Ga eens met een peuter van 2 naar de Gamma om verf te halen.
Je moet toch even kijken naar welke kleur je wil hebben (de kleur "limegroen" en "appeltjeswit" waren blijkbaar niet bij de Gamma meer te koop). En als je globaal de keuze hebt gemaakt (groen, rood, blauw, grijs, zwart, geel) moet je je gaan verdiepen in allerlei subkleuren. Een hele muur vol. De ene wat feller, de ander wat doffer.
Voor dat we de kleur bepaald heben, zijn we sowieso al een half uur verder, want om de haverklap neemt Jente de kuierlatten om andere mensen de spreekwoordelijke pis lauw te maken. Of het winkelpersoneel, die op handen en voeten achter haar aan kruipen om alle uit de schappen gerukte blikken verf, terpentijn en andere shizzle weer terug te zetten. Ik schaam me niet zo snel, maar ik had er wat momenten bij, zeg maar.
Soit, groen.
Dan zijn we er nog niet, want dat varieert van "appeltjesgroen" (die hebben ze dan weer wél, en vraag me niet naar de logica van wél appeltjesgroen bij de Gamma maar niet appeltjes wit, die ze bij de Praxis dan wél hebben maar bij de gamma weer niet...) tot "salamandergroen", "mooi" (ja, echt, zo heet die, een "lelijk" hadden ze dan weer niet) en "waait". En ondertussen dus weer als een volslagen debiel Jente te pakken nemen, voor ze een fles ammonia aan haar mond zet.
Maar we hadden een kleur.
"Die is wel heel erg fel, hoor. Mijn vader zou echt boos worden als ik dat op de ramen zou smeren". Aldus de verfspecialist. "Dit slaat je gewoon tussen en op je ogen als je lekker buiten zit".
Balen, weer terug en weer hopen dat Jente het wat beschaafd houdt. Ik geloof dat geduldig wachten nog niet echt tot haar competenties behoort.
Dan heb je dus een adviserend gesprek met zo'n verfmeng-knul, die echt wel verstand van zaken lijkt te hebben, maar dan kun je alleen maar met je linkeroor luisteren, want in je rechteroor zit je 2-jarige peuter te kakelen (of erger: te krijsen). Stereo informatie opdoen die totaal niks met elkaar te maken heeft. Geen wonder dat mijn hersenpan dat niet allemaal goed verwerkt.
Goddank hebben we nog geen definitieve keuze gemaakt. Dat wil zeggen: qua kleur zijn we wat milder gegaan. Maar omdat we niet de maten van deuren en kozijnen mee hadden genomen, konden we nog niet zeg maar de juiste hoeveelheid bestellen. En of we hoogglans of zijdeglans wilden. Onze eerste reactie was zijdeglans, maar de schoonvader wist te melden dat zijdeglans eerder vaal wordt en hoogglans langer mooi blijft, gaan we toch maar voor hoogglans.
En dan is het nu wachten op mooi weer, schuren, schoonmaken, kwasten en fris! O, en niet geheel onbelangrijk: Aangezien Ilse werkt, zal ik Jente tijdens het klussen toch echt naar het kdv moeten brengen, want ik zie mezelf niet echt in staat om tijdens het verven Jente ervan te weerhouden die verf te gaan drinken. Of de katten van een leuk kleurtje te voorzien. Of erin te gaan staan, en vervolgens door heel het huis te klossen. Of papa's nieuwe auto ermee in te smeren. "Jente zelf doen!!".... Ik ben niet geheel onhandig geworden om met links iets totaal anders te doen dan met rechts (Jente vast houden, in bedwang houden, iets te eten of te drinken in haar mond schuiven, of te "knuffe" zoals ze dat zelf zegt), maar schilderen -wat ik nog niet eerder heb gedaan- en Jente onder appèl houden, lijkt me nog geen sinecure. Zeker als dat moet vanaf een wankel trappetje.
Over papa's nieuwe auto gesproken: het zit heerlijk, rijdt geweldig, is supermooi en ik heb nog een klein to-do lijstje voor haar.
Het eerste puntje was de sleutelset. Ik had er namelijk maar 1. De reservesleutel. De sleutel met afstandbediening was weg. De sleutel van de trekhaak ook.
De sleutel met afstandbediening had ik via een fijne dealer besteld, evenals een frisse mattenset (zeker ook door de vorige eigenaar opgevreten?). Hoe fijn is het als je gewoon op het knopje drukt, en het werkt.
De sleutel voor de trekhaak bleek een moeilijker probleem.
Eerst maar eens bij een slotenmaker om raad vragen. Die heeft zijn best gedaan, maar dat lukte toch niet. Vloekend hebben we samen op de grond, half onder de auto gelegen om die trekhaak erin vast te rossen. Maar het lukte maar niet. Toen naar de dealer, ik was er toch voor die sleutel en mattenset. Die kon er ook weinig mee, en adviseerde me naar bosal te bellen. Maar bosal heeft zijn trekhaken-divisie afgestoten, dus of ik daar heel ver mee zou komen... Ik werd allengs wanhopiger. Want in de straat staat nog steeds onze caravan. Die ik niet meer met de vorige auto kon vervoeren. Maar dus ook nog niet met de huidige.
In een vlaag van wanhoop, ben ik toen naar de Kwik-Fit gereden. (Om alle gezeik voor te zijn: ja, ik heb bijzonder positieve ervaringen met de kwik-fit in Tiel, en inmiddels ook in Almere, dus bespaar me het gezeur over droevige verhalen, heel sneu voor je, maar dat zijn niet mijn ervaringen).
Mijn verhaal uitgelegd, de manager onderbrak me, vroeg me mijn auto binnen te zetten, de man deed "klik-klak-klonk" en hij zat vast. Hoe precies, meneer? Nou: "klik-klak-klonk"... Ik wilde mijn portemonnee trekken, maar dat hoefde niet. Hoezo slechte service bij Kwik-Fit.
Stom toevallig hoorde ik een tip van iemand over mijn buitenspiegels. Madame Jeanette, klapte zelfstandig haar spiegels in als ik haar afsloot (dat wil zeggen: de linker, de rechter had die functie in de wilgen gehangen, het is en blijft Frans, nietwaar?). En ik vond het jammer dat Reneé dat niet doet. Iemand wees me erop dat ik gewoon een knopje 10 seconden ingedrukt moest houden, en dat het dan wel weer zou werken. Ik deed dat, en het werkte. Dus ook Reneé doet keurig netjes haar spiegels naar binnen als ik haar met de afstandsbediening afsluit.
Maar er zijn meer wensen. Sowieso komen er zaterdag nieuwe wielen onder, en moet de afleverbeurt nog gebeuren.
Gelukkig heeft dat nog wat tijd.
Maar het is een ongelooflijk fijne auto, die de caravan nog behoorlijk goed van zijn plaats krijgt.
Genoeg geleuter over mijn auto.
En door naar een vervoermiddel op twee wielen, zonder mechanische aandrijving: de fiets.
Jarenlang heb ik vriend en vijand tegen me in het harnas gejaagd met mijn ongenuanceerde gemekker over fietsers in het algemeen en wielrenners in het bijzonder.
En ergens vind ik dat ik absoluut een (ongenuanceerd, maar toch) punt heb. Het zijn suicidalen allemaal. Wanen zich beschermd door de (achterhaalde) wet en menen de koning van de weg te zijn. Arrogant, asociaal en agressief. Allemaal.
Ik heb een fiets. Jazeker. Ik heb een hele mooie blauwe fiets. Zo'n kronan-achtige. Google maar eens. Op de rommelmarkt in Den Helder gekocht. Heeft achtereenvolgens in Ede, Tiel, Rotterdam en nu Almere stof en roest staan vergaren. Twee lekke banden, beyond repair. En de rest zal het inmiddels ook niet meer doen. Voor 4 cent de kilo aan oud ijzer, is het niet interessant om hem te verkopen, dus het ding blijft staan waar hij staat.
Mijn schoonvader heeft meerdere fietsen. Vindt dat leuk om te doen. Een daarvan is een hele oude Gazelle wielrenfiets. Met campagnolo derailleur en remmen. (In de jaren dat Jan Janssen de Tour de France reed en/of won, was dat helemaal hip en happening). Of ik daar niet eens een rondje op wilde fietsen, want ik wilde toch wat aan mijn volrondigheid gaan doen?
En toen volgde een heel relaas over hoe soepel en fijn dat ding wel niet zou fietsen.
Uit beleefdheid en met angst en beven (serieus, waarom willen mensen op banden rijden die smaller zijn dan de omvang van mijn pink???) opgestapt. (De eerlijkheid gebiedt me te zeggen, dat het zadel in zijn laagste stand te hoog was om even soepel mijn been over te slingeren, en dat leidde dus tot nogal wat hilariteit, vooral bij schoonvaderlief).
Maar goed, ik had mijn been er eindelijk over, en toen begon de ontdekkingstocht. Waar zitten de remmen? Oh, fuck... Helemaal onderaan die rare slinger die dat stuur blijkbaar moet maken. Dus diep voorover duiken, in de hoop dat de zwaartekracht me niet onverbiddelijk ter aarde doet storten, en in die remmen knijpen. Bijna over mijn voorwiel gelanceerd worden, omdat de rem die ik het enthousiaste bekneep toevallig de voorrem was.
Toch maar weer vaart maken. Klotsende oksels van angst, want het wijkje van mijn schoonouders heeft nogal wat haakse bochten, met hoge heggen, dus als er een auto komt, zie ik hem pas als ik op de motorkap lig, zeker in de stand waarin ik op zo'n wielrenfiets zit.
Dat zitten... Er zit een heus wielrenzadel op. Letterlijk balletje links, balletje rechts en piemeltje over de volledige lengte van het zadel. Die schuift dan naar links en rechts, al naargelang mijn benen omhoog of omlaag trappen. Het zal wel gewenning zijn, maar ik heb ergens wel respect voor mensen die daar complete koersen op rijden. Totaal geschift. Dat is toch, los van alle risico's die die mensen willens en wetens nemen, niet meer gezond te noemen? Ik meen ooit een onderzoek gelezen te hebben over slecht functionerende mannelijke delen. Ik snap nu dat artsen zich daar zorgen over maken.
Maar...
Maar eigenlijk vond ik het best leuk. Het fietste inderdaad bijzonder soepel. En als ik de werking van de remmen een beetje leer kennen, en wen aan de totaal bezopen houding (je kunt dus bijna niet recht voor je kijken, want je zit voorover gebogen) en een lycrapakje scoor (oh nee, dat weiger ik trouwens. Dan word ik zo dikke vent in lycra en daar pas ik voor), dan zou ik het best wel vaker willen doen.
Ik moet dan alleen op zoek naar een plek waar ik ongestoord kan leren fietsen, ver weg van de openbare weg. Niet alleen omdat ik nog langer van Jente en Ilse wil genieten, maar vooral ook omdat ik niet graag uitgelachen wil worden, en vooral ook omdat ik overige verkeersdeelnemers niet lastig wil vallen.
Wellicht komt hier een update over.
Ik blijf overigens opgewekt doormekkeren over fietsers, geen zorgen.
donderdag 27 juli 2017
vrijdag 21 juli 2017
Medisch bulletin en vakantie.
Gekscherend heb ik me afgelopen tijd een paar maal laten ontvallen dat ik dit jaar vier dat ik 10 jaar beschik over een wat ruime behuizing. (Oftewel: ik vier mijn 10-jarig jubileum als dikkerd).
Een week geleden werd ik tijdens wat administratieve werkzaamheden op mijn werk een beetje duizelig. Dat vonden mijn collega-BHV'ers niet echt jofel, dus die sleepten mij (terecht) naar de dokter. Die kon uiteraard niks vinden, maar vond een bloedtest wel noodzakelijk. De uitslag kwam gisteren: niet zoveel aan de hand... Maar....
Mijn bloedsuiker op nuchtere maag was wat hoger dan normaal. En, volgens deze piepjonge dokterin (dokteres?) (artsin?) (geen vervrouwelijking van een dokter?) zou dat mogelijk kunnen wijzen op een beginnende diabetes.
Toch wel iets om op te letten. Letterlijk een goeie waarschuwing.
Of ik erg geschrokken was van dit nieuws, vroeg de arts me.
Niet echt. Ze maakte niet echt de indruk alsof mijn leven in acuut gevaar was, er werd geen ambulance gebeld en ook werden er niet allemaal spuiten met insuline in mijn lijf gerost, dus vind ik ook niet dat ik het groter moet maken dan het is.
Ik moet het niet groter maken dan het is, maar het is natuurlijk wel een moment waarvan ik denk:"Goh, zou het niet eens een goed idee zijn, om toch een keer iets aan sp... spo....sprrrt.... Sporten te gaan doen?"
Dus toch een setje renschoenen te halen, en mezelf met ongelooflijk veel frisse tegenzin aan het rennen zetten? Ik zie het al helemaal gebeuren dat zelfs de meest lafhartige klote hondjes van de passerende medemens op hun rug rollen van het lachen als ze mij al dravend voorbij zien komen.
Als ik er zo over nadenk, moet ik mijn lichaam -denk ik- best wel bedanken. Mijn hart had ook kunnen zeggen:"Ik leef niet meer voor jou". Dit is wel een heel milde wake-up call. Maar als ik nog erg lang van Jente wil genieten, is het misschien wel een heel erg noodzakelijk vreselijk kwaad.
Maar er is ook leuk nieuws.
Zoals bekend, ik had meer pech, het afgelopen seizoen. Ik reed mijn trouwe C5 station (Madame Jeanette) tegen een vangrail, toen ik mezelf letterlijk het licht uit-hoestte. Ik kreeg van een maatje voor heel erg weinig geld een auto, om even wat tijd te krijgen voor meer budget. De auto die ik kreeg, zou tot de apk rijden, en los daarvan waren er een paar zaken die beter zouden moeten. Lang verhaal kort: de tijdelijke auto bleek haar stervensproces te hebben versneld, nadat ik er verkeerde brandstof in had gegooid (lomp van mezelf) en nadat iemand met minder hersens dan een doorgekookte garnaal de accu's verkeerd aansloot. Dus ik besloot dat er eerder een betrouwbare auto voor terug moest komen, en dat de Citroen Xantia naar de eeuwige snelwegen mag vertrekken. Ze heeft haar taak als tijdelijke auto goed vervuld. Gelukkig had ik wel iets van tijd, zodat ik kon gaan rekenen. LPG? Diesel? Station? Tot ik bovenstaande auto zag staan. Die kleur. Nog nooit heb ik een auto op kleur gekocht. Maar alle rekenarij ten spijt, toen ik deze zag staan, met aantoonbare onderhoudsgeschiedenis, acceptabele kilometerstand, ben ik spontaan al die cijfers vergeten. Wat ziet ze er mooi uit. Die kleur, die moest ik hebben. En wat rijdt ze lekker. Ik kreeg te horen dat dat behoorlijk vrouwelijk schijnt te zijn. Een auto op kleur kopen. Boeiend. Ik ben er blij mee. Tuurlijk is ze niet vlekkeloos. Het is dan ook geen auto van 15.000 euro. Maar dat zijn puntjes die ik lekker de komende tijd ga oplossen, als ik ze al oplos. Morgen mag ik haar halen, en op de terugweg een naam voor haar verzinnen. Dit geheel met dank overigens aan mijn vader, die ook vind dat ik in een betrouwbare auto moet rijden.
Het is dus vakantie. Vandaag heb ik mijn laatste dienst van het seizoen gedaan. De wandelaars van de vierdaagse op de via gladiolen naar binnen getoeterd. Mijn overhemd wordt bij deze dienst altijd een tint donkerder van het zweet. Verstand op nul, spelen en marcheren maar. Bij terugkomst alle collega's een fijne vakantie wensen, en op naar huis, om daar een heerlijke geur waar te nemen. Mijn meissie heeft het eten klaar. Omdat dit met ons leven en rooster niet een vanzelfsprekendheid is, is het extra leuk als dat wel een keer kan. En geniet ik er met volle teugen van.
Het was, los van de ongemakjes wel een tof seizoen. Gave tv-opnames voor de EO, een gave concertreis naar Polen, en een ongelooflijk toffe CD-opname voor Epica. 2 leerlingen met mooie cijfers geslaagd voor een muziek examen, het ontdekken van een nieuwe hobby (semi-amateuristisch prutsen met hout).
Het is dus vakantie. Lekker niks doen, hoewel dat wat relatief is, heb ik het vermoeden. Want we hebben ook nog een kleine oplawaai, die al behoorlijk eigenwijs, eigengereid, eigenzinnig begint te worden. En dan hebben we ook nog zoiets als het plan: verven. De kozijnen en de ramen/deuren.
Die foto's posten we later wel weer.
Heerlijk even met de pootjes omhoog.
Voor iedereen die op vakantie gaat: goeie reis, stay safe, rust uit en tot snel.
Een week geleden werd ik tijdens wat administratieve werkzaamheden op mijn werk een beetje duizelig. Dat vonden mijn collega-BHV'ers niet echt jofel, dus die sleepten mij (terecht) naar de dokter. Die kon uiteraard niks vinden, maar vond een bloedtest wel noodzakelijk. De uitslag kwam gisteren: niet zoveel aan de hand... Maar....
Mijn bloedsuiker op nuchtere maag was wat hoger dan normaal. En, volgens deze piepjonge dokterin (dokteres?) (artsin?) (geen vervrouwelijking van een dokter?) zou dat mogelijk kunnen wijzen op een beginnende diabetes.
Toch wel iets om op te letten. Letterlijk een goeie waarschuwing.
Of ik erg geschrokken was van dit nieuws, vroeg de arts me.
Niet echt. Ze maakte niet echt de indruk alsof mijn leven in acuut gevaar was, er werd geen ambulance gebeld en ook werden er niet allemaal spuiten met insuline in mijn lijf gerost, dus vind ik ook niet dat ik het groter moet maken dan het is.
Ik moet het niet groter maken dan het is, maar het is natuurlijk wel een moment waarvan ik denk:"Goh, zou het niet eens een goed idee zijn, om toch een keer iets aan sp... spo....sprrrt.... Sporten te gaan doen?"
Dus toch een setje renschoenen te halen, en mezelf met ongelooflijk veel frisse tegenzin aan het rennen zetten? Ik zie het al helemaal gebeuren dat zelfs de meest lafhartige klote hondjes van de passerende medemens op hun rug rollen van het lachen als ze mij al dravend voorbij zien komen.
Als ik er zo over nadenk, moet ik mijn lichaam -denk ik- best wel bedanken. Mijn hart had ook kunnen zeggen:"Ik leef niet meer voor jou". Dit is wel een heel milde wake-up call. Maar als ik nog erg lang van Jente wil genieten, is het misschien wel een heel erg noodzakelijk vreselijk kwaad.
Maar er is ook leuk nieuws.
Zoals bekend, ik had meer pech, het afgelopen seizoen. Ik reed mijn trouwe C5 station (Madame Jeanette) tegen een vangrail, toen ik mezelf letterlijk het licht uit-hoestte. Ik kreeg van een maatje voor heel erg weinig geld een auto, om even wat tijd te krijgen voor meer budget. De auto die ik kreeg, zou tot de apk rijden, en los daarvan waren er een paar zaken die beter zouden moeten. Lang verhaal kort: de tijdelijke auto bleek haar stervensproces te hebben versneld, nadat ik er verkeerde brandstof in had gegooid (lomp van mezelf) en nadat iemand met minder hersens dan een doorgekookte garnaal de accu's verkeerd aansloot. Dus ik besloot dat er eerder een betrouwbare auto voor terug moest komen, en dat de Citroen Xantia naar de eeuwige snelwegen mag vertrekken. Ze heeft haar taak als tijdelijke auto goed vervuld. Gelukkig had ik wel iets van tijd, zodat ik kon gaan rekenen. LPG? Diesel? Station? Tot ik bovenstaande auto zag staan. Die kleur. Nog nooit heb ik een auto op kleur gekocht. Maar alle rekenarij ten spijt, toen ik deze zag staan, met aantoonbare onderhoudsgeschiedenis, acceptabele kilometerstand, ben ik spontaan al die cijfers vergeten. Wat ziet ze er mooi uit. Die kleur, die moest ik hebben. En wat rijdt ze lekker. Ik kreeg te horen dat dat behoorlijk vrouwelijk schijnt te zijn. Een auto op kleur kopen. Boeiend. Ik ben er blij mee. Tuurlijk is ze niet vlekkeloos. Het is dan ook geen auto van 15.000 euro. Maar dat zijn puntjes die ik lekker de komende tijd ga oplossen, als ik ze al oplos. Morgen mag ik haar halen, en op de terugweg een naam voor haar verzinnen. Dit geheel met dank overigens aan mijn vader, die ook vind dat ik in een betrouwbare auto moet rijden.
Het is dus vakantie. Vandaag heb ik mijn laatste dienst van het seizoen gedaan. De wandelaars van de vierdaagse op de via gladiolen naar binnen getoeterd. Mijn overhemd wordt bij deze dienst altijd een tint donkerder van het zweet. Verstand op nul, spelen en marcheren maar. Bij terugkomst alle collega's een fijne vakantie wensen, en op naar huis, om daar een heerlijke geur waar te nemen. Mijn meissie heeft het eten klaar. Omdat dit met ons leven en rooster niet een vanzelfsprekendheid is, is het extra leuk als dat wel een keer kan. En geniet ik er met volle teugen van.
Het was, los van de ongemakjes wel een tof seizoen. Gave tv-opnames voor de EO, een gave concertreis naar Polen, en een ongelooflijk toffe CD-opname voor Epica. 2 leerlingen met mooie cijfers geslaagd voor een muziek examen, het ontdekken van een nieuwe hobby (semi-amateuristisch prutsen met hout).
Het is dus vakantie. Lekker niks doen, hoewel dat wat relatief is, heb ik het vermoeden. Want we hebben ook nog een kleine oplawaai, die al behoorlijk eigenwijs, eigengereid, eigenzinnig begint te worden. En dan hebben we ook nog zoiets als het plan: verven. De kozijnen en de ramen/deuren.
Die foto's posten we later wel weer.
Heerlijk even met de pootjes omhoog.
Voor iedereen die op vakantie gaat: goeie reis, stay safe, rust uit en tot snel.
dinsdag 11 juli 2017
Een leuke trip!
What happens in Poland....
Een tripje met onze kapel is wel eens minder leuk geweest. Wel eens minder gezellig en muzikaal minder bevredigend.
Dit concertreisje was in alle opzichten een verfrissing. Een verademing.
Laat ik beginnen met stellen dat ik verbluft ben door de ontdekking dat er collega's zijn die beschikken over onvermoede talenten.
Eervolle vermelding voor vriendjes Jurgen en Kobus (ja, daar zijn ze weer! Nee, niet omdat ze in de kleinste uurtjes ineens boven op mij kwamen liggen!) die ongelooflijk goed verhalen kunnen vertellen. De verhalen zelf kan ik om heel erg diverse redenen niet herhalen, maar ze zorgden er wel voor dat ik nu nog buikpijn heb van het lachen. En op het moment dat we in de lach schoten, bestond er serieus risico op falen van genitale spieren die de urine binnen moesten houden.
Deze verhalen verdienen een podium dat ik ze niet kan geven, omdat het niet mijn verhalen zijn, en ik hoop dat een van deze twee helden ooit de inspiratie krijgen om ze op te schrijven.
Eervolle vermelding ook voor vriendjes Berjan en Robert (het gaat niet chronologisch) voor hun redenaars-talent. Ze kregen een heel orkest stil en aan het brullen van het lachen met hun droge uitspraken en hun mild cynische plagen van orkestleden. En dit zonder uitgesproken lullig te worden of te schofferen. Ook dit is een typisch gevalletje van:"daar had je bij moeten zijn".
En uiteraard hebben we lekker muziek zitten maken.
Kom ik op mezelf uit. Ja, ik ben een getalenteerde muzikant. Maar manmanman, wat ben ik een ongelofelijke zenuwenlijder. Ik moest een klein solootje spelen. En dan zit ik me de 2 of 3 stukken van te voren helemaal op te vreten. Ik voel mijn bakkes droog worden, ik voel hoe mijn rechtervoet (tot terechte irritatie van Martijn) zich onttrekt aan mijn controle en begint te wiebelen. Het zweet begint te stromen uit alle poriën van mijn handen, waardoor ik niet alleen zenuwen heb, maar ook de angst dat mijn trompet uit mijn kleddernatte handen glibbert en mijn maag lijkt zichzelf op te knopen. Voor 3 maal 15 maten! Hoe deed ik dat dan in vredesnaam ook weer op mijn eindexamen (nu toch al weer een slordige 10 jaar geleden)? Ik kan het me werkelijk niet meer voor de geest halen.
Ik zit voor mijn gevoel te stuntelen en te worstelen met mijn mondstuk, mijn trompet, en mijn volronde lijf. WTF?!??! Waar komt dat dan toch vandaan?
Met vriendje Martijn speel ik nu alweer meer dan 10 jaar samen, en ik vroeg hem of ik vroeger ook al zo'n zenuwpees was. En zijn eerlijke antwoord was ja. Dan is dat in elk geval niet veranderd. Of verbeterd.
Nuchter bekeken weet ik dat ik het prima kan spelen. Dat ik me nergens zorgen om moet maken. Maar ja, zie maar eens nuchter te blijven als je adrenaline iets heel anders aan het doen is.
Uiteraard hebben we mooi muziek gemaakt. En uiteraard mag ik me weer verheugen in het feit dat ik in een orkest speel waar er collega's zitten die ongelooflijk goed kunnen soleren of juist ongelooflijk goed kunnen dienen. Waarin we samen een mooi concert neerzetten, waar het publiek en organisatie heel erg enthousiast van werden.
Polen. Een prachtig land. Echt waar. Rijdend in de bus (een heel erg luxe bus, afgestaan door collega's van een van de Poolse militaire orkesten) zagen we hoe mooi de omgeving was. Hoge heuvels (bergen?) bossen, rivieren. Genoten van het uitzicht.
En dat combineren met de haast grenzeloze gastvrijheid. Niet heel erg warm of amicaal, maar wel heel erg vriendelijk.
Het eten was er van hoog niveau. Ze trokken alles uit de kast om het ons naar de zin te maken. En gesmuld hebben we. Plaatselijke kazen en vlezen. Om je vingers bij af te likken. (Een bijzonder detail: een dessert was ons wat vreemd. Het was een soort van spierwit spekvet met bruinige bolletjes erin, nagenoeg smakeloos, en nadat wij in onze onwetendheid er flinke klodders van op ons bord plempten, bleek het toch wat lastig te zijn om het op te eten. Werd helaas ook wat weinig informatie bij gegeven dus de bedoeling ervan bleef ondanks de helder witte kleur, toch wat duister).
De in het zuur gelegde haring met pittige rode uien erin, was geniaal, hoewel bij het ontbijt zelfs mij wat te machtig.
Maar over het eten geen kwaad woord. Polen is culinair gezien best wel een land om eens naartoe te gaan. En het kost er geen drol (gezien het onderwerp, is dat misschien een wat dubieuze opmerking, maar soit).
Als ik dan toch kritisch mag zijn: koffie, dat snappen ze daar niet zo goed. Toen ik vanmorgen mijn eerste kopje nespresso tapte, kreeg ik na een goeie 5 dagen bijna een overdosis cafeïne in mijn lijf. Ik zit nu nog te stuiteren. De koffie was er gewoon wat aan de waterige kant. Het smaakte ernaar, maar was het net niet.
We gaven er drie concerten, waarvan twee buiten. En bij de twee buiten concerten regende het. Je zou zeggen: wat sneu. Dan speel je voor een leeg plein.
Niets was minder waar. Al ver voor aanvang van de concerten stroomde het plein vol. En als er buien overtrokken, was er niemand die angstig wegrende. Niemand gaf er de b(r)ui aan. Men bleef zitten. Koel, vasthoudend, standvastig. Alsof er niks aan de hand was. Totaal niet genegen om zich door een lullig hoosbuitje weg te laten jagen, trokken mensen poncho's over hun hoofden, staken paraplu's op, of bleven gewoon zitten. Boeide niks. Dat concert wilde men niet missen, punt! Dus zaten wij, wél droog, niet voor lege pleinen, maar voor volle, doorweekte, pleinen te spelen. Kom daar in andere landen maar eens om.
De laatste dag werden we naar Krakau gebracht. We konden in die prachtige stad nog eventjes rondkijken.
Met een klein groepje wilden we aanvankelijk naar een van de Schindler-fabrieken gaan, maar daarvoor waren geen kaartjes meer beschikbaar, dus stapten we (als professionele toeristen) in een electrisch toeristenbusje voor een heuse rondrit door de stad. Mooie en indrukwekkende dingen gezien en gehoord, maar wij zouden geen mannelijke toeristen zijn, als we niet door de vrouwelijke gids af en toe toch wat norsig op onze plek werden gezet. Rechts van ons zaten namelijk twee bloedmooie meiden op de grond prachtige schilderijtjes te maken, maar blijkbaar ging het verhaal over een gebouw aan de linkerkant.
Toen we wat al te enthousiast deze schilderende meiden begroetten, werden we nogal bruusk tot de orde geroepen:"Gentlemen!!! The building is on the left side!!!!". Oeps... "Sorry M'am". En blozend ging de tocht verder.
Toch is me iets opgevallen de laatste weken.
Als je werkt, is je beloning en je waardering, je salaris. Maar het is ook wel goed om af en toe te horen dat het fijn is dat je er bent.
Onze commandant heeft dat goed begrepen. Fijn om te horen dat je welkom bent. Fijn om te horen hoe leuk het was. Te horen hoe mooi hij het vond. Hij schiep, samen met de roadie (die helaas afscheid van ons gaat nemen) de perfecte omstandigheden. Dit tweetal heeft echt goed werk verzet. Dit tweetal heeft ons goed ondersteund, zodat wij alleen nog maar ons werk hoefden te doen. En dan hun enthousiasme horen over onze prestaties, is erg fijn.
Net als onze gastheren. Die elke keer, zonder uitzondering hun waardering uitspraken.
Dat maakt het werken toch net een stukje leuker.
Over tot de orde van de dag. Nog 1 dagje lesgeven, nog wat losse repetities en dan is het zomervakantie. Ook wel lekker, sterker nog: ik verlang ernaar. Want stiekem heb ik mijn vrouw en mijn dochter toch wel heel erg gemist. En, afgaande op de videootjes die ik kreeg, zij mij ook.
Een tripje met onze kapel is wel eens minder leuk geweest. Wel eens minder gezellig en muzikaal minder bevredigend.
Dit concertreisje was in alle opzichten een verfrissing. Een verademing.
Laat ik beginnen met stellen dat ik verbluft ben door de ontdekking dat er collega's zijn die beschikken over onvermoede talenten.
Eervolle vermelding voor vriendjes Jurgen en Kobus (ja, daar zijn ze weer! Nee, niet omdat ze in de kleinste uurtjes ineens boven op mij kwamen liggen!) die ongelooflijk goed verhalen kunnen vertellen. De verhalen zelf kan ik om heel erg diverse redenen niet herhalen, maar ze zorgden er wel voor dat ik nu nog buikpijn heb van het lachen. En op het moment dat we in de lach schoten, bestond er serieus risico op falen van genitale spieren die de urine binnen moesten houden.
Deze verhalen verdienen een podium dat ik ze niet kan geven, omdat het niet mijn verhalen zijn, en ik hoop dat een van deze twee helden ooit de inspiratie krijgen om ze op te schrijven.
Eervolle vermelding ook voor vriendjes Berjan en Robert (het gaat niet chronologisch) voor hun redenaars-talent. Ze kregen een heel orkest stil en aan het brullen van het lachen met hun droge uitspraken en hun mild cynische plagen van orkestleden. En dit zonder uitgesproken lullig te worden of te schofferen. Ook dit is een typisch gevalletje van:"daar had je bij moeten zijn".
En uiteraard hebben we lekker muziek zitten maken.
Kom ik op mezelf uit. Ja, ik ben een getalenteerde muzikant. Maar manmanman, wat ben ik een ongelofelijke zenuwenlijder. Ik moest een klein solootje spelen. En dan zit ik me de 2 of 3 stukken van te voren helemaal op te vreten. Ik voel mijn bakkes droog worden, ik voel hoe mijn rechtervoet (tot terechte irritatie van Martijn) zich onttrekt aan mijn controle en begint te wiebelen. Het zweet begint te stromen uit alle poriën van mijn handen, waardoor ik niet alleen zenuwen heb, maar ook de angst dat mijn trompet uit mijn kleddernatte handen glibbert en mijn maag lijkt zichzelf op te knopen. Voor 3 maal 15 maten! Hoe deed ik dat dan in vredesnaam ook weer op mijn eindexamen (nu toch al weer een slordige 10 jaar geleden)? Ik kan het me werkelijk niet meer voor de geest halen.
Ik zit voor mijn gevoel te stuntelen en te worstelen met mijn mondstuk, mijn trompet, en mijn volronde lijf. WTF?!??! Waar komt dat dan toch vandaan?
Met vriendje Martijn speel ik nu alweer meer dan 10 jaar samen, en ik vroeg hem of ik vroeger ook al zo'n zenuwpees was. En zijn eerlijke antwoord was ja. Dan is dat in elk geval niet veranderd. Of verbeterd.
Nuchter bekeken weet ik dat ik het prima kan spelen. Dat ik me nergens zorgen om moet maken. Maar ja, zie maar eens nuchter te blijven als je adrenaline iets heel anders aan het doen is.
Uiteraard hebben we mooi muziek gemaakt. En uiteraard mag ik me weer verheugen in het feit dat ik in een orkest speel waar er collega's zitten die ongelooflijk goed kunnen soleren of juist ongelooflijk goed kunnen dienen. Waarin we samen een mooi concert neerzetten, waar het publiek en organisatie heel erg enthousiast van werden.
Polen. Een prachtig land. Echt waar. Rijdend in de bus (een heel erg luxe bus, afgestaan door collega's van een van de Poolse militaire orkesten) zagen we hoe mooi de omgeving was. Hoge heuvels (bergen?) bossen, rivieren. Genoten van het uitzicht.
En dat combineren met de haast grenzeloze gastvrijheid. Niet heel erg warm of amicaal, maar wel heel erg vriendelijk.
Het eten was er van hoog niveau. Ze trokken alles uit de kast om het ons naar de zin te maken. En gesmuld hebben we. Plaatselijke kazen en vlezen. Om je vingers bij af te likken. (Een bijzonder detail: een dessert was ons wat vreemd. Het was een soort van spierwit spekvet met bruinige bolletjes erin, nagenoeg smakeloos, en nadat wij in onze onwetendheid er flinke klodders van op ons bord plempten, bleek het toch wat lastig te zijn om het op te eten. Werd helaas ook wat weinig informatie bij gegeven dus de bedoeling ervan bleef ondanks de helder witte kleur, toch wat duister).
De in het zuur gelegde haring met pittige rode uien erin, was geniaal, hoewel bij het ontbijt zelfs mij wat te machtig.
Maar over het eten geen kwaad woord. Polen is culinair gezien best wel een land om eens naartoe te gaan. En het kost er geen drol (gezien het onderwerp, is dat misschien een wat dubieuze opmerking, maar soit).
Als ik dan toch kritisch mag zijn: koffie, dat snappen ze daar niet zo goed. Toen ik vanmorgen mijn eerste kopje nespresso tapte, kreeg ik na een goeie 5 dagen bijna een overdosis cafeïne in mijn lijf. Ik zit nu nog te stuiteren. De koffie was er gewoon wat aan de waterige kant. Het smaakte ernaar, maar was het net niet.
We gaven er drie concerten, waarvan twee buiten. En bij de twee buiten concerten regende het. Je zou zeggen: wat sneu. Dan speel je voor een leeg plein.
Niets was minder waar. Al ver voor aanvang van de concerten stroomde het plein vol. En als er buien overtrokken, was er niemand die angstig wegrende. Niemand gaf er de b(r)ui aan. Men bleef zitten. Koel, vasthoudend, standvastig. Alsof er niks aan de hand was. Totaal niet genegen om zich door een lullig hoosbuitje weg te laten jagen, trokken mensen poncho's over hun hoofden, staken paraplu's op, of bleven gewoon zitten. Boeide niks. Dat concert wilde men niet missen, punt! Dus zaten wij, wél droog, niet voor lege pleinen, maar voor volle, doorweekte, pleinen te spelen. Kom daar in andere landen maar eens om.
De laatste dag werden we naar Krakau gebracht. We konden in die prachtige stad nog eventjes rondkijken.
Met een klein groepje wilden we aanvankelijk naar een van de Schindler-fabrieken gaan, maar daarvoor waren geen kaartjes meer beschikbaar, dus stapten we (als professionele toeristen) in een electrisch toeristenbusje voor een heuse rondrit door de stad. Mooie en indrukwekkende dingen gezien en gehoord, maar wij zouden geen mannelijke toeristen zijn, als we niet door de vrouwelijke gids af en toe toch wat norsig op onze plek werden gezet. Rechts van ons zaten namelijk twee bloedmooie meiden op de grond prachtige schilderijtjes te maken, maar blijkbaar ging het verhaal over een gebouw aan de linkerkant.
Toen we wat al te enthousiast deze schilderende meiden begroetten, werden we nogal bruusk tot de orde geroepen:"Gentlemen!!! The building is on the left side!!!!". Oeps... "Sorry M'am". En blozend ging de tocht verder.
Toch is me iets opgevallen de laatste weken.
Als je werkt, is je beloning en je waardering, je salaris. Maar het is ook wel goed om af en toe te horen dat het fijn is dat je er bent.
Onze commandant heeft dat goed begrepen. Fijn om te horen dat je welkom bent. Fijn om te horen hoe leuk het was. Te horen hoe mooi hij het vond. Hij schiep, samen met de roadie (die helaas afscheid van ons gaat nemen) de perfecte omstandigheden. Dit tweetal heeft echt goed werk verzet. Dit tweetal heeft ons goed ondersteund, zodat wij alleen nog maar ons werk hoefden te doen. En dan hun enthousiasme horen over onze prestaties, is erg fijn.
Net als onze gastheren. Die elke keer, zonder uitzondering hun waardering uitspraken.
Dat maakt het werken toch net een stukje leuker.
Over tot de orde van de dag. Nog 1 dagje lesgeven, nog wat losse repetities en dan is het zomervakantie. Ook wel lekker, sterker nog: ik verlang ernaar. Want stiekem heb ik mijn vrouw en mijn dochter toch wel heel erg gemist. En, afgaande op de videootjes die ik kreeg, zij mij ook.
maandag 3 juli 2017
Huiselijkheid
Vorig jaar, zo rond deze tijd, was ik ineens huiseigenaar. Met een hypotheek op mijn nek van anderhalve ton. (En als je alle kosten meerekent, bijna 2).
Dat ging niet zonder slag of stoot, en tijdens het feestelijke moment van het ondertekenen van de hypotheek en koopcontract was de grote afwezige: IK.
Want doordat banken over het algemeen al niet meer weten wat serviceverlenen of klantvriendelijkheid is, is dat bij het aanvragen van een hypotheek nog veel erger. Dan veranderen banken en hun medewerkers in afgrijselijke hellehonden, die je het liefst standrechtelijk zou executeren, maar dat doe je niet, omdat je dan zeker weet dat je geen hypotheek meer nodig hebt.
Ondergetekende zat op dat moment met een clubje muzikanten op Curacao. (Dat was al gepland, en mijn baas kon geen rekening houden met nodeloos dwarsliggende kutbanken, zelfs niet als het een door de staat omhooggehouden ABN is). Maar goed, Curacao is ook niet verkeerd.
Inmiddels zijn we een jaar verder, hebben we de eerste lekkage in huis al gehad, en had ik al gemopperd over de aanwezigheid van vele mieren? Nou, die beesten hebben dus ergens een ingang naar binnen gevonden, dus ook dat moest even gerepareerd worden. Want ondanks dat Jente "miethus", of "spinnuthus" wel heel interessant vindt, vond ze deze invasie toch wat griezelig. En ik vond het ronduit intimiderend. Dus opzuigen en alle gaten gedicht waar ik ze uit zag komen. (Dat was er maar één, maar voor de zekerheid hebben we alles tegen de buitenmuur maar opnieuw gekit en gevoegd, want anders blijf je die krengen doodtrappen, en daar heb ik geen zin in. Maakt toch wat vieze vlekken op de smetteloos (ahum) witte vloer.
Inmiddels zijn zowel voor-als achtertuin begaanbaar (en de voortuin zelfs mooi) gemaakt, en staat de volgende klus al op de planning.
Het schilderen van kozijnen en ramen. Ook dat heb ik nog nooit gedaan, maar "as we speak" hebben we besloten dat de ramen een "lime-groene" kleur krijgen, en de kozijnen "appel-wit".
Dat "lime-groen" is een kleur die dus een beetje richting de binnenkant van een limoen gaat, maar dan wat chemisch versterkt of zo, en dat "appel-wit" lijkt dus (niet heel verbazend) op de "wit-groen-gelige" binnenkant van een appel.
Wie dit verzonnen heeft, weet ik niet, maar ik vond de kleuren erg leuk. In de winkel. En omdat de hele omgeving in een nogal comformistisch ingestelde staat is, met allemaal bruine, rode en blauwe tinten, vond ik "lime-groen" en "appel-wit" wel lekker verfrissend. Je stapt mijn tuin binnen, en het voelt gewoon alsof je een slok fris-koele spa limoen en een vleugje appel drinkt.
Ik stel me zo voor dat ik dus bij de Gamma de juiste hoeveelheid verf koop, en dan maar aan de schuur en aan de kwast ga. Geholpen door Jente die overal haar neus, en vooral vingers in wil stoppen. Misschien toch maar een litertje extra kopen.
Dat schuren dient ook op de bovenverdieping te gebeuren. En laat ik het nu net niet zo op hoogte hebben. Integendeel. Ik zie mezelf al woest met een schuurpapier tekeer gaan, op die wankele ladder, in de hoop dat die blijft staan. Dat ik als een soort van Lambik onderuit ga, en met een emmer (dure) verf omgekeerd op mijn hoofd tegen de vlakte ga. Of dat ik na het kwasten tevreden naar binnen ga om daar te ontdekken dat Jente de pot verf ook te grazen genomen heeft, en vond dat de piano, de secretaire, de tv, de vloer gedeeltelijk, de keuken en de met mooie glazen ruitjes bedekte binnendeur wel wat meer kleur konden gebruiken. Ik ben dus al hard aan het oefenen op kind-verantwoord vloeken, schelden en tieren.
Zul je zien: hebben we de boel net geverfd, krijg je een paar van die huismusserige lieden van de welstandscommissie op bezoek. Als enige huis in de straat een andere kleur, is natuurlijk wat uitdagend te noemen. Maar aangezien we niet in de regenboog buurt wonen (dat is een buurt met allemaal straten vernoemd naar kleuren, en waar je dus niet in de Groenstraat je huis blauw mag verven. En dát snap ik dan wél weer, want een rood huis in de Witstraat is vragen om ongewenste bezoeken van het rode kruis, en los daarvan: het ziet er niet uit. Onze buurt echter is een schildersbuurt, dus dan denk ik juist weer dat meneer Jan van Goyen het juist retecool zou vinden), hoop ik dat het wel meevalt. Ten slotte vind ik wel dat als je een huis koopt voor meer dan een ton, dat je dan ook zelf mag beslissen welke kleur je erop smeert. Maar je weet het maar nooit, met ambtenaren.
Maar goed, dat is dus niet voor vandaag, want eind van deze week laat ik heel mijn hebben en houwen achter om 3 concerten te gaan geven in Polen.
Dat is heel leuk, want in Polen ben ik al wel eens geweest, maar voor zover mijn geheugen nu opfrist, ben ik nog nooit in Krakau geweest, en dat schijnt een heel mooie stad te zijn.
Om eventuele jaloezie voor te zijn: ja, net als op Curacao, ga ik ook in Polen weer foto's maken. Ten slotte: de omgeving schijnt er best leuk te zijn, en we hebben best wel wat vrije tijd. Ilse hoeft zich dit keer geen zorgen te maken; ik begreep dat de vrouwen in Polen niet veel soeps zijn. (Nu hoeft Ilse zich wat dat betreft sowieso geen zorgen te maken, want ik ben zo trouw als een hond).
Gelukkig is er verder niks dat hoeft. Er hoeft niet verhuisd te worden. Er hoeft niks ondertekend te worden. Er hoeft alleen maar gewerkt te worden. En uiteraard voor onze steeds groter wordende dochter te zorgen. Ze is inmiddels uit haar eerste paar Adidas-sneakers gegroeid. Dit schijn je te ontdekken doordat ze dan ineens veel frequenter op hun snuit vallen. Op zich voor mij, met mijn wat donkerbruine gevoel voor humor wel leuk. Een vallend mens is altijd een klein feestje voor het oog, en omdat ikzelf ook vrij vaak en lomp dreig te vallen, vind ik het helemaal niet erg als een ander het overkomt, want dan kan ik ook wat lachen. Maar omdat Ilse (en, vooruit ik ook wel een beetje) het wat sneu vond om Jente geen grotere schoenen te geven alleen voor mijn plezier, moet ze dus toch nieuwe schoenen. Die koop je.
Maar aangezien Ilse van het zelf maken van kleren is, en ik van het zelf maken van speelgoed en andere dingen, vrees ik nu al dat Jente straks trauma's heeft van oh-zo-snoezige-zelfmaak-kleedjes en prachtig handgemaakt houten speelgoed waar de splinters niet alleen buitengewoon pijnlijk zijn voor Jente, maar ronduit dodelijk voor de kindertjes die het gore lef hadden, die speeltjes van Jente af te pakken.
Dat ging niet zonder slag of stoot, en tijdens het feestelijke moment van het ondertekenen van de hypotheek en koopcontract was de grote afwezige: IK.
Want doordat banken over het algemeen al niet meer weten wat serviceverlenen of klantvriendelijkheid is, is dat bij het aanvragen van een hypotheek nog veel erger. Dan veranderen banken en hun medewerkers in afgrijselijke hellehonden, die je het liefst standrechtelijk zou executeren, maar dat doe je niet, omdat je dan zeker weet dat je geen hypotheek meer nodig hebt.
Ondergetekende zat op dat moment met een clubje muzikanten op Curacao. (Dat was al gepland, en mijn baas kon geen rekening houden met nodeloos dwarsliggende kutbanken, zelfs niet als het een door de staat omhooggehouden ABN is). Maar goed, Curacao is ook niet verkeerd.
Inmiddels zijn we een jaar verder, hebben we de eerste lekkage in huis al gehad, en had ik al gemopperd over de aanwezigheid van vele mieren? Nou, die beesten hebben dus ergens een ingang naar binnen gevonden, dus ook dat moest even gerepareerd worden. Want ondanks dat Jente "miethus", of "spinnuthus" wel heel interessant vindt, vond ze deze invasie toch wat griezelig. En ik vond het ronduit intimiderend. Dus opzuigen en alle gaten gedicht waar ik ze uit zag komen. (Dat was er maar één, maar voor de zekerheid hebben we alles tegen de buitenmuur maar opnieuw gekit en gevoegd, want anders blijf je die krengen doodtrappen, en daar heb ik geen zin in. Maakt toch wat vieze vlekken op de smetteloos (ahum) witte vloer.
Inmiddels zijn zowel voor-als achtertuin begaanbaar (en de voortuin zelfs mooi) gemaakt, en staat de volgende klus al op de planning.
Het schilderen van kozijnen en ramen. Ook dat heb ik nog nooit gedaan, maar "as we speak" hebben we besloten dat de ramen een "lime-groene" kleur krijgen, en de kozijnen "appel-wit".
Dat "lime-groen" is een kleur die dus een beetje richting de binnenkant van een limoen gaat, maar dan wat chemisch versterkt of zo, en dat "appel-wit" lijkt dus (niet heel verbazend) op de "wit-groen-gelige" binnenkant van een appel.
Wie dit verzonnen heeft, weet ik niet, maar ik vond de kleuren erg leuk. In de winkel. En omdat de hele omgeving in een nogal comformistisch ingestelde staat is, met allemaal bruine, rode en blauwe tinten, vond ik "lime-groen" en "appel-wit" wel lekker verfrissend. Je stapt mijn tuin binnen, en het voelt gewoon alsof je een slok fris-koele spa limoen en een vleugje appel drinkt.
Ik stel me zo voor dat ik dus bij de Gamma de juiste hoeveelheid verf koop, en dan maar aan de schuur en aan de kwast ga. Geholpen door Jente die overal haar neus, en vooral vingers in wil stoppen. Misschien toch maar een litertje extra kopen.
Dat schuren dient ook op de bovenverdieping te gebeuren. En laat ik het nu net niet zo op hoogte hebben. Integendeel. Ik zie mezelf al woest met een schuurpapier tekeer gaan, op die wankele ladder, in de hoop dat die blijft staan. Dat ik als een soort van Lambik onderuit ga, en met een emmer (dure) verf omgekeerd op mijn hoofd tegen de vlakte ga. Of dat ik na het kwasten tevreden naar binnen ga om daar te ontdekken dat Jente de pot verf ook te grazen genomen heeft, en vond dat de piano, de secretaire, de tv, de vloer gedeeltelijk, de keuken en de met mooie glazen ruitjes bedekte binnendeur wel wat meer kleur konden gebruiken. Ik ben dus al hard aan het oefenen op kind-verantwoord vloeken, schelden en tieren.
Zul je zien: hebben we de boel net geverfd, krijg je een paar van die huismusserige lieden van de welstandscommissie op bezoek. Als enige huis in de straat een andere kleur, is natuurlijk wat uitdagend te noemen. Maar aangezien we niet in de regenboog buurt wonen (dat is een buurt met allemaal straten vernoemd naar kleuren, en waar je dus niet in de Groenstraat je huis blauw mag verven. En dát snap ik dan wél weer, want een rood huis in de Witstraat is vragen om ongewenste bezoeken van het rode kruis, en los daarvan: het ziet er niet uit. Onze buurt echter is een schildersbuurt, dus dan denk ik juist weer dat meneer Jan van Goyen het juist retecool zou vinden), hoop ik dat het wel meevalt. Ten slotte vind ik wel dat als je een huis koopt voor meer dan een ton, dat je dan ook zelf mag beslissen welke kleur je erop smeert. Maar je weet het maar nooit, met ambtenaren.
Maar goed, dat is dus niet voor vandaag, want eind van deze week laat ik heel mijn hebben en houwen achter om 3 concerten te gaan geven in Polen.
Dat is heel leuk, want in Polen ben ik al wel eens geweest, maar voor zover mijn geheugen nu opfrist, ben ik nog nooit in Krakau geweest, en dat schijnt een heel mooie stad te zijn.
Om eventuele jaloezie voor te zijn: ja, net als op Curacao, ga ik ook in Polen weer foto's maken. Ten slotte: de omgeving schijnt er best leuk te zijn, en we hebben best wel wat vrije tijd. Ilse hoeft zich dit keer geen zorgen te maken; ik begreep dat de vrouwen in Polen niet veel soeps zijn. (Nu hoeft Ilse zich wat dat betreft sowieso geen zorgen te maken, want ik ben zo trouw als een hond).
Gelukkig is er verder niks dat hoeft. Er hoeft niet verhuisd te worden. Er hoeft niks ondertekend te worden. Er hoeft alleen maar gewerkt te worden. En uiteraard voor onze steeds groter wordende dochter te zorgen. Ze is inmiddels uit haar eerste paar Adidas-sneakers gegroeid. Dit schijn je te ontdekken doordat ze dan ineens veel frequenter op hun snuit vallen. Op zich voor mij, met mijn wat donkerbruine gevoel voor humor wel leuk. Een vallend mens is altijd een klein feestje voor het oog, en omdat ikzelf ook vrij vaak en lomp dreig te vallen, vind ik het helemaal niet erg als een ander het overkomt, want dan kan ik ook wat lachen. Maar omdat Ilse (en, vooruit ik ook wel een beetje) het wat sneu vond om Jente geen grotere schoenen te geven alleen voor mijn plezier, moet ze dus toch nieuwe schoenen. Die koop je.
Maar aangezien Ilse van het zelf maken van kleren is, en ik van het zelf maken van speelgoed en andere dingen, vrees ik nu al dat Jente straks trauma's heeft van oh-zo-snoezige-zelfmaak-kleedjes en prachtig handgemaakt houten speelgoed waar de splinters niet alleen buitengewoon pijnlijk zijn voor Jente, maar ronduit dodelijk voor de kindertjes die het gore lef hadden, die speeltjes van Jente af te pakken.
zondag 25 juni 2017
Van alles veel...
Sinds ik netflix heb, kijk ik zelden nog tv. Het is zelfs zó erg, dat ik me afvraag of ik het huidige contract bij vodaphone T-mobile moet handhaven (ik moet heel even kijken welke het nu is, want er zijn wat wisselingen geweest). Ten slotte moet je niet iets kopen als je het niet gebruikt.
Daarom "mis" ik ook alle reclames, waar mensen oprecht ongelooflijk het land aan hebben of juist heel komisch vinden.
Zalando. Een van die ongelooflijk irritante reclames. Huisvrouw bestelt voor de 300.000ste keer totaal onnodige kleedjes, en komt krijsend klaar als de pukkelige en sukkelige bezorger aan de deur staat. Vooral ook omdat die gillende huisvrouw op de een of andere manier er blijkbaar voor zorgde dat de tv vliegensvlug zachter gezet moest worden, om te voorkomen dat de buren wel heel rare gedachten zouden krijgen.
Toen ik hem voor de eerste keer zag, zwoer ik plechtig dat ik nooit, maar dan ook echt helemaal nooit er ook maar een schoenveter zou bestellen. Ilse deed even plechtig mee met deze belofte.
Hahahahahahahaha!!!! Dussss.....
Die reclame was dus compleet weggezakt. En omdat ik vond dat ik nieuwe schoenen nodig had (de "oude" begonnen 2 maanden na aankoop gaten te vertonen, en uiteraard gooide ik het bonnetje te vroeg weg, want als ik alle bonnetjes moet bewaren, loopt mijn huis nóg sneller vol met teringzooi waarvoor we toch al te weinig energie hebben om het op te ruimen, maar goed, hele eigen schuld, domme dikke bult, ik moet gewoon bonnetjes sparen tot ik een complete oud papier uitdragerij kan beginnen, vrees ik) bestelde ik nieuwe All-Stars bij zalando.
Met dat ik op het knopje 'afrekenen' klikte in Ideal, realiseerde ik me dus ineens weer dat ik zo de schurft had aan die reclame. Te laat. Blijmoedig liet Ideal zien dat de betaling geslaagd was.
Dus kon ik de komende drie dagen mezelf voorbereiden op een pukkelige bezorgsukkel, die zich waarschijnlijk al niet meer uit het veld zou laten slaan als er een hysterisch krijsend wijf op hem af zou denderen, niet voor hemzelf, maar voor die eerder genoemde nutteloze kleedjes.
Goden zij dank: geen sukkelige bezorger, maar onze eigen pakketbezorger bracht mijn nieuwe paar schoenen.
Ik lees veel klachten over slecht functionerende bezorgers. Alles van bewust jongleren met pakketjes of gewoon liegen dat ze aan de deur waren en meer van dat soort ongein.
Over onze bezorger niets dan lof. De man doet voorzichtig met pakketjes, rijdt keurig netjes en rustig door de straat en is heel vriendelijk en vrolijk.
Ik moet zeggen dat ik iets van teleurstelling op zijn gezicht zag toen hij dit zalando pakketje op mijn naam, aan mij overhandigde. Zou hij net zo de pest hebben aan die zalando reclame en het dus schokkend vinden dat een mede-man er tóch zijn schoenen bestelt, of had hij stiekem gehoopt dat er een orgastisch krijsende vrouw op hem af zou stormen?
Gisteren was het weer de jaarlijkse verering voor de Veteraan. Dat betekent in ons geval een paar kilometer door het centrum van Den Haag banjeren, tussen pelotons van diverse actieve en niet meer actieve veteranen. En uiteraard altijd gezellig even bijkletsen met de leukste collega's uit diverse krijgsmacht-delen.
Om daar te komen, besloot ik te carpoolen met een collega, en dat zouden we doen vanaf het welbekende punt in De Meern. Ik was er al wat vroeger, en kon dus optimaal genieten van de toch wat aggenebbis-achtige omgeving. Gaten in de parkeerplaats waar een complete Citroën C1 in zou verdwijnen. Ratten zo groot als katten die er tussen alle achteloos weggeflikkerde rotzooi snuffelen. En snerpende Hondaatjes Civics, waarvan de eigenaar (het obligate petje op het lege hoofd) heel comfortabel geleund over hun versnellingspook doelloos rondjes rijden.
Een paar minuutjes later arriveerde er een man die wat rond een cabrioletje begon te drentelen. Gestart kreeg hij hem niet. Na een paar rondjes rond zijn dooie peugeot, vatte hij de moed om mij aan te spreken. Of ik hem start-hulp kon geven. Nu ben ik wél vaak maar niet altijd de lulligste, dus ik wilde best even assisteren.
Ik plaatste mijn auto in de juiste positie, ontsloot mijn motorkap, en vervolgens kon ik alleen maar in opperste verbijstering toekijken. De man had mijn motorkap omhoog, nog voor ik de kans had om uit te stappen, en de kabels aangesloten, nog voor ik kon controleren of het allemaal wel goed ging.
En goed ging het niet.
Want de sukkel had zijn MIN-pool op mijn PLUS-pool aangesloten. Toen hij zijn fout zag en wilde herstellen, vlogen de vonken letterlijk zijn mouw in.
Als de man daar ter plekke geëlektrocuteerd was, had ik toch best wel het een en ander uit te leggen gehad. Want het staat nogal slordig om een dode man voor mijn motorkap te laten liggen, omdat ik aan het veteranendefilé moest deelnemen.
De bezuinigingen bij Defensie worden op steeds meer fronten voelbaar. Niet alleen is het gereedschap waar militairen mee moeten werken niet meer in grote getale aanwezig, ook de lunchpakketten worden steeds maar sleetser en leger.
Waar we 10 jaar geleden nog een lunchpakket kregen met 2 broodjes, een krentenbol, een appel, een mars-reep en een pakje drinken, was dat 5 jaar geleden 2 broodjes, een krentenbol, een marsreep en een pakje drinken. 2 jaar geleden werd de marsreep verbannen, en nu zijn we op het punt beland dat we onze lege magen moeten vullen met 2 broodjes. Maar dat zal onze pis niet lauw maken. Vol overtuiging hebben we de meest gave marsen gespeeld. Heel Den Haag mocht het horen. En heeft het waarschijnlijk ook gehoord.
We gaan alweer zo zoetjes aan naar het einde van het seizoen. Dat betekent dat ik toch weer trots mag terugkijken op een aantal hele toffe dingen. CD-opnames die goed gaan, leuke concerten die ik heb mogen geven, en weer twee leerlingen die geslaagd zijn voor hun examen. Goed werk geleverd door de beide dames, maar (en niet geheel onbelangrijk) ook door hun docent (ondergetekende dus).
De tijd breekt dus weer aan om lekker op het gemakje andere dingen te gaan doen. Kleuren uitkiezen voor de kozijnen en ramen, de buitenkant schilderen, de tuin achter op orde maken en eindelijk mijn kapstok te bouwen.
Maar eerst netjes het seizoen afronden. Dat wil zeggen: de leerlingen van een collega door examens loodsen, nog 2 weken zelf lesgeven, nog een paar cd-opnames, een paar concerten en dan mag de trompet zijn hokje in.
Ook wel fijn, zo af en toe.
Daarom "mis" ik ook alle reclames, waar mensen oprecht ongelooflijk het land aan hebben of juist heel komisch vinden.
Zalando. Een van die ongelooflijk irritante reclames. Huisvrouw bestelt voor de 300.000ste keer totaal onnodige kleedjes, en komt krijsend klaar als de pukkelige en sukkelige bezorger aan de deur staat. Vooral ook omdat die gillende huisvrouw op de een of andere manier er blijkbaar voor zorgde dat de tv vliegensvlug zachter gezet moest worden, om te voorkomen dat de buren wel heel rare gedachten zouden krijgen.
Toen ik hem voor de eerste keer zag, zwoer ik plechtig dat ik nooit, maar dan ook echt helemaal nooit er ook maar een schoenveter zou bestellen. Ilse deed even plechtig mee met deze belofte.
Hahahahahahahaha!!!! Dussss.....
Die reclame was dus compleet weggezakt. En omdat ik vond dat ik nieuwe schoenen nodig had (de "oude" begonnen 2 maanden na aankoop gaten te vertonen, en uiteraard gooide ik het bonnetje te vroeg weg, want als ik alle bonnetjes moet bewaren, loopt mijn huis nóg sneller vol met teringzooi waarvoor we toch al te weinig energie hebben om het op te ruimen, maar goed, hele eigen schuld, domme dikke bult, ik moet gewoon bonnetjes sparen tot ik een complete oud papier uitdragerij kan beginnen, vrees ik) bestelde ik nieuwe All-Stars bij zalando.
Met dat ik op het knopje 'afrekenen' klikte in Ideal, realiseerde ik me dus ineens weer dat ik zo de schurft had aan die reclame. Te laat. Blijmoedig liet Ideal zien dat de betaling geslaagd was.
Dus kon ik de komende drie dagen mezelf voorbereiden op een pukkelige bezorgsukkel, die zich waarschijnlijk al niet meer uit het veld zou laten slaan als er een hysterisch krijsend wijf op hem af zou denderen, niet voor hemzelf, maar voor die eerder genoemde nutteloze kleedjes.
Goden zij dank: geen sukkelige bezorger, maar onze eigen pakketbezorger bracht mijn nieuwe paar schoenen.
Ik lees veel klachten over slecht functionerende bezorgers. Alles van bewust jongleren met pakketjes of gewoon liegen dat ze aan de deur waren en meer van dat soort ongein.
Over onze bezorger niets dan lof. De man doet voorzichtig met pakketjes, rijdt keurig netjes en rustig door de straat en is heel vriendelijk en vrolijk.
Ik moet zeggen dat ik iets van teleurstelling op zijn gezicht zag toen hij dit zalando pakketje op mijn naam, aan mij overhandigde. Zou hij net zo de pest hebben aan die zalando reclame en het dus schokkend vinden dat een mede-man er tóch zijn schoenen bestelt, of had hij stiekem gehoopt dat er een orgastisch krijsende vrouw op hem af zou stormen?
Gisteren was het weer de jaarlijkse verering voor de Veteraan. Dat betekent in ons geval een paar kilometer door het centrum van Den Haag banjeren, tussen pelotons van diverse actieve en niet meer actieve veteranen. En uiteraard altijd gezellig even bijkletsen met de leukste collega's uit diverse krijgsmacht-delen.
Om daar te komen, besloot ik te carpoolen met een collega, en dat zouden we doen vanaf het welbekende punt in De Meern. Ik was er al wat vroeger, en kon dus optimaal genieten van de toch wat aggenebbis-achtige omgeving. Gaten in de parkeerplaats waar een complete Citroën C1 in zou verdwijnen. Ratten zo groot als katten die er tussen alle achteloos weggeflikkerde rotzooi snuffelen. En snerpende Hondaatjes Civics, waarvan de eigenaar (het obligate petje op het lege hoofd) heel comfortabel geleund over hun versnellingspook doelloos rondjes rijden.
Een paar minuutjes later arriveerde er een man die wat rond een cabrioletje begon te drentelen. Gestart kreeg hij hem niet. Na een paar rondjes rond zijn dooie peugeot, vatte hij de moed om mij aan te spreken. Of ik hem start-hulp kon geven. Nu ben ik wél vaak maar niet altijd de lulligste, dus ik wilde best even assisteren.
Ik plaatste mijn auto in de juiste positie, ontsloot mijn motorkap, en vervolgens kon ik alleen maar in opperste verbijstering toekijken. De man had mijn motorkap omhoog, nog voor ik de kans had om uit te stappen, en de kabels aangesloten, nog voor ik kon controleren of het allemaal wel goed ging.
En goed ging het niet.
Want de sukkel had zijn MIN-pool op mijn PLUS-pool aangesloten. Toen hij zijn fout zag en wilde herstellen, vlogen de vonken letterlijk zijn mouw in.
Als de man daar ter plekke geëlektrocuteerd was, had ik toch best wel het een en ander uit te leggen gehad. Want het staat nogal slordig om een dode man voor mijn motorkap te laten liggen, omdat ik aan het veteranendefilé moest deelnemen.
De bezuinigingen bij Defensie worden op steeds meer fronten voelbaar. Niet alleen is het gereedschap waar militairen mee moeten werken niet meer in grote getale aanwezig, ook de lunchpakketten worden steeds maar sleetser en leger.
Waar we 10 jaar geleden nog een lunchpakket kregen met 2 broodjes, een krentenbol, een appel, een mars-reep en een pakje drinken, was dat 5 jaar geleden 2 broodjes, een krentenbol, een marsreep en een pakje drinken. 2 jaar geleden werd de marsreep verbannen, en nu zijn we op het punt beland dat we onze lege magen moeten vullen met 2 broodjes. Maar dat zal onze pis niet lauw maken. Vol overtuiging hebben we de meest gave marsen gespeeld. Heel Den Haag mocht het horen. En heeft het waarschijnlijk ook gehoord.
We gaan alweer zo zoetjes aan naar het einde van het seizoen. Dat betekent dat ik toch weer trots mag terugkijken op een aantal hele toffe dingen. CD-opnames die goed gaan, leuke concerten die ik heb mogen geven, en weer twee leerlingen die geslaagd zijn voor hun examen. Goed werk geleverd door de beide dames, maar (en niet geheel onbelangrijk) ook door hun docent (ondergetekende dus).
De tijd breekt dus weer aan om lekker op het gemakje andere dingen te gaan doen. Kleuren uitkiezen voor de kozijnen en ramen, de buitenkant schilderen, de tuin achter op orde maken en eindelijk mijn kapstok te bouwen.
Maar eerst netjes het seizoen afronden. Dat wil zeggen: de leerlingen van een collega door examens loodsen, nog 2 weken zelf lesgeven, nog een paar cd-opnames, een paar concerten en dan mag de trompet zijn hokje in.
Ook wel fijn, zo af en toe.
zondag 18 juni 2017
Gemier en over slapen.
De laatste paar weken was ik niet helemaal mezelf. Ik denk dat ik rare dingen heb gezegd, dat ik minder toegankelijk was. Dat ik somberder was. Prikkelbaarder. Kon minder hebben.
Ook mijn ochtendritueel (in alle stilte en rust koffie drinken een peukje, even genieten van de rust voor dat de besognes van alle dag beginnen) had steeds meer ruimte en tijd nodig. Ik had meer ruimte en tijd nodig om me weer mens te voelen.
Ik voelde me ook vermoeider dan normaal. Ik weet dit in eerste instantie aan het feit dat het bijna zomervakantie is, het seizoen zit er bijna op. Veel gedaan, dus rust is nodig. En het is me nogal een seizoen geweest...
Tot ik op een gegeven moment mijn bed instapte, mijn masker op wilde zetten en me realiseerde dat het al de 4e keer was, dat ik dat masker moest verstellen om goed te passen.
Ik bedacht me toen dat ik jaarlijks een nieuw masker en slang moet bestellen, want die dingen hebben een beperkte houdbaarheidsdatum. De banden van het masker gaan uitlubberen. De klittenband-bevestiging wordt sleets, de siliconen randen die op je gezicht zitten worden minder flexibel.
Alsof het masker mijn overpeinzing aanvoelde, ging het nog meer lekken dan het al deed.
Gelijk de volgende ochtend een nieuw masker besteld. Gelukkig heb ik een uitgebreide zorgverzekering, dus de volgende dag kwam er per post een mooi, lief, fijn en levensreddend nieuw masker binnen. Ik zou weer helemaal fris en fruitig worden. Of in elk geval: zo fris en fruitig als met mijn zieltje mogelijk is.
Groot was dus ook de teleurstelling toen bleek dat er toch wel een paar kleine mis-fits (letterlijk) waren bij mijn nieuwe masker.
Ten eerste kreeg ik de slang niet goed aan het masker bevestigd. Met geen mogelijkheid kreeg ik die slang tot aan het eindpunt geschoven. Tot het naadje gegaan. De grens waar lompheid aan grof geweld grenst heb ik bereikt, maar helemaal dicht, ging hij niet. Ik heb het gebruik van een rubber hamer overwogen, maar het is wél een fragiel medisch hulpmiddel, en ik kan me niet voorstellen dat de fabrikant het zo bedoelt heeft. Maar ja, aan de andere kant: ik kan me ook niet voorstellen dat de fabrikant tevreden zou zijn met een maandag-morgen-model.
Toch maar kijken of het met wat kunst- en vliegwerk zou functioneren.
Na slechts één nacht bleek dat dus helaas niet zo te zijn.
De slang naar mijn masker liet vaker los dan op de vingers van één hand te tellen zijn. En dat resulteerde erin dat Ilse een permanent in haar haren geblazen kreeg. Zit best flink wat druk achter...
En als die slang om wat voor reden dan ook wél bleef zitten, bleek dat oh-zo-nieuwe-fijne-en-lieve masker te lekken. Bij mijn neus, recht omhoog. Een klein, fel, straaltje recht mijn oog in.
Zie dan maar eens te slapen.
Met zulke kleredingen heb je geen vijanden meer nodig.
Gelukkig was de meneer van de leverancier meedenkend, en die zou meteen een ander masker opsturen. De meneer werd zelfs helemaal opgetogen toen ik voorstelde om het masker dat ik had gekregen, terug te sturen voor onderzoek.
Inmiddels gebruik ik het nieuwe nieuwe masker alweer een paar dagen, en ik word weer lekker fris en fruitig (again: voor zover het kan) wakker. Ik ben minder prikkelbaar en zeg minder rare dingen (alles is relatief, natuurlijk).
Maar het is wel een griezelig, sluipend proces. Je realiseert je pas achteraf hoe erg het was. Pas als je weer normaal functioneert, je normaal geslapen hebt en écht tot rust bent gekomen, hoezeer het "mis" was.
Zoals (neem ik aan) wel meer mensen met een tuin, hebben wij wat levende dieren rondlopen.
Sowieso een stel katten, die al dan niet van ons zijn, maar ook wat kruipende beesten met meer dan 4 poten.
Allemaal geen bezwaar. Sterker nog: al dat levende kleine grut heeft van ons een heus "insectenhotel" gekregen. Een van goedkope stukjes rest-hout in elkaar geflanst huisachtig ding, waar het volgens de makers helemaal ultiem ontspannen genieten is, voor de kleinste bewoners van uw tuin.
Ja. Het ding hangt er nu een paar weken, en de enige activiteit die ik heb waargenomen, is dat de bamboe stokjes, welke deel uit maken van dit vernuftig staaltje commercie, gevuld zijn met zand. Maar levende wezens zien we er geen gebruik van maken.
Die levende wezens maken mij wel het leven zuur onder de tegels in de achtertuin. Mieren.
Op zich heb ik geen grote hekel aan mieren. Mijn enige (onterechte?) angst is dat die mieren zo hard aan de slag gaan, dat niet alleen de tuintegels verzakken, maar dat straks ons hele huis in een mierenhoop wegzakt.
Tel daarbij op dat Jente op een gegeven moment helemaal in paniek raakte toen ze een miertje wilde oppakken (ze werd bij die gelegenheid letterlijk besprongen door een hele horde van die kleine rotzakjes), en je kunt je voorstellen dat ik niet gelukkig ben met de kolonies die zich hier gevestigd hebben.
In eerste instantie gingen we voor een miervriendelijke oplossing. Gif waarvan ze niet doodgaan, maar alleen gedesorienteerd raken, en hun huis niet meer terug kunnen vinden.
Een aanfluiting, want ze nestelen gewoon 3 tegels verderop.
Goed, dat werkte dus niet. Dan maar een wat minder vriendelijke oplossing: gewoon ouderwets, dodelijk mierengif.
Dat gif had een ongelooflijk vrolijk roze kleurtje. Als je niet beter wist, zou je zweren dat het dat knetterkauwgum was, uit de jaren '80. Dat spul dat zo lekker knetterde in je mond, als je er flink veel kwijl bij deed.
Maar dan dus giftig. Minder prettig spul, want Jente vond het maar een machtig mooi spulletje.
Maar ook dit hielp niet. Die mierenkrengen, tuffen er eens op, bouwen hun nest een deurtje verder, en leven opgewekt door.
Ik zat vanmorgen in alle godsvroegte (blijft toch lekker, dat kleine uurtje alleen, zo in de vroege morgen) buiten een sigaretje weg te zuigen, samen met een kopje koffie, en toen zag ik dus die rottige mieren rondparaderen. Gewoon respectloos, zoals die beesten het verrekken om dood te gaan, terwijl ik dat wél wil.
Dus besloot ik tot wat krassere maatregelen. Ik stiefelde op mijn slippertjes naar binnen, deed de waterkoker tot de nok toe vol, en bracht het aan de kook.
De ervaring leerde me namelijk in de voortuin, dat je mieren ook met een soldeerbrander te lijf kan gaan. Heerlijk gevoel, als je maandenlang aan moet kijken tegen verzakte tegels, met die pesterige pleurismieren, en dat je dan die witte poppen hoort ploppen in de vlammen alsof het popcorn is dat je maakt.
Maar de achtertuin-tegels vormen nog een terrasje, en omdat ik nog geen zin had om dat allemaal uit te scheppen, leek mij kokend water ook wel een goeie optie.
Hoppa! 3 kannen kokend water in die nesten gedonderd en tot nu toe (we leven inmiddels 6,5 uur verder) geen overmatige activiteit te bespeuren.
Begrijp me niet verkeerd: ik heb en sich niks tegen mieren, heus. En ik ben ook niet overmatig sadistisch of psychopatisch aangelegd, maar als ze niet wensen te verkassen (gif 1) niet wensen dood te gaan (gif 2) dan moeten er andere maatregelen getroffen worden.
Ik heb begrepen dat er in de buurt een aantal tijdelijke woningen worden geplaatst voor de aller-kansloosten van de maatschappij. Criminelen, tokkies, junks. Die overal ellende veroorzaken, en dus maar hier in containers worden gedumpt.
Misschien moet ik, als die mieren nog eens terugkeren, ze gewoon daar uitzetten.
Hebben ze in elk geval een vorm van dagbesteding die voorkomt dat ze hun criminele/kansloze/drugs driften al te zeer in deze verder nette buurt gaan botvieren.
Ook mijn ochtendritueel (in alle stilte en rust koffie drinken een peukje, even genieten van de rust voor dat de besognes van alle dag beginnen) had steeds meer ruimte en tijd nodig. Ik had meer ruimte en tijd nodig om me weer mens te voelen.
Ik voelde me ook vermoeider dan normaal. Ik weet dit in eerste instantie aan het feit dat het bijna zomervakantie is, het seizoen zit er bijna op. Veel gedaan, dus rust is nodig. En het is me nogal een seizoen geweest...
Tot ik op een gegeven moment mijn bed instapte, mijn masker op wilde zetten en me realiseerde dat het al de 4e keer was, dat ik dat masker moest verstellen om goed te passen.
Ik bedacht me toen dat ik jaarlijks een nieuw masker en slang moet bestellen, want die dingen hebben een beperkte houdbaarheidsdatum. De banden van het masker gaan uitlubberen. De klittenband-bevestiging wordt sleets, de siliconen randen die op je gezicht zitten worden minder flexibel.
Alsof het masker mijn overpeinzing aanvoelde, ging het nog meer lekken dan het al deed.
Gelijk de volgende ochtend een nieuw masker besteld. Gelukkig heb ik een uitgebreide zorgverzekering, dus de volgende dag kwam er per post een mooi, lief, fijn en levensreddend nieuw masker binnen. Ik zou weer helemaal fris en fruitig worden. Of in elk geval: zo fris en fruitig als met mijn zieltje mogelijk is.
Groot was dus ook de teleurstelling toen bleek dat er toch wel een paar kleine mis-fits (letterlijk) waren bij mijn nieuwe masker.
Ten eerste kreeg ik de slang niet goed aan het masker bevestigd. Met geen mogelijkheid kreeg ik die slang tot aan het eindpunt geschoven. Tot het naadje gegaan. De grens waar lompheid aan grof geweld grenst heb ik bereikt, maar helemaal dicht, ging hij niet. Ik heb het gebruik van een rubber hamer overwogen, maar het is wél een fragiel medisch hulpmiddel, en ik kan me niet voorstellen dat de fabrikant het zo bedoelt heeft. Maar ja, aan de andere kant: ik kan me ook niet voorstellen dat de fabrikant tevreden zou zijn met een maandag-morgen-model.
Toch maar kijken of het met wat kunst- en vliegwerk zou functioneren.
Na slechts één nacht bleek dat dus helaas niet zo te zijn.
De slang naar mijn masker liet vaker los dan op de vingers van één hand te tellen zijn. En dat resulteerde erin dat Ilse een permanent in haar haren geblazen kreeg. Zit best flink wat druk achter...
En als die slang om wat voor reden dan ook wél bleef zitten, bleek dat oh-zo-nieuwe-fijne-en-lieve masker te lekken. Bij mijn neus, recht omhoog. Een klein, fel, straaltje recht mijn oog in.
Zie dan maar eens te slapen.
Met zulke kleredingen heb je geen vijanden meer nodig.
Gelukkig was de meneer van de leverancier meedenkend, en die zou meteen een ander masker opsturen. De meneer werd zelfs helemaal opgetogen toen ik voorstelde om het masker dat ik had gekregen, terug te sturen voor onderzoek.
Inmiddels gebruik ik het nieuwe nieuwe masker alweer een paar dagen, en ik word weer lekker fris en fruitig (again: voor zover het kan) wakker. Ik ben minder prikkelbaar en zeg minder rare dingen (alles is relatief, natuurlijk).
Maar het is wel een griezelig, sluipend proces. Je realiseert je pas achteraf hoe erg het was. Pas als je weer normaal functioneert, je normaal geslapen hebt en écht tot rust bent gekomen, hoezeer het "mis" was.
Zoals (neem ik aan) wel meer mensen met een tuin, hebben wij wat levende dieren rondlopen.
Sowieso een stel katten, die al dan niet van ons zijn, maar ook wat kruipende beesten met meer dan 4 poten.
Allemaal geen bezwaar. Sterker nog: al dat levende kleine grut heeft van ons een heus "insectenhotel" gekregen. Een van goedkope stukjes rest-hout in elkaar geflanst huisachtig ding, waar het volgens de makers helemaal ultiem ontspannen genieten is, voor de kleinste bewoners van uw tuin.
Ja. Het ding hangt er nu een paar weken, en de enige activiteit die ik heb waargenomen, is dat de bamboe stokjes, welke deel uit maken van dit vernuftig staaltje commercie, gevuld zijn met zand. Maar levende wezens zien we er geen gebruik van maken.
Die levende wezens maken mij wel het leven zuur onder de tegels in de achtertuin. Mieren.
Op zich heb ik geen grote hekel aan mieren. Mijn enige (onterechte?) angst is dat die mieren zo hard aan de slag gaan, dat niet alleen de tuintegels verzakken, maar dat straks ons hele huis in een mierenhoop wegzakt.
Tel daarbij op dat Jente op een gegeven moment helemaal in paniek raakte toen ze een miertje wilde oppakken (ze werd bij die gelegenheid letterlijk besprongen door een hele horde van die kleine rotzakjes), en je kunt je voorstellen dat ik niet gelukkig ben met de kolonies die zich hier gevestigd hebben.
In eerste instantie gingen we voor een miervriendelijke oplossing. Gif waarvan ze niet doodgaan, maar alleen gedesorienteerd raken, en hun huis niet meer terug kunnen vinden.
Een aanfluiting, want ze nestelen gewoon 3 tegels verderop.
Goed, dat werkte dus niet. Dan maar een wat minder vriendelijke oplossing: gewoon ouderwets, dodelijk mierengif.
Dat gif had een ongelooflijk vrolijk roze kleurtje. Als je niet beter wist, zou je zweren dat het dat knetterkauwgum was, uit de jaren '80. Dat spul dat zo lekker knetterde in je mond, als je er flink veel kwijl bij deed.
Maar dan dus giftig. Minder prettig spul, want Jente vond het maar een machtig mooi spulletje.
Maar ook dit hielp niet. Die mierenkrengen, tuffen er eens op, bouwen hun nest een deurtje verder, en leven opgewekt door.
Ik zat vanmorgen in alle godsvroegte (blijft toch lekker, dat kleine uurtje alleen, zo in de vroege morgen) buiten een sigaretje weg te zuigen, samen met een kopje koffie, en toen zag ik dus die rottige mieren rondparaderen. Gewoon respectloos, zoals die beesten het verrekken om dood te gaan, terwijl ik dat wél wil.
Dus besloot ik tot wat krassere maatregelen. Ik stiefelde op mijn slippertjes naar binnen, deed de waterkoker tot de nok toe vol, en bracht het aan de kook.
De ervaring leerde me namelijk in de voortuin, dat je mieren ook met een soldeerbrander te lijf kan gaan. Heerlijk gevoel, als je maandenlang aan moet kijken tegen verzakte tegels, met die pesterige pleurismieren, en dat je dan die witte poppen hoort ploppen in de vlammen alsof het popcorn is dat je maakt.
Maar de achtertuin-tegels vormen nog een terrasje, en omdat ik nog geen zin had om dat allemaal uit te scheppen, leek mij kokend water ook wel een goeie optie.
Hoppa! 3 kannen kokend water in die nesten gedonderd en tot nu toe (we leven inmiddels 6,5 uur verder) geen overmatige activiteit te bespeuren.
Begrijp me niet verkeerd: ik heb en sich niks tegen mieren, heus. En ik ben ook niet overmatig sadistisch of psychopatisch aangelegd, maar als ze niet wensen te verkassen (gif 1) niet wensen dood te gaan (gif 2) dan moeten er andere maatregelen getroffen worden.
Ik heb begrepen dat er in de buurt een aantal tijdelijke woningen worden geplaatst voor de aller-kansloosten van de maatschappij. Criminelen, tokkies, junks. Die overal ellende veroorzaken, en dus maar hier in containers worden gedumpt.
Misschien moet ik, als die mieren nog eens terugkeren, ze gewoon daar uitzetten.
Hebben ze in elk geval een vorm van dagbesteding die voorkomt dat ze hun criminele/kansloze/drugs driften al te zeer in deze verder nette buurt gaan botvieren.
maandag 12 juni 2017
Groene vingers? Getver, egnie!!!
De familie waaruit ik ontsproot, is niet bepaald behept met "groene vingers".
Van jongs af aan werden wij al dan niet vloekend door onze moeder de tuin in gejaagd om het onkruid tussen de tegels vandaan te peuteren. Mijn moeder liet zich in een overjarige tuinstoel zakken, en als we ook maar 1 plukje onkruid veronachtzaamden, werd er met hel en verdoemenis gedreigd.
Dit moest aansluitend aan het huiswerk, en uiteraard altijd als de (verder weinig om het lijf hebbende) kermis in het dorp was. Nee, het kon niet een weekendje later of eerder, want alleen dat weekend was er geschikt voor. Alsof ze rook dat we liever naar de kermis wilden...
Vandaar dus dat ik, op inmiddels 36 jarige leeftijd gewoon de schurft heb aan tuinieren.
Ilse heeft meer met tuinieren, maar die komt er vaak gewoon niet toe. En het toeval wil dat we zowel een voor als achtertuin hebben.
Tuinen die ik ook wel zag zitten, want het leek en lijkt me voor Jente leuk om in de tuin te scharrelen. In een zwembadje te badderen, fruitjes te snoepen en wellicht op een schommeltje stappen.
De tuinen die we kregen, bleken bij aankoop het paadje naar het schuurtje compleet te hebben verborgen onder een grasmat die hoger was dan Jente. De dennenhaag tussen ons en de buurvrouw lijkt te lijden aan obesitas met verstoppings-verschijnselen, zo dik was die, en de voortuin stond zó vol onkruid, dat er geen licht meer door het keukenraam kwam. Dat onkruid bleek ook voor diverse katten een verstopplaats te zijn, van waaruit ze de argeloze (en later van angst sidderende) postbode konden aanvallen, als die de euvele moed had om onze post te bezorgen.
Kortom: tijd om dat eens grondig aan te pakken.
De téring, wat is een tuin opknappen toch een afgrijselijk pokkewerk. We hebben ons geconcentreerd op de voortuin (want we waren de huilende postbode een beetje zat. Het is een lief mens, maar om telkens vanuit het ruisende groen te worden aangevallen door (niet eens onze) katten, is nu eenmaal geen kattenpis).
Het "terrasje" tegen de buitenmuur was om de een of andere reden 10 centimeter verzakt, en dat wilde ik ophogen met een kuub zand, en om al te veel onderhoud in de toekomst te voorkomen, had ik een kuub houtsnippers besteld, om het onkruid mee te smoren.
Vrijdag begon ik met goede moed het onkruid uit te steken. Ik heb precies 2 banen gedaan, en toen was ik het zat. Niet zozeer het werk zelf, maar meer het feit dat het zó hard regende dat ik oprecht vissen en kikkers langs zag zwemmen.
Bovendien ben ik door mijn aversie tegen tuinieren ook niet heel erg ervaren met die shizzle. Dus ik had ook eigenlijk geen idee waar ik mee bezig was.
Gelukkig heb ik de beschikking over een hele toffe schoonvader met een enorme hoeveelheid kennis en vooral energie.
Dus toen de regen eindelijk ophield, en er een waterig zonnetje verscheen, zijn we als eerste het terrasje gaan ophogen. (Daar hadden we uiteindelijk maar een halve kuub zand voor nodig, maar we hebben ook nog een achtertuin, Michiel, die de volgende keer ook komt helpen, zal niet voor niks komen).
En toen het onkruid eruit.
We hebben in een eerder stadium al wel eens geprobeerd om van die jungle iets leuks te maken, maar die poging eindigde met 2 lukraak geplante planten. En de kerstboom die ik voor minder dan 10 euro bij de Deen kocht. En daarna was de inspiratie en tijd op. Dus om die planten heen, bleef het onkruid welig woekeren.
Dus onkruid uitsteken om de echt mooie planten heen, en uiteraard wilde ik de kerstboom gewoon in de grond planten. Als statement dat een kerstboom langer mee kan dan slechts 1 jaartje.
We troffen niet alleen veel onkruid aan. Maar ook half-vergane vuilniszakken, een enorme hoeveelheid grind, ijzerdraad (???) en ovenroosters (what?).
Verse anti-wortel-doek erover en dennensnippers erover.
Wat ruikt dat lekker! En wat staat het mooi.
We hebben ook de heg tussen onze buren rechts en ons gehalveerd. Die heg kwam tot halverwege de hoogte van het huis, en was niet meer mooi een heg met van die kleine fragiele stammetjes, maar dat waren volledige uit de kluiten gewassen berkenbomen geworden. Daar zonder pardon de kettingzaag ingezet, om ze tot halverwege af te zagen. Een schokkend verschil, maar ook dit ziet er veel beter uit. Die buren zijn er zelden, dus die zullen wel flink geschokt zijn als ze het verschil zien. En ik hoop dat ze niet totaal uit hun plaat gaan.
Maar nu hebben we een mooi voortuintje dat goed smoelt, waar de postbode haar eventuele aanvallers al bij tijds weg kan jagen of omzeilen (en als ze alleen maar blauwe enveloppen komt brengen, heb ik overigens niet echt veel behoefte aan haar werkzaamheden, maar dat geheel terzijde), en waar we ook lekker met Jente kunnen drentelen.
Hoewel: om te voorkomen dat Jente meteen op straat zou gaan rondhangen, leek het me leuk om van het hekje dat we eerder al plaatsten, ook een poortje te maken, dat dicht zou kunnen. Gisteren heb ik me daarmee bezig gehouden en met groot succes. Het poortje kan open en dicht, en er zit een knap slotje op. Daarmee dacht ik Jente binnen te kunnen houden. Jammer dat ze bij de eerste pogingen al meteen ontdekte hoe het open moest. Slim kind, lijkt net haar vader. Gelukkig is het zo'n slotje waar ook nog een enorm hangslot aan kan, dus dat zal het dan wel worden.
En toen moest er een enorme hoeveelheid tuinafval weg. Van weggesnoeide hagen, heggen en weggestoken onkruid, tot verkeerd in tweeën gemepte tegels... Het moest allemaal naar de tuinafval mand aan het einde van de straat. Daar heb ik de resterende tijd mee doorgebracht. Soms met hulp van Jente een kruiwagen gevuld met al die blerf, en dan maar gaan. Omdat ik te krenterig was om 35 euro te besteden aan het huren van een aanhangertje, moest het dus in wel 20 keer op en neer. Wat een enorme bende afval hebben we eruit gehaald.
Met behulp van de schoonvader heb ik een van mijn grootste aversieën aangepakt. En ik moet zeggen: mijn rug vindt het minder leuk, maar nu we een knappe voortuin hebben, ben ik wel enorm blij met het resultaat.
Ik kreeg van mijn goede vriend Marc Zuckerberg de mededeling dat ik reeds 5 jaar met mijn huidige eega bevriend ben.
Van die 5 jaar, ben ik er 3 getrouwd (met mijn vrouw, dus) en 2 jaar vader.
En we zijn dus nu op het punt gekomen dat we de kleur voor de kozijnen moeten kiezen van ons huis.
En het zal u allen niet verbazen: dat levert vooralsnog geen echtscheiding op. We hebben beiden wat gevetoot, en beiden wat gekozen. De stalen die we bij de praxis geschikt vonden, hebben we meegenomen, om eens te bekijken op het huis. En dat allemaal in alle vrede. (Wellicht ook omdat Ilse net uit het ziekenhuis is, en ik van al dat tuinieren te moe ben om te ruziën).
Maar goed: bij het monteren van Ikea-meubels hebben we ook al geen ruzie, dus ergens ben ik ook weer niet zo verbaasd dat we het kiezen van een kleur ook kunnen zonder een waanzinnig uit de klauwen escalerende ruzie te krijgen.
Maar eens zien of we er morgen toe komen wat leuks te gaan doen.
Van jongs af aan werden wij al dan niet vloekend door onze moeder de tuin in gejaagd om het onkruid tussen de tegels vandaan te peuteren. Mijn moeder liet zich in een overjarige tuinstoel zakken, en als we ook maar 1 plukje onkruid veronachtzaamden, werd er met hel en verdoemenis gedreigd.
Dit moest aansluitend aan het huiswerk, en uiteraard altijd als de (verder weinig om het lijf hebbende) kermis in het dorp was. Nee, het kon niet een weekendje later of eerder, want alleen dat weekend was er geschikt voor. Alsof ze rook dat we liever naar de kermis wilden...
Vandaar dus dat ik, op inmiddels 36 jarige leeftijd gewoon de schurft heb aan tuinieren.
Ilse heeft meer met tuinieren, maar die komt er vaak gewoon niet toe. En het toeval wil dat we zowel een voor als achtertuin hebben.
Tuinen die ik ook wel zag zitten, want het leek en lijkt me voor Jente leuk om in de tuin te scharrelen. In een zwembadje te badderen, fruitjes te snoepen en wellicht op een schommeltje stappen.
De tuinen die we kregen, bleken bij aankoop het paadje naar het schuurtje compleet te hebben verborgen onder een grasmat die hoger was dan Jente. De dennenhaag tussen ons en de buurvrouw lijkt te lijden aan obesitas met verstoppings-verschijnselen, zo dik was die, en de voortuin stond zó vol onkruid, dat er geen licht meer door het keukenraam kwam. Dat onkruid bleek ook voor diverse katten een verstopplaats te zijn, van waaruit ze de argeloze (en later van angst sidderende) postbode konden aanvallen, als die de euvele moed had om onze post te bezorgen.
Kortom: tijd om dat eens grondig aan te pakken.
De téring, wat is een tuin opknappen toch een afgrijselijk pokkewerk. We hebben ons geconcentreerd op de voortuin (want we waren de huilende postbode een beetje zat. Het is een lief mens, maar om telkens vanuit het ruisende groen te worden aangevallen door (niet eens onze) katten, is nu eenmaal geen kattenpis).
Het "terrasje" tegen de buitenmuur was om de een of andere reden 10 centimeter verzakt, en dat wilde ik ophogen met een kuub zand, en om al te veel onderhoud in de toekomst te voorkomen, had ik een kuub houtsnippers besteld, om het onkruid mee te smoren.
Vrijdag begon ik met goede moed het onkruid uit te steken. Ik heb precies 2 banen gedaan, en toen was ik het zat. Niet zozeer het werk zelf, maar meer het feit dat het zó hard regende dat ik oprecht vissen en kikkers langs zag zwemmen.
Bovendien ben ik door mijn aversie tegen tuinieren ook niet heel erg ervaren met die shizzle. Dus ik had ook eigenlijk geen idee waar ik mee bezig was.
Gelukkig heb ik de beschikking over een hele toffe schoonvader met een enorme hoeveelheid kennis en vooral energie.
Dus toen de regen eindelijk ophield, en er een waterig zonnetje verscheen, zijn we als eerste het terrasje gaan ophogen. (Daar hadden we uiteindelijk maar een halve kuub zand voor nodig, maar we hebben ook nog een achtertuin, Michiel, die de volgende keer ook komt helpen, zal niet voor niks komen).
En toen het onkruid eruit.
We hebben in een eerder stadium al wel eens geprobeerd om van die jungle iets leuks te maken, maar die poging eindigde met 2 lukraak geplante planten. En de kerstboom die ik voor minder dan 10 euro bij de Deen kocht. En daarna was de inspiratie en tijd op. Dus om die planten heen, bleef het onkruid welig woekeren.
Dus onkruid uitsteken om de echt mooie planten heen, en uiteraard wilde ik de kerstboom gewoon in de grond planten. Als statement dat een kerstboom langer mee kan dan slechts 1 jaartje.
We troffen niet alleen veel onkruid aan. Maar ook half-vergane vuilniszakken, een enorme hoeveelheid grind, ijzerdraad (???) en ovenroosters (what?).
Verse anti-wortel-doek erover en dennensnippers erover.
Wat ruikt dat lekker! En wat staat het mooi.
We hebben ook de heg tussen onze buren rechts en ons gehalveerd. Die heg kwam tot halverwege de hoogte van het huis, en was niet meer mooi een heg met van die kleine fragiele stammetjes, maar dat waren volledige uit de kluiten gewassen berkenbomen geworden. Daar zonder pardon de kettingzaag ingezet, om ze tot halverwege af te zagen. Een schokkend verschil, maar ook dit ziet er veel beter uit. Die buren zijn er zelden, dus die zullen wel flink geschokt zijn als ze het verschil zien. En ik hoop dat ze niet totaal uit hun plaat gaan.
Maar nu hebben we een mooi voortuintje dat goed smoelt, waar de postbode haar eventuele aanvallers al bij tijds weg kan jagen of omzeilen (en als ze alleen maar blauwe enveloppen komt brengen, heb ik overigens niet echt veel behoefte aan haar werkzaamheden, maar dat geheel terzijde), en waar we ook lekker met Jente kunnen drentelen.
Hoewel: om te voorkomen dat Jente meteen op straat zou gaan rondhangen, leek het me leuk om van het hekje dat we eerder al plaatsten, ook een poortje te maken, dat dicht zou kunnen. Gisteren heb ik me daarmee bezig gehouden en met groot succes. Het poortje kan open en dicht, en er zit een knap slotje op. Daarmee dacht ik Jente binnen te kunnen houden. Jammer dat ze bij de eerste pogingen al meteen ontdekte hoe het open moest. Slim kind, lijkt net haar vader. Gelukkig is het zo'n slotje waar ook nog een enorm hangslot aan kan, dus dat zal het dan wel worden.
En toen moest er een enorme hoeveelheid tuinafval weg. Van weggesnoeide hagen, heggen en weggestoken onkruid, tot verkeerd in tweeën gemepte tegels... Het moest allemaal naar de tuinafval mand aan het einde van de straat. Daar heb ik de resterende tijd mee doorgebracht. Soms met hulp van Jente een kruiwagen gevuld met al die blerf, en dan maar gaan. Omdat ik te krenterig was om 35 euro te besteden aan het huren van een aanhangertje, moest het dus in wel 20 keer op en neer. Wat een enorme bende afval hebben we eruit gehaald.
Met behulp van de schoonvader heb ik een van mijn grootste aversieën aangepakt. En ik moet zeggen: mijn rug vindt het minder leuk, maar nu we een knappe voortuin hebben, ben ik wel enorm blij met het resultaat.
Ik kreeg van mijn goede vriend Marc Zuckerberg de mededeling dat ik reeds 5 jaar met mijn huidige eega bevriend ben.
Van die 5 jaar, ben ik er 3 getrouwd (met mijn vrouw, dus) en 2 jaar vader.
En we zijn dus nu op het punt gekomen dat we de kleur voor de kozijnen moeten kiezen van ons huis.
En het zal u allen niet verbazen: dat levert vooralsnog geen echtscheiding op. We hebben beiden wat gevetoot, en beiden wat gekozen. De stalen die we bij de praxis geschikt vonden, hebben we meegenomen, om eens te bekijken op het huis. En dat allemaal in alle vrede. (Wellicht ook omdat Ilse net uit het ziekenhuis is, en ik van al dat tuinieren te moe ben om te ruziën).
Maar goed: bij het monteren van Ikea-meubels hebben we ook al geen ruzie, dus ergens ben ik ook weer niet zo verbaasd dat we het kiezen van een kleur ook kunnen zonder een waanzinnig uit de klauwen escalerende ruzie te krijgen.
Maar eens zien of we er morgen toe komen wat leuks te gaan doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Kladje
De klad is erin gekomen. Na de onverkwikkelijke gebeurtenissen met betrekking tot "het nieuwe roosteren", waarbij welzijn van pe...
-
Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...
