zondag 28 februari 2016

Een mooie week. :)

Ben ik even een trotse vent.
Mijn vrouw is er door haar doorzettingsvermogen, en ondanks vele afwijzingen in geslaagd om op geheel originele wijze een baan te bemachtigen. En dat is potdrie nog niet makkelijk.
Haar zoetgevooisde stem zal heel door Nederland schallen, via gare autoradiootjes en in hippe winkelpanden die liever live radio hebben dan ingeblikte muzak van bedenkelijke kwaliteit.
Ze wordt filelezer. Mensen die reeds op de weg zitten, zullen bij het horen van haar stem klamme handjes krijgen en hopen dat hun weg niet genoemd gaat worden, ontmoedigd raken als ze meldt dat er juist wel een file van 3 kilometer en 10 minuten vertraging staat, of blij het gas nog eens extra intrappen, want er is geen file.
Gevreesd en geliefd zal ze zijn.

Dat is nu allemaal leuk en aardig, maar het levert ook een bak logistieke ellende op. Want los van het feit dat wij graag meer inkomen willen, en niet meer afhankelijk willen zijn van de ellendelingen bij het uwv, hebben wij ook een kind.
En die moet ook af en toe wat aandacht, eten, drinken, schone luiers, en slapen. En laten onze gezamelijke banen dus het toppunt van onregelmatigheid zijn.
Werk maar eens tot 23:00 in de avond. Dan heeft het kinderdagverblijf Jente bij het oud-papier gezet. Want die sluiten standaard om 18:00 uur. Op zich jammer, want dat is niet meer van deze tijd. Het instituut "kinderdagverblijf" is totaal achterhaald. Let wel: de meiden die er werken, zijn allemaal even lief enzo, maar dat je als instituut er van uitgaat dat er tegenwoordig geen onregelmatige werktijden zijn, is toch hopeloos ouderwets.
Goed, ik kan nog wel doorgaan met mekkeren erover, maar dat lost het Jente-probleem niet op.
Wat wel als oplossing kwam: een oppas. En die hebben we gevonden. Gisteren even op bezoek bij de dame, en die kwam over als zeer lief, en zeer nuchter. Ze nam Jente gelijk van me over, en dat leek goed te klikken. En dat is fijn. Zij is zeer flexibel, en Jente mag er kind zijn, zich ontwikkelen en mee-eten. Wij blij, zij blij.

Het leverde nog meer logistieke ellende op.
Want onze banen zijn wel leuk en aardig, maar als ik de auto meeheb, dan kan Ilse niet naar Lijnden komen, en als Ilse de auto meeheeft, kan ik niet naar mijn respectieve werk komen.
Fok dat.
Dus wij op zoek naar een tussen-autootje. Het moet vooral niet te duur zijn, en het hoeft niet heel lang mee te gaan (ten slotte is er sprake van een proeftijd, en een oproepcontract, dus of het heel erg veel gaat omzetten, is maar de vraag).
Citrofiel die ik ben, had ik voor Ilse mijn zinnen gezet op een citroen saxo. Een kleine, betrouwbare rakker. Ervaring ermee hadden we al, dus dat zag ik meteen zitten.
Suzukifiel die Ilse is, had ze haar zinnen gezet op een Alto, want klein en goedkoop.
Puur om veiligheidsredenen vond ik dat niet zo denderend. Zo'n klein autootje waarbij het kind zich in de kreukelzone bevindt in plaats van erachter.
Uiteindelijk kreeg ik als opmerking:"Ja, een altootje is toch wel te krap. Dat voelt inderdaad niet heel prettig met Jente mee"...
Mijn citrofielenhart maakte een sprongetje. Dat is fijn. Naarstig werd er gezocht naar een betaalbare Saxo, en in die zoektocht kwamen we bij wat louche autobaasjes uit (ten slotte je krijgt waar je voor betaalt) en wat minder louche bedrijven.
Maar helaas voor mij (maar fijn voor Ilse en Jente) werd het geen saxo. Maar een heuse Suzuki Swift. En, hoe mooi, het is de nieuwste auto die Ilse ooit had.
Op een mooie woensdag togen we naar Den Haag om de op internet geziene Swift te berijden, besnuffelen en betasten.
De eigenaar van de auto, bleek een opa te zijn van Zuid-Europese afkomst. Die liet ons rijden, vertelde eerlijk wat de mankementen waren, en liet zelfs nog de auto uitlijnen.
En het medaillon/amulet achtige versiersel aan de spiegel (dat Allah jou en iedereen om je heen maar moge beschermen) liet hij ook hangen.
En zo kwam er een Suzuki Swift in ons leven. Het is niet de lelijkste auto ooit gebouwd. Dat is de alto of een Volkswagen, of alles dat audi ooit bouwde (nee, een multipla is echt mooier, daar wil ik ooit nog wel eens een blog aan wijden). Maar in feite is zo'n Suzuki Swift gewoon een hondehok met 5 deuren op wielen.
Jammer was wel dat de verkoper vergeten was dat de tankdop met een andere sleutel geopend moet worden, maar die hebben we gisteren binnen gekregen, dus vandaag kan de Swift volgegooid worden.
Het motortje klinkt als een frisse naaimachine, en dus zal het goed zijn voor de komende tijd dat Ilse naar haar werk gaat. En, wat nog belangrijker is, ze is weer mobiel. Dat heeft ze gemist, en nu kan ze weer naar haar sociale en andere contacten komen.


Mijn nieuwe fornuis heeft tot gevolg dat wij weer wat meer zijn gaan culina-menteren. Waar ik bij het oude fornuis gewoon geen zin meer had om uren lang te wachten tot de oven eindelijk eens voorgegloeid was (en dan maar hopen dat deze dan ook daadwerkelijk de gekozen temperatuur had), is het bij deze oven in een poep en een scheet klaar.
En blijkt dat Ilse toch goed kan koken, want niet alleen voor een grote pan stoofvlees draait ze haar hand niet om, maar ook een lasagna van de hand van Ilse is om je vingers bij op te vreten.
En zelf heb ik gisteren een heerlijke kabeljauw gemaakt, met van dat zeewierachtige spul.
Voor vanavond staat pastinaak op het menu, en omdat ik nog nooit pastinaak heb gemaakt, hou ik het simpel met een honing-mosterd-dressing uit de onvolprezen oven.

En nog even een sneer naar alle mensen die werkelijk denken dat PVV/Pegida een oplossing heeft:
Tijdens de tweede wereldoorlog hebben talloze mensen hun leven gegeven om de dragers van dat ranzige hakenkruis het land uit te krijgen. De PVV en zijn aanhangers halen het weer binnen, met veel tam-tam. 
Way to go.
Vrijheid? Mijn aars. Dat heeft met vrijheid niks te maken, dat is gewoon gevaarlijk.
Maar vooral op de PVV stemmen. Ik maak mij vast op om het verzet weer te gaan organiseren. Nederland verdient beter.





woensdag 17 februari 2016

Jente en eten...

Toen Jente net geboren was, had ik het als 'eten-gevende' makkelijk. Want als Jente aansloeg, dan ging er een tepel in. Prima. Dat werkte voor alle betrokkenen best prettig.
Maar goed, op een gegeven moment moest het een fles worden. En daar kwam ik ook bij kijken, want een fles kan ik ook geven.
Leuk. Dat kind op schoot, *plop* fles erin en sabbelen maar. *Plop* fles eruit, en als het niet genoeg was of te snel ging, werd madam eventjes boos, tot er een vervangende speen inging. *Plop*.

Inmiddels knaagt Jente met smaak aan:
-rijstwafels, (die zoutloos moeten zijn. Gewone rijstwafels vond en vind ik werkelijk waar smakeloze, droge pent, alleen te hachelen met chocopasta. Maar daar bestaat dus nog een overtreffende trap van: zoutloze rijstwafels. Nog smakelozer en bijkans nog droger. Wat doe je zo'n kind aan)
-maisboogjes (die in de verte een kazig smaakje hebben).
-Boterhammen met pindakaas, boter, kaas, eens per week leverworst, suikervrije jam (ik heb het geproefd, het smaakt een beetje zoals suikervrije cola: incompleet, een beetje lafjes).
-Fruithapjes (en dan hoofdzakelijk de lepel om haar tandjes mee te scherpen).

En dan natuurlijk de avondmaaltijden.
Die maak ik zelf, want ik vind dat Jente moet leren wat echte smaken zijn. Dus als ik haar vis geef, wil ik dat ze echte vis proeft, en niet dat wat olvarit denkt dat een vis is. Met vlees idem. En vooral: met groente idem. Ik heb wel eens wat van olvarit geproefd, en ik denk dat ik lekkerder, en smaakvoller eten maak dan olvarit.
Dat gaat als volgt: we kopen broccoli, bloemkool, bonen, bieten in. Een zak aardappelen, een lap vlees, een stuk kip en een vis.
Alles met uitzondering van het lapje vlees gaat in pannen, om te koken. Alleen het lapje vlees bak ik. Dat lijkt me lekkerder. Ik maak 15-18 porties in 1 keer. Dat betekent dus dat ik op mijn (nieuwe! Joechei!!!! eindelijk een werkende oven!!!) 4 pits gasfornuis wel een beetje logistiek denkwerk moet verrichten, nog even los van het feit dat ik dan minimaal 2 uur in de keuken bezig ben met het hakken van kip, vlees, vis en groenten. Om die daarna met een eetlepel in kleine potjes te doen. Na afloop staat de keuken vol van kookvochtdamp, en ik kan niet helemaal ontkennen dat ikzelf tijdens dat proces ook wat damp verlies. Want vier openstaande pitten leveren best wel wat warmte af.
Als alles goed gaar is, dan snij ik het in brokken, en begin te meten. Volgens het consultatiebureau papiertje moeten er 3 eetlepels groente, 2 eetlepels aardappels en 1 eetlepel vis, vlees of ei.
Dit doe ik in de leeggegeten fruithapjes-potjes, en dat past.
Precies die hoeveelheden, en soms iets meer als een aardappel of groente net ff groter is als een eetlepel, doe ik niet moeilijk.
Maar...
Als we Jente haar avondhapje geven, dan blijkt de opgave van het consultatiebureau toch meer gericht op mensen die van hun kind een soort van gratenpakhuis met vel willen maken. Jente lust wel 2 van dat soort porties. Dus geen 3 eetlepels groente, maar 6! Enzovoort.

Jente begint ook te ontdekken dat ze "macht" heeft.
Het leukste vindt ze dat bij het fruithapje. Want dat kliedert zo lekker. Kom ik aan met de lepel vol met fruitblerf, houdt ze haar mondje stijf dicht. Of draait zich eens lekker van me weg. Dat zijn de prettigere manieren. Ronduit vervelend wordt het als ze met haar handjes meent in te moeten grijpen als ik met een volle lepel haar mond nader. Ze graait naar de lepel, en als ik er niet op bedacht ben, dan klettert die lepel met een deel van de lading op de grond (uiteraard niet zonder eerst langs mijn kleding gegleden te zijn). Of ze krijgt die lepel vast, en gooit hem weg. Met lading en al de kast in (op documenten, of richting laptop).
Vaak doet ze dit nadat ze eerst een hap heeft genomen, die ze dan met een flinke lading kwijl weer uit sputtert of sproeit.
Dan ben ik bezig met haar kin en wangen te ontdoen van fruithap, en dan hoppa!!!! Daar grijpt ze de lepel uit mijn handen, om die eens lekker weg te keilen.
En wee mij, als ik niet tijdig terug ben met een nieuwe lading fruithap. Dan is de boot aan, en wordt ze boos.
Kortom: Jente's maaltijden beginnen een aanslag op mijn geduld te worden. 

In het kader van educatief verantwoord opvoeden, laat ik haar tegenwoordig steeds meer zelf doen: stukjes brood, mag ze zelf oppakken. En in 80% van de gevallen gaat dat goed.
De overige 20% eindigt op de grond. (Poes Colette is dan nooit ver weg, zo viel mij laatst op).
Of die blijft aan haar vingers plakken (pindakaas is nu eenmaal behoorlijk kleverig).
Of die wordt eerst eens stevig besabbeld, waarna het stukje brood, doorweekt van het kwijl via haar slabbetje op het tafelbladje belandt. En dat mag ik dan opruimen. Nat brood is al niet echt favoriet bij mij, maar die natgesabbelde stukjes zijn erger dan een meurende poepluier.

Haar avondmaal, mag ze vaak ook zelf voor een deel regelen. Dan scheppen we een klein beetje op een lepel, en dan mag ze die lepel zelf naar haar mond brengen.
In 50% van de gevallen lukt dat best aardig. De andere helft... Laat ik volstaan met te zeggen dat poes Colette een handige aanvulling is op onze 2 (!) stofzuigers. En in het geval van bietjes, ziet ze er daarna uit als een jonge versie van de Ronald mcDonalds clown. Soms moeten we etensresten uit haar haar, oren, ogen en neus halen.
Maar ze geniet er wel van.

Door haar zo vers en "echt" mogelijk voedsel aan te bieden, hopen we dat ze net als haar vader, een avontuurlijke alleseter wordt. Dat ze went aan smaken. En wellicht in mijn voetsporen zal treden en rond haar 2e verjaardag samen met mij een harinkie weg zal gaan happen.

Over een halve maand is het zover: Jente haar eerste verjaardag. Sommige mensen geven kinderen een taart, speciaal om op te meppen. Als bon-vivant, gourmand, levensgenieter en vooral ook etens-genieter, sta ik daar wat dubbel in. Waarom zou je een vorstelijke taart maken, die er slechts toe dient om door een kind aan pulp gemept te worden... Zonde van de moeite. Zonde van de vaak wonderschone taarten, die tot dat doel worden gekocht. Van mij mag ze best een stukje taart, maar als het alleen is om kapot geslagen te worden, geef mijn (in dit geval louter spreekwoordelijk!!!) portie dan maar aan fikkie. Dat hoeft niet zo nodig.
In dat jaar hebben we als ouders veel moeten leren. Veel moeten overwinnen. Veelvuldig aan het einde van ons latijn geweest. Maar ook veel mooie momenten, lachbuien, en totale ontroering. Wat men zei over moeilijke starts die je zo vergeten bent: dat klopt wel aardig, ja.

Haar kadootje hebben we al, ik denk dat ze heel veel plezier aan de verpakking zal hebben, en met het kadootje hoop ik ook.
Ik ben alleen benieuwd waar we het eventueel aanwezige bezoek moeten laten. Ik denk dat ik de berging maar vast ga leegruimen...



dinsdag 9 februari 2016

Naalden



Ik ben zonder mankeren in staat om mijn hele lijf vol tattoo's te laten zetten. Vind ik gaaf. Heb ik geen moeite mee. Okee, je voelt het, maar boeiend. Als het klaar is, heb je namelijk prachtige kunst op je lijf staan.
Maar kom niet met naalden in mijn buurt, want dan word ik licht in mijn hoofd.
Ik mep nog liever met een hamer op mijn duim, dan dat ik een spuit in mijn arm krijg. Ik ga zweten, onzin ratelen, trillen en (hierom haat ik mezelf) zenuwachtig giechelen.
De kaakchirurg moest mij tijdens het trekken van mijn verstandskiezen meermaals vragen of ik alsjeblieft niet op zijn vingers wilde bijten. En ik had het zelf niet eens in de gaten.
Ik verstijf compleet als ik die naald aan zie komen, en ik kan er niks tegen doen. Ja, mezelf een stuk in mijn kraag zuipen, maar dat is in combinatie met de medische reden van de spuit vaak niet zo heel erg handig of gezond.
Ilse wil mij iets te regelmatig en veel te likkebaardend mijn bloedsuiker meten. En ook dat kan alleen maar als je een naald in je vingertop rost, teneinde er een druppel bloed uit te halen. Dat moet je gewoon niet met mij willen doen.
Als ik inentingen nodig heb, dan leg ik mijn arm op het uiterste puntje van de stoel. Zover van mij vandaan als menselijk mogelijk is. Vervolgens zegt de spuiter dat ik mij moet ontspannen, en giechelend (haat aan mezelf!!) zeg ik dat ik dat niet kan...
De laatste keer dat ik bloed moest afstaan, ging het beste. Het meisje in kwestie probeerde me een beetje op mijn gemak te stellen, maar als één van de weinigen slaagde ze erin om meteen in 1x een ader te vinden, en voldoende af te tappen. De meesten hebben 2x of 3x prikken nodig...

Daar is nu een geheel nieuwe dimensie bij gekomen.
Jente moest haar prikken hebben, Ilse had andere afspraken en ik kon op geen enkele manier onder dit consultatiebureau uitkomen.
Mijn idee om Jente daar te droppen om vervolgens boodschappen te gaan doen, en haar weer op te halen als het klaar was, zou waarschijnlijk niet met oorverdovend enthousiasme onthaald zijn.
Dus ik ontkwam er niet aan, en om 8:40 wandelde ik, met lood in mijn schoenen, naar het consultatiebureau.
Aldaar kwam ik tot de conclusie dat het op 9 februari "papa-dag" is in IJsselmonde, want de hoeveelheid (alleen gekomen) vaders was overweldigend.
Ik moest het boekje afgeven, en mocht Jente haar broekje uitdoen. Ze werd niet gewogen, opgemeten of anderszins bekeken, dus om exact 0905 uur stond ik met Jente op mijn arm te wachten.
Ik voelde me toch wat beknepen. Ik wist namelijk wat er komen ging, terwijl Jente gewoon nieuwsgierig om zich heen zat te kijken en pruttelen. Af en toe een kreetje als ze iets zag dat haar bekend voorkwam.
Voor ons was een enorme vader met een minuscuul meisje aan de beurt. De deur ging dicht en vrijwel direct erna hoorden we een erbarmelijk gebrul uit het kamertje komen. De prikmevrouw had raak geschoten...
Toen de massieve vader naar buiten stapte, al troostend tegen zijn dochter mompelend, zag ik iets waar ik even heel erg door werd afgeleid. De man had toch wel natte ogen.
Blijkbaar kon die beer het niet zo goed handelen dat zijn dochter zo veel pijn had.
Voor ik daar verder over na kon denken, moest ik met Jente naar binnen.
Eerlijk meldde ik dat ik niet zo goed overweg kon met naalden, maar dat was niet zo'n probleem. Ik moest haar handjes maar vasthouden, om te voorkomen dat Jente de spuit eruit zou meppen voor het spulletje erin zat, en verder moest ik maar niet naar die naalden kijken.
Maar ja, dat gebeurde toch... In mijn perceptie zijn die dingen zo groot als rioolbuizen. En dat moet dan het beentje van mijn dochter in. Dat is toch pure, kwaadaardige mishandeling van staatswege?
Uiteraard hield ook Jente het niet stil. Direct na de eerste begon ze hartverscheurend te huilen, en met de komst van de tweede werd dat er niet beter op.
Boos was ze, want dit was pijnlijk en niet leuk.
Dus ik moest alle zeilen bijzetten om de kranen van mijn ogen dicht te houden.
Of dat lukte weet ik niet, want ik moest me focussen op het weer aankleden van Jente. Eenmaal buiten was ze weer wat gekalmeerd, en kon ik vlot eventjes wat boodschappen doen.
Nu ligt ze lekker in haar box, met haar billen in de lucht te slapen, nadat ze een potje fruit met koek ophad.
En papa zit nog even te bekomen van het zoveelste naaldenavontuur.

Ik snap dat sommige mensen mij een aansteller vinden. Maar elke gek zijn gebrek. Ik hou niet van naalden. Een ander houdt niet van haring. En dat vind ik dan weer maf...



donderdag 4 februari 2016

Bremen.

Musikschau der Nationen. Het klinkt minder sympathiek dan het is (maar dat heb ik wel meer met het Duits. Het klinkt vaak zo Pruisisch, zo gezwollen. Denk maar aan het woordje tank, dat in het Duits 'panzerkampfwagen' is).
Want het is eigenlijk best wel een hele sympathieke organisatie. De muzikaal leider is een gepensioneerde fregattenkapitän (ook dit klinkt weer minder vriendelijk dan het Nederlandse 'luitenant-kolonel') die vooral heel vriendelijk overkomt, het Duitse leger stuurt zijn beste koks naar de Arena in Bremen (wat resulteert in over het algemeen heel erg lekker voedsel) het hotel was prima in orde (wellicht met uitzondering van het feit dat het bar personeel niet echt gerekend had op een roedel Nederlanders die toch echt wel een biertje lusten en soms ook wel twee). De collega's van de diverse orkesten uit het buitenland waren over het algemeen best leuk, en zo leuk zelfs dat een van de trompettisten van het Heeresmusikkorps uit Hannover gewoon gezellig kwam meespelen, toen wij bij onze CD-stand wat leuke liedjes gingen toeteren.

We hebben een paar hele mooie shows weten weg te geven, (uitgezonderd die keer dat collega R. niet wegliep, en ik dus, omdat ik een volgzame sufferd ben, ook niet, wij dus 4 maten te laat weg liepen en daarmee de hele linkerkant van de opstelling in de problemen brachten. Collega J, vertelde dat hij nog nooit tijdens de show met enorme passen heeft moeten rennen om op tijd bij zijn volgende positie te komen).
En tijdens de "farewell" party, een afscheidsfeest voor alle deelnemers, hebben wij met een delegatie van partyband "Hopp?! een om heel veel redenen weergaloos feestje gegeven.
Elk deelnemend orkest zou tijdens dit feestje wat doen, en wij waren de "afgevaardigden" voor Nederland. We hebben de mensen daar laten horen wat een goed feestje is, wat goede feestmuziek is, en wat nu precies een mannelijk (en een functioneel) forte is. Oftewel: muzikaal totaal onverantwoord, maar het publiek ging volledig uit zijn dak, en daags na afloop vlogen de complimenten ons om de oren. Wat was dat gaaf. Gelukkig zijn niet alle opnames door het volume totaal overspraakt geworden.
Ergens wel lullig, want de doedelzak-band die na ons hun kunstje mochten vertonen, ter vermaak, vielen nogal in het niet. Eigenlijk. Kwam wat zielig over, zeg maar.
Temeer daar doedelzak spelers en sich niet eens onaardige lui zijn, maar ze hebben een vreemde voorliefde om te pas, maar vooral ook te onpas die dingen aan te slingeren, en "muziek te maken".
Die dingen kunnen niet zacht, het is aan of uit. En telkens als je even rustig wilde zitten, begon er wel weer een te spelen. Dit leidde tot nogal wat geirriteerd boe-geroep en geschreeuw, maar inmiddels hebben die lui denk ik een dikkere huid dan twee olifanten, dus erg veel trokken ze zich van ons ongenoegen niet aan.

Als rechtgeaard trompettist (en trombonist, denk ik) kun je niet naar Bremen gaan, zonder een bezoek te brengen aan de Thein-broers.
Vroeger een tweemans-zaak, gerund door niemand minder dan de Thein-broers, inmiddels volslagen uit hun jasje gegroeid en naar een industrieterrein verhuisd omdat ze daar voor minder kosten grotere ruimte hebben.
We werden er door een jonge griet ontvangen, die ons vertelde dat ze meesterbouwer in opleiding was, en die gaf ons een hele toer door de werkplaats. Van bekers maken, leadpipes trekken totpolijsten. En dit laatste schijnt het belangrijkste te zijn dat ze doen. Want het moet glad, schoon en SCHOON zijn.
Uiteraard kregen we alle ruimte om hun nieuwste en minder nieuwe creaties te bespelen, en dat was toch wel heel gaaf.
Ze bouwen daar toch wel hele prima toeters, en de vanzelfsprekendheid waarmee ze ons een kijkje in de keuken gaven, ben ik niet vaak tegen gekomen.

Het was een gezellig weekend, en over een paar maanden gaan we naar Oslo om dat daar nog eens dunnetjes over te doen.


Over twee weken ga ik samen met collega's naar Adams toe. Een Nederlandse bouwer, die m.i. toch ook wel heel mooie dingen kan doen met een paar platen messing.
Het doel is om signaal trompetten te gaan proberen.
Een jaar geleden zei ik tegen mijn kapitein dat het wel heel erg veel cachet zou geven om de ere signalen (taptoe, lastpost en dergelijke) niet meer op trompet, maar op signaal trompet te spelen.
Een signaal trompet heeft een andere klank, waarvan ik hoop dat het een meerwaarde kan hebben, tijdens het spelen van ere signalen.
En misschien krijg ik daar ook wel een kijkje in de keuken. 





woensdag 27 januari 2016

Jente en Denemarken.

Jente.
Ons Jente-meisje begint een tand te krijgen. Hoezee, dat schijnen ze allemaal te doen, op die leeftijd. Helaas is daarmee de reflux ook weer wat aanweziger, en dat leidde vannacht tot een letterlijk slapeloze nacht. Ons arme wurmpje had het niet meer van de pijn. Huilen tot en met, een bezorgde vader en moeder, die vol medelijden met haar het huis doorgingen, wat flesjes maakten, en dat soort zaken meer. Uiteindelijk viel ze in ons bed in slaap. Op mijn arm. Met dat eerste heb ik geen moeite. Met dat tweede op zich ook niet, ware het niet dat haar slaap dus van 3 tot 7 duurde. En ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om het risico te lopen dat ze wakker zou worden als ik mijn arm terugtrok. Dus werd ik uiteindelijk wakker om 7 uur, met een totaal verdoofde arm. Ik wilde omhoogkomen, en mij ondersteunen met mijn linkerarm. En dat ging dus niet! Het duurde even voor ik doorhad wat er aan de hand was, dus toen ik zover was dat ik mijn koffie wilde gaan zetten, liet ik eerst het kopje kletteren, lukte het niet om mijn gulp te openen op het toilet (dat leidde bijna tot een debacle) en ook een flesje maken, was iets dat alleen maar met de rechterhand kon. (Ja, dit klinkt heel raar).
Inmiddels is het alweer laat in de middag en mijn arm begint weer een beetje mee te doen.
Haar tandje heeft inmiddels in diverse vingers zijn (onuitwisbare) indruk nagelaten. Want er moet nog steeds met grote regelmaat aan mijn vingers gekloven worden. En dus ook met dat ene tandje. En dat ene tandje is me toch een partij scherp. En inmiddels heeft ze ook behoorlijk wat kracht in haar kaken, dus af en toe ben ik niet zo gek blij met de kluiflust van Jente.
Op youtube zijn er nogal wat filmpjes van stoere (getattoeerde) mannen, die het ineens heel moeilijk krijgen met het verschonen van de luiers van hun wurm. Kokhalzend rennen ze weg.
Bij Jente had ik dat probleem eigenlijk niet. Ik vond het niet echt heel erg stinken. Goed, de lucht is geen rozengeur, maar zo erg als ik hetzelf doe, is het niet.
Tot zonet, een half uurtje geleden.
Ons meiske krijgt sinds kort niet alleen vis, kip en groente, maar ik ben ook begonnen met rundvlees. En vandaag was de eerste poepluier van die maaltijd met rund.
Waar ik vroeger altijd wat schampertjes deed over die losers die niet zonder te kokhalzen hun kind kunnen verschonen, ben ik daar nu toch wat van terug gekomen. Wat een meur. Wat een totaal bedorven ellende. Heel even stond ik op het punt om in paniek de dokter te bellen, want die geur, dat kan niet kloppen, er moest haast wel een afgestorven darm ergens klem zitten of zo. Mijn eerste kokhals was een feit. En omdat Ilse naar school is, kon ik niet even wegrennen. En terwijl ik daar met tranen in mijn ogen van het ingehouden kokhalzen aan het friemelen was met billendoekjes, lag Jente met een iets te tevreden lach naar me te kijken.
Maar het is gelukt. Ik heb het overleefd. Volgende keer bind ik gewoon een in rozenwater gedrenkte sjaal voor mijn gezicht. Want ik vind niet dat ik Jente op dieet moet doen.
Ook haar nageltjes zijn behoorlijk scherp en stevig. Dit ondervond ik een week geleden, toen ik naast mijn baardje een schram opliep van een speelse jente, maar ook dwars over mijn slaap. Ik kreeg een paar keer de vraag of ik was aangevallen door iets vals. Om dan ja te zeggen, ging me wat ver, maar een liefdevolle (en lompe, dat heeft ze van haar moeder) aai van Jente, is in de regel een bloederige. Voor ons dan. Nagels knippen doen we wel, maar ik heb het gevoel dat daar alleen maar scherpere nagels van komen.

 Denemarken.
 Denemarken gaat geld en bezittingen van vluchtelingen "innen", zodat ze meebetalen aan hun opvang.
Vele mensen (waaronder de EU en de VN) vinden dit totaal niet kunnen. Staan op hun achterste benen, en spreken er schande van.
En ergens misschien ook wel terecht. Want hoe menselijk ben je als je van iemand die huis en haard verlaat, en 1000den euro's aftikt bij een smokkelaar, vraagt om zijn laatste restje geld, of persoonlijke kleinoden en sieraden af te staan. Getuigt misschien niet van heel veel goede smaak.
Tel dat op bij het trauma dat veel vluchtelingen al hebben, en je hoeft niet heel erg hoogopgeleid te zijn om te beseffen dat die mensen daar niet heel veel gelukkiger van worden.

Een paar dagen verder, en ik heb er een paar dagen over na kunnen denken. Is het nu wel zo'n schandelijke, onmenselijke zaak?
En als ik pragmatisch denk: nee. Eigenlijk vind ik het zo erg niet. Want vluchtelingen kosten de maatschappij nu eenmaal handen vol geld, linksom of rechtsom. Linksom, want we moeten ze opvangen, voeden, baden, en laten integreren. Rechtsom, want denk maar eens aan al die tokkies die menen te moeten rellen, vernielen, slopen, bedreigen, vechten om hun gelijk te halen. (Dat dat volslagen tegen welke democratie dan ook ingaat, ontgaat dit paupervolk volkomen).  Ook dat kost de maatschappij handen vol geld. En geloof maar niet dat dit kansloze kutvolk zelf gaat betalen voor de schade die ze aanrichten, en de politie-inzet die nodig is, want ze zijn ten slotte werkloos en dus verdienen ze geen cent. In elk geval niet genoeg om de schade die ze veroorzaken, te betalen.
Maar even serieus: volgens mij kennen we in Nederland iets als het solidariteits-principe. Iedereen betaalt een beetje, zodat iemand die het niet meer rooit, geholpen kan worden. Waarom zou een vluchteling daar dan niet aan bij kunnen dragen, door zijn geld af te dragen? Dan zijn er in elk geval iets van kosten gedekt. Als je in Nederland komt, dan moet je dus meedoen met dat principe. Meebetalen, zodat iedereen geholpen kan worden.
 Een nadeel dat ik hier zie: als iemand geen asiel of verblijfsvergunning krijgt, moet je dus wel dat geld weer teruggeven, want je kunt het dan niet maken om iemand te laten betalen, en vervolgens later nog berooider weer weg te sturen. Dus dat zal een behoorlijk stempel op de ambtenarij gaan drukken. Ik heb begrepen dat de belastingdienst eenvoudiger moet, dus wellicht dat daar wat uurtjes over zijn, als ze niet meer continu gebeld worden door mensen die er echt geen sikkepit meer van snappen.
En als ze dan net zoals in Amerika (en ik geloof in Belgie) moeten beloven dat ze zich zullen voegen naar en aanpassen aan de wetten en gebruiken van het land, dan maak je meteen stappen met integratie. Zeker als er straffen staan op overtredingen.
Nog een slimmigheidje mijnerzijds: we schaffen het verbod op arbeid af. De asielaanvragen duren afgrijselijk lang, en al die tijd mogen vluchtelingen niks doen. Daar wordt iedereen gek van, dus laat ze in de tussentijd werken. Hoeft niet betaald te zijn, mag ook vrijwilligerswerk zijn. Dan maak je wederom mooie stappen met integratie. En voor de 'Suh-pikkuh-al-onsuh-banun-in-zeikers': nee, want het werk dat ze gaan doen, is in de regel werk waarvoor al dat tuig, te dom of te lui voor is. Ik zie mogelijkheden, en wil best minister van vluchtelingenzaken worden.










dinsdag 26 januari 2016

Inzending voor een verhalenwedstrijd.



Defensie en Samenleving. Toevallige ontmoetingen.

Mijn taken als militair-muzikant zijn als volgt: opluisteren van beëdigingen, commando-overdrachten, concerten spelen zowel binnen als buiten Defensie en het spelen van ere-signalen.

Het was juli 2007, en ik was net afgestudeerd aan het conservatorium. Ik mocht mezelf vol trots beroepsmusicus noemen. Maar zonder werk is dat toch een beetje een loze term. Ik moest mijn hele carriere nog gaan opbouwen.
Om toch een beetje de zomer te gaan vieren, besloot ik mee te gaan met een project-orkest. En daar ontmoette ik toevallig een trompettist die tijdens zijn studie reservist-muzikant was bij het Trompetterkorps van de Koninklijke Marechaussee.
Een paar maanden later wees deze jongen mij op een vacature bij het TkKMar, en ik besloot te solliciteren. Zo werd ik dus ineens ook militair-muzikant.

Een conservatorium opleiding is op zich een mooie opleiding. Ze leren je er goed muziek te maken, en je leert er achtergronden kennen van onze cultuur in het algemeen en muziek in het bijzonder. Waar ze echter geen enkele aandacht aan besteden: signalen. Marsen. Marcheren. Toch wel een behoorlijk belangrijke taak van een defensie orkest.
Mijn eerste pogingen tot het lopen op straat en tegelijkertijd spelen, waren niet al te succesvol, al helemaal niet toen dat ook nog eens moest in het ceremonieel tenue, met een klewang die constant alle kanten, maar vooral tussen mijn benen zwaaide. Maar al doende leert men.

Inmiddels ben ik “bevorderd” tot “hoornblazer van dienst”. Dat houdt zoveel in dat als er een aanvraag komt voor een ere signaal, dat ik als eerste er heen ga. Dit kan van alles zijn. Een kleinschalige herdenking bij een monument in hartje Amsterdam. Een te vroeg overleden collega. Een collega die sneuvelde tijdens zijn uitzending. Een reeds lang gepensioneerde veteraan. Of een grootse herdenking, als die van de TA 1951.
Het is dus niet bepaald toevallig, dat ik dat soort ceremonies speel, maar de aanleiding ervan zijn vaak wel heel toevallig.

Het was 2009. Eind februari, en ik was nog lang geen “hoornblazer van dienst”.
Maar het gruwelijke toeval wilde dat toen TA 1951 neerstortte. Een flinke ramp voor veel passagiers, nabestaanden en betrokkenen.
Al snel bleek er behoefte te zijn aan een herdenkingsdienst. En de muziek daarbij zouden wij, het TKkMar, verzorgen.
Het toeval was nog niet uitgejongleerd met alle betrokkenen, want mijn sectieleider, die wél “hoornblazer van dienst” was, had vrij omdat zijn vrouw dat weekend zou gaan bevallen van een (achteraf kerngezonde) jongen. Of ik dus maar tijdens die dienst het signaal “Taptoe infanterie” wilde spelen.









Dat wilde ik wel.
Op de dag van de herdenking (toevallig mijn verjaardag), stond ik vroeg op om me secuur te scheren en mijn beste dagelijkse tenue aan te trekken. Eenmaal aangekomen te Schiphol, werd ik door de commandant apart genomen, om nog even de laatste details en protocollen van de ceremonie door te nemen met de diverse regisseurs.
Ik kreeg te horen wanneer ik moest uittreden, staan en spelen. De regisseur van de omroep wist mij te melden dat er behalve wat leden van het Koninklijk Huis en ministers, er ook andere hoogwaardigheidsbekleders zouden zijn. De ambassadeur van Turkije zou er zijn, en afgevaardigden van Amerika. Oh ja, en ook nog 400 betrokkenen.
En ik moest vooral niet zenuwachtig worden, maar men verwachtte in Amerika 10 miljoen kijkers via de live-verbinding, in Turkije 6 miljoen en in Nederland ook nog eens 2 miljoen.
Ik knikte, en liep samen met de commandant naar buiten om nog even een peukje te roken. Op deze manier werd ik wel heel erg in het diepe gegooid.
Mijn commandant had het er verder niet over, ik beschouw dat als een groot teken van vertrouwen. Wel viel zijn oog op mijn rechtermouw, waar een rare vlek op zat (tot zover dus mijn beste DT). Dat was op (inter)nationale televisie toch even iets dat niet kon. Of ik maar even iemand anders’ jas kon gaan lenen.
Mijn geschooi om een schone jas leverde niet helemaal op wat ik zocht: het toeval wilde dat iemand een potje zwarte schoensmeer voor me had. Dat bleek afdoende te werken.

De ceremonie begon met wat mededelingen, gevolgd door koraalmuziek, toespraken, koraalmuziek, bloemen leggen, koraalmuziek en toen kreeg ik de knik: ik moest uittreden. Mijn immer lieve collega Jurgen siste me nog snel even toe dat ik vooral niet zenuwachtig moest zijn. En daar stond ik. Recht tegenover de Turkse ambassadeur.
Mijn eerste twee noten had ik gespeeld, en ik keek de zaal in. En zag dat de wangen van de ambassadeur nat waren van de tranen. En ook mensen om hem heen hielden het niet droog terwijl ik speelde. Later heb ik vele malen dit signaal gespeeld, en heb ontdekt dat als mensen breken, ze dat doen net na de eerste twee tonen van dit signaal. Altijd op dat punt. Het verdriet, de onmacht, de pijn kwam en komt altijd bij me binnen. Ik kan me daar slecht voor afsluiten, en ik weet ook niet of het een goed ding zou zijn als ik me ervoor zou afsluiten. Het maakt het spelen niet makkelijker. Maar misschien juist daarom dat ik het wel goed kan brengen. Door me in te leven, en door mee te leven. Ondanks dat ik de betrokken mensen vaak nooit eerder gezien of ontmoet heb.

De ceremonie was afgelopen, en met toch wel wat adrenaline in mijn aderen, wandelde ik naar buiten. Ik wilde toch best wel een peukje. Om uit te stomen, letterlijk en figuurlijk. Samen met wat collegae stapte ik naar buiten, leunde tegen een muurtje, zette mijn pet af en ging met mijn mouw over mijn voorhoofd om het zweet af te wissen. Dit tot grote hilariteit van mijn collega’s die mij in één zwierige zwaai van mijn arm zagen veranderen in een half afgemaakte Zwarte Piet. Glad vergeten dat ik mijn mouw had zwartgemaakt met schoensmeer. Ik weet nu ook waarom die vlek er in eerste instantie in zat.

Tegenwoordig ben ik de “hoornblazer van dienst”, een term die strikt genomen onjuist is, want signalen worden al heel erg lang op (signaal)trompetten gespeeld. De ontmoetingen die ik in die hoedanigheid heb, zijn eigenlijk altijd willekeurig, en emotioneel heel heftig. Mensen zien je liever niet, want het betekent maar één ding: afscheid en verdriet.
Maar het is een taak die ik graag vervul.
Niet dat ik likkebaardend naast mijn telefoon zit te wachten tot ik weer eens een begrafenis of crematie mag opluisteren, zo is het niet. Maar iemand de laatste en zeer verdiende eer geven, is ook voor mij een eervolle taak.
Bijdragen aan een waardig afscheid. Nabestaanden en betrokkenen een afsluiting mogen geven, en wellicht zelfs een heel klein beetje troost, door die ogenschijnlijk “simpele” noten. Dat is een mooie taak, waar ik geheel toevallig ben ingerold, en waarvan ik hoop dat ik hem nog lang mag vervullen.


zondag 17 januari 2016

Einde van een tijdperkje.

Het was maart 2012. Ik zat midden in de "grande finale" die de kanker voor mijn moeder in petto had. En naast de taken die dat met zich meebracht, moest ik gewoon zoals ieder mens werken om de kachel te laten roken.
Vriendje Mattie vond al een poosje dat ik mee moest naar Frankrijk, met DSWO. Een projectorkest. Gewoon voor de lol. Eventjes wat ontspannen.
Heel even spande het erom of ik meekon, want kanker houdt helaas geen rekening met andere plannen, maar moeders stierf keurig netjes op tijd, en ik kon tussen het afwikkelen van de "nalatenschap" door mee naar Frankrijk.
De "opbrengst" van een klein toerneetje: een vriendin-die-vrouw-werd. Een caravan. Een kind. Wonen in Rotterdam.
De  "opbrengst" van een klein toerneetje: een boel leuke contacten, nieuwe vrienden voor het leven.

Fast Forward naar 2016.

Ik heb gisteren mijn laatste concert voor dit orkest gespeeld.
De rek was er een beetje uit.
Los van het feit dat ik nu een brave burger met gezin ben (en dus met dat gezin ook wel eens op vakantie wil) wilde ik eigenlijk op vakantie niet iets doen dat ik door het jaar heen (in de regel betaald) ook al doe.
Voorafgaand aan dit concert werd de vraag gesteld of er iemand zo gek wilde zijn om een oude Amerikaanse slee naar het concert te brengen. Verdere info ontbrak, maar gezien mijn voorliefde voor rijden, oude auto's, grote auto's en gekkigheid, zal het de lezer niet verbazen dat de gek "ikke!" riep.
Dus zaterdag in alle vroegte op (dat lag meer aan Jente dan aan het tijdstip waarop ik werkelijk de auto moest halen) en naar Zeeland. Dat ligt bij Uden, en dat ligt weer min of meer bij Oss, en dat ligt weer op steenworp afstand van Heesch, alwaar mensen het leuk vinden om dooie varkens op te hangen om aan te geven dat ze het ergens niet mee eens zijn. Hoe dan ook: ik verkeerde in de veronderstelling dat ik een knalroze Chevrolet pick-up op zou halen. Die afgang bleef me bespaard. Het bleek om een reclame-auto te gaan voor een stichting die zich inzet voor geld voor onderzoek naar vrouwen-kanker. Levensgrote tekst op die auto: STRIJD MEE TEGEN VROUWENKANKER.
En dan een wat massieve kerel achter het stuur... Tijdens het rijden (het was koud, en op plekken verraderlijk glad) bedacht ik me dat het best lullig zou zijn als ik met die strijdkreet van de weg zou glibberen en die auto finaal in de prak zou rijden. Dan krijg je wel heel rare foto's in de krant.

Het was hoe dan ook wel een belevenis. Ik kreeg bij de garage een beknopte uitleg over de auto, en loos kon ik gaan. Helaas ging de uitleg niet zover dat ze me vertelden waar de ruitensproeier zit (erg lastig, als er pekel gestrooid wordt). Maar dat was maar een detail. Automaat rijden is heerlijk, en het deinen van de auto was niet zozeer het gevolg van comfortabele franse vering, maar gewoon omdat het een oude amerikaan is.
Geweldig hoezeer die auto het geluid van een ronkende V8 weet te produceren. Je denkt dat er een tank door de straat komt, maar het blijkt om een uit de kluiten gewassen SUV te gaan. Die dan weliswaar zeer machtig klinkt, maar als het op presteren aankomt.... Het machtige geluid ten spijt, echt gang maken, ho maar. Wel leuk om dat dan even in een tunnel te doen. Even het gas open. De brullende V8 laat de lucht zover vibreren dat je het in je botten voelt, en het er gewoon heerlijk warm van krijgt.
En dat was geen overbodige luxe, want de verwarming deed het gewoon niet. Lucht pompen wél, maar geen warme lucht. Toch jammer, want ik had er niet aan gedacht om een muts, sjaal en handschoenen mee te nemen. Om maar te zwijgen van de ijzig koude toeters die achter uit de bak kwamen.
Spiegels verstellen? Waarom zou je in je spiegels willen kijken? Die auto is zo intimiderend groot, dat als je richting aangeeft, alles en iedereen in grote paniek aan de kant gaat.
Stuurbekrachtiging, zó soepel dat je moet oppassen dat je niet gaat glijden over de (overigens heerlijk zittende, maar uit 1 stuk bestaande, lederen) bank.
Tanken kon niet in Barneveld. Want in dorpen is het vaak verboden om gas te leveren, in verband met ontploffingsgevaar. Dus uiteindelijk ergens langs de snelweg niet minder dan 60 liter gas erin gegooid. Hoewel... Ik heb dus nog nooit van mijn leven gas getankt, en op het moment dat ik stil kwam te staan bij de pomp, brak het zweet me uit. De eigenaar had wel gezegd waar ik de tankdop kon vinden, maar ik was het glad vergeten. Daar sta je dan. Met te weinig gas, en geen flauw benul waar ik moest wezen om hem af te vullen. Tot ik een snuiter met een wel heel erg verfrommeld kenteken zag langsrijden. KABAMMM!!!! De kennis sloeg ineens weer in als een bom. Het kenteken achter was een klepje, en daarachter zat de vulnippel. Overigens voor een first-timer nog onhandig, want ik moest die klep dus omlaag houden, en vervolgens met 1 hand proberen die slang aan te sluiten. En maar pielen met die hendel die eraan zit. Naar voren paste niet, naar achter wilde niet, ondanks mijn verwoede pogingen. En op zich werd het ook niet warmer, zo buiten in de kou. Uiteindelijk ben ik er in geslaagd om de auto af te tanken, zonder te vergeten die slang weer los te koppelen.
Overigens kreeg ik van meerdere mensen te horen dat er achter staan als ik opstart in elk geval voor de fijnbesnaarde ruiker niet echt genoeglijk was. Zo'n oude auto schijnt best behoorlijk te meuren.
Gelukkig was de auto niet echt snel te noemen, want ik vergat heel de tijd dat de snelheidsmeter in mijlen was aangegeven. 100 mijl had ik niet durven rijden met het ding, want dan zou ik waarschijnlijk de uitlaat naar achterliggers geschoten hebben, maar 50 mijl is ongeveer 80 kilometer per uur, en dat vond ik snel zat.
Uiteindelijk kwam ik om 0100 na het concert thuis, en hoop nu dat het inrij-verbod voor klassieke auto's nog niet voor mijn wijk geldt, anders krijgt de eigenaar een bijzondere prent van de gemeente Rotterdam.
Vanmorgen moest die auto terug, en zouden we doorgaan bij vriendjes op kraamvisite. Helaas: Jente niet lekker, ik niet lekker en Ilse ook niet op haar allerbest.

Maar ik heb met volle teugen genoten van het rijden in die slee, en onderweg ook best wel wat duimpjes gekregen. (En bij een tankstation een wat geirriteerde sukkel in een suzuki alto die er niet snel genoeg langs kon, maar ja...).

In de tussenliggende 4 jaar, heb ik met het orkest op bijzondere en prachtige locaties mogen spelen. Niet altijd even geschikte locaties (ik kan me een "theater" herinneren dat zó laag was, dat de spots op 4 centimeter van mijn hoofd stond, en het geluid een soort van killer-beam werd, en een zaaltje waar het orkest niet met goed fatsoen in kon, maar dat toch deed, waardoor de off-stage partij een soort van prijsschieten op het publiek werd) maar toch, hele toffe concerten.
Mijn standaard ochtend-zin tegen verfomfaaide dames:"Joh, ga je gezicht strijken". Net als ze uit hun tent gekropen kwamen. En de eieren met spek en brie voor het ontbijt (zo rond kwart voor 1 in de middag).
Of een Michiel die ondanks het feit dat hij allergisch is voor schaaldieren, manhaftig mee-at van de paella en toen vervolgens tijdens het concert de bugel van Geerhard volblafte met braaksel, om pas daarna het podium af te stormen naar het toilet. Ons achterlatend met een zure meur, en een bugel vol brokjes.

Het is mooi geweest, en tot mijn genoegen kan ik zeggen: er zat zoveel kwaliteit in het orkest dat ik heel regelmatig de meesten nog wel zal zien om te snabbelen of om gezellig mee te doen.

Op naar de zomer 2016. Eens kijken wat dat brengt.





"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer.  En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders.  Alles gaat anders, want...