Dat gaat me dan ook wel weer een beetje te ver. Sterker nog: in geen 300 jaar koop ik een kapstok van 300 euro. Dat is een principe kwestie.
Gisteren had ik ineens een helder moment. Ik begon te tekenen, te rekenen, Ilses mening en wensen te vragen, nogmaals tekenen en rekenen (dat laatste is wel echt een van mijn tekortkomingen), en ik was er uit. Deels op papier, deels in mijn hoofd was het klaar.
Vanmorgen naar mijn goede vrienden van de Gamma gereden. Al het hout gehaald dat ik nodig dacht te hebben, wat schroeven, een extra potje houtlijm.
En aan de slag.
Set-back 1: ik had 2 planken teveel meegenomen.
Set-back 2: ik bleek het zaagje in mijn elektrische zaag te hebben gemold. Gelukkig had ik er nog 1 liggen.
Set-back 3: door een denkfout, had ik niet 2 planken teveel, maar 1 te weinig meegenomen. (HUH? Ja, echt. Hoe verzin je het...).
Set-back 4: de door mij verzonnen pootjes, bleken toch niet de meest handige optie. Maar daar kwam ik achter toen ze er al lang en breed op zaten, en mijn schroefboor wél in staat bleek om die dingen vast te schroeven, maar om een nog duistere reden niet meer los krijgt.
Set-back.... Ach flikker ook maar op. Door een beetje inventiviteit, creativiteit en een hoop doorzettingsvermogen, ben ik er (ondanks het feit dat mijn rekenkundig, maar ook mijn ruimtelijk inzicht niet bijzonder ontwikkeld zijn) in geslaagd om een mooie, maar vooral ongelooflijk sterke, onwankelbare kapstok in elkaar te zetten.
De bouwtekening zoals ik hem op papier had gezet, bleek uiteindelijk niet meer dan een richtlijn. Leuk om er naast te houden, en vol verbazing naar te kijken. Niks van wat er op papier stond, klopt met hoe het er uiteindelijk staat.
Dat wat ik in mijn hoofd had, was erg leuk. Maar bij vlagen totaal onwerkbaar.
Lang leve de creativiteit, lang leve moed, beleid en trouw.
Waar ik het meest trots op ben: het gefrut dat uiteindelijk nodig was om de bodemplanken mooi (passend) te maken. En het onzichtbaar verankeren in de muur.
Ik ben een hele middag (Jente was bij opa en oma spelen) lekker in de weer geweest met mijn schroefboor, elektrische zaag en soms een hamer om al te eigenwijze planken die echt niet wilden passen, passend te kloppen.
Hierbij moet ik misschien melden dat de mogelijkheid bestaat dat ik nogal wat vulgaire taal heb gebezigd.
Ten slotte moest ik dealen met mijn gebrek aan rekenvaardigheden. Om nog maar te zwijgen van mijn ruimtelijk inzicht. En ook een gat 100% recht boren, is nog best wel een uitdaging. Ook is het zo dat ik nogal wat splinters in mijn tengels te verwerken kreeg. Want dat vurenhout is leuk. Het is stevig, kan tegen een stootje, maar het scheurt snel (boren!) en bij het zagen en boren, komen er nogal wat splinters vrij. Die dan uiteraard heel geniepig op van die rottige plekken in je vel gaan zitten. 
Maar het staat als een huis. Knappe jas, die nu nog op de grond flikkert. Er is ruimte voor veel meer jassen aan en schoenen onder de kapstok.
Ik wil hier meteen bijzetten: IK vind hem mooi. Maar dat heeft eerlijkheidshalve meer te maken met het feit dat ik het zelf, naar eigen smaak, en met redelijk beperkte middelen (en talent) heb gemaakt.
Het is hobby voor mij. De kosten waren 175 euro, en een beetje voor de benzine. Ongelooflijk veel geld voor een kapstok. En ik zou mij nooit inhuren om een kapstok te bouwen.
Maar het is wél mijn kapstok. Mijn bedenksel, mijn bouwsel.
Los van mijn werkhokje in de schuur, is dit project nummer 6 met hout dat ik naar eigen tevredenheid voltooi.
Na afloop ging ik bij mijn schoonouders een hapje mee-eten, en Jente ophalen. Ik had onderweg het gevoel dat het niet alleen wat regenachtig was, maar vooral ook heel erg mistig. Bleek dat al dat zagen ervoor had gezorgd dat mijn bril bijna volledig dichtgekoekt was met zaagsel. Leermoment: aangezien het zagen van planken zonder bril, vragen om afgezaagde vingers, edele delen en tenen is, en het rijden met een met zaagsel overdekte bril, ook niet bepaald verstandig genoemd kan worden, moet ik me dus aanwennen om na het zagen mijn bril eens schoon te poetsen. Want dit gaat natuurlijk nergens over.

Nu ben ik de kamer aan het bestuderen. Wat kan ik nog meer zelf maken. Eetkamer stoelen? Een tafel?
Of misschien gewoon weer eens rustig aan gaan bedenken wat handig, nuttig en leuk is.

Dit weekend ga ik weer lekker operette spelen. Leuk om dergelijke regelmatig terugkerende snabbels te kunnen doen.

Zin in.









Kladje

 De klad is erin gekomen.  Na de onverkwikkelijke gebeurtenissen met betrekking tot "het nieuwe roosteren", waarbij welzijn van pe...