zaterdag 1 oktober 2011

Een veel bewogen taptoe


Letterlijk.
Als ik nadenk over de daadwerkelijk gewerkte uren, dan is dat per dag niet eens zo gek veel. Maar ik beweeg wel veel. In zo’n taptoe show moet je met een paar dingen rekening houden. Zoals je voeten goed optillen. Je wil echt, écht niet struikelen over een plooi in het vloerkleed, als je achterwaarts loopt. Staat zo lomp. Je wil ook écht niet tegen je voorganger aandenderen. Zou ook weinig charmant zijn. En liefst linksom draaien, als dat opgegeven is, want oog in oog staan met een collega op een heel erg onverwacht moment, is ook niet bepaald het soort humor waar de betalende kijker voor komt.
Er gebeuren ook wel eens dingen niet. Maar daar kan ik dus niks over schrijven, want die zijn niet gebeurt. Dit tot teleurstelling van velen. Dat sommigen te laat, veel te laat op hun bed liggen, daar heb ik ook geen deel van uit gemaakt. Enerzijds omdat ik in Tiel sliep, anderzijds omdat ik niet in Apeldoorn, Kootwijk, of Millingen sliep. Maar goed, nogmaals, ik kan niet schrijven over dingen die niet gebeurt zijn. Komisch was het wel.
Maar goed. Dan zitten we weer eens wat frieten naar binnen te stouwen. Tussen show 1 en show 2.
En als de frieten erin zitten, worden er weer wilde spelletjes gedaan. JungleSpeed. Zo’n spel waar het draait om zo weinig mogelijk kaarten overhouden, en zo snel mogelijk de klos te pakken krijgen. Dit gaat niet altijd goed. In Bremen leverde dat een worstelpartij op in ceremonieel tenue. In Rotterdam, is die klos (van hout) rakelings langs het hoofd van achtereenvolgens Gerben (“ben ik verzekerd tegen dit soort ongevallen?”) Iwan, Chiel en de meneer van de kleding  gezeild. Thomas kreeg die klos tegen zijn smoel, na een woeste grijpactie van Wilbert. Verdere verwondingen: omgeknakte vingers van Patricia, Gea die haar nagels in vellen van willekeurige tegenspelers plant, omgeknakte nagels van mij, en meerdere tikken van die klos tegen onbestemde lichaamsdelen van elke medespeler. Geen gebrek aan lichaamsbeweging dus. Ik voorzie nog eens de ‘strip-jungle-speed’. Voor elke keer dat je de klos mist, gaat er een kledingstuk uit. Maar dat zal niet tijdens taptoe Rotterdam meer gebeuren.
Er speelt ook een orkest uit Turkije mee. Gaaf hoor, allemaal van die kerels met opgeplakte snorren. Met zo’n traditionele turkse hobo die klinkt als een doedelzak. En dan gaan ze zingen. Niet dat iemand ze verstaat, maar krijgshaftig klinkt het wel. Nu is die taptoe toch al ruim een week bezig. En nu komt de PVV met Kamervragen. Waarom er een Turks orkest meedoet. Iets met bondgenoten enzo. En dat dat niet kan. Het is in de tijd van bezuinigingen natuurlijk een grote grap dat niemand stil staat bij het feit dat Kamervragen niet bepaald gratis zijn. En dat Geertje Wilders met zijn nonsens Kamervragen dus de hele maatschappij nodeloos op kosten jaagt. Alleen dat al zou reden moeten zijn voor de oppositie om een motie van wantrouwen tegen dit jokerkabinet in te dienen.
Maar om Geertje en zijn achterlijke gevolg gerust te stellen: dit zijn hard werkende turken, die een mooi stukje cultuur laten zien. (Ow wacht, dat is tegen dovemans oren gezegd, Geertje en zijn achterlijke gevolg kunnen het woord cultuur niet eens spellen). Maar goed, dat ter zijde; deze mensen gaan na de taptoe weer naar huis. Heus, ze zijn niet gevaarlijk. Niet gevaarlijker of duurder dan jij met je stomme Kamervragen.
Morgen alweer de laatste taptoe voorstelling. Dan zit het erop. Terug naar alledag.  

maandag 26 september 2011

Het verzetten der zinnen.

Het is weer zover. KPN snapt er weer eens de ballen van. Op 9 september gaf ik in goed vertrouwen mijn verhuizing door. Want dat schijnt toch wel een maand te duren. Dit kon via de prachtige site van KPN. En via de site werd mij beloofd dat ik binnen 24 uur gebeld zou worden. Jaja. 24 uur verder, maar een telefoontje; ho maar. 72 uur verder toch maar zelf gebeld. Bijna 30 minuten lang aan de lijn gehangen, het hele proces per telefoon doorlopen, gaf hun systeem op het einde aan, dat er een verstoring was, waardoor mijn verhuizing tóch niet doorgevoerd kon worden. Of ik het later nog eens kon proberen… Tja, omdat ik toch graag internet en tv wil, het later nog maar eens geprobeerd. Door middel  van flink wat pressie op het knulletje aan de andere kant van de lijn, heb ik het verhuisproces tot minder dan 2 weken kunnen terugbrengen. Hun fout, ten slotte. Aldus geregeld, en wederom de belkosten teruggekregen. Ik dacht dat ik nu wel zo’n beetje klaar was met KPN. Niets bleek minder waar toen ik zondagavond een factuur mocht ontvangen van KPN. Waarop tot mijn verbijstering Eredivisie Live en het Plus pakket stonden genoteerd. Beide dingen nooit aangevraagd, beide dingen nooit gewenst.  Maandagochtend meteen maar weer met de klantenservice gebeld. Toch weer 10 minuten aan de lijn gehangen. Een pinnig wijf vertelde me dat ze het eraf zou halen, maar dat ik binnen twee werkdagen terug gebeld zou worden. Mijn scepsis aangaande het terugbellen door de KPN is groot. Dat soort afspraken heb ik nog maar zelden goed nagekomen zien worden. Inmiddels was ik door de houding van dit vrouwke dermate gefrustreerd, dat ik haar meldde dat als deze afspraak niet nagekomen zou worden, het het einde van mijn contract bij KPN zou betekenen. Dat was mijn keuze. Klantvriendelijkheid vind ik bij de KPN ver te zoeken. Je moet al ontzettend zeuren om iets gedaan te krijgen.

Zaterdag ging ik met Syl naar het tuincentrum, want zij had besloten (en uiteraard ben ik het daarmee eens) dat er wat groen in mijn hut moest komen. En groen staat er. De resultaten: 2 mooie rooie bloemen, in pot, waarbij je het water in de kelk moet gieten. Als die dingen bloeien, komen er mooie gele knoppen aan. Die staan in de vensterbank. Er kwam ook een complete boom in mijn huis. Met zo’n intellectueel gevlochten stam. Voor in de hoek, en nu al mag het ding zich in de speelsheid van Claus verheugen. Toen ik net beneden kwam, lag het ding tegen de bank aangeleund. En Claus wist van de prins geen kwaad. Ook een struik varens deed zijn entree. Want dat zuivert de lucht. Hoewel: 2 rokende personen, dat ding krijgt het maar wat druk. Onderwerp van verdere hilariteit in dat tuincentrum was het stellinkje met de vleesetende planten. Uiteraard heb ik er daar ook één van mee naar huis genomen. Zo’n ding met van die stengels, waar dan een vlieg in gaat zitten, naar beneden glijdt, en verteerd wordt door de sappen van die plant. Het begin heb ik maar even geholpen door er wat spinnen (zeer tegen hun wil, maar zeer tegen mijn wil aanwezig in mijn huis) in te drukken. Het mooie resultaat was, dat die spinnen met 5 minuten compleet verdwenen waren.
Mijn huisje staat hier nu echt wel fijn bewoonbaar te zijn. En vriendje Claus kan het hier best vinden,  geloof ik. Tiel op zich is best een leuk dorpje. De mensen zijn hier best vriendelijk.

Zondag afgereisd naar Limburg. Daar was het emotioneel. 3 maanden, min of meer dat is toch een best wel afgemeten tijd. Goddank was Syl mee. Die snapt dat soort dingen wat beter aan. Ik probeer heel hard om overeind te blijven. Want er komt zoveel op me af. Er moet zoveel gebeuren. In zo weinig tijd. Er blijft bij mij dan zo weinig ruimte over om na te denken over emoties. Mijn collega’s bij de kapel doen alle moeite om me te steunen. Hoewel ik ook hier vaak niet zo goed weet hoe ik het moet zeggen. Wat ik moet zeggen. Want als ik het op mijn manier zeg, dan komt het er vaak (naar mijn idee) gevoelloos, en cynisch uit. Als er een boek was geschreven over hoe men om moet gaan met kanker, had ik het allang thuis liggen. Maar dat blijkt er niet te zijn. Iedereen is anders. Dus kan ik ook niet nagaan of ik het allemaal goed doe. Gelukkig krijg ik dus best wel ruimte. En snappen ze dat ik soms niet helemaal reageer zoals ik zou moeten. Ofzo.

Gister begon de taptoe Rotterdam. Met horten en stoten. En werd ik gebeld, door Randstad. Mijn dienstopdracht in Apeldoorn zit erop, en men wilde het niet verlengen. Slikken. De collega’s waren leuk. De stad is leuk. De ritten zijn leuk. Maar ze wilden me niet, werd mij door een vriendelijke man uitgelegd. Ik was met bovenstaande bezig, dus zo alert om te vragen naar de precieze redenen, was ik niet. Ik vind het toch jammer van de opdrachtgever, dat ze niet zelf naar me toe zijn gekomen om me dit te melden. Ik vind het zelfs nogal lomp. Tussen mei en oktober had ik met Randstad weinig te maken.  Goed, het is mijn baas, maar ik reed natuurlijk een bus voor het bedrijf in Apeldoorn. En op de dag van mijn laatste dienst, wisten ze in Apeldoorn ook wel dat ik niet meer verder bij  ze kon. Nu moet ik nog eens naar Apeldoorn om die spullen terug te brengen. Maar dat initiatief laat ik bij hun. En daar wil ik op zijn minst reiskostenvergoeding voor. Aan de andere kant; nu ik in Tiel woon, is rijden naar Apeldoorn ook niet echt een prettige optie. Dus kan Randstad voor me op zoek naar een nieuwe opdrachtgever. Financieel gezien is het erg jammer. Maar ook dat overleef ik wel. Gelukkig werken er bij Randstad mensen-mensen. Die wel alert reageerden op mijn situatie. “Doe maar rustig aan, en bel in de komende week maar even op, als je daar de rust voor hebt”.

In elk geval: ik ga de komende week, weer wat kilometertjes maken in de Ahoy. Dat verzet de zinnen ook even. 

donderdag 22 september 2011

Verhuizen. Ook dit heb ik al eens zo meegemaakt ja....

Anti-Kraak wonen. Daar zitten veel voordelen aan. Bijvoorbeeld dat de kosten erg laag zijn. En je komt nog eens op gekke plekken te wonen. Zoals een afgestoten kazerne. Of in het hartje van Tiel. Wat overigens best een leuk stadje is. In een onooglijk klein huisje dat nog net niet op instorten staat. De vorige bewoner was een klusjes man. Zijn aanrecht is van multiplex, maar lang leve de dettol. In de aanloop naar deze verhuizing (volgens Syl doe ik het chaotisch) had ik maar beperkt de tijd om me met de verhuizing bezig te houden. Werk moet ook. Nietwaar? Komt die lieverd naar Ede, om mijn inpakken wat beter te doen, en om het volgende huisje mee te helpen schoon te maken. Ze had haar vrije dagen ook beter kunnen besteden.
Gister was het dan zover. Ik had een busje geregeld. En Mattie zou me helpen met sjouwen. Ik had een planning in gedachten. En die hebben we wonder boven wonder gehaald. 2x op en neer. En alles was over. Sterker nog: we lagen zelfs voor op de planning.
En rijden in zo’n bakwagen, kan ik zelf ook. Blijkt.
Claus, de kat, was op zijn zachtst gezegd NOT AMUSED over deze hele gang van zaken. Hij zag in hoog tempo zijn tempel desintegreren tot een poel van ellende en uit elkaar gerukte meubelstukken. Mauwend, piepend, grommend en gillend uitte hij zijn verontwaardiging. Ik had hem niks gevraagd.  Hij moest als laatste mee. Omdat ik het wat sneu vond om hem met de meubels in de laadbak te keilen, had ik hem in zijn reismand, tussen Matthijs en mij ingezet, op de voorbank. Dat hebben we geweten. Halverwege de rit, brak de hel los. Uit boosheid, stress of gewoon om ons te pesten, poepte hij zijn reismand vol. Voor zo’n klein dier, produceert hij een meur waar een mestkever nog van op de loop zou gaan. Goddank niet op de bekleding van de huurbus, maar in zijn mand. Maar de cabine van dat busje is nogal aan de krappe kant. En de temperatuur lag ook niet bepaald laag, dus de lucht werd per kilometer bedompter.
Omdat ik hem niet kon gebruiken bij het uitladen, had ik hem maar even in de badkamer opgesloten. Ook dat was tegen het zere been. Telkens als ik binnenkwam, werd ik bedreigend toegeblazen.

De wasmachine was als laatste aan de beurt. Matthijs van boven, ik van onder, met een 6-wielig steekwagentje de trap op. Bij de overloop ging het bijna mis. Die wasmachine wilde écht niet naar boven. En wij wilden écht wel dat dat ding in de badkamer zou staan (het zou verboden moeten worden om wasmachines meer dan 1 drempeltje te moeten tillen). Dus kreeg ik bijna 300 kilo aan witgoed op mijn kop.

Nog  een laatste ritje naar Ede, om de steekwagen terug te brengen, de bus in te leveren en met de laatste kleinigheidjes naar  Tiel terug te gaan. Ik was koud de snelweg op gedraaid, of mijn ma aan de lijn. Ze had een brief voor zich liggen. Een brief van de oncoloog. Waarin zwart op wit stond dat de levensverwachting nog maar 3 maanden is. Misschien wat langer, misschien wat korter.
De vorige keer moest ik verhuizen, door sneeuwstormen naar limburg afreizen en een cd opname doen. Dit afgewisseld met mijn rijopleiding voor de bus. Deze keer was ik aan het verhuizen, wacht ik op een eventueel contract bij het busbedrijf, en staat taptoe Rotterdam voor de boeg.
Kijk, ik weet dat anti kraak wonen redelijk wat verhuizingen meebrengt. Ik weet dat voor een uitzendbureau werken, flexibel is, en dat dat zowel voor als nadelen kent. Ik weet dat mijn ma niet heel lang meer leeft, en ik weet ook al tijden dat taptoe Rotterdam eraan komt. Maar waarom moeten al die dingen toch telkens samenvallen. Dat telefoongesprek was nogal emotioneel. Als er op dat moment politie achter me had gezeten, hadden ze me wel van de weg gehaald. Goddank voor vluchtstroken. En goddank voor de afwezigheid van Andre van der Toorn en zijn vriendje Spee.
Ik moet wederom mijn collega’s vereren met mijn schitterende afwezigheid. De komende drie maanden hangen er weer allemaal dingen boven mijn hoofd. En ik weet niet zo goed, hoe en wat. Met behulp van mijn meisje (die het al druk zat heeft) en mijn vrienden (die het al druk zat hebben) en mijn collega’s (die het al druk zat hebben) zal ik het wel overleven. 

woensdag 7 september 2011

Kanker, the sequel

Vorige winter ging ik door sneeuwstormen naar Limburg op en neer. God, wat was ik 'blij' dat mijn ma in het ziekenhuis werd opgenomen. Dan werd er ten minste goed voor haar gezorgd. Dus kon ik iets rustiger aan doen. Iets meer mijn tijd overal voor nemen. Dat heb ik gedaan. Dit werd mij als raad gegeven door een geestelijk verzorger van Defensie, een erg goeie kerel, die zei: Marnix, er komt nog een tijd dat je het heel druk gaat krijgen, en dat het heel zwaar gaat zijn.
En die tijd kwam. Nu. Er breekt dus nu weer een periode aan waarin ik veelvuldig naar het zuiden af moet zakken. Het ziekenhuis is klaar met mijn moeder. Uitzaaiingen links en rechts, en niemand die er meer iets aan kan doen.

(Achteraf gezien, hebben alle bestralingen en chemo's een jaar uitstel verleend. Een jaar, met veel pijn, veel onzekerheid, en nauwelijks kwaliteit van leven. Is het dat waard geweest? Hele lastige vraag. Ik ga hem niet beantwoorden. De medische wetenschap gaat namelijk niet over kwaliteit van leven. Ik hoorde gisteren een verhaal, daar gaat je mond van loshangen. Er werd een kindje geboren. Een kindje met nauwelijks hersens. Vrij letterlijk. Alleen een hersenstam, en wat inhoud, maar lang niet zoveel als nodig was. Dit werd helaas pas ontdekt na de termijn waarop abortus nog mogelijk is. Toen het kindje geboren werd, bleek het toch te leven. Naja, het bleek niet dood te zijn. Op de vraag van het ouderpaar, of er geen euthanasie mogelijk was, werd door een medisch college vergaderd. En lang vergaderd. De uitkomst: Nee, actieve euthanasie mocht niet. Ja, laten versterven mocht wel. Dit was de uitspraak. Voor de goede orde; een spuitje, waarop vrij pijnloos, en snel de dood volgt, mocht niet. Maar het kindje, dat toch een hongerprikkel kent, mocht wel versterven. Dus zonder voeding blijven. En dus hongerig gaan hemelen. Dus: Nee, een pijnloze snelle dood is medisch gezien fout, maar lang lijdzaam versterven is medisch gezien beter. Uiteindelijk is het kindje toch eerder gestorven, aan andere oorzaken dan honger, maar het gaat om de uitspraak zelf. Welke idioten verzinnen dit nu, dan ben je als medisch college toch volslagen, compleet met grof geweld van de pot gerukt? Nu heeft mijn moeder wel hersens, en ze is los van de methadon, nog best wel bij de tijd, maar ook hier vraag ik me af, of het leven rekken om het rekken van het leven, nu altijd wel de beste optie is. De menswaardigheid komt mij teveel in het geding.)

Morfine bleek niet te werken. Dat levert kotspartijen op waar de gemiddelde alcoholist jaloers op zou zijn. Over naar de methadon. Dat is dat spul waar heroine junks mee af proberen te kicken. Het maakt net zo duizelig. Dus de pijn is weg, maar vanwege de brute duizeligheid, blijft de blijdschap over het wegblijven van de pijn even achterwege. Methadon, het is spul met vrij strikte restricties. Want, het schijnt verslavender te zijn dan heroine. Dus alle methadon verpakkingen (en de morfine lollies, die smaken zoals die zoete geel-roze lollies uit mijn kindertijd, heb ik me laten vertellen) liggen her en der in het ziekenhuis bedtafeltje verstopt. Totdat de geleerden het eens zijn over de beste pijn bestrijding.
Het duurt niet heel lang meer. Dat is de inschatting van mijn moeder zelf.
En ik? Waar blijf ik in deze periode?
Voornamelijk in de auto, vrees ik. Mijn nieuwe garage, zal lachen als ik over een kleine 2 maanden voor de volgende beurt op de stoep sta. Maar, ik merk dat het tonen van emoties moeilijk voor me is. Mijn ma zou dolgraag willen dat ik met haar mee huil om het onafwendbare, en veel te vroege einde. Maar mijn traanklieren zijn zo droog als de woestijn. Er komt geen druppel uit. Dat voelt een beetje als tekort schieten.
Ik kan haar steunen. Ik kan praktische zaken goed regelen. Ik kan met haar in de rolstoel (niets is zo schokkend als je ma in een rolstoel moeten zetten, geloof me) haar ziekenhuis kamer ontvluchten. Op zoek naar frisse lucht. Even die bedompte, drukkende, naar niks ruikende, smerige, steriele ziekenhuislucht achter ons laten. Is ook wel lekker tegen de duizeligheid. Even een fris windje opzoeken.
Dan rij ik naar huis. En vliegt spontaan de paniek naar mijn keel. Ja, paniek. Want ik heb nog nooit een ouder dood zien gaan aan kanker. Kan ik dat aan? De huur van haar huis moet opgezegd worden, de zakelijke dingen, zoals gas, water en electra. Verzekeringen, bankzaken, die hut moet leeg. Kan ik dit allemaal wel, en krijg ik hulp? Ja, van Syl, als ze vrij kan krijgen. De crematie zelf, hoe moet dat. Ook dat heb ik nog nooit gedaan. Ik zou niet weten hoe dat in zijn werk gaat. Leef bij de dag, stap voor stap. Ja. Tuurlijk. Ik doe mijn best, en over het algemeen gaat het ook wel. Maar toch. Het knagende gevoel van geen tijd, en fouten maken, blijft aanwezig. En dan ben ik 30. Geen 18 meer. Hoe doe je het goed? Kun je het goed doen? Of moet ik maar gewoon alles op me af laten komen.
En dan zakt die paniek ook wel weer. Als ik met Claus kan spelen. Of 12 meter aan het rollen kan brengen, zonder ongelukken te maken. Of even wat mooie noten spelen op mijn trompet. Of even aan Syl denken. Maar toch.
Diep ademen en weer door. Diep inademen. Hele lange adem.

vrijdag 2 september 2011

Geen repetitie, wel andere zorgen....

Ik mocht van Paul geen blog schrijven over de repetitie van vanmorgen. Dus ga ik niet schrijven over de repetitie die we hadden voor een concert met het politie mannenkoor. Daar is overigens niet bijzonder veel over te schrijven. Sommige van die liedjes zijn zo gortdroog, dat het moeilijk is om niet in de lach te schieten. Zeker als Paul zich vergist bij het in-en-of uitademen. Zeker als Triks de tranen in haar ogen krijgt. En Jan Wijdbeens die zoals zijn naam doet vermoeden, zijn edele delen wel ernstig zichtbaar te drogen hangt.
Dus daar ga ik niet over schrijven.
Laat ik dan maar eens schrijven over de afgelopen paar dagen. Er is weer trammelant in Limburg. Na een relatief rustige periode (naja rust) is er eindelijk gekeken naar de pijn die mijn ma aan het lijden was. Het resultaat is even teleurstellend als droevig. Wederom uitzaaiingen. In de rug. En dit keer is alleen palliatieve bestraling mogelijk. Waar de vorige uitzaaiingen nog verholpen konden worden met wat bestralingen, is dat deze keer dus alleen nog palliatief. Ter bestrijding van de pijn. En dat zegt wat over de verdere overlevingskansen. Niet zo best. Toen dit hele gesodemieter begon, ergens in November, toen het echt losbarstte, stond ik op het punt te verhuizen. En moest ik tussen het verhuizen door, dwars door sneeuwstormen heen op en neer naar Limburg kachelen. Alsof de duvel ermee speelt, ik moet weer verhuizen. Want het gebouw waar ik nu in woon, wordt een studentenhuis voor studenten in Wageningen. En dat op zeer korte termijn. Ik ga iets naar het zuiden. Dat is geen enkel probleem. Maar de timing had van mij toch wel anders gemogen. Zeker ook omdat de Taptoe Rotterdam in dezelfde periode plaats vindt.
Uiteraard moest er ook weer een rekening met de accountant vereffend worden. Want hoewel ik dit jaar moet bij betalen, zijn de kosten van de accountant niet lager geworden. Daar kan zij niks aan doen, maar het wordt dan wel erg krap om te verhuizen, en te leven. Maar ook dat ga ik overleven. Het zou alleen zo fijn zijn, als grote (en pijnlijke) zaken in het leven, elkaar op een normaal tempo zouden afwisselen. In plaats van dat alles samenkomt. Mijn meisje, mijn Syl, die gaat morgen uit een perfect functionerend vliegtuig springen. Want dan heeft ze haar wing. En dat is goed. Leuk voor haar. En als ik haar weer even in mijn armen kan hebben (ik hoop snel) dan kom ik weer eventjes tot rust. En die zal ik nodig hebben. Want het zou wel eens een zware tijd kunnen worden.

Aan de andere kant is daar dan de bus, en de trompet, en Claus die voor een prettige afleiding zorgen. Op de bus kom ik steeds meer vermakelijke dingen tegen. Mensen die, omdat ze blijkbaar de verkeersregels niet snappen, en niet snappen dat ik doorrij, als ik voorrang heb, uit woede (over hun eigen falen??) tegen mijn bus gaan trappen. (Niet dat dat zin heeft, want die bus voelt geen pijn, en je laat jezelf wel van je droevigste kant zien, ten overstaan van de omstanders). Maar ook leuke gesprekken met collega's. Over collega's... Routes die ik steeds beter begin te kennen, passagiers die ik steeds vaker terug zie komen, en het leuk vinden om herkend te worden. Nu maar hopen dat mijn contract verlengd wordt in oktober (weer zo'n ding dat in deze periode valt). En natuurlijk de trompet. Bij de KMar gaat alles zijn gangetje. Lekker kletsen met mede musici. We zijn weer begonnen. Show oefenen voor de Taptoe, een kwintet repetitie waar ik dus niks over mocht schrijven, en er bleek zowaar nog een broek te liggen waar ik inpas. (Weer inpas, ik ben afgevallen!!!!!!!!!!!!). Dus moet ik morgen toch werken.
Claus had even last van een restje niesziekte. Hij nieste nogal veel (vandaar de naam, denk ik). Dus ik met het dier naar de dierenarts. Hoewel. Het plan was leuk, maar om Claus in zijn mandje te krijgen, daar was heel wat duw- en propwerk voor nodig. Hij zette alle vier zijn poten en staart schrap om maar niet in dat mandje te hoeven. Maar zonder nageltjes te gebruiken. Dat doet hij niet. Ik kreeg pillen mee (een grote ellende, om die pil in zijn strot te douwen, dat bekkie dicht te drukken, en dan ook nog eens over zijn keel te wrijven) en een zalfje voor in zijn ogen. (Kopje in de houdgreep, met 1 duim zijn linkeroog open trekken, en houden, en dan met diezelfde hand, voorzichtig dat zalfje in zijn oog spuiten. En oppassen dat hij niet beweegt, want anders prik je die hele tube in zijn oog, en dat is ook wat overdreven).  Maar hij is weer levendig. En dat is een prettig teken. Hij drenzelt om aandacht, en kwekt verontwaardigd als hij naar zijn mening geen eten meer heeft. (Ja, ook droge brokjes zijn eten, beste Claus). Maar het is een leuk beestje.

Ach, wie weet hoe het allemaal gaat lopen. Schouders er maar weer onder. Ik doe mijn best. Ik doe serieus mijn best, en nu maar hopen dat ik er ongeschonden doorheen kom.


woensdag 24 augustus 2011

fietsterreur.

Fietsers. Ze zijn er in alle soorten en maten. En 99% van die soorten zijn gewoon strontvervelend.
De eerste groep, een grote groep, bestaat uit scholieren en studenten. Scholieren neem ik nog het minste kwalijk dat ze suicidaal lijken. Laten we eerlijk wezen: Wat weten scholieren nu? Helemaal niks. De meeste pubers zijn gewoon niet in staat om verder te staren dan de eigen navel, en als ze dit per ongeluk wel doen, is het om in noodgang hun hormonen achterna te fietsen. Op weg naar school worden op vaak spectaculaire wijze auto's, vrachtauto's, voetgangers, bussen, trams en treinen gesneden, van de weg gedrukt en be-middelvingerd, als ze op hun bezopen rijstijl een reactie krijgen. Nogmaals: ze weten niet beter. Wel jammer is, dat als ze aan worden gereden (vanmorgen weer zo'n gevalletje, fietser onder een auto, waarbij het maar de vraag is of de morele schuld wel bij de automobilist ligt) dat iedereen verantwoordelijk is, behalve degene die zichzelf aan puin reed: de fietsende pubert.
Let wel: ik vind het vreselijk voor de automobilist, en voor de nabestaanden van het slachtoffer. Maar niet voor de puber zelf. Typisch gevalletje van: harde leerschool. Er is hem/haar vaak zat verteld hoe de verkeersregels in elkaar zitten. En als iemand dan toch probeert om een voertuig van ettelijke malen zijn eigen gewicht te rammen, tja. En de automobilist kan de rest van zijn leven dokken.
De studenten in deze eerste groep, neem ik nog meer kwalijk. Een studie kost geld. Dat betaal je deels zelf, een deel betaalt de staat. Want een gemiddelde studie kost natuurlijk veel meer dan de student er voor op kan hoesten. Gelukkig betaal je daar ook weer een deel van terug. Door later een keurige belastingbetaler te worden. Maar als ik dan zie hoe sommige studenten volslagen bezopen (letterlijk én figuurlijk) zich door het verkeer begeven, vind ik dat een schande. De maatschappij investeert in je, en jij gooit je lijf en je gezondheid, EN die investering op zo'n zotte manier te grabbel.

Groep 2 is evenzeer bloedirritant. Dat zijn de wielrenners. En dan bedoel ik niet de eenling die zichzelf uitdaagt. Ik bedoel die pelotons vol amateurwielrenners die op zaterdag en zondag de wegen onveilig maken. Als je op je fietsje naar het dorp fietst, dan hoor je ze nauwelijks aankomen. Een bel hebben ze niet, dus ineens hoor je vlakbij een brul:"opgepast". En dan is het dus de bedoeling dat jij je zo klein mogelijk maakt. Het liefst hebben die wielerterroristen dat je dood neervalt naast het fietspad, want je fietst in hun weg. En als ze toevallig op een bredere weg komen, nemen ze die ook helemaal in beslag. Elke overige weggebruiker moet maar maken dat hij er langs komt of niet. Maar samen deelnemen aan het verkeer is er bij die gekken niet bij. Veel enger wordt het op het moment dat je in Limburg en Belgie de heuvels in rijdt. Dan moet je bij elke bocht verrekte goed oppassen, want om elke bocht kan een wielrenner(peloton) aansuizen die als vliegen tegen je auto aanpletten. Dus pas je verrekte goed op, en hou je uiterst rechts, en verminder je vaart. Maar dan krijg je dus ruzie met de wielrenners achter je, die wel snel die heuvel opwillen. En owee als het misgaat. Dan zijn zij nooit de morele schuldige, altijd de automobilist. Ik vind het prima dat mensen in groepsverband willen fietsen. Daar zijn ook wielerrondes te over voor. Maar dat wielrenners zich totaal niet bewust zijn van hun arrogante uitstraling vind ik knap waardeloos. Dat zij niet zo aan hun leven hechten, is 1 ding. Maar daar wens ik toch echt niet in betrokken te worden. Dat mensen sporten voor het gezond, vind ik prima. Maar dat kan ook op een sportschool. Of gewoon lekker thuis. (Ik loop hard, op de kazerne hier, op het sportveld. Komt nooit iemand, behalve ik, en ik doe er niemand kwaad mee, ik val er niemand mee lastig). En dan valt er weer een in de kreukels, moet de hele maatschappij de kosten weer dragen, want de verzekeringspremie is echt niet voldoende om al die ellende te dragen.

Groep 3. De toeristen. Ook weer in 2 categorieen op te delen. Categorie 1, veelvuldig aanwezig op de Veluwe. Van die mensen in hun oubollige Passaatje, met het obligate fietsendragertje op het trekhaakje. Die bij elke boom iets bijzonders menen te zien, en daarmee vaak 30 kilometer onder de maximaal toegestane snelheid over de weg sukkelen. Bijzonder hinderlijk, maar als ik er langs kan blazen, kan ik daarmee leven. Anders wordt het als je in Amsterdam komt, categorie 2: een groepje Italiaanse, Japanse, (Zuid) Amerikaanse of andersoortige mensen willen Amsterdam verkennen door middel van Rent-a-Bike. Totaal niet gewend aan het fenomeen fiets, en totaal niet gewend aan het fenomeen verkeer, ploegen deze lieden zich, niet bewust van enig gevaar (onder invloed van al het geestverruimende dat Amsterdam te bieden heeft) door het drukke stadsverkeer. Om gillend gek van te worden: je stapt de tram uit, en nog voor je die actie hebt kunnen voltooien, moet je die tram weer in springen om je vege lijf te redden van een kudde aanstormende fietstoerroristen. (Denk over dit woordje maar eens goed na).

Haalde ikzelf vroeger (jaja, ook ik heb gefietst, elke dag 22 kilometer) geen gekkigheid uit op de fiets? Zeer zeker wel. En juist daarom vind ik dat ik het recht heb om te 'ranten' over fietsers. Omdat ik nu inzie hoe gruwelijk irritant het is voor overig verkeer. En als het misgaat, is het in 99% van de gevallen altijd de fietser die het veroorzaakt, en is het altijd de tegenpartij die ervoor moet opdraaien. Wat ik zou willen: haal het heilige huisje om de fietser vandaan, en laat de fietser weer gewoon zelf verantwoordelijk zijn. Bescherm ze niet zo ontzettend. Dan zul je zien dat ze weer normaal aan het verkeer gaan deelnemen. Want blijkbaar snappen fietsers niet dat, hoewel de 'schuld' nooit bij hun ligt: een fietser legt het bijna altijd af tegen iets dat zwaarder is.

Voor mensen nu gaan mekkeren over mijn gebrek aan tolerantie ten opzichte van fietsers: het wordt tijd dat fietsers weer eens wat toleranter worden naar het overige verkeer.

Deze blog kwam tot stand omdat ik vanmorgen met de bus langs een ongeval reed. Fietser (puber) onder auto. Ambulance erbij, politie erbij, Marechaussee erbij. De weg waar ik in moest gedeeltelijk geblokkeerd. De automobilist reed op een doorgaande weg, de fietser had haaietanden. Ergo: de fietser zat fout. Ik heb persoonlijk absoluut geen medelijden met de fietser. Iemand die verkeerstekens en regels overtreedt, speelt met zijn leven. Als hij ze niet wist, had hij aan de riem met moeders mee naar school gemoeten. Maar voor de automobilist lijkt het me een hartverscheurende gebeurtenis. Je weet dat jij niks verkeerd deed, en toch voel je je schuldig. En toch word je aansprakelijk gesteld. Nog los even van het ongeluk zelf, waar je van geschrokken bent. Ik hoop dat de fietser het overleeft, en vooral, als hij het overleeft, dat hij er een goeie les van leert. Ik hoop dat de automobilist het overleeft. Dat hij er niet al te veel last van zal hebben.
De rest van de dag heb ik over fietsers nagedacht, en tijdens het denken maar weer mijn blik op scherp gesteld. Niet zozeer om de fietsers te ontzien, maar om mezelf te beschermen tegen een trauma van een fietser onder mijn wielen.

PS: voor ik fietsers uit mijn lezersgroepje over me heen krijg: m.u.v. de laatste alinea, is deze hele blog uiteraard sterk overdreven.

dinsdag 23 augustus 2011

Bussen en Katten.

Het was een rustige zondagavond. Ik reed op lijntje 3 naar de Apenheul. Net het lastige punt in het centrum voorbij (van die paaltjes, waar je krap aan met je bus doorheen kan, en het is goed opletten, anders dan rij je die paaltjes om, en heb je schade (en schande)), toen mijn hart even stilstond. Een enorme klap en een hoop gerinkel galmde door de bus. Mijn eerste reactie: o KUT. Paaltjes geraakt. Maar dit kon niet, want op het moment van de klap, was ik die paaltjes al lang en breed voorbij. En toch lag de ruit van de achterdeur aan scherven door de bus. Nog een keer KUT. Kan zo'n ruit spontaan springen? Ja, dat kan. Maar die bussen zijn vrij nieuw. Een behulpzame, lieve oude dame, zei dat er jongens zaten. Hmm, dat klopt, die zaten er. Het interne communicatie systeem deed het niet. Dus uiteindelijk met veel vijfen en zessen, kreeg ik de verkeersleiding aan de telefoon. Zaken prima geregeld. Maar mijn overhemd was klam van het zweet. Uiteindelijk een schade formulier ingevuld waarop ik aangaf dat het of vandalisme was, of spontane ruitbreuk.
Vandaag moest ik een lijntje rijden, waar het CBR een halte aan heeft. Dat is mooi. Want dan komt er weer zo'n roedeltje opgeschoten pubers me vragen of ik naar het CBR ga. Het zweet klotst ze in de oksels, en de angstmeur is eerder de bus in dan zijzelf. Als ze eenmaal zitten, komen de onvermijdelijke theorieboeken boven water. Vanmiddag was dat een zenuwachtig meisje, die mij vroeg of ik haar een beetje kon overhoren. Dus een heel klein praktisch theorietoetsje met haar gedaan. Als het aan mij lag, was ze geslaagd. Ik hoop het. Ze wist alle antwoorden, en kon goed inschatten waar het gevaar kwam, en wat ik zou moeten doen. Leuk is dat. 

Claus is inmiddels weer meer ingeburgerd. Hij loopt heerlijk voor mijn voeten als ik in de keuken aan de slag ga, en kan zich (weliswaar heel lui) heerlijk overgeven aan het spelen met zijn speeltjes. Gisternacht voor het eerst een nacht, waarin hij niet al kwekkend kennis gaf van zijn eenzaamheid. Hij begint eraan te wennen dat hij de enige kater is in huis. Ik moet zeggen: ik had nooit veel met katten. Ik vond ze leuk. Maar met deze kat, heb ik toch best veel schik. Hij is blij als ik thuiskom (hoewel, IK moet me wel netjes bij HEM melden), en het is toch best fijn dat er iemand is als ik thuiskom, van een dag werken, die tegen me aan komt schurken, en begint te spinnen als ik achter zijn oren kriebel. Als iemand mij een jaar geleden had verteld dat ik een kat zou nemen, had ik hem vierkant uitgelachen. Ik denk dat velen mij nu zullen uitlachen, maar dat boeit niet, want IK heb Claus. Over de naam zelf, ben ik nog niet uit. Enerzijds is het makkelijk voor het dier en voor mezelf om de naam te houden. Anderzijds vind ik Claus niet bepaald een geschikte naam voor een kat. Weet niet waarom. Misschien moet ik hem gewoon C4 noemen.

"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer.  En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders.  Alles gaat anders, want...